Getuigen met een dubieus verleden

(1737 woorden)

Dit en dit verslag van Josep Casulleras Nualart over het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders vormen de basis van dit artikel.

In het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders heeft men deze week de laatste politieagenten als getuigen gehoord. Het is interessant om hier (nogmaals) het profiel van de personages te beschrijven die aan het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional staan.

Diego Pérez de los Cobos
Het landelijk hoofd van de Policia Nacional en van de Guardia Civil is kolonel Diego Pérez de los Cobos. Zijn verklaring werd verspreid over twee opeenvolgende dagen. De eerste dag vergat Marchena hem te vragen of hij ooit in aanraking met justitie was geweest. De volgende ochtend vroeg hij dit wel en de los Cobos antwoordde dat hij vervolgt is geweest maar werd vrijgesproken. Maar Marchena vroeg hem niet waarvoor hij vervolgt werd, in tegenstelling tot bij de andere getuigen. In feite werd de los Cobos gerechtelijk vervolgd omdat hij, samen met vijf andere Guardia Civil agenten, het Baskische ETA lid Kepa Urra in 1992 had mishandeld. In de nacht van 29 Januari 1992 werd deze thuis gearresteerd, ontvoerd naar een onbekend open veld en geheel ontkleed. Daar werd hij toen met een niet geïdentificeerd voorwerp geslagen en over de grond gesleept. Daarna werd hij naar het ziekenhuis gebracht met blauwe plekken, inwendige bloedingen, gescheurde spiervezels, verlamming en geheugenverlies. Drie agenten van de Guardia Civil werden veroordeeld. De los Cobos en twee anderen werden uit hun functie ontheven. Kort daarna werden de straffen van de veroordeelde agenten door het Hooggerechtshof verlaagd en weer later kregen zij amnestie van president Aznar.

Ook ging de Los Cobos tijdens de staatsgreep in 1981 van Guardia Civil luitenant Tejero gekleed in de blauwe blouse van de Falange (de regerende partij tijdens het Franco regiem en voorganger van de Partido Popular) naar diens kazerne om hem steun te betuigen.

Sebastián Trapote
Het ex-hoofd in Catalonië van de Policia Nacional, Sebastián Trapote, getuigde ook deze dagen in de rechtbank. Marchena vroeg hem of er ooit een aanklacht tegen hem was ingediend. Trapote antwoordde ontkennend. Desalniettemin is zijn reputatie twijfelachtig. In Juni 1974 arresteerde Trapote José Luís Herrero Ruiz in Badalona na een achtervolging. Nadat deze was geboeid werd hij in de rug neergeschoten waarna hij overleed. De agenten verklaarden dat hij een mes uit zijn zak haalde en hen wilde steken. Uit de autopsie bleek echter dat de kogel op borsthoogte recht van achteren binnen kwam, het hart doorboorde en aan de borst weer uittrad. Zou Herrero Ruiz zich hebben omgedraaid om te steken, dan zou de kogel onder een hoek door het lichaam zijn gegaan. Door de algemene amnestiewet kwam het niet tot een veroordeling. De vrouw van Herrero Ruiz en zijn zeven kinderen kregen in 1983 een schadevergoeding. Maar Trapote heeft nooit verantwoording voor zijn moord af hoeven te leggen en geniet nu van zijn pensioen.

César López Hernández
De tweede man van de Guardia Civil in Catalonië noemde in de rechtszaal alleen zijn identificatie nummer N29100C, maar niet zijn naam. Deze zei wel dat hij vervolgd is geweest wegens marteling, maar werd vrijgesproken. Het gaat om de mishandelingen van Igor Portu en van Mattin Sarasola in 2008. Zij waren veroordeeld wegens de terroristische aanslag in Madrid in 2004. Twee rechters die López Hernández vrijspraken waren Juan Ramón Berdugo en Andrés Martínez Arrieta. Dezelfde rechters zitten nu ook in dit tribunaal tegen de Catalaanse leiders. Na zijn arrestatie werd Portu in een ziekenhuis opgenomen met blauwe plekken over het gehele lichaam, een open bloedende wond, een gebroken rib en een geperforeerde long. Sarasola lag vijf dagen buiten kennis in het ziekenhuis. Hernández was de verantwoordelijke commandant voor het vervoer van de gevangenen. Alle betrokken agenten werden uiteindelijk door het Hooggerechtshof vrijgesproken, inclusief Hernández zelf. Dat zei hij dan ook aan het begin van zijn getuigenis zonder dat hij er om loog. Maar hij zei er niet bij dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) op haar beurt de Spaanse staat in 2018 heeft veroordeeld wegens onmenselijke en degraderende behandeling van de gevangenen. Het EHRM veroordeelde het Spaanse Hooggerechtshof omdat zij de mishandelingen (drie leden van het EHRM spreken direct over martelingen) onvoldoende had onderzocht.

José Antonio Nieto
Veel gevallen van martelingen komen niet aan het licht of blijven ongestraft omdat de Spaanse staat deze afdekt. Dat is juist waar het EHRM op wijst in haar oordeel over de zaak van Portu en Sarasola. De keten van bescherming wordt gevormd door rechters die veroordelingen terug draaien en door politici die aangiftes van martelingen relativeren. Één van hen is de staatssecretaris van BiZa, José Antonio Nieto. Deze beschermde, onder andere, Sánchez Corbí welke was veroordeeld voor marteling in dezelfde zaak van de los Cobos. Toen de parlementariër van de Baskische partij EH Bildu, Jon Inarritu, in de Senaat aan Nieto vroeg of hij deze crimineel kent (daarbij een foto van Corbí tonende), antwoordde Nieto dat Corbí een onberispelijke staat van dienst heeft als kolonel bij de Centrale Operationele Dienst van het ministerie en vroeg Inarritu om zijn woorden van misdadiger in te trekken. Nieto hield Corbí aan. Pas toen de regering van Pedro Sánchez aantrad, werd Corbí ontslagen. De Baskische volksvertegenwoordiger Inarritu noemde ook de naam van de José María de las Cuevas Carretero. Deze was voor dezelfde zaak veroordeeld wegens marteling en is momenteel aangesteld als de vertegenwoordiger van Spanje in het internationale comité ter voorkoming van martelingen (Committee for the Prevention of Torture).

Ángel Gozalo
Op het moment van het referendum in Catalonië was Ángel Gozalo het hoofd van de Guardia Civil. Hij heeft geen strafblad. In 2013 werd hij gedecoreerd met een diploma van de broederschap van strijders van de blauwe divisie. Deze divisie streed aan de kant van nazi Duitsland aan het oostfront tegen de Russen. Op de foto ‘s is Gozalo hier samen te zien met de trotse strijders in het uniform van het leger van Franco.

Daniel Baena
Het huidige hoofd van de Guardia Civil gaf aan het begin van zijn getuigenis toe dat hij veroordeeld is geweest wegens het ‘schenden van de morele integriteit’ in een persoonlijk conflict. Wat meer bekend van hem is dat hij er de Twitter account Tácito op na houdt waarin hij politici en anderen die voor de Catalaanse onafhankelijkheid zijn, aanvalt en beledigd. Baena ontkende stellig dat deze account van hem is, maar in een eerder radiointerview gaf hij dit toe. De politiefunctionaris Baena liegt dus tegenover het Hooggerechtshof terwijl hij onder ede staat .

De ondervragingen
Daar de leden van de Guardia Civil en Policia Nacional doorgaans door de aanklagers werden opgeroepen, mogen deze als eerste de vragen stellen. Deze vragen bestonden doorgaans uit: ‘Wat heeft u gezien?’ ‘Was u bang?’ ‘Werd u uitgescholden of bedreigd?’ ‘Werd er met voorwerpen gegooid?’ De antwoorden waren doorgaans zeer uitgebreid en, zeer opvallend, vaak met dezelfde woorden en uitdrukkingen. Dit duidt er op dat de antwoorden in samenwerking met de aanklagers vooraf waren ingestudeerd. De getuigen spraken vaak over een muur van mensenmassa ‘s waarin kleine kinderen en ouderen van dagen vooraan stonden om te dienen als menselijk schild. Soms had een politieagent zich ook zeer gedaan. Een agent kreeg bijvoorbeeld erge pijn in zijn voet, wat bij verder doorvragen door de advocaten een gevolg bleek te zijn van een trap die hij tegen een demonstrant gegeven had. Veel agenten zeiden dat zij doodsbenauwd waren van de schreeuwende, tumultueuze mensenmassa ‘s die ieder moment gewelddadig kon worden. Deze angst leek echter verre van afwezig toen zij de kiezers op het referendum van 1 Oktober met knuppels, laarzen en geweren met rubberen kogels te lijf gingen terwijl zij zelf beschermende kleding en helmen droegen. Ook werden zij bekogeld door een regen van projectielen, wat bij verder doorvragen door de advocaten neerkwam op vijf plastic flesjes van 0,3 liter water. Hun verhalen zijn zonder uitzondering overdreven van aard en zeer vaak verdraaien zij deze of vertellen slechts een gedeelte van wat er is gebeurd. De advocaten daarentegen worden in hun ondervragingen zeer beperkt door de rechter. Om te beginnen mogen de honderden video ‘s niet in de rechtszaal worden getoond om de getuige te ondervragen over wat zij beweren en wat de video ‘s laten zien. ‘De video ‘s worden door het gerechtshof later na de verhoren bestudeerd. Deze nu tonen is enkel tijdverlies’, is doorgaans het argument van de de voorzitter van de rechtbank, Marchena. De advocaten worden constant door Marchena onderbroken wanneer zij dieper op de gebeurtenissen van 20 September en 1 Oktober 2017 willen ingaan. Marchena: ‘Vraagt u de getuige wat hij heeft gezien’. Advocaat: ‘Heeft u gezien dat uw collega ‘s boven op de mensen gingen staan en misschien daarom begonnen te schreeuwen?’ Marchena: ‘Nee, dit is niet de weg die men gaan moet. Deze vraag is juridisch irrelevant. De getuige zit niet in de beklaagdenbank, dus de rechtbank is daar niet in geïnteresseerd. Stelt u een andere vraag’. De advocaten staan met hun rug tegen de muur en kunnen hun cliënten, de Catalaanse leiders die voor gewelddadige oproer terecht staan en daar 25 jaar gevangenisstraf voor kunnen krijgen, amper verdedigen. Ook het team van internationale waarnemers rapporteert naar de UN commissie van de mensenrechten in Geneve dat de verdediging geen eerlijke kans krijgt om de onschuld van de Catalaanse leiders aan te tonen.

Duidelijke partijdigheid
Bij een van de ondervragingen vraagt advocate Marina Roig of de collega van de getuige niet direct op de mensen sprong in plaats van dat de mensen hem tegen hielden, zoals de getuige beweert. De advocate vergelijkt de videobeelden op haar laptop om te zien wat er daadwerkelijk gebeurde op 1 Oktober bij het betreffende stemlokaal. Marchena onderbreekt haar nadat de openbaar aanklager protest aantekent dat niet de getuige hier terecht staat. Marchena verbied Roig de videobeelden te gebruiken omdat deze niet op echtheid zijn getest, ondanks dat deze afkomstig zijn van politie camera ‘s en door het hof zijn geaccepteerd als bewijsmateriaal. In tegenstelling tot de beweringen van de getuige welke wel op echtheid zijn getest, want deze ‘feiten’ worden door een politieagent verteld die onder ede staat.

Het Hooggerechtshof, het hof waar geen hoger beroep meer mogelijk is en dat daarom moet bestaan uit de allerbeste rechters van het land met een onberispelijke staat van dienst, heeft tot nogtoe nooit zó duidelijk haar partijdigheid en samenwerking met de openbaar aanklager getoond. Daarnaast geeft zij de voorkeur aan de getuigenissen van politieagenten, topambtenaren met een vaak zeer dubieus verleden, boven de onomstotelijk vaststaande videobeelden van het politiegeweld dat de gehele wereld heeft kunnen zien. Dit criterium van het Hooggerechtshof zal, indien zij hierbij blijft, desastreuze gevolgen hebben voor de Catalaanse leiders die hier terecht staan.

Op 1 April… gevangen en ontwapend

(250 woorden)

Vicenç Villatoro, krant Ara

In de Verklaring van de (Spaanse burger)oorlog van 1 April 1939 begint met ‘Op de dag van vandaag…’ die mijn generatie uit het hoofd kent, zijn de woorden ‘gevangen’ en ‘ontwapend’, nog belangrijker dan de tekst aan het eind er van: ‘de oorlog is afgelopen’. Want de oorlog had veel eerder afgelopen kunnen zijn als deze zou zijn beëindigd op een andere manier. Er zijn vele oorlogen die zijn beëindigd met een overeenkomst, een vredesbestand, een compromis of een wapenstilstand. Maar Franco wilde dat de oorlog eindigde met een totale overwinning op het rode leger, ‘gevangen en ontwapend’. Oftewel met de totale ontmanteling van de vijand, zonder een enkele concessie zodat hij zijn handen vrij had om zijn eigen regiem te kunnen creëren. Hij had niet genoeg aan slechts een overwinning, die militair gezien reeds maanden tevoren was gewonnen. Hij verlengde de oorlog zolang als nodig was om de vijand ‘te vangen en te ontwapenen’. Dat was de enige manier wat hij de onder een overwinning verstond. Aan de andere kant was dit ook het instrument om voor oneindig lange tijd de toekomst naar zijn hand te kunnen zetten. Dat daar geen enkele twijfel over zou bestaan. De lange duur van het francisme is te begrijpen aan de hand van het ‘gevangen en ontwapend’, inclusief de capaciteit om de condities op te kunnen leggen gedurende de Overgangsperiode, veertig jaar daarna. De impact van deze Verklaring van tachtig jaar geleden duurt nog voort tot aan de dag van vandaag. Zonder dit is onze hedendaagse situatie niet te verklaren.

Spaanse zenuwen

(600 woorden)

Interview Borell
Dat we het in Catalonië als gevolg van het politieke conflict niet gemakkelijk hebben, mag duidelijk zijn. De rechtszaak tegen de leiders, de gerechtelijk vervolgingen, beperkingen van fundamentele vrijheden en de leugens, beledigingen en bedreigingen die we dagelijkse van de Spaanse media en de politici moeten aanhoren, vormen een constante psychologische druk. Deze dagen maakte de landsadvocaat bekend dat zij iedereen die met het stemmen op het referendum herkenbaar op de video ‘s staat, wil gaan aanklagen. In totaal gaat het om zo ‘n 2,2 miljoen Catalanen. Maar ook de Spaanse overheid voelt zich bepaald niet rustig. Dat bleek deze dagen weer eens uit het interview dat minister van BuZa, Borell,  had op het Duitse TV kanaal DW news met Tim Sebastian in zijn programma ‘Conflict zone’. Het interview kende verschillenden momenten van spanning, zoals toen hij gevraagd wordt over de gevangenschap van de presidente van het Catalaanse Parlement, Carme Forcadell. Op een gegeven moment zegt Borell dat de interviewer liegt en stopt met het beantwoorden van de vraag, doet de microfoon af en loopt weg van de opname. Later komt hij op aandringen van zijn medewerkers terug voor de camera. Dit maakt het echter alleen maar erger, want hij sluit het interview af dat Sebastian zich beter zou moeten voorbereiden. Waarop deze hem antwoord dat hij geen interview afneemt om het de minister gemakkelijk te maken.

Petitie Franse parlementsleden
Begin deze week ondertekenden 41 Franse parlementsleden van verschillende partijen, waaronder La República En Marxa van de Franse minister president Macron, een petitie tegen de onderdrukking en gerechtelijke vervolgingen van de legitiem gekozen Catalaanse leiders. Niemand minder dan de president van het Spaanse Hooggerechtshof en de Hoge juridische Raad, Carlos Lesmes, uitte kritiek hierover tegen de voorzitter van de Franse Senaat, Gérard Larcher. De Franse regering liet echter weten dat zij het volste vertrouwen in de Spaanse democratie en rechtsstaat heeft. De initiatiefnemer van de petitie, François Calvet, meldt dat de ondertekenaars van de petitie onder grote druk worden gezet om de petitie in te trekken.

Rapport aan VN
Internationale waarnemers bij het gerechtelijk proces rapporteren de ongeregeldheden van de rechtszaak bij de UN en noemen het gerechtelijk proces een politieke rechtszaak. Zij bekritiseren dat:

  • Er verschillende rechtszaken over hetzelfde geval lopen. Hierdoor kunnen getuigen niet openlijk spreken omdat er elders een rechtszaak tegen hen loopt.
  • De advocaten worden vaak beperkt door rechter Marchena in hun vraagstelling aan de getuigen.
  • De verdediging mag geen video ‘s tonen om de getuigen te confronteren met de beelden.
  • De aanklagers worden door de rechtbank in het voordeel gesteld.

Verscheidene Europarlementariërs klagen in een persconferentie over de partijdigheid van de rechtszaal. Marc Demesmaeker noemt het proces zelfs een farce.

Europa
Het heeft lang geduurd, maar beetje bij beetje begint men in Europa te begrijpen hoe Spanje in werkelijkheid functioneert, namelijk niet als een democratie maar als een autoritaire staat. De Catalanen, en ook de Basken, weten dit al lang en ondergaan de Spaanse praktijken dagelijks. Het zal echter nog wel een tijdje duren en er zullen nog veel dingen gebeuren voordat de internationale gemeenschap begrip heeft voor een onafhankelijke Catalaanse Republiek. Maar het tij is aan het keren en het is slechts een kwestie van tijd. En Spanje weet dat ook. De vrijheidsbeperkingen, de censuur, de gerechtelijke vervolgingen, zelfs het politieautootje dat al zes weken voor mijn deur staat geparkeerd om te voorkomen dat er weer iemand een pot gele verf tegen de gevel van het gerechtsgebouw aan gooit, zijn duidelijk een teken van de zenuwen van de Spaanse staat.

Verbod van gele strikken, censuur en ander leed

(430 woorden)

De reden dat in Spanje de overheidsgebouwen tijdens de verkiezingscampagnes geen politiek gekleurde symbolen mogen dragen is om te voorkomen dat een zittende overheid de keuze van de kiezers niet kan beïnvloeden. Gezien het politieke debat over de Catalaanse onafhankelijkheid van Spanje zou de Spaanse vlag dus ook van de gebouwen moeten worden verwijderd. Vooralsnog ziet de Spaanse Centrale Kiescommissie (JEC) dit echter geheel anders en houdt zich alleen bezig met een kruistocht tegen de gele strikken. De kiescommissie eiste deze week zelfs dat de gele strik van de Catalaanse handelsdelegatie in Londen moet worden verwijderd. In hoeverre deze strik de kiezers in Spanje beïnvloedt, is echter een raadsel.

President Torra deed deze dagen aangifte tegen het JEC bij het Openbaar Ministerie omdat de gele strikken geen partij politieke propaganda is, maar een protest tegen de politieke gevangenen welke door een brede laag van de bevolking wordt gedragen. Dat de strikken moeten worden verwijdert is volgens Torra daarom een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Het OM klaagt Torra op haar beurt weer aan wegens wettelijke ongehoorzaamheid omdat hij niet binnen 24 uur gehoor gaf aan de JEC. Deze commissie is echter een administratief orgaan, en geen juridische, zoals een rechter of openbaar aanklager. De aanklacht wegens wettelijke ongehoorzaamheid is daarom ongefundeerd. De Catalaanse president loopt echter wel het risico om te worden afgezet vanwege deze aanklacht indien een rechter hem daar toch voor zou veroordelen.

In iedere stad, dorp of gehucht worden de openbare scholen, het gemeentehuis, zwembad of welk openbaar gebouw dan ook gecontroleerd op de aanwezigheid van gele strikken. Zelfs het spandoek aan het stadhuis van Port de la Selva met de tekst ‘Vrijheid voor vreedzame vissen’ (wat in het Catalaans bijna hetzelfde klinkt als ‘Vrijheid voor politieke gevangen’) moet van de kiescommissie van worden verwijderd. En owee…

Ook de Catalaanse omroep is onder vuur komen te liggen. In hetzelfde kader van de aankomende verkiezingen op 28 April aanstaande, mag de Catalaanse omroep daarom niet meer ‘politieke gevangenen’ of ‘politici in ballingschap’ zeggen. Deze censuur wordt door de omroep en de journalisten natuurlijk hevig bekritiseerd. Het valt daarom te bezien of ze dit bevel van zelfcensuur zullen opvolgen. Geen gehoor geven aan de JEC zou wel eens zeer desastreuze gevolgen voor de Catalaanse ommroep kunnen hebben. De rechtse en ultra rechtse politieke partijen staan al lange tijd te popelen om de Catalaanse media aan banden te leggen of zelfs te sluiten.

Daarnaast wordt de uitzending over de protestdemonstratie van 16 Maart jongstleden in Madrid tegen de rechtszaak en de politieke gevangenen (deze werden door de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural georganiseerd), gezien als partij politieke propaganda. Zelfs lang voordat de verkiezingscampagne begonnen is, wil de JEC bepalen wat wel en wat niet op de radio en TV mag worden uitgezonden. De Catalaanse omroep moet ter compensatie daarom dezelfde hoeveelheid zendtijd voor propaganda vrijmaken van de Unionistische partijen PP en Ciutadans. Het is voor de kiescommissie echter geen enkel probleem dat de ultra rechtse partij Vox dagelijks zendtijd krijgt als volksaanklager in het gerechtelijk proces tegen de Catalanen.

De zesde week van het proces tegen de Catalaanse leiders

(770 woorden)

Het hoofd van de Guardia Civil in Catalonië
Deze dagen leerden we van het hoofd van de Guardia Civil in Catalonië, Daniel Baena, dat hij al in 2015 op eigen initiatief politieonderzoek deed tegen Catalaanse politici zonder dat er aanwijzingen waren van crimineel gedrag. Op dat moment was er nog geen Catalaanse regering en president Puigdemont was burgermeester van Girona, ver weg van de Catalaanse nationale politiek. Aanleiding voor dit onderzoek was de motie die in het Catalaanse Parlement werd aangenomen over de Catalaanse politieke situatie. De openbaar aanklager in Catalonië, Zaragossa, gaf hem vervolgens opdracht om al het doen van de Catalaanse politici na te gaan. Zelfs normale politieke activiteiten werden door hem gerapporteerd als pogingen om Spanje op te breken. Om een voorbeeld te noemen: de Catalaanse regering nam in die periode meer mensen in dienst om de belastingdienst te versterken en te verbeteren. Baena volgde dit op de voet omdat dit duidelijk een belangrijke stap kon zijn in de richting van de Catalaanse onafhankelijkheid. In 2012 was dit echter reeds door de Catalaanse regering en het Parlement overeengekomen. Het was dus een gewone politieke invulling van een besluit dat werd genomen lang voordat de Catalaanse onafhankelijkheid in de politiek ter sprake was. Bij herhaling beweert Baena als getuige van het Hooggerechtshof dat hij alleen mogelijke misdadige feiten onderzocht en geen politieke ideeën. In dezelfde periode sprak Baena reeds over ‘opstand'(‘sedicio’) in zijn politierapporten. Dit werd door de rechtbank nummer 13 in Barcelona overgenomen en later bij de arrestatie van de leiders van de burgerbeweging in Oktober 2017 ook door het Audiencia Nacional, en vervolgens door het Hooggerechtshof bij monde van onderzoeksrechter Llarena en de openbaar aanklager. De aanklacht van opstand en oproer begon dus allemaal bij Baena en vervolgde haar weg via de openbaar aanklager en de verschillende rechtbanken. Deze politieonderzoeken, lang voordat de zogenaamde misdaad werd begaan, toen de hoofdrolspeler van de zogenaamde rebelse opstand (president Carles Puigdemont) nog niet op het toneel van de nationale politiek aanwezig was, en daarom illegaal waren, maakt al het bewijsmateriaal van deze rechtszaak onbruikbaar. Advocaat Ana Bernaola mocht Baena daarover niet verder ondervragen en rechter Marchena verzekerde dat deze politieonderzoeken niet zullen worden gebruikt voor de veroordeling. Logisch, want illegaal verkregen bewijsmateriaal zou de gehele rechtszaak tenniet doen. Maar het gerechtelijk onderzoek en de aanklacht van het OM is wel op deze politierapporten gebaseerd

Baena noemt de periode vanaf 20 September tot 27 Oktober (toen de Catalaanse autonomie onder curatele van de Spaanse regering kwam te staan) een periode van opstand en rebellie. Maar er is in al die tijd niemand gearresteerd geweest anders dan de politici voor ondervraging, welke daarna weer werden vrijgelaten.

De verdediging vroeg hem ook of het Twitter account Tácito van hem afkomstig was. Deze Twitter gebruiker beledigde doorgaans de leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Baena zegt van niet. Uit een geluidsfragment van een interview met de krant Público is echter te horen waarin hij toegeeft de eigenaar van dit account te zijn. Baena is dus fervent tegenstander van de Catalaanse onafhankelijkheid en liegt daarover tegen de rechtbank.

Andere getuigen
Andere leden van de Guardia Civil spreken zonder uitzondering over de opstandige sfeer en de gewelddadige mensenmenigte die hen belegerden en ‘de haat in de ogenvan de mensen die hen angst aanjoegen zoals ze nog nooit gehad hadden’. Een Guardia Civil zegt dat hij op 1 Oktober gewond raakte bij de protesten. Bij doorvragen van verdediging blijkt dat hij zich aan zijn voet pijn had gedaan toen hij tegen de mensenmenigte aanduwde.

Een internationale waarnemer van het referendum, de Duitse oud-parlementariër Bernhard von Grünberg, zegt dat hij alleen geweld van de Spaanse politie heeft gezien. Ze gebruikten knuppels en rubberen kogels. Hij zag verscheidene gewonden onder de bevolking, maar geen enkele onder de politieambtenaren. Hij zegt een groot respect te hebben dat de mensen rustig bleven en de vreedzaamheid bewaarden, ondanks de grote consternatie door het geweld van de politie.

Het OM is naarstig op zoek naar misbruik van overheidsgeld door de Catalaanse politici. Tot nog toe heeft men geen enkele Euro gevonden die de Catalaanse overheid aan het referendum heeft besteed. De aanklager vroeg daarom of zijn komst en verblijf in Catalonië door de Catalaanse regering was betaald. ‘Om mijn onafhankelijkheid als waarnemer en andere activiteiten voor de VN te garanderen, betaal ik dit soort activiteiten altijd zelf.’ antwoordde hij. Zijn getuigenis voelde als een frisse wind door de muffe rechtszaal waarin doorgaans met verdraaiingen en overdreven verklaringen het geweld en een opstand in de schoenen van de kiezers wordt geschoven. Voor het eerst hoorden we in deze rechtszaal een getuige onomwonden de waarheid vertellen zoals wij die hier in Catalonië ervaren.

 

De macht van de hatende blik van de Catalanen

Na iedere hoorzitting in het Spaans Hooggerechtshof tegen de Catalaanse leiders houdt Josep Casulleras Nualart een dagboek bij van wat er zich in de rechtszaal die dag heeft afgespeeld. Hier volgt een vertaling van de hoorzittingen waarin agenten van de Guardia Civil (GC) worden gehoord als getuigen.

(1600 woorden)

‘Agenten van de Guardia Civil verklaren als getuigen en creëren een angstwekkend verhaal over 1 Oktober en 20 September die de advocaten ontkrachten met feiten en bewijzen’

Eerste sergeant van de Guardia Civil G37772B is al een tijdje bezig met het vertellen van zijn getuigenis voor het Hooggerechtshof in de rechtszaak tegen het onafhankelijkheidsproces. Het is vijf uur in de middag. Hij beantwoord de vragen die de openbaar aanklager Jaime Moreno hem stelt over de interventie van het college Sant Adrià de Besòs op 1 Oktober. Hij houdt een gepassioneerd verhaal dat hem diep raakt, zo erg dat hij soms even moet slikken. Hij verteld dat toen ze bij het college aankwamen een groep mensen op hem afkwam en begonnen te schelden. ‘Maar wat me het meeste pijn deed waren die blikken die ze me toewierpen’, zei hij. Hij vertelde dat er driehonderd personen waren die trachten te verhinderen dat de GC naar binnen kon gaan. Maar uiteindelijk is dat toch gelukt. Er waren mensen die de deur blokkeerden, maar we hebben deze toch kunnen openen. En toen we binnen kwamen, ‘een andere verrassing’. Doodse stilte. ‘Er waren zo ‘n 300 personen, van alle leeftijden, ook oude mensen; het was een onneembare muur, ze zaten of lagen op de grond. En iedereen was stil en maande om stilte. We liepen over hen heen, voorzichtig om niet boven op hen te stappen. En toen we voorbij waren, waren er geen stembussen’. De eerste sergeant zijn stem begint te haperen. ‘Toen we teruggingen, begonnen ze opnieuw te beledigen en noemden ons moordenaars. We moeste verbaal geweld incasseren. Ik heb daardoor morele schade opgelopen.’ Op dit moment slaat zijn stem helemaal over. ‘Ik ging daar heen om een opdracht van de rechtbank uit te voeren. De blik zal me altijd bijblijven, zoals ze me vol minachting en haat aankeken.’ Aanklager Morena trekt een ernstig gezicht, zoals een televisie presentator die iets ernstigs meedeelt. En de sergeant sluit zijn getuigenis af met de vernietigende zin: ‘Ik begrijp niet waarom deze personen, mensen van het volk, zich als misdadigers gedroegen.’

In Sant Martí Sesgueioles, een dorp van 371 inwoners van Anoia, was er ook een ‘Walking Dead’. Dit vertelde een agent van de GC die naar het college ging om deze te sluiten. Hij trof er een ‘massa van mensen aan’. De inwoners van het dorp. Ze beschermden de stembus. De reis er heen vertelde hij op langzame, trillend prozaïsche manier. Ze zagen auto ‘s op de weg die die gebaren met de hand en een vinger maakten en dat ‘ieder respect jegens de autoriteiten in enkele uren in rook was opgelost’. Hij verteld, eenmaal daar aangekomen, moesten ze duwen om binnen te komen want de mensen boden weerstand. Ze kwamen een vrouw van middelbare leeftijd tegen die zich tegenover hen opstelde terwijl zij met haar armen zwaaide. Ze zei tegen hen: ‘Wat moeten jullie hier?’. Volgens de agent was haar houding uitdagend. Later ontdekte hij via Facebook dat zij de burgermeester was. Hij eindigt zijn betoog dat toen zij naar binnen gingen, vonden zij alleen een stembus van karton van de volksraadpleging van 9 November 2014. De aanklager en de getuigen vonden dit zeer ernstig want de GC had hiermee veel tijd verloren. Ze hadden hen misleid, en ondertussen hadden de mensen kunnen stemmen in een garage. Ze hadden hen voor de gek gehouden. De mensenmassa van Sant Martí Sesgueioles waren vijandig gestemd en agressief. Dat de rechtbank deze boodschap bijblijft.

‘We zullen ze prikken’
Het probleem met deze getuigenissen is dat wanneer de advocaten de overdreven en emotionele verhalen met gebeurde feiten en bewijsmateriaal willen weerleggen, rechter Marchena dat niet toelaat. In dit geval tekende advocaat Andreu Van den Eynde officieel protest aan omdat hij de beweringen van deze agent niet mag weerleggen met de opgenomen beelden door de camera ‘s van de GC zelf gedurende de interventie van die dag. De ondervraging van Van den Eynde aan de getuige was vernietigend: de getuige herinnerde zich niets over wat de advocaat vroeg, zoals of er drankjes op de tafeltjes stonden waarvan zij gezegd had dat deze als barricades werden gebruikt, of dat ze wist dat de enige persoon in de mensenmassa die een capuchon droeg (om niet herkent te worden, vert.) een infiltrant van de GC was, of ze wist wat het betekent als men van een ME agent hoort zeggen ‘We zullen ze prikken’, of ze wist dat een van de ME-ers zei dat ‘gebruik de knuppel op een manier alsof er geen volgende dag is’, of een andere: ‘Het is een wonder dat we geen botten hebben gebroken, maar het scheelde weinig’. Nee, daar wist ze helemaal niets van. Maar de boodschap van de advocaat was overduidelijk. En als je de video nog niet hebt gezien, het tribunaal staat niet toe om deze te laten tonen in de rechtszaal, dan kun je hem hier zien. (De eerste video in het originele artikel, vert)

Daarna gaan we terug naar Bigues i Riells, de bedrijfsruimte waar de GC miljoenen stembriefjes van het 1-Oktober in beslag nam. Ze deden deze in bestelbusjes en namen ze mee. Een groep mensen, een dertigtal, protesteerden buiten. Dit zijn, zoals ze worden genoemd, ‘de massa’ die zich concentreerden. Één van de agenten die meewerkte bij deze huiszoeking getuigde deze ochtend. Hij sprak over de protesterenden en zei dat ze beledigden en bedreigden. Hij bevestigde dat er mannen van 65 a 70 waren die op de grond voor de bestelbusjes gingen liggen zodat deze niet vooruit konden rijden. Het was allemaal erg vijandig. De mensen, zittend op de grond met de armen ineen. Agent S17971T verklaarde: ‘Het was om er bang van te worden. Want de mensen waren erg opgewonden.’ En uiteindelijk, op de twintigste dag van de hoorzittingen van het gerechtelijk proces, kwam de vergelijking tevoorschijn met Baskenland: ‘Ikzelf heb het conflict in Baskenland niet meegemaakt. Maar mijn oudere collega ‘s vertelden me dat het daar in het begin op precies dezelfde manier toeging, met mensen vol van haat.’ Dit is de vijandigheid waarover hij praat: een video die evenzo niet door Marchena in de rechtszaal getoond mag worden. Dit zegt al alles. Het betreft beelden van de GC zelf. (De tweede video in het originele artikel, vert)

En daarna een andere agent met nummer H12669K die deelnam bij de huiszoeking bij Unipost in Terrassa waar men brieven van de Generalitat geadresseerd aan de kiezers voor de deelname voor het referendum, in beslag nam. Toen hij na de huiszoeking naar buiten ging, trof hij er mensen aan die protesteerden. Hij verteld er dit over: ‘Voor de eerste keer geconfronteerd zag ik de haat op de gezichten van deze mensen.’ Advocaat Jordi Pina vroeg hem of hij als gevolg van deze traumatische ervaring psychologische hulp heeft gevraagd en hij antwoordde van niet. Of men schade aan de auto ‘s of aan agenten heeft toegebracht. Ook niet. Advocaat Marina Roig vroeg hem of de mensen gedurende de huiszoeking op de grond zaten. De agent antwoord bevestigend en voegt er aan toe dat ze een stembus van karton op de grond hadden neergezet.

Blikken van haat en minachting, zeggen ze. Er zijn bewijzen van beelden die aantonen dat de haat en minachting van de andere kant kwam. Deze getuigenissen lijken enorme overdrijvingen en ongeloofwaardig die niet gebruikt zouden kunnen worden als bewijsvoering. Maar in Madrid worden ze geaccepteerd. En het tribunaal zou het ook perfect kunnen accepteren. Men hecht er grote waarde aan de percepties van de secretaris van de rechtbank en van de agenten, dusdanig dat ze als bewijs zal kunnen worden gebruikt. Gedurende de fase van het gerechtelijk vooronderzoek gebruikte rechter Llarena precies dezelfde getuigenissen die we hier zien. Met dit verschil dat de advocaten de getuigenissen nu kunnen ontkrachten. En iedereen die het wil, kan dit aanschouwen. Het probleem is de scheidsrechter en het scheve perspectief waarmee hij er naar kijkt.

Daarom vinden ze het ideologisch vooroordeel van de rechtbanksecretaris en de agenten onbelangrijk. Zij spreken recht, niet wij. Wij staan terecht. Zoals advocaat Boye er ons aan herinnert: de juridische waarheid komt niet noodzakelijk overeen met de realiteit en de feiten. In Madrid, en in Barcelona, is er een pers die functioneert als een thermometer. Er zijn er die hyperbolisch overdrijven. Maar er zijn er ook die de toon aangeven, zoals La Vanguardia of El País. De eerste dagen waren zij zeer kritisch over de openbaar aanklager dat zijn ondervragingen een belachelijke vertoning waren en dat hij anticipeerde op het criterium van Marchena met betrekking tot de waarschuwing over valse getuigenissen. Nu staan deze kranten achter de aanklager en versterken de thesis van de beschuldigingen die door de agenten wordt verteld waarin zij ontkennen dat de protestbijeenkomsten vreedzaam en democratisch waren. Volgens deze pers, die de getuigende agenten ondersteunt door hen als wanhopig te beschrijven door de ‘blikken van haat’, komen we dichterbij de realiteit van tumult en algemene vijandigheid. En hoe zal het gerechtshof dit zien? Meer dan de helft van de leden van dit tribunaal maken ook deel uit van de rechtkamer die de aanklacht accepteerde voor het houden van dit proces. En daarmee is alles gezegd.

Nawoord van de vertaler:
Zowel de secretaris van de rechtbank die de huiszoeking op 20 September 2017 deed in het ministerie van EZ als de politie getuigen werden niet gefilmd tijdens hun ondervraging in de rechtszaal. Marchena gebruikte de directe uitzending van het proces als argument om geen internationale waarnemers toe te laten.

Heksenjacht op gele linten

(980 woorden)

De commissie
Als gevolg van de val van de Spaanse regering staan in Spanje de verkiezingen weer voor de deur. Deze zal op 28 April gehouden worden. Op het moment dat er verkiezingen worden uitgeschreven, treedt het regiem van de kieswet in werking. De zogenaamde Kiescommissie kijkt er op toe dat deze wet wordt nageleefd. Haar principiële taak is om er op toe te zien dat het verkiezingsproces op transparante en eerlijke manier wordt gehouden en zij controleert het Kiesbureau bij de uitvoering van haar taak. De commissie bestaat uit acht rechters van het Hooggerechtshof (twee daarvan vormen deel van de rechtzaal die de Catalaanse leiders moeten veroordelen), vijf hoogleraren in het recht, een secretaris en een directeur. De directeur heeft geen stemrecht in de commissie.

De jacht
Als protest tegen de politieke gevangenen die momenteel terecht staan, hangt het in Catalonië vol met gele linten en strikken. Op de balkons van de huizen, op relingen van wegen, bruggen en viaducten en ook aan de gebouwen van overheidsinstellingen. De kieswet bepaald echter dat gedurende de periode van de verkiezingscampagne de overheidsgebouwen een ‘neutrale’ sfeer moeten uitstralen en dat er daarom geen symbolen van een bepaalde politieke partij of voorkeur aanwezig mogen zijn. De grote vraag is dus nu of het protest tegen de politieke gevangenen een bepaalde politieke voorkeur uitstraalt of niet. De kiescommissie vindt van wel. Nogmaals: twee leden van deze commissie zitten in het tribunaal tegen de Catalaanse leiders. Hetzelfde tribunaal dat vind dat de deelname van de ultrarechtse partij Vox als volksaanklager in dit proces  de neutraliteit van de verkiezingen niet beïnvloedt. De kiescommissie droeg de Catalaanse president Quim Torra daarom vorige week op om alle gele linten van de Catalaanse overheidsgebouwen weg te halen, en wel binnen vierentwintig uur. Nu hing er een spandoek aan de balkonreling van het Paleis van de Generalitat waarop staat: ‘Vrijheid voor de politieke gevangenen’, samen met de afbeelding van het gele lint. President Torra schreef een protest aan omdat de gele linten geen politieke voorkeur van een bepaalde partij vertegenwoordigen. De linten zijn een protest en worden door een brede laag van de bevolking, en daardoor ook door verschillende politieke partijen van allerlei ideologiën, ondersteund. Torra zegt daarom dat de gele linten onder het recht van vrije meningsuiting vallen. De kiescommissie hield voet bij stuk en Torra vroeg om juridische raad aan de Catalaanse Ombudsman. Deze raadde aan om de gele linten tijdens de verkiezingsperiode weg te halen. Als reactie hier op liet de Catalaanse president het spandoek op het balkon aan de Plaça Sant Jaume vervangen door een ander met dezelfde tekst maar met een kleurloos lint met rode streep er doorheen. Ondertussen werd hij door de kiescommissie aangeklaagd wegens wettelijke ongehoorzaamheid omdat hij niet binnen het tweede ultimatum van vierentwintig uur aan de eis van de kiescommissie had voldaan. Hiervoor loopt Torra zelfs het risico dat hij uit zijn functie als president wordt gezet. Dat zou dan een nieuwe, dramatische, stap betekenen in de onderdrukking van de democratische keuze van de Catalanen. Op last van de rechter moest ook het spandoek met het kleurloze lint worden verwijderd. De Mossos d’Esquadra werd opgedragen hierop toe te zien. De Catalaanse politie en de ambtenaren op het Paleis van de Generalitat moeten gehoor te geven aan de Spaanse wetgeving en justitie. Zoals altijd heeft de Catalaanse regering nooit haar ambtenaren tot wettelijke ongehoorzaamheid willen dwingen.

Politie controleert op scholen
De heksenjacht op gele linten gaat zelfs zo ver dat de Mossos d’Esquadra ook openbare scholen bezoekt op zoek naar gele linten. Kasten en laden van leraren worden doorzocht op zoek naar geel materiaal. Zelfs een muurtekening met het thema ‘Vrede’ dat gemaakt werd door de leerlingen, moet worden afgedekt omdat het een geel lintje bevat.

Het derde spandoek
En aan het balkon van het Paleis van de Generalitat hangt wederom een nieuw spandoek, de derde binnen een week tijd. Deze werd dit keer opgehangen door de politici van het bureau van de president zelf in plaats van door beambten. Het spandoek bevat geen tekening van een geel of kleurloos lint, maar alleen de tekst ‘Recht op vrijheid van meningsuiting, artikel 19 van de rechten van de mens’. Want het gaat hier niet om een symbooltje, een stom geel lintje zoals we hier op onze jas dragen. Waar het om gaat is de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van protest. En wanneer deze worden aangetast, dan komen alle vrijheden op losse schroeven te staan en betekent dat het einde van de democratische rechtsstaat.

Een jaar gevangen, maar gen spoor van een misdaad
Vandaag, 23 Maart 2019, is het een jaar geleden dat Parlementsvoorzitster Carme Forcadell, presidentskandidaat Jordi Turull en de politici Dolors Bassa, Josep Rull en Raul Romeva gevangen genomen werden nadat zij zich vrijwillig bij het Hooggerechtshof voor verhoor hadden gemeld. De foto waarop zij van hun familie afscheid nemen voor de deur van het gerechtsgebouw, toont de bezorgdheid op  hun gezichten. Rull en Turull herinneren er aan dat onderzoeksrechter Llarena met hun gevangenneming de samenstelling van het Parlement wijzigde en de instelling van Rull als president van Catalonië voorkwam. Want de dag daarvoor had hij zich in het Parlement daarvoor gepresenteerd en op 24 Maart zou de tweede stemming daarover plaats vinden. Romeva toont het menselijk leed achter dit drama. Deze dag herinnert hem eerder aan de verjaardag van zijn dochtertje dan aan zijn gevangenneming. De fractievoorzitster van ERC, Marta Rovira, week die dag uit naar Zwitserland waar zij als politieke vluchteling wordt erkent. De Catalaanse leiders worden gevangen gehouden omdat zij gewelddadige rebellie tegen de overheid zouden hebben gepleegd. Na vijf weken van hoorzittingen in het Hooggerechtshof is daar nog steeds geen enkel spoor van te vinden.

Het is natuurlijk onmogelijk dat onder deze omstandigheden normale verkiezingen kunnen worden gehouden. Hoewel grondwetsartikel 155 (de opschorting van de Catalaanse autonomie) niet meer actief is, de facto verkeert Catalonië in staat van beleg.

Op zoek naar geldmisbruik en het protest in Madrid

(312 woorden)

Op zoek naar misbruik van belastingeld
Andere getuigen in de vierde week van dit gerechtelijk proces, dat beter een farce kan worden genoemd, gingen voornamelijk over de aanklacht wegens misbruik van belastinggeld door de Catalaanse politici. Hiervoor werden bedrijfsleiders ondervraagd die opdrachten van de Catalaanse regering uitvoerden, zoals die van Unipost die brieven van de Generalitat aan de kiezers zou hebben verstuurd en van grafische bedrijven en drukkerijen die propaganda materiaal zouden hebben ontworpen en gedrukt. Geen van deze partijen zijn echter ooit door de Generalitat, de Catalaanse overheid, betaald. Zij deden dit werk in opdracht van de burgerbeweging Omnium Cultural of betaalden het gedane werk uit eigen zak. Dit gaat het begrip van de openbaar aanklager te boven. Eigenlijk begrijpt niemand in Spanje nog steeds niet dat de Catalaanse onafhankelijkheid niet voortkomt uit een klein groepje politici en burgerleiders, maar dat haar oorsprong in een brede laag van de bevolking ligt.

De protestdemonstratie in Madrid
De protestdemonstratie van de Catalanen vandaag in Madrid is een ander bewijs daarvan. Vijfhonderd bussen en vijftien HSL treinwagons vol reden naar Madrid, een reis van ruim 500 kilometer, om in het hart van Spanje te protesteren tegen deze farce en tegen de schendingen van de fundamentele rechten. In tegenstelling tot de protestdemonstratie van de PP, Ciutadans en VOX een aantal weken geleden op het plein Plaza de Colón, betaald iedereen deze reis uit eigen zak. Uiteindelijk deden er volgens de gemeentepolitie van Madrid en de afgevaardigde van de Spaanse regering 18.000 mensen aan het protest mee. Met 500 bussen en een gemiddelde capaciteit van 50 personen per bus overtreft men dit aantal reeds. Gezien de beelden lijkt de schatting van 120.000 deelnemers, volgens de organisatoren van de protestdemonstratie, meer realistisch. De hoge opkomst geeft het grote ongenoegen van de Catalaanse gemeenschap weer. Om een idee te geven, zouden er ook zoveel Nederlanders naar, bijvoorbeeld, Parijs afreizen om te gaan protesteren?

Majoor Trapero haalt de aanklacht van rebellie onderuit

(1200 woorden)

De aanklacht van rebellie
Als gevolg van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid heeft het Openbaar Ministerie een aanklacht opgetuigd tegen de Catalaanse politici en burgerleiders. De aanklacht zegt dat zij rebellie, een gecoordineerde en gewelddadige opstand, tegen de gevestigde orde hebben gepleegd. Om het gewelddadige aspect van deze zogenaamde opstand te onderbouwen, beweert het OM dat de Catalaanse politie, de Mossos d’Esquadra, de gewapende arm vormde van de Catalaanse regering van president Puigdemont.

Het OM onderbouwt deze stelling omdat de Mossos zich passsief zouden hebben opgesteld tijdens de dag van het referendum en niets deden om het stemmen tegen te houden. Het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero, welbekend vanwege zijn efficiënt optreden tegen de terroristen na de aanslagen in Barcelona en Cambrills in de zomer van 2017, wordt daarom ook voor rebellie aangeklaagd. Het OM eist daarvoor elf jaar gevangenisstraf tegen hem. Deze aanklacht is echter in behandeling bij een andere rechtbank, het Audiencia Nacional. In de rechtszaak tegen de Catalaanse leiders bij het Hooggerechtshof werd hij op initiatief door de volksaanklager, de extreem rechtse politieke partij VOX, opgeroepen om te getuigen. Omdat er echter een andere aanklacht tegen hem loopt, is hij niet verplicht om daar gehoor aan te geven. Gezien de belangrijke rol die de Catalaanse politie in de gewelddadige rebellie zou hebben gehad, zag men hem, evenals het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional, als een sleutelgetuige. Hoewel dus niet verplicht, verscheen Trapero afgelopen Donderdag in de gehoorzaal van het Hooggerechtshof.

De getuige verteld
De ondervraging duurde in totaal zes uren. Trapero gaf op precieze manier antwoord op alle vragen die hem werden gesteld. Vooral het OM ondervroeg hem op grondige en soms zelfs agressieve manier: ‘Waarom zijn de scholen niet op de Zaterdag voor het referendum ontruimd?’ Trapero antwoordde doorgaans op koele en zakelijke toon: ‘De mensen hielden er allerlei activiteiten die niet verboden waren. Bovendien was er geen opdracht van de openbaar aanklager of van de rechter daarvoor.’

In zijn getuigenis verteld hij dat hij zich tussen twee vuren in voelde zitten. Aan de ene kant was er de druk van de politici, met name zijn politiek hoofd, minister van Binnenlandse Zaken Quim Forn. Hij noemde het optreden van de politici op een gegeven moment zelfs onverantwoordelijk en vertelde dat hij hen had voorgesteld om het referendum af te gelasten. Want met twee miljoen mensen die willen gaan stemmen en een politiemacht van 15.000 man was het risico op confrontatie erg hoog. Aan de andere kant moest hij gehoor blijven geven aan de Spaanse wet, zo zei hij. Trapero heeft aan de Catalaanse politici toen duidelijk gezegd dat hij altijd aan de Spaanse wet, de openbaar aanklager en de rechter gehoor zou blijven geven. President Puigdemont heeft hem toen gezegd dat hij moest blijven doen wat zijn werk van hem vroeg. Wat Trapero verteld, komt overeen met wat Puigdemont zelf ook altijd heeft gezegd: hij wilde niet dat de Catalaanse Republiek uit bloed geboren zou worden en dat de ambtenaren gedwongen zouden worden om tegen de wet in te handelen.

De samenwerking tussen de politiecorpsen
De openbaar aanklager in Catalonië had bevolen het referendum tegen te houden. De Mossos hadden daarvoor een gedetailleerd plan gemaakt. Voor het ontruimen, verzegelen en bewaken van alle stemlokalen zou men 70.000 man politie nodig hebben gehad; een onmogelijke opgave. Volgens Trapero kwam de Guardia Civil met een vaag plan om het referendum tegen te houden, terwijl de Policia Nacional geen enkel plan indiende. Op een gegeven moment werd het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional, Perez de los Cobos, door de openbaar aanklager aangewezen als coördinator van de drie politiecorpsen, zonder dat het hoofd van de Catalaanse politie daarover vooraf werd geïnformeerd, laat staan geraadpleegd. Het toezicht van de Catalaanse politie werd de facto dus zomaar bij de Catalaanse regering weggehaald en ondergebracht bij het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Trapero was het daar niet mee eens, maar accepteerde de beslissing van de openbaar aanklager.

Alleen proportioneel geweld
Vlak voor het referendum, op 27 September, kwam echter het bevel van rechter Mercedes de Armas dat men ten allen tijde de vrede en de samenhang onder de bevolking moest bewaren. Dit was voor Trapero de reden dat hij alleen proportioneel geweld tegen de bevolking zou gebruiken om het referendum te stoppen. Men kwam overeen dat de Mossos d’Esquadra in groepen van twee agenten langs de stemlokalen zou gaan om deze te ontruimen en te verzegelen en dat de Guardia Civil en Policia Nacional voor de openbare orde zouden zorgen. In de vroege ochtend trof men echter grote menigten voor de stemlokalen aan, wat het verzegelen van de stemlokalen onmogelijk maakte. In totaal heeft de Catalaanse politie een honderdtal lokalen kunnen verzegelen. Ondertussen vielen de Guardia Civil en Policia Nacional op brute manier de mensen aan die voor de stemlokalen stonden opgesteld. Trapero voelde zich als hoofd van het politiecorps door de los Cobos professioneel aangevallen omdat deze hem in een kwaad daglicht had gezet voor zijn uitspraak om voorzichtig te zijn met het gebruik van geweld. Hij spreekt de los Cobos dus lijnrecht tegen in diens bewering dat de Mossos zich inactief opstelden. Zijn verhaal geeft een totaal ander beeld dan in de aanklacht wordt beschreven, namelijk dat de Guardia Civil en de Policia Nacional het initiatief namen om gewelddadig op te treden tegen de stemmers van het referendum.

Bereid om Puigdemont te arresteren
De klap op de vuurpeil van deze getuigenis is dat Trapero verteld dat hij op 25 Oktober, twee dagen voordat de motie over de Catalaanse onafhankelijkheid in het Parlement op 27 Oktober zou worden gestemd, aan de openbaar aanklager had meegedeeld dat er een politieteam klaar stond om Puigdemont en zijn ministers te arresteren indien daar opdracht voor wordt gegeven. Trapero geeft dus duidelijk aan dat het Catalaanse politiecorps altijd gehoorzaam is gebleven aan de Spaanse wet. Ook zei hij dat hijzelf niet voor de Catalaanse onafhankelijkheid is, maar dat zijn persoonlijke mening hem niet belette zijn werk op professionele manier uit te voeren. De stelling van het OM van rebellie door de Catalanen wordt met de getuigenis van Trapero volledig onderuit gehaald. Of het Hooggerechtshof Trapero geloofd, moet nog maar worden bezien. De ironie wil dat de Spaanse justitie met de aanklacht tegen Trapero één van haar eigen mensen, iemand die tegen de Catalaanse onafhankelijkheid is en altijd trouw aan de Spaanse wet is gebleven, vervolgt voor het zwaarste delict dat er in de wetgeving bestaat.

De rechter ondervraagt de getuige
Opvallend in deze hoorzitting was dat de openbaar aanklager Trapero niet mocht ondervragen over een vergadering met de Catalaanse politici voorafgaand aan het referendum. Het OM protesteerde hier heftig tegen, maar Marchena hield voet bij stuk, omdat de volksaanklager VOX Trapero daarover al had ondervraagd. Aan het einde van de hoorzitting stelde Marchena echter zelf de vraag die het OM had willen stellen en vroeg hem waarom hij tot tweemaal toe een onderhoud met de Catalaanse politici had aangevraagd. Trapero antwoordde dat hij aan de politici wilde vragen om het referendum af te gelasten en zei hen dat hijzelf niet voor de Catalaanse onafhankelijkheid is. Met de ondervraging door de voorzitter van de rechtbank breekt Marchena de juridische regels en roept bovendien de verdenking op dat het Hof partijdig is.

De kroongetuige

(900 woorden)

De kroongetuige in de rechtzaak tegen de Catalaanse leiders is waarschijnlijk wel het hoofd van de Policia Nacional en de Guardia Civil, kolonel Diego Perez de los Cobos. Van hem moet duidelijk worden wie opdracht heeft gegeven voor het politiegeweld tegen het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid, welke criteria er daarvoor golden, waarom de Spaanse politie corpsen op eigen houtje opereerden en niet met de Mossos d’Esquadra overlegden en waarom dit geweld in de loop van de middag opeens ophield.

Aan het begin van de ondervraging vraagt Marchena naar de naam, beroep en burgerlijke staat van de los Cobos. Maar hij vraagt hem niet of hij ooit in aanraking met justitie is geweest, wat de president van de rechtbank wettelijk verplicht is. De los Cobos is vervolgt geweest voor marteling van de Baskische activist Kepa Urra in 1992, maar werd nooit veroordeeld. Momenteel lopen er gerechtelijke onderzoeken bij de rechtbanken van Barcelona, Sant Carles de la Ràpita, Girona en Lleida tegen de Spaanse politie eenheden en tegen hem wegens het politiegeweld tijdens het referendum. Hij komt er zelf voor uit dat hij als vrijwilliger bij de Guardia Civil meehielp bij de staatsgreep van 1981, maar is daarvoor nooit beschuldigd.

Bij herhaling beweert de los Cobos de passieve houding van de Mossos d’Esquadra en zegt dat deze de neiging hadden om het referendum toe te laten. Net als de minister van binnenlandse zaken, Zoido, en de staatssecretaris van binnenlandse veiligheid, Nieto, legt de los Cobos met regelmaat de schuld van de passieve houding tijdens het referendum bij het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero. Zijn naam laat hij vele malen vallen tijdens de uitgebreide antwoorden aan de openbaar aanklager als iemand waarmee moeilijk valt samen te werken. Het is opmerkelijk dat rechter Marchena hem geen stro in de weg legt bij deze beschuldigingen. Trapero kan zich namelijk niet verdedigen, want er is geen advocaat van hem in de rechtszaal. Daarnaast loopt er wel een aanklacht tegen hem bij het Audiencia Nacional voor rebellie waar hij elf jaar gevangenisstraf voor kan krijgen. De verklaringen van de Los Cobos kunnen Trapero grote schade toepbrengen in die rechtszaak. Het is algemeen bekend dat het succes van de Mossos d’Esquadra bij het oplossen van de terroristische aanvallen op 17 Augustus 2017 in Barcelona en Cambrills kwaad bloed heeft gezet bij de Guardi Civil. Deze laatste speelde een marginale rol daarin en voelde zich duidelijk gepasseerd. De Los Cobos en de minister zoeken nu wraak daarvoor. Waarom Trapero en andere politiefunctionarissen bij het Audiencia Nacional worden aangeklaagd en niet hier bij het Hooggerechtshof, is onduidelijk en bovendien tegen het internationale recht dat een misdaad moet worden berecht in de jurisdictie waar deze heeft plaatsgevonden. Het maakt de verdediging van de aangeklaagde Catalanen en politiefunctionarissen er in ieder geval niet gemakkelijker op. Maar dat is misschien wel juist de bedoeling.

De los Cobos vindt dat het politiegeweld op 1 Oktober met ‘grote zorgvuldigheid’ (‘exquisiet’) en proportioneel werd gebruikt. Hij beweert dat de Policia Nacional en Guardia Civil nooit geweld gebruiken tegen vreedzame burgers. Met ‘Voor de stemlokalen stond een muur van vijandige en gewelddadige mensen’ gebruikt hij exact hetzelfde woordgebruik als in de aanklacht van het OM wordt beschreven. De los Cobos beweert daarnaast dat ouden van dagen en kinderen als schild werden gebruikt, want deze stonden vooraan in de menigten. ‘Een Guardia Civil moest er zelfs een kind verwijderen om het te beschermen.’ Ook zegt hij dat de politie direct tot actie van ontruiming over ging toen zij bij de stemlokalen arriveerden, want ‘er viel niet met deze mensen te praten’. Technisch gesproken konden dit echter geen politiecharges worden genoemd. Het ‘exquisiet proportioneel’ politieoptreden op de dag van het referendum  kan in deze 722 video ‘s worden bekeken.

Advocaat Jordi Pina wilde bij de ondervraging van de los Cobos dieper ingaan op het begrip ‘politiecharge’ omdat deze bij hoog en laag beweert dat deze niet waren uitgevoerd. De los Cobos definieert een charge als ‘Het eventueel met geweld leegruimen van een ruimte of het verwijderen van een groep mensen die de toegang van de politie belemmeren of weerstand bieden bij het uitoefenen van hun functie’. Toen Pina hem vroeg of hij daaronder ook verstaat het slaan van mensen met politieknuppels die met de handen omhoog op de grond zitten, greep rechter Marchena in dat deze vraag irrelevant is en verhinderde dat de los Cobos moest antwoorden. Marchena zei dat hiermee de schuldvraag bij de politie wordt neergelegd in plaats dat de onschuld van de aangeklaagden wordt aangetoond. Maar ja, het is het één of het ander. Indien de Catalaanse leiders worden beschuldigd van rebellie met geweld, op straffe van 25 jaar gevangenis, omdat zij het politiegeweld zouden hebben uitgelokt, moet de verdediging de mogelijkheid krijgen om aan te tonen dat dit niet zo is. En in het geval dat zij dit kunnen bewijzen, ligt de oorzaak en de schuld van het politiegeweld dus bij de politie, haar leiding (de los Cobos) en de Spaanse politici. Het Hooggerechtshof werpt bij dit proces allerlei beperkingen voor de verdediging op om dat te voorkomen *. Want met dit proces staat de reputatie van Spanje als een democratische rechtsstaat ter discussie. Rechter Marchena, het Spaans Hooggerechtshof, vormt een cruciaal onderdeel van de Spaanse staat en vertegenwoordigt in dit proces dus haar belangen. Het Hooggerechtshof is daarom per definitie partijdig.

De kroongetuige leverde uiteindelijk weinig duidelijkheid over de gewelddadige rebellie van de aangeklaagde Catalanen. Daarentegen drukt hij zich in algemeenheden uit, ontkent het gewelddadig politieoptreden en spreekt zichzelf vaak tegen. Na drie weken rechtszaak is er nog geen enkel concreet feit genoemd dat op geweld door de Catalanen wijst. Logisch, want de rebellie van de Catalanen bestaat alleen maar in het hoofd van onderzoeksrechter Llarena, zo oordeelde de Duitse rechtbank over de uitlevering van president Puigdemont.

 

* Getuigen die door de verdediging werden voorgesteld, zoals Scotland Yard, VN commissie leden van de mensenrechten en de hoofrolspelers in deze zaak, koning Felipe VI en president Puigdemont, worden geweigert. Videos van het politiegeweld kunnen niet in de rechtzaal worden getoond en bepaalde vragen mogen door de advocaten niet worden gesteld. Daarnaast hebben de aangeklaagden door hun gevangenschap nihil contact met hun advocaten en kunnen  daardoor niet of weinig hun verdediging voorbereiden. De families mogen gedurende de wekenlang durende de hoorzittingen alleen tijdens de lunchpauzes voor slechts10 minuten contact hebben. Zij vermelden dat de lange dagen van de zittingen (soms duren deze 10 uur), de korte nachtrust en de dagelijkse reis van en naar de gevangenis de aangeklaagden fysiek uitputten.