Onder rechters

Het Spaans overkoepelend orgaan van justitie, el Consejo General del Poder Justicial (CGP) (in Nederland vergelijkbaar met de Hoge Raad), is het orgaan dat verantwoordelijk is voor de rechtspraak in Spanje. Haar belangrijkste taak is er voor te zorgen dat de Spaanse justitie, en dus de rechters, onpartijdig is en blijft. Het CGPJ heeft een interne chat-en emailservice voor de rechters zodat zij onderling op eenvoudige manier en buiten het zicht van nieuwschierige ogen, met elkaar kunnen communiseren. Op zichzelf lijkt mij dit al niet erg normaal in een democratische rechtsstaat. Ik weet niet of in andere westerse democratieën rechters met elkaar vrij van gedachten kunnen wisselen over van alles en nog wat. Maar goed, in Spanje bestaat dit systeem.

De kranten Eldiario.es en Elmon.cat  hebben via de Internet aktivisten Anonymous beslag weten te leggen op een tiental van dergelijke chats tussen rechters uit geheel Spanje. De chats laten de verschillende meningen van de rechters zien over het Catalaans onafhankelijkheidsproces en hun politieke leiders. Het blijkt dat een deel van deze rechters een zeer duidelijke mening hebben. De gesprekken tussen de rechters tonen niet alleen aan dat zij partijdig zijn, maar laten ook zien hoe minderwaardig en zelfs beledigend over de Catalanen in het algemeen en hun politieke leiders in het bijzonder denken en praten. Zij tonen vooral hun grote onvrede nadat de Duitse rechtbank van Sleeswijk-Holstein weigerde om president Puigdemont uit te leveren wegens rebellie. Enkele voorbeelden:

Enkele rechters kenmerken de Catalanen en hun politieke leiders als nazi’s. Één van hen verwijst naar de donkere tijden in het Duitsland van de vorige eeuw.

Wanneer Duitsland naar de condities in de Spaanse gevangenissen vraagt, klaagt een rechter dat de Spaanse staat als een bananenrepubliek wordt behandeld.

Enkele rechters stellen voor om wraak te nemen door informatie op te vragen of de Duitse ambtenaren, gezien hun geschiedenis, wel aan de mensenrechten voldoen’.

In een van de chats vergelijkt een rechter de misdaad van Puigdemont met verkrachting en noemt de Catalaanse president ‘hoerenzoon’: ‘In plaats van zijn penis in een vagina te stoppen, doet hij er voorwerpen in. In Spanje is dat verkrachting, maar in sommige andere landen niet. Maar dat neemt niet weg dat de sexueel misbruiker een hoerenzoon is, ondanks dat hij niet wordt uitgeleverd en het systeem heeft gebroken.’

Na de eerste weigering van Duitsland om Puigdemont uit te leveren (5 April 2018): ‘Het zou interessant zijn hoe men in Duitsland had geoordeeld indien het andersom zou zijn geweest. Dat een Spaanse rechtbank hetzelfde besluit zou hebben genomen.’ In een van de chats antwoord een magistraat uit Andalusië dat de Duitsers ‘hun eigen jurisprudentie over verkrachting willen opleggen en niet wat met deze juridische term in beide staten (Spanje en Duitsland, vert.) overeenkomt’.

Een andere rechter zegt in een chat dat hij overplaatsing heeft aangevraagd om te voorkomen dat zijn zoon door het onafhankelijkheidsvirus wordt besmet.

Één van hen klaagt dat Duitsland het politieke proces niet als voldoende gewelddadig beschouwd om dit te kunnen beschouwen als hoogverraad zoals in de Duitse wet wordt beschreven. Hij noemt de Catalaanse politici nog voordat zij veroordeeld zijn ‘colpisten’ (coupplegers): ‘Als het geweld van de coupplegers in staat is om de legitieme macht te breken, dan heeft de rebellie getriomfeerd. In deze context lijkt het me dan moeilijk om de rebellen te veroordelen.’

Wat in deze chats gezegd wordt, zou volgens het wetboek van strafwet kunnen worden aangemerkt als oproep tot haat. Indien een burger dergelijke dingen zou zeggen, bijvoorbeeld via Twitter, dan zou hij zonder twijfel gerechtelijk worden vervolgd. Maar dit zijn gesprekken tussen rechters die een oordeel moeten vellen over de politici en burgers, terwijl zij aantoonbaar en zeer duidelijk hun mening al hebben gevormd. Bovendien blijkt uit deze gesprekken dat het CGPJ faalt in het uitvoeren van haar fundamentele taak, namelijk het garanderen van een onpartijdige justitie.

De president van Spanje, Pedro Sánchez, bevond zich op het moment van publicatievan de chats op de EU top in Salzburg en had de berichten hierover nog niet kunnen lezen, zo zei hij, toen hem hierover zijn mening werd gevraagd. Maar hij zei wél dat er geen commentaar gegeven kan worden over privé communicaties en dat hij het volste vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van de Spaanse justitie en dat de rechters het volste respect verdienen.

Enkele vakbonden van rechters merkten op dat het slechts enkelen, een stuk of vijftien, zouden zijn die zo denken. Het overgrote deel van de rechters hebben geen mening over deze zaak en zijn onpartijdig.

In een ingelaste TV toespraak gisteren zei president Quim Torra dat hiermee iedere hoop op een onpartijdige rechtszaak in Spanje is verdwenen. ‘Iedere burger wordt blootstelt aan willekeurige vervolgingen.’ Hij eist van president Sánchez dat de voorzitter van het CGPJ, Carles Lesmes, per direct wordt ontslagen, de verantwoordelijken onmiddellijk worden geschorst, de openbaar aanklager een diepgaand onderzoek moet instellen met strafrechtelijke gevolgen en dat hij als president van Spanje zijn verantwoordelijkheid op zich neemt om alles te doen om dit probleem snel en volledig te lossen. Bovendien eist Torra dat de politieke gevangenen onmiddellijk moeten worden vrijgelaten, de politici in ballingschap naar huis kunnen terugkeren en hun aanklacht tenniet wordt gedaan. ‘Want zij zijn het directe slachtoffer van deze justitiële partijdigheid.’

Voor het einde van dit jaar zal het gerechtelijk proces tegen de politieke gevangenen beginnen. Het Hooggerechtshof liet deze week weten dat het vonnis pas na de gemeenteraadsverkiezingen in Mei 2019 bekend zal worden gemaakt ‘om de verkiezingen niet te beïnvloeden’. Maar men blijft beweren dat het geen politiek proces betreft en dat justitie onafhankelijk is. Het vertrouwen dat de Catalaanse politici en de burgerleiders een eerlijk, onpartijdig proces zullen krijgen was reeds nihil. Met de publicatie van deze chats is dit vertrouwen gezakt tot nul graden Kelvin; het absolute nulpunt.

De staatsgreep van 20 September: een persoonlijk relaas.

1. Eerdere pogingen van een inval

‘s-Morgens rond acht uur hoorden en zagen we via het nieuws op TV, wat we altijd even kijken, dat de Guardia Civil huiszoekingen waren begonnen op de ministeries van de Catalaanse Generalitat. Aangezien alleen de Mossos d’Esquadra hiertoe mogen overgaan, waren we zeer verbaasd. Eerder deze zomer had de Guardia Civil geprobeerd om een ministerie binnen te komen. Zij werden toen keurig in een kantoortje geparkeerd totdat werd opgehelderd of zij hiervoor toestemming van een rechter hadden gekregen. Toen na enkele uren bleek dat er geen gerechtelijk bevel voor huiszoeking was, werden de Guardia Civil onder begeleiding terug naar de voordeur gebracht.

 

2. Huiszoekingen en de staatsgreep

Dit keer was het anders. De secretariaat van de rechtbank was aanwezig met een bevel en kon men daarom een huiszoeking niet weigeren. Uit verbazing en woede begon de eerste mensen zich voor de deuren van de verschillende ministeries te verzamelen. Daar waar de Guardia Civil reeds binnen was uit protest, daar waar (nog) geen huiszoeking werd gehouden om een blokkade te vormen. In de loop van de ochtend besloten we met enkele vrienden uit ons dorp, na enkele WhatsApp berichten heen en weer, met de auto naar Barcelona te gaan. De radio stond aan. En zo hoorden we de details en de ontwikkelingen die aan de gang waren. We hoorden toen ook dat alle bankrekeningen van de Generalitat door het ministerie van Montoro (financiën) ware geconfisceerd. In andere woorden: de facto had de Catalaanse Generalitat haar autonomie verloren. Zij kon absoluut niets meer doen zonder uitrukkelijke toestemming. Hiervoor was geen speciale wet voor in werking gesteld, de Catalaanse regering was niet tevoren ingelicht zodat zij een weerwoord kon doen en er was niet over gestemd in het Congres of in de Senaat. Kortom, aan alles wat in grondwetsartikel 155 staat over een tijdelijke opschorting van een autonome regio, werd niet voldaan. Dit betrof een eenzijdige actie van de spaanse regering van Rajoy om een grondwettelijk onderdeel van haar Staat te elimineren. Met andere woorden: dit betrof een heuse, authentieke staatsgreep!

 

3. Aankomst in Barcelona

Bij Barcelona aangekomen, vernamen we via de radio dat de menigte zich voornamelijk voor de deuren van het ministerie van Economische Zaken verzamelde. Dit ministerie bevind zich op de hoek van Rambla de Catalunya en Gran Via de les Corts Catalanes, kortweg Gran Via genoemd. Vlakbij vonden we een parkeerplaats en liepen we richting genoemd kruispunt. Voordat we daar arriveerden, zagen we aan de Gran Via een rij van zo’n twintig geblindeerde politiebusjes van de Mossos d’Esquadra geparkeerd staan. De agenten liepen er met hun helmen aan de riem rustig naast, en lieten ons, inmiddels getooid met een estelada, ongemoeid door. Oeff, een pak van mijn hart. Even had ik gedacht dat ze ons er niet door zouden laten en we voor niets naar Barcelona waren afgezakt. Aangekomen bij het kruispunt, het liep inmiddels tegen twaalf uur, vonden we wat ruimte tegenover het gebouw, aan het begin van de wandelpassage. De bekende journalist Antoni Basses stond daar en maakte aantekeningen. Mijn reisgenote Pilar (ik denk dat ik haar voornaam wel mag publiceren, er zijn hier per slot van rekening een heleboel Pilar’s) kent hem persoonlijk en trad met hem in discussie over het nieuwe beleid van de krant ARA, waar Basses werkt. Deze krant had één van de dagen tevoren besloten om geen advertenties meer te plaatsen van de Generalitat over het te houden referendum. De krant wilde niet in de illegaliteit treden met het risico dat ze zouden worden vervolgt en gecensureerd. Deze beslissing zorgde voor een lawine van opzeggingen van abonnementen. Basses zei dat hij begrip had voor haar standpunt.

 

4. Tussen de mensenmenigte

Door de mensenmenigte kon ik weinig zien wat er zich vooraan bij de ingang van het ministerie afspeelde. Soms zagen we een bekend gezicht, zoals bijvoorbeeld vicepresident en minister van dit departement Oriol Junqueras, of de leiders van de burgerbewegingen Omnium en ANC, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart. Bovendien stonden er één, of misschien meerdere auto’s geparkeerd. Het leek een patrouilleauto te zijn van de Guardia Civil. Bovenop stonden er journalisten te fotograferen en enkele manifestanten. Af en toe maakte een van hen het gebaar dat een Guardia Civil uit het ministerie naar buiten wilde komen, wat gefluit en geroep veroorzaakte. Een echte gangmaker. Het was een flink gebouwde jonge man met kortgeknipt gebleekt haar, dat viel op want de meeste zuiderlingen zijn donker gekleurd, en een zonnebril op. Af en toe werd er geroepen, gefloten of een lied ten gehore gebracht. Vooral het Catalaanse volkslied werd nogal vaak, te vaak, gezongen. Maar daardoor heb ik die dag wel de tekst er van geleerd. En toen werd het wachten, wat rondlopen en praten met mensen die je helemaal niet kent. Op een gegeven moment kwam ik Pep tegen, een goede kennis uit Manresa. (Dit is een grote stad met heel veel Pep’s.) Hij was met een groepje vrienden naar Barcelona gekomen. Hij zei me ‘Wees maar niet ongerust. Alles is onder controle. Deze huiszoekingen heeft de Catalaanse regering zelf geprovoceerd. En de Guardia Civiel is erin geluisd. De Generalitat heeft een overeenkomst met Israël gesloten. In feite zit de Mossad hier achter’. Ook wist hij waar de stembussen verstopt waren: in de kelders van de gemeentehuizen. Inderdaad had de Catalaanse regering niet lang geleden een bezoek aan Israël gebracht en waren er enkele overeenkomsten gesloten. Maar de bewering over de stembussen leek me minder logisch. Ik wilde zijn verhaal daarom maar gedeeltelijk geloven. De situatie was zo warrig en iedereen was erg onthutst door de gebeurtenissen. Maar de manifestant op het dak van de politieauto kon best wel eens iemand van de Mossad zijn. Daarna ging hij naar de pizzeria met zijn vrienden om te lunchen.

 

5. Lunch!

Ook mijn maag begon van zich te spreken. Het was inmiddels half drie geworden. Tot mijn grote vreugde gingen over de hoofden van de menigte kartonnen dozen met bakjes salades rond. Flesjes water werden al eerder uitgedeeld om het uitdrogen in de toch nog sterke septemberzon te voorkomen. Vrijwilligers van het ANC, de burgerbeweging achter de onafhankelijkheidsbeweging, was op het idee gekomen dat protestmanifestanten beter zingen wanneer zij ook inwendig goed verzorgd worden. Het viel echter niet mee om zo’n salade te bemachtigen. Dat was wel het geval voor een voor mij totaal vreemde jonge vrouw die naast me stond. Mijn hongerige ogen riepen blijkbaar medelijden op (iets anders kan ik mij niet voorstellen; ons leeftijdverschil was te groot) en ze stelde voor de salade te delen. Ik hoefde geen twee keer na te denken. Protestenbijeenkomsten tegen staatsgrepen maken de saamhorigheid onder de manifestanten nu eenmaal erg sterk.

 

6. Het oude vrouwtje en het bankje

Tegen de avond werd het drukker op straat. De mensen die die dag gewerkt hadden, voegden zich bij de manifestanten. Van een beetje rondlopen was al lang geen sprake meer. Het was staan of, bij toerbeurt, zitten op het gemeentebankje dat naast ons stond. Op een gegeven moment vroeg een oudere vrouw, ik schatte haar in de tachtig, of ik op het bankje plaats kon maken. Ze zei me dat het niet voor haar zelf was, maar voor een oudere vriendin die geheel blind is. Toen kwam een zeer oude vrouw, bij navraag bleek ze ver in de negentig te zijn, en nam met hulp van haar vriendin plaats op het bankje. Ze leek nog weinig kracht te bezitten. Maar toen er gezongen werd, hield ze met beide handen een pamflet hoog omhoog en zong vurig mee. Dat dwong respect af: iemand die hoogst waarschijnlijk de gewelddadige staatsgreep van Franco (dat was wél rebellie!), de burgeroorlog en het dictatoriale regiem in al haar facetten heeft meegemaakt, maar niet bang is om te gaan protesteren tegen de Guardia Civil, dezelfde militairen van toen, en een nieuwe staatsgreep.

 

7. Bezoek uit ons dorp

Nog later, het liep inmiddels tegen acht uur in de avond, kwam een groep mensen uit onze woonplaats. Men had een bus gecharterd om het vervoer te vergemakkelijken en betaalbaar te houden. Volwassenen en kinderen uit ons dorp in de Pyreneeën maakten nu deel uit van de manifestatie. Op een gegeven moment was één van de moeders haar zoontje kwijt. Na een half uurtje dook hij op met iets in zijn hand. Het was een metalen strip van een kapotte auto: het politiebusje van de Guardia Civil, inmiddels geheel onherkenbaar geworden door de stikkers en pamfletten met ‘Independencia’. Moeders wist niet hoe snel van het onderdeel af te komen.

 

8. Afsluiting en terug naar huis

Vanaf een een geïmprovisioneerd podiumpje, nog steeds te laag want ik kon nauwelijks zien wat er gebeurde, werden enkele toespraken gehouden en muziek gespeeld. Op een gegeven moment zeiden Jordi Cuixart en Jordi Sànchez vanaf het dak van de politieauto, dat was wél een podium dat voldeed aan de vereiste hoogte, dat we hebben gewonnen. ‘De gehele dag hebben we laten zien wie hier de baas is. De Guardia Civil had het pand niet kunnen verlaten omdat wij dit niet wilden.’ Zij zeiden dat de protestbijeenkomst nu was afgelopen en vroegen iedereen nu rustig naar huis te gaan. Niet lang daarna togen we af want iedereen was moe van de vele uren staan. Op de terugweg hoorden we vanuit de auto door geheel Barcelona mensen vanaf hun balkons op pannen en deksels slaan. Dit is een veel gebruikte manier om onvrede te uiten. Dit keer tegen wat er die dag was gebeurd. Samen met andere automobilisten toeterden en riepen we uit het raampje nog iets van dat de straten altijd van ons zullen zijn. Maar dat detail ben ik precies vergeten.

 

9. Relaas van de burgerleiders

Drie weken later, op 16 Oktober 2017, werden Jordi Sànchez en Jordi Cuixart na verhoor bij het Audiencia Nacional in voorlopige hechtenis genomen. Vanwege deze  protestmanifestatie worden zij beschuldigd van oproer waarbij zij gewapend en militair geweld zouden hebben gebruikt. Voor deze misdaad staat een gevangenisstraf van dertig jaar. Zij zijn nu, bijna een jaar later, nog steeds van hun vrijheid beroofd. Jordi Sànchez is getrouwd en heeft drie dochters. Jordi Cuixart is ook getrouwd en had op het moment van zijn gevangenneming een zoontje van nog geen jaar. Deze baby zal zijn vader amper kennen wanneer hij uit de gevangenis zal komen, zelfs indien Cuixart onschuldig zal worden verklaard. De ontwikkelingen van de laatse weken en dagen duiden er sterk op dat zij geen eerlijk proces zullen krijgen.

Een jaar geleden: De staatsgreep van 20 September

1. Inleiding

Op 1 Oktober is het een jaar geleden dat de Catalanen stemden over een onafhankelijke Republiek Catalonië. De Spaanse regering had het referendum niet toegestaan en het Catalaans Hooggerechtshof had de politie opdracht gegeven om het stemmen tegen te houden. De gehele wereld heeft toen de TV beelden kunnen zien van het gewelddadig politieoptreden tegen de mensen die in de rij stonden om hun stem uit te brengen.

In een vorig artikel schreef ik reeds dat het politieke conflict tussen Catalonië en Spanje begon op zes en zeven September: de dagen dat de referendumwet en de voorlopige grondwet (de juridische overgangswet) voor de Republiek in het Catalaanse Parlement behandeling werd genomen.

 

2. Huiszoekingen bij Catalaanse ministeries

De Guardia Civil en Policia Nacional hadden reeds huiszoekingen en invallen (dat zijn huiszoekingen zonder gerechtelijke toestemming) gedaan bij Catalaanse overheidsinstanties en privé bedrijven (waaronder drukkerijen en postbedrijven) op zoek naar informatie over het te houden referendum, stembriefjes, stembussen, propaganda materiaal en geadresseerde post van de Generalitat aan de stemgerechtigden. De spanning steeg pas echt goed toen de Guardia Civil huiszoekingen begon bij de ministeries van de Generalitat. In princiepe heeft alleen de Mossos d’Esquadra (de Catalaanse politie) toegang tot de Catalaanse overheidsgebouwen. Dit gebeurde in de vroege ochtend van 20 September 2017. Dezelfde dag werden ook alle bankrekeningen van de Catalaanse overheden door de Spaanse centrale overheid in beslag genomen. Zodoende kon er geen enkele Euro zonder de explicite toestemming van het Spaanse ministerie van financien worden uitgegeven, tot en met de ambulances die door de betaalpoortjes van de tolwegen moesten rijden. De facto was dit de opheffing van de Catalaanse autonomie. Deze dag wordt door veel Catalanen daarom als een staatsgreep beschouwd. Of tenminste het begin er van. Zij zou uitmonden in de gevangenneming en ballingschap van de Catalaanse politici, het ontslag van de regering van Puigdemont, de ontbinding van het Catalaanse Parlement en de opheffing van de autonomie onder het mom van grondwetsartikel 155. Dit alles geheel tegen de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut in.

In de loop van de ochtend ontstonden spontane protesten voor de deuren van de Catalaanse ministeries die door de Guardia Civil werden doorzocht. De protestmanifestaties concentreerden zich uiteindelijk voor het ministerie van Economische Zaken, waar vicepresident Oriol Junqueres de dienst uitmaakte. Deze was op het moment van de inval niet aanwezig. Wel werden enkele hoge ambtenaren van dit departement en vertrouwelingen van hem gearressteerd. De protestmanifestatie zorgde er voor dat de Guardia Civil die binnen in het gebouw aanwezig waren, niet meer naar buiten konden. De dicht opeengepakte mensenmenigte verhinderde dit. De Guardia Civil had twee patrouille busjes voor de deuren van het ministerie geparkeerd. Iets wat zeer ongebruikelijk is bij een huiszoeking. Normaal wordt gebruik gemaakt van burgerauto’s of worden de politieauto’s uit het directe zicht geparkeerd om discreet te kunnen werken. Nog vreemder was het dat in de busjes geweren waren achtergelaten. Het onbeheerd achterlaten van vuurwapens is zelfs strafbaar. Toen dit werd ontdekt, hadden de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie), samen met vrijwilligers van het Assemblea Nacional Catalana (ANC), de gehele dag hun handen er vol aan om te voorkomen dat de wapens niet in verkeerde handen zouden vallen, terwijl journalisten en manifestanten op het dak van de busjes klommen.

Gedurende de gehele dag probeerden de leiders van de burgerbewegingen het ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart, met de Guardia Civil te onderhandelen. Aan het einde van de dag klommen ook zij, in overleg met de Mosssos d’Esquadra, op de politiebusjes om het einde van de manifestatie aan te kondigen. Door een megafoon zeiden zij dat de manifestatie was afgelopen en zij vroegen de mensen om rustig uit elkaar te gaan. Na 22 uur konden de Guardia Civil, onder begeleiding van de Mossos d’Esquadra, bij het aanbreken van 21 September het gebouw verlaten.

Sànchez en Cuixart, samen met de manifestanten, lieten zich niet in de val lokken tot enige vorm van geweld en de politiewapens in de patrouille-autos bleven ongemoeid. Met grote zekerheid kan worden gesteld dat de wapens met opzet in de politiebusjes werden achtergelaten. Indien iemand deze wapens zou hebben opgepakt, zou dit een excuus zijn geweest om met militair ingrijpen het referendum tegen te houden. Als gevolg van het vreedzame protest voor de deuren van Economische Zaken werden de beide Jordi’s op 10 November 2017 voorwaardelijk gevangen gezet op verdenking van oproer, waarbij zij gewapend geweld zouden hebben gebruikt. Zij zitten nog steeds in voorarrest in afwachting van hun proces. De werkelijke reden is dat zij de Spaanse staat hebben uitgedaagd met hun streven naar de Catalaanse onafhankelijkheid. Het publiekatiebedrijf MediaPro maakte een documentaire van deze dag en laat zien dat de burgerleiders enkel probeerden om met de Guardia Civil te onderhandelen voor hun vrije uitgeleide.

 

3. Poging tot een inval bij La CUP

Diezelfde dag probeerde de Policia Nacional een inval te doen bij de politieke groepering La CUP. Leden en sympathisanten verschaarden zich voor de deuren van het kantoor en belemmerden de politie om binnen te komen. Het werd een ware belegering die negen uur zou duren. Uiteindelijk dropen ze af toen een gerechtelijk bevel uitbleef. Een politiecorps is in het algemeen een strak georganiseerde organisatie met een duidelijke, hiërarchische structuur. Een corps handelt nooit en te nimmer op eigen initiatief, maar altijd in opdracht van een meerdere, iemand met een hogere rang binnen het corps, een rechter of de politiek verantwoordelijke van het corps, meestal de minister van Binnenlandse Zaken. De Policia Nacional is hierop geen uitzondering. De inval bij La CUP werd dus in opdracht van de politieleiding of de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Jorge Fernandez Diaz van de Partido Polular, uitgevoerd. In ieder geval handelde de politie niet in opdracht van een rechter, want zij konden geen gerechtelijk bevel tonen. Onvoorstelbaar in een democratie: een minister die, direct of indirect, zijn politie opdracht geeft om het hoofdkantoor van haar politieke tegenstander binnen te vallen!

 

4. Arrestaties

In totaal werden deze dag veertien hoge ambtenaren door de Guardia Civil gearresteerd. Één van hen werd ‘s-morgens vroeg thuis, in het bijzijn van zijn vrouw en kleine kinderen, zonder enige uitleg hardhandig en onder bedreiging van lange vuurwapens uit zijn huis gehaald. Lluís Salvadó en Josep Maria Jové, beiden nabije medewerkers van vicepresident Oriol Junqueras, vertellen dat de Guardia Civil hen op onmenselijke manier behandelden en er duidelijk op uit was om hen te vernederen. Toen zij hun beklag bij de rechter deden, werd hun gezegd dat zij op correcte wijze waren behandeld. De meeste gearresteerden werden binnen de wettelijke termijn van 78 uur weer vrijgelaten. Anderen moesten nog een tijdje langer in de kazerne van de Guardia Civil aan de Travessera de Gràcia vast blijven zitten. Vandaag de dag, een jaar na hun arrestatie, weten slechts twee van hen waarvoor zij worden aangeklaagd.

 

5. Extra politie

Dezelfde dag werden duizenden politiemanschappen (het preciese aantal werd nooit bekend gemaakt) vanuit geheel Spanje naar Catalonië overgebracht. Bij hun afscheid werden ze door het publiek toegeroepen ‘A por ellos’ (‘Tegen hen’), alsof ze ten strijde gingen tegen een vijand die de Spaanse soevereiniteit met geweld omver wilde werpen. De meesten zouden op drie cruise schepen verblijven in de havens van Barcelona en Tarragona. Met hun komst werd de spanning in Catalonië voelbaar en zichtbaar. Men begon zich serieus zorgen te maken.

 

6 De geleerde les

Vanaf die dag begon men te vermoeden waar Spanje toe in staat is om het referendum te voorkomen. Namelijk alles, van machtsmisbruik door partijdige rechters, spionagepraktijken tegen gekozen leiders tot en met het gebruik van militair geweld tegen de bevolking . Maar het is de Staat, met al haar machtsmiddelen die zij tot haar beschikking heeft, niet gelukt. Het referendum zou gewoon doorgaan. Wel brachten de Catalaanse politici enkele belangrijke veranderingen in de organisatie aan om represailles te ontwijken. Maar dat bleef tot op het laatste moment strikt geheim.

De onvrijheid van meningsuiting in Spanje

De rapper Valtònic, de artiestennaam van Josep Miquel Arenas Beltrán, werd in Spanje veroordeelt vanwege de tekst van zijn liedjes tot drie en een half jaar gevangenisstraf. De redenen zijn aanzet tot terrorisme, bedreiging met geweld en belediging van het koningshuis. (Hoewel ieder zijn smaak over de rapperstijl heeft, zingt hij niets over de koning wat feitelijk onwaar is.) Valtonic vluchtte naar België en de Audiencia Nacional vroeg om zijn uitlevering. Vandaag viel de uitspraak van de rechtbank in Gent: Valtonic is geen terrorist en heeft geen geweld gebruikt, daarmee gedreigd of daar geen aanzet toe gegeven. Ook de veroordelingen wegens bedreigingen en beledigingen tegen het koningshuis worden niet erkent door de rechtbank. Het enige wat hij gedaan heeft is liedjes zingen en dat valt onder de vrijheid van vrije meningsuiting. Hij bereidt nu zijn juridisch pad naar het Europees Gerechtshof voor de mensenrechten om volledig zijn rechten, ook in Spanje, terug te krijgen.

Vandaag liep Spanje, na het weigeren van de uitlevering van Puigdemont en zijn ministers door België, Duitsland en Zwitserland (en mogelijk ook Schotland indien de onderzoeksrechter Llarena niet zijn uitleveringsbevel op het laatste moment had ingetrokken), een vierde deuk op in haar juridische geloofwaardigheid. De aanklacht tegen Valtònic in Spanje werd echter uitgebreid met zijn nieuwe liedjes die hij in België gepubliceerd heeft. Zijn advocaat heeft hem gewaarschuwd dat hij mogelijk nooit meer Spaanse grond zal kunnen betreden. Wat je in België met alle gerustheid kunt zeggen of zingen, kan in Spanje dus leiden tot jarenlange gevangenisstraf. Enkele collega’s van Valtònic hebben dit al aan de lijve ondervonden.

Valtònic is een gewone rapper die protestliedjes schrijft en zingt, een kritische kunstenaar dus. Geen politicus die streeft naar de onafhankelijkheid van Catalonië of iets dergelijks. Zijn veroordeling was dus niet gebaseerd op politieke motieven. Blijkbaar heeft Spanje een veel dieper liggend probleem met de democratische vrijheden in het algemeen. Doordat Valtònic en de Catalaanse politici hun vlucht hebben gezocht bij justitie in andere Europese landen, komt dit nu duidelijk aan het licht.

Voor Spanje zijn deze justitiële blamages moeilijk te verkroppen en schuift de schuld naar de andere partij. Na de weigering van de rechtbank van Schleeswijk-Holstein om Puigdemont uit te leveren wegens rebellie, dreigde de Europees parlementariër Esteban González Pons, lid van de Partido Popular, dat Spanje uit het Schengen verdrag zou moeten stappen. Bij de openingsceremonie van het juridisch seizoen vorige week beschuldigde de voorzitter van de Juridisch Hoge Raad, Carles Lesmes, dat justitie in Europa de europese uitleveringsbevelen eenzijdig interpreteren en een groot gevaar voor de zekerheid vormen. De PP leider in Catalonië, Xavier García Albiol, zei gisteren na de uitspraak dat België een waar probleem voor de Europese Unie begint te worden.

Voorstel tot verandering in de Spaanse grondwet

In de ochtend zegt Spaans president Pedro Sanchez in een persconferentie dat hij de grondwet wil veranderen. Niet omdat er vorige week op 11 September 1 miljoen mensen in Barcelona op de been waren en riepen: ‘Wij willen een verandering in de grondwet’, want dat riepen niet. Zij riepen ‘vrijheid’ en ‘onafhankelijkheid’. Maar gedurende deze gehele persconferentie werd met geen woord over deze mega demonstratie en over het grootste probleem dat Spanje op dit moment heeft en haar voortbestaan in de huidige vorm bedreigd, gerept. Nee, Sanchez heeft het in zijn bol gehaald om de Spaanse grondwet van 1978, voor de tweede keer in haar bestaan, aan te passen voor iets waar niemand om gevraagd heeft. Hij wil het aantal personen dat in Spanje juridisch onschendbaar is (aforats), verminderen. Momenteel betreffen dit vijf leden van het koningshuis, alle congresleden en parlementariërs, inclusief die van de autonome regio’s, de rechters, ombudsmannen en mensen van politie-en veiligheidsdiensten. In totaal gaat het om 17.000 personen (1). Spanje is binnen de EU het land met het grootste aantal juridisch onschendbaren.

De term zegt het al: juridisch onschendbaren worden meer beschermd door de juridische macht dan gewone burgers. Wanneer een juridisch onschendbare persoon wordt aangeklaagd, moet hij voor een speciale rechtbank, de Audiencia Nacional verschijnen. Samen met het Hooggerechtshof en het Constitutioneel Hof, is dit één van de hoogste rechtbanken in Spanje. Er is daarom geen beroep mogelijk tegen de besluiten van deze rechtbank mogelijk en deze rechtbank wordt niet door een andere instantie boven of naast zich gecontroleerd. De rechters van deze rechtbank worden aangesteld door de Juridische Hoge Raad, waarvan haar leden direct door de politiek wordt gekozen. Op zichzelf is daar niets mis mee. De aanstelling van de Hoge Raad wordt in Nederland en in vele andere democratische landen gebeurd op een vergelijkbare manier. Het grote verschil in Spanje is echter dat de leden van de Spaanse Hoge Juridische Raad worden gekozen als gevolg van hun politieke verdiensten en niet vanwege hun juridische. Op deze manier ontstond ten tijde van het Franco tijdperk een nest van rechters en een gerechtelijke macht van een Spaans nationalistische politieke signatuur. Nooit heeft men na Franco’s dood schoon schip gemaakt in de procedures en de aanstellingen van de rechters bij de hoogste rechtbanken. Ondanks dat de Europese Raad bij harhaling op dit mankement heeft gewezen en aangedrong op verandering. Dit perverse juridische systeem, zoals de rechtsgeleerde Javier Perez Royo dit noemt, is het gereedschap van de hoogste macht om politieke medestanders te beschermen en politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. De bescherming van de leider van de PP, Pablo Cassado is een voorbeeld van het ene, de negen gevangen politici en burgerleiders in Catalonië als gevolg van het referendum is een voorbeeld van het andere.

In de avond van dezelfde dag trok president Sanchez zijn voorstel gedeeltelijk weer in. De koning en politici die aangeklaagd worden vanwege hun overheidstaak (zoals machtsmisbruik en corruptie, het overgrote deel hiervan zijn politici van de PP en PSOE) en de rechters zullen hun onschendbaarheid blijven houden. Het voorstel stelt uiteindelijk dus zeer weinig voor. Een dergelijk belangrijk politiek voorstel als het aanpassen van de grondwet en het binnen zo’n korte termijn weer veranderen, lijkt weinig serieus voor een zichzelf respecterende overheid. Het toont duidelijk de instabiliteit van de regering van Sanchez.

Voor een verandering in de grondwet is een meerderheid van 60% van het Congres voor nodig. Sanchez wist bijvoorbaat dat dit niet gaat gebeuren. De Partido Popular, de tweede partij in het Congres, heeft reeds te kennen gegeven dat zij niet zal instemmen met de grondwetsverandering. Het was dus een onnodige eendagsvlieg van Sanchez (2). Deed hij dit niet puur om alleen stemmen te winnen bij de volgende verkiezingen (hij weet dat zijn regering waarschijnlijk geen lang leven is beschoren), dan was het misschien om de aandacht af te leiden van het andere nieuws van vandaag. Want daar had niemand in Spanje invloed op en zal in zeer ernstige mate haar reputatie schaden. Sanchez wilde met zijn voorstel misschien intern gezichtsverlies besparen.

Noten

(1) Eerst noemde ik in dit artikel een getal van 250.000, welke ik in El Nacional vond. Het editoriaal artikel van ARA noemt vandaag een aantal van 17.000. Ik prefereer de conservatieve benadering. Het betoog blijft echter onveranderd.

(2) Na vele onderhandelingen tussen de politieke partijen werd het voorstel, op dinsdag 18 September, in het Congres voorgesteld en goedgekeurd door PSOE, PP en C’s.

Dagboek van conseller Quim Forn vanuit de gevangenis

De conseller (Catalaanse minister) van Binnenlandse Zaken, Quim Forn, zit sinds 3 November 2017 in voorarrest wegens beschuldiging van een criminele organisatie (hij was lid van de democratisch gekozen Catalaanse regering) en misbruik van overheidsgeld voor het houden van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober 2017 (waaartoe in hetzelfde Parlement op democratische wijze werd besloten). De Catalaanse krant ARA zal zijn dagboek in delen publiceren. Hieronder volgt een fragment van de dag toen hij werd voorgeleid voor de rechter van het Audiència Nacional.

“1 December
Deze ochtend hebben we een verklaring afgelegd. Ik weet niet hoe het is gegaan. Ik ben erg nerveus en, omdat ik niet heb kunnen slapen, laat ik maar achterwege hoe de dag is verlopen. Ik ben tot de principiële conclusie gekomen dat het vervoer vanuit de gevangenis een hel is. Dit is een van de weinige dingen in mijn leven waar ik werkelijk van walg. De dag is erg vroeg begonnen. De gehele nacht heb ik geen oog dicht gedaan. We werden om half zeven wakker gemaakt en we moesten meer dan een uur wachten bij de opname afdeling van de gevangenis totdat de Guardia Civil ons naar de Audiència bracht. Tijdens het wachten waren alle consellers samen. In de hoop dat alles goed zou gaan, maar zonder euforie. Geen enkel. We werden in twee auto’s vervoerd: Rull, Turull, Romeva en ik in een busje van de Guardia Civil, en Junqueras en Mundó in een auto, ook van de Guardia Civil. Het is een kleine ruimte binnen in het busje, geheel afgesloten, zonder zicht naar buiten en met een capaciteit van vijf personen. Er is een gedempte verlichting en vanochtend was het er bitter koud. We werden geboeid en deze keer kregen we wél de veiligheidsriemen om. Deze keer hebben ze ook niet de sirene misbruikt gedurende het traject dat bijna een geheel uur duurt. Zowel Rull als ik zijn doodmisselijk geworden. We eindigden als een vaatdoek. Gedurende de gehele reis moest ik mijn ogen sluiten en was ik nat van het koude zweet. Eenmaal aangekomen bij de Audiència werden we in dezelfde cellen opgesloten als die we hebben leren kennen op 2 November. Deze keer zitten we niet alleen. In mijn geval was ik samen met Raül en Carles. De eerste die opgeroepen werd was Carles, daarna Romeva en ik als laatste.”

Gisteren vroeg Forn om zijn vrijlating om zijn moeder te kunnen bezoeken die met haar gezondheid kampt. Zijn vrijlating werd geweigerd met als argument dat hij vluchtgevaarlijk is en in herhaling van zijn misdrijf kan vallen. Dit contrasteert sterk met Dolors Bassa, die voor hetzelfde wordt aangeklaagd maar vorige maand onder politiebewaking voor enkele uren de gevangenis kon verlaten om haar moeder in het ziekenhuis te kunnen bezoeken. Het gevangen houden van de burgerleiders en politici is sowieso een misdaad. Maar de behandeling van Forn is ronduit onmenselijk.

In vergelijkbare woorden die Carme Forcadell gebruikte toen zij voorzitster van het ANC was en in 2014 tegen toenmalig president Artur Mas riep: “President, poseu les urnes” (“President, zet de stembussen”) voor het houden van een referendum, roept men nu van verschillende kanten: “President, obriu les presons” (“President, open de gevangenissen”) met hashtag #ObriuLesPresons. Het wordt hoog tijd dat de Catalaanse regering het initiatief neemt om een einde te maken aan deze onmenselijke toestand.

Conseller Quim Forn

Protestmanifestatie voor de Catalaanse Republiek

Op de nationale feestdag van Catalonië werd gisteren voor de zevende keer de manifestatie gehouden voor de onafhankelijke Republiek Catalonië. De slogan dit jaar was: “Fem la República Catalana” (“Wij bouwen de Catalaanse Republiek”). Ik had me aangesloten bij de ‘Foreign Friends of Catalonia’. Een aantal Catalanen en buitenlanders die sympathie voor Catalonië en hun zaak hebben staken de hoofden bijelkaar en organiseerden dat buitenlandse sympathiesanten de manifestatie konden meemaken. Zij werden ondergebracht bij gastfamilies en er was een interessant programma. Zondag werd de gevangenis van Lledoners bezocht, waar de mannelijke politieke gevangenen zitten. Iedere Zondagavond worden achter deze gevangenis liederen gezongen en muziek gespeeld. Indien de wind de goede kant op staat, wat die dag het geval was, kunnen de gevangenen horen wat er wordt gezongen en gespeeld. Maandag was er een conferentie met interessante sprekers waar gediscussieerd werd over het politieke conflict. Na de conferentie vond een ‘Sopar groc’ (Geel diner) plaats: een avondmaaltijd waarvan de opbrengst wordt gebruikt voor steun aan de politieke gevangenen en Catalanen die gerechtelijk vervolgd worden. Dinsdag, de dag van de Diada, kregen we een rondleiding door het paleis van de Generalitat, het gebouw van de Catalaanse regering. We werden verwelkomt en toegesproken door president Quim Torra himself. Daarna de protestbijeenkomst. Ieder met de vlag van zijn land van herkomst. Vooral de Schotten zetten de sfeer met hun liederen, tot en met in de metro op weg naar de ‘mani’. De vrienden van Catalonië kregen een plaats vooraan, dicht bij het podium.

In totaal deden volgens de lokale politie een miljoen mensen mee aan het protest. Over een lengte van zes kilometer stond de Avinguda Diagonal overvol. De enigen die ontbraken waren de politieke gevangenen en de politici en andere vervolgden in ballingschap. Hun afwezigheid drukte een belangrijke stempel op de demonstratie. Naast het geroep van ‘Independència’ (Onafhankelijkheid) werd er tevens geroepen ‘Llibertat’ (Vrijheid). Na alles wat er gebeurd is afgelopen jaar: het referendum, het politiegeweld, het toenemend geweld vanuit extreem rechtse groeperingen, de gerechtelijke vervolgingen, de schendingen van fundamentele mensenrechten en van burgerrechten, de gevangen burgerleiders en politici en de politieke vluchtelingen in Zwitserland, België en Schotland, ondanks dit alles is de roep voor een onafhankelijke Republiek niet afgenomen. Integendeel, het aantal Catalanen voor onafhankelijkheid lijkt alleen maar te zijn toegenomen. Onder hen, een aantal nieuwe buitenlandse vrienden, waaronder ook enkele Nederlanders.

O ja, en aan het eind van de mani geen flesje of papiertje op straat te vinden, he! Alles keurig schoon, op een paar peuken na 😉 Het rapport van de Mossos d’Esquadra: geen enkel incident. Net zoals de afgelopen zes jaren: volgens Catalaanse stijl.

Thanks very much @Foreign_Cat for organizing the splendid events.

De plannen van de Catalaanse regering voor komend seizoen

Deze week presenteerde president Quim Torra zijn plannen voor het komend seizoensjaar. Hij zegt dat hij vastbesloten is om te werken aan de onafhankelijkheid van Catalonië en zal geen enkele stap met betrekking hiermee achteruit doen. Hij blijft open staan voor onderhandelingen met de Spaanse president Pedro Sanchez over een nieuw referendum. Dit referendum zal echter alleen kunnen gaan over de Catalaanse onafhankelijkheid, en niet over een nieuw Catalaans Statuut zoals Sanchez deze week voorstelde. Bovendien zal het referendum onder internationaal toezicht moeten staan.

De bladzijde van een nieuw Statuut voor de autonome regio van Catalonië binnen Spanje hebben de Catalanen allang omgeslagen. Het referendum van het Statuut van 2006 ligt nog vers in het geheugen: de partijgenoot van Sanchez, ex-president Zapatero, zei bij zijn verkiezingsrede in Barcelona dat hij een voorstel voor een nieuw Statuut voor Catalonië zou steunen. Het voorstel dat het Catalaanse Parlement hem toen toestuurde werd dusdanig bijgeschaafd, dat het nog nauwelijks herkenbaar was. Toch stemden de Catalanen toen in een referendum voor dit ‘bijgeschaafde’ Statuut. Vier jaren later werd dit Statuut alsnog door een sterk gepolitiseerd Constitutioneel Hof verworpen met als argument dat de Catalanen geen volk vormen. De Catalaanse identiteit werd hierdoor dus grondwettelijk ontkent en gediscrimineerd. De vernietiging van het democratisch genomen besluit over het Catalaanse Statuut door dit politieke tribunaal, met haar sterk eenzijdige interpretatie van de Grondwet, moet als een authentieke staatsgreep worden beschouwd. Wat daarna volgde hebben we kunnen zien: de onafhankelijkheidsbeweging kwam sterk in opgang en vele rechten en overheidstaken van de Generalitat (Catalaanse regering) werden door de PP regering van Rajoy botweg ontnomen alsof er geen wetten en Statuut bestond. Nee, de Catalanen staan niet meer open voor een nieuw Statuut. Het vertrouwen in de Spaanse Staat, doordrongen van het neofascisme in al haar gelederen, is weg.

Torra zegt dat hij onder geen beding een gerechtelijke veroordeling over de Catalaanse politici en burgerleiders zal accepteren anders dan totale vrijspraak. Dit conflict zal pas ophouden te bestaan wanneer de politieke gevangenen vrij zijn. Met dezelfde woorden die Puigdemont gebruikte bij de aankondiging van het referendum: “Óf referendum (in overeenstemming met Spanje), óf referendum (als eenzijdig besluit)”, zei Torra deze week: “Óf vrijheid, óf vrijheid”. Een veroordeling van de politieke gevangenen zal een einde betekenen tussen de open houding van zijn regering om met de Spaanse regering te onderhandelen en het begin betekenen van een hooglopend conflict.

Torra deed geen concrete plannen uit de doeken met een bijbehorende tijdslijn. Daarvoor hangt te veel af van de politieke ontwikkelingen gedurende het verloop. Dat is een van de lessen die men geleerd heeft uit het referendum en de gevolgen daarvan. Maar hij gaf wel een duidelijk beeld van de rode draad van zijn regeringsperiode.

Dezelfde avond nog reageerde de Spaanse regering met een persconferentie. De regeringswoordvoerster zei dat zij open blijft staan voor dialoog, maar ook dat iedere actie van president Torra zal worden bestudeerd of deze wettig is. De volgende dag dreigde de vicepresidente met wat zij verstaan onder grondwetsartikel 155: het ontslaan van de Catalaanse regering, ontbinden van het Parlement en het opheffen van de Catalaanse autonomie. De andere unionistische partijen, PP en C’s, popelen reeds om ‘155’ opnieuw in te voeren, inclusief de opheffing van de Catalaanse radio en TV kanalen en interventie op de scholen (‘tegen de Catalaanse indoctrinatie bij de leerlingen’). De Spaanse regering besloot om 300 man Guardia Civil in Catalonië te behouden in plaats van deze over te plaatsen naar elders in Spanje, zoals in eerste instantie de bedoeling was, en stuurt deze week bovendien 600 man Policia Nacional extra uit Spanje om de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie) ‘bij te staan met de beveiliging van de overheidsgebouwen’ tijdens de manifestatie op 11 September. Sinds 2012 worden deze manifestaties gehouden. Daar doen ruim meer dan een miljoen mensen aan mee. Deze manifestaties, waar gehele families aan mee doen, zijn doorgaans feestelijk en vreedzaam van aard. Er is nooit een ruit gesneuveld, een afvalcontainer in brand gestoken of een steen gegooid. Toch vind de Spaanse president Sanchez het nodig om extra politie te sturen. Dezelfden die een jaar geleden ‘A por ellos’ (‘Tegen hen’) riepen toen ze in de bussen richting Catalonië reden, in hun vrije tijd grote problemen in de straten van de steden en dorpen veroorzaakten en op 1 Oktober op stemmers sloegen en trapten. Blijkbaar is dit de manier van ‘dialoog’ van president Sanchez. Provoceren en uitlokken van geweld is een beter woord hiervoor. Want dat is wat zijn regering en de unionistische partijen aan de wereld willen laten zien: de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging is gewelddadig en duld geen andersdenkenden.

Kijkt u goed naar de TV beelden op 11 September. Als er ergens een schermutseling van welke omvang dan ook zal plaatsvinden, zal de NOS u dit met groot enthousiasme tonen. En anders komt er wel een Nederlandse vlag in beeld. Want die zijn er ook: Nederlanders, en vele anderen van buiten Catalonië, die wél begrepen hebben dat het hier gaat over vrijheid, democratie en fundamentele rechten die door Spanje geschonden worden. Voor de doorsnee lezer misschien weing zeggende, abstracte begrippen. Totdat je ze niet meer hebt.

Een jaar geleden: het begin van het Catalaanse conflict.

Vandaag en morgen, 6 en 7 September, is het een jaar geleden dat de referendumwet en de wet voor de ‘Juridische overgang’ in het Catalaanse Parlement in behandeling werden genomen. De referendumwet moest zorgen voor het te houden referendum op 1 Oktober en de bindende gevolgen van de uitslag hiervan. De Juridische overgangswet was nodig om, indien een meerderheid zou worden behaald voor de Catalaanse onafhankelijkheid, te zorgen voor de wettelijke verandering van de Catalaanse autonome regio binnen Spanje naar de onafhankelijke Republiek van Catalonië. Deze wet werd gezien als een voorlopige grondwet totdat een definitieve grondwet voor de nieuwe Republiek in een referendum zou worden gekozen. Het was een zeer roerige plenaire vergadering in het Parlement die dag. De unionistische partijen Partido Popular, Ciutadans en de socialistische partij PSC onderbraken met grote regelmaat de vergadering, verdraaiden de feiten, dreigden met de opheffing van de Catalaanse autonomie en juridische vervolging van de politici, en hielden onnodig lang het woord. Dit gedrag, ook wel filibusterisme genoemd, gebruikten zij om de behandeling van deze wetten onmogelijk te maken. Zij vonden het debat over de wetten ongrondwettelijk. Voordat het stemmen over de wetten plaats vond, verlieten zij de vergaderzaal.

Ondanks de waarschuwing van het Constitutioneel Hof aan het bestuur van het Parlement, met aan het hoofd parlementsvoorzitster Carme Forcadell, om het debat niet te houden, ging deze toch door. Forcadell beweerde dat zij geheel volgens de wet en de parlementaire regels het debat had toegelaten. Twee politieke partijen hadden daarom gevraagd, hetgeen genoeg was om het debat op de agenda te zetten. Dat het verboden is om te debatteren over een bepaald onderwerp, zoals het Constitutioneel Hof beweerde, noemde zij onacceptabel in een democratie. “Het Parlement is een soeverein instituut en is alleen verantwoording schuldig aan het volk dat haar gekozen heeft. In een democratie kan over ieder onderwerp worden gedebatteerd. Niemand buiten dit Parlement kan zo’n debat verbieden. Een verbod hiervan is een inbreuk op het recht van vrije vergadering en van vrije meningsuiting.”

Forcadell werd voor het houden van dit debat op 9 November gevangen gezet wegens wettelijke ongehoorzaamheid. Na he betalen van een borg werd zij na een dag weer vrij gelaten. Op 23 Maart werd zij, samen met presidentskandidaat Jordi Turull en drie andere afgezette ministers, opnieuw in voorlopige hechtenis gezet vanwege ‘nieuw opgedoken feiten’, aldus onderzoeksrechter Llarena. Volgens het rapport van de Guardia Civil, welke de rechter klakkeloos overneemt (inclusief grove leugens zoals de gewelddadige weerstand in het niet-bestaande dorp Sant Esteve de les Roures), zouden de politici een criminele organisatie vormen en worden daarom aangeklaagd wegens rebellie. Deze aanklacht komt er op neer dat zij met gewapend geweld getracht zouden hebben om de Spaanse gevestigde orde omver te werpen. De onderzoeksrechter arriveert tot deze conclusie door te redeneren dat de Catalaanse politici verantwoordelijk zijn voor het geweld welke de Spaanse politie en Guardia Civil tijdens het referendum van 1 Oktober hebben gepleegd. De Duitse rechtbank zag dit echter geheel anders en weigerde daarom president Puigdemont aan Spanje uit te leveren voor deze misdaad. Door de verzinsels en de verdraaiingen van de realiteit door de rechter worden de politici in voorwaardelijke hechtenis gehouden en worden zij gebruikt als politieke gijzelingen om de ontwikkelingen in Catalonië te beïnvloeden. Kamervoorzitster Forcadell wordt nu dus reeds 168 dagen van haar vrijheid berooft, enkel en alleen vanwege het houden van een Parlementair debat.

Onlangs kwam het Constitutionele Hof met de uitspraak dat het debat op 6 en 7 September 2017 in het Parlement legaal is geweest en dat de kamervoorzitster zich aan de wet en de parlementaire regels had gehouden. Door deze uitspraak zou Forcadell dus onmiddellijk moeten worden vrijgelaten. Zij zit echter nog steeds gevangen. Het excuus van rechter Llarena is dat zij in herhaling van haar misdaad kan vallen. Ondanks het feit dat zij geen lid meer is van het Parlement, laat staan kamervoorzitster. Een strikte voorwaarde die nodig is om in herhaling van de zogenaamde ‘misdaad’, het organizeren van een parlementair debat, te kunnen vallen. Een ander argument is het vluchtgevaar naar het buitenland. Dit argument is inderdaad niet geheel ondenkbaar; wie zou er niet vluchten uit een land waar vrouwe justitie blinkt door haar afwezigheid? Als laatste argument gebruikt Llarena dat Forcadell verdacht wordt van lidmaatschap van een criminele organisatie. Deze bende zou volgens hem bestaan uit de leiders van de burgerbewegingen, president Puigdemont, zijn ministers en tal van andere, democratisch gekozen, politici.

Door dit debat, vandaag een jaar geleden gehouden, voelde de Spaanse Staat, het zogenaamde regiem van de democratische overgang, zich voor het eerst sinds de dood van Franco werkelijk bedreigd. Voor het eerst was er binnen Spanje een Parlement dat daadwerkelijk een democratisch besluit zou nemen en de voortzetting van het Franco regiem, onder het mom van een parlementaire monarchie (Franco heeft Juan Carlos als zijn directe opvolger aangwezen) in gevaar zou brengen. Ook is achteraf duidelijk geworden hoe de unionistische partijen hun dreigementen waar hebben durven te maken: politiegeweld tegen haar burgers, opschorting van de Catalaanse autonomie, gerechtelijke vervolgingen, schendingen van fundamentele rechten en het verval van de Democratische Rechtsstaat. Spanje (in de breedste zin van het woord: de Staat met haar overheden, haar burgers en haar politieke leiders) heeft dit er voor over enkel en alleen om de Spaanse eenheid te behouden.

Door het debat over de referendumwet en de juridische overgangswet in het Parlement toe te laten, verdedigde Forcadell juist de rechten van de gekozen leden”, aldus de huidige voorzitter en drie ex-voorzitters van het Parlement in een gezamenlijk artikel in La Vanguardia. Het gevangen zetten en houden van Forcadell noemen zij een flagrante juridische barbariteit. Dit debat vormde het begin van het politieke conflict tussen Catalonië en Spanje en is voorlopig nog niet van de baan.

Onderzoeksrechter Llarena naar de Belgische rechtbank

Zoals eerder vermeld, wordt de onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof Llarenaop 4 September opgeroepen voor de Belgische rechtbank. De politici die in België in ballingschap zijn, hebben daar een aanklacht tegen de rechter ingediend wegens zijn partijdigheid in hun zaak. Aanleiding voor de aanklacht waren opmerkingen van de rechter op een conferentie in Ovieu waarin Llarena beweerde dat zij geen politieke gevangenen en ballingen zijn. Dit is een politieke uitspraak en ongehoord voor een rechter die belast is met het desbetreffende onderzoek. Llarena heeft de steun gevraagd, en gekregen, van de Hoge Raad. Dit is de juridische top, aangesteld door de Spaanse politiek, die weer de rechters aanstelt. Deze Raad heeft de Spaanse regering daarom gevraagd om rechter Llarena en het Spaanse juridische systeem voor de Belgische rechtbank te verdedigen. De regering van Pedro Sanchez heeft gister laten weten dat zij zich in deze rechtszaak persoonlijk verantwoordelijk zal stellen en een Belgische advocaat zal zoeken die haar zal verdedigen.

In een radiointerview noemde de afgetreden rechter Elpidio José Silva de actie van de Hoge Raad ongrondwettelijk en is dit een indicatie van crimineel gedrag wegens samenspanning. Silva is lid van de groep juristen voor democratie ‘Atenes’. Zij klagen de juridische top, de Hoge Raad, het Constitutioneel Hof en de regering van Rajoy aan wegens hun herhaaldelijk onwettelijk handelen in dit politieke conflict.

In een interview met de krant Vilaweb, zegt de advocaat van de politici die in ballingschap in België verblijven, Gonzalo Boye, dat de Spaanse regering op haar woorden terug is gekomen. Nu zegt zij dat zij alleen de juridische onaantastbaarheid van de de Spaanse justitie in België zal verdedigen, maar niet de uitspraken van Llarena. Dit alles is volgens Boye onmogelijk. Het betreft een burgerrechtszaak. ‘Indien je gaat scheiden van je vrouw, kan niet je schoonmoeder voor de rechter verschijnen om de scheiding te regelen’, zegt hij. Llarena is zelf verantwoordelijk voor zijn verdediging. Indien hij, of zijn advocaat, niet bij de Belgische rechtbank komt opdagen, dan vlucht hij voor justitie. Dit wordt in burgerrechtelijke termen een ‘rebel’ genoemd. Een bekend voorkomende term hier sinds de afgelopen maanden: de Catalaanse politici worden aangeklaagd voor rebellie, in deze zin met gebruik van gewapend geweld, omdat zij een referendum hebben gehouden.

Llarena verschuilt zich achter het excuus dat hij niet zelf is aangeschreven door de Belgische justitie en daardoor de aanklacht nooit ontvangen heeft. Advocaat Boye zegt in het interview dat de aanklacht van 5 Juni naar het Spaans is vertaald, verzegeld op echtheid en hem een kopie is verstuurd. ‘Llarena en de Spaanse justitiële top zijn wanhopig, want zij weten zelf ook wel dat hun gedrag niet klopt’, zegt hij.

Omdat de Spaanse regering van Rajoy, samen met haar politieke gedoogpartners C’s en PSOE, nooit heeft willen onderhandelen over het Catalaans politieke conflict en alles heeft aangeklaagd bij, en overgelaten aan, justitie, bevind de Spaanse Rechtsstaat zich nu op een hellend vlak dat niet meer te stoppen is. Door de innige samenwerking tussen de politiek en justitie, is de scheiding tussen deze machten flinterdun geworden. Steeds meer vertoont de Rechtsstaat haar barsten. Steeds meer zal de Internationale gemeenschap, waaronder de Europese lidstaten (maar niet de EU zelf), begrijpen waarom Catalonië zich van Spanje wil afscheiden en ‘een gewoon land’ wil worden. Dat is het enige wat men hier wil.