Een jaar van Spaanse schande en onrechtvaardigheid

(1571 woorden)

Inleiding
Op dinsdag 16 Oktober 2018, zitten de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart EEN JAAR LANG gevangen in afwachting op hun proces. Zij worden beschuldigd van tumult en oproer. De aanleiding van hun aanklacht is de spontane en vreedzame protestmanifestatie op 20 September 2017, waar ikzelf getuige was dat er van geweld of iets van dien aard absoluut geen sprake is geweest. De advocaat van Cuixart, Àlex Solà, meldt dat vanaf het begin van het gerechtelijk onderzoek grote juridische ongeregeldheden hebben plaats gevonden, zoals dat in gerechtelijke termen heet. Nu het onderzoek nagenoeg is afgerond en het rapport van onderzoeksrechter Llarena in handen is van de advocaat, maakt Solà bekend dat in het gerechtelijk onderzoek met geen woord wordt gesproken over de uitspraak van de rechtbank van Sleeswijk-Holstein die weigerde om president Puigdemont aan Spanje uit te leveren wegens oproer. Ook zegt hij dat er 51 dozen met informatie van de Catalaanse politie, de Mossos d’Esquadra ontbreken, en de verklaringen van beide Jordi’s zelf. Indien het proces inderdaad plaats zal vinden, is het bijvoorbaat duidelijk dat deze rechtszaak een grote farce is en niets met justitie heeft te maken. Advocaten van de andere politieke gevangenen melden dat hun verdediging sterk wordt bemoeilijkt. Veel documenten die zij tot hun beschikking behoren te hebben, zoals verhoren, getuigenverslagen en bewijsmateriaal zijn niet of moeilijk op het informatie systeem van de rechtbank te vinden of de geschreven teksten komen niet overeen met de verhoren van hun cliënten.

Vandaag, 15 Oktober, heeft Amnestie International nogmaals hun directe vrijlating geëist. De organisatie ziet geen enkele rechtvaardiging in hun voorlopige hechtenis.

De politieke gevangenen
Hier volgt de lijst van de gevangenen als direct gevolg van het onafhankelijkheidsproces in Catalonië. Alle gevangenen en nagenoeg alle ballingen worden beschuldigd van rebellie of oproer en van lidmaatschap van een criminele organisatie of samenwerking daarmee.

– Jordi Sànchez, leider van de burgerbewegingen Assemblea Nacional Catalana (ANC). Gevangen sinds 16 Oktober 2016

– Jordi Cuixart, leider van de burgerbewegingen Omnium Cultural. Gevangen sinds 16 Oktober 2016. Beide Jordi’s worden beschuldigd van oproer en opruiing voor het protest van 20 September 2017 voor het ministerie van Economische Zaken. Zij worden tevens gezien als collaborateurs van een criminele organisatie.

– Carme Forcadell, voorzitster van het Catalaanse Parlement. Zij zit sinds 23 Maart 2017 gevangen en wordt beschuldigd van wettelijke ongehoorzaamheid vanwege het toelaten van het Parlementaire debat op zes en zeven September over de referendumwet en de juridische overgangswet.

– Quim Forn, minister Binnenlandse Zaken. Sinds twee November 2017 zit hij gevangen. Als politiek hoofd van de Mossos d’Esquadra zou hij te weinig hebben gedaan om het referendum tegen te houden.

– Oriol Junqueras wordt als vicepresident beschuldigd van de illegale financiering van het referendum. Samen met Quim Forn zit hij sinds twee November 2017 gevangen in afwachting op zijn proces.

– Raul Romeva was minister Buitenlandse Zaken. Op twee November werd hij gevangen gezet en na betaling van een borg weer vrij gelaten. Op 23 Maart werd hij opnieuw gevangen gezet.

– Dolors Bassa was minister van arbeid en sociale zaken. Zij zit gevangen sinds 23 Maart. In eerste instantie kwam zij na een borgtocht na haar gevangenneming op twee November 2017 vrij.

– Josep Rull was minister van territoriale zaken en duurzaamheid. Hij zit sinds 23 Maart gevangen.

– Jordi Turull was hoofd van het presidentieel bureau en regeringswoordvoerder. Na zijn eerste gevangenschap op twee November 2017 werd hij vrijgelaten na het betalen van zijn borg. Sinds 23 Maart zit hij opnieuw gevangen. Dit was de dag nadat hij zich als president in het Parlement had gepresenteerd, maar niet de absolute meerderheid haalde. Op 24 Maart zou het parlement opnieuw stemmen over zijn presidentschap, waar in dat geval een gewone meerderheid nodig zou zijn geweest om hem president te maken. Door zijn gevangenneming ging deze Parlementaire zitting niet door en was het presidentschap voor Turull van de baan. Hiermee was hij, na Puigdemont en Sànchez, de derde presidentskandidaat die door de onderzoeksrechter Llarena werd tegengehouden. Onlangs wist de Catalaanse publieke omroep beslag te leggen op de geluidsbanden met zijn verhoor. Daarin verklaart Turull tegenover Llarena dat het bij zijn tweede gevangenneming voor hem overduidelijk is dat hij vanwege politieke motieven van zijn vrijheid wordt berooft. Hij onderbouwt zijn overtuiging omdat er geen nieuwe feiten bekend zijn geworden, hij zich al die tijd aan de wet heeft gehouden en zich wekelijks bij de politie heeft gemeld, zoals hem was opgedragen. De enige reden dat hij niet vrij is, zo beweert hij, is om te voorkomen dat hij president wordt. Ook zegt hij niet in te gaan op de ‘uitnodiging’ van Llarena om afstand te doen van zijn politieke overtuiging voor een onafhankelijk Catalonië.

Personen in ballingschap
– Carles Puigdemont week na het verklaren van de Catalaanse Republiek op 27 Oktober uit naar België. Als president van de Catalaanse regering wordt hij beschuldigd leider van een criminele organisatie te zijn die rebellie, een gewapende opstand tegen de gevestigde orde, heeft gepleegd door het houden van een referendum. De Belgische openbare hoofdaanklager weigerde echter het Europese arrestatie-en uitleveringsbevel in behandeling te nemen vanwege de vele procedurefouten. Rechter Llarena trok daarop de uitleveringsaanvragen tegen alle politici in. Nadat de Europese uitleveringsbevelen door de Spaanse onderzoeksrechter waren ingetrokken, reisde Puigdemont door Europa om bekendheid te geven aan de Catalaanse zaak. Tijdens zijn bezoek aan Finland werd opnieuw een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd en werd hij in Duitsland op zijn terugweg gearresteerd. De rechtbank van Sleeswijk-Holstein wilde hem echter alleen uitleveren voor mogelijk misbruik van overheidsgeld, maar niet voor de beschuldiging van rebellie. Llarena trok vervolgens opnieuw alle uitleveringsbevelen weer in. Zijn arrestatiebevel in Spanje, en dat van zijn ministers, is echter nog steeds van kracht.

– Clara Ponsatí week na de verklaring van de Catalaanse Republiek uit naar Schotland en nam daar haar oude baan als hoogleraar economie bij de universiteit van St Andrews weer op. Zij was minister van onderwijs in de regering van Puigdemont en wordt beschuldigd van oproer vanwege het gebruik van enkele scholen als stemlokaal voor het referendum.

– Toni Comín week samen met Puigdemont uit naar België. Hij was minister van gezondheidszorg en wordt beschuldigd wegens oproer en lidmaatschap van de criminele organisatie.

– Lluís Puig week samen met Puigdemont uit naar België. Hij was minister van kunst en cultuur en wordt beschuldigd wegens oproer en lidmaatschap van de criminele organisatie.

– Meritxell Serret week samen met Puigdemont uit naar België. Zij was minister van landbouw en visserij en wordt beschuldigd wegens oproer en lidmaatschap van de criminele organisatie.

– Anne Gabriel is parlementslid van de politieke groepering La CUP. Sinds de zomer van 2018 verblijft zij in Zwitserland omdat zij geen verklaring voor het Hooggerechtshof wil afleggen vanwege. Zij wordt beschuldigd van wettelijke ongehoorzaamheid.

– Marta Rovira, fractievoorzitter JxSí en week in Augustus 2018 uit naar Zwitserland. Zij wordt beschuldigd voor opruiing.

Andere vervolgden
Deze lijst vormt echter maar de top van de ijsberg. Naast deze gevangenen en de uitgeweken politici zijn er meer dan duizend politici en burgers die gerechtelijk vervolgd worden in verband met het referendum. Onder hen bevinden zich 712 burgermeesters, Josep Lluís Trapero van de Mossos d’Esquadra (bekend van zijn adequaat handelen na de terroristische aanslagen in Barcelona en Cambrills), omdat hij te weinig (hardhandig) zou hebben ingegrepen om het referendum te stoppen. Een tiental leraren en leraressen die het politiegeweld van 1 Oktober in de klas met de kinderen en jongeren bespraken. Een clown en tevens gemeenteraadslid, Jordi Pesarrodona, die met zijn neus op naast een Guardia Civil op wacht ging staan tijdens een huiszoeking wordt beschuldigd van zware wettelijke ongehoorzaamheid. Een garage technicus die weigerde om een auto van de Guardia Civil te repareren na de gebeurtenissen van 1 Oktober. Een jonge vrouw, Tamara Carasco, die haar dorp niet verlaten mag, zelfs niet om haar zieke moeder te bezoeken, omdat zij uit protest een weg had geblokkeerd.

Naast de aanklacht van lidmaatschap van een criminele organisatie of rebellie, gaat het in veel gevallen om een aanklacht van haatzaaien tegen de politie (1). De schendingen van fundamentele mensenrechten in Spanje blijft niet beperkt tot het Catalaanse conflict. Een geval is de rapper Valtònyc die naar België uitweek om drieënhalf jaar gevangenisstraf te ontlopen wegens zijn kritiek op het koningshuis in zijn liedjes. De Belgische justitie beraadt nog over zijn uitlevering. Voorlopig is hij op vrije voeten omdat de rechtbank van Gent vind dat zijn tekst onder de vrijheid van meningsuiting valt en geen aanzet tot terrorisme is. Op zes November doet zij uitspraak over zijn uitlevering.

Persoonlijke opmerking tot slot
De hierboven objectieve, verifieerbare feiten die worden vermeld, kunnen volgens mijn bescheiden, subjectieve mening slechts leiden tot één conclusie. Om een einde te maken aan deze nachtmerrie van onrechtvaardig gevangenen en vervolgden, veroorzaakt door een tot op het bot verziekt en onverbeterbaar juridisch systeem, onder leiding van een club partijdige, corrupte geestelijk gestoorden die de titel ‘rechter’ onwaardig zijn (2), is maar op één manier mogelijk: een verandering van jurisdictie, oftewel de oprichting van een onafhankelijke Catalaanse rechtsstaat.

Nawoord
Tijdens het schrijven van dit artikel werd bekend dat het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero, wordt aangeklaagd wegens oproer, rebellie en wettelijke ongehoorzaamheid. De huidige Catalaanse minister van Binnenlandse Zaken, Miquel Buch, en ex-burgemeester Neus Lloveras moeten voor het Hooggerechtshof van Catalonië een verklaring afleggen. Zij worden in staat van beschuldiging gesteld wegens wettelijke ongehoorzaamheid voor het steunen van het referendum. Op dat moment waren zij de leiders van de Vereniging van Gemeenten voor Onafhankelijkheid (AMI). Het ziet er daarom sterk naar uit dat er meer politieke gevangenen zullen volgen.

Voetnoten
1. Het zaaien van haat kan volgens de Spaanse strafwet alleen tegen etnische minderheden vanwege geloof, ras, afkomst, seksualiteit en dergelijke. Een politiecorps valt niet in deze categorie. Daarom is het juridisch niet mogelijk om hiertegen te worden aangeklaagd voor het zaaien van haat. Tóch is dit een door Spaanse rechters wijdverbreide praktijk. Hiermee wordt nogmaals aangetoond dat het rechtssysteem als pressiemiddel wordt gebruikt.

2. Ex-minister van justitie van het autonome gebied Baskenland, Joseba Azkarraga, zei afgelopen Zaterdag in het TV3 programma FAQS dat Llarena geen rechter genoemd kan worden. Er zijn volgens hem politieke gevangenen als gevolg van samenspanning en corruptie door de Spaanse justitie.

Een jaar geleden: volharding

(450 woorden)

Momenteel worden vele fundamentele mensenrechten en burgerrechten, de basis van de Europese Unie, door Spanje geschonden. Gedurende het afgelopen jaar hebben de Europese Commissie, onder leiding van Jean-Claude Juncker, de Europese Raad, onder leiding van Donald Tusk, en het Europese Parlement niets of weinig tegen deze rechtenschendingen gedaan en doen het politieke conflict af als een interne aangelegenheid van de ‘democratische rechtsstaat’ Spanje. Met de uitspraken van de justitie van enkele individuele Europese (lid)staten, Duitsland, België en Zwitserland, blijkt dat dit conflict een Europese zaak is. Justitie van deze landen kwamen tot de conclusie dat de politici in ballingschap onterecht worden vervolgd voor rebellie en oproer met gewapend geweld. Oftewel de gerechtelijke vervolgingen door Spanje zijn vanwege politieke motieven en niet vanwege objectief gebeurde feiten. Van een eerlijke rechtspraak in Spanje kan dus nauwelijks worden gesproken. Hoogst waarschijnlijk zou de rechtbank van Edinburg tot dezelfde uitspraak als Duitsland zijn gekomen indien Llarena het uitleveringsbevel van minister Clara Ponsati niet op het allerlaatste moment had ingetrokken om niet nog meer gezichtsverlies te leiden.

Ondanks de opschorting van de Catalaanse autonomie, de rechtsvervolgingen van meer dan duizend mensen, waaronder politici, leerlaren, artiesten et cetera, en het (politie)geweld is de wens voor de Catalaanse onafhankelijkheid niet afgenomen, integendeel. De verkiezingen en de aanhoudende protestmanifestaties, zoals onlangs op elf September, tonen dit duidelijk aan. Binnen verscheidene Europese landen en EU lidstaten (België, Zwitserland, Slovenië, Groot Brittannie, Denemarken, Finland, Litouwen) vind een maatschappelijk debat over dit conflict op parlementair niveau plaats. Bij de Nederlandse samenleving is een dergelijk debat helaas totaal afwezig. Dat is jammer, daar Nederland in haar geschiedenis zelf te leiden heeft gehad van de Spaanse tirannie en, meer recent, van het fascisme. Bovendien is Nederland altijd een voorbeeld geweest in het verdedigen van fundamentele mensenrechten en het zelfbeschikkingsrecht van volkeren. Maar met zeer grote zekerheid zal vroeg of laat iedere ministerraad in Europa een besluit moeten nemen over de onafhankelijke Republiek van Catalonië. Ondanks dat er een regeringscrisis op komst is door de recente ontwikkelingen *, zijn de Catalanen vastbesloten in hun vreedzaam streven naar vrijheid, democratie en gerechtigheid. Een andere mogelijkheid om dit te verkrijgen dan zich af te scheiden van Spanje is er gewoonweg niet. Na veertig jaren van overleg en onderhandelingen is gebeleken dat Spanje geen democratische verbeteringen wil en dat zij een onbetrouwbare partner is.

*De meerderheid voor de Catalaanse onafhankelijkheid in het Parlement is sinds gisteren afwezig omdat het parlementsbestuur besloot de stemmen van ex-president Puigdemont en zijn drie ministers die gevangen zitten, niet meer te accepteren als rechtsgeldig. Dit is een direct gevolg van de bedreigingen van onderzoeksrechter Llarena die ‘suggereerde’ om hen te vervangen. Met zeer grote waarschijnlijkheid zal deze crisis leiden tot vervroegde verkiezingen.

Een jaar geleden: Spanje bracht Catalaanse banken tot aan de rand van de afgrond

(723 woorden)

RECTIFICATIE: Het aantal bedrijven dat verhuist is wordt geschat tussen de 3500 en 4500, en niet 350.000 en 450.00 zoals voorheen stond gechreven.

Voor het referendum in Catalonië op 1 Oktober 2017 waarschuwde de Spaanse regering dat een eventuele meerderheid voor onafhankelijkheid, en een daaropvolgende onafhankelijkheidsverklaring, zou leiden tot een vlucht van bedrijven. Ze kregen gelijk: gedurende de weken na het referendum besloten veel bedrijven hun hoofdkantoor naar buiten Catalonië te verplaatsen. Ook de twee grootste Catalaanse banken, CaixaBanc en Banc Sabadell, verplaatsten hun hoofkantoren respectievelijk naar Valencia en Alicante. Het overgrote deel van de bedrijven die verhuisden waren Spaanse of Catalaanse bedrijven, waaronder alle beursgenoteerde IBEX-35 bedrijven. Echter, geen enkel multinationaal bedrijf van buitenlandse afkomst besloot om te verhuizen. De Catalaanse krant ARA deed een onderzoek hierna en publiceerde afgelopen weekend haar bevindingen. Hieronder volgt een samenvatting er van.

Op twee Oktober, de dag na het referendum, haalden alle Spaanse overheidsbedrijven hun geld weg bij CaixaBanc en Bank Sabadell. Het ging bij Sabadell om een bedrag van 2 miljard Euro die werden weggehaald door Renfe, Adif, Ports de l’Estat (havenbedrijf), RTVE (nationale omroep) en anderen. Het precieze bedrag dat bij CaixaBanc werd weggehaald is onbekend. Omdat deze bank drie maal groter is dan Banc Sabadell, wordt dit geschat op een zes a acht miljard Euro. Toen de banken de directies van de betrokken staatsbedrijven belden om te vragen waarom zij hun rekeningen opzegden, zei men dat dit in opdracht was van bovenaf. De actie was dus duidelijk georganiseerd door de Spaanse regering van Rajoy onder leiding van de minister van financien, Luis de Guindos. Het weghalen van dit geld door de staatsbedrijven, in totaal zo’n 10 miljard Euro’s, was ruimschoots voldoende om de banken te laten omvallen. Deze leegloop had, zoals te verwachten was, bovendien een sneeuwbaleffect. In totaal betrof het een bedrag van 35 miljard Euro’s. Toen de banken contact opnamen met minister de Guindos, vertelde deze hen dat wanneer zij hun hoofdkantoor naar buiten Catalonië zouden verplaatsen, het geld weer zou worden teruggestort. Beide banken konden kiezen: of een direct faillissement, of hun hoofdkantoor verhuizen. Beiden kozen voor de laatste optie. Banc Sabadell eerst en CaixaBanc later, daar deze in princiepe eerst overleg met haar aandeelhouders zou moeten plegen. Door het uitvaardigen van een decreet door de Spaanse regering, kon CaixaBanc zonder toestemming van haar aandeelhouders verhuizen. Daarna werd 80% van hun verloren geld weer teruggestort.

Vele particuliere bedrijven waren door het vertrek van deze banken ook gedwongen om te verhuizen. Ook was de druk van andere Spaanse bedrijven erg groot. Bekend is het verhaal van het toeleveringsbedrijf aan het warenhuis Corte Ingles. Een directeur van Corte Ingles vroeg een toeleverancier van haar om uit Catalonië te vertrekken, ‘anders zul je wel zien wat er gebeurd’. De ministers kunnen echter geen directe invloed op particuliere bedrijven, met name buitenlandse multinationals, uitoefenen. De krant ARA zegt zeer sterke aanwijzingen te hebben dat koning Felipe VI persoonlijk de grootste bedrijven belde om deze er toe te bewegen hun hoofdkantoor te verplaatsen. De autofabrikant Seat besloot om politiek neutraal te blijven en solidair met haar werknemers in Barcelona te zijn. Seat meldde als enige dat de Spaanse koning contact met haar directie had gezocht om te verhuizen. Wel moesten zij door de politieke situatie de presentatie van hun nieuwe model met Catalaanse naam, Tarraco, uitstellen.

 

Samenvattend
Intotaal zijn er na het referendum, afhankelijk aan wie men het vraagt, tussen de 3500 en 4500 bedrijven uit Catalonië naar andere delen in Spanje vertrokken.

Door de directe inmenging van koning Felipe VI in een politieke aangelegenheid, in het nadeel van een deel van zijn eigen bevolking, heeft de Spaanse koning zijn rol als hoofd van de Spaanse staat en zijn neutraliteit verloren. Daarmee heeft hij direct tegen artikel 56 van de grondwet in gehandeld.

De Spaanse regering van Rajoy provoceerde zelf de economische onzekerheid in Catalonië. Haar voorspelling bleek dus in werkelijkheid een bedreiging te zijn geweest. Zij misbruikte daarbij publiek geld, dat bedoeld is om lonen, pensioenen uitkeringen en toeleveranciers te betalen, voor haar eigen politieke doeleinden. De regering zette het voorbestaan van de twee grootste banken in Catalonië op het spel. Daarmee speelde zij met de financiële zekerheid van de spaarders en de financiële stabiliteit van Spanje. De bedenker van deze operatie, ex-minister van financien Luis de Guindos, is momenteel vicepresident bij de Europese Centrale Bank (ECB). Gezien deze geschiedenis, is dit een zeer zorgelijke situatie. Alsof men de vos op de kippen laat passen.

 

Nawoord

Misschien dat de artikelen op dit blog de Nederlandstalige lezer geen zier kunnen schelen omdat men zelf niet door de misstanden in Spanje benadeeld wordt. Maar ik zou hier toch een kleine uitzondering op maken. Spanje werd niet lang geleden met Europees geld van haar ondergang gered. Nu zet ditzelfde land haar financiële stabilitieit op het spel op de kosten van…

U raad het al.

Een jaar geleden: De tegenaanval

(489 woorden)

De Catalaanse president Puigdemont zou voor het houden van het referendum van 1 Oktober vorig jaar belastingsgeld hebben ‘misbruikt’. Uit de boekhouding is echter nergens terug te vinden dat er publiek geld is besteedt aan stembriefjes en stembussen. Catalonië stond bovendien reeds twee jaar onder financieel toezicht van de Spaanse regering. Rajoy en zijn minister van financien beweerden daarom dat er geen enkele Euro overheidsgeld aan het referendum is besteed. Toch worden de Catalaanse politici beschuldigd van geldsmisbruik en moesten zij een borg betalen om dit bedrag te dekken. De aankoop van stembussen en kiesbriefjes werd in werkelijkheid door particulieren gedaan en bekostigd (1). Kortom, het gerechtelijk onderzoek zit vol fouten, verdraaiingen en onwaarheden om de aanklacht van rebellie te onderbouwen. De onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof, Llarena, zoekt geen evenwicht in de argumenten voor en tegen de aanklacht en zonder degelijk bewijsmateriaal (2). De Catalaanse politici die in België in ballingschap zitten, waaronder president Puigdemont, hebben hem daarom bij de Belgische justitie aangeklaagd wegens partijdigheid. In juridische termen gesproken willen zij de onderzoeksrechter ‘wreken’. De Hoge Juridische Raad en de Spaanse regering hebben verklaard dat zij  Llarena onvoorwaardelijk in deze zaak steunen. De Spaanse regering drong er daarom bij de Belgische regering sterk op aan dat deze de zaak tegenover de Belgische justitie op zich zou nemen. De Belgische regering weigerde dit als zijnde onmogelijk in een rechtsstaat waarin de machten zijn gescheiden (3). Uiteindelijk wordt de verdediging door een Belgisch advokatenkantoor (op kosten van de Spaanse belastingbetaler, dat weer wel) uitgevoerd. Deze affaire heeft er dus toe geleidt dat de facto het Spaanse justitiële systeem nu voor een Belgische rechtbank terecht staat, terwijl de politici er alleen op uit waren om de Spaanse onderzoeksrechter te wreken in deze burgerrechtszaak. Het kan echter tot zelfs een jaar duren voordat de definitieve uitspraak over de gewraakte rechter zal vallen.

Noten
1. De geschiedenis over de aankoop van de stembussen wordt beschreven in het boek ‘Operació urnes’ (Operatie stembussen). De aankoop van de stembussen in China met behulp van BitCoins, de levering in Frankrijk, de clandestiene smokkel over de Spaanse grens, de verspreiding over geheel Catalonië en het verstoppen er van, alles bedacht en uitgevoerd door vrijwilligers, leest als een thriller. Vorige week werd de initiatiefnemer van deze operatie geïnterviewd in het TV programma FAQS. Uit angst voor represailles van door de Spaanse justitie, werden zijn gezicht en stem onherkenbaar gemaakt.

2. De onderzoeksrechter Llarena veroorzaakte zoveel ongeregeldheden in de gerechtelijke procedures, waaronder veranderingen in de aanklacht na het uitvaardigen van het Europese uitleveringsbevel, dat de Belgische openbaar aanklager zelfs weigerde de aanvragen voor uitlevering in behandeling te nemen.

3. De verhoudingen tussen Spanje en België zijn sindsdien verslechterd. De Spaanse regering riep zelfs de Belgische ambassadeur op het matje. Tot nu toe is dit nog nooit vertoond tussen bevriende EU lidstaten. Het valt niet meer te ontkennen dat het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven een Europese zaak is en geen Spaanse interne aangelegenheid.

Terug met beide voeten op de grond

(898 woorden)

In een situatie met zeer grote variaties moet je altijd voorzichtig zijn met verwachtingen en voorspellingen. Één ding is de fluctuatie van de aandelen van een grote bank of oliemaatschappij, een ander ding is de prijs van BitCoin. Om maar een voorbeeld te noemen.

De fluctuaties in de waarde van de BitCoin zijn echter niets vergeleken met de ontwikkelingen in de politieke situatie in Catalonië en Spanje. Afgelopen Dinsdag hield de Catalaanse president Torra zijn betoog van de algemene beschouwingen in het Parlement van Catalonië. Daarin stelde hij een ultimatum aan de Spaanse president Sanchèz voor het houden van een referendum over zelfbeschikking van Catalonië. Hij dreigde met het verlies van de broodnodige steun aan zijn regering van de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen in het Spaanse Congres. Twee dagen later dreigt Torra zelf het slachtoffer te worden van een diepe politieke crisis die alsnog kan uitlopen in vervroegde verkiezingen.

Het dreigement was echter maar van korte duur. Niet alleen was de regering van Sanchèz niet onder de indruk van het dreigement, zoals te verwachten was, maar de fractie van ERC in het Congres, de coalitiepartner van Torra, was het openlijk oneens met het stellen van een ultimatum. Uiteindelijk stemden zelfs de eigen partij van Torra, JxCat, samen met ERC tegen het voeren van een dreigement aan Sanchez. De Catalaanse president had zijn dreigement slecht voorbereid en de Catalanen waren voor de zoveelste maal getuige van een politieke ruzie tussen de partijen die samen zouden moeten werken tegen een veel grotere gezamenlijke tegenstander. Maar bij deze ruzie bleef het niet.

De delegatie van de stemmen van de parlementsleden die gevangen zitten of in ballingschap zijn, is al twee maanden een bron van onenigheid tussen de Catalaanse partijen. Onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof, Llarena, eist dat deze parlementariërs tijdelijk moeten aftreden en iemand moeten aanwijzen om hen te vervangen. Indien de betreffende parlementariërs worden vrijgesproken, kunnen zij weer lid worden van het Parlement, aldus de rechter. Hoewel Llarena zijn boekje ver te buiten gaat, en misschien zelfs de misdaad van machtsmisbruik begaat, door te eisen dat de democratisch gekozen parlementariërs moeten aftreden, voelt hij zelf ook wel aan dat hij niet het politieke evenwicht in het Catalaanse Parlement kan wijzigen. Vandaar zijn ‘voorstel’ om tijdelijk vervangers aan te stellen. Het probleem is echter dat zijn voorstel niet wettelijk is geregeld. Wat hij vraagt geeft dus geen juridische garantie aan de tijdelijk afgetreden parlementariërs.

Als gevolg van dit probleem werd de laatste plenaire vergadering voor het zomerreces afgelast. De twee Catalaanse partijen JxCat en ERC verschilden diep van mening hoe men op het dreigement van Llarena moest reageren. In andere woorden: angst heerst onder de politici. Indien zij Llarena niet gehoorzamen, kunnen zij worden vervolgd voor wettelijke ongehoorzaamheid. Dit zou voor de kamervoorzitter en andere politici kunnen leiden tot hetzelfde lot wat zijn voorgangster heeft ondergaan. Carme Forcadell zit reeds maanden in de gevangenis op verdenking van dit delict. De partijen besloten een reces van twee maanden in te lasten om te kunnen overleggen of men de eis van Llarena zou inwilligen of niet. Llarena zijn zin geven zou een breuk betekenen met de kiezers die Puigdemont en de andere bedreigde politici gekozen hebben. Daarnaast is het Catalaanse Parlement volgens het Statuut wettelijk soeverein. Alleen in geval van openlijk militair geweld, of het aanzetten daartoe, kan een rechter de betrokken parlementariër direct uit zijn functie ontheffen. In alle andere gevallen van juridische vervolging beslist het Parlement zelf of het betreffende lid zal worden ontslagen.

Het leek er op dat JxCat en ERC tot een oplossing waren gekomen. Het Parlement zou soeverein beslissen dat de betrokken parlementariërs niet hoeven af te treden, maar wel vrijwillig hun stem aan een partijgenoot zouden overdragen. Dit laatste functioneerde reeds sinds het voorjaar, daar de gevangen politici niet per direct in het Parlement kunnen stemmen. De overeenkomst die beide partijen hadden gesloten werd echter niet door de juridische adviesraad goedgekeurd als zijnde legaal. Indien de juristen van het Parlement de stemmen van de bedreigde parlementariërs, of hun vervangers, niet goedkeuren, is er geen meerderheid meer in het Parlement van de onafhankelijkheidspartijen. En natuurlijk laten de unionistische partijen geen enkele gelegenheid liggen om hier politiek rendement uit te halen. Dit betekent dat er een directe politieke crisis op de loer ligt. Vooralsnog heeft men het stemmen over het algemeen debat uitgesteld tot volgende week. De Spaanse regering van Sanchèz liet in haar wekelijkse persconferentie vandaag al weten dat zij bij iedere ongrondwettelijke handeling van het Catalaanse Parlement in actie zal komen.

Zoals ik al zei aan het begin van dit stukje, het is veiliger om te gokken met BitCoins dan het voorspellen van de de politieke ontwikkelingen in Catalonië en Spanje. Het is weer eens duidelijk wie de tegenstander van de Catalanen is en dat deze geen enkel middel ongebruikt laat om de Spaanse eenheid te behouden. Het misbruik van de gerechtelijke macht voor politieke doeleinden, en daarmee de teloorgang van een democratische rechtsstaat, is daar eentje van. We staan weer even met beide voeten op de grond.

O ja, de Nobelprijs voor Vrede gaat naar dokter Denis Mukwege, arts in Congo, en Nadia Murad, slachtoffer van de Daesh. Deze twee activisten hebben zich ingezet tegen seksueel misbruik als oorlogswapen en in gebieden met gewapend conflict. Een welverdiende premie voor mensen die hun leven op het spel zetten voor zo’n belangrijke zaak. Van harte gefeliciteerd en veel succes met jullie strijd!

Een bewogen week met herinneringen en een (te?) hoge verwachting

(921 woorden)

Aan het begin van de week vragen veel mensen zich af wat hen de komende dagen weer te wachten staat. Natuurlijk, veel taken en gebeurtenissen zijn al vastgesteld en staan op de agenda. Andere gebeurtenissen overkomen je zomaar, zonder dat je het hebt zien aankomen of geplande activiteiten pakken geheel anders uit dan je verwacht had.

Zeker in Catalonië, dat een politiek conflict met Spanje heeft, zijn de verwachtingen aan het begin van iedere week meer gespannen dan normaal.

Maandag was het 1 Oktober, een jaar geleden dat het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid werd gehouden. In het weekeind daarvoor is hier overal in het land en in de media uitgebreid aandacht aan besteed. Ons dorp herinnerde dit gebeuren met de onthulling van een metalen plaat aan de muur van het stemlokaal, het Polivalent genaamd. Met de onthulling van de plaat werd het pleintje voor het gebouw gedoopt met de naam ‘Plaça u d’Octubre’, oftewel ‘Één Oktober plein’. Foto’s van de gebeurtenissen vorig jaar in en om het gebouw en in de omgeving van de stad waren opgehangen aan de glazen puien van het Polivalent of konden op een TV scherm worden bekeken. Er werden enkele toespraken gehouden en ‘s-avonds was er een muziekconcert voor de jongeren.

Op de dag van één Oktober zelf hadden studenten van verschillende universiteiten aangekondigd te gaan staken. Het comité ‘ter verdediging van de Republiek’ (CDR, voorheen ‘ter verdediging van het Referendum’ genoemd), had prikacties in het gehele land aangekondigd. De prikacties bleken tijdelijke bezettingen van verschillende stations van de hogesnelheidslijn en blokkades van wegen te zijn. Het Assemblea Nacional Catalana (de Catalaanse burgerbeweging voor onafhankelijkheid) kondigde voor ‘s-avonds een manifestatie aan in Barcelona. Men zou een tocht maken vanaf Plaça Catalunya naar het Catalaanse Parlement in het park Ciutadella. De manifestatie was een herinnering aan en een protest tegen het politiegeweld een jaar geleden. Bovendien wilde men druk op de Catalaanse regering uitoefenen om de Republiek in werking te stellen. De Catalanen stemden met een meerderheid hiervoor met de verkiezingen van 21 December 2017. Hoewel de politieke onafhankelijkheidspartijen het eens zijn over hun doel, rollen ze over elkaar heen met eindeloze discussies hoe men dit zou moeten bereiken. Een belangrijke factor is de angst om niet ongehoorzaam te zijn tegen de Spaanse rechters. Veel politici willen meer rechtsvervolgingen, en daarmee persoonlijk leed, voorkomen. Aan de manifestatie deden uiteindelijk 180.000 mensen aan mee. Let wel, dit was op Maandagavond, een gewone doordeweekse werkdag. Helaas liep de protestmars na het einde uit op kleine rellen voor de deuren van het Parlement en voor het politiebureau van de Policia Nacional, één van de politiecorpsen die de kiezers een jaar geleden mishandelden, aan de Via Leiatana. De rellen kregen helaas meer aandacht van de pers en de politici dan de vreedzame manifestatie van de 180.000 deelnemers.

De protestmars bleek echter wel enige invloed te hebben op de Catalaanse politiek. Op twee en drie Oktober vond het algemeen Parlementair debat plaats. President Quim Torra stelde daarin een ultimatum aan de Spaanse president Pedro Sanchèz om nog voor November met een voorstel te komen voor het houden van een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid. Zoniet, dan kan hij niet meer rekenen op de steun van de Catalaanse partijen JxCAT en ERC in het Spaanse Congres. ‘Eindelijk’, dachten veel Catalanen, ‘neemt onze regering weer het initiatief richting het verwezenlijken van de Republiek’. Dezelfde dag liet de regeringwoordvoerster van Sanchèz weten dat er geen sprake kan zijn van een referendum over zelfbeschikking van de Catalanen. Bovendien zei ze dat ‘veel beelden’ van het politiegeweld een jaar geleden vals zijn. Precies hetzelfde wat ook de PP regering van Rajoy beweerde en overtuigend werd weerlegd door de BBC. Maar ze zei wel dat de Spaanse regering ‘open blijft voor dialoog met de Catalaanse regering, maar altijd en alleen binnen de wet en over meer autonomie voor de Autonome Regio’. Deze reactie was te verwachten. De Catalanen hebben het idee van een verbetering voor hun autonomie al acht jaar geleden achter zich gelaten nadat het nieuwe Statuut, nata bene door dezelfde PSOE partij, een totale mislukking bleek te zijn: dit Statuut was een stap achteruit in de autonomie en gedane afspraken werden structureel niet nagekomen.

Maar men had niet de trieste reactie verwacht van de Catalaanse politieke partijen die deel uitmaken van de regering van Torra. Deze stemden na het debat in het Catalaanse Parlement tegen het stellen van een ultimatum aan Sanchèz. We waren weer terug bij af en veel Catalanen voelden zich, voor de zoveelste keer, door hun politieke vertegenwoordigers in de steek gelaten of zelfs bedrogen. Quim Torra dreigde dat indien hij inziet dat hij niet kan doen waar hij voor is aangesteld, hij nieuwe verkiezingen zal uitschrijven.

‘Op een gegeven moment is het geduld van de Catalanen op’, zei ex-president Carles Puigdemont deze dagen vanuit Nederland. Hij bracht daar een bezoek voor enkele dagen. Puigdemont gaf een toespraak en een interview in het gemeentelijk theater van Amsterdam. Daarnaast hield hij een colloquium op de universiteit van Amsterdam en een meeting in Eindhoven. Eindelijk kan men in Nederland direct uit de mond van de Catalaanse president horen over het politieke conflict.

De week is amper voorbij, maar ik waag me er aan dat naar alle waarschijnlijkheid het grootste nieuws reeds halverwege verscheen. Woensdag publiceerde het Amerikaanse blad Time Magazine de genomineerden voor de Nobelprijs voor de Vrede. Dit is een selectie van kandidaten die aan verscheidene kwalificaties moeten voldoen, waaronder de meest voor de handliggende: het bevorderen van de vrede. Onder de kandidaten verscheen de naam van, let wel, de Catalaanse president Carles Puigdemont! Alleen het noemen van Puigdemont als kandidaat voor de Nobelprijs voor Vrede is reeds een ontzaggelijk grote deuk in het imago van Spanje, die hem vervolgt voor rebellie met gewapend geweld en waarvoor hij 30 jaar gevangenisstraf kan krijgen. *

 

* De eerlijkheid gebied me te zeggen dat dit idee afkomt van Ben Emmerson, advokaat voor de mensenrechten bij de VN.

Een jaar geleden: onvrije verkiezingen in Catalonië

(497 woorden)

Na de opschorting van de Catalaanse autonomie schreef de Spaanse president Rajoy vervroegde verkiezingen in Catalonië uit. Door het gevangen laten zetten van zijn politieke tegenstanders, de Catalaanse politici, dacht hij er zeker van te zijn dat de unionistische partijen deze verkiezingen zouden winnen. Maar ondanks de gerechtelijke vervolgingen, de sterk partijdige kiescommissie, de twee miljoen Euro’s die de unionistische partij Ciutadans van de Spaans beursgenoteerde bedrijfsmachten, de IBEX 35, ontvingen voor haar verkiezingscampagne, wonnen de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen de verkiezingen van 21 December opnieuw. Dit keer presenteerde de partij ERC zich apart van de kiesgroep van Puigdemont, JxCat (Samen voor Catalonië). JxCat werd gekozen als de grootste onafhankelijkheidspartij. Puigdemont zou dus opnieuw moeten worden aangesteld als president van Catalonië. Maar aangezien hij het Spaanse grondgebied niet kan betreden en de onderzoeksrechter van het Spaanse Hooggerechtshof, Llarena, verbood dat hij zich door middel van een videoconferentie in het Catalaanse Parlement kon presenteren (op straffe van rechtsvervolging van de kamervoorzitter), werd zijn aanstelling als president tegengehouden. Ook twee andere presidentskandidaten van JxCat hield rechter Llarena tegen. Het Spaanse Hooggerechtshof benadeelt hiermee niet alleen de betrokken politici, maar ook de kiezers. Bovendien schendt het Hof het internationale politieke recht: gevangenen in voorarrest en ballingen mogen zich voor verkiezingen presenteren en politiek actief zijn. Hun advocaten hebben hiervan aangifte gedaan bij de VN Commissie van de Rechten van de Mens in Geneve. Deze commissie heeft Spanje opgeroepen om de politieke rechten van de Catalanen te respecteren. Het uiteindelijke, maar niet-bindende, oordeel wordt binnen korte termijn verwacht. Ook de politieke rechten van de andere parlementariërs die gevangen zitten worden aangetast. Zij moeten van de rechter uit het Parlement worden gezet en ‘tijdelijk’ worden vervangen: een constructie waarin wettelijk niet in is voorzien en dus juridisch niet beschermd is. In andere woorden: na acceptatie van dit ‘voorstel’ van de rechter is het niet gegarandeerd dat de gekozen parlementariërs na vrijspraak weer op hun parlementszetel kunnen terugkeren. De politieke partijen zijn het er nog niet over eens of, en hoe, zij aan dit voorstel van Llarena gehoor zullen geven *. Één ding is wél duidelijk: de gerechtelijke macht drukt zwaar haar stempel op het Parlement en beïnvloedt op deze manier het politieke verloop van de Catalaanse politiek. Een ongeoorloofd fenomeen in een democratische rechtsstaat.

 

* Uiteindelijk kwamen de twee grootste partijen die voor onafhankelijkheid zijn, JxCat en ERC, tot een overeenkomst dat het Parlement zou beslissen of de parlementariërs al dan niet moeten aftreden. Op twee Oktober, nadat er twee maanden geen Parlementair debat had plaats gevonden als gevolg van deze affaire, werd dit in behandeling genomen. De absolute meerderheid besloot om de bedreigde parlementariërs niet af te zetten en hun stem aan iemand anders te delegeren. Daarmee gaf het Parlement gedeeltelijk gehoor aan rechter Llarena, maar behield haar soevereiniteit. Er bestaat echter onzekerheid of de gedeleerde stemmen wel rechtsgeldig zijn. Dat is het resultaat omdat Llarena een onwettig voorstel deed en de politieke partijen hem niet willen ongehoorzamen uit vrees voor gerechtelijke vervolgingen.

Een jaar geleden: de volledige staatsgreep

(385 woorden)

De toespraak van koning Felipe VI

Op drie Oktober sprak koning Felipe VI het Catalaanse volk en haar leiders op strenge toon toe. Hij veroordeelde het referendum als een aanval tegen de Spaanse Staat en de grondwet. Met zijn toespraak koos hij dus duidelijk politiek partij en verloor daarmee zijn rol als staatshoofd. Dit is niet heel erg verwonderlijk, daar zijn vader, Juan Carlos I, door generaal Franco als zijn directe opvolger werd aangewezen. De zogenaamde ‘democratische overgangsperiode’ na de Franco dictatuur wordt in Catalonië daarom beschouwd als een verholen voortzetting van het Franco regiem. Als gevolg van de toespraak van Felipe verbrak de huidige Catalaanse regering alle contacten met het koninklijk huis. De toespraak betekende ook een vrijbrief voor de Spaanse regering van Rajoy.

 

Opschorting van de Catalaanse autonomie

Na het referendum besloot de Spaanse regering om grondwetsartikel 155 in werking te stellen. Dit artikel zegt dat een autonomie tijdelijk onder toezicht kan komen te staan van de centrale regering indien deze ‘ongehoorzaam’ zou zijn. De centrale overheid kan in dat geval dus bevelen opleggen aan de regering en administratie van zo’n autonome regio. Voordat deze wet in werking kan worden gesteld, moet een parlementaire commissie alle partijen horen en wederhoren. Spaanse juristen die gespecialiseerd zijn in de grondwet, sloten begin Juli uit dat ‘artikel 155’ nog voor het referendum van één Oktober kon worden ingesteld, want men schatte dat een dergelijke procedure al gauw drie maanden zou kosten. President Rajoy gaf echter een geheel andere interpretatie aan dit grondwetsartikel. Met een partijdige commissie in de Senaat, waar hij de absolute meerderheid had,  joeg hij de gehele onderzoeksprocedure in twee weken er door heen. Hij ontsloeg de regering van Puigdemont, ontbond het Catalaanse Parlement en schreef nieuwe verkiezingen uit. Dit besluit druist regelrecht tegen de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut in. Daarin wordt verklaard dat het Catalaanse Parlement soeverein is en alleen de Catalaanse president het recht heeft om verkiezingen in Catalonië uit te schrijven. Zelfs bij gedwongen afwezigheid van de Catalaanse president, zoals ziekte of overlijden, moet het Parlement opnieuw een president aanstellen voordat zij ontbonden kan worden. Het waren dus president Rajoy en zijn politieke partners Ciutadans en PSOE die, samen met het sterk gepolitiseerde Constitutioneel Hof, een Staatsgreep pleegden en niet de afscheidingsbeweging, zoals de unionistische partijen willen doen geloven.

Een jaar geleden: Het referendum en gerechtelijke vervolgingen

(607 woorden)

Vooraf aan het referendum van 1 Oktober over de onafhankelijkheid van Catalonië was een internationale waarnemerscommissie uitgenodigd. Deze stond onder de leiding van de Nederlandse diplomaat Daan Everts. Ondanks dat van Catalaanse zijde aan alle normen werd voldaan, concludeerde de commissie dat door het politiegeweld niet van een vrij, democratisch referendum kon worden gesproken. De Catalaanse regering van Puigdemont zei dezelfde avond dat het Catalaanse volk door haar vreedzame weerstand met het verdedigen van hun stemrecht haar onafhankelijkheid had verdiend. Met een opkomst van 43% van de stemgerechtigden, in totaal 2,23 miljoen stemmen, koos 92% voor de onafhankelijkheid van Catalonië. Zoals in het Catalaanse Parlement was overeengekomen, werd als gevolg van de uitslag op 10 Oktober de Catalaanse Republiek uitgeroepen. De definitieve verklaring van de Republiek trok Puigdemont echter direct weer in op aandringen van Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad. Deze beloofde om te zorgen voor bemiddeling in het conflict. Daarna bleef het echter ijzig stil en Europa. Op 27 Oktober werd de verklaring van de Catalaanse Republiek door het Parlement bekrachtigd. De tijdelijke grondwet voor de Republiek (de juridische overgangswet) kon echter niet in werking worden gesteld. President Puigdemont en zijn regering moesten naar het buitenland uitwijken.

Later verklaarde Puigdemont dat hij de Republiek niet in werking had gesteld en was uitgeweken naar Brussel omdat er sterke aanwijzingen waren dat Spanje militair wilde ingrijpen. Puigdemont wilde geen dodelijke slachtoffers voor het verkrijgen van de Catalaanse onafhankelijkheid. De verhoogde militaire activiteiten in de kazernes in Catalonië en nabij Zaragosa droegen bij aan dit vermoeden. Achteraf gezien hadden de Catalaanse politici zich onvoldoende voorbereid voor het oprichten van een nieuwe staat. Zij hadden de Spaanse tirannie schromelijk overschat. Niemand trouwens had verwacht dat de Spaanse staat haar eenheid zou verkiezen boven de democratische waarden. Daarnaast had de Catalaanse overheid niet de volledige controle over haar territorium en had zij het Catalaanse volk niet de gelegenheid gegeven om zich voor de zaak in te zetten en, indien nodig, op te offeren. Een constatering die de politici nogal wat kritiek heeft opgeleverd en zeker zal dienen voor de nabije toekomst.

Toen de politici werden opgeroepen voor gerechtelijk verhoor, besloot een deel van de ministers terug te keren en meldden zich vrijwillig bij de rechter. Sommigen kwamen er speciaal voor terug uit Brussel, waar zij bij president Puigdemont verbleven. Zij kregen de oproep slechts vierentwintig uur van tevoren. zodat hun advocaten geen tijd hadden om zich voor te bereiden op de verdediging. Daarna werden zij gevangen gezet of moesten een hoge borg betalen omdat zij vluchtgevaarlijk zouden zijn. Tegen president Puigdemont en de ministers die besloten om in Brussel, Schotland of Zwitserland te blijven, werd een Europees uitleveringsbevel uitgevaardigd. De politici en ook de leiders van de burgerbewegingen worden beschuldigd van lidmaatschap van een criminele organisatie en van oproer en opruiing tegen de Spaanse Staat. De aangeklaagden kunnen hiervoor alleen worden beschuldigd indien zij militair geweld of explosieven zouden hebben gebruikt. De redenering van de onderzoeksrechter van het Spaans Hooggerechtshof, Pablo Llarena, is dat de politici schuldig zijn voor het gebruik van geweld omdat zij het politiegeweld op 1 Oktober hebben uitgelokt door het houden van een referendum. Het gerechtshof van Sleeswijk-Holstein, waar Puigdemont werd aangehouden, weigerde hem echter voor deze beschuldiging uit te leveren. Deze rechtbank vind namelijk dat de Catalaanse president geen enkel gebruik van geweld heeft gemaakt of aanzet daarvoor heeft gegeven. Op dat moment trok de onderzoeksrechter, voor de tweede maal, zijn uitleveringsverzoeken in. Want nu kon hij Puigdemont alleen berechten wegens mogelijk misbruik van overheidsgeld. De beschuldiging en het aanhoudingsbevel voor Puigdemont en zijn ministers in ballingschap blijft in Spanje echter van kracht.

Een jaar geleden: Het referendum, een persoonlijk relaas

2703 woorden

1. Opstaan!
De wekker stond op het punt om af te gaan, maar ik was al wakker. Het was 1 Oktober, half vijf in de ochtend en dus nog donker. Ondanks de spanningen van de afgelopen dagen, had ik toch redelijk rustig geslapen deze nacht, zij het kort. Nog voordat hij af ging, schakelde ik hem uit om mijn eega niet wakker te maken. Zachtjes ging ik naar de badkamer om me daar aan te kleden. Toen ik de trap af naar beneden ging hoorde ik toch nog een ‘Succes’ vanuit onze slaapkamer. Twee sneden brood en een koffie, zoals altijd anders houd mijn gestel het niet vol. Lopend ging ik naar het gebouw dat vandaag als stemlokaal in mijn dorp zou dienen. Het was druilerig weer, maar een paraplu was vooralsnog niet nodig. Voor mij liepen twee jongens. Gingen zij ook naar het stemlokaal? Maar aan het einde van de straat bogen zij af, al pratend een andere richting op.

2. Bij het stemlokaal
Het gebouw, ‘Polivalent’ genaamd en eigendom is van de gemeente, zal vandaag als stemlokaal functioneren, zoals dit het geval is bij alle stemmingen sinds de bouw er van zo’n vijf jaar geleden. Het is een grote zaal, vaak gebruikt voor concerten, meetings, feesten et cetera. Het heeft een grote glazen voorpui met een toegangsdeur dat grenst aan een pleintje. De ingang geeft toegang tot de hal. De zaal zelf wordt van de hal gescheiden door metalen rolluiken.

Op weg naar het pleintje vond ik grote rollen hooi opgesteld. Zij moesten de eventuele toegang van politiebusjes tot dichtbij het gebouw verhinderen. Aangekomen bij het de Polivalent stond er al een flinke groep mensen op het plein. Ik schat een stuk of vijftig. Men had er een grote tent opgezet met daarin een bar, wat tafeltjes en stoelen. Enkele dagen voor het referendum hadden we dit in de actiegroep van het CDR (de Commissie ter Verdediging van het Referendum; een overkoepelende organisatie van burgerbewegingen en politieke partijen) besproken. Er werd toen voorgesteld om ‘s-ochtends koffie, drinken, en sandwiches met braadworsten te verkopen. voor het middageten zou een grote paella worden gemaakt. Samen met een ander lid was ik er op tegen. We vonden dat het referendum, een serieuze aangelegenheid waar we jaren voor gestreden hadden, niet moest ontaarden in een ordinaire picknick. De meerderheid vond dat er wel voor drinken en eten gezorgd moest worden, want we zouden de gehele dag mensen nodig hebben om de stembussen te verdedigen. Achteraf gezien ben ik blij dat men er voor gekozen had.

3. Voordat de deuren opengaan
Rond vijf uur gingen de lichten in het lokaal aan. Er was al enige beweging te horen, maar nu zag men de slaapzakken en de jongeren die binnen in het lokaal de nacht hadden doorgebracht, waaronder mijn dochter. Ook de nacht en de dag er voor hadden de jongeren in het gebouw gebivakkeerd, evenals in andere stemlokalen overal in het gehele land. Bij de scholen gingen leden van de CDR’s, vaak de ouders van de leerlingen, direct naar binnen toen de leerlingen op Vrijdagmiddag de scholen verlieten. Hiermee voorkwam men dat de gebouwen door de politie zouden worden afgesloten en verzegeld. De jongeren moesten om zes uur uit de Polivalent zijn om de de zaal gereed te maken voor het stemmen.

Ons werd verteld dat, wanneer er politie zou arriveren, we dicht opeengepakt voor de toegangsdeur van het gebouw moeten gaan staan. Iemand liet me een video zien hoe een oproerpolitie werd tegengehouden en weggedreven door een grote groep mensen die zich goed aan elkaar vasthielden en geen hen ruimte gaven. Dat was dus de theorie. De praktijk zou vandaag uitwijzen dat dit niet functioneert wanneer een politie buitenproportioneel geweld gebruikt. Bij wijze van oefening gingen we met een groep van inmiddels ongeveer tweehonderd mensen voor de deur staan. Een advocaat die toezicht zou houden, vertelde dat het bieden van vreedzame, passieve weerstand volkomen legaal is. ‘Wanneer je te bang wordt door de dreiging met de politie vlak voor je, schaam je dan niet en verlaat dan gerust de groep’, zei de leider van het CDR.

Rond half zeven verschenen vijf Mossos d’Esquadra in gewoon uniform. Vanaf de vroege ochtend hadden ze al vanaf enige afstand op een heuveltje toe staan kijken. We werden opnieuw gesommeerd voor de deur te gaan staan. Dit keer was het menens. Het hoofd van de agenten vroeg of zij er door mochten om het gebouw te kunnen verzegelen. Toen men zei men weigerde om ze doorgang te verlenen, trokken ze zich terug. Wanneer het gebouw eenmaal verzegeld is, kan men er niet meer in. Het stemmen zou dan onmogelijk zijn, want het verbreken van een zegel is wél illegaal en kan leiden tot gerechtelijke vervolging. Vooralsnog bleven we bij de voordeur staan om verassingen van de kant van de politie te voorkomen. Gedurende de gehele dag bleven ze bij het stemlokaal aanwezig en zo nu en dan maakten ze een praatje met de burgermeester of het publiek. De relatie met de Catalaanse politie was ontspannen. Nu de slapers ook buiten waren, begon het meer te leven in het gebouw. De tafeltjes met stoelen en de verwijsborden werd op hun plaats gezet. Op een gegeven moment klonk er een groot gejuich. Enkele mensen, waaronder brandweerlieden, droegen witte plastic dozen boven hun hoofd en liepen achter elkaar tussen de menigte door het gebouw binnen. Het waren de stembussen die de Spaanse politie en Guardia Civil de afgelopen weken overal hadden gezocht.

4. De rol van de brandweer
De brandweer had deze dag de taak op zich genomen om de mensen ook bescherming te bieden tegen eventuele aanvallen van de politie, als was het een natuurramp die ons allen te wachten stond. Met hun brandweerbare pakken aan en helmen op waren zij beter beschermd tegen eventuele agressie van de kant van de politie. Bovendien zijn het potige kerels die met hun ‘uniformen’ respect afdwingen, inclusief bij de politiecorpsen die vaak met hen moeten samenwerken. Zij verdienen voor het werk dat ze gedaan hebben een medaille. Ze stonden vooraan in de mensenmenigte en waren de eersten die de klappen ontvingen. Echte burgerbeschermers.

5. Het democratische feest kan beginnen
Voordat om negen uur het stemlokaal open ging, werd er omgeroepen dat iedereen kon gaan stemmen in een willekeurig stemlokaal in Catalonië. Dit was fantastisch nieuws! Zou een lokaal door een politie worden belaagd of worden afgesloten, dan kon men uitwijken naar een ander stemlokaal. Om het referendum volkomen tegen te houden, zou de politie dus iedere stad, dorp of gehucht in geheel Catalonië de stemlokalen moeten sluiten; een onbegonnen werk, zelfs voor de 6000 man extra politie die enkele dagen tevoren waren gearriveerd uit andere delen van Spanje. Later werd bekend dat het Centrum voor Informatica en Telecommunicatie (CTTI) van de Generalitat onder leiding van staatssecretaris Jordi Puignero dit mogelijk had gemaakt met behulp van de BlockChain technologie: dezelfde techniek die gebruikt wordt voor BitCoin en andere digitale valuta. Op deze manier werd voorkomen dat men tweemaal zijn stem kon uitbrengen.

Het stemlokaal ging open. Om logistieke redenen werden de mensen in groepjes van tien personen naar binnen toegelaten. Door te controleren wie er naar binnen ging, wilde het CDR bovendien voorkomen dat er ongemerkt leden van de politie naar binnen zouden glippen en de stembussen in beslag zou nemen. Na ongeveer een half uur werd er omgeroepen dat men bericht had ontvangen dat de Policia Nacional en Guardia Civil elders met zeer harde hand de mensen voor de stemlokalen uit elkaar sloegen. De spanning steeg en we waren gewaarschuwd voor het ergste. De feestelijke stemming die er in eerste instantie was maakte plaats voor bezorgde blikken.

6. Vertraging
Kort nadat het stemmen begonnen was, werd omgeroepen dat het Internet van het stemlokaal overbelast was en men vroeg de Wifi van de mobiele telefoons uit te schakelen. Het probleem bleek echter van andere aard te zijn. De computerservers om het stemmen mogelijk te maken bleken niet te werken en men moest inloggen op andere servers die buiten Spanje stonden opgesteld. De servers van het CTTI hadden last van een DDOS aanval wat een overbelasting veroorzaakte. Het vermoeden was dat de Guardia Civil hier achter zat. Na ruim een uur was het probleem verholpen en kon er worden gestemd.

7. Bezoek van de vertegenwoordigers van de Spaanse democratie
In de loop van de middag werd iedereen die in het stemlokaal aanwezig was, plotsklaps naar buiten gestuurd. De metalen rolluiken tussen de hal en de zaal werden gesloten en de glazen puien naar buiten werden opengezet. Met had bericht ontvangen dat de Policia Nacional met ME busjes op weg naar ons dorp was. Het publiek werd gevraagd in de hal voor de rolluiken te gaan zitten. Anderen, waaronder ikzelf, stelden zich rechtop voor de ‘zitbrigade’. Ondanks de serieuze situatie, reageerde men in het algemeen redelijk ontspannen. Een kennis die voor het rolluik zat, vroeg me een foto van hem en zijn vrouw te maken. Ook hoorde ik ergens ‘pappa’ roepen. Het was mijn dochter die daar met haar clubje vrienden achterin zat. Op dat moment schrok ik erg en werd zeer ongerust. ‘Stel je voor als ze komen en ze slaan of schoppen mijn dochter! Een klap op haar handen en ze zal misschien geen meer piano kunnen spelen. Of erger nog: op haar hoofd’, ging door mijn hoofd. Achteraf gezien waren we allemaal verschrikkelijk naïef. We hadden nog nauwelijks de beelden van het gewelddadig politie optreden gezien. Na verloop van tijd kreeg men het bericht dat het vals alarm was en ging iedereen naar buiten. De rolluiken gingen open en het stemmen werd weer opgevat.

8. Bezoek van de internationale waarnemers
In de middag kregen we bezoek van enkele leden van de commissie van internationale waarnemers. Er klonk applaus van de aanwezigen. Ze informeerden bij de verantwoordelijken hoe het stemmen verliep en vonden dat alles technisch goed georganiseerd was. Daarna gingen ze eten in het Japans restaurant dat ons dorp rijk is. Iemand moet gedacht hebben dat je genodigde gasten altijd goed moet behandelen.

9. Een telefoontje
Tegen het einde van de middag werd ik gebeld. Het was mijn broer die in Nederland woont. ‘Hoe gaat het bij jullie?’ Klonk zijn stem bezorgt. Blijkbaar had hij de eerste beelden van het politiegeweld op TV gezien. ‘Redelijk goed. Gelukkig is de Spaanse politie niet hiernaartoe gekomen, maar het zag er wel even naar uit.’ Ik vertelde nog dat dit voor Spanje zeer grote gevolgen zou hebben want zij had haar eigen burgers met een militaire eenheid, de Guardia Civil, aangevallen. En dat is een doodzonde binnen de EU, zo had ik gelezen. ‘Ik ben er stelling van overtuigd dat men artikel 7 op Spanje zal toepassen.’ Hoe naïef kon ik toch zijn. Van Europa en de Unie hebben we nooit iets vernomen behalve dat het een intern conflict van de lidstaat Spanje is, dat iedereen zich ook daar aan de (grond)wet dient te houden en de valse belofte van de voorzitter van e Europese Raad, Donald Tusk, voor bemiddeling indien Puigdemont de Republiek niet zou doorzetten. Ook de president had toen nog het volste vertrouwen in de EU.

10. Voortijdige sluiting van het stemlokaal
Het stemlokaal zou tot acht uur ‘s-avonds open blijven. Rond vier uur kwam er af en toe nog iemand binnen: de meesten die wilden stemmen hadden dit in de ochtend al gedaan. In overleg tussen de burgermeester, de verantwoordelijken van het stembureau en het CDR werd besloten om het lokaal te sluiten en de stemmen te gaan tellen. Men wilde het risico voorkomen dat de politie alsnog de stembriefjes in beslag zou komen nemen. Het resultaat zou door de burgermeester om negen uur die avond op het grote plein bekend worden gemaakt.

We begonnen met het opruimen van de bar en het afbreken van de tent. Nadat het tellen van de stemmen was gedaan, kregen we een stembus in handen. Velen wilden op de foto samen met de veelgezochte plastic dozen. Het gebouw dat had gediend als stemlokaal werd afgesloten en ieder ging zijn weg. Het plein was al verlaten toen een groepje Mossos d’Esquadra een zegel plakte op de toegangsdeur van het gebouw.

Ook mijn eega en ik verlieten nu het plein. We spraken met de groep van de lokale ANC af om bij één van hen thuis nog wat na te praten in afwachting totdat de resultaten bekend zouden worden gemaakt. Toen we daar zaten, vroeg een iemand om stilte want ze had een voicemail binnengekregen van een vriendin van haar. Met een huilende stem hoorden we: ‘Het zijn echt schoften, die politie. Ik was in het stemlokaal. Één zo’n monster pakte mijn hand en brak al mijn vingers. Ik ben nu in het ziekenhuis’. We wisten al dat de politie erg hard op de menigte had ingeslagen. Maar nu begon het bij ons door te dringen hoe beestachtig de Spaanse politie en de Guardia Civil tekeer waren gegaan. De beelden zouden we later op de avond en in de komende dagen uitgebreid zien. Ook die van de geüniformeerde crimineel die de vingers van een jonge vrouw breekt, één voor één en in alle rust terwijl zij het uitschreeuwt van de pijn. Zo te zien zonder dat daar enige noodzaak voor was, want ze vormde geen enkele bedreiging. In een interview later las ik dat zij in het stemlokaal als vrijwilligster assisteerde om bejaarden te helpen met het stemmen.

11. De uitslag
Om negen uur gingen we gezamenlijk naar het plein waar het resultaat van de verkiezing bekend zou worden gemaakt. Hoewel het plein behoorlijk groot is, was het er bomvol. ‘Er hebben 3002 mensen gestemd, daarvan stemden er 71 tegen de onafhankelijkheid van Catalonië, 2893 voor en 38 stemden blanco. Dat betekend dat 96,4% van de stemmers gekozen hebben voor de Catalaanse onafhankelijke Republiek.’ Na deze aankondiging klonk er een luid gejuich. Wij van het ANC feliciteerden elkaar. Alle inspanningen van de afgelopen acht jaren concentreerden zich in dit moment. Hiervoor hadden we dit allemaal gedaan, dit was ons doel en het was ons gelukt! Emoties kregen nu even de vrije loop. Als afsluiting werd het Catalaanse volkslied ‘Els segadors’ (De maaiers) gezongen. Daarna namen mijn vrouw en ik afscheid van het groepje ANC activisten en gingen na een lange dag huiswaards.

Thuisgekomen wilden we nog zien en horen hoe het elders was gegaan. In een persconferentie op TV sprak president Carles Puigdemont het volk toe. Hij zei dat vandaag het Catalaanse volk door het verdedigen van de stembussen haar onafhankelijkheid heeft verdiend en beloofde de onafhankelijke Republiek Catalunya in de komende dagen uit te roepen. Een nieuw land was geboren. We konden rustig gaan slapen.

12. Nabeschouwing
Een jaar later, bij het herdenken van het referendum en het terug zien van de beelden van het politiegeweld, dezelfden die we al zo vaak gezien hebben of nieuwe die door de politie zelf werden gefilmd en de afgelopen dagen zijn gepubliceerd, kan ik mijn emoties nog steeds moeilijk bedwingen. Deze gruwelijke beelden van vreedzame mensen bij de stemlokalen die mishandeld werden veroorzaken nog steeds een immens gevoel van woede en onmacht. Nog steeds veroorzaken ze een brok in mijn keel en kost het me moeite een traan te onderdrukken. En ik weet dat ik niet de enige ben. De Catalanen voelen zich geschoffeerd, in hun waardigheid aangetast en hebben het trauma van deze gebeurtenissen nog steeds niet verwerkt. Velen werden geslagen, getrapt, aan hun armen en hun haren getrokken, en nog heel veel meer, of zagen dit met eigen ogen gebeuren. Die dag werden er in eerste instantie 890 gewonden onder de bevolking geregistreerd. later werd dit gecorrigeerd tot 1066 gewonden, waarvan twee ernstig. Een jonge man verloor zijn oog door een rubberen kogel van de politie; een wapen dat in Catalonië verboden is om te worden gebruikt. Een ander kreeg een hartinfarct en werd door de omstanders gereanimeerd terwijl de politie gewoon doorging met het uit elkaar halen van de demonstranten en de hulpverleners hun werk bemoeilijkten.

Dit alles omdat de mensen in Catalonië slechts één ding wilden: stemmen, stemmen om vreedzaam tot een overeenstemming te komen over een politieke kwestie, stemmen over hun eigen toekomst. Welke democraat ziet daar nu een misdaad in?