Rechtszaak tegen Catalaanse politietop

(940 woorden)

Vandaag begint de rechtszaak bij het Audiencia Nacional tegen de top van de Mossos d’Esquadra, de Catalaanse politie. In de beklaagdenbank zitten majoor Josep Luís Trapero, algemeen directeur Pere Soler, staatssecretaris van BiZa Cèsar Puig en luitenant Teresa Laplana. Het OM klaagt hen aan voor oproer vanwege hun opstelling op de dagen rond en tijdens het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober 2017. Tegen Trapero vraagt het OM elf jaar gevangenisstraf.

Op de ochtend van het referendum bezochten de Mossos d’Esquadra de stemlokalen en trachtte zij deze te verzegelen, zoals de rechter had bevolen. Door de grote mensenmassa ‘s van de stemmers die zich sinds de vroege ochtend voor de ingangen verzameld hadden, lukte dit slechts in geen of in zeer enkele gevallen. Later die dag trachtte de Catalaanse politie de stembussen tijdens het stemmen in beslag te nemen. In sommige gevallen gaf het publiek gehoor aan de politie, in andere gevallen blokkeerden zij opnieuw de stemlokalen. De politie trad daarbij altijd proportioneel op en zonder gebruik te maken van geweld tegen de stemmers. In tegenstelling tot de Mossos d’Esquadra, hebben de Guardia Civil en Policia Nacional toen wél met veel geweld tegen de bevolking getracht het stemmen te stoppen. Daarbij vielen meer dan duizend gewonden, waaronder een hartinfarct en iemand die een oog verloor door het gebruik van verboden rubberen kogels.

De leiding van het Catalaanse politiecorps wordt aangeklaagd omdat zij niet alles in het werk zou hebben gesteld om het referendum een halt toe te roepen en geen medewerking zou hebben verleend aan de Guardia Civiel en Policia Nacional. Sterker zelfs, zij wordt beschuldigd van collaboratie met de Catalaanse regering om het referendum door te laten gaan. De Mossos voerden een logisch en professioneel beleid, want het referendum zou altijd achteraf door de rechter nietig verklaard kunnen worden. Desalniettemin nam de Catalaanse politie in totaal zo ‘n 300 stembussen in beslag, meer dan de Guardia Civil en Policia Nacional tezamen.

Vanuit juridisch oogpunt is het bijzonder vreemd dat deze zaak niet bij het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse politici en burgerleiders door het Spaanse Hooggerechtshof werd gevoegd. Maar het Audiencia Nacional hield voet bij stuk en wilde deze zaak niet uit handen geven. Dit had tot gevolg dat Trapero verplicht was om te getuigen tegen de Catalaanse politici, waaronder zijn politieke leider, minister van BiZa Quim Forn. De getuigenis waarbij hij toen verplicht was om het OM te antwoorden, kan hem in het vandaag begonnen proces ten nadele komen. Trapero zei in zijn getuigenis voor het Hooggerechtshof dat hij altijd gehoor heeft gegeven aan de Spaanse justitie. Tot ieders verbazing vertelde hij toen dat er zelfs plannen klaar lagen om de Catalaanse regering te arresteren indien de rechter daar opdracht voor zou hebben gegeven. Trapero moest kiezen tussen zichzelf of de Catalaanse politici, waaronder zijn politieke leider. De Spaanse justitie past hier op zeer dubieus legale manier een schoolvoorbeeld toe van de speltheorie.

De leider van de Guardia Civil, de Los Cobos, en de Spaanse staatssecretaris Diego, getuigden voor het Spaanse Hooggerechtshof dat de Catalaanse politie haar medewerking op de dag van het referendum weigerde te verlenen. Zij vertelden het Hooggerechtshof dat de Spaanse politie ter plekke besloot om, indien nodig, de stembussen ‘met proportionele kracht’ in beslag te nemen. In een andere rechtszaak die tegen de aangeklaagde Spaanse politie en Guardia Civi loopt vanwege hun geweld, blijkt nu echter dat zij geheel tegen de afspraken in op eigen houtje opereerden. Zij hadden zelfs tevoren de stemlokalen bestudeerd waar men het referendum met geweld zou gaan tegenhouden. Uit deze rechtszaak blijkt tevens dat de Spaanse politiecorpsen eigen, illegale, communicatiekanalen gebruikten die niet werden geregistreerd. Desalniettemin hebben politieleiders die ter plekke optraden toegegeven dat er voor het politiegeweld van hogere hand opdracht werd gegeven door iemand met de schuilnaam ‘Mars’. Met zeer grote waarschijnlijkheid is dit het hoofd van de Guardia Civil in Catalonië, Daniel Baena.

Het OM lijkt geen zaak te hebben tegen het Catalaanse politiecorps. Maar dat is ook niet het geval tegen de Catalaanse politici en burgerleiders. Deze werden door het OM aangeklaagd voor oproer (een opstand met militair gewapende middelen), maar werden uiteindelijk door het Hooggerechtshof veroordeeld voor het minder ernstige delict opruiing. Desondanks worden de Mossos d’Esquadra door het OM in deze rechtszaak onbergrijpelijkerwijs alsnog aangeklaagd wegens oproer. De werkelijke reden van deze rechtszaak is dat Trapero en zijn politiecorps op bijzonder efficiënte wijze de terroristische aanslagen in Augustus 2017 afhandelde. Zij was als eerste bij de ontploffing van het huis waar explosieven werden voorbereid en legden direct het verband tussen de aanslagen op de Ramblas in Barcelona en in Cambrills. Terwijl de Guardia Civil en de Spaanse regering machteloos toekeken, trad de Catalaanse regering en haar politie zelfstandig op. Minister van BuZa, Raul Romeva, ontving zijn Franse en Duitse collega ‘s op het vliegveld van Barcelona en rapporteerde hen over de slachtoffers die afkomstig waren van deze landen. De Catalaanse politie werd door de Franse politie geëerd voor haar efficiënte optreden tegen de terroristen. Trapero en Forn informeerden die dagen de internationale pers over het verloop van de ontwikkelingen.

Op dat moment, twee maanden voor het referendum, begon de Spaanse overheid in te zien dat de Catalanen bijzonder goed in staat zijn om hun eigen zaken af te handelen en dat zij zich zonder de Spaanse overheden internationaal goed weten te presenteren. Pas toen begon de Spaanse staat in te zien dat de Catalanen op eigen benen kunnen staan en dat het referendum over hun onafhankelijkheid menens was. De internationale vernedering die Spanje opliep moet de leiding van de Catalaanse politie nu bekopen met deze rechtszaak. Deze rechtszaak kan niet anders worden gezien dan een andere wraakoefening door de Spaanse staat.

Catalonië, een Europees probleem

(550 woorden)

Vanaf heden is het Spaans-Catalaanse politieke conflict geen interne aangelegenheid meer van de EU lidstaat Spanje. Sinds de Catalaanse president Carles Puigdemont en zijn minister Toni Comín volwaardig lid zijn geworden van het Europese Parlement (EP) en aan de eerste plenaire zitting in Straatsburg op 13 Januari hebben deelgenomen, is het Catalaanse streven naar haar onafhankelijkheid van Spanje formeel een probleem voor de Europese Unie geworden.

Het Europese Hooggerechtshof voor Justitie (HvJ-EU) oordeelde dat Oriol Junqueras juridische immuniteit geniet sinds het moment dat hij voor het EP gekozen werd. De Spaanse justitie en andere instanties, zoals de Centrale Kiescommissie (JEC), kunnen en mogen hem het lidmaatschap niet onthouden door aanvullende eisen te stellen, zoals het trouw zweren aan de Spaanse grondwet, zo oordeelde het HvJ-EU. De Spaanse justitie weigert echter gehoor te geven aan het HvJ-EU om Junqueras vrij te laten. Als reactie hierop heeft hij een aanklacht ingediend bij het Algemene Tribunaal van de Europese Unie, het hoogste orgaan van het HvJ-EU.

De uitspraak van het HvJ-EU over de juridische onschendbaarheid en lidmaatschap van Junqueras betekende ook voor Puigdemont een omslag in zijn voordeel. De huidige voorzitter van het EP, Sassoli, verleende hem aan de hand van deze uitspraak het lidmaatschap van het EP.  Het Spaanse Hooggerechtshof weigert echter de juridische immuniteit van Puigdemont en Comín te accepteren. Tegen de laatste twee loopt nog steeds een arrestatiebevel in Spanje zelf en een internationaal uitleveringsverzoek bij België. (De rechter in Brussel heeft aan de hand van de uitspraak van het HvJ-EU de aanvraag voor uitlevering opgeschort totdat zij een definitieve uitspraak zal vellen.) Dit heeft als gevolg dat Puigdemont wereldwijd vrij kan reizen, met uitzondering naar Spanje. Daarnaast heeft het Spaanse Hooggerechtshof een verzoek bij het Europese Parlement ingediend om de juridische onschendbaarheid van Puigdemont en Comín op te heffen. Het EP zal een procedure daarvoor volgen die onder andere bestaat uit hoorzittingen met alle partijen. Dit zal een ideale gelegenheid voor Puigdemont bieden om de ‘procedurefouten’ en de vele schendingen van mensenrechten die de Spaanse justitie begaan heeft, uit de doeken te doen. Het crimineel gedrag en het machtsmisbruik door de hoogste Spaanse rechters zullen hierdoor internationaal publieke aandacht krijgen. Puigdemont heeft aangekondigd dat hij als lid van een commissie van het Europarlement de Catalaanse gevangenen wil gaan bezoeken. Het uiteindelijk verworven lidmaatschap van Puigdemont voor het EP is voor het trotse en patriottische Spanje een diepe nederlaag. Laat staan wanneer hij als MEP Catalonië en Spanje kan bezoeken zonder dat deze EU lidstaat haar aartsrivaal kan arresteren.

De juridische tegenstellingen tussen Spanje en de Europese Unie blijken dusdanig immens groot te zijn dat men amper nog van een Unie spreken kan. Zolang Puigdemont en de andere Catalaanse ballingen niet vrij naar Spanje kunnen reizen, is het Schengen verdrag de facto gebroken. De wettelijke ongehoorzaamheid van het Spaans Hooggerechtshof zal zeker leiden tot een harde aanvaring met de Europese justitie. Indien Spanje geen gehoor wil geven aan de hoogste juridische macht van Europa, dan zal de Unie zich uiteindelijk moeten afvragen of deze lidstaat er nog wel thuis hoort. Twee jaren lang heeft de Europese Unie de andere kant op gekeken bij de schendingen van de mensenrechten en de gerechtelijke vervolgingen van politieke dissidenten in Spanje. Al die tijd heeft zij haar eigen verdragen genegeerd. Met de komst van Puigdemont in het Europese parlement, raakt het Catalaanse streven naar onafhankelijkheid de Unie in de kern van haar bestaan. Het is nu aan haar zelf om te beslissen of zij gehoor zal geven aan de roep om democratie en gerechtigheid. De Europese Unie zet daarmee haar toekomst op het spel.

Spanje ongehoorzaamt het Europese Hof van Justitie

(780 woorden)

Voorafgaand
Voordat de Catalaanse vicepresident Oriol Junqueras tot dertien jaar lang veroordeeld werd wegens het houden van een referendum, werd hij verkozen tot lid van het Europese Parlement (MEP). Met ingang vanaf dat moment genoot hij juridische onschendbaarheid. Het Hooggerechtshof liet hem echter niet vrij omdat hij volgens de Spaanse regels eerst trouw zou moeten zweren aan de grondwet van deze lidstaat. Maar de rechtbank gunde Junqueras zelfs daar geen gelegenheid voor.

Junqueras had bovendien een maand tevoren reeds trouw gezworen om lid te kunnen worden van het Spaanse Congres van Afgevaardigden. Hij genoot in principe dus reeds juridische onschendbaarheid omdat hij lid van het Congres was geworden. Maar door druk van het Hooggerechtshof hief de voorzitster van dit Congres zijn juridische onschendbaarheid op zonder daarvoor de geldige procedures te volgen, waaronder een parlementair debat. Het Spaanse Hooggerechtshof kan het Europese Parlement echter niet op eenzelfde manier chanteren zoals zij bij het Congres had gedaan.

In opdracht van de advocaat van Junqueras, van den Eynde, vroeg het Hooggerechtshof daarom (noodgedwongen) om advies bij het Europese Hof van Justitie (EHJ), gezeteld in Luxemburg, hoe dat nu precies zit met de parlementaire onschendbaarheid van de MEP. In de vraagstelling beloofde rechter Marchena, de voorzitter van de kamer van het Hooggerechtshof die de Catalanen berecht, dat hij gehoor zou geven aan het EHJ, zelfs indien de gerechtelijke procedure en de veroordeling van Junqueras doorgang zou vinden. Op veertien Oktober werd Junqueras veroordeeld, ondanks dat het Spaanse gerechtshof in principe had moeten wachten op het antwoord van advies waar zij notabene zelf om gevraagd had.

De uitspraak van het Europese Hof
Het Europese Hof was in haar uitspraak een maand na deze veroordeling zeer duidelijk. Vanaf het moment dat de verkiezingsuitslag officieel bekend werd, was Junqueras lid van het Europese Parlement en geniet daarom juridische onschendbaarheid. De uitspraak van het EHJ zegt dat hij vanaf dat moment direct vrij gelaten had moeten worden en niet veroordeeld had mogen worden. Het Spaanse Hooggerechtshof had vooraf aan de veroordeling eerst aan het Europese Parlement opheffing van zijn juridische onschendbaarheid moeten vragen.

Spaanse Hooggerechtshof ongehoorzaam aan Europese justitie
Om te voorkomen dat het Hooggerechtshof haar woord zou moeten breken, liet zij het vuile werk over aan de Spaanse Centrale Kiescommissie (JEC). Deze besloot vorige week het resultaat van de verkiezingsuitslag te veranderen door Junqueras van de lijst van gekozen Europarlementariërs te schrappen. Junqueras ging vervolgens in beroep tegen dit besluit bij het Hooggerechtshof. Deze heeft nu besloten de uitspraak van de kiescommissie staande te houden. De Spaanse justitie zegt dat de juridische onschendbaarheid van Junqueras niet meer geld omdat hij inmiddels veroordeeld is. Het Spaanse Hooggerechtshof gaat daarbij tegen de bindende uitspraak van het EHJ in en breekt bovendien haar woord dat zij zich aan de uitspraak van het EHJ zou houden zelfs indien Junqueras inmiddels veroordeeld zou zijn.

Gevolgen
Het is nu aan het Europese Parlement, die Junqueras reeds volwaardig lid heeft gemaakt, om de ongehoorzaamheid van de Spaanse justitie te beoordelen. Aanstaande Maandag 13 Januari vind de plenaire vergadering in Straatsburg plaats. Het EP verwacht dat Junqueras daarbij aanwezig zal zijn. Er zal zondermeer over de gerechtelijke ongehoorzaamheid van lidstaat Spanje en de onwetmatige verandering van haar parlement worden gedebatteerd. Deze kan een boete aan Spanje opleggen of, in het ergste geval, volgens artikel 7 van het verdrag van Lissabon aan de Europese Commissie vragen om Spanje haar recht van stem in de Europese Raad te ontheffen.

Catalaanse president ontzet
De kiescommissie besloot dezelfde dag om ook de Catalaanse president Quim Torra van de ledenlijst van het Catalaanse Parlement te halen. Daarmee werd Torra per direct uit zijn ambt gezet. Volgens het Statuut en parlementaire reglement kan echter het Catalaanse Parlement als enige haar president aanstellen en ontslaan. Dankzij de meerderheid van de onafhankelijkheidspartijen bevestigde het Parlement dat Torra aan kan blijven als president. Daarnaast ging Torra in beroep bij het Spaanse Hooggerechtshof tegen het besluit van de JEC. Evenals het geval van Junqueras, bevestigt het Hooggerechtshof het besluit van de JEC. Als antwoord hier op laat de voorzitter van het Catalaanse Parlement, Roger Torrent, aan de president weten dat hij ondanks deze bevestiging lid van het Parlement blijft.

Patria boven alles
De Spaanse politiek en justitie zullen de reactie van het Catalaanse Parlement en de president met zeer grote waarschijnlijkheid interpreteren als wettelijke ongehoorzaamheid tegen de Spaanse rechterbank. Een tribunaal dat nu bewezen heeft dat zij het predikaat ‘justitie’ onwaardig is. Een staatsgreep in de moderne vorm van lawfare in plaats van militair geweld, door het (opnieuw) opheffen van de Catalaanse autonomie ligt op de loer. De Spaanse trots en het nationalistische ‘patria’ gevoel staat voor de Spanjaarden boven alles. Ook al leidt dit tot de teloorgang van een rechtstaat, om maar niet te spreken over democratie. Ziehier een schoolvoorbeeld hoe ‘lawfare’ in zijn werk gaat.

Nawoord: Junqueras uit het Europese Parlement gezet
Het Europese Parlement had te kennen gegeven dat zij de situatie van Junqueras en de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof nader moest bestuderen. Zij zou aanstaande Maandag 13 januari haar bevindingen op de plenaire vergadering in Straatsburg bekend maken. Tot grote verrassing maakte de voorzitter van het Europese Parlement, David Sassoli, dezelfde dag bekend dat hij de uitspraak van het Spaanse gerechtshof overneemt en Junqueras daarom van de ledenlijst van het Parlement heeft verwijderd. Hij zegt dat hij daarmee het precedent van het EHJ tegen Le Pen naleeft welke inhoudt dat ten alle tijde de uitspraken van de rechtbank van de EU lidstaten moeten worden nageleefd. Het precedent lijkt echter hier niet van toepassing daar Le Pen voor zijn verkiezing tot het EP reeds veroordeeld was. De plotselinge beslissing van de parlementsvoorzitter is op zijn minst zeer vreemd te noemen en gaat regelrecht tegen artikel acht van het reglementen van het EP in. Alles wijst er op dat de parlementsvoorzitter door Spanje onder immense druk wordt gezet.

De keerzijde van de medaille

(600 woorden)

Spanje heeft sinds gisteren, 7 Januari, een nieuwe regering onder leiding van de socialistische PSOE president Pedro Sánchez. Maar daar zitten wel heel wat haken en ogen aan.

De Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging vroeg Spanje om met haar regering te gaan onderhandelen over een referendum voor zelfbeschikking onder de leuze ‘Spain, sit and talk’. De PSOE ging in gesprek met de ERC partij, niet omdat ze gehoor gaf aan de democratische oproep om te onderhandelen over een politiek conflict, maar omdat ze simpelweg haar onthouding van stemmen in het Spaanse Congres van Afgevaardigden nodig heeft. De daaruit resulterende overeenkomst houdt echter zeer weinig concrete voorstellen in, het woord zelfbeschikking of iets van dien aard komt er zelfs niet in voor, zij biedt geen garanties en bevat slechts de concrete afspraak dat de Spaanse president met zijn Catalaanse collega voor 15 Januari bilaterale onderhandelingen zal beginnen. Bij zijn presentatie in het Congres van de regeringsplannen sprak Sánchez het akkoord reeds tegen door de rechtse oppositie te beloven dat iedere onderhandeling ‘binnen de grondwet’ zal vallen. Geheel tegen de afspraken in, kondigde Sánchez direct na het stemmen bovendien aan dat de regering pas over een week zal worden geïnstalleerd. Dat ERC dit akkoord ondertekend heeft is slechts verklaarbaar uit partijpolitiek belang, hun voorzitter Junqueras en andere ERC leden in de gevangenis zitten en omdat het alternatief (herverkiezingen met gevaar op een fascistische regering) er nog slechter uit ziet. Oftewel Sánchez krijgt zijn presidentschap door pure chantage en politieke gijzeling van zijn politieke opponenten.

Daar komt bij dat Spanje, onder leiding van haar regering, de gekozen Europarlementariër van ERC, Oriol Junqueras, niet uit de gevangenis vrij wil laten. Het Europese Hof van Justitie heeft gezegd dat hij sinds zijn verkiezing voor het Europese Parlement (EP) juridisch onschendbaar is en daarom niet veroordeeld had mogen worden. Als gevolg van deze uitspraak is Junqueras, samen met Puigdemont en een minister, inmiddels voltallig lid van het parlement. Junqueras is daarbij opgenomen in de Greens / ALE kieslijst. Het parlement verwacht hen alle drie a.s. Maandag 13 Januari op de plenaire vergadering in Straatsburg. Laat Spanje hem niet vrij dan negeert ze de uitspraak van het EU Hof en bepaalt zij onrechtmatig de samenstelling van het EP. En dat zal zeker nadelige gevolgen, om te beginnen reputatieverlies als democratische rechtstaat. Als de EU lidstaat volhoud in haar weigering gehoor aan de Europese justitie te geven, zal dit in princiepe (moeten) uitlopen op artikel 7: het verlies van stemrecht in de EU. Dat laatste zal, de EU kennende, niet van vandaag op morgen gebeuren.

Een ander punt van belang is dat de (ultra)rechtse en fascistische partijen (PP, C’s en Vox) Sánchez en zijn socialistische PSOE partij de oorlog hebben verklaard omdat ze een overeenkomst met de Catalaanse ‘coupplegers’ hebben gesloten. Ze zien dit als gevaar voor de heilige Spaanse eenheid en scharen PSOE nu onder één hoedje met de Catalaanse ‘separatisten’. Enkele PSOE Congresleden werden de afgelopen dagen zelfs bedreigt om Sánchez niet te steunen. De rechtse partijen dreigen Sánchez aan te klagen bij justitie voor hoogverraad. De hoge rechtbanken van de Spaanse justitie, die altijd in extreem rechtse handen zijn gebleven, zien zo ‘n aanklacht graag tegemoet of zullen zelfs het initiatief daarvoor nemen. Met andere woorden: het gehele Spaanse politiek – justitiële systeem staat op het punt om in totale chaos te vervallen.

Spanje zal daardoor steeds meer politiek verzwakken en de Europese Unie zal steeds duidelijker inzien dat de lidstaat er niet in thuis hoort. Catalonië heeft zich daarentegen altijd democratisch en vreedzaam in dit conflict opgesteld. Op een gegeven moment zal dat beloont worden.

Spanje krijgt nieuwe regering door het gijzelen van politieke opponenten

(1170 woorden)

Een gevangen leider
Rond 500 jaar voor Christus schreef de Chinese strijder Sun Tzu een boek over oorlogstrategie met als titel ‘De kunst van het oorlogvoeren’. Veel van zijn gedachten hieruit zijn welbekend. Eentje daarvan luidt: ‘Een soldaat mag nooit en te nimmer de bevelen opvolgen van zijn generaal wanneer deze door de vijand gevangen genomen wordt.’

Op twee november 2017 werd de voorzitter van de Catalaanse onafhankelijkheidspartij ERC en vicepresident van de Catalaanse regering, Oriol Junqueras, voorwaardelijk gevangen genomen. Na twee jaar en een proces van vijf maanden werd hij op veertien Oktober jongstleden veroordeeld voor dertien jaar gevangenisstraf voor het houden van een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid. Het is logisch dat Junqueras, vader van twee kleine kinderen, de gevangenis uit wil. Aan de hand van zijn uitspraken lijkt het er bovendien sterk op dat hij aan het Stockholm syndroom leidt. Zijn invloed op de politieke partij is sinds zijn gevangenneming misschien minder sterk door de beperkte communicatie vanuit de gevangenis, maar ERC heeft nooit nagelaten om naar zijn mening te vragen over het te volgen beleid. Volgens Sun Tzu is dat dus een grote strategische vergissing.

Verkiezingen
In de aanloop naar de Spaanse verkiezingen van elf November jongstleden wilde ERC, ondanks de druk van JxCat en de onafhankelijkheidsbeweging, zich op een gescheiden kieslijst presenteren in plaats van samen op één enkele kieslijst. ERC was, achteraf gezien onterecht, van mening dat gescheiden kieslijsten in totaal meer zetels in het Congres van Afgevaardigden voor de Catalaanse onafhankelijkheid zouden opleveren. De voornaamste reden was echter dat zij dan ook een gezamelijke strategie zouden moeten voeren. ERC heeft haar eigen ideeën over het te volgen beleid, hoogst waarschijnlijk onder invloed van haar gevangen leider Junqueras. Alle Catalaanse partijen waren het er echter over eens dat er met de Spaanse presidentskanidaat onderhandeld zou moeten worden over een referendum voor de Catalaanse onafhankelijkheid en over amnestie voor de gevangen en verbannen politici. Zoniet, dan zou Spanje onregeerbaar blijven, zo beloofden de Catalaanse partijen hun kiezers.

Onderhandelingen
Met de verkiezingen werd ERC als grootste Catalaanse partij gekozen. De demissionair president Pedro Sánchez van de socialistische PSOE partij veranderde toen drastisch van houding. Binnen 48 uur na de verkiezingsuitslag sloot Sánchez een overeenkomst met Podemos. Ook begon hij met ERC te onderhandelen. Beide handelingen beschouwde hij de maanden daarvoor als onmogelijk. Sánchez heeft de stemonthouding van ERC partij nodig om voldoende steun in het Congres te verkrijgen. Zijn politieke lot is met deze onderhandelingen in het geding. Lukt het nu, na twee verkiezingsrondes, opnieuw niet om een regering te vormen, dan zal hij als partijleider moeten aftreden. Veel van zijn partijgenoten willen echter absoluut niets weten van onderhandelingen met de ‘Catalaanse coupplegers’.

Omdat Sánchez alleen de stemonthouding van ERC nodig heeft, wilde hij niets weten van onderhandelingen met JxCat, de partij van de Catalaanse president Quim Torra. De onderhandelingen met ERC vorderden gestaag en leverde uiteindelijk een overeenkomst op. Deze stelt dat de PSOE regering, eenmaal aan de macht, met Torra bilateraal (‘van regering tot regering’) onderhandelingen zal beginnen, dat de onderwerpen niet beperkt zullen blijven tot thema’s die ‘binnen de grondwet vallen’ (oftewel dat er gepraat kan worden over een referendum voor zelfbeschikking) en dat het uiteindelijke resultaat van deze onderhandelingen aan het Catalaanse volk in een referendum zal worden voorgelegd. Let wel: de Catalanen zullen volgens deze overeenkomst niet gaan stemmen over hun onafhankelijkheid met Spanje, maar over het resultaat van de bilaterale onderhandelingen. De gehele tekst is echter zeer ruim interpreteerbaar en er wordt met geen woord over zelfbeschikkingsrecht gesproken. Bij de presentatie van zijn regeringsplannen in het Congres beloofde Sánchez de oppositie (de rechtse partijen Partido Popular, Ciutadans en Vox) echter dat de onderhandelingen ‘van regering tot regering’ binnen het kader van de grondwet zullen worden gehouden. Sánchez spreekt de op papier vastgelegde overeenkomst met ERC dus tegen.

Toch steun
Ondanks de woordbreuk van Sánchez, ondanks dat de PSOE steun gaf aan de ongrondwettelijke maatregel om de Catalaanse autonomie op te schorten (met als gevolg ontslag van de Catalaanse regering, ontbinding van het Parlement en opgelegde herverkiezingen), ondanks dat de PSOE regering via haar landsadvocaat de leider van ERC en andere politici gevangen houdt, ondanks dat Junqueras twee dagen geleden zijn lidmaatschap van het Europese parlement door de kiescommissie werd ontzegd (geheel tegen de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in), ondanks dat de Catalaanse president door dezelfde kiescommissie op onrechtmatige wijze uit zijn functie wordt gezet, ondanks dat alles houd ERC voet bij stuk en zal haar stem in het Congres van Afgevaardigden onthouden zodat Sánchez kan gaan regeren.

Spanningen aan de Catalaanse kant
De houding van ERC geeft grote spanningen binnen de coalitie van de Catalaanse regering van Torra. Zonder dat hij over de onderhandelingen werd geraadpleegd, kwam ERC met de PSOE overeen dat hij bij de aanstaande regeringsonderhandelingen direct betrokken zou worden. Torra noemde de overeenkomst zelfs nietloyaal. Dat het niet tot een regeringsbreuk heeft geleid is slechts te danken omdat Torra ERC in het Catalaanse Parlement nodig heeft om hem te steunen tegen zijn afzetting als president door de kiescommissie.

Spanningen aan de Spaanse kant
De onderhandelingen van Sánchez met ERC geeft, om te beginnen, grote spanningen binnen zijn eigen socialistische partij PSOE. Wanneer het Catalonië betreft, is deze partij niet te onderscheiden van de ultrarechtse partijen: het Spaanse patriotisme viert ook daar hoogtij. Zij (waaronder oud-president Felipe Gonzalez en Josep Borell, voormalig minister van BuZa en momenteel hoofd van de Europese diplomatie) zijn fel gekant tegen een regering die de (passieve) steun van een Catalaanse onafhankelijkheidspartij nodig heeft.

Toen Sánchez gisteren bij de presentatie van zijn regeringsplannen in het Congres zijn steun van ERC verdedigde, kreeg hij hevige kritiek van de oppositie. De fascistische partij Vox vind dat, in plaats van onderhandelen met Torra, deze gevangen genomen moet worden omdat hij als president aanblijft en geen gehoor geeft aan de kiescommissie. De leider van de rechtse Partido Popular zei Sánchez dat de overeenkomst met de Catalaanse onafhankelijkheidspartij hem diep zal berouwen en dat dit niet zonder gevolgen zal blijven.

De PSOE is medeverantwoordelijk voor de problemen in Spanje door het politieke conflict met Catalonië aan justitie over te laten. Het is nogal naïef geweest om te veronderstellen dat wanneer zo ‘n stap eenmaal genomen is, dit beperkt zou blijven bij de Catalaanse politici. De ‘Deep State’, waaronder de hoge regionen in de Spaanse gerechtelijke macht, is altijd bezet gebleven door Franco aanhangers. Zij zijn nu in het bezit gekomen van politieke macht en zullen deze ook gaan gebruiken tegen de Spaanse politci indien zij dat nodig achten. Oftewel wanneer de eenheid van Spanje in het geding is. Een gerechtelijke aanklacht tegen Sánchez wegens hoogverraad door een rechtse oppositiepartij is zo ingediend.

Maar zo ver is het nog niet. Spanje krijgt de komende dagen een nieuwe regering. De politieke leiders van de EU lidstaten moeten zich maar eens afvragen of zij hun Spaanse collega die zijn positie dankt aan een gijzeling, welke notabene onterecht het lidmaatschap van het Europese Parlement wordt ontzegd, recht in de ogen kunnen kijken.

Spanje daagt Europa uit

(930 woorden)

Catalaanse president Torra afgezet
De Spaanse centrale kiescommissie (JEC) klaagde de Catalaanse president Quim Torra aan omdat hij tijdens de verkiezingscampagne van afgelopen Mei geweigerd had om een spandoek met de tekst ‘Vrijheid voor de politieke gevangenen’ en de daarbij behorende gele strik van het regeringspaleis binnen 48 uur te verwijderen. De rechtbank in Catalonië veroordeelde Torra daarvoor op anderhalf jaar lang verbod van het uitoefenen van een publieke functie. Hij kon daar echter nog in beroep tegen gaan bij het Spaanse Hooggerechtshof. De uitspraak insinueerde echter ook dat de JEC hem het lidmaatschap van het Catalaanse Parlement kon ontzeggen. Daarmee zou hij op deze manier automatisch uit zijn functie als president moeten worden gezet. Het ‘slachtoffer’ mocht dus zelf de straf tegen haar ‘misdadiger’ naar eigen believen uitvoeren. De uitspraak van de kiescommissie is een directe aanval tegen de soevereiniteit van het Catalaanse Parlement en daarom ook een aanval tegen de democratie in Spanje als geheel. De Catalaanse president wordt daarmee tevens het internationale burgerrecht op beroep bij een hogere instantie ontzegt. Tegelijkertijd passeert de administratieve commissie, wat een kiescommissie in wezen is, daarmee het hoogste Spaanse justitiële orgaan, het Hooggerechtshof. Een manipulatie die juridisch hoogst dubieus en met zeer grote waarschijnlijkheid ongrondwettelijk is.

Het laatste woord is daarmee echter nog niet gezegd. President Torra heeft in een TV toespraak gezegd dat hij zijn afzetting als een staatsgreep beschouwd. Volgens de reglementen van het Catalaanse Parlement en die van het Catalaanse Statuut, een overeenkomst tussen Catalonië en de Spaanse staat die hetzelfde gehalte als een grondwet heeft, kan een president slechts door het Parlement zelf worden afgezet en pas na een definitieve gerechtelijke veroordeling. Oftewel wanneer het Hooggerechtshof het oordeel in hoger beroep bevestigt. Het Parlement houdt daarom de volgende dag na de uitspraak van de JEC een plenaire vergadering om Torra zijn positie als president te bevestigen. Gebeurd dit, en dat is met een parlementaire meerderheid van de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen hoogst waarschijnlijk het geval, dan is niet alleen de Catalaanse president ongehoorzaam aan de JEC, maar het gehele Catalaanse Parlement. Het Catalaanse Parlement en haar voorzitter is gedwongen om ongehoorzaamheid te zijn aan de Spaanse staat wil zij haar soevereiniteit niet verliezen.

Europarlementariër Junqueras mag niet naar het Parlement
Het Europese Hof van Justitie had onlangs geoordeeld dat de Catalaanse vicepresident en voorzitter van ERC, Oriol Junqueras, juridische onschendbaarheid geniet en dat hij daarom niet door het Spaanse Hooggerechtshof tot 13 jaar gevangenisstraf veroordeeld had mogen worden voor het houden van een referendum. Dezelfde kiescommissie die de Catalaanse president afzet besluit dezelfde dag echter ook om de gekozen Europarlementariër Oriol Junqueras zijn lidmaatschap van het Europese parlement te schrappen. Zij argumenteert dat de uitspraak van het Europese Hof niet meer geld omdat Junqueras inmiddels veroordeeld is. De Spaanse staat, notabene in de vorm van de kiescommissie in plaats van het hoogste juridische orgaan, weigert daarmee gehoor te geven aan het Europese Gerechtshof. Door deze manipulatie hoeft het Spaanse Hooggerechtshof echter niet haar belofte tegenover het Europese Hof te breken. In haar vraag naar juridisch advies aan het Europese Hof over de status van Junqueras beloofde de Spaanse hoogste rechtbank namelijk gehoor te geven aan de uitspraak.

Het contrast tussen de Spaanse en Europese justitie is schrijnend. Als gevolg van de uitspraak van het Europese Hof heeft de Belgische rechter besloten om geen gehoor te geven aan het Spaanse uitleveringsverzoek van Puigdemont en Toni Comín(Europarlementariër en tevens Catalaans minister in ballingschap). Daarnaast liet de voorzitter van het Europese Parlement, Sassoli, er geen gras over groeien en gaf direct gehoor aan de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Terwijl de extreem rechtse en gepolitiseerd JEC (1) Junqueras het recht van Europarlementariër ontzegt, zijn Puigdemont en Comín inmiddels lid van het Europese Parlement.

Nu de kiescommissie de voorzitter van Catalaanse partij ERC het lidmaatschap van het Europese Parlement heeft ontzegt, is deze partij genoodzaakt om de steun aan de PSOE, die zij de dag tevoren sloot, op te zeggen. ERC zou zich volgens het verdrag dat zij met de PSOE sloot zich van stem onthouden zodat de PSOE een meerderheid in het Congres zou behalen om te kunnen regeren. De Catalaanse onafhankelijkheidspartij kreeg veel kritiek vanwege deze overeenkomst. President Torra (van de JxCat partij) riep de vicepresident (ERC) op het matje en klaagde dat de overeenkomst zonder zijn medeweten en toestemming van de coalitiepartij was gesloten (2). ERC zal nu een keus moeten maken: of zij is loyaal aan haar coalitiegenoot JxCat of aan de PSOE partij die medeverantwoordelijk is voor de illegale afzetting van Torra ‘s voorganger, Puigdemont, en de opschorting van de Catalaanse autonomie. Maar in de politiek in het algemeen, en ERC in het bijzonder, is niets uitgesloten. Ondertussen vind gedurende dezelfde uren het debat in het Spaanse Congres van Afgevaardigden plaats om de PSOE regering van Pedro Sánchez te installeren.

De weigering van Spanje om Junqueras tot het Europese Parlement toe te laten beïnvloedt haar samenstelling en is daarom een directe aanval op de Europese instellingen. Het is daarom te verwachten dat dit besluit gevolgen zal hebben. Het is te hopen dat men in Europa eindelijk begint in te zien dat Spanje haar reputatie als democratische rechtstaat niet waard is.

  1. De overeenkomst is in het algemeen zeer vaag, maar zij stelt dat er onderhandelingen tussen de Catalaanse en Spaanse presidenten zullen worden gevoerd.
  2. De JEC is dusdanig gepolitiseerd dat de voorzitter van de PP, Pablo Cassado, het oordeel over Torra uren tevoren reeds via Twitter bekend maakte.

Correctie
De bewering in dit artikel dat Torra opdracht had gegeven de Spaanse vlag van het regeringspaleis te  verwijderen is onjuist. De tekst hierover is verwijderd.

Een grote omwenteling

(1400 woorden)

Rechtszaak uitlevering Puigdemont
Na de veroordelingen van de Catalaanse leiders door het Spaanse Hooggerechtshof op 14 Oktober vroeg de onderzoeksrechter van dit hof, Pablo Larena, voor de derde maal een arrestatie-en uitleveringsbevel tegen de Catalaanse president in ballingschap Carles Puigdemont en zijn ministers uit. Hij dacht dat, nu de andere ministers wegens opruiing zijn veroordeeld voor gevangenisstraffen van 9 à 13 jaar, de justitie van België en Schotland de president en zijn ministers in ballingschap onmiddellijk vast zou laten zetten totdat zij aan Spanje zouden worden uitgeleverd. Dit bleek echter niet het geval. Nadat de Catalaanse politici door de rechters in Glasgow en Brussel verhoord waren, lieten zij hen niet alleen vrij, maar mochten zij ook hun paspoorten behouden en dus vrij het land verlaten om te reizen. Zij werden enkel verplicht om hun reis aan justitie door te geven. Afgelopen Maandag moesten Puigdemont en twee van zijn ministers die in België verblijven opnieuw voor het gerecht verschijnen. In principe zou de definitieve uitspraak vallen omtrent hun uitlevering. Hun advocaat vroeg de Belgische rechter echter om een uitspraak van het Europese Hof van Justitie af te wachten. Deze (een echte rechter!) besloot de zaak daarom uit te stellen tot begin Februari. Tot grote ergenis van de Spaanse justitie mochten de Catalaanse politici het gerechtsgebouw opnieuw in vrijheidverlaten.

Naar het Europese Hof van Justitie
Afgelopen Donderdag, 19 December, werd namelijk een uitspraak door het Europese Hof van Justitie verwacht omtrent het lidmaatschap van Oriol Junqueras (de Catalaanse vicepresident onder Puigdemont en tevens voorzitter van de partij ERC) voor het Europese Parlement. Op 28 Mei werd hij gekozen tot volksvertegenwoordiger van dit parlement. Op datzelfde moment vond de rechtszaak tegen hem en de acht andere Catalaanse politici en burgerleiders plaats. In princiepe had het gerechtelijk proces toen moeten worden opgeschort, want Junqueras genoot vanaf dat moment juridische onschendbaarheid. Maar het Spaanse Hooggerechtshof, onder voorzitterschap van rechter Marchena, vond dat van niet en ging gewoon door met het gerechtelijk proces. Marchena vond dat Junqueras pas lid van het Europese Parlement zou zijn nadat hij eerst tegenover de Spaanse kiescommissie trouw zou zweren aan de Spaanse grondwet en nadat hij deelgenomen zou hebben aan de eerste plenaire vergadering in Straatsburg. Tegelijkertijd belemmerde Marchena dat Junqueras trouw kon zweren en naar Straatsburg kon afreizen door hem gevangen te houden. Machiavellisme ten voeten uit.

In opdracht van Junqueras vroeg het Spaanse Hooggerechtshof vervolgens advies aan het Europese Hof van Justitie vanaf welk moment een gekozen volksvertegenwoordiger daadwerkelijk lid is van het Europese Parlement. Deze uitspraak werd dus afgelopen Donderdag verwacht. Daar Puigdemont en zijn minister van volksgezondheid in ballingschap, Toni Comín, ook gekozen waren tot Europarlementariërs en de eventueel daaruitvolgende juridische onschendbaarheid ook voor hen zou gelden, wachtte de Belgische rechter de uitspraak van het Europese Hof af.

De uitspraak
Kort samengevat komt de uitspraak er op neer dat een Europees Parlementslid direct door de Europese burgers wordt gekozen en dat Junqueras daarom lid van het Europese Parlement werd op het moment dat de verkiezingsuitslagen officieel bekendgemaakt werden. Dat was op 13 Juni jongstleden. Het Europese Hof zegt dat Junqueras vanaf dat moment juridische immuniteit genoot en dus het gerechtelijk proces tegen hem had moeten worden stopgezet. Als gevolg daarvan had hij toen onmiddelijk moeten worden vrij gelaten. De rechtszaak had pas weer door kunnen gaan nadat het Spaanse Hooggerechtshof aan het Europese Parlement gevraagd zou hebben om zijn juridische onschendbaarheid op te heffen. De rechtszaak tegen Junqueras en de veroordeling tegen hem druisen daarom rechtstreeks tegen de Europese wetgeving in, aldus het Europese Hof van Justitie.

Het Europese Hof heeft zich in deze zaak zeldzaam duidelijk uitgesproken en heeft voor de gehele Europese Unie verstrekkende gevolgen. Een EU lidstaat kan volgens deze uitspraak geen aanvullende eisen opleggen alvorens een volksvertegenwoordiger lid kan worden van het Europese Parlement. Men spreekt in juridische kringen al over een historische uitspraak en ‘de doctrine van het precedent Junqueras’.

Gevolgen
De uitspraak is een zware nederlaag voor de Spaanse justitie. Het Europese Hof voor Justitie zegt onomwonden dat Spanje de burgerrechten heeft geschonden. Het tribunaal zegt eigenlijk in beleefde woorden dat het juridisch proces tegen Junqueras een grote farce is. Het is nu afwachten hoe het Spaanse Hooggerechtshof hier op zal reageren. Het kan niet worden uitgesloten dat de Spaanse rechtbank zal beweren dat de uitspraak slechts een advies is en dat het daarom geen bindend vonnis is. Maar het Hooggerechtshof speelt daarmee wel met haar reputatie als democratische rechtstaat. Vooralsnog heeft zij Junqueras, 24 uur na deze uitspraak, nog niet vrij gelaten. De openbaar aanklager maakte kort na de uitspraak bekend dat hij van het Spaanse Hooggerechtshof zal eisen dat zij aan het Europese Parlement vraagt om de juridische onschendbaarheid van Junqueras op te heffen.

De demissionaire regering van Sánchez laat weten dat de landsadvocaat, die direct onder toezicht van de regering valt, de uitspraak zal bestuderen. Ondertussen heeft de Catalaanse politieke partij ERC haar onderhandelingen voor een nieuwe regering opgeschort totdat de PSOE duidelijk laat weten hoe zij over de vrijlating van haar voorzitter en de andere gevangenen denkt. De PSOE had graag een overeenkomst voor het einde van dit jaar gehad. Of er ooit een deal met ERC zal komen is zeer te betwijfelen, want de meningen liggen zeer ver uiteen. In het uiterste geval zullen de Spanjaarden opnieuw worden opgeroepen om naar de stembus te gaan, want zowel de Partido Popular als de PSOE (het enige alternatief voor een parlementaire meerderheid), sluiten wederzijds een overeenkomst met elkaar uit. Spanje is en blijft onregeerbaar zolang zij het recht van zelfbeschikking voor de Catalanen onthoudt.

Vanuit de politiek en de Spaanse pers wordt met boosheid en verbazing op de uitspraak van de Europese justitie gereageerd. Sommigen beweren dat Junqueras niet meer juridisch onschendbaar zou zijn omdat hij inmiddels is veroordeeld en de uitspraak van het Europese Hof slechts gold voor de periode toen hij nog in voorarrest zat. In ultranationalistische kringen spreekt men over inmenging van de Spaanse soevereiniteit en stelt men voor om uit de Europese Unie te stappen.

Ook voor Puigdemont en Comín heeft de uitspraak directe gevolgen. De voorzitter van het Europese Parlement, Sassoli, eist van Spanje dat zij direct gehoor moet geven aan de uitspraak van het Europese Hof. Hij geeft Puigdemont en Comín onmiddelijk toegang tot het Europese Parlement. Dit in tegenstelling tot zijn ultrarechtse voorganger Tajani, die zijn positie misbruikte en samenspande (in Catalaans) met de Spaanse unionistische partijen zodat Puigdemont de toegang tot het parlementsgebouw geweigerd werd zonder hem daarvan zelfs op de hoogte te stellen *. Clara Ponsatí, de Catalaanse minister van onderwijs die in ballingschap in Schotland verblijft, stond ook op de kieslijst voor Europarlementariër. Na de Brexit, eind Januari, wordt zij daarom ook lid van het Europese Parlement. Rechter Larena is genoodzaakt om de arrestatiebevelen tegen de Catalaanse politici voor de derde maal in te trekken en kunnen de ballingen, in theorie, weer terugkeren naar hun vaderland. Voorzichtigheid is echter geboden, want aan de zuidkant van de Pyreneëen worden de wetten naar eigen politek inzicht geïnterpreteerd.

Een ommekeer voor Catalonië
De uitspraak van het Europese Hof betekent een grote winst voor de Catalanen. Na twee lange jaren van vervolgingen en onderdrukking (er worden in totaal 1300 Catalanen vervolgt in verband met het onafhankelijkheidsproces) hebben ze gerechtigheid in Europa gevonden. Een gerechtigheid die echter ophoudt te bestaan aan de andere kant van de Pyreneeën. Het is niet te verwachten dat de Spaanse justitie na deze uitspraak van houding zal veranderen. Twee uur nadat het oordeel van het Europese Hof bekend werd gemaakt, publiceerde zij het vonnis tegen de zittende Catalaanse president Quim Torra. Tijdens de verkiezingsperiode had hij geweigerd om de gele strikken, het symbool van protest tegen de politieke gevangenen en ballingen, van het regeringspaleis te verwijderen. Torra wordt voor anderhalf jaar uit zijn ambt als president van Catalonië gezet, notabene omdat hij protesteerde tegen iets waarvoor het Europese Tribunaal hem zojuist in het gelijk heeft gesteld. Vooralsnog gaat hij in hoger beroep bij het Hooggerechtshof. Maar dit lijkt eerder uitstel dan afstel van executie. Het is voor het eerst in de moderne Spaanse geschiedenis dat een zittende president wordt afgezet. Dat niet Torra de bron van het probleem is maar Spanje, blijkt wel uit het feit dat gedurende de afgelopen eeuw elf van de dertien Catalaanse presidenten een aanvaring hebben gehad met de Spaanse justitie. Één van hen, Lluís Companys, werd daarbij geëxecuteerd. Het moment van publicatie van het vonnis tegen Torra is duidelijk een wraakneming en een wanhopige poging om de uitspraak van het Europese Hof te verhullen. De onderdrukkingen en vervolgingen tegen de Catalanen zijn nog lang niet voorbij, integendeel. Maar het tij is duidelijk gekeerd in het voordeel van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging.

  • De verdediging van Puigdemont heeft aangekondigd dat zij Tajani zal aanklagen.

Onderhandelingen

(870 woorden)

Na de Spaanse verkiezingen van afgelopen 10 November werd de socialistische partij PSOE van de demissionaire regering van Pedro Sánchez opnieuw gekozen tot de grootste partij in het Congres van Afgevaardigden. Sánchez had de onderhandelingen met de linkse Podemos partij laten mislukken in de hoop dat hij bij deze herverkiezingen sterker uit de bus zou komen en Podemos niet nodig zou hebben. ‘Ik zou geen nacht kunnen slapen met Podemos in de regering’, zei hij toen omdat deze partij het zelfbeschikkingsrecht van Catalonië respecteerde. Het tegendeel bleek echter waar: met de herverkiezingen verloor Sánchez twee zetels en achtenveertig uur later sloot hij een overeenkomst met Podemos om samen te gaan regeren. De stem van Podemos is echter nog niet voldoende om een meerderheid in het Congres te behalen. Sánchez heeft de onthouding van de stem van de Catalaanse onafhankelijkheidspartij ERC nodig. Maar mede als gevolg van de aanklacht van de landsadvocaat (welke onder direct toezicht van de regering staat) en het OM (waar de politiek grote invloed op heeft), zijn de voorzitter en andere politici van ERC veroordeeld tot negen a twaalf jaar gevangenisstraf wegens het houden van een referendum. De druk op ERC om toe te geven in ruil voor vrijlating van hun partijgenoten is dus bijzonder groot. Men kan gerust stellen dat Spanje de gevangen Catalaanse leiders als gijzelaars gebruikt voor hun politieke doeleinden. Sánchez wil graag nog voor de kerstdagen een regering hebben, want de havikken van zijn PSOE partij staan namelijk te popelen om hem te lichten en een overeenkomst met de extreem rechtse partijen Partido Popular en Ciutadans en met de fascisten van Vox te sluiten. ERC op haar beurt stelt ook haar eisen. Zij eisen het recht van zelfbeschikking op door het mogen houden van een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid en de vrijlating van de politieke gevangenen. De partijen staan dus bijzonder ver uit elkaar en de onderhandeling verlopen daarom zeer moeizaam.

Tot nu toe sprak Sánchez altijd over de verdeeldheid binnen de Catalaanse samenleving wanneer hij het had over het politieke conflict tussen de Spaanse staat en het autonome gebied Catalonië. Hij wil het probleem niet als zodanig erkennen. Laat staan dat hij Catalonië als politieke eenheid erkennen zal om mee te onderhandelen. De enige concessie die hij gedurende de onderhandelingen tot nu toe heeft gedaan is dat hij spreekt over een politiek conflict in Catalonië. Maar hij zegt daar niet bij dat het een conflict met Spanje betreft.

Dit is ook de reden waarom Sánchez bij herhaling geweigerd heeft om de telefoon op te nemen wanneer de Catalaanse president Quim Torre hem belt voor overleg over dit conflict. ERC eist van Sánchez dat deze respect toont voor de Catalaanse instituten. Oftewel dat Sánchez de Catalaanse president moet bellen voor overleg over het Spaans – Catalaans politieke conflict en dat hij en zijn partij JxCat bij de onderhandelingen over zijn aanstelling als president betrokken worden. Als reactie daarop heeft Sánchez aangekondigd dat hij een informatieronde zal houden onder alle presidenten van de zeventien autonome gebieden die Spanje rijk is. Volgens hem staat Catalonië op dezelfde voet als de andere autonome gebieden. Maar praten met de president van Extremadura, om maar een voorbeeld te noemen, leidt niet bepaald tot een overeenkomst met de Catalaanse partijen.

De Catalaanse partij PSC, inmiddels gedegenereert tot een onderworpen deel van de PSOE, stelt voor om een nieuw Statuut voor Catalonië te ontwerpen. Daarbij minacht de PSC het feit dat de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging juist is ontstaan door de mislukte invoering van het Statuut van 2006 waarbij haar PSOE partij de hoofdrol speelde. Haar president toendertijd, Zapatero, beloofde een nieuw Statuut voor Catalonië te steunen. Nadat het Catalaanse Parlement met 80% steun een voorstel indiende, schrapte hij daar grote delen uit weg. Nadat het alsnog in een referendum onder de Catalanen werd aangenomen, bracht de Partido Popular het Statuut naar het sterk gepolitiseerde Constitutioneel Hof. Deze oordeelde in 2010 dat, zoals in het Statuut werd beschreven, Catalonië geen natie is en dat de Catalaanse taal daarom niet als hoofdvoertaal in Catalonië gebruikt kan worden. De socialisten en de PP hebben zich nooit aan de afspraken gehouden zoals deze in dit Statuut waren vastgelegd. Het voorstel van PSC voor een nieuw Statuut is daarom een directe belediging aan het adres van de Catalaanse gemeenschap. Blijkbaar hebben de socialisten niets beters te bieden. Het is óf dit óf gerechtelijke vervolgingen, politieke gevangenen, schendingen van mensenrechten en een teloorgang van democratie. Het redactioneel schrijven van Vilaweb merkt fijntjes op dat de geschiedenis zich lijkt te herhalen. In 1895 proclameerde Cuba haar onafhankelijkheid van Spanje. Daarna probeerde de Spaanse regering Cuba een nieuw Statuut als autonoom gebied aan te smeren. Dit mislukte volledig en in 1897 werd Cuba de facto onafhankelijk van Spanje.

Indien ERC volhoud in haar eisen voor het recht op zelfbeschikking en de vrijlating van de politieke gevangenen, ziet het er vooralsnog naar uit dat de demissionaire president van Spanje geen regering met de Kerstdagen zal hebben. Het ziet er zelfs sterk naar uit dat het nooit tot een overeenkomst zal komen en dat de socialisten uiteindelijk met de steun van extreem rechts en de fascisten zullen gaan regeren. Want over democratie, het recht op zelfbeschikking en andere fundamentele rechten kan nu eenmaal niet worden onderhandelt.

Andersom

Afgelopen Maandag publiceerde ex-president Rajoy zijn memoires. Daarin vertelt hij dat zijn regering al sinds 2015 werkte aan het plan om de Catalaanse autonomie op te schorten volgens grondwetsartikel 155. Ook verteld hij, met trots, dat hij sowieso de Catalaanse autonomie zou hebben opgeheven indien de Catalaanse president Puigdemont na het referendum vervroegde verkiezingen zou hebben uitgeschreven. Enkele bemiddelaars beloofden Puigdemont dat ‘155’ niet zou worden ingevoerd indien hij verkiezingen zou uitschrijven. Omdat Puigdemont geen bevestiging van Rajoy kreeg en hem, achteraf gezien terecht, niet vertrouwde besloot hij dit uiteindelijk niet te doen.

In Barcelona verschenen deze week vier aangeklaagde inspecteurs van de Policia Nacional voor de rechter. Hun ME eenheden waren verantwoordelijk voor het politiegeweld tijdens het referendum waarvan de beelden de gehele wereld zijn rond gegaan. Zij verklaren dat zij in de ochtend van het referendum om 8 uur de opdracht hadden gekregen van een hogere officier met de bijnaam ‘Mars’ (met grote waarschijnlijkheid het hoofd van de politie interventie eenheid José Miguel Ruiz Iguzquiza) om hardhandig tegen het referendum op te treden. Hun verklaringen staan lijnrecht tegenover die van de staatssecretaris van BiZa, José Antonio Nieto, en het hoofd van de Guardia Civil, Diego Pérez de los Cobos. Tijdens het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders verklaarden deze tegenover het Spaanse Hooggerechtshof dat de Catalaanse politie, de Mosssos d’Esquadra, niet weewerkten om het referendum tegen te houden en dat de Policia Nacional en de Guardia Civiel daarom zonder coördinatie met de Mossos moesten ingrijpen.

Ook Donald Tusk haalde na zijn mandaat als voorzitter van de Europese Raad deze week zijn herinneringen op. Tegenover de krant El País vertelt hij dat hij Rajoy nog voordat het referendum plaats had gevonden hem gezegd had dat deze nooit geweld tegen de bevolking kon gebruiken. ‘De kracht van het argument is veel beter dan het argument van de kracht’, aldus Tusk. De regering van Rajoy heeft altijd iedere inmenging van de EU in dit conflict ontkent.

De opschorting van de Catalaanse autonomie, inclusief het ontslaan van de Catalaanse regering en het ontbinden van het Parlement (wat de facto een staatsgreep was omdat dit tegen de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut indruist), was dus geen reactie op het (zogenaamde illegale) referendum dat Puigdemont had laten houden. De plannen waren reeds in de maak nog voordat de verkiezingen van het Catalaanse Parlement hadden plaatsgevonden waarin een meerderheid voor de Catalaanse onafhankelijkheid gekozen werd en lang voordat Puigdemont president was. Rajoy ontliep daarmee zijn verantwoordelijkheid om een politieke oplossing te zoeken en liet het conflict over aan de Spaanse justitie. Lang voordat het referendum voor de Catalaanse onafhankelijkheid plaats vond, had hij reeds besloten om de weg van onderdrukking en gerechtelijke vervolgingen in te gaan en ondanks dat Europa had aangedrongen op een democratische oplossing.

Het besluit van de Spaanse politie om gewelddadig tegen de kiezers in te grijpen werd van hogerhand genomen en nog voordat de stemlokalen waren geopend. Het gewelddadig optreden van de Guardia Civil en Policia Nacional tegen het referendum was dus geen reactie omdat de Mossos d’Esquadra weigerde mee te werken. Het was een van tevoren genomen beslissing om het referendum te laten ontaarden in een ordinaire rel om de politieke leiders en de top van het Catalaanse politiecorps te kunnen veroordelen wegens oproer.

Met de memoires van Rajoy en Tusk en de verklaringen van de Spaanse politie komt alles in een geheel ander daglicht te staan en wordt bevestigd wat al lang vermoed werd. De Spaanse regering onder leiding van Rajoy koos bewust en ‘a priori ‘voor de route van geweld en onderdrukking tegen de legitieme en democratische wens van de Catalanen om onafhankelijk van Spanje te worden. Het heeft er trouwens alle schijn van dat de demissionaire PSOE regering van Pedro Sánchez hier weinig verandering in zal te brengen.

P.S. De rechtszaak die in Barcelona tegen de Policia Nacional en de Guardia Civil loopt begint eindelijk haar vruchten af te werpen. Dit is voor een groot deel te danken omdat de gemeente van Barcelona zich als verdediger en volksaanklager voor de slachtoffers van het politiegeweld tijdens het referendum heeft opgeworpen. Op aandringen van de landsadvocaat, welke onder direct toezicht van de demissionaire PSOE regering van Sánchez staat, werd de gemeente van Barcelona na de bekentenissen van de politie commissarissen door de rechtbank uit haar taak als volksaanklager gezet. De rechtbank vind dat zij geen persoonlijke schade heeft geleden door deze zaak. Deze uitzetting staat in schril contrast met de volksaanklager tegen de Catalaanse leiders in het Spaanse Hooggerechtshof. Daar was de fascistische partij Vox in het geheel geen bezwaar als volksaanklager ondanks dat deze partij, of degenen die zij vertegenwoordigd, geen schade door het referendum in Catalonië had geleden.

Spanje glijdt af

(650 woorden)

Wet digitale mondsnoering
Tijdens de verkiezingscampagne vaardigde de demissionair president Pedro Sánchez een koninklijk decreet uit met als doel om ‘de veiligheid en digitale privacy van de burgers te verbeteren’. Het decreet houdt in dat alle Internetservers van de Spaanse overheid met persoonlijke informatie zich binnen de Europese Unie moeten bevinden. Ook zegt het decreet dat de regering zonder tussenkomst van een rechter vanwege nationale veiligheid of sociale onrust websites of Internet services kan afsluiten.

In wezen gaat het om te voorkomen dat de Raad voor de Catalaanse Republiek, voorgezeten door de Catalaanse president in ballingschap Puigdemont, een systeem in werking stelt zodat de ingezetenen van Catalonië zich kunnen registreren. Er zijn plannen in de maak om dit met behulp van de BlockChain technologie te gaan doen. Dit is dezelfde techniek die voor criptomunten zoals BitCoin wordt gebruikt. Hierbij worden meerdere, eventueel vele en wereldwijd verspreide, internetservers gebruikt die niet zomaar door een nationale overheid kunnen worden afgesloten. De andere reden dat Sánchez dit decreet uitvaardigt is om de protestdemonstraties van Tsunami Democràtic onmogelijk te maken. Deze beweging gebruikt een Android applicatie waardoor de politie geen inzicht heeft in de communicatie tussen de manifestanten. Dit maakte het bijvoorbeeld mogelijk dat de demonstranten de AP7 snelweg konden afsluiten nadat ze bij de grensblokkade door de Franse en Spaanse politie waren verwijderd. De Spaanse regering kan nu in zo ‘n geval volledig het Internet en de telefoon communicatie in (een deel van) Catalonië afsluiten zonder dat daar een rechter aan te pas hoeft te komen.

Een koninklijk decreet is direct van kracht, maar moet achteraf door het Congres van afgevaardigden worden goedgekeurd. De digitale veiligheid van de burger was blijkbaar in groot en direct gevaar. Of Sánchez publiceerde dit zeer discutabele decreet zodat het niet zou opvallen tijdens de verkiezingscampagne. Op 26 Oktober kreeg de PSOE de steun van PP en Ciutadans voor deze wet-decreet. Dankzij de stemonthouding van de o zo linkse en revolutionaire partij Podemos werd deze zogenoemde ‘digitale wet voor mondsnoering’ door het Spaanse Congres goedgekeurd. Podemos onthield zich van stem omdat ze het belangrijker vind om met de PSOE te kunnen gaan regeren (ze hebben een principe akkoord gesloten) dan het beschermen van de fundamentele burgerrechten. Met de goedkeuring van deze wet is Spanje afgegleden tot aan het democratisch niveau van Turkije, Rusland, Irak en China. Bij deze van harte.

Veiligheidskordon fascisme
Met de laatste verkiezingen in het autonome gebied van Andalusië verloor de PSOE na 30 jaren haar meerderheid in het parlement. De rechtse partijen Ciutadans en PP behaalden echter een meerderheid indien zij ook de fascistische partij Vox zouden gedogen of laten meeregeren. Ditzelfde gebeurde ook in het parlement van de autonome regio Madrid en in de gemeenteraad van de Spaanse hoofdstad.

Bij de Spaans nationale verkiezingen van 10 November werd Vox de derde partij in het Congres van afgevaardigden. De andere politieke partijen, waaronder de PP en PSOE, spraken af om een veiligheidskordon rondom Vox aan te leggen zodat deze minimale invloed in het Congres zou hebben. Bij de eerste parlementsvergadering na de verkiezingen blijkt van een dergelijk kordon echter helemaal geen sprake te zijn. PP steunde Vox en de PSOE gaf om partijpolitieke redenen toe. Hierdoor werd een lid van Vox zelfs een vicepresident (er zijn er meerderen) van het Congres. Hoe kan het ook anders: voorheen zaten de leden van Vox in de PP of PSOE partij. Het verschil is dat zij nu openlijk voor het fascisme uitkomen. De PSOE en PP partijen dragen nog een ideologisch links-rechts vernislaagje. Dit laagje slijt echter met de dag en hun ware gezicht wordt steeds duidelijker zichtbaar. De zogenaamd wonderbaarlijke Spaanse ‘democratische overgangsperiode’, welke na de dood van Franco begon, is definitief voorbij als zij sowieso ooit bestaan heeft. Weliswaar is het kadaver van Franco verwijderd uit de Vallei van de Gevallenen, maar zijn ideologie is overal aanwezig en springlevend.