Stoelendans onder rechters

(750 woorden)

In 2013 oordeelde de Europese Raad dat de aanstelling van de rechters in de Hoge Juridische Raad en de hoogste Spaanse rechtbanken, het Hooggerechtshof, de Audiencia Nacional en het Constitutioneel Hof, nogal discutabel is. De rechters daar worden direct door de politiek aangesteld. Zij worden daarbij niet beoordeeld op hun opleiding, ervaring en geleverde prestaties, maar op hun politieke affiniteit of lidmaatschap van politieke partij. Dit heeft niet alleen tot gevolg dat de rechters worden gekozen op basis van een politiek criterium, maar ook dat de kwaliteit van de rechtspraak nogal eens te wensen over laat. De Belgische en Duitse justitie kunnen daarover meepraten. Ook lijdt de Spaanse justitie is in deze hoge regionen lichtelijk aan nepotisme. Maar dat terzijde. Wint de Partido Popular de politieke onderhandelingen, dan komt er een rechter met een conservatief profiel, zoals dat heet. Wint de socialistische partij PSOE, dan is het een ‘progressieve’ rechter die de scepter zal gaan zwaaien. Meestal zijn de verschillen moeilijk te vinden, zeker wanneer het gaat om het veroordelen van Catalanen of een Catalaanse zaak. De Europese Raad beveelde Spanje aan om het systeem van het aanstellen van de rechtelijke macht te veranderen om zodoende de Spaanse democratie te versterken. De Raad gebruikt natuurlijk zeer diplomatieke taal in haar aanbevelingen. In gewone woorden zegt ze dat de Spaanse justitie gewoon een gedrocht is waarin de rechtbanken bezet worden door politici die politieke uitspraken doen, iets wat onoorbaar is in een democratie en onacceptabel voor een lidstaat van de EU. Maar Spanje schijnt dat maar niet te begrijpen en gaat op dezelfde leest door.

President Pedro Sanchez had belooft verandering in het systeem voor het aanstellen van de opperrechters aan te brengen. Welnu, onlangs bleek opnieuw dat de socialistische president trouw blijft aan de traditie van zijn partij en een verkiezingsbelofte slechts ziet als een legitieme smoes om op de presidentszetel te komen. Met minachting voor de scheiding van de machten, de fundamentele pilaren van een democratie, deden de PP en PSOE de afgelopen dagen handjeklap over de aanstelling van de rechters alsof het een ordinaire politieke affaire betreft.

In December loopt de ambtstermijn van de voorzitter van de Hoge Juridische Raad en tevens president van het Hooggerechtshof, Carles Lesmes, af. Dezelfde die afgelopen weken het Spaans juridische systeem in volkomen diskrediet heeft gebracht door een uitspraak van het Hooggerechtshof in een achterkamer terug te draaien. En dus moet er nu een opvolger voor hem worden gezocht. De nieuwe voorzitter wordt dus, zoals gezegd, geheel volgens traditie tussen de twee grootste Spaanse politieke partijen, Partido Popular en PSOE, beklonken. De partijen kwamen overeen dat de ultraconservatieve rechter en aanhanger van Aznar (de harde lijn binnen de PP), Manuel Marchena de nieuw voorzitter van de Hoge Juridische Raad en president van het Hooggerechtshof zal worden. Momenteel is hij voorzitter van de strafkamer van het Hooggerechtshof. Dat is de kamer die de Catalaanse politici en burgerleiders zal veroordelen voor het houden van het referendum van 1 Oktober. Zijn plaats in de strafkamer valt nu dus open en wordt ter compensatie op voordracht van de socialistische partij PSOE opgevuld door ene Andrés Martínez Arrieta. Deze rechter heeft in theorie dus een progressief profiel. Ten opzichte van zijn ultra conservatieve voorganger is dat echter geen erg grote prestatie. Daarnaast heeft hij ook een reputatie als bevooroordeelde en partijdige rechter verworven, waaronder bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens. Dit Europese Hof tikte genoemde rechter op de vingers omdat hij in 2011 vier reeds veroordeelde agenten van de Guardia Civil onterecht had vrijgesproken wegens het martelen van twee Basken. Ook was deze magistraat lid van het tribunaal dat het oordeel tegen de politicus Arnaldo Otegi bevestigde dat hij lid van de Baskische afscheidingsbeweging ETA zou zijn. Hetzelfde Europese Hof gaf Otegi vorige week gelijk dat hij onterecht was veroordeeld door een partijdige rechtbank.

Martínez Arrieta was ook de man die de aanklacht van de Spaanse openbaar hoofdaanklager José Manuel Maza accepteerde tegen de Catalaanse leiders in verband met het referendum van 1 Oktober 2017. Weliswaar is deze aanklacht een ware proza van veronderstellingen, verdraaiingen en verzinsels, maar zij heeft in de verste verten niets met een juridisch document van doen over voldongen feiten, zoals een gepleegde misdaad met bewijzen. Doordat Martínez Arrieta deze aanklacht accepteerde, kon Llarena het gerechtelijk onderzoek uitvoeren en het welbekende Europese uitleveringsbevel tegen Puigdemont c.s. indienen. We weten allemaal wat daarvan geworden is. Met dit perspectief gaan we de komende maanden dus zien of deze rechter de Catalaanse leiders gaat veroordelen worden wegens rebellie en misbruik van overheidsgeld.

De wraak van het Tribunal de Comptes

(570 woorden)

Op 9 November 2014, vier jaar en vier dagen geleden, organiseerde de toentertijd Catalaanse president Artur Mas een populaire volksraadpleging. Het betrof toen geen referendum met bindende consequenties, zoals het referendum van 1 Oktober 2017, maar gewoon een peiling om te weten hoe de Catalaanse bevolking dacht over een onafhankelijk Catalonië. De vraag was verdeeld in twee fasen: ‘Wilt u dat Catalonië een staat wordt? Zo ja, wil u dat deze staat onafhankelijk zal zijn? Het Grondwettelijke Hof verbood Mas om het consult te houden. Zelfs het houden van een opiniepeiling is blijkbaar een ware bedreiging voor de Spaanse democratie. Om niet ongehoorzaam te zijn tegen de wet en de rechtbank, liet Mas het consult op het laatste moment door de bevolking zelf uitvoeren. Wel stelde de minister van onderwijs de scholen ter beschikking als stemlokalen (het consult werd op Zondag gehouden) en nieuwe Personal Computers voor het controleren van de identiteit en het registreren van de stemmers. Deze PC’s werden daarna gebruikt door de leerlingen van het vervolgonderwijs. Alles was keurig gedocumenteerd aan de hand van facturen dat er na het verbod door het Constitutioneel Hof geen enkele aankoop of contract meer gesloten was en dat de PC’s daadwerkelijk voor het onderwijs waren aangekocht en daarvoor werden gebruikt. Mas en zijn regering bleven gehoorzaam aan de Spaanse wetgeving, precies zoals dat in de wet staat en aan de hand van de juridische precedenten kan worden afgeleid.

Desalniettemin werden Artur Mas en vier van zijn ministers indertijd door het Catalaanse Hof veroordeeld wegens wettelijke ongehoorzaamheid. Maar zij werden vrijgesproken voor verduistering en verkwisting van overheidsgeld. Dit vonnis werd later bekrachtigd door het Spaanse Hooggerechtshof: Mas en zijn ministers hadden geen publiek geld verkwist.

De ultranationale Spaanse burgerorganisatie Societat Civil (Geciviliseerde samenleving, haar naam onwaardig) en de fascistische politieke partij VOX klaagden Mas en zijn ministers na hun proces aan bij een andere rechtbank, het Tribunal de Comtes (De rekeningenrechtbank). Deze politieke groeperingen zochten geen rechtvaardigheid, maar wraak omdat zij de uitspraak van de Catalaanse rechtbank en het Hooggerechtshof te zachtaardig vonden. De rekeningenrechtbank accepteerde de aanklacht geheel tegen de wet en juridische procedures in, daar de Catalaanse politici waren vrijgesproken voor dit delict. Gisteren oordeelde deze rechtbank, met als rechter ex-minister van de PP president Aznar (zijn broer schijnt er trouwes ook te werken), dat Mas, zijn ministers en vijf andere politici 4,9 miljoen Euro’s hebben misbruikt voor de volksraadpleging. Dit bedrag kan tot 5,2 miljoen Euro’s oplopen indien rekening wordt gehouden met de verloren rente.

De advocaat oordeelt dat deze uitspraak buitenproportioneel is. Ondanks dat uit de documenten blijkt dat de PC’s (de grootste kostenpost) voor het onderwijs zijn gebruikt en ondanks dat er geen enkel contract voor websites of propagandamateriaal na het verbod meer werd afgesloten, accepteert de rechter deze bewijzen niet. Mas en zijn ministers kunnen in beroep gaan bij dezelfde rechtbank en vervolgens bij het Hooggerechtshof waar zij al eerder voor dit delict werden vrijgesproken. Ondertussen moeten ze wel eerst dit bedrag neerleggen. Hun bezittingen zoals huizen en bankrekeningen, zijn in beslag genomen. De burgerbeweging ANC doet (voor de zoveelste maal) een oproep aan de Catalaanse samenleving voor hun solidariteit. Het is voor het eerst sinds het bestaan van het Tribunal de Comptes, dat reeds vele corrupte politieke partijen en organisaties heeft veroordeeld (zoals de megacorruptie zaak Gürtel waarin de PP is betrokken), dat de veroordeelden de schade moeten vergoeden. De hele zaak stinkt naar ongerechtigheid en revanche. In eenzelfde jurisdictie, eenzelfde rechtssysteem, wordt iemand óf veroordeeld, óf vrijgesproken. Je bent schuldig aan het misbruiken van vijf miljoen Euro’s, of je bent onschuldig. Allebei tegelijk is onmogelijk. Het heeft er daarom alle schijn van dat dit Tribunaal als doel  heeft om een waarschuwing naar de huidige Catalaanse politieke leiders uit te stralen. Om angst en verdeeldheid te zaaien dat ze het niet opnieuw in hun hoofd halen om ook maar iets te ondernemen, al is het legaal, wat Spanje niet zint.

Selectief terrorisme

(435 woorden)

Gisterochtend werd gemeld dat een man uit de Catalaanse stad Terrassa van plan is geweest om president Sánchez te vermoorden. Manuel Murillo, zoon van de laatste burgermeester van Rubi onder het Franco regiem, is een enthousiast beoefenaar van de schietsport. De politie kreeg een waarschuwing van iemand dat Murillo via een WhatsApp groepje van ultrarechtse vrienden hulp zocht voor het plegen van de aanslag. De politie trof in zijn woning een indrukwekkend arsenaal aan wapens aan: zestien vuurwapens waaronder geweren voor hoge precisie en bijbehorende munitie. Murillo wilde een aanslag op de president plegen omdat deze besloten heeft om de stoffelijke resten van generaal Franco over te plaatsen naar een privé familiegraf. Sánchez wil af van het bedevaartsoord voor extreem rechtse fanaten waar Franco nu ligt begraven, in de tombe van de problematische Vallei van de Gevallenen. De schutter is in voorlopige hechtenis genomen, maar hij wordt niet beschouwd als terrorist. Hij wordt daarom ook niet voorgeleid bij het Audiencia Nacional, dat dergelijke misdrijven behandeld.

Dat werden wel Adrià Carrasco en Tamara Carrasco, twee jongeren van het CDR (Commissie ter Verdediging van de Catalaanse Republiek) die afgelopen Paasvakantie een autoweg versperden en de slagboompjes van de tolpoorten hadden opengezet zodat de automobilisten gratis konden doorrijden. Bij de huiszoeking bij Adrià nam de Guardia Civil, volgens het verhaal zijn moeder, een schoenveter mee die zij bestempelden als een lont die gebruikt zou kunnen worden voor het maken van een bom. De politie vond Adrià echter niet thuis aan want deze was gevlucht naar België en wacht nu op de beslissing van de justitie aldaar of hij aan Spanje zal worden uitgeleverd. Tamara werd wél gearresteerd en meegevoerd naar Madrid om te worden voorgeleid bij het Audiencia Nacional wegens terrorisme. Zij werd weliswaar vrij gelaten, maar mag het terrein van de gemeente van haar woonplaats Viladecans al zeven maanden niet verlaten. Ook niet om haar ernstig zieke moeder te kunnen bezoeken. Deze week besloot de rechter van het Audiencia Nacional dat de CDR leden niet voor terrorisme zullen worden aangeklaagd en hun zaak door een gewone rechtbank kan worden afgehandeld. De argumenten van de Guardia Civil, waaronder de schoenveter, waren blijkbaar niet erg overtuigend. Maar de bewegingsbeperkingen voor Tamara zijn nog steeds van kracht. Adrià speelt op zeker en blijft voorlopig nog even in België totdat de Spaanse lucht geheel is opgeklaard.

Als je extreem rechts bent, is het voor justitie blijkbaar erg ingewikkeld om te worden aangemerkt voor terrorisme. Voor Catalanen die een tolpoortje open zetten, een vreedzame protestbijeenkomst voor de deur van een ministerie houden of een referendum organiseren ligt dit criterium heel anders.

President Sánchez fluit het Hooggerechtshof terug

(270 woorden)

Begin deze week besloot het Hooggerechtshof om de gerechtelijke uitspraak van ditzelfde Hof terug te draaien. In dat oordeel had het Hof geoordeeld dat de banken de hypotheekbelastingen met terugwerkende kracht moeten betalen en niet de cliënt. Het overgrote deel van de Spaanse samenleving vond dit zich zeer onwaardig reageerde hier zeer boos over. Alle politieke partijen weigerden de beslissing van het Hooggerechtshof te accepteren. Waaronder ook de Partido Popular, PSOE en Ciutadans, die al die jaren roepen dat zij de veroordelingen van de Spaanse justitie respecteren, zeker wanneer het gaat om het Catalaanse conflict. De dag na de beslissing van het Hooggerechtshof zei Sánchez dat hij een wettelijk decreet zal doen uitgaan waarin nooit meer de cliënt zal hoeven te betalen, maar de bank. Drie dagen later was het decreet gepubliceerd in de Spaanse Staatscourant en is de wet vanaf Zaterdag 10 November, morgen, van kracht. De hypotheekbelasting is daarmee gered voor de cliënten die een hypotheek afsluiten en de banken zullen hun verlies nu op al hun cliënten verhalen. Wie wel verloren heeft is de Spaanse justitie. Die is haar geloofwaardigheid met het willekeurig terugdraaien van een gerechtelijk oordeel nu definitief kwijt.

Al die jaren hebben de politieke partijen die per toerbeurt in Spanje aan de macht zijn, geroepen dat de wet de wet is en dat de uitspraak van de rechter moet worden gerespecteerd. Maar nu blijkt dat waar een politieke wil is, is ook een weg. Ook voor het Catalaanse conflict en hun leiders die gevangen zitten voor iets wat voor iedere sterveling onverteerbaar is. Het probleem is dus de politieke wil. Ook de Spaanse politieke leiders hebben deze week een stukje meer van hun geloofwaardigheid verloren, als daar tenminste nog iets van over was.

Spaanse justitie verliest haar geloofwaardigheid

(625 woorden)

In 2009 werd de Baskische politicus Arnaldo Otegi veroordeeld door het Audiencia Nacional voor tien jaar gevangenisstraf. Hij zou lid zijn van de terroristische beweging ETA. De straf werd door het Spaanse Hooggerechtshof ingekort tot zes-en-een-half jaar omdat hij weliswaar lid van de ETA zou zijn geweest, maar geen leider er van. In Maart 2016 kwam hij weer vrij nadat hij zijn straf had uitgezeten. Otegi ging na zijn veroordeling in beroep bij het Europese Gerechtshof voor de Rechten van de Mens. Gisteren was (eindelijk!) de uitspraak van het Europese Hof en deze zei dat Otegi geen eerlijke rechtspraak had gekregen en dat zijn fundamentele mensenrechten waren geschonden. Zowel het Audiencia Nacional als het Hooggerechtshof waren subjectief in hun oordeel. Een uitspraak die hem weliswaar rehabiliteert, maar hij heeft wel kostbare jaren van zijn (politieke) leven verloren door een partijdig tribunaal.

In al die jaren, en daarna, heeft Otegi hard gewerkt om door middel van onderhandelingen en overtuigen er voor te zorgen dat ETA zichzelf ophief. Hij heeft dus een grote bijdrage geleverd aan het vredesproces in Baskenland en in Spanje. Ondanks de enthousiaste tegenwerking van de Spaanse politiek, met name de Partido Popular, die liever had gezien dat ETA zou blijven voortbestaan, en dat nog steeds graag zou willen. Want een gezamelijke vijand levert nu eenmaal stemmen op. Maar dat terzijde.

Vorige week deed het Spaanse Hooggerechtshof een uitspraak die de beurzen op hun grondvesten deden trillen. Dit Hof had een oordeel geveld dat de banken de belastingen die over de hypotheken geheven worden, zullen moeten worden opgehoest door de banken en niet door de cliënt die de hypotheek afsluit. De maatregel zou bovendien met terugwerkende kracht van vier jaren worden ingevoerd. Dit leverde in eerste instantie natuurlijk grote opluchting op bij de vele burgers die iedere maand aan hun plicht moeten voldoen. Want na drie maanden niet betalen wordt men in dit land zonder pardon op straat gezet omdat een wet uit 1904 dit toelaat en de banken zijn zoals ze overal zijn: on-erbarmelijk. Als gevolg van de uitspraak door het Hooggerechtshof kelderden de aandelen van de banken, alle, echter omlaag als een meteoor. Door de druk van de financiële instellingen draaide ene Carlos Lesmes, voorzitter van dit tribunaal en tevens voorzitter van de Hoge Juridische Raad (het politieke orgaan dat alle rechters in Spanje benoemt), de gerechtelijke uitspraak binnen 24 uur terug met het gemak van een doelpunt dat door een omgekochte scheidsrechter wordt afgekeurd ‘vanwege de grote sociale inpact’. Alsof andere rechtszaken van dit Hof geen ‘grote sociale inpact’ hebben, om te beginnen met negen vreedzame mensen die om niets al een jaar in de gevangenis zitten en een geheel land in haar houdgreep houdt. Afgelopen Maandag 5 November kwam de gehele bestuursraad van het Hooggerechtshof bijeen om een definitieve beslissing te nemen of de bank dan wel de cliënt de belasting moet betalen en met directe ingang of met terugwerkende kracht. De heren kwamen er niet uit. Na acht uren van zwaar vergaderen en zelfs geen lunch genuttigd te hebben, en dat is heel veel in deze regionen, werd de vergadering de volgende dag voortgezet. Nadat de zon reeds achter de horizon verdwenen was viel gisteren uiteindelijk het zware oordeel. In haar wijsheid heeft het Hooggerechshof uiteindelijk besloten dat, oh verassing!, de cliënt de hypotheekbelasting zal moeten betalen. De gerechtelijke uitspraak van het Hooggerechtshof wordt dus niet eens gerespecteerd door ditzelfde Hof en zomaar, zonder een nieuw proces in hoger beroep, afgekocht door een bepaalde branch uit de private sector. Zij het eentje met veel macht. Te veel.

Hiermee is niet alleen aangetoond dat het Spaanse Hooggerechtshof systematisch fundamentele mensenrechten schendt en partijdig oordeelt, maar tevens dat het grote geld prevaleert boven justitie. We zien het proces tegen de Catalaanse leiders vol verwachting tegemoet.

De aanklacht van VOX

(370 woorden)

Naast de aanklachten van de landsadvocaat en de Openbaar aanklager of Openbaar Ministerie kent men in Spanje ook de populaire aanklager of aanklager van het volk. Dit is meestal een vereniging, vakbond of politieke partij. In het geval van het proces tegen de Catalaanse leiders in verband met het referendum bestaat de volksaanklager uit de extreem rechtse, fascistische en pro-Franco politieke partij VOX.

Deze populaire aanklager eist veel hogere straffen dan het OM. Tegen vicepresident Oriol Junqueras en de ministers Quim Forn, Jordi Turull, Dolors Bassa, Raül Romeva en Josep Rull wordt 74 jaar geëist. (Het OM eist 25 jaar voor Junqueras en 16 jaar voor de ministers.) Voor de voorzitster van het Parlement Carme Forcadell en de burgerleiders Jordi Cuixart en Jordi Sanchèz vraagt VOX 62 jaar gevangenisstraf. (Het OM eist respectievelijk 17 en 11 jaar.) De ex-ministers Meritxell Borràs, Carles Mundó i Santi Vila beschuldigd hen alleen van lidmaatschap van een criminele organisatie en vraagt dat zij 12 jaar geen openbare functie mogen uitoefenen. Voor de leden van het bestuur van het Parlement en voor Mireia Boya van La CUP (de gedoogpartner van de regering), wordt 12 jaar gevangenisstraf geëist. Ook het geschatte geldbedrag dat zou zijn gebruikt voor het referendum schat VOX op 4,2 miljoen Euro, tegenover ruim 2 miljoen Euro van het OM. Daarnaast vraagt VOX dat de de Spaanse ex-president Rajoy, ex-vicepresidente Sáenz de Santamaría en minister van financiën Montoro zullen getuigen.

De eisen van VOX zijn veel hoger vanwege haar extreem rechtse politieke opvattingen. In tegenstelling tot het OM vind VOX dat de Catalaanse politici en leiders lid zijn van een criminele organisatie. Deze politieke groepering heeft momenteel geen enkele zetel in het Congres van Afgevaardigden. Het ziet er naar uit zij bij de volgende verkiezingen wel deel van het Congres zullen uitmaken.

De populaire aanklager vormt een factor waar degelijk rekening mee moet worden gehouden. Het is al gebleken dat het Hooggerechtshof soms meer gehoor geeft aan de volksaanklager dan aan het OM. Zo werd minister van Binnenlandse Zaken Quim Forn niet vrijgelaten om zijn zieke vader te kunnen bezoeken omdat VOX dit niet wilde. Cuixart heeft gevraagd om VOX weg te laten als aanklager in het proces omdat zij haar positie misbruikt voor eigen politiek gewin. De rechter heeft dit vandaag geweigerd.

Een dementale aanklacht

(1350 woorden)

Op Vrijdag 2 November maakte de openbaar hoofdaanklager haar aanklacht bekend tegen de Catalaanse leiders. De gevangen leiders moesten toen via de radio horen hoeveel jaar gevangenisstraf tegen hen werd geëist, daar de pers eerder dan hun advocaten werden ingelicht. De meesten van hen worden aangeklaagd voor rebellie met straffen tussen de elf en 25 jaar. Hoewel voor deze aanklacht militair geweld of explosieven moet zijn gebruikt, sluit de aanklager dit soort geweld uit. Dus rijst de vraag, althans bij mij als niet-jurist, hoe zij dan voor dit misdrijf kunnen worden aangeklaagd. De zit daarnaast aanklacht vol met fouten, verdraaiingen van de realiteit, leugens en beweringen die voor een democratische maag moeilijk te verteren zijn. Hier volgen enkele parels uit dit document.

Internationale pers onder vuur
Om de lezer wat op te warmen zal ik beginnen met de klacht van het OM tegen de internationale pers. Deze wordt bekritiseerd omdat zij verslagen en beelden van het politiegeweld tijdens het referendum direct de wereld instuurde. Terwijl minister Dastis van Buitenlandse Zaken door de BBC werd geïnterviewd en zei dat de video ‘s vals waren, draaiden op de achtergrond beelden van het politieoptreden die de BBC zelf had gefilmd. De beelden zitten de openbaar aanklager natuurlijk behoorlijk in de weg bij zijn stelling dat de Catalanen geweld zouden hebben gebruikt. In zijn schrijven stelt hij dat het verspreide nieuws door onder andere Bild, Der Spiegel, Repubblica, Clarín, Le Monde, Le Figaro, BBC, The Guardian, The New York Times en CNN (die het politieoptreden de schande van Spanje’ noemt), ‘gemanipuleerde informatie over realiteit van de feiten van deze dagen is’.

Spaanse politie als getuigen
Van alle 256 getuigen die het OM oproept, zijn 119 van de Spaanse Policia Nacional en 89 Guardia Civil die met geweld het referendum hebben geprobeerd tegen te houden. In totaal vormen zij 80% van alle getuigen. De getuigen, waaronder de 93 agenten die gewond zouden zijn geraakt, moeten de stelling van het OM ondersteunen dat de kiezers zich gewelddadige gedroegen en materiële schade zouden hebben veroorzaakt. Het OM roept geen enkele gewonde op van de zijde van de Catalanen die wilden gaan stemmen.

Geen getuigen als slachtoffers
De Catalaanse leiders worden aangeklaagd voor rebellie. Dat is een opstand om de gevestigde orde, de legale en legitieme regering, omver te werpen. Toch roept het OM geen enkel lid van de Spaanse regering, principieel slachtoffer van de beweerde aanslag, op. De hoofdrolspelers in dit proces, expresident Rajoy, exvicepresidente Soraya Sáenz de Santamaría of de minster van Binnenlandse Zaken en hoofd van de politie,  Zoido, worden ontzien als getuigen. Overigens meldde de Spaanse regering zelf op en na 1 Oktober dat zij alles perfect onder controle had en zij toonde niet de minste schijn ergens een slachtoffer van te zijn geweest.

Gewonden
In de aanklacht wordt gezegd dat de Generalitat het aantal gewonden van Catalaanse zijde sterk overdrijft, want er zou een hoog percentage mensen onder zitten die door de spanningen onwel werden. Maar de officiele cijfers van de ambulancediensten en ziekenhuizen laten duidelijk zien dat er 1066 mensen waren behandeld. Hiervan waren 90% met interne bloedingen, verwondingen, kneuzingen en botbreuken en 6% van hen leed aan een aanval van hyperventilatie. De Catalaanse minister van gezondheid publiceerde Vrijdag opnieuw dit rapport met de opmerkingen: ‘Genoeg leugens’.

De gewelddadig menigte voor de deur van EZ
Het rapport beschrijft dat bij de protestbijeenkomst op 20 September 2017 voor het ministerie van Economische Zaken slechts twee Mossos d’Esquadra de wacht hielden, zoals normaal het geval is. De Guardia Civil, die er huiszoeking hield, kreeg verder geen enkele ondersteuning toen ze door een menigte van 60.000 agressieve protestanten werden bedreigd. Deze kwamen volgens de openbaar aanklager tot aan de voordeur en duwden deze bijna omver om te voorkomen dat de Guardia Civil naar buiten kon komen. Het officiële cijfer van de gemeentepolitie spreekt echter over 40.000 personen die protesteerden. Zij hielden een loopgang bij de voordeur vrij om iedereen in en uit te laten gaan. De winkels die naast de ingang van het ministerie Economische Zzaken bevinden, konden hun deuren open houden en hun klanten gewoon ontvangen.

No Passaran
‘No Passaran’ (‘Ze komen er niet langs’) was de strijdkreet van de republikeinen in de burgeroorlog tegen de fascisten. Jordi Cuixart, voorzitter van Omnium Cultural, gebruikte deze uitdrukking bij het protest voor de deuren van Economische Zaken op 20 September 2017. Omdat Jordi een ‘oorlogskreet’ gebruikte was dit volgens de aanklager een directe oproep tot geweld. (Misschien dat het OM zich extra voelt aangesproken omdat het een kreet tegen haar eigen ideologie, het fascisme, is.) De vele malen dat Jordi Cuixart en de voorzitter van het ANC Jordi Sànchez het publiek opriepen om vooral rustig te blijven en zich vreedzaam te gedragen, wordt echter niet in de aanklacht vermeld.

Eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring
Volgens de fiscaal was de onafhankelijkheidsverklaring niet symbolisch maar een politieke daad waarmee men op het punt stonden de Republiek te verwezenlijken. Want de Generalitat had reeds alle structuren voorbereid voor de nieuwe juridische situatie van de onafhankelijke Republiek. De tekst van de onafhankelijkheidsverklaring zegt echter duidelijk dat dit het startpunt is van onderhandelingen met de Spaanse staat over de uittreding van Catalonië. Bovendien was, en is nog steeds, de onafhankelijkheidsverklaring, samen met andere decreten, niet in de Staatscourant gepubliceerd.

Inactieve instelling van de Mossos d’Esquadra
Het OM zegt dat de Mossos in 24 stemlokalen het stemmen voorkwam door deze te verzegelen voordat het stemmen had plaats gevonden. Hij schrijft dat zij tijdens het stemmen zich passief opstelden en geen enkele actie tegen de mensen tijdens het stemmen ondernamen. Het hoofd van de Mossos, Josep Lluís Trapero, wordt daarom voor rebellie met elf jaar gevangenisstraf aangeklaagd. De aanklager minacht daarmee het werk van de Mossos die deden wat de rechter had opgedragen: het vooraf verzegelen van stemlokalen en het in beslag nemen van stembussen tijdens of na het referendum. De Mossos hebben in totaal tweemaal meer kieslokalen gesloten dan de Policia Nacional en Guardia Civil samen.

Verkeerd geschreven namen en titels
Enkele namen of titels zijn foutief geschreven: de politieke partij ERC, het plein midden in het paleis van de Generalitat (Plaça de Tarongers), de naam van de voorzitter van de Vereniging van Gemeenten voor Onafhankelijkheid en burgemeester van Badelona (moet burgermeesteres zijn). Voor een dergelijk belangrijk document als een gerechtelijke aanklacht is dit bijzonder slordig.

Nederlandse getuigen.
Twee directeuren van The Hague Centre for Strategic Studies worden opgeroepen om te getuigen. Ook de op 20 Oktober jongstleden overleden Nederlandse ex-president Wim Kok wordt opgeroepen om te getuigen. Zijn instituut WIM KOK REFUND zou 54.030 Euro ‘s hebben aangenomen van DiploCat, de delegatie van de Generalitat in Brussel. Dit geld was bedoeld om de reis-en verblijfkosten van de internationale waarnemerscommissie te betalen. Met zijn getuige wil het OM het geldmisbruik door de Generalitat aantonen. Het staat nogal onnauwkeurig om iemand op te roepen die reeds overleden is. Ook betekend dit dat de aanklacht voor die tijd al was opgeschreven en daarna niet meer is herzien. Dan komt automatisch dus de vraag op hoe dat zit met de veroordeling. Is deze ook reeds geschreven, lang voordat het proces begonnen is?

Reacties op de aanklacht
Zowel nationaal als internationaal is er veel kritiek op de aanklacht zowel vanuit de pers als van gerenomeerde juristen.

Één van de auteurs van de Spaanse wet voor rebellie uit 1995, Diego López Garrido, vind helemaal niet dat de Catalanen de misdaad van rebellie hebben begaan met het organiseren van een referendum. De aanklacht druist tegen de letter en de geest van deze wet in.

Mensenrechtenadvocaat van minister Clara Ponsatí (die in ballingschap in Schotland verblijft) Aamer Amar had een interview in het TV3 programma FAQS. Enkele citaten hier uit zijn:

  • Als je in Spanje Catalaan bent heb je geen recht op vrijheid van vergadering, meningsuiting, zelfbeschikking, …
  • In Spanje zijn de machten niet gescheiden.
  • Spanje praktiseerd staatsterrorisme aan de hand van politiegeweld, justitie en de politieke gevangen.
  • Het is niet de vraag of Catalonië onafhankelijk wordt, maar wanneer. Dat is ook de enige mogelijkheid om de politieke gevangenen vrij te krijgen en om de ballingenen weer naar huis te laten komen.
  • De EU zou zich moeten schamen voor haar zwijgen. Zij is daarom medeplichtig aan de misstanden in Spanje. Zij was juist opgericht om dit soort misstanden te voorkomen.
  • Met het opsluiten van de Catalaanse politici en burgerleiders is het kwaad al gebeurd. We hoeven niet te wachten op het proces en de uitspraak. De Spaanse justitie is niet geloofwaardig dat zij een eerlijk proces zullen krijgen. Het proces en de behandeling van de gevangenen is niet gebaseerd op justitie, maar uit wraak. Vergelijkbaar zoals in China of Rusland gebeurd.

De aanklacht tegen de Catalaanse leiders

(1931 woorden)

Het is najaar en er valt van alles
Herfst, wintertijd, regen en blaadjes die van de bomen vallen. Vandaag 2 November, de dag dat Spanje een jaar geleden haar laatste gram gevoel voor rechtvaardigheid verloor toen zij Quim Forn en Oriol Junqueras zonder pardon de cel in gooiden. Twee mensen die zich hadden ingezet om op vreedzame manier te doen wat een volk aan hen had gevraagd. Vandaag zitten zij daar een jaar. Driehondervijfenzestig dagen opgesloten in een kerker zonder dat zij iets verkeerds hebben gedaan en nog steeds zonder dat zij voor wat dan ook veroordeeld zijn. Vandaag worden zij officieel aangeklaagd voor rebellie, iets waar de Belgische, Duitse, Zwitserse en Schotse justitie geen brood van lustten en weigerden om hun leider en de andere politci voor dit misdrijf uit te leveren. Omdat in Spanje de scheiding van de machten zo ‘n gewaardeerd goed is, kondigde minister van justitie tevoren aan wanneer de openbaar aanklager haar definitieve aanklacht bekend zou maken. Vandaag, op de trieste verjaardag dat zij gevangen werden gezet, maakt het OM de aanklacht tegen hen en de andere gevangen politieke leiders bekend. Het OM hoefde dit niet te doen. Zij had de tijd tot aanstaande Maandag. Bovendien hebben veel mensen enkele dagen vrijaf in verband met Allerheiligen. Maar de openbaar hoofdaanklager werkt graag door als het om de zaak tegen de Catalanen gaat. Het kwam haar zo zelfs nog beter uit zodat er minder ophef over zou komen en om de overwinning op de Catalaanse politici kracht bij te zetten, uit sarcasme en uit wraak. En zo zijn ook de aanklachten. De volledige lijst van aangeklaagden is hier te vinden. Hieronder bevinden zich de voornaamste leiders.

– De openbaar aanklager klaagt Parlementsvoorzitter Carme Forcadell aan voor rebellie en eist 17 jaar gevangenisstraf en mag 17 jaar geen openbare functie bekleden. Ze ziet haar als sleutelfiguur in de organisatie voor het houden van het referendum. De leden van het bestuur van het Parlement worden beschuldigd van wettelijke ongehoorzaamheid. Tegen hen wordt een boete geëist en zij mogen gedurende 1 jaar en 8 maanden geen publieke functie uitoefenen. Dat geld ook voor het parlementslid Mireia Boya van de La CUP partij.

– Tegen de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart, wordt ook 17 jaar gevangenisstraf geëist. Zij worden aangeklaagd voor rebellie en worden beschouwd als de aanstichters van de protestbijeenkomst voor het ministerie van Economische zaken op 20 September 2017 waarbij de Guardia Civil verhinderd werd om huiszoeking te doen.

– Majoor Trapero, het hoofd van de Catalaanse politie Mossos d’Esquadra, en de top van het politiecorps worden aangeklaagd voor rebellie en de openbaar aanklager eist 11 jaar gevangenisstraf. De aanklacht is dus zwaarder dan waar de rechter van het Audiencia Nacional, Lamela, hem wilde beschuldigen. Dit is nooit eerder vertoond. Spanje vergeeft nooit zijn voorbeeldige en efficiënte actie bij het opsporen en uitschakelen van de terroristische bende na de aanslagen van vorig jaar zomer. Catalonië liet toen zien dat zij perfect als onafhankelijke staat kan functioneren, ook als het gaat om veiligheid en nationale rampen.

– Tegen vicepresident Oriol Junqueras wordt 25 jaar gevangenisstraf geëist wegens rebellie. Voor de ministers vraagt het OM 16 jaar. Zij mogen nooit meer een openbare functie bekleden.

De Catalaanse leiders worden beschuldigd van rebellie terwijl het OM vind dat zij geen militair gewapend geweld hebben gebruikt, wat de wet voorschrijft om daarvoor te worden aangeklaagd. Ze worden dus aangeklaagd voor een misdaad die volgens de Spaanse wetgeving niet eens bestaat, maar kunnen er wel 11 tot 25 jaar gevangenisstraf voor krijgen. In totaal gaat het om 20 personen die worden aangeklaagd waarbij meer dan 200 jaar gevangenisstraf wordt geëist. De aanklacht bevat beschuldigingen zonder dat bewijsmateriaal wordt aangevoerd. Zo wordt beweerd dat de politici overheidsgeld zouden hebben misbruikt voor het referendum. Maar de onderzoeksrechter Llarena heeft na een jaar spitten niets kunnen vinden. Zelfs de Spaanse regering van Rajoy ontkent geldmisbruik, want de Catalaanse overheid stond onder streng financieel toezicht. De beschuldigingen en de eisen van de openbaar hoofdaanklager zijn dus ongefundeerd.

De aanklacht van de staatsadvocaat werd gisteren, 1 November, bekend gemaakt. Hij beschuldigd de Catalaanse leiders van opruiing en van misbruik van overheidsgeld. Weliswaar is de aanklacht van opruiing lichter dan rebellie, maar er staat nog steeds maximaal vijftien jaar gevangenisstraf voor en de aanklacht is zwaarder dan zij in eerste instantie had aangegeven. De staatsadvocaat staat meer onder directe invloed van de Spaanse regering dan de openbaar hoofdaanklager. Waarschijnlijk zijn lichtere aanklachten ten opzichte van de openbaar aanklager een gevolg van de invloed van de Spaanse president Pedro Sánchez om de Catalanen ‘tegemoet te komen’. Daarover hieronder meer.

Beide aanklachten hebben allesbehalve te maken met justitie, maar alles met wraak, met `A por ellos’ (`Tegen hen’), de strijdkreet die men in de burgeroorlog gebruikte en de politie toen zij het referendum neerknuppelden. Het gevoel van onwaardigheid om valselijk aangeklaagd te worden voor deze zware misdrijven is onbeschrijfelijk. In eerste plaats natuurlijk voor de betrokken gevangenen en hun families. Maar ook voor de Catalanen die op hen gestemd hebben en op de dag van het referendum de stembussen met eigen lijf hebben verdedigd. Dit is niet alleen een aanklacht tegen een klein groepje politici, die voor het gemak door de Spaanse justitie een `criminele organisatie’ wordt genoemd. Dit is een aanklacht tegen het gehele Catalaanse volk dat deze mensen gekozen heeft. En zo wordt dat ook gevoeld.

Een verkeken kans
De Catalaanse politieke partijen hadden de PSOE socialist Pedro Sánchez een kans gegeven. Zij hadden zijn motie van wantrouwen tegen de PP president Rajoy gesteund. In ruil daarvoor vroegen zij hem dat hij een verzoeningsgebaar zou maken naar de politieke gevangenen en het politieke conflict zou helpen op te lossen door met onderhandelingen te beginnen. Het heeft niet geholpen. Sánchez maakte geen gebaar en stelde zich niet open voor bilaterale onderhandelingen met Catalonië. In woorden lijkt de PSOE minister verschillend op zijn voorganger. Na zijn aanstelling als president was hij duidelijk redelijker in zijn taalgebruik, meer tegemoetkomend en meer open voor overleg. Maar in zijn daden is hij niet van Rajoy te onderscheiden. Hij weigerde ieder overleg over een nieuw referendum voor de zelfbeschikking van de Catalanen. Hij kon aan de Openbaar hoofdaanklager, welke onder direct toezicht van het ministerie van justitie staat, vragen om de aanklacht van oproer tegen de politieke gevangenen, waarvan iedereen weet dat die totaal nergens op slaat, in te trekken. Maar hij heeft dat niet gedaan. De aanklacht van de staatsadvocaat voor opruiing is blijkbaar het maximale bod wat Pedro Sánchez wilde doen. Hij bereikte zelfs het morele dieptepunt om zijn coalitiepartner naar de gevangenis te sturen en te onderhandelen met de gevangen politici over de jaarbegroting. Vragen aan de politici die hij zelf gevangen houdt voor een gunst in ruil voor niks. Sánchez heeft iedere mogelijkheid van overleg getorpedeerd. De Catalaanse partijen zullen nu voet bij stuk houden. Hij mag elders steun voor zijn begroting zoeken. Lukt dat niet, dan zal dit met grote waarschijnlijkheid, maar niet noodzakelijk, tot vervroegde verkiezingen leiden. We wensen buurland Spanje veel succes met haar politieke chaos. Want mentaal voelt men zich hier in Catalonië allang niet meer bij dit land horen dat de titel democratische rechtsstaat onwaardig is.

De gang van het gerechtelijk proces
De advocaten hebben vanaf volgende week Maandag veertien dagen de tijd om aan-en opmerkingen over de aanklacht te maken. Daarna maakt het Hooggerechtshof bekend dat de hoorzittingen kunnen beginnen *. Met alle waarschijnlijkheid zal dat ergens in Januari zijn. Men verwacht dat deze hoorzittingen twee à drie maanden zullen duren. Aangezien men het proces zo kort mogelijk wil houden, zullen de zittingen zowel ‘s-morgens als ‘s-middags gedurende de volle werkweek plaats vinden. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is waar alleen ‘s-morgens gedurende vier dagen per week de hoorzittingen plaats vinden. De middagen en de Vrijdag worden gewoonlijk door de advocaten gebruikt om met hun cliënten te overleggen over de te volgen strategie. Deze mogelijkheid is in de zaak tegen de politieke gevangenen uitgesloten. De uitspraak zal rond Mei vallen. Het Hooggerechtshof heeft reeds te kennen gegeven dat de uitspraak in ieder geval na de Spaanse gemeenteraadsverkiezingen zal vallen om deze niet te beïnvloeden. Maar het is geen politiek proces, dat niet.

De condities van de gevangenen
De vooruitzichten voor de politici en de burgerleiders gedurende de hoorzittingen zien er weinig rooskleurig uit. Zij zullen eerst worden verplaatst van de gevangenissen in Catalonië naar de gevangenissen nabij Madrid. Dit is een reis van ruim 500 kilometer in een geblindeerd busje. Waarschijnlijk zal een tussenstop in een gevangenis halverwege worden gemaakt, daar zo ‘n reis zeer uitputtend voor de gevangenen is. Zij zitten geboeid met de handen voor zich (hoewel Junqueras ook met de handen op de rug en zonder veiligheidsriemen om werd vervoerd), en hebben geen uitzicht naar buiten over de veelal kronkelige wegen en bochten. Eenmaal in de gevangenis bij Madrid, zullen zij gedurende de hoorzittingen ‘s-morgens vroeg rond vijf uur gewekt worden om op tijd in de rechtbank te kunnen zijn en worden vervolgens in eenzelfde busje naar de rechtbank vervoerd. Deze rit duurt ruim een uur. Aangezien het gerechtshof geen eigen cellen heeft, zullen zij er in de buurt gescheiden van elkaar ieder in een kleine cel, waar alleen een toilet aanwezig is, moeten wachten totdat zij met eenzelfde busje worden opgehaald om voorgeleid te worden. Zij zullen dus in de meest slechte condities voor de rechter verschijnen: vermoeid door het slaaptekort, gedesoriënteerd, nog wagenziek van de autorit en zonder dat zij hebben kunnen praten met hun advocaten. Alles wat zij op dat moment zullen zeggen zal bepalend zijn voor de komende dertig jaar van hen zelf en hun families. Één van de gevangen politici vergeleek dit met een mondeling examen dat alles bepalen zal voor zijn toekomst. Tussen de middag zullen zij in hun cel een sandwich te eten krijgen krijgen, terwijl hun advocaten ergens in de stad vlakbij het gerechtsgebouw hun maaltijd in alle haast moeten genieten om op tijd weer bij de middagsessies te kunnen zijn. Na de rechtszittingen zullen de gevangen politici en burgerleiders naar de gevangenissen nabij Madrid worden teruggebracht en zullen daar rond tien uur ‘s-avonds arriveren, ruim nadat het avondeten in de gevangenis is opgediend. Dit zal zo twee maanden lang duren, dag in dag uit met enkel de weekenden als moment van rust, voor overleg met de advocaten en voor familiebezoek. Zo ziet de nabije toekomst van de politieke gevangenen er uit omdat Sánchez geen enkele wil heeft getoond om de Catalaanse politici tegemoet te komen. Hij kon de openbaar hoofdaanklager vragen om hun voorlopige hechtenis op te heffen. In dat geval zouden de condities waarin zij voor de rechter moeten verschijnen totaal anders zijn geweest.

Tot slot
Deze zaak zal voor de toekomstige generaties juristen tot leerstof dienen hoe een rechtszaak juist niet moet worden uitgevoerd. Gezien het gerechtelijk vooronderzoek en de aanklacht, vol met verdraaiingen van de realiteit, regelrechte onwaarheden en veronderstellingen in plaats van voldongen feiten, samen met een gerechtelijke procedure vol met fouten en ongeregeldheden die de Belgische aanklager zelfs weigerde in behandeling te nemen, heeft deze zaak weinig of niets meer met een rechtszaak van doen, maar alles met de Spaanse inquisitie. Het maakt niet uit welke tegenbewijzen de advocaten zullen aanvoeren of wat de aangeklaagde politici en burgerleiders zullen zeggen. Hoewel het vonnis nog niet is opgeschreven, het is reeds geveld.

* Hoogleraar en grondwetdeskundige Javier Pérez Royo en een honderdtal andere juristen vragen zich af of de rechtszaak sowieso wel kan plaats vinden zonder dat de hoofdverantwoordelijke, president Carles Puigdemont, aanwezig is. Deze werd door de Duitse justitie niet aan Spanje uitgeleverd omdat hij geen geweld gebruikt had. Indien de leider werd vrijgesproken van oproer of opruiing, is het onmogelijk dat zijn ministers, die hiërarchisch onder de president staan, wel hiervoor worden berecht. Het Hooggerechtshof heeft hiervoor reeds een oplossing gevonden: vicepresident Junqueras zou zich hiërarchisch op hetzelfde niveau in de criminele organizatie bevinden als president Puigdemont. Een zoveelste verdraaiing van de realiteit die gewoonweg onhoudbaar is.

De Raad voor de Republiek

(393 woorden)

De Catalaanse politiek krijgt haar eigen dynamiek weer terug. President in ballingschap Carles Puigdemont richtte afgelopen week El Consell per la República, De Raad voor de Republiek, op. Dit is een soort parallel regering aan die van de Catalaanse Generalitat. In tegenstelling tot de Generalitat valt deze Raad niet onder de Spaanse wetgeving en kan zij in alle vrijheid functioneren zonder zij door de Spaanse justitie wordt vervolgd. Zij zal dus acties ondernemen die nodig zijn voor het in werking stellen van de Catalaanse Republiek. De Raad wordt gefinanciert uit privé middelen. De Catalaanse overheid kan daarom niet door de Spaanse staat worden beschuldigd van misbruik van overheidsgelden.

Om dit te kunnen doen richt de Raad een zogenaamde Electronische Staat of E–Staat op. Dit is een virtuele overheid waarin de burgers zich kunnen inschrijven en kunnen stemmen over de Assemblea (een parlement), de leden van de Raad (het bestuur) en het te volgen beleid. Iedere wereldburger die de beginselen van de Catalaanse natie onderschrijft, kan zich hiervoor opgeven. Het is niet nodig om woonachtig in Catalonië te zijn of een Spaans paspoort te hebben. Dergelijke virtuele naties bestaan reeds in Estland en Singapore en bieden, naast bescherming van een buitenlandse agressor, vele mogelijkheden voor haar burgers. De plannen voor deze virtuele staat werden reeds beschreven in het regeringsplan van de kieslijst van Puigdemont, JxCat, bij de verkiezingen van 21 December 2017. Daarin wordt ook de mogelijkheid beschreven om een virtuele munt, gebaseerd op de BitCoin technologie BlockChain, uit te geven. In zo ‘n geval ontstaat een Catalaanse Bank die niet aan een bepaald territorium is gebonden, want de computers hiervoor kunnen overal in de wereld staan, inclusief bij Catalaanse burgers thuis. Het zal daarom niet alleen een Catalaanse Bank worden, maar tevens een bank van de Catalanen zelf. Met deze munt zouden dan in de toekomst belastingen en diensten van de Catalaanse overheid kunnen worden betaald. Bovendien kan door het gebruik van zo ‘n cryptomunt de Spaanse staat geen beslag meer leggen op de bankrekeningen van de Catalaanse overheden. Een financiële staatsgreep, zoals de Spaanse overheid op 20 September 2017 pleegde, is dan onmogelijk.

Er is nog veel onduidelijkheid over alles en sommige Catalaanse partijen, zoals La CUP, stellen zich voorlopig nogal sceptisch op. Maar het lijkt mij iets veelbelovends te worden. Alles hangt echter af van de deelneming van de Catalanen zelf.

De last van politieke gevangenen

(544 woorden)

Politieke gevangenen
Toen een jaar geleden de eerste mensen in Spanje gevangen werden gezet vanwege hun politieke overtuiging, ging er een ware schok door de Catalaanse gemeenschap. Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, de leiders van de burgerbewegingen Omnium Cultural en het ANC, werden door rechter Lamela van het Audiencia Nacional na hun verhoor op 16 Oktober 2017 in het cachot opgesloten vanwege opruiing. Weliswaar hadden we al de, vaak illegale, huiszoekingen door de Guardia Civil en Policia Nacional meegemaakt en de bedekte staatsgreep en de daaropvolgende staat van beleg ondergaan toen de bankrekeningen van de Catalaanse overheden in beslag werden genomen. Ook hadden we het politiegeweld op de dag van het referendum gezien, meegemaakt en zelfs aan eigen lijf ondervonden. Maar iemand gevangen zetten vanwege het begeleiden en afsluiten van een vreedzame protestmanifestatie ging tot dan toe bij iedereen de verbeelding nog steeds te boven. `Spanje zou nooit mensen gevangen zetten vanwege politieke motieven. Want dat zou onherstelbare schade en gezichtsverlies veroorzaken, zowel binnen Spanje zelf als tegenover de internationale gemeenschap’, was de algemene gedachte. Het bleek opnieuw dat men zich sterk had verkeken op wie men tegenover zich had staan. De Spaanse rechtbank, opgezet tijdens het Franco regiem voor de strijd tegen politieke dissidenten, heeft zich na de ‘democratiseringsperiode’ van Spanje nooit laten bijscholen. De leden van deze rechtbank zijn nog steeds op dezelfde Spaans nationalistische, fascistische leest geschoeid als toen zij werd opgericht. Naar nu blijkt, geldt dit ook voor het Hooggerechtshof, de top van de Spaanse justitie, de hoge ambtenarij, de gehele structuur tussen politiek, bankwezen en Spaanse bedrijfsleven (IBEX-35) en het overgrote deel van de Spaanse media. Alles bij elkaar de ‘deep state’ genoemd, bleek zich nooit vernieuwd te hebben en het post-francisme zit nog erg diep in al haar gelederen. Alleen de Spaans politieke leiders leken tot voor kort een democratisch vernisje te dragen. Maar zoals het gaat met vernis, na verloop van tijd bladdert dit af en komt het blote materiaal weer te voorschijn. Kortom, Spanje schaamt er zich niet voor om burgerleiders en politieke leiders zonder proces van hun vrijheid te beroven.

De last voor Catalonië
De gevangenneming van de burgerleiders en de politieke leiders had een diepe impact op de Catalaanse samenleving. Het ANC en Omnium Cultural werden geleid door hun vicevoorzitters die niet altijd even goed op hun nieuwe taak waren voorbereid. De bewegingen hadden veel moeite en tijd nodig om hun koers weer enigszins terug te kunnen vinden. Nog erger was het gesteld bij de politieke groeperingen die plotsklaps waren onthoofd. Bestond er in de aanloop naar het referendum een duidelijke synergie tussen de groeperingen en hun leiders. Na de schok van het politiegeweld tijdens het referendum, en zeker na de gevangenneming en ballingschap van de politieke leiders, is er geen sprake meer van een gezamelijke strategie en heeft men grote moeite met de onderlinge samenwerking. De tijdelijke opheffing van de autonomie en de continue dreiging voor de Catalaanse parlementariërs om gerechtelijk vervolgd te kunnen worden, helpen de politieke partijen en hun besluitvaardigheid daar niet bepaald mee.

De last voor Spanje: justitiële en diplomatieke isolatie
Maar de politieke gevangenen beginnen nu ook hun tol voor Spanje zelf op te eisen. De voorzitter van het Vlaamse parlement, Jan Peumans, schreef kortgeleden een brief aan zijn Catalaanse collega Carme Forcadell, voormalig kamervoorzitster van het Catalaanse Parlement en momenteel gevangen omdat zij een debat had toegestaan. Hij schreef in de openbare brief dat het onaanvaardbaar is dat zij en haar collega’s in Spanje gevangen zitten en vroeg zich openlijk af of deze lidstaat nog wel bij de Europese Unie kan horen. Dat werd de heer Peumans natuurlijk niet in dank afgenomen. De relatie tussen Spanje en België had reeds een deuk opgelopen. Puigdemont en zijn ministers willen namelijk de onderzoeksrechter Llarena wreken (aanklacht indienen wegens partijdigheid van de rechter) bij de Belgische rechtbank. De Spaanse regering drong er sterk bij haar Belgische collega op aan dat zij persoonlijk rechter Llarena, en daarmee de Spaanse justitie, voor de Belgische rechtbank zou verdedigen. De Belgische regering weigerde dit pertinent omdat daarmee de scheiding van de machten zou worden gebroken. Spanje lijkt maar niet te kunnen begrijpen dat in een redelijk gerijpte democratie de scheiding van de machten onaantastbaar is en dat daarom een regering niet de belangen van justitie op zich kan nemen. Of ze begrijpt het wel maar verkeert in totale paniek vanwege de onhoudbare situatie van de ballingen en de weigering van hun uitlevering door verschillende Europese rechtbanken. Kortom, de relatie België-Spanje was al niet meer optimaal en Peumans blijft bij zijn mening. Hij neemt zijn woorden niet terug, zelfs nadat de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, Borell, gedreigd had met diplomatieke stappen. Het Vlaamse parlement steunt haar voorzitter volledig en vind dat zijn uitspraak valt onder de vrijheid van meningsuiting. Maar Borell, met zijn Spaans nationalistisch profiel, voeldt zich ver boven de `regio’ Vlaanderen verheven. De minister van Buitenlandse Zaken schijnt het concept van federale staat maar niet te kunnen begrijpen. Hij nam de diplomatieke status van de consul van Vlaanderen af met het neerbuigende commentaar `Ik heb ze drie keer gewaarschuwd. Dan moeten ze het zelf maar weten’. Daarmee verbrak hij de diplomatieke relatie tussen Spanje en een Europese deelstaat: een bijzondere situatie die sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer is voorgekomen in Europa. De prijs die Spanje betaalt voor de politieke gevangenen en ballingen is dat zij steeds meer in een isolement terecht komt. Zij loopt zelfs het gevaar om als een pariastaat te eindigen, net zoals tijdens het Franco regiem. En dat moment zou wel eens veel dichterbij kunnen liggen dan velen zich kunnen voorstellen. Met de gerechtelijke uitspraken van Zwitserland, Duitsland, België en Schotland om de politieke ballingen niet aan Spanje uit te leveren was dit isolement de facto reeds begonnen. De diplomatieke breuk met Vlaanderen is een stap verder in die richting.

De last voor Spanje: politieke stabiliteit
Ondertussen maalt de politieke molen ook in Spanje door alsof alles weer normaal zou zijn. Maar dat is het niet en dat ondervind de Spaanse politiek nu ook. Vier maanden geleden werd de Spaanse PP president, Rajoy, afgezet vanwege de corruptieschandalen. Ook de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen ondersteunden de motie van wantrouwen. Op deze manier boden zij de socialistische partij PSOE, onder leiding van Pedro Sánchez (let op het accent op de `a’) de kans om een Catalaans vriendelijk beleid te voeren. Weliswaar had de PSOE meegewerkt aan de opheffing van de Catalaanse autonomie, maar men had nu een middel om druk op de nieuwe Spaanse president Sánchez te zetten voor de vrijlating van de gevangenen. Deze kan namelijk direct aan de openbaar hoofdaanklager vragen om de aanklachten wegens rebellie en oproer in te trekken. Tot nu toe heeft de Spaanse president echter geen enkel initiatief in deze richting ondernomen. Sánchez moet echter ook nog de begroting voor 2019 door het Spaanse Congres heen loodsen en hij wordt door de Europese Unie nogal onder druk gezet om daar nu eens vaart achter te zetten. Aangezien het ultrarechtse Spanje, vertegenwoordigd door PP en C’s, hem beschuldigen van een te zachte behandeling van de Catalanen, tot en met collaboratie met de colpisten (iemand die een staatsgreep pleegt) aan toe, werken zij bijvoorbaat niet mee om de begroting goedgekeurd te krijgen. Sánchez heeft dus de steun van de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen, ERC en CiU (gelieerd aan JxCat), nodig waarvan hun leiders, respectievelijk Junqueras en Puigdemont, in de gevangenis en in ballingschap zitten. De leider van de gedoogpartij van PSOE, Pablo Iglesias van Podemos, is reeds op bezoek geweest bij Junqueras in de gevangenis van Lledoners. Ook heeft Iglesias een uitgebreid telefoongesprek met Puigdemont in Waterloo gevoerd. Uiteindelijk moeten de Spaanse politieke leiders impliciet onderkennen dat de gevangenen en ballingen geen criminelen zijn, maar onomstotelijk politieke leiders die zij nodig hebben bij de onderhandelingen. Sánchez gaat natuurlijk niet zelf op bezoek naar de gevangenis. Daarvoor is hij veel te laf. Dankzij de gemanipuleerde en eenzijdige voorlichting door de Spaanse media, zou men in de rest Spanje zo’n gebaar niet begrijpen en zou hem dit dus stemmen kosten. Dus stuurt de president van Spanje, medeverantwoordelijk voor de beroving van de vrijheid van de Catalaanse leiders, zijn gedoogpartner om de politieke gevangenen en ballingen onder druk te zetten. Hoe diep kun je moraal zakken. Vooralsnog laten de Catalaanse partijen ERC en JxCat weten dat het nu de beurt aan president Sánchez is om het initiatief te nemen voor de vrijlating van de gevangenen en ballingen. De Spaanse politieke stabiliteit is daarmee direct gerelateerd aan de opsluiting van de Catalaanse leiders vanwege politieke motieven. Weliswaar zijn de gevangenen en de rechtsvervolgingen een grote last voor de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging, voor Spanje begint dit een blok aan het been te worden dat haar wel eens naar de bodem van de zee zou kunnen trekken.