De onvrijheid van meningsuiting in Spanje

De rapper Valtònic, de artiestennaam van Josep Miquel Arenas Beltrán, werd in Spanje veroordeelt vanwege de tekst van zijn liedjes tot drie en een half jaar gevangenisstraf. De redenen zijn aanzet tot terrorisme, bedreiging met geweld en belediging van het koningshuis. (Hoewel ieder zijn smaak over de rapperstijl heeft, zingt hij niets over de koning wat feitelijk onwaar is.) Valtonic vluchtte naar België en de Audiencia Nacional vroeg om zijn uitlevering. Vandaag viel de uitspraak van de rechtbank in Gent: Valtonic is geen terrorist en heeft geen geweld gebruikt, daarmee gedreigd of daar geen aanzet toe gegeven. Ook de veroordelingen wegens bedreigingen en beledigingen tegen het koningshuis worden niet erkent door de rechtbank. Het enige wat hij gedaan heeft is liedjes zingen en dat valt onder de vrijheid van vrije meningsuiting. Hij bereidt nu zijn juridisch pad naar het Europees Gerechtshof voor de mensenrechten om volledig zijn rechten, ook in Spanje, terug te krijgen.

Vandaag liep Spanje, na het weigeren van de uitlevering van Puigdemont en zijn ministers door België, Duitsland en Zwitserland (en mogelijk ook Schotland indien de onderzoeksrechter Llarena niet zijn uitleveringsbevel op het laatste moment had ingetrokken), een vierde deuk op in haar juridische geloofwaardigheid. De aanklacht tegen Valtònic in Spanje werd echter uitgebreid met zijn nieuwe liedjes die hij in België gepubliceerd heeft. Zijn advocaat heeft hem gewaarschuwd dat hij mogelijk nooit meer Spaanse grond zal kunnen betreden. Wat je in België met alle gerustheid kunt zeggen of zingen, kan in Spanje dus leiden tot jarenlange gevangenisstraf. Enkele collega’s van Valtònic hebben dit al aan de lijve ondervonden.

Valtònic is een gewone rapper die protestliedjes schrijft en zingt, een kritische kunstenaar dus. Geen politicus die streeft naar de onafhankelijkheid van Catalonië of iets dergelijks. Zijn veroordeling was dus niet gebaseerd op politieke motieven. Blijkbaar heeft Spanje een veel dieper liggend probleem met de democratische vrijheden in het algemeen. Doordat Valtònic en de Catalaanse politici hun vlucht hebben gezocht bij justitie in andere Europese landen, komt dit nu duidelijk aan het licht.

Voor Spanje zijn deze justitiële blamages moeilijk te verkroppen en schuift de schuld naar de andere partij. Na de weigering van de rechtbank van Schleeswijk-Holstein om Puigdemont uit te leveren wegens rebellie, dreigde de Europees parlementariër Esteban González Pons, lid van de Partido Popular, dat Spanje uit het Schengen verdrag zou moeten stappen. Bij de openingsceremonie van het juridisch seizoen vorige week beschuldigde de voorzitter van de Juridisch Hoge Raad, Carles Lesmes, dat justitie in Europa de europese uitleveringsbevelen eenzijdig interpreteren en een groot gevaar voor de zekerheid vormen. De PP leider in Catalonië, Xavier García Albiol, zei gisteren na de uitspraak dat België een waar probleem voor de Europese Unie begint te worden.

Voorstel tot verandering in de Spaanse grondwet

In de ochtend zegt Spaans president Pedro Sanchez in een persconferentie dat hij de grondwet wil veranderen. Niet omdat er vorige week op 11 September 1 miljoen mensen in Barcelona op de been waren en riepen: ‘Wij willen een verandering in de grondwet’, want dat riepen niet. Zij riepen ‘vrijheid’ en ‘onafhankelijkheid’. Maar gedurende deze gehele persconferentie werd met geen woord over deze mega demonstratie en over het grootste probleem dat Spanje op dit moment heeft en haar voortbestaan in de huidige vorm bedreigd, gerept. Nee, Sanchez heeft het in zijn bol gehaald om de Spaanse grondwet van 1978, voor de tweede keer in haar bestaan, aan te passen voor iets waar niemand om gevraagd heeft. Hij wil het aantal personen dat in Spanje juridisch onschendbaar is (aforats), verminderen. Momenteel betreffen dit vijf leden van het koningshuis, alle congresleden en parlementariërs, inclusief die van de autonome regio’s, de rechters, ombudsmannen en mensen van politie-en veiligheidsdiensten. In totaal gaat het om 17.000 personen (1). Spanje is binnen de EU het land met het grootste aantal juridisch onschendbaren.

De term zegt het al: juridisch onschendbaren worden meer beschermd door de juridische macht dan gewone burgers. Wanneer een juridisch onschendbare persoon wordt aangeklaagd, moet hij voor een speciale rechtbank, de Audiencia Nacional verschijnen. Samen met het Hooggerechtshof en het Constitutioneel Hof, is dit één van de hoogste rechtbanken in Spanje. Er is daarom geen beroep mogelijk tegen de besluiten van deze rechtbank mogelijk en deze rechtbank wordt niet door een andere instantie boven of naast zich gecontroleerd. De rechters van deze rechtbank worden aangesteld door de Juridische Hoge Raad, waarvan haar leden direct door de politiek wordt gekozen. Op zichzelf is daar niets mis mee. De aanstelling van de Hoge Raad wordt in Nederland en in vele andere democratische landen gebeurd op een vergelijkbare manier. Het grote verschil in Spanje is echter dat de leden van de Spaanse Hoge Juridische Raad worden gekozen als gevolg van hun politieke verdiensten en niet vanwege hun juridische. Op deze manier ontstond ten tijde van het Franco tijdperk een nest van rechters en een gerechtelijke macht van een Spaans nationalistische politieke signatuur. Nooit heeft men na Franco’s dood schoon schip gemaakt in de procedures en de aanstellingen van de rechters bij de hoogste rechtbanken. Ondanks dat de Europese Raad bij harhaling op dit mankement heeft gewezen en aangedrong op verandering. Dit perverse juridische systeem, zoals de rechtsgeleerde Javier Perez Royo dit noemt, is het gereedschap van de hoogste macht om politieke medestanders te beschermen en politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. De bescherming van de leider van de PP, Pablo Cassado is een voorbeeld van het ene, de negen gevangen politici en burgerleiders in Catalonië als gevolg van het referendum is een voorbeeld van het andere.

In de avond van dezelfde dag trok president Sanchez zijn voorstel gedeeltelijk weer in. De koning en politici die aangeklaagd worden vanwege hun overheidstaak (zoals machtsmisbruik en corruptie, het overgrote deel hiervan zijn politici van de PP en PSOE) en de rechters zullen hun onschendbaarheid blijven houden. Het voorstel stelt uiteindelijk dus zeer weinig voor. Een dergelijk belangrijk politiek voorstel als het aanpassen van de grondwet en het binnen zo’n korte termijn weer veranderen, lijkt weinig serieus voor een zichzelf respecterende overheid. Het toont duidelijk de instabiliteit van de regering van Sanchez.

Voor een verandering in de grondwet is een meerderheid van 60% van het Congres voor nodig. Sanchez wist bijvoorbaat dat dit niet gaat gebeuren. De Partido Popular, de tweede partij in het Congres, heeft reeds te kennen gegeven dat zij niet zal instemmen met de grondwetsverandering. Het was dus een onnodige eendagsvlieg van Sanchez (2). Deed hij dit niet puur om alleen stemmen te winnen bij de volgende verkiezingen (hij weet dat zijn regering waarschijnlijk geen lang leven is beschoren), dan was het misschien om de aandacht af te leiden van het andere nieuws van vandaag. Want daar had niemand in Spanje invloed op en zal in zeer ernstige mate haar reputatie schaden. Sanchez wilde met zijn voorstel misschien intern gezichtsverlies besparen.

Noten

(1) Eerst noemde ik in dit artikel een getal van 250.000, welke ik in El Nacional vond. Het editoriaal artikel van ARA noemt vandaag een aantal van 17.000. Ik prefereer de conservatieve benadering. Het betoog blijft echter onveranderd.

(2) Na vele onderhandelingen tussen de politieke partijen werd het voorstel, op dinsdag 18 September, in het Congres voorgesteld en goedgekeurd door PSOE, PP en C’s.

Dagboek van conseller Quim Forn vanuit de gevangenis

De conseller (Catalaanse minister) van Binnenlandse Zaken, Quim Forn, zit sinds 3 November 2017 in voorarrest wegens beschuldiging van een criminele organisatie (hij was lid van de democratisch gekozen Catalaanse regering) en misbruik van overheidsgeld voor het houden van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober 2017 (waaartoe in hetzelfde Parlement op democratische wijze werd besloten). De Catalaanse krant ARA zal zijn dagboek in delen publiceren. Hieronder volgt een fragment van de dag toen hij werd voorgeleid voor de rechter van het Audiència Nacional.

“1 December
Deze ochtend hebben we een verklaring afgelegd. Ik weet niet hoe het is gegaan. Ik ben erg nerveus en, omdat ik niet heb kunnen slapen, laat ik maar achterwege hoe de dag is verlopen. Ik ben tot de principiële conclusie gekomen dat het vervoer vanuit de gevangenis een hel is. Dit is een van de weinige dingen in mijn leven waar ik werkelijk van walg. De dag is erg vroeg begonnen. De gehele nacht heb ik geen oog dicht gedaan. We werden om half zeven wakker gemaakt en we moesten meer dan een uur wachten bij de opname afdeling van de gevangenis totdat de Guardia Civil ons naar de Audiència bracht. Tijdens het wachten waren alle consellers samen. In de hoop dat alles goed zou gaan, maar zonder euforie. Geen enkel. We werden in twee auto’s vervoerd: Rull, Turull, Romeva en ik in een busje van de Guardia Civil, en Junqueras en Mundó in een auto, ook van de Guardia Civil. Het is een kleine ruimte binnen in het busje, geheel afgesloten, zonder zicht naar buiten en met een capaciteit van vijf personen. Er is een gedempte verlichting en vanochtend was het er bitter koud. We werden geboeid en deze keer kregen we wél de veiligheidsriemen om. Deze keer hebben ze ook niet de sirene misbruikt gedurende het traject dat bijna een geheel uur duurt. Zowel Rull als ik zijn doodmisselijk geworden. We eindigden als een vaatdoek. Gedurende de gehele reis moest ik mijn ogen sluiten en was ik nat van het koude zweet. Eenmaal aangekomen bij de Audiència werden we in dezelfde cellen opgesloten als die we hebben leren kennen op 2 November. Deze keer zitten we niet alleen. In mijn geval was ik samen met Raül en Carles. De eerste die opgeroepen werd was Carles, daarna Romeva en ik als laatste.”

Gisteren vroeg Forn om zijn vrijlating om zijn moeder te kunnen bezoeken die met haar gezondheid kampt. Zijn vrijlating werd geweigerd met als argument dat hij vluchtgevaarlijk is en in herhaling van zijn misdrijf kan vallen. Dit contrasteert sterk met Dolors Bassa, die voor hetzelfde wordt aangeklaagd maar vorige maand onder politiebewaking voor enkele uren de gevangenis kon verlaten om haar moeder in het ziekenhuis te kunnen bezoeken. Het gevangen houden van de burgerleiders en politici is sowieso een misdaad. Maar de behandeling van Forn is ronduit onmenselijk.

In vergelijkbare woorden die Carme Forcadell gebruikte toen zij voorzitster van het ANC was en in 2014 tegen toenmalig president Artur Mas riep: “President, poseu les urnes” (“President, zet de stembussen”) voor het houden van een referendum, roept men nu van verschillende kanten: “President, obriu les presons” (“President, open de gevangenissen”) met hashtag #ObriuLesPresons. Het wordt hoog tijd dat de Catalaanse regering het initiatief neemt om een einde te maken aan deze onmenselijke toestand.

Conseller Quim Forn

Protestmanifestatie voor de Catalaanse Republiek

Op de nationale feestdag van Catalonië werd gisteren voor de zevende keer de manifestatie gehouden voor de onafhankelijke Republiek Catalonië. De slogan dit jaar was: “Fem la República Catalana” (“Wij bouwen de Catalaanse Republiek”). Ik had me aangesloten bij de ‘Foreign Friends of Catalonia’. Een aantal Catalanen en buitenlanders die sympathie voor Catalonië en hun zaak hebben staken de hoofden bijelkaar en organiseerden dat buitenlandse sympathiesanten de manifestatie konden meemaken. Zij werden ondergebracht bij gastfamilies en er was een interessant programma. Zondag werd de gevangenis van Lledoners bezocht, waar de mannelijke politieke gevangenen zitten. Iedere Zondagavond worden achter deze gevangenis liederen gezongen en muziek gespeeld. Indien de wind de goede kant op staat, wat die dag het geval was, kunnen de gevangenen horen wat er wordt gezongen en gespeeld. Maandag was er een conferentie met interessante sprekers waar gediscussieerd werd over het politieke conflict. Na de conferentie vond een ‘Sopar groc’ (Geel diner) plaats: een avondmaaltijd waarvan de opbrengst wordt gebruikt voor steun aan de politieke gevangenen en Catalanen die gerechtelijk vervolgd worden. Dinsdag, de dag van de Diada, kregen we een rondleiding door het paleis van de Generalitat, het gebouw van de Catalaanse regering. We werden verwelkomt en toegesproken door president Quim Torra himself. Daarna de protestbijeenkomst. Ieder met de vlag van zijn land van herkomst. Vooral de Schotten zetten de sfeer met hun liederen, tot en met in de metro op weg naar de ‘mani’. De vrienden van Catalonië kregen een plaats vooraan, dicht bij het podium.

In totaal deden volgens de lokale politie een miljoen mensen mee aan het protest. Over een lengte van zes kilometer stond de Avinguda Diagonal overvol. De enigen die ontbraken waren de politieke gevangenen en de politici en andere vervolgden in ballingschap. Hun afwezigheid drukte een belangrijke stempel op de demonstratie. Naast het geroep van ‘Independència’ (Onafhankelijkheid) werd er tevens geroepen ‘Llibertat’ (Vrijheid). Na alles wat er gebeurd is afgelopen jaar: het referendum, het politiegeweld, het toenemend geweld vanuit extreem rechtse groeperingen, de gerechtelijke vervolgingen, de schendingen van fundamentele mensenrechten en van burgerrechten, de gevangen burgerleiders en politici en de politieke vluchtelingen in Zwitserland, België en Schotland, ondanks dit alles is de roep voor een onafhankelijke Republiek niet afgenomen. Integendeel, het aantal Catalanen voor onafhankelijkheid lijkt alleen maar te zijn toegenomen. Onder hen, een aantal nieuwe buitenlandse vrienden, waaronder ook enkele Nederlanders.

O ja, en aan het eind van de mani geen flesje of papiertje op straat te vinden, he! Alles keurig schoon, op een paar peuken na 😉 Het rapport van de Mossos d’Esquadra: geen enkel incident. Net zoals de afgelopen zes jaren: volgens Catalaanse stijl.

Thanks very much @Foreign_Cat for organizing the splendid events.

De plannen van de Catalaanse regering voor komend seizoen

Deze week presenteerde president Quim Torra zijn plannen voor het komend seizoensjaar. Hij zegt dat hij vastbesloten is om te werken aan de onafhankelijkheid van Catalonië en zal geen enkele stap met betrekking hiermee achteruit doen. Hij blijft open staan voor onderhandelingen met de Spaanse president Pedro Sanchez over een nieuw referendum. Dit referendum zal echter alleen kunnen gaan over de Catalaanse onafhankelijkheid, en niet over een nieuw Catalaans Statuut zoals Sanchez deze week voorstelde. Bovendien zal het referendum onder internationaal toezicht moeten staan.

De bladzijde van een nieuw Statuut voor de autonome regio van Catalonië binnen Spanje hebben de Catalanen allang omgeslagen. Het referendum van het Statuut van 2006 ligt nog vers in het geheugen: de partijgenoot van Sanchez, ex-president Zapatero, zei bij zijn verkiezingsrede in Barcelona dat hij een voorstel voor een nieuw Statuut voor Catalonië zou steunen. Het voorstel dat het Catalaanse Parlement hem toen toestuurde werd dusdanig bijgeschaafd, dat het nog nauwelijks herkenbaar was. Toch stemden de Catalanen toen in een referendum voor dit ‘bijgeschaafde’ Statuut. Vier jaren later werd dit Statuut alsnog door een sterk gepolitiseerd Constitutioneel Hof verworpen met als argument dat de Catalanen geen volk vormen. De Catalaanse identiteit werd hierdoor dus grondwettelijk ontkent en gediscrimineerd. De vernietiging van het democratisch genomen besluit over het Catalaanse Statuut door dit politieke tribunaal, met haar sterk eenzijdige interpretatie van de Grondwet, moet als een authentieke staatsgreep worden beschouwd. Wat daarna volgde hebben we kunnen zien: de onafhankelijkheidsbeweging kwam sterk in opgang en vele rechten en overheidstaken van de Generalitat (Catalaanse regering) werden door de PP regering van Rajoy botweg ontnomen alsof er geen wetten en Statuut bestond. Nee, de Catalanen staan niet meer open voor een nieuw Statuut. Het vertrouwen in de Spaanse Staat, doordrongen van het neofascisme in al haar gelederen, is weg.

Torra zegt dat hij onder geen beding een gerechtelijke veroordeling over de Catalaanse politici en burgerleiders zal accepteren anders dan totale vrijspraak. Dit conflict zal pas ophouden te bestaan wanneer de politieke gevangenen vrij zijn. Met dezelfde woorden die Puigdemont gebruikte bij de aankondiging van het referendum: “Óf referendum (in overeenstemming met Spanje), óf referendum (als eenzijdig besluit)”, zei Torra deze week: “Óf vrijheid, óf vrijheid”. Een veroordeling van de politieke gevangenen zal een einde betekenen tussen de open houding van zijn regering om met de Spaanse regering te onderhandelen en het begin betekenen van een hooglopend conflict.

Torra deed geen concrete plannen uit de doeken met een bijbehorende tijdslijn. Daarvoor hangt te veel af van de politieke ontwikkelingen gedurende het verloop. Dat is een van de lessen die men geleerd heeft uit het referendum en de gevolgen daarvan. Maar hij gaf wel een duidelijk beeld van de rode draad van zijn regeringsperiode.

Dezelfde avond nog reageerde de Spaanse regering met een persconferentie. De regeringswoordvoerster zei dat zij open blijft staan voor dialoog, maar ook dat iedere actie van president Torra zal worden bestudeerd of deze wettig is. De volgende dag dreigde de vicepresidente met wat zij verstaan onder grondwetsartikel 155: het ontslaan van de Catalaanse regering, ontbinden van het Parlement en het opheffen van de Catalaanse autonomie. De andere unionistische partijen, PP en C’s, popelen reeds om ‘155’ opnieuw in te voeren, inclusief de opheffing van de Catalaanse radio en TV kanalen en interventie op de scholen (‘tegen de Catalaanse indoctrinatie bij de leerlingen’). De Spaanse regering besloot om 300 man Guardia Civil in Catalonië te behouden in plaats van deze over te plaatsen naar elders in Spanje, zoals in eerste instantie de bedoeling was, en stuurt deze week bovendien 600 man Policia Nacional extra uit Spanje om de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie) ‘bij te staan met de beveiliging van de overheidsgebouwen’ tijdens de manifestatie op 11 September. Sinds 2012 worden deze manifestaties gehouden. Daar doen ruim meer dan een miljoen mensen aan mee. Deze manifestaties, waar gehele families aan mee doen, zijn doorgaans feestelijk en vreedzaam van aard. Er is nooit een ruit gesneuveld, een afvalcontainer in brand gestoken of een steen gegooid. Toch vind de Spaanse president Sanchez het nodig om extra politie te sturen. Dezelfden die een jaar geleden ‘A por ellos’ (‘Tegen hen’) riepen toen ze in de bussen richting Catalonië reden, in hun vrije tijd grote problemen in de straten van de steden en dorpen veroorzaakten en op 1 Oktober op stemmers sloegen en trapten. Blijkbaar is dit de manier van ‘dialoog’ van president Sanchez. Provoceren en uitlokken van geweld is een beter woord hiervoor. Want dat is wat zijn regering en de unionistische partijen aan de wereld willen laten zien: de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging is gewelddadig en duld geen andersdenkenden.

Kijkt u goed naar de TV beelden op 11 September. Als er ergens een schermutseling van welke omvang dan ook zal plaatsvinden, zal de NOS u dit met groot enthousiasme tonen. En anders komt er wel een Nederlandse vlag in beeld. Want die zijn er ook: Nederlanders, en vele anderen van buiten Catalonië, die wél begrepen hebben dat het hier gaat over vrijheid, democratie en fundamentele rechten die door Spanje geschonden worden. Voor de doorsnee lezer misschien weing zeggende, abstracte begrippen. Totdat je ze niet meer hebt.

Een jaar geleden: het begin van het Catalaanse conflict.

Vandaag en morgen, 6 en 7 September, is het een jaar geleden dat de referendumwet en de wet voor de ‘Juridische overgang’ in het Catalaanse Parlement in behandeling werden genomen. De referendumwet moest zorgen voor het te houden referendum op 1 Oktober en de bindende gevolgen van de uitslag hiervan. De Juridische overgangswet was nodig om, indien een meerderheid zou worden behaald voor de Catalaanse onafhankelijkheid, te zorgen voor de wettelijke verandering van de Catalaanse autonome regio binnen Spanje naar de onafhankelijke Republiek van Catalonië. Deze wet werd gezien als een voorlopige grondwet totdat een definitieve grondwet voor de nieuwe Republiek in een referendum zou worden gekozen. Het was een zeer roerige plenaire vergadering in het Parlement die dag. De unionistische partijen Partido Popular, Ciutadans en de socialistische partij PSC onderbraken met grote regelmaat de vergadering, verdraaiden de feiten, dreigden met de opheffing van de Catalaanse autonomie en juridische vervolging van de politici, en hielden onnodig lang het woord. Dit gedrag, ook wel filibusterisme genoemd, gebruikten zij om de behandeling van deze wetten onmogelijk te maken. Zij vonden het debat over de wetten ongrondwettelijk. Voordat het stemmen over de wetten plaats vond, verlieten zij de vergaderzaal.

Ondanks de waarschuwing van het Constitutioneel Hof aan het bestuur van het Parlement, met aan het hoofd parlementsvoorzitster Carme Forcadell, om het debat niet te houden, ging deze toch door. Forcadell beweerde dat zij geheel volgens de wet en de parlementaire regels het debat had toegelaten. Twee politieke partijen hadden daarom gevraagd, hetgeen genoeg was om het debat op de agenda te zetten. Dat het verboden is om te debatteren over een bepaald onderwerp, zoals het Constitutioneel Hof beweerde, noemde zij onacceptabel in een democratie. “Het Parlement is een soeverein instituut en is alleen verantwoording schuldig aan het volk dat haar gekozen heeft. In een democratie kan over ieder onderwerp worden gedebatteerd. Niemand buiten dit Parlement kan zo’n debat verbieden. Een verbod hiervan is een inbreuk op het recht van vrije vergadering en van vrije meningsuiting.”

Forcadell werd voor het houden van dit debat op 9 November gevangen gezet wegens wettelijke ongehoorzaamheid. Na he betalen van een borg werd zij na een dag weer vrij gelaten. Op 23 Maart werd zij, samen met presidentskandidaat Jordi Turull en drie andere afgezette ministers, opnieuw in voorlopige hechtenis gezet vanwege ‘nieuw opgedoken feiten’, aldus onderzoeksrechter Llarena. Volgens het rapport van de Guardia Civil, welke de rechter klakkeloos overneemt (inclusief grove leugens zoals de gewelddadige weerstand in het niet-bestaande dorp Sant Esteve de les Roures), zouden de politici een criminele organisatie vormen en worden daarom aangeklaagd wegens rebellie. Deze aanklacht komt er op neer dat zij met gewapend geweld getracht zouden hebben om de Spaanse gevestigde orde omver te werpen. De onderzoeksrechter arriveert tot deze conclusie door te redeneren dat de Catalaanse politici verantwoordelijk zijn voor het geweld welke de Spaanse politie en Guardia Civil tijdens het referendum van 1 Oktober hebben gepleegd. De Duitse rechtbank zag dit echter geheel anders en weigerde daarom president Puigdemont aan Spanje uit te leveren voor deze misdaad. Door de verzinsels en de verdraaiingen van de realiteit door de rechter worden de politici in voorwaardelijke hechtenis gehouden en worden zij gebruikt als politieke gijzelingen om de ontwikkelingen in Catalonië te beïnvloeden. Kamervoorzitster Forcadell wordt nu dus reeds 168 dagen van haar vrijheid berooft, enkel en alleen vanwege het houden van een Parlementair debat.

Onlangs kwam het Constitutionele Hof met de uitspraak dat het debat op 6 en 7 September 2017 in het Parlement legaal is geweest en dat de kamervoorzitster zich aan de wet en de parlementaire regels had gehouden. Door deze uitspraak zou Forcadell dus onmiddellijk moeten worden vrijgelaten. Zij zit echter nog steeds gevangen. Het excuus van rechter Llarena is dat zij in herhaling van haar misdaad kan vallen. Ondanks het feit dat zij geen lid meer is van het Parlement, laat staan kamervoorzitster. Een strikte voorwaarde die nodig is om in herhaling van de zogenaamde ‘misdaad’, het organizeren van een parlementair debat, te kunnen vallen. Een ander argument is het vluchtgevaar naar het buitenland. Dit argument is inderdaad niet geheel ondenkbaar; wie zou er niet vluchten uit een land waar vrouwe justitie blinkt door haar afwezigheid? Als laatste argument gebruikt Llarena dat Forcadell verdacht wordt van lidmaatschap van een criminele organisatie. Deze bende zou volgens hem bestaan uit de leiders van de burgerbewegingen, president Puigdemont, zijn ministers en tal van andere, democratisch gekozen, politici.

Door dit debat, vandaag een jaar geleden gehouden, voelde de Spaanse Staat, het zogenaamde regiem van de democratische overgang, zich voor het eerst sinds de dood van Franco werkelijk bedreigd. Voor het eerst was er binnen Spanje een Parlement dat daadwerkelijk een democratisch besluit zou nemen en de voortzetting van het Franco regiem, onder het mom van een parlementaire monarchie (Franco heeft Juan Carlos als zijn directe opvolger aangwezen) in gevaar zou brengen. Ook is achteraf duidelijk geworden hoe de unionistische partijen hun dreigementen waar hebben durven te maken: politiegeweld tegen haar burgers, opschorting van de Catalaanse autonomie, gerechtelijke vervolgingen, schendingen van fundamentele rechten en het verval van de Democratische Rechtsstaat. Spanje (in de breedste zin van het woord: de Staat met haar overheden, haar burgers en haar politieke leiders) heeft dit er voor over enkel en alleen om de Spaanse eenheid te behouden.

Door het debat over de referendumwet en de juridische overgangswet in het Parlement toe te laten, verdedigde Forcadell juist de rechten van de gekozen leden”, aldus de huidige voorzitter en drie ex-voorzitters van het Parlement in een gezamenlijk artikel in La Vanguardia. Het gevangen zetten en houden van Forcadell noemen zij een flagrante juridische barbariteit. Dit debat vormde het begin van het politieke conflict tussen Catalonië en Spanje en is voorlopig nog niet van de baan.

Onderzoeksrechter Llarena naar de Belgische rechtbank

Zoals eerder vermeld, wordt de onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof Llarenaop 4 September opgeroepen voor de Belgische rechtbank. De politici die in België in ballingschap zijn, hebben daar een aanklacht tegen de rechter ingediend wegens zijn partijdigheid in hun zaak. Aanleiding voor de aanklacht waren opmerkingen van de rechter op een conferentie in Ovieu waarin Llarena beweerde dat zij geen politieke gevangenen en ballingen zijn. Dit is een politieke uitspraak en ongehoord voor een rechter die belast is met het desbetreffende onderzoek. Llarena heeft de steun gevraagd, en gekregen, van de Hoge Raad. Dit is de juridische top, aangesteld door de Spaanse politiek, die weer de rechters aanstelt. Deze Raad heeft de Spaanse regering daarom gevraagd om rechter Llarena en het Spaanse juridische systeem voor de Belgische rechtbank te verdedigen. De regering van Pedro Sanchez heeft gister laten weten dat zij zich in deze rechtszaak persoonlijk verantwoordelijk zal stellen en een Belgische advocaat zal zoeken die haar zal verdedigen.

In een radiointerview noemde de afgetreden rechter Elpidio José Silva de actie van de Hoge Raad ongrondwettelijk en is dit een indicatie van crimineel gedrag wegens samenspanning. Silva is lid van de groep juristen voor democratie ‘Atenes’. Zij klagen de juridische top, de Hoge Raad, het Constitutioneel Hof en de regering van Rajoy aan wegens hun herhaaldelijk onwettelijk handelen in dit politieke conflict.

In een interview met de krant Vilaweb, zegt de advocaat van de politici die in ballingschap in België verblijven, Gonzalo Boye, dat de Spaanse regering op haar woorden terug is gekomen. Nu zegt zij dat zij alleen de juridische onaantastbaarheid van de de Spaanse justitie in België zal verdedigen, maar niet de uitspraken van Llarena. Dit alles is volgens Boye onmogelijk. Het betreft een burgerrechtszaak. ‘Indien je gaat scheiden van je vrouw, kan niet je schoonmoeder voor de rechter verschijnen om de scheiding te regelen’, zegt hij. Llarena is zelf verantwoordelijk voor zijn verdediging. Indien hij, of zijn advocaat, niet bij de Belgische rechtbank komt opdagen, dan vlucht hij voor justitie. Dit wordt in burgerrechtelijke termen een ‘rebel’ genoemd. Een bekend voorkomende term hier sinds de afgelopen maanden: de Catalaanse politici worden aangeklaagd voor rebellie, in deze zin met gebruik van gewapend geweld, omdat zij een referendum hebben gehouden.

Llarena verschuilt zich achter het excuus dat hij niet zelf is aangeschreven door de Belgische justitie en daardoor de aanklacht nooit ontvangen heeft. Advocaat Boye zegt in het interview dat de aanklacht van 5 Juni naar het Spaans is vertaald, verzegeld op echtheid en hem een kopie is verstuurd. ‘Llarena en de Spaanse justitiële top zijn wanhopig, want zij weten zelf ook wel dat hun gedrag niet klopt’, zegt hij.

Omdat de Spaanse regering van Rajoy, samen met haar politieke gedoogpartners C’s en PSOE, nooit heeft willen onderhandelen over het Catalaans politieke conflict en alles heeft aangeklaagd bij, en overgelaten aan, justitie, bevind de Spaanse Rechtsstaat zich nu op een hellend vlak dat niet meer te stoppen is. Door de innige samenwerking tussen de politiek en justitie, is de scheiding tussen deze machten flinterdun geworden. Steeds meer vertoont de Rechtsstaat haar barsten. Steeds meer zal de Internationale gemeenschap, waaronder de Europese lidstaten (maar niet de EU zelf), begrijpen waarom Catalonië zich van Spanje wil afscheiden en ‘een gewoon land’ wil worden. Dat is het enige wat men hier wil.

Eerbetoon aan de slachtoffers en dienstverleners bij de terroristische aanslag

Gisteren was het een jaar geleden dat de terroristische aanslag in Barcelona plaats vond. Dit werd herdacht in bijzijn van de burgermeesteres, de Generalitat, de president en de koning van Spanje, waar de herdenking van de slachtoffers centraal stond. Er werden bloemen gelegd op het mozaïek van Joan Miro, midden op de passage van de Ramblas waar het busje stopte dat in totaal zestien slachtoffers had gemaakt.

De Catalaanse politieke partijen en de burgerorganisaties ANC en Omnium Cultural waren afwezig bij deze plechtigheid als protest tegen de aanwezigheid van de koning. Felipe VI heeft goede banden met het regiem van Saudi Arabië, welke de Islamitische Staat steunt, en verkoopt er wapens aan. Afgelopen jaar steeg de wapenverkoop van Spanje aan dit regiem met zo’n 30%.

Als alternatief kozen de Catalaanse partijen om een eerbetoon aan de hulpdiensten en de Mossos d’Esquadra (de Catalaanse politie) te houden. Het politieke hoofd van de Mossos en minister van Binnenlandse Zaken op dat moment, Quim Forn, zit in de gevangenis Lledoners, nabij de stad Manresa. Besloten werd om de manifestatie naast deze gevangenis te houden.

Lledoners gevangenis met Montserrat op de achtergrond

Dus togen mijn vrouw en ik ook naar deze plek. Vanuit onze woonplaats werd door het ANC een bus geregeld. Gezien de vele inschrijvingen moest er een groot formaat bus worden gehuurd. Die middag regende het pijpenstelen. Het leek er op dat de mensen zich niet hadden laten tegenhouden door het weer: er stond een lange file van auto’s en bussen richting de plek bij de gevangenis waar de akte zou plaats vinden. Het bouwland rondom de gevangenis is kaal, daar de oogst al binnen is gehaald. Twee grote velden aan weerszijden van de gevangenis werden daarom aangewezen als parkeerplaatsen. Vanwege de modder werden de bussen op het terrein van een houtzagerij geparkeerd. Vandaar moesten we naar het veld achter de gevangenis lopen. Dwars over het kale bouwland of over een weggetje. Het leek niet veel uit te maken. De rode klei kleefde met evenveel enthousiasme aan de schoenen. Dus kozen we voor de kortste weg dwars door de velden. ‘Daar zitten ze. Waarschijnlijk in de tweede vleugel’, zei ik tegen mijn vrouw die hier voor het eerst kwam. Op het veldje stond een podium onder een grote tent. President Quim Torra zou vooraf aan de plechtigheid een bezoek aan Quim Forn in de gevangenis brengen. Sprekers waren de leiders van de burgerorganisaties, een woordvoerster van de brandweer, de echtgenote van Quim Forn en, als laatste, president Torra. Tijdens de spreekbeurten stopte het eindelijk met regenen. Paraplu’s konden worden opgeborgen, zij het niet voor lang. Het bleef druilerig die avond. Wij stonden aan de rand van het veld, grenzend aan de gevangenis. Alleen het weggetje rondom het complex, de goederenspoorweg van de zoutmijnen van Suria die daar ligt ingegraven, en het prikkeldraad scheidde ons van het gevangenisterrein. Toen de spreekbeurten waren afgelopen, speelde tot slot iemand een stukje muziek op een viool. Ter afsluiting zong men het Catalaanse volkslied. Een volk dat niet stopt met het zingen voor haar vrijheid, in de regen en de modder voor een gevangenis waar hun leiders zitten, zijn winnaars. Niet de machtigste Staat ter wereld kan zoiets blijven negeren en weerstaan. Vroeg of laat moet Spanje toegeven en zullen de Catalanen hun vrijheid verkrijgen.

Eerbetoon en manifestatie bij de gevangenis

Daarna aardde de bijeenkomst in een manifestatie voor de vrijheid van de politieke gevangenen: de twee leiders van de burgerorganisaties en vijf ministers van president Puigdemont. Richting de cellen riep men: ‘Llibertat!’ (‘Vrijheid!’), ‘Independència!’ (‘Onafhankelijkheid!’) en: ‘No esteu sols!’ (‘Jullie zijn niet alleen!’). Opeens zagen we een arm uit één van de raampjes van de cellen steken. De persoon daar zwaaide krachtig rond met een geel T-shirt of een sjaal. Groot enthousiasme onder de menigte, gefluit en nog meer geroep ‘Jullie zijn niet alleen!’. Gezien de lange arm en de kracht waarmee het doek werd rondgezwaaid, moet het minister Raul Romeva zijn geweest. Hij is bijzonder lang van bouw en zeer sportief ingesteld. Ik heb me laten vertellen dat het zwembad in de gevangenis sinds lange tijd weer open is. Romeva is een enthousiast zwemmer en kan er als toezichthouder en reddingszwemmer dienen.

Daarna toog men terug naar de auto’s en de bussen die stonden te wachten. De stilte rond de gevangenis keerde weer terug. ‘De isolatie, het afgesloten zijn van contacten met familie, vrienden en collega’s is het zwaarste van alles’ zei onlangs één van de gevangen politici. Toen brak de lucht open. De ondergaande zon was nog net te zien. Tussen de laaghangende wolken boven de geheuvelde velden verscheen een regenboog. Het was de regenboog van hoop.

Een jaar na de terroristische aanslagen in Barcelona en Cambrills

In de namiddag zeventien Augustus 2017 vond een massale aanrijding plaats op de wandelpassage van de Ramblas in hartje Barcelona, de drukste en meest toeristische plek van de stad. Er werden toen 130 mensen gewond en er kwamen veertien mensen om het leven. Later steeg dit aantal naar vijftien slachtoffers. De Catalaanse politie (Mossos d’Esquadra) sloten de stad af op zoek naar de dader(s). Het bleek om een enkele dader te gaan. Hij werd twee dagen na de aanslag buiten Barcelona aangetroffen en dood geschoten omdat hij een bomvest droeg, welke achteraf vals bleek te zijn.

De avond voor de aanslag vond een explosie plaats in een villa in de plaats Alcanar, nabij Tarragona. De Mossos deden er onderzoek naar. In eerste instantie dacht men dat het om een drugslaboratorium ging. Toen de politie echter na een tweede explosie bepaalde gassen registreerde van het explosief TATP, wist men dat het om de voorbereiding ging van een terroristische aanval.

Op 18 Augustus om 1:00 in de ochtend probeerden vijf jongeren van Marokkaanse afkomst op de boulevard van de badplaats Cambrills mensen aan te rijden en met messen te steken. Dit lukte echter slechts gedeeltelijk doordat er een politiecontrole werd gehouden. Er kwam toen één slachtoffer om. De vijf daders werden dood geschoten.

Men ontdekte dat de twee aanslagen en de explosie in de villa in Alcanar aan elkaar waren gerelateerd. Alle daders kwamen uit het dorp Ripoll. In de villa vond men onder andere DNA materiaal van de geestelijke leider van dit dorp, Abdelbaki Es Satty. Alles lijkt er op te wijzen dat hij de jongeren had geradicaliseerd en zijn contacten in het buitenland, waaronder in België en Frankrijk, had gebruikt bij de voorbereiding van de explosieven. De Imam had vier jaar lang gevangen gezeten wegens drugssmokkel. Tijdens zijn gevangenschap werd hij meerdere malen door de Spaanse politie en de geheime dienst, de CNI, bezocht. Na zijn gevangenschap werd hij niet Spanje uitgezet, zoals gebruikelijk is bij een buitenlands veroordeelde misdadiger.

Bij zijn vestiging in Ripoll werd de Catalaanse politie niet geïnformeerd over zijn crimineel verleden. Toevallig kwam zij er via de Belgische politie achter dat Es Satti in Spanje was veroordeeld. Hij kon zich daarom niet in België vestigen. De Catalaanse politie had geen vrije toegang tot de nodige informatie van de Spaanse politie en tot Europol. Hoewel het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken na de aanslag beloofde hier verandering in te brengen, heeft de Mossos d’Esquadra nog steeds geen toegang tot Europol.

De Spaanse pers ontdekte dat de Imam met grote waarschijnlijkheid een informant van de geheime dienst was. Het is bekend dat Es Satti tot twee maanden voor de aanslag bezoek kreeg van de Spaanse politie en Guardia Civiel. Naar aanleiding over de persberichten dat Es Satty informant van het CNI zou zijn, informeerde het hoofd van de inlichtingendienst de politici van het Congres. Dit interview vond achter gesloten deuren plaats. De grootste politieke partijen in het Spaanse Congres, PP, haar coalitie genoot C’s en PSOE weigeren daarnaast een parlementair onderzoek naar de aanslag in te stellen. Zo’n onderzoek zou dan een openbaar karakter hebben. Blijkbaar willen de regeringspartij en haar gedoogpartners geen openheid van zaken geven.

De aanslag vond plaats kort voordat het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid zou worden gehouden. Deze was gepland op 1 Oktober. De Spaanse overheid was hier fel op tegen. Direct na de aanslagen wilde de Spaanse vicepresidente, Soraya Sáenz de Santamaría, de noodtoestand uitroepen en het leger in de straten van Barcelona en Catalonië laten patrouilleren. Dit ging toen uiteindelijk niet door omdat de Mossos d’Esquadra de terroristische bende geheel had ontmanteld en zij volledig controle over de situatie leken te hebben. De aanwezigheid van het leger zou het referendum hebben bemoeilijkt *.

De Catalaanse politie en de Generalitat reageerden op zeer adequate wijze na de aanslagen. Hierdoor speelden de Spaanse politie en overheden nagenoeg geen rol. Het optreden van de Mossos met betrekking tot de ontmanteling van de terroristische cel en van de Generalitat met betrekking van de opvang van de slachtoffers en hun familie werd internationaal zeer gewaardeerd. Kortom, de Catalaanse autonome regio liet zien dat zij zelfstandig, als een onafhankelijke staat, een crisissituatie goed weet af te handelen. De Catalaanse minister van Binnenlandse Zaken, Quim Forn, zei toen dat Spanje dit niet leuk zal vinden en dat zij vroeg of laat verhaal zal komen halen. Na het referendum werd Forn gevangen gezet wegens het medeondertekenen van de verklaring van de Catalaanse Republiek. De Mossos kwamen onder direct toezicht van het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit frustreerde het onderzoek door de Catalaanse autoriteiten.

Hoewel veel over de aanslag bekend is geworden, zijn er nog zeer vele en dringende vragen die roepen op een antwoord. Waarom kon de Imam zich vrij vestigen in Ripoll zonder dat de Mossos werd geïnformeerd? Wat heeft Spanje te verbergen met een interview van de directeur van het CNI achter gesloten deuren en de weigering van een parlementair onderzoek? Waren de aanslagen te danken aan nalatigheid van de Spaanse overheden? Of, erger nog, liet zij de aanslagen toe om deze te gebruiken als politiek middel om het referendum te voorkomen? Gezien de recente geschiedenis van Spanje met haar Staatsterrorisme (waaronder de GAL affaire door de socialistische president Gonzales), het politiek gebruik van terroristische aanslagen en van de slachtoffers (zoals bij de aanslag van 11 Maart 2004, vier dagen voor de Spaanse verkiezingen), zijn dit legitieme vragen.

Maar vandaag is het geen dag van vragen en kritiek, van protest tegen een koning die wapenhandel drijft met Saudi Arabië, een regiem dat Daesh steunt, en dan het cynisme heeft Barcelona te betreden om de slachtoffers te herdenken. Vandaag is het een dag van het leggen van bloemen, van herdenking en van stilte aan de slachtoffers van een vreselijke aanslag, een jaar geleden.

* De stembussen werden via Frankrijk in China aangekocht en, samen met de in Frankrijk gedrukte stembriefjes, Catalonië binnengesmokkeld en clandestien verdeeld naar de stemlokalen.

Gerechtelijke vervolging van de rechter

De Catalaanse politici die in Waterloo, België, verblijven zitten ondertussen ook niet stil. Met behulp van hun advocaten hebben zij opperrechter Llarena bij de Belgische justitie aangeklaagd wegens zijn partijdigheid en de schendingen van hun fundamentele rechten. De Belgische rechtbank roept Llarena daarom op om een verklaring af te komen leggen op 4 September aanstaande. Dat dit de rechter niet lekker zit, mag blijken uit het feit dat hij officiële bescherming heeft aangevraagd bij de Hoge Raad. Hoewel hij niet verplicht is om te verschijnen, en dit hoogst waarschijnlijk ook niet zal doen, is hij bang dat zijn juridische onschendbaarheid als onderzoeksrechter zal worden opgeheven. Hij vreest zelfs dat er beslag op zijn eigendommen zou kunnen worden gelegd. Dezelfde rechter, die de juridische onschendbaarheid van de Catalaanse parlementariërs met voeten treedt, hen torenhoge borgsommen oplegt en hen alsnog van hun vrijheid beroofd, hun fundamentele rechten aantast en zijn macht als rechter misbruikt voor politieke doeleinden, krijgt nu koek van eigen deeg.

Op aandringen van de voorzitter van het Hooggerechtshof en van de Hoge Raad, Carlos Lesmes, heeft de Spaanse minister van buitenlandse zaken, Borell, aan de Belgische ambassadeur gevraagd of zijn regering de aanklacht tegen Llarena en de Spaanse justitie tegenover de Belgische rechtbank op zich wil nemen en zijn juridische onschendbaarheid wil verdedigen. De minister van Buitenlandse Zaken bij onze zuiderburen heeft Borell uitgelegd dat dit zo niet werkt in een Rechtsstaat. In Spanje vind men dit dus geheel gewoon, anders had Borell zoiets nooit durven vragen. Men verbaast er zich zelfs over dat een bevriende Europese mogendheid Spanje niet helpt in zo’n affaire die zij onomwonden een STAATSGREEP noemen.

Beetje bij beetje begint Europa in te zien wat Spanje onder een democratische Rechtsstaat verstaat. Beetje bij beetje zal de internationale gemeenschap begrijpen waarom Catalonië niet meer bij Spanje wil horen. Beetje bij beetje zal deze slag van Waterloo worden gewonnen.

Nawoord
De Hoge Raad heeft besloten om opperrechter Llarena te steunen. Zij beschouwt de aanklacht van Puigdemont en zijn ministers in België als ‘een geplande aanval tegen de onafhankelijkheid van Llarena met betrekking tot de leiders van de Catalaanse onafhankelijkheid om daarmee het gerechtelijk proces te beïnvloeden’. In een brief aan de Spaanse regering vraagt de voorzitter van de Hoge Raad en het Hooggerechtshof, Lesmes, daarom om de ‘juridische integriteit en immuniteit’ tegenover de Belgische rechter te verdedigen. ‘Met het in twijfel trekken van de objectiviteit van Llarena wordt de Spaanse Rechtsstaat, de pilaar van de democratie, aan de kaak gesteld.’

De Spaanse regering is echter niet bevoegd om de Spaanse de rechter in het buitenland te vertegenwoordigen. En dat weten deze rechters ook wel. De brief van de Raadsvoorzitter aan de Spaanse regering toont bovendien iedere afwezigheid van onafhankelijkheid tussen de uitvoerende en wetgevende machten. Waarom kan rechter Llarena niet gewoon aan de Belgische rechter uitleggen dat zijn onderzoek objectief en onafhankelijk is? Twijfelt hij zelf dat zijn werk deze test niet kan doorstaan? Gezien het incoherente handelen van Llarena en de Hoge Raad, wordt de Spaanse justitiële top blijkbaar wat nerveus.