Catalonië dag

(980 woorden)

De nationale dag van Catalonië valt op 11 September. Het is geen feestdag, maar een herdenkingsdag omdat zij op 11 September 1714 haar zelfstandigheid verloor. Op die dag viel de stad Barcelona na een lange belegering door Filips V van Bourbon. Het massagraf van de gevallen soldaten (Fossar de les Moreres) is nog te vinden in de Gotische wijk. Er bevindt zich een ijzeren boog van zo ‘n drie meter hoog als monument met daar bovenop een eeuwige vlam.

Na de val van Barcelona bezette het leger van Filips V op buitensporig bloedige wijze Barcelona. Als strafmaatregel werd de Catalaanse generaal Moragues, die het verzet leidde, aan de wurgpaal geëxecuteerd, zijn lichaam gevierendeeld en zijn hoofd in een ijzeren kooi bij de toegangspoort van Barcelona gedurende twaalf jaren opgehangen. De executie moest als voorbeeld dienen zodat het volk zich aan de tirannie van Bourbon zou onderwerpen.

In deze zogenaamde opvolgingsoorlog werden dorpen en steden in geheel Catalonië platgebrand en inwoners vermoord. Ook in Valencia en op de Baleaar eilanden plunderden en moorden de legers van de koning van Bourbon er lustig op los. De Catalaanse taal werd verboden en de Castiliaanse overheerser trachtte de Catalaanse cultuur en identiteit te vernietigen. Sindsdien zijn Catalonië, Valencia en de Baleaar eilanden ingelijfd bij het Spaanse koninkrijk.

Momenteel is de nakomeling van Filips V van Bourbon, Filips VI, koning van Spanje. Zijn vader, Juan Carlos, werd door dictator Franco aangewezen als zijn opvolger. Na Franco ‘s dood werd tussen de Spaanse, Catalaanse en Baskische politici en onder toezicht van het leger, een nieuwe grondwet opgesteld. Het leger eiste dat de eenheid van Spanje in de grondwet zou worden gegarandeerd. Deze periode wordt de ‘democratische overgang’ genoemd. En iedereen geloofde dat Spanje, met een koning die door een dictator werd aangewezen, op wonderbaarlijke wijze van de ene op de andere dag was omgetoverd tot een democratie. Spanje trad toe tot de NAVO en de EU en zij gedroeg zich, met name naar buiten toe, zo democratisch mogelijk als zij kon. De socioloog Cardús beschrijft  (in het Catalaans) dat de garantie van de Spaanse eenheid een vrije democratie in de weg staat. Het opleggen van een enkele culturele en taalkundige identiteit onderdrukt de pluraliteit van de Spaanse multiculturele samenleving en leidt er uiteindelijk toe dat haar naties geen recht op zelfbeschikking hebben.

De politieke ontwikkelingen in Catalonië van de afgelopen tien jaren, waarin de democratisch gekozen leiders herhaaldelijk vroegen om een referendum te mogen houden over de Catalaanse onafhankelijkheid, bewijzen dit. Vooral het gewelddadig politieoptreden tegen de stemmers van het referendum, dat uiteindelijk zonder toestemming van de Spaanse autoriteiten werd gehouden, staat nog op ieders netvlies gebrand. De Catalaanse president Carles Puigdemont, enkele van zijn ministers en andere politici weken uit naar België, Schotland en Zwitserland. Duitsland weigert de Catalaanse president uit te leveren voor de absurde aanklacht van gewelddadige oproer. Zijn vicepresident Junqueras, enkele van zijn ministers, de voorzitster van het Catalaanse Parlement en de leiders van burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural zitten nu bijna twee jaar in voorarrest gevangen. Het juridisch proces tegen hen is volgens internationale waarnemers een farce. De werkcommissie voor willekeurige gevangenneming (WGAD) van het Hoge Commissariaat Mensenrechten van de VN eist onmiddellijke vrijlating. Maar de Spaanse justitie trekt zich er niets van aan, terwijl de Spaanse regering de leden van deze commissie probeert te besmeuren vanwege partijdigheid.

We staan nu aan de vooravond van de uitspraak van deze juridische farce. Deze zal in de eerste helft van Oktober plaats vinden. Want het Spaanse Hooggerechtshof wil voorkomen dat het Europese Hof van Justitie een uitspraak doet dat Junqueras, als juridisch beschermt lid van het Europese Parlement, moet worden vrijgelaten terwijl hij nog niet is veroordeeld. Daarnaast zitten de leiders van de burgerbewegingen, de Jordi ‘s, op 16 Oktober twee jaar in voorarrest en zouden dan volgens de Spaanse wet moeten worden vrijgelaten. Gezien de toespraken van de voorzitter van het Hooggerechtshof en van de Hoge Juridische Raad, Carlos Lesmes, bij de opening van het nieuwe juridisch seizoen vorige week, traditiegetrouw in het bijzijn van de koning, verwacht men zware straffen die als voorbeeld moeten dienen als waarschuwing tegen de huidige Catalaanse politieke leiders en haar bevolking. Het zal niet de eerste keer zijn dat Spanje voorbeeldstraffen uitdeelt.

Ondertussen kunnen de politieke leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging het met elkaar maar niet eens worden over een gezamelijke strategie als antwoord op de uitspraak. Terwijl de één herverkiezingen wil omdat zijn partij deze zou winnen (ERC), wil de ander acties van burgerlijke en institutionele ongehoorzaamheid (JxCAT, CUP). Als gevolg van de juridische vervolgingen is er duidelijk sprake van verwarring, angst en een groot gebrek aan politieke leiding. Daar komt bij dat enkele politieke partijen nauw naar hun leiders luisteren die in de gevangenis zitten. Een cruciale fout, zoals Sun Tzu (De kunst van het oorlogvoeren, 544 – 496 v.C.) reeds opmerkte: ‘Soldaten mogen nooit bevelen opvolgen van een generaal die door de vijand gevangen genomen is.’

Onder deze omstandigheden kwamen we afgelopen Woensdag weer bijeen om te protesteren tegen de schendingen van de mensenrechten en de ondemocratische praktijken van Spanje. Volgens de politie van Barcelona kwamen er 600.000 manifestanten, een dubieus lage schatting met zeer waarschijnlijk politieke bijbedoelingen van het socialistische hoofd van de gemeentepolitie. Weliswaar kwamen dit keer minder mensen dan in vorige jaren, maar het was nog steeds een protestdemonstratie die in Europa qua omvang en persistentie haar weerga niet kent. Ook de glimlach en de feestelijke sfeer was voor een deel verdwenen. Na tien jaar van protesteren en waar de eigen politieke leiders het af laten weten, is dit niet verwonderlijk. De onvrede onder de Catalaanse bevolking over haar politici is groot. Maar wie denkt of wil doen geloven, zoals de Spaanse media, dat de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging een eendagsvlieg is, vergist zich lelijk en zou eens bedrogen uit kunnen komen. De Catalanen zullen blijven volhouden totdat zij hun doel van onafhankelijkheid, vrijheid en democratie hebben bereikt.

Het kasteel van Moncloa

door Vicenç Villatoro, krant Ara

(280 woorden)

Een grote deugd van Jordi Cuixart (voorzitter van de Catalaanse burgerbeweging Omnium Cultural welke bijna twee jaar gevangen zit in afwachting op de gerechtelijke uitspraak, vert.) is zijn capaciteit om gewone, logische en redelijke voorstellen te doen. Maar binnen de kromme situatie van de Spaanse politiek lijken deze voorstellen op onvoorstelbare grappen. Het probleem is niet het voorstel, het is de situatie. Wetend dat (demissionair president, vert.) Sánchez een gespreksronde heeft geopend met de sociale entiteiten van de samenleving, heeft Cuixart in naam van Omnium een ontmoeting met hem aangevraagd. Omnium is één van de grootste en sterkste verenigingen op het Iberische schiereiland zowel met betrekking tot het aantal leden als haar sociale invloed. De burgerbeweging heeft erg veel dingen te vertellen en om naar te luisteren. Omdat zij geen politieke entiteit is, is zij niet iemand voor politieke onderhandelingen. Zij is een entiteit om naar te luisteren en te begrijpen. Maar de aanvraag van Cuixart wordt geweigerd alsof het een buitensporigheid is. Want Pedro Sánchez wil niet luisteren en wil niet begrijpen. Hij zit daar in zijn Moncloa kasteel (het presidentieel verblijf, vert.) met zijn eigen logica, in een wereld vol gebogen spiegels waar niet iedere realiteit welkom is. Je kunt er alleen binnenkomen als je je vooraf uitspreekt als de heilige en verstandige onderworpene die afziet van zijn doelstellingen. Zoals iedereen die in dit kasteel woont, is Sánchez er van overtuigd dat wat je niet hoort ook niet bestaat. Half Catalonië bestaat niet. Zij is buitengesloten. Vanuit het kasteel ziet men alleen wat er binnen in het kasteel bestaat. En het kasteel van Moncloa lijkt iedere dag sterker op het kasteel van Kafka.

Het Catalaanse conflict, een overzicht

Gevolgen zwaarder dan Brexit
Nu het zomerreces is aangebroken is er, afgezien van de nieuwe informatierondes die demissionair president Pedro Sánchez onderhoudt voor een nieuwe regering, ook enige politieke rust in Spanje. Hoewel de internationale media af en toe slechts over concrete gebeurtenissen berichten, wil dat niet zeggen dat het Catalaanse conflict achter de rug is. Integendeel; wachtend op de gerechtelijke uitspraak tegen de Catalaanse burgerleiders en politici, broeit er wel degelijk iets onder de bevolking en in politieke kringen. De impact hiervan zou wel eens groter kunnen zijn dan de uittreding van Groot Brittannië uit de EU zonder een overeenkomst. Meer eerst even een overzicht van de gebeurtenissen die hiertoe hebben geleid.

(3000 woorden)

Het referendum
Op 1 Oktober 2017 vond het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid plaats. Al sinds 2012 hadden de Catalanen en hun politieke leiders de Spaanse overheid op allerlei manieren en via verschillende wegen gevraagd om een referendum over zelfbeschikking te mogen houden. Ieder jaar werd op de Catalaans nationale feestdag een protestbijeenkomst gehouden waar ruim een miljoen mensen, oftewel één op de zeven inwoners van Catalonië, aan deelnamen. Maar het was altijd een resoluut ‘Nee’. Zowel volgens het internationaal recht als de Spaanse wetgeving stonden de Catalanen met hun vraag over zelfbeschikking volledig in hun recht. In de politiek geldt het recht net zoals in het verkeer: wanneer je voorrang hebt omdat je op een kruising van rechts komt, ga je niet net zo lang stoppen en wachten totdat links stopt en je die voorrang verleent. Uiteindelijk koos de Catalaanse regering, onder dwang van de oppositie partij La CUP welke dreigde met een motie van wantrouwen, om eenzijdig het referendum te organiseren. Er werd in het Parlement een referendumwet overeengekomen dat indien voor de Catalaanse onafhankelijkheid gekozen zou worden, binnen tien dagen de juridische overgangswet, een voorlopige grondwet, in werking zou treden en de Catalaanse Republiek zou worden uitgeroepen. Op 1 Oktober werd het referendum gehouden. De Spaanse overheid probeerde met buitenproportioneel politiegeweld het referendum te ontaarden in een rel. De stemmers boden echter vreedzame weerstand en lieten zich niet verleiden tot geweld. Wel verkeerde het overgrote deel van de Catalaanse bevolking in een totale shock van verontwaardiging en vernedering. Nooit had men verwacht dat de Spaanse staat op een dergelijke brute wijze tegen haar eigen bevolking zou optreden. En zeker niet voor het uitoefenen van een vreedzame, democratische actie zoals het uitbrengen van een stem. En nooit had men verwacht dat een Europese Unie dit allemaal zo lamlendig zou toestaan en de onderdrukker zelfs zou steunen. De emotionele shock door de beleefde gebeurtenissen van die dag en de gerechtelijke vervolgingen die daarop volgden, duurt voort tot aan de dag van vandaag. Maar uiteindelijk vond er een heus legaal en legitiem referendum plaats en koos 92% van de stemmers voor de Catalaanse onafhankelijkheid. Van de stemgerechtigden nam in totaal 43% deel. De rest had geen interesse, geloofde de regering van Rajoy dat het referendum illegaal zou zijn, wilde het referendum boycotten of liet zich door het politiegeweld afschrikken. Maar zoals in iedere democratie geldt ook hier dat wie niet gaat stemmen, ook niet wordt meegerekend in de uitslag. De Spaanse politie, de Guardia Civil en de CNI (inlichtingendienst) waren niet in staat geweest het referendum tegen te houden. Het stond 1-0 voor de Catalanen tegen de Spaanse staat.

De politieke nasleep
Nadat het resultaat van het referendum officieel bekend en goedgekeurd werd door de Catalaanse Kiescommissie, verkondigde president Carles Puigdemont op 10 Oktober de onafhankelijkheid van de Republiek. Hij schortte deze onafhankelijkheidsverklaring echter per direct weer op om overleg met ‘Spanje’ mogelijk te maken, zoals hem was beloofd door de voorzitter van de Europese raad, Donald Tusk. Na deze opschorting van de Catalaanse Republiek liet Tusk echter niets meer van zich horen om als intermediair tussen de Spaanse en Catalaanse overheden op te treden. Op 26 Oktober eiste de president van Spanje, Rajoy, dat Puigdemont herverkiezingen zou uitschrijven. Zoniet, dan zou hij de Catalaanse autonomie opschorten aan de hand van grondwetsartikel 155. Dit artikel zegt dat ‘de centrale regering haar wil aan een ongehoorzame autonome regering mag opleggen’. Puigdemont kreeg echter geen garantie van Rajoy dat hij af zou zien van ‘artikel 155’, en weigerde daarom herverkiezingen uit te schrijven. Op 27 Oktober nam het Catalaanse Parlement een motie aan waarin alsnog de Catalaanse Republiek werd verklaard. De unionistische partijen hadden voor het stemmen de vergaderzaal verlaten. De motie werd echter niet in de Catalaanse Staatscourant gepubliceerd en is daarom (nog steeds) niet rechtsgeldig.

Politici uitgeweken
Puigdemont en zijn volledige regering weken in de daaropvolgende dagen uit naar België(1). Later verklaarden Puigdemont en enkele andere politici dat de Spaanse overheid met militair geweld wilde ingrijpen. Hoewel deze stoute bewering nooit helemaal zal kunnen worden geverifieerd, werd zij ondersteund door de verhoogde activiteit rond de kazernes in en nabij Catalonië en op de militaire afdelingen van het vliegveld El Prat van Barcelona. Voor Puigdemont was dit de reden om uit te wijken naar het buitenland. Want, zo zei hij, ‘De onafhankelijkheid van Catalonië is geen enkel mensenleven waard’.

Opschorting autonomie en opgelegde verkiezingen
Met de steun van de socialistische partij PSOE in de Spaanse Senaat voerde Rajoy grondwetsartikel 155 in, ontsloeg de regering van Puigdemont, ontbond het Catalaanse Parlement en schreef binnen de kortst mogelijke termijn herverkiezingen uit in de hoop dat de Catalaanse ‘opstandelingen’ deze zouden verliezen (2). In Catalonië is alleen haar president gemachtigd tot het uitschrijven van herverkiezingen. Indien deze ziek zou worden of zou overlijden, dan moet het Catalaanse Parlement een nieuwe president kiezen alvorens zij kan worden ontbonden. Rajoy ging met het ontslaan van de Catalaanse regering ver zijn boekje, de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut te buiten. De gerechtelijke macht, waaronder het Constitutioneel Hof, steunde Rajoy echter met deze ‘interne staatsgreep’. Pas wanneer een nieuwe Catalaanse regering zou zijn ingesteld, zou de autonomie weer worden teruggegeven. De verkiezingen werden op 21 December 2017 gehouden en werden, ondanks allerlei tegenwerkingen van de Spaanse Centrale Kiescommissie, opnieuw door de onafhankelijkheidsbeweging gewonnen. De gehele ‘operatie 155’ van de Spaanse overheid was daarmee uitgelopen op een groot fiasco. Het stond 2-0 voor de Catalanen. Het was aan de Spaanse gerechtelijke macht, bij monde van onderzoeksrechter Llarena, om deze mislukking recht te zetten. Puigdemont werd verboden om zich als presidentskandidaat in het Catalaanse Parlement te presenteren door middel van een video conferentie. (De grenzen en de omgeving van het Parlement werden zwaar bewaakt om Puigdemont te arresteren indien hij het zou wagen voet op Spaanse bodem te zetten.) Later ontnam Llarena hem het lidmaatschap van dit Parlement. Het zou niet bij deze ene keer blijven dat de gerechtelijke macht direct haar invloed op de politiek uitoefent. Pas nadat drie presidentskandidaten de revue hadden gepasseerd, accepteerde de Spaanse justitie de nieuwe president van Catalonië. Weliswaar werd na de nieuwe regering artikel 155 opgeschort, maar Catalonië staat nog steeds onder financiële controle en iedere politieke beweging wordt nauwkeurig in de gaten gehouden. Men kan gerust stellen dat Catalonië zich momenteel onder de noodtoestand of staat van beleg verkeert. Daar dit in bedekte vorm plaats vindt, heeft de Spaanse regering daarvoor geen toestemming aan het Congres hoeven te vragen.

Vervolging van de politici: gevangen en in ballingschap
Nadat Puigdemont, vicepresident Oriol Junqueras en de ministers door de Audiencia Nacional werden opgeroepen voor verhoor, keerden een aantal van hen terug naar Spanje en meldden zich vrijwillig bij de rechter. Ook de presidente van het Catalaanse Parlement, Carme Forcadell, meldde zich vrijwillig nadat zij was opgeroepen voor verhoor. Allen werden toen gevangen gezet met als reden dat zij vluchtgevaarlijk zouden zijn. Met uitzondering van Junqueras en de minister van binnenlandse zaken, Joaquim Forn, werden zij na het betalen van hoge borgsommen vrijgelaten. Dit geld werd voornamelijk door de burgerbewegingen bijeengebracht (3). Junqueras en Forn zitten sinds 4 November 2017 voorwaardelijk gevangen. De eersten die gevangen genomen werden waren echter de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart (4). In Mei 2018 werden de presidente van het Catalaanse Parlement en de ministers van de regering Puigdemont die zich in Spanje bevonden, opnieuw opgeroepen voor verhoor wegens ‘nieuw opgedoken feiten’. Zij werden toen opnieuw gevangen gezet en zijn sindsdien niet meer vrijgelaten wegens ‘vluchtgevaar’ en ‘wegens het gevaar om terug te vallen in criminele activiteiten’ omdat zij zich verkiesbaar hadden gesteld en opnieuw lid waren geworden van het Catalaanse Parlement. Één van de hen, Jordi Turull, had zich de dag er voor als president van Catalonië in het Parlement gepresenteerd, maar de eerste stemming verloren. De dag na zijn gevangenneming zou de tweede stemming hebben moeten plaats vinden.

De gevangenen werden aangeklaagd wegens oproer. Voor deze aanklacht moet echter gebruik zijn gemaakt van georganiseerd en militair geweld. De enige die echter geweld hadden gepleegd, waren de Spaanse politie en de Guardia Civil tegen de stemmers op de dag van het referendum. Afgelopen Februari begonnen de hoorzittingen. Deze duurden drie maanden en er werden rond de 450 getuigen en onafhankelijke specialisten gehoord. In Juni liepen de hoorzittingen af en het is nu wachten op de veroordelingen. Deze worden rond Oktober verwacht. Gedurende de rechtszittingen werden er geen internationale waarnemers tot de zaal toegelaten. Zij moesten daarom zelf een plaatsje op de publieke tribune zien te veroveren.

De waarnemers zijn doorgaans van mening dat er geen eerlijke rechtszaak heeft plaats gevonden en dat er vele rechten van de aangeklaagden en hun verdediging zijn geschonden. Een enkele waarnemer spreekt in zijn rapporten van een farce.

De zaak van de Catalaanse gevangenen werd ook aangeklaagd bij het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN, gezeteld in Geneve. De VN Werkroep voor willekeurige gevangenneming (Workgroup of Arbitrary Detention, WGAD) van dit Commissariaat oordeelde dat de Catalaanse leiders onterecht gevangen zitten en per direct moeten worden vrijgelaten. In tegenstelling tot Turkije en Egypte geeft Spanje geen gehoor aan de VN werkgroep. De Spaanse regering probeerde daarentegen de leden van de werkgroep achteraf in diskrediet te brengen wegens partijdigheid en belangenverstrengelingen.

Vervolging Puigdemont
De politici in ballingschap die op 21 December 2017 opnieuw werden gekozen, waaronder president Puigdemont, werden het lidmaatschap van het Catalaanse Parlement door onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof, Llarena, ontnomen. Tegen Puigdemont en drie van zijn ministers die in het buitenland bleven werd een Europees opsporings-en uitleveringsbevel uitgevaardigd. Zij meldden zich toen vrijwillig bij de justitie in België en Schotland (5). Het uitleveringsbevel werd later door Llarena ingetrokken daar deze voorzag dat het uitleveringsverzoek door België zou worden geweigerd wegens de vele ‘procedure fouten’ en rechtenschendingen en hij een negatief oordeel wilde voorkomen om niet het imago van de Spaanse justitie te schaden. Later voerde Llarena opnieuw een uitleveringsbevel tegen Puigdemont uit. Deze werd toen door de Duitse justitie aangehouden en gedurende twee weken in bewaring gesteld. Na drie maanden oordeelde de rechtbank van Sleeswijk Holstein dat Puigdemont niet gewelddadig was geweest en daarom niet wegens rebellie of oproer kon worden uitgeleverd. Llarena trok het uitleveringsbevel daarop opnieuw in, want hij wilde Puigdemont niet enkel berechten wegens misbruik van overheidsgeld. De weigering van de Duitse justitie om Puigdemont uit te leveren was een zware nederlaag voor Llarena en de Spaanse gerechtelijke macht in het algemeen. Als leider van de ‘criminele organisatie’, zoals de politici door de Openbare Aanklager worden genoemd, koos het OM vicepresident Oriol Junqueras uit om geen juridische tegenstrijdigheden op te werpen. Puigdemont zou volgens de aanklagers geen rol van betekenis in de rebellie hebben gespeeld en wordt in de processtukken niet bij naam genoemd.

Onenigheid tussen Catalaanse partijen
Tijdens de politieke ontwikkelingen in Oktober 2017 bleek al dat er grote meningsverschillen tussen de twee coalitiepartijen ERC en PDECat, welke de lijst JxCat (Samen voor Catalonië) vormden, bestonden. Het fijne van wat er die dagen zich precies heeft afgespeeld is nog steeds onduidelijk. Maar Puigdemont wil geen volledige openbaarheid geven omdat dit de gerechtelijke uitspraak van de politieke gevangenen zou kunnen beïnvloeden. Hoe het ook zij, er bestaat een diepe verdeeldheid tussen de twee grote Catalaanse politieke groeperingen. Het lijkt er op dat Puigdemont vanuit Brussel aan de ene kant en Junqueras vanuit de gevangenis aan de andere kant, grote invloed hebben op de dagelijkse beslissingen van hun politieke groeperingen. Dit leidde er toe dat de partijen niet samen wilden gaan in de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen 28 April. ERC meent dat het beter is om gescheiden de verkiezingen in te gaan om daarmee meer stemmers voor de Catalaanse onafhankelijkheid te verkrijgen. Zij lonkt daarmee met name naar de linkse groepering Podem die zich nooit voor of tegen de Catalaanse onafhankelijkheid heeft willen uitspreken. Als gevolg van het ontbreken van een duidelijk beleid met betrekking tot het Catalaanse conflict, werden in veel grote steden in Catalonië coalities tussen onafhankelijkheidspartijen en unionistische partijen gesloten. ERC gaf bijvoorbeeld zonder enig voorbehoud steun aan Podem in de gemeenteraad van Barcelona. Deze vormde vervolgens een coalitie met de unionistisch socialistische partij PSC, de Catalaanse afdeling van PSOE, en kreeg bovendien de steun van de extreem rechtse en unionistische partij Ciutadans. JxCat-PdeCat gaf op haar beurt direct steun aan PSC in het provinciaal bestuur van Barcelona. Als klap op de vuurpeil onthield ERC zich van stem in het Spaanse Congres waardoor zij een regering van de PSOE socialist Pedro Sánchez niet in de weg zou staan. Sánchez haalde het echter niet, daar de socialisten de onderhandelingen met Podemos lieten vastlopen. ERC geeft blijkbaar de voorkeur aan een Spaanse linkse regering die medeverantwoordelijk is voor de opschorting van de Catalaanse autonomie en haar voorzitter en andere partijleden gevangen houdt, dan herverkiezing met de mogelijkheid dat de extreem rechtse partij PP, de ultrarechtse Ciutadans en de fascistische Vox zullen winnen. Het mag duidelijk zijn dat de verdeeldheid onder de Catalaanse politieke partijen tot grote ergenis van hun stemmers leidt en de woorden ‘kiezersbedrog’ en ‘verraad’ al vaak is gevallen. Voor het merendeel is deze verdeeldheid te danken aan het feit dat Spanje de Catalaanse burgerleiders en politici gevangen houdt en hen als gijzelaars gebruikt. Het is te hopen dat de politieke groeperingen langzaamaan beginnen te begrijpen dat ze hun aanhang zullen verliezen indien men onderling zo verdeeld blijft. Ook binnen de burgerorganisaties was de eenheid soms behoorlijk zoek. Na de gevangenneming van hun leiders vond er nagenoeg geen overleg meer plaats.

De nabije toekomst
Momenteel wacht men op de gerechtelijke uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof tegen de Catalaanse gevangenen. Deze wordt komend najaar verwacht en men denkt dat er zware gevangenisstraffen zullen worden opgelegd.

In de aanloop naar de jaarlijkse protestdemonstratie van 11 September en met de vonnissen in het vooruitzicht beginnen Omnium Cultural en het ANC echter weer enige toenadering tot elkaar te zoeken. Het onafhankelijkheidsstreven van de Catalaanse bevolking blijft echter onveranderd. Langzaam maar zeker kruipt de samenleving uit haar shocktoestand van de gebeurtenissen rond het referendum en begint men te zoeken naar een gemeenschappelijke strategie als reactie op de veroordelingen tegen hun leiders. Velen vinden dat er harde, maar altijd vreedzame, acties moeten worden gehouden zoals een algemene staking voor onbepaalde duur, blokkeringen van de infrastructuren en acties van wettelijke ongehoorzaamheid. Of de Catalaanse politiek zich achter haar bevolking zal scharen is vooralsnog onduidelijk, maar er is ook op dit vlak enige beweging waar te nemen. Afgelopen week meldde dat de Catalaanse president Quim Torra dat hij in gesprek gaat met de La CUP groepering over de jaarbegroting. De regering zal deze oppositiepartij tegemoet moeten komen in de vorm van een duidelijke strategie die uiteindelijk moet leiden tot de Catalaanse onafhankelijkheid.

De Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging en hun politici hebben inmiddels geleerd dat zij een immens groot fascistisch monster tegenover zich hebben staan die er niet voor schuwt de democratie aan de kant te zetten en de mensenrechten te schenden indien dit nodig is om haar eenheid te bewaren. De voormalig leider van de socialistische partij PSOE, Rubalcaba, zei reeds enkele jaren geleden dat Spanje daar ‘alles’ voor zal hebben. En hij behoorde niet eens tot een extreem rechtse partij, om maar een indruk te geven hoe diep het Spaans post-francisme in de samenleving zit ingebakken. Als gevolg van de passieve houding van de Europese leiders, zoals Donald Tusk, of de directe steun aan de EU lidstaat dat de mensenrechten schendt, zoals Juncker en Timmermans die blijven volhouden dat het een interne kwestie van Spanje betreft, is ook het vertrouwen in de Europese Unie gedaald tot een absoluut minimum. De Catalanen weten nu dat ze het helemaal alleen moeten doen en van niemand steun hoeven te verwachten indien de EU daar zelf geen belang bij heeft. De vraag is alleen wanneer de ommezwaai zal plaats vinden van de onvoorwaardelijke steun aan de gevestigde Spaanse staat naar steun aan de nieuwe Catalaanse Republiek. Er is maar één reden te verzinnen: wanneer de portemonnee van Europa in het geding komt. Oftewel het eigenbelang is het enige wat het immorele Europa drijft.

De Spaanse politiek kijkt in ieder geval met grote zorgen het komende najaar tegemoet. Pedro Sánchez zei in zijn betoog als presidentskandidaat dat Spanje geen demissionaire regering kan hebben op het moment dat de gerechtelijke uitspraken tegen de Catalaanse leiders bekend worden gemaakt. De ultrarechtse partijen PP, Ciutadans en Vox, zouden het liefst vandaag nog de Catalaanse autonomie weer willen opschorten. Maar dan voor eeuwig.

  1. Puigdemont en zijn ministers vluchtten niet voor justitie, zoals zo vaak door unionisten wordt beweerd. Want er was op dat moment nog geen opsprings-en arrestatiebevel tegen hen uitgevaardigd.
  2. De Spaanse politiek was, en is nog steeds, er van overtuigd dat een kleine groep politici een gehele bevolking heeft misleid. Na zeven jaren van protesten waar ruim een miljoen mensen aan deelnamen die vroegen om een referendum voor de Catalaanse onafhankelijkheid, heeft men nog steeds niet willen begrijpen dat de onafhankelijkheidsbeweging vanuit de bevolking komt.
  3. In totaal hebben de burgerbewegingen tot nu toe een bedrag in de orde van 10 miljoen Euro aan borg betaald. Dit geld wordt met giften collectes onder de Catalaanse bevolking bijelkaar gehaald.
  4. Cuixart en Sánchez werden op 16 Oktober 2017 gevangen gezet wegens ‘gewelddadige oproer’ op 20 September. Het betrof toen een spontane protestbijeenkomst voor de deur van het Catalaanse ministerie van Economische Zaken waar door de Guardia Civil huiszoeking werd gehouden. Cuixart en Sánchez klommen toen, met instemming, op het dak van een patrouille auto van de Guardia Civil om de protestbijeenkomst af te sluiten en te ontbinden.
  5. De Catalaanse minister van onderwijs, Clara Ponsatí, week uit naar Schotland daar zij voor haar ministerschap een betrekking had op de universiteit St Andrews en daar weer naar terug ging. Zij wordt vervolgd omdat zij de openbare scholen ter beschikking had gesteld als stemlokalen voor het referendum.

Nee tegen Spaanse president?

Deze week wordt in Spanje gekenmerkt door de presentatie van Pedro Sánchez, van de socialistische PSOE partij, in het Congres van Afgevaardigden als nieuwe president. In Mei 2018 diende Sánchez een motie van wantrouwen in tegen de toenmalige regering van Mariano Rajoy (Partido Popular, PP) als gevolg van de corruptieschandalen. De Catalaanse onafhankelijkheidspartijen ERC en JxCat steunden de PSOE daarin zonder enige tegenprestatie, in de hoop dat Sánchez open zou staan voor onderhandelingen over een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid. Deze gedachte bleek echter een illusie. Want wat betreft dit thema bleek Sánchez en zijn PSOE partij, die de opschorting van de Catalaanse autonomie onder het mom van grondwetsartikel 155 had medeondertekent, net als de PP onverbiddelijk. Toen Sánchez zijn jaarbegroting in het Congres aan een stemming onderwierp, stemden de Catalaanse partijen tegen uit onvrede daarover. Dit betekende het einde van de gratis ondersteuning aan de socialistische regering en leidde tot de vervroegde verkiezingen op 28 April jongstleden. De derde regering in vier jaar tijd was gevallen als een direct of indirect gevolg van het Catalaanse conflict. Als gevolg van de teleurstellende houding van Sánchez was de verkiezingsbelofte van de Catalaanse onafhankelijkheidsartijen JxCat en ERC dat men een nieuwe Spaanse regering pas zou steunen indien deze bereid zou zijn om te onderhandelen over een Catalaans referendum.

Voor het eerst sinds het Franco regiem verkreeg een ultrarechtse, fascistische partij (Vox) weer zetels in het Spaanse Congres. Een coalitie tussen PP, Ciutadans en Vox haalden echter geen meerderheid om te kunnen regeren. Er vonden informatierondes met koning Felipe VI plaats (deze heeft hierin een politieke rol) en gespreksronden tussen Sánchez, de leider van de meest gekozen partij, en enkele politieke partijen. De meest voor de hand liggende regering zou een coalitie zijn tussen de PSOE en Podemos, beide partijen van linkse signatuur, en met ondersteuning van enkele kleine partijen, zoals de Baskische en de Catalaanse. Volgens de Spaanse wet moet de leider van de grootste partij, of een andere presidentskandidaat, zich binnen drie maanden na de verkiezing in het Congres presenteren met een regeringsvoorstel. Op dat moment zouden de onderhandelingen dan dus moeten zijn afgerond om een coalitie vormen. Sánchez begon pas in de week voor zijn presentatie op 22 Juli met serieuze onderhandelingen met Podem. Gedurende de afgelopen drie maanden heeft hij niets gedaan, behalve het negeren van de Catalaanse partijen welke hij zelfs niet eens uitnodigde voor een informatiegesprek. De formatiegesprekken tussen Sánchez en de leider van Podem, Pablo Iglesias, verliepen echter zeer stroef. Sánchez wil geen ministers van Podem in zijn regering. Zijn excuus was dat Iglesias over politieke gevangenen en zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen spreekt. Dit is voor Sánchez onacceptabel. Volgens hem zijn zij gevangen politici die een misdaad hebben begaan en daarvoor worden berecht. Uiteindelijk deed Iglesias een stap opzij en zou zelf geen minister worden. Zijn leef-en partijgenoot kreeg aangeboden om vicepresidente te worden. Het bleek echter om een symbolische post te gaan zonder enige verantwoordelijkheid. Andere leden van Podem zouden andere, weinig betekenende sociale ministeries krijgen. De belangrijke staatsministeries zoals Buitenlandse Zaken, Financien, Binnenlandse Zaken en Defensie houdt Sánchez voor zijn eigen partij. De onderhandelingen tussen de politieke partijen PSOE en Podem vonden tijdens de presentatie van Sánchez als president in het Congres nog steeds plaats. Maar het leek er sterk op dat ze zouden mislukken.

Dat bleek ook uit de toespraak van Sánchez en zijn antwoorden op de vragen van de verschillende politieke groeperingen in het Congres. Hij presenteerde zich op uitzonderlijk hooghartige manier en beledigde direct zijn aanstaande coalitie partner door aan de PP te vragen om zich van stem te onthouden zodat hij Podem niet nodig zou hebben. In zijn anderhalf uur durende toespraak noemde hij niet eenmaal het Catalaanse politieke conflict en hoe hij dacht dit op te gaan lossen. Toen de leider van de PP hem hierop aansprak, zei Sánchez dat hij het heeft gehad over gezondheidszorg, onderwijs, armoedebestrijding, investeringen in infrastructuur et cetera. En dat heeft betrekking op alle autonome gebieden van Spanje, inclusief Catalonië. Het heeft geen zin om Catalonië, of welk autonoom gebied dan ook, apart te benoemen. Het probleem van Catalonië is de verdeeldheid binnen haar samenleving. Het is geen politiek conflict met de Spaanse staat, zo zei hij. Sánchez ontkent Catalonië dus als een politiek onderwerp en negeert daarmee het grootste probleem dat Spanje momenteel heeft en direct zou kunnen leiden tot het einde van de Spaanse staat zoals we die nu kennen.

Ook de Catalaanse onafhankelijkheidspartij ERC, geleid door Gabriel Rufián, kreeg een veeg uit de pan van Sánchez. Deze partij wilde zich van stem onthouden om de coalitie van de linkse partijen PSOE en Podem niet in de weg te staan. Hiermee bood de partij hem dus opnieuw, net als in Mei 2018, haar onvoorwaardelijk steunen, Als een ouder tegen een klein kind zei Sánchez: ‘Hebben jullie nog steeds niet geleerd dat jullie geen aspiraties kunnen maken op de Catalaanse onafhankelijkheid?’ Sánchez refereerde hier naar het politiegeweld tijdens het referendum, de gerechtelijke vervolgingen, de ballingen, de politieke gevangenen en de opschorting van de Catalaanse autonomie. Dit is natuurlijk een zware belediging tegen de Catalanen die door het politiegeweld werden mishandeld en tegen de onafhankelijkheidspartijen waarvan hun leiders in de gevangenis en in ballingschap zitten, waaronder vier Congresleden wiens lidmaatschap er van is ontzegd en geen stemrecht hebben. Sánchez wil dus, net als de rechtse, ultrarechtse en fascistische partijen, geen onderhandelingen met Catalonië maar totale onderwerping en vernedering. De enige manier om aan deze culturele genocide te ontkomen is de onafhankelijkheid van een Catalaanse Republiek.

Eerder had de Catalaanse partij JxCat nog twijfels om zich van stem te onthouden. Voor deze partij was het na de toespraak van Sánchez reeds duidelijk dat zij tegen hem zouden stemmen. “We hebben 155 redenen om ‘Nee’ te stemmen” en “Indien de eenheid van Spanje moet worden verdedigd met geweld en onderdrukking, dan is dit streven niet meer legitiem” zei Laura Borràs in haar betoog. Na de schoffering van Sánchez tegen ERC was deze ook om en stemde ‘Nee’ tegen de aspirant president. Hij verloor hiermee de eerste stemming in het Congres voor zijn presidentschap. Hij had daar een absolute meerderheid (176 stemmen) voor nodig en brak daarmee zijn eigen record met het het hoogste aantal stemmen tegen (170) die een aspirant president ooit had gekregen. Op donderdag vind een tweede stemming plaats waarbij hij een gewone meerderheid nodig heeft.

Indien de onderhandelingen met Podem tot een coalitie leiden, is de kans reëel dat ERC zich alsnog van stem zal onthouden en daarmee passief de coalitie zal steunen. Met deze totale ommekeer van ERC voelen de Catalaanse kiezers zich sterk bedrogen. Het partijmechanisme in Spanje, en ook in Catalonië, is zeer star en sterk gericht op de korte termijn en directe stemmenwinst. Het lijkt er op dat de Catalaanse politieke partijen zich niet gezamelijk achter haar bevolking kan scharen voor de onafhankelijkheid van Catalonië. Uiteindelijk zal dit conflict door de bevolking zelf vanuit de straat, door het bieden van vreedzame weerstand en wettelijke ongehoorzaamheid, moeten worden beslecht. De plannen daarvoor zijn al in de maak.

Het Catalaanse conflict middenin Europa

(1200 woorden)

Duitsland, nabij de grens met Frankrijk. Drie mannen en een vrouw twijfelen of zij verder zullen reizen, de grens over. Hun veiligheid loopt gevaar als zij dat zullen doen. Twee van hen kunnen gevangen worden genomen wanneer zij de rivier, welke de grens tussen de twee landen vormt, over zullen steken. Nee, het is geen 1917 toen het grensstadje Straatsburg een dispuut was tussen Frankrijk en Duitsland en de oversteek levensgevaarlijk was. Het is 2019, een eeuw later, met een Europese Unie en een verdrag dat in het Luxemburgse plaatsje Schengen werd gesloten en dat er voor zorgen moet dat binnen deze Unie het vrije transport van goederen en van personen gegarandeerd is. Binnen deze Unie gelden dezelfde normen en waarden voor vrijheid en gerechtigheid. Maar niet voor hen.

Op de brug ‘Europa’ (de naam kon niet beter gekozen worden), die de oevers van de Rijn nabij Straatsburg verbind, staat een geblindeerde auto van de Spaanse politie. Jawel: de Spaanse politie mag in Frankrijk zomaar een verdachte van terrorisme arresteren die zich op haar grondgebied bevindt. Sinds 2002 bestaat er een afspraak tussen Frankrijk en Spanje dat daar geen Europees uitleveringsbevel, met de tussenkomst van een rechter, voor nodig is. Deze overeenkomst kwam tot stand voor het vervolgen van ETA terroristen die in de loop van haar geschiedenis honderden mensenlevens op haar geweten heeft.

Maar dit keer wacht de Spaanse politie geen moordenaars of terroristen op. Zij kijkt uit naar de gekozen Europarlementariërs Carles Puigdemont en Toni Comín. Twee mensen die een voorbeeld zijn van vreedzaamheid en democratie. Nooit en te nimmer hebben zij een wapen opgepakt. Hun enige misdaad is het organiseren van een referendum waarin burgers hun mening konden geven over een politiek debat.

Het is niet de eerste keer dat Spanje Puigdemont gevangen wil nemen en hem politiek monddood wil maken. De eerste keer was dit met de opgelegde verkiezingen van 21 December 2017, na het door Spanje verboden referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid en de opheffing van de Catalaanse autonomie. Ondanks dat hij naar België uitweek en de partijdige kiescommissie die tijdens de verkiezingscampagne allerlei obstakels opwierp, won Puigdemont deze verkiezingen. Vervolgens voorkwam onderzoeksrechter van het Spaans Hooggerechtshof Llarena dat hij zich als president kon installeren. In Februari 2018 werd Puigdemont in Schleswijk Holstein door de Duitse politie aangehouden en gevangen gezet in opdracht van Llarena die opnieuw een Europees uitleveringsbevel had uitgevaardigd. De duitse rechtbank weigerde Puigdemont echter uit te leveren voor de verdenking van oproer, want men vond dat hij geen geweld had gebruikt. Daarna presenteerde hij zich voor de Europese verkiezingen. De Spaanse kiescommissie probeerde hem dit te verbieden, maar de tussenkomst van het Hooggerechtshof voorkwam dit uiteindelijk na de dreiging dat hij naar het Europese Hof van Justitie zou stappen. Puigdemont werd opnieuw verkozen, dit keer als lid van het Europese parlement. Maar de kiescommissie vind dat men pas lid daarvan is, en juridische onschendbaarheid geniet, wanneer de gekozen leden trouw aan de Spaanse grondwet hebben gezworen. Puigdemont kon niet persoonlijk naar Madrid komen, anders zou hij gearresteerd worden. De Catalaanse vicepresident Oriol Junqueras, die ook tot Europarlementariër is verkozen, mocht deze keer niet de gevangenis verlaten om de belofte af te leggen. Integendeel tot drie weken daarvoor toen hij dit wel mocht doen om lid te worden van het Spaanse Congres van afgevaardigden. ‘Junqueras zou eens op de gedachte kunnen komen om niet meer naar de gevangenis terug te keren wanneer hij zich buiten Spanje zou begeven’, schrijft het Hooggerechtshof. Nu probeert de Spaanse politie Puigdemont dus op te pakken zonder Europees uitleveringsbevel bij de opening van de nieuwe regeringsperiode van het Europese parlement waarvoor hij gekozen is. Het roept ongewild herinneringen op aan de uitlevering van de Catalaanse president Lluís Companys door de Duitse Gestapo die toen Frankrijk bezette. Companys werd vervolgens in een snelrechtprocedure veroordeeld en in het fort op Montjuic van Barcelona gefusilleerd. Een open wond in de Catalaanse geschiedenis die nooit is recht gezet. Geen enkele Spaanse regering heeft ooit haar excuses aangeboden of de militaire rechtszaak tegen Companys heropent.

Vooralsnog heeft Spanje door haar manipulaties het lidmaatschap van de gekozen Catalanen tegen kunnen houden totdat het Europese Hof van Justitie, gezeten in Luxemburg, daar een uitspraak over doet. Tienduizend Catalanen, nooit eerder vertoond in het kleine plaatsje Straatsburg, kwamen met bussen, chartervluchten, treinen en eigen vervoer om tegen de Spaanse inmenging van het Europese parlement te protesteren. Want de in totaal 2,3 miljoen Catalanen, worden vandaag niet vertegenwoordigd in het hoogste Europese democratische orgaan.

De demonstranten hadden zich voor de ingang van het Europese parlement opgesteld. Ook in de grote vergaderzaal bleef de afwezigheid van de drie gekozen leden niet onopgemerkt. De eerste die een betoog daarover hield was de Ier Matt Carthy van de Sinn Fein partij. Hij onderbrak parlementsvoorzitter Tajani die Puigdemont de toegang tot het parlementsgebouw in Brussel had geweigerd op aanvraag van de Spaanse kiescommissie. Deze voelde de bui reeds hangen en zei Matt Carthy dat hij alleen commentaar mocht geven over de stemprocedure voor een nieuwe parlementsvoorzitter. Maar Matt Carthy liet zich niet tegenhouden door Tajani en hield eenvurig betoog ter verdediging van Puigdemont, Junqueras en Comín. Hij kreeg daarin bijval van zijn groep GUE/NGL die foto ‘s van de Catalanen voor zich hielden. In de middagpauze bezocht hij de betogers voor het parlementsgebouw en vroeg zich af dat als Spanje kan bepalen wie Euroafgevaardigde wordt, waarom andere landen dit dan ook niet zouden kunnen doen. Andere Europarlementariërs die de buitengesloten Catalanen verdedigden waren de Portugese Maria Matias, de Sloveen Ivo Vajgl en Gérard Onesta van de franse Groenen partij. Matias zei in haar betoog dat historisch gezien Portugal haar onafhankelijkheid aan Catalonië te danken heeft. Nu is het moment om hen daarvoor terug te betalen door hen te steunen. Vajgl beweert dat nagenoeg geheel Slovenië achter de Catalanen staat in hun streven naar onafhankelijkheid. Onesta betoogde dat de Berlijnse muur is opgeschoven tot aan de grens bij Straatsburg, want Puigdemont kan Frankrijk niet binnen komen. Deze spreekbeurten waren tot voor kort ondenkbaar in en rondom het Europese parlement. Het is duidelijk dat de Catalaanse zaak een Europees gehalte heeft gekregen, ondanks dat Spanje dit ten koste van alles heeft willen voorkomen.

Puigdemont en Comín bleven op advies van hun advocaat Gonzale Boye veilig achter de Duitse grens, op twee kilometer afstand van het parlementsgebouw, om niet te worden gearresteerd door agenten van een EU lidstaat met fascistische trekjes. Och Europa! Waar is uw Unie nu? Waar zijn uw normen van menselijkheid en gerechtigheid? Waar is uw vrijheid? Daar waar tussen Brussel en Straatsburg honderd jaar geleden miljoenen doden vielen door een oorlog, ontstaat nu een nieuw conflict dat uit kan lopen op het einde van een Europese Unie die juist gebouwd werd om dit soort catastrofes te voorkomen. Om te beginnen met het einde van haar geloofwaardigheid. Want het Catalaans politieke conflict om onafhankelijk te worden is geen intern Spaanse aangelegenheid meer. Het is verworden tot een Europees probleem over fundamentele waarden van vrijheid en democratie. En dat probleem zal niet zomaar verdwijnen zolang er een volk is dat daarvoor blijft strijden.

Straatsburg

(230 woorden)

Viçent Villatoro, krant Ara

Vandaag bepaalt het Europese parlement haar toekomst. Maar misschien weet zij dat niet of is zij er zich niet van bewust. Vandaag zullen we zien of het Europese parlement accepteert of de EU lidstaten haar leden het lidmaatschap kunnen onthouden die gekozen zijn door de burgers. Oftewel dat zij accepteert dat het de lidstaten zijn in plaats van de burgers, die uiteindelijk beslissen wie parlementsleden worden door het toepassen van ieder zijn eigen wetgeving: ‘deze wel, deze niet’. Misschien dat de parlementsleden dit maar een onbeduidende gebeurtenis vinden ergens in een onbelangrijke uithoek van Europa. Misschien dat ze helemaal geen sympathie hebben voor de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging en is het alleen maar nog een probleem er bij. Misschien vinden ze dat het beter is geen crisis te veroorzaken met één van de grootste leden van de Unie. Maar als dit de argumenten zijn waarom een staat de parlementsleden kan selecteren om Spanje tevreden te stellen, met welke argumenten zouden andere lidstaten dan niet hun parlementsleden kunnen selecteren? Het gaat er hier om om wie het laatste woord heeft over wie er lid van het Europese parlement mag zijn: de lidstaten of de burgers. Met als gevolg dat dit een parlement is dat de burgers vertegenwoordigd of de staten. Als ze er zich daar nog niet bewust van zijn; er staat een grote menigte voor de deur om hen daaraan te herinneren.

De veilige relatie tussen man en vrouw

(330 woorden)

Antoni Bassas, Ara

Je hebt aftstotende meningen van politici en daarna heb je die van Francisco Serrano. Hij is de voorzitter van (ultra rechts) Vox in het parlement van Andalusië (en tevens rechter, vert.), dezelfde die afgelopen Februari zijn werk daar begon met het opvragen van namen van ambtenaren die huiselijk geweld goedkeuren. Na de veroordeling van het Spaans Hooggerechtshof die de groepsverkrachters ‘Manada’ (Wolvenroedel) veroordeelde tot 15 jaar gevangenisstraf, vind hij dat: ‘De meest veilige relatie tussen man en vrouw zal die van de prostitutie zijn’ want ‘vanaf nu is het verschil tussen gratis sex en betaalde sex dat met het eerste de prijs veel hoger kan uitvallen’. De zin is zó beledigend dat zij zichzelf veroordeelt. Zie hier overduidelijk de component van mannelijke overheersing bij extreem rechts. De zin kan slechts dienen voor ouders en opvoeders in de vorm van een vraag: ‘Wat is de meest veilige seksuele relatie tussen man en vrouw?’ Nogmaals van harte gefeliciteerd Partido Popular en Ciutadans om oude gewoontes weer op te rakelen.

Vox, Ciutadans en de Manada
Sebastià Alzamora

(Laatste alinea)
Omdat datgene wat persoonlijk ook politiek is (Vox verdedigt de bovengenoemde uitspraak van Francisco Serrano als zijn persoonlijke opinie, vert.), is het niet overdreven om te zeggen dat de Manada, naast dat zij een groep criminelen zijn, tevens een product zijn van een bepaalde politiek. Meer concreet, eentje die zich in de Spaanse vlag wikkelt en een regering heeft met ministers die ‘El novio de la muerta’ (‘De bruid van de dode’, lied van het Spaanse legioen) zingen met de Paas processies (Partido Popular), of politieke partijen die er prat op gaan dat zij gewapend zijn (Vox) of die beweren dat ze tegen het nationalisme strijden terwijl ze roepen dat ze alleen maar Spanjaarden zien onder een scenario gedecoreerd met een enorme Spaanse vlag (Ciutadans). Het is niet overdreven om te zeggen, zoals de feministen de laatste jaren beweren, dat de Manada niet vijf zijn, maar het is het systeem. Dit systeem.

Salvini heeft maar drie gemeenteraadsleden in Catalonië

(600 woorden)

Pere Martí, Vilaweb

De Spaanse unionisten hebben altijd getracht om de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging in een kwaad daglicht te stellen door te zeggen dat ze zich boven anderen verheven voelen (supremacista of Ãœbermensch), rasistisch, vreemdelingenhaters en totalitair zijn. Een verhaal dat er voor heeft gezorgd dat vanaf de taalonderdompeling tot aan het recht op zelfbeschikking, iets wat door middel van een democratisch mandaat via de stembus werd uitgevoerd, als crimineel wordt beschouwd. Met dit verhaal heeft men getracht de leiders van de onafhankelijkheidsbeweging belachelijk te maken en om de rechtsvervolgingen, de politieke gevangenen en de verbanningen goed te praten omdat ze een referendum op vreedzame en democratische manier hadden georganizeerd.

De getallen ontkennen het verhaal van de unionisten. In Catalonië zijn er geen vertegenwoordigers van extreem rechts in het Parlement aanwezig en bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen behaalden ze slechts drie raadsleden, namelijk in Salt. In de Spaanse staat daarentegen heeft Vox 24 afgevaardigden in het Congres en behaalde zij 529 gemeenteraadsleden. Dit vormt een volksvertegenwoordiging waar iedere democratie zich zorgen over zou maken en zou een algemeen debat op gang brengen wat deze versnelde groei heeft veroorzaakt. In ieder willekeurig Europees land zou men een veiligheidskordon hebben aangelegd om Vox het regeren vanuit alle overheidsinstellingen onmogelijk te maken. Partido Popular en Ciutadans daarentegen, hebben geen enkel probleem om overeenkomsten met Vox te sluiten en hebben voor hen de deuren geopend, eerst in Andalusia en nu in Madrid zowel in het parlement van de autonome regio als in het stadhuis.

De partijen die met Vox overeenkomsten sluiten zijn juist degenen die de onafhankelijkheidsbeweging beschuldigt van fascisme, coupplegers en nazi ‘s. Zij die extreem rechts goedpraten en in de overheidsinstellingen homologeren denken dat ze de les over democratie kunnen lezen aan de onafhankelijkheidsbeweging. De protestmars op het plein Colon (Madrid) vertegenwoordigde de extreem rechtse samenleving en is sindsdien niet gestopt te groeien. Gelukkig heeft dit fenomeen niet in Catalonië plaats gevonden en de partijen die hen steunen, zoals Ciutadans, hebben er geen enkele burgermeester. En de PP heeft er slechts eentje. Dat is de realiteit.

De reden hiervan moet worden gezocht in het feit dat het catalanisme altijd geciviliseerde en tolerante fundamenten heeft gehad. En de onafhankelijkheidsbeweging heeft deze fundamenten geërfd. De natie als een som van diversiteit. Het Spaanse nationalisme, daarentegen, is agressief, gericht op identiteit en imperialistisch, zoals door de geschiedenis is aangetoond met verschillende totalitaire regiems waaronder het francisme en de staatsgreep van 23 Februari 1981. Een francisme dat nooit is veroordeeld zoals het nazisme van Duitsland in Nürnberg en dat voortleeft in de politieke, juridische en economische elite. Men kan nog steeds de stoffelijke resten van Franco niet verwijderen uit de tombe van de Vallei van de Gevallenen waar hij wordt geëerd, en het overgrote deel van de massagraven van de oorlog tussen 1936 – 1939 zijn nog ongeopend. Het gewicht van het francisme merkt men nog in vele aspecten.

De pogingen om de onafhankelijkheidsbeweging totalitaire neigingen toe te schrijven blijven in een serieus politiek debat niet overeind staan. Iets anders is dat degenen die de onafhankelijkheidsbeweging identificeren met fascisme daar belangen bij hebben om haar eigen schanden te bedekken of om zich de analyse te besparen van een groeiend probleem binnen de Spaanse staat. Om even duidelijk te zijn, de geestverwant van Mateo Salvini in Spanje is Santiago Abascal (leider Vox, vert.). En als Europa zich ergens zorgen over maakt, is dat over de overeenkomsten tussen Ciutadans en extreem rechts, ondenkbaar in Frankrijk en Duitsland. Het Catalaanse onafhankelijkheidsproces is een beschaafd democratisch streven, ondanks alle inspanningen van de Spaanse diplomatie, aangevoerd door (min. BuZa) Josep Borell, om deze te besmeuren.

Hoe Spanje het inzweren van EU parlementariërs blokkeert

(680 woorden)

Het is Maandag 17 Juni 2019. Rondom het Spaanse Congres van Afgevaardigden bevind zich een cordon van zwaar bewapende politie eenheden van de Policia Nacional die iedere toegang er toe hermetisch afsluit. In de straten rondom het Congres patrouilleert de politie te paard. Binnen in het Congres is het een drukte van belang. Alles lijkt er op te duiden dat er iets belangrijks te gebeuren staat. Een politicus (van de Partido Popular) zegt dat men niet verwacht dat hij komen zal, maar desondanks is men op alles voorbereid, verwijzend naar de politie voor de ingang van het Congres. Een kleine kale man met een gekleurde bril toont enkele documenten bij de deur van een vergaderzaal. Maar de toegang tot de zaal wordt hem geweigerd.

Het is vandaag de dag dat de Spaanse Centrale Kiescommissie de nieuw gekozen leden van het Europese Parlement hen de eed of de belofte van trouw aan de Spaanse grondwet afneemt. De namen worden één voor één afgeroepen. Met verschillende uitspraken beloven de aanstaande Europarlementariërs trouw aan Spanje. Van een eenvoudig ‘Dat beloof ik’ of ‘Dat zweer ik’ tot meer uitgebreide verklaringen zoals ‘Dat zweer ik bij de koning. Leve Spanje’ of van geheel andere aard: ‘Omdat de wet mij hiertoe verplicht maar tegen mijn wil in, beloof ik dat’. Bij het afroepen van enkele namen blijft het stil, waarna de voorzitter van de kiescommissie verder gaat met het afroepen van de namen.

Volgens de kiescommissie worden deze mensen nu pas volledige als leden van het Europese parlement beschouwd en genieten zij juridische onschendbaarheid en diplomatieke status. In de loop van de dag stuurt zij de officiële lijst met leden naar het Europese parlement in Brussel. Op drie plaatsen van deze lijst staat: ‘Vacant’. Het betreft de plaatsen van de aspirant parlementsleden die niet op zijn komen dagen en geen trouw aan de Spaanse grondwet hebben gezworen.

De dagen voor deze ceremonie had Oriol Junqueras aan het Spaanse Hooggerechtshof gevraagd of hij de gevangenis mocht verlaten om bij de ceremonie aanwezig te kunnen zijn en trouw aan Spanje te beloven. Hij werd gekozen als Europarlementariër van de kieslijst Aliança Lliure Europea (de Spaanse tak van EFA). Het Hooggerechtshof weigert hem echter vrij te laten. Zijn advocaat, Andreu van den Eynde, is in beroep gegaan bij het Hooggerechtshof en heeft dit hof gevraagd dat zij om advies vraagt bij het Europese Hof van Justitie (1). Dit is in dit geval de te volgen procedure voor het indienen van een geschil met betrekking tot Europese aangelegenheden.

De man die niet tot de zaal werd toegelaten is de advocaat van Carles Puigdemont en Toni Comín, Gonzalo Boye. Puigdemont en Comín zitten in ballingschap in België en kunnen zich in Europa en daarbuiten geheel vrij rondbewegen. Maar in Spanje loopt een arrestatiebevel tegen hen wegens oproer omdat zij worden verdacht dat ze met gewapend geweld de Spaanse overheden omver wilden werpen. Ook zij werden gekozen tot Europarlementariër en moesten persoonlijk trouw komen zweren aan de Spaanse grondwet. Een grote politiemacht stond hen op te wachten indien zij het zouden wagen om naar het Congres te komen. Natuurlijk wisten zij van deze dreiging af en gaven hun advocaat een notariële volmacht om het inzeweren in het bijzijn van een procureur namens hen te doen. De tweede persoon van de lijst JxCat in het Congres, Laura Borràs, vergezelde hem daarbij. Na afloop vertelde ze de pers dat men de documenten van de volmacht niet eens had ingekeken en Boye, ondanks het precedent van Pedro Gómez de la Serna in 2015, direct de deur uitwees. ‘We hebben onze plicht gedaan’ (‘Tramit fet’) twitterde zij. Op naar de volgende stap (2). In een persconferentie in een zaal van het Europese parlement in Brussel verklaren Puigdemont en Comín dat zij een aanklacht bij het Europese Hof van Justitie indienen die met spoed behandeld moet worden. ‘De Europese democratie is hier in het geding’, zei Puigdemont. Want wat de Spaanse Kiescommissie ook beweert over het trouw zweren aan de Spaanse grondwet, hun plaatsen zijn niet vacant en zij hebben het recht en de plicht om als gekozen leden van het Europarlement bij de plenaire openingszitting op 2 Juli in Straatsburg aanwezig te zijn.

1) Na het schrijven van dit artikel werd bekend dat het OM van mening is dat het Hooggerechtshof niet bij het Europese Hof van Justitie te rade moet gaan. Het OM probeert daarmee te voorkomen dat het Europese hof zich uitspreekt over de juridische onschendbaarheid van Junqueras.

2) Tevens werd bekend dat Puigdemont en Comín hun eed voor een Belgische notaris hebben afgelegd. De kiescommissie accepteerd deze eedaflegging echter niet en communiceert naar het EU parlement dat zij niet voldoen aan de benodigde vereisten.

Catalanen naar het Europese parlement

(650 woorden)

Dat de situatie met de politieke gevangenen in Spanje met de dag meer onacceptabel wordt, blijkt ook uit de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de Europese verkiezingen. Kan het Hooggerechtshof binnen Spanje de wetten naar wens verdraaien en zelfs de misdaad van wettelijke obstructie plegen om de gekozen Catalaanse leiders zonder omzien uit het Spaanse Congres van Afgevaardigden en uit de Senaat te verwijderen, op Europees niveau ligt dit allemaal iets moeilijker.

De Catalaanse president Carles Puigdemont en zijn minister Toni Comín, beiden in ballingschap in België, werden afgelopen Mei verkozen tot Europarlementariërs. In eerste instantie trachtte de Spaanse Centrale Kiescommissie hen te verbieden om zich verkiesbaar te stellen. Dit lukte de Kiescommissie echter niet. Puigdemont klaagde twee leden van deze commissie aan wegens belemmering van het recht, waarop de Kiescommissie hem nu bestraft met een boete wegens smaad. De commissie, die is samengesteld uit politici en rechters van het Hooggerechtshof, eist nu dat alle gekozen leden van het EU parlement trouw moeten zweren aan de Spaanse grondwet alvorens zij lid van het Europese parlement kunnen worden en vervolgens parlementaire onschendbaarheid genieten. Puigdemont moet daarvoor dus persoonlijk naar Madrid afreizen en zal bij aankomst worden gearresteerd wegens de aanklacht van rebellie die in Spanje tegen hem loopt. In Duitsland werd hij daarvoor vrijgesproken en is daarom geheel vrij mens in de rest van Europa.

Ook Oriol Junqueras stelde zich verkiesbaar voor de Europese verkiezingen. Hij zit echter sinds 4 November 2017 in voorlopige hechtenis omdat hij als vicepresident van de Generalitat op 1 Oktober van datzelfde jaar het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid heeft georganiseerd. Ook Junqueras moet volgens de Kiescommissie trouw zweren aan de Spaanse grondwet. Maar in zijn geval verbied het Hooggerechtshof hem vrij te laten om aan deze, nieuw ingestelde, ‘plicht’ te kunnen voldoen. Het Hooggerechtshof argumenteert dat het maanden tevergeefs werk zou zijn geweest als Junqueras zich buiten de jurisdictie van de Spaanse justitie zou kunnen begeven en vind daarom dat hij zijn oordeel maar moet afwachten. Wordt hij vrijgesproken, dan kan hij alsnog lid van het EU parlement worden.

De rechtbank schendt het recht van veronderstelde onschuld, want Junqueras zit in voorlopige hechtenis, is nog niet veroordeeld en geniet daarom al zijn burgerrechten. Bovendien verandert het Hooggerechtshof van criterium, want Junqueras kon zich wel naar het Spaanse Congres begeven. Daarnaast gelden binnen de EU dezelfde juridische criteria, anders zou het geen Unie meer zijn. Het argument dat Junqueras zich volgens het Hooggerechtshof buiten de Spaanse jurisdictie zou begeven gaat dus niet op, maar geeft wel aan dat Spanje zichzelf reeds buiten de Europese Unie heeft geplaatst. Volgens de Europese verdragen moet het Hooggerechtshof het EU parlement toestemming vragen om hem gevangen te mogen houden zolang hij niet is veroordeeld. Wanneer het Hof zich daar niet aan houdt, schend zij opnieuw de politieke rechten van Junqueras, net zoals zij gedaan heeft bij de opheffing van zijn status als parlementariër van het Spaanse Congres. Het heeft er dus alle schijn van dat Junqueras niet als verdachte van een misdaad gevangen wordt gehouden, maar dat hij als politieke gijzelaar dient om de afscheiding van Catalonië tegen te houden.

Puigdemont heeft reeds een aanklacht ingediend bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Junqueras zal met grote waarschijnlijkheid snel volgen*. Bij de opening van het Europese parlement op 2 Juli aanstaande moet het Europese Hof duidelijkheid geven of de politieke rechten van Puigdemont, Comín en Junqueras, samen met die van hun twee miljoen kiezers, wordt geschaad door de Spaanse Staat. Zou de Europese Unie toestaan dat één van haar lidstaten naar believe de samenstelling van het parlement kan wijzigen door politieke dissidenten uit te sluiten, dan zou dit precedent een vernietigend effect hebben op haar democratische geloofwaardigheid.

*Kort na het schrijven van dit artikel werd bekend gemaakt dat Junqueras een aanklacht bij het Europese Hof van Justitie heeft ingediend die met spoed zal moeten worden behandeld.