Verkiezingsretoriek

(770 woorden)

Creatie van een gewelddadig imago
Vorige week werden zeven Catalaanse activisten gearresteerd. Zonder enige aanleiding en juridische grond werden ze van hun bed gelicht. Ze worden verdacht van het maken van explosieven en het voorbereiden van terroristische aanslagen. De verdachte grondstoffen voor de explosieven bestaan uit huishoudelijke middelen zoals plantenmest, waterstofperoxide, een vaatje afgewerkte motorolie en vuurwerk voor het aanstaande dorpsfeest.

Dat het om een goed georganiseerde en vooraf bedachte campagne gaat wordt steeds duidelijker. De Spaanse regering en de media negeren de veronderstelde onschuld van de verdachten en spreken direct over ‘terroristen’ en ‘bommen’ alsof het voldongen feiten betreft. Hiermee proberen zij te bevestigen dat de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging gewelddadig is en terroristische cellen heeft.

De arrestaties hebben voor Spanje vele voordelen .

Bangmakerij
Binnenkort zullen de gerechtelijke uitspraken tegen de Catalaanse leiders die het referendum organiseerden of ondersteunden bekend gemaakt worden. Indien zij niet worden vrijgesproken, zullen de Catalanen zeker de straat op gaan om te protesteren en te staken. De Catalaanse regering heeft aangekondigd dat zij alleen vrijspraak voor de activisten en politici zal accepteren. De arrestaties van vorige week dienen dus om schrik aan te jagen en de reacties op de uitspraak te smoren.

Gebrek aan bewijs van geweld
Het Openbaar Ministerie kon tot nogtoe nooit aantonen dat de Catalanen gewelddadig zijn. Sterker nog, president Puigdemont werd door Duitsland niet aan Spanje uitgeleverd vanwege rebellie, want het Duitse gerechtshof zag geen geweld van zijn kant. Met de arrestaties van afgelopen week zou nu aangetoond zijn dat de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging terroristische cellen heeft.

De Guardia Civil, die doorgaans ‘details’ laat uitlekken terwijl het gerechtelijk onderzoek nog lopende is en daardoor onder geheimhouding staat, wist te vertellen dat de zuster van Puigdemont op een bepaald moment de contactpersoon is geweest tussen de gearresteerde activisten, de zittende president Torra en Puigdemont zelf. Het blijkt echter dat de zuster van de president in ballingschap een alibi heeft en daarom geen contact met de gearresteerde activisten kon hebben. Bovendien heeft Puigdemont helemaal geen contactpersoon nodig om met Torra op vertrouwelijke manier te communiceren, want Torra kan hem gewoon in Brussel bezoeken. De Spaanse media staan bol over het nieuws van de directe relatie tussen de Catalaanse president en de terroristen, maar laten het bericht over het alibi achterwege. Typisch.

Nieuw uitleveringsbevel Puigdemont
De kans is reëel dat de Spaanse justitie voor de derde maal een Europees uitleveringsbevel tegen Puigdemont zal uitvaardigen. Dit keer wegens banden met een terroristische organisatie. In dat geval kan hij direct worden uitgeleverd zonder dat daar de tussenkomst van een Belgische (of Duitse) rechtbank voor nodig is.

Het Europees uitleveringsverdrag is gebaseerd op wederzijds vertrouwen tussen de justitiële instellingen van de EU lidstaten. Gezien de reeds gedane pogingen van Spanje om Puigdemont uitgeleverd te krijgen, heeft het vertrouwen in de Spaanse justitie echter nogal wat schade opgelopen. Het is bijvoorbeeld nog nooit in de geschiedenis van de EU voorgekomen dat een uitleveringsbevel tot twee maal toe werd ingetrokken. Een nieuw uitleveringsverzoek met een andere aanklacht zal zeker enkele wenkbrouwen doen fronsen.

Politiek voordeel tijdens verkiezingscampagne
De demissionaire president van Spanje, Pedro Sánchez, kan de arrestaties bijzonder goed gebruiken. Men zou bijna denken dat het een van tevoren bedacht plan is geweest om de Catalaanse activisten vlak voor de verkiezingen te laten arresteren. Omdat hij geen coalitieregering met Podemos wilde vormen, loopt hij een groot risico dat veel stemmers uit onvrede thuis zullen blijven of op de (extreem) rechtse partijen PP, Ciutadans of Vox zullen stemmen. Nu kan hij dat verbloemen met zijn retoriek tegen Catalonië.

Aanstaande interventie in Catalonië
Ondanks dat de Catalaanse regering geen enkele plannen heeft, zoals het houden van een referendum of iets dergelijks, hebben de PSOE partij van Sánchez en de rechtse politieke partijen de mond vol om grondwetsartikel 155 (de opheffing van Catalaanse autonomie) al bijvoorbaat weer opnieuw in te voeren. Voorlopig zegt de demissionaire president dat daar momenteel nog geen directe aanleiding voor is. De retoriek van de Spaanse politieke partijen tegen Catalonië is van ongekende aard. De Spaanse regering en politieke partijen staan daadwerkelijk op het punt om de Catalaanse regering te interveniëren en de autonomie op te heffen. De vraag is alleen wanneer en in welke mate.

De invoering van ‘155’ heeft echter de toestemming van de volle Senaat nodig. In verband met de aanstaande verkiezingen is echter ook de Senaat ontbonden. Er ligt daarom ook een voorstel om de noodsituatie in Catalonië uit te roepen om de ‘explosieve situatie’ in Catalonië onder controle te houden. Maar de enige explosieve situatie die er bestaat, bevind zich in de fantasie van Pedro Sánchez en diens gevolg. En dat zijn er gevaarlijk veel.

Please follow and like us:
error

Twijfels bij Europese Raad over Spanje en Turkije

(230 woorden)

De Europese Raad, een orgaan dat politiek onafhankelijk is van de Europese Unie en daardoor minder gevoelig voor de diplomatieke druk die Spanje op de EU uitoefent, begint symptomen van twijfels te vertonen over de Spaanse justitie. In een deze week verschenen rapport verdenkt de werkcommissie van de Raad dat Turkije en Spanje respectievelijk Koerdische en Catalaanse politici gerechtelijk vervolgen vanwege hun politieke ideeën. Ook zegt het rapport dat de fundamentele vrijheden in Spanje, zoals de vrijheid van meningsuiting, in verscheidenen gevallen en tot op hoog niveau worden geschaad. Ook verwonderd de werkgroep zich dat het referendum door de Spaanse justitie verboden werd, terwijl het houden van referenda over zelfbeschikking uit de Spaanse strafwet is gehaald en bovendien een internationaal recht is. Daarnaast twijfelt zij aan de aanklacht van rebellie tegen de Catalaanse leiders, want de Catalanen waren niet gewelddadig. De werkgroep zegt dat zij een commissie naar Turkije en Spanje zal sturen om uitgebreider onderzoek te doen. Dit onderzoek kan zo ‘n anderhalf jaar in beslag gaan nemen.

De Europese Raad stelt de Spaanse justitie, vooralsnog in een vooronderzoek, op gelijke voet met die van Turkije. Dit is geen goed nieuws voor de Spaanse diplomatie die alles doet om het imago van Spanje als democratische rechtstaat op te poetsen. Het is helemaal slecht nieuws voor de Spaanse justitie die op het punt staat de vonnissen te publiceren van de Catalaanse politici en burgerleiders.

Please follow and like us:
error

Zeven politieke gevangenen meer

(840 woorden)

Razzia’s
Op Maandagochtend 23 September hield de Spaanse Guardia Civil (GC), in opdracht van het Audiencia Nacional, razzia’s (anders dan dit kunnen de invallen en de huiszoekingen door de GC niet worden genoemd) bij negen Catalaanse burgers die zich actief inzetten voor de Catalaanse onafhankelijkheid. De operatie werd gedoopt met de naam ‘Judas’, omdat zij de patria Spanje zouden hebben verraden met hun streven naar onafhankelijkheid. De GC zegt al ruim een jaar deze terroristische groep te schaduwen. Zij worden door de openbaar aanklager van het Audiencia Nacional, dezelfde die de leden van de Catalaanse regering en de leiders van de burgerbewegingen gevangen zette wegens verdenking van gewelddadige oproer en opruiing, verdacht van terrorisme, opruiing en het in bezit hebben van explosieven. De GC zegt dat zij de groep al ruim een jaar volgt.

Terroristische materialen
Dezelfde dag publiceert de GC een propaganda video hoe zij één van de woningen binnensluipen met de geweren in de aanslag. Ze lopen daarbij door een garage waarin een oldtimer auto staat die gerestaureerd wordt. Één van de soldaten (de GC is een militaire eenheid) roert in een blik met afgewerkte olie. Deze wordt als een verdachte grondstof gekenmerkt ‘waarmee explosieven gemaakt zou kunnen worden, maar door specialisten nader moet worden bestudeerd’. Evenzo een elektrolyse bad om metalen onderdelen van een beschermende laag te voorzien wordt gekenmerkt als terroristisch materiaal. In een andere woning vond de GC explosieven. Het betreft vuurwerk voor de ‘correfocs’ van het aanstaande dorpsfeest.

Propaganda
Operatie Judas werd dezelfde dag in de Spaanse media en door de Spaans unionistische politici breed uitgemeten. Er werd direct gesproken van bommen en bevestigden dat hiermee de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging gewelddadig is. De woordvoerster van Ciutadans beschuldigde president Quim Torra tijdens het algemeen debat in het Parlement dat hij de burgervereniging CDR opdracht voor terroristische aanslagen heeft gegeven. Zij toonde daarbij een foto van gewonden door de ETA aanslag op de GC kazerne in Vic (1991) en vroeg de president ‘Is dit wat u wilt?’

Gerechtelijke onregelmatigheden
De rapporten van de GC zijn Orwelliaans: er wordt opvallend veel verondersteld, maar met weinig concrete feiten onderbouwd. Zo zouden plantenmest en waterstofperoxide, normaal verkrijgbare huishoudelijk middelen, ‘gebruikt kunnen worden’ voor het maken van explosieven.

De Vereniging van Rechters voor Democratie vindt dat de taal van de openbaar aanklager geen verdenking weerspiegelt maar eerder op een aanklacht lijkt. De Vereniging zegt dat hiermee de veronderstelde onschuld van de verdachten onder druk komt te staan.

Op dezelfde dag van de razzia’s werden twee gearresteerde CDR leden weer op vrije voet gelaten. Maar ze blijven wel officieel verdacht van terrorisme. Hoe valt het te rijmen dat levensgevaarlijke terroristen worden vrijgelaten?

De andere verdachten werden dezelfde dag naar Madrid afgevoerd. Hoewel zij van terrorisme worden verdacht en dus onder de terroristenwet zouden moeten vallen, klagen hun advocaten dat dit niet is gebeurd. Wel worden ze door de GC als zodanig behandeld en worden zij in isolatie gedurende 72 uren, op onbepaalde locatie en zonder dat hun eigen advocaten daar bij kunnen zijn, verhoord. Zij krijgen advocaten door de staat aangewezen. Een praktijk die sterk doet denken aan het Franco regiem.

De verdenking van zowel terrorisme als van opruiing is volgens de advocaten wettelijk onmogelijk. Later trok het OM de verdenking van opruiing weer in.

Zowel de GC als het OM lekken gedurende de daaropvolgende dagen details van het geheime gerechtelijke onderzoek naar de pers uit. Zo zegt de GC dat één van de verdachten heeft bekent dat hij explosieven in bezit heeft om ‘lawaai te maken’ ter viering van de tweede verjaardag van het referendum. volgens de GC wilde hij daarmee slechts materiele schade veroorzaken. Min of meer tegelijkertijd trekt het OM de aanklacht in dat de verdachten explosieven in hun bezit zouden hebben.

Op Donderdag 26 September accepteert de rechter van het Audiencia Nacional de argumenten van het OM om de verdachten onvoorwaardelijk gevangen te zetten. De advocaten van de gevangen CDR leden vernamen dit nieuws uit de pers, nog voordat zij officieel door het Audiencia Nacional op de hoogte waren gebracht. Met het excuus dat het gerechtelijk onderzoek geheim is, kennen de advocaten niet de argumenten van de rechter waarom hij tot deze conclusie is gekomen en kunnen hun cliënten daarom niet verdedigen. Zij uiten hun bezorgdheid (in Catalaans) voor hun cliënten en voor de vreemde situatie. Zij verklaren dat de rechten van hun cliënten tijdens en na hun aanhouding doorgaans geschonden worden .

Reactie Spaanse regering
In haar wekelijkse persconferentie zegt de woordvoerdster van de Spaanse demissionaire regering, Isabel Celáa, dat de GC haar werk in opdracht van het Audiencia Nacional discreet en waardig volgens haar roeping als gerechtelijke politie heeft uitgevoerd. De Spaanse regering eist van de Catalaanse president Torra dat hij de kans of het mogelijke geweld door de CDR scherp veroordeelt. De Spaanse regering eist een veroordeling van geweld dat nooit heeft plaats gevonden, maar zwijgt over haar banden met de leider van terroristen El Satty die een aanslag in Barcelona en Cambrils pleegden en ontkent het politiegeweld tegen de Catalaanse bevolking toen ze wilde stemmen voor een referendum.

Please follow and like us:
error

Criminalisering van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging.

(900 woorden)

Gisteren, Maandag 23 September, werden vroeg in de ochtend negen leden van de Catalaanse burgerbeweging Commissie ter Verdediging van de Republiek (CDR (1)) door de paramilitaire politie Guardia Civil (GC) van hun bed gelicht en gearresteerd. De GC zegt bij de huiszoekingen verdacht materiaal gevonden te hebben waarmee explosieven gemaakt zouden kunnen worden. Het gaat om producten die vrij verkregen kunnen worden en doorgaans in een normaal huishouden aanwezig zijn, zoals plantenmest, motorolie en waterstofperoxide. In een andere woning vond de GC vuurwerk en merkt dit aan als explosieven. Het vuurwerk was aangekocht om het aanstaande dorpsfeest te vieren. Ook nam de GC een stembus van het refendum in beslag als bewijsmateriaal. Deze stembussen konden naderhand gewoon worden gekocht.

De CDR leden worden door de GC daarom verdacht van terrorisme. Twee verdachten werden later op de dag vrij gelaten, maar blijven onder de verdenking staan van terrorisme. De andere zeven werden gistermiddag naar Madrid afgevoerd om te worden verhoord door het Audiencia Nacional. De GC mag hen in geval van verdenking van terrorisme maximaal 8 dagen vasthouden voordat zij voor de rechter worden voorgeleid. Gaat de rechtbank akkoord met de bevindingen van de GC, dan kunnen de CDR leden twee jaar lang gevangen gehouden blijven voordat ze worden berecht. Gezien de reputatie van de GC in dergelijke gevallen, wordt gevreesd voor hun welzijn. Het fenomeen is namelijk niet bepaald nieuw (2).

De arrestaties van de CDR leden en de verdenkingen van terrorisme wordt door de Spaanse politici en pers dankbaar gebruikt om de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging in een crimineel daglicht te plaatsen, vergelijkbaar met de Baskische terroristenorganisatie ETA. De Spaanse media spreken zonder omwegen over bommen die in opdracht van Torra (de Catalaanse president) door het CDR gemaakt zouden zijn. De politieke leiders van de rechtse unionistische partijen beschouwen de aantijgingen van terrorisme als een voldongen feit. De woordvoerster van Ciutadans vraagt of Torra met ‘druk uitoefenen’ bedoelde het drukken op de detonatorknop. De PP leider eerde de GC dat zij een terroristische aanval met explosieven hebben voorkomen. Een andere PP politicus eiste van demissionair president Sánchez om in Catalonië in te grijpen. De fascistische Vox partij vroeg met spoed aan de Europese Raad om de CDR op de lijst van terroristische organisaties te plaatsen. En de PSOE minister van Binnenlandse Zaken laat weten dat er meer GC eenheden naar Catalonië gestuurd zullen worden, ondanks dat Catalonië haar eigen politie, de Mossos d’Esquadra, heeft die perfect op haar taak is voorbereid.

In Catalonië zelf werd in vele steden en dorpen massaal geprotesteerd tegen de arrestaties. President Torra beschuldigt de Spaanse staat dat zij de onafhankelijkheidsbeweging als gewelddadig wil kenmerken vlak voordat de vonnissen worden uitgesproken. Hij zei dat de beweging altijd vreedzaam is geweest en dat ook zal blijven.

Het element van terrorisme is precies wat de Openbare aanklager nodig heeft tegen de Catalaanse burgerleiders en politici die binnenkort veroordeeld zullen worden. Tot nu toe kon het OM niet aantonen dat de onafhankelijkheidsbeweging gewelddadig is om de leiders te kunnen beschuldigen voor oproer en opruiing. De arrestaties en de materiaalvondsten van de GC ‘waarmee explosieven gemaakt zouden kunnen worden’ zal gebruikt worden als argument om de vonnissen, zowel naar Spanje toe als internationaal, te vergoedelijken.

Het is duidelijk dat de Spaanse overheden hard op weg zijn om de Catalaanse partijen en burgerbewegingen illegaal te verklaren en de Catalaanse autonomie opnieuw, maar dit keer ingrijpender en voor langere, onbepaalde, tijd op te heffen. En hoe eerder hoe liever, het liefst nog voordat de verkiezingen van 10 November plaats vinden. Want in Spanje levert dat de stemmen op die de regeringspartij PSOE zo hard nodig heeft.

Voetnoten
1. Het CDR is geen gevestigde organisatie. Zij werd juist opgericht om officiële burgerorganisaties met geregistreerde leden en bankrekeningen te beschermen tegen gerechtelijke vervolgingen. Het CDR werd vlak voordat het referendum plaats vond ad hoc opgericht. In eerste instantie heette zij het Commitee ter Bescherming van het Referendum. Later werd zij omgedoopt tot Commitee ter Bescherming van de Republiek. De organisatie bestaat doorgaans uit jongeren. Veel brandweerlieden die de burgers tijdens het referendum beschermden tegen de klappen van de Guardia Civil en Policia Nacional, zijn er lid van.


2. Vlak voor de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona werden in opdracht van rechter Baltasar Garzón 45 mensen gearresteerd. Zij werden verdacht van lidmaatschap van de toen inmiddels opgeheven Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging Terra Lliure (Vrije Grond). Zij zouden in het bezit zijn van explosieven en ander materiaal om tijdens de Spelen een aanslag te plegen. Wegens gebrek aan bewijs werden zij na de Spelen vrijgelaten, want er waren helemaal geen explosieven of iets van dergelijke aard te vinden. De arrestaties hadden slechts tot doel om iedere uiting van Catalaanse onafhankelijkheid tijdens de Olympische Spelen te smoren. Zeventien van hen werden door de Spaanse politie gemarteld. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mensen in Straatsburg veroordeelde Spanje in 2004 omdat zij de martelingen nooit heeft onderzocht. Maar er is sindsdien weinig veranderd. In 2017 blokkeerden de CDR leden Tamara Carrasco en Adrià Carrasco een snelweg uit protest tegen de politieke gevangenen en de interventie van de Catalaanse autonomie. Een fluitje en een papieren masker van president Puigdemont waren voldoende om Tamara te arresteren en aan te klagen wegens terrorisme. Zij werd op vrije voet gesteld maar, ondanks dat de aanklacht wegens terrorisme was ingetrokken, mocht zij 14 maanden lang haar dorp Viladecans niet verlaten. Adrià Carrasco vluchtte naar België en verblijft daar nog steeds.

Please follow and like us:
error

Aanstaande vonnissen en herverkiezingen

(1480 woorden)

Aanstaande vonnissen
We staan aan de vooravond van de publicatie van de gerechtelijke uitspraken tegen de Catalaanse politici die het referendum voor de Catalaanse onafhankelijkheid van 1 Oktober 2017 organiseerden en de leiders van de burgerbewegingen die dit referendum ondersteunden. Men verwacht deze uitspraak in de eerste helft van Oktober. De openbare aanklager van het Spaans Hooggerechtshof weet zelfs te vertellen dat de uitspraak op 12 Oktober zal vallen (om maar een idee te geven hoe de machten in Spanje gescheiden zijn). De leiders van de burgerorganisaties zitten op 16 Oktober namelijk twee jaar lang in voorhechtenis en zouden dan moeten worden vrijgelaten. Daarnaast doet het Europese Hof van Justitie op 14 Oktober een uitspraak of vicepresident Junqueras juridische onschendbaarheid geniet als lid van het Europees Parlement. Het Hooggerechtshof wil voorkomen dat zij Junqueras niet kan veroordelen na een uitspraak door het Europese Hof in zijn voordeel.

Alles wijst er op dat de veroordelingen zwaar zullen zijn en moeten dienen als voorbeeldstraffen tegen iedere poging om Catalonië van Spanje af te scheiden. De huidige Catalaanse president Quim Torra heeft aangekondigd dat hij de gerechtelijke uitspraak van het Hooggerechtshof alleen zal respecteren indien de politici en burgerleiders vrijgesproken zullen worden. Voor de rest weet niemand of en welke plannen hij in petto heeft. Gezien de verdeeldheid onder de Catalaanse politieke partijen is de verwachting echter niet erg hoog gespannen. Vanuit onbekende hoek, maar zeer waarschijnlijk vanuit de burgerbeweging of vanuit een club ongeorganiseerde burgers, ontstond de afgelopen dagen een beweging met de naam ‘Democratische tsunami’. In haar publicatie op Twitter beweert de beweging dat ‘we de huidige toestand veranderen zullen’. De nacht daarvoor waren in verschillende steden aanplakbiljetten met dezelfde tekst opgehangen. De publicatie kreeg bijval van alle leiders van de verschillende Catalaanse onafhankelijkheidspartijen. Velen denken en hopen dat de verdeeldheid nu eindelijk voorbij is.

Dat de zaak onder de bevolking broeit bleek ook uit de protestdemonstratie die gisteren, 20 September, werd gehouden. Het was de tweede verjaardag van de huiszoekingen op de Catalaanse ministeries door de Guardia Civil en een tiental arrestaties in de aanloop naar het referendum op 1 Oktober 2017. In navolging van de uitspraak van Jordi Cuixart (de leider van de burgerbeweging Omnium Cultural), tegenover de rechters van het Hooggerechtshof, riepen de demonstranten ‘We zullen het weer doen’. Daarin bedoelen zij het referendum als actie van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de Spaanse Staat. Want die dag verloor Spanje, naast haar geloofwaardigheid als een democratie, de controle over het grondgebied Catalonië. We zullen het weer doen.

Herverkiezingen
In Spanje zullen op 10 November wederom vervroegde verkiezingen plaats vinden. Het zal de vierde keer binnen vier jaar zijn dat de Spanjaarden worden opgeroepen om naar de stembus te gaan. Gedurende deze vier jaren werd Spanje amper geregeerd (er werden slechts 32 wetten aangenomen tegen 175 normaal) en moet zij het nog doen met de jaarbegroting van 2017. De politieke chaos in Spanje is een ramp voor het land en brengt haar naar de rand van de afgrond. Sinds de regering vanaf de verkiezingen van 28 April demissionair is, worden bovendien de toeleveranciers van de autonome gebieden, zoals die voor onderwijs en gezondheidszorg, niet uitbetaald waardoor deze diensten steeds minder gegarandeerd worden. De politieke crisis is de grootste binnen Europa sinds de Griekse crisis in 2004.

Aanleiding
In Mei 2018 diende de PSOE een motie van wantrouwen in tegen de Partido Popular (PP) regering van Rajoy. De corruptieschandalen spoten zijn oren uit en de positie van de PP regering was uiteindelijk zelfs voor Spaanse begrippen onhoudbaar geworden. De Catalaanse onafhankelijkheidspartijen CiU en ERC steunden de PSOE in haar motie en het vormen van een nieuwe regering. Zij trachtten daarmee de PSOE alsnog over te halen dat zij het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen zou respecteren. Ondanks dat de PSOE met de PP had ingestemd om de Catalaanse autonomie onder grondwetsartikel 155 op te schorten en de verantwoordelijke politici gerechtelijk te vervolgen als gevolg van het referendum van 1 Oktober 2017, steunden de Catalaanse partijen de regering van Pedro Sánchez. Maar uiteindelijk verloor Sánchez deze steun omdat hij standvastig een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid bleef weigeren. Dit resulteerde in de vervroegde verkiezingen op 28 April. Na deze verkiezingen werd de Spaanse socialistische partij PSOE als grootste partij gekozen. Sánchez had succes door de stem te vragen als rem tegen de verrechtsing (PP en Ciutadans) en het fascisme (Vox). Samen met de linkse partij Podemos, welke tijdens de economische crisis uit onvrede tegen de gevestigde machten was ontstaan, vormden zij een meerderheid in het Congres van afgevaardigden. Hoewel beide partijen in theorie van linkse signatuur zijn en daardoor natuurlijke bondgenoten zijn, kon Pedro Sánchez het niet met de leider van Podemos, Pablo Iglesias, eens worden.

Podemos kan niet worden verweten dat zij niet alles geprobeerd heeft om een coalitie te vormen met de PSOE. Zo stelde Iglesias uiteindelijk voor dat hijzelf niet in de regering zou deelnemen indien hij een persoonlijk obstakel zou vormen. De antimonarchie partij vroeg zelfs de steun van koning Felipe VI (ondanks dat de koning zich niet inhoudelijk met politiek kan bemoeien), door tijdens de informatierondes aan hem te vragen of deze er bij de PSOE op aan wilde dringen om tot een akkoord te komen. Maar de werkelijke reden dat het niet tot een akkoord kwam, is dat Podemos het recht op zelfbeschikking van Catalonië respecteerde. Uiteindelijk zwoer de partij al haar principes af, inclusief het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen. In de laatste uren voordat de deadline afliep waarbinnen een overeenkomst moest worden gesloten, beloofde Iglesias zelfs dat hij het opnieuw uitvaardigen van grondwetsartikel 155 zou steunen. Maar het mocht niet baten. Sánchez wilde Podemos niet als coalitiepartner in zijn regering.

Pedro Sánchez hoeft zijn kiezers niet meer te vragen om op hem te stemmen om de opkomst van ultra rechts te stoppen, want het is nu bewezen dat hij geen linkse regering wil. Ondanks zijn verkiezingsbelofte om rechts af te remmen, drong hij er bij de PP en Ciutadans op aan zich van stem te onthouden zodat hij een meerderheid zou hebben om te kunnen regeren zonder de steun van de Catalanen. De leider van de socialistische partij PSOE blijkt in de praktijk dus veel rechtser dan hij zegt te zijn en wil dus eigenlijk met helemaal niemand een regeringscoalitie vormen. Hij wil alleen regeren met slechts de steun van iedere willekeurige politieke partij, zij het Vox, PP, Ciutadans, Podemos of de kleine regionale partijen zolang deze niet Catalaans zijn. De Catalaanse onafhankelijkheidspartijen schuwt Sánchez alsof zij door de pest zijn besmet en, hoewel ERC haar stem gaf voor een linkse coalitie met Podemos, wilde hij zelfs van geen enkele onvoorwaardelijke steun vanuit deze hoek weten. Sinds de verkiezingen van 28 April heeft hij daarom ook nooit een onderhoud met de Catalaanse partijen gehad.

Excuus voor nog meer Catalaanse onderdrukking
Met de aankondiging van de verkiezingen laait ook de retoriek tegen de Catalanen weer op. De formule is simpel: wie het meest anti-Catalaanse is, trekt de meeste stemmen. Vox, Partido Popular en Ciutadans stellen al geruime tijd voor om de Catalaanse autonomie per direct op te heffen, de regionale publieke omroep af te sluiten en de scholen onder Spaans toezicht te stellen zonder dat daar een speciale aanleiding voor is. De PSOE wacht liever totdat de Catalaanse leiders een actie van wettelijke ongehoorzaamheid begaan. Welke en hoe groot is om het even. Al was het maar vanwege een spandoek of een gele strik aan het balkon van het paleis van de Catalaanse regering als protest tegen de politieke gevangenen.

Ook de Spaanse justitie draagt haar politieke steentje bij door van de Catalaanse president Quim Torra te eisen dat hij binnen 48 het spandoek moet verwijderen omdat dit de neutraliteit van de overheid tijdens de verkiezingscampagne (welke pas over ruim een maand begint) zou beïnvloeden. Torra, tegen wie reeds een proces loopt vanwege hetzelfde feit tijdens de verkiezingen van 28 April, heeft te kennen gegeven dat hij dit niet zal doen omdat daarmee de vrijheid van meningsuiting wordt geschonden. De kans is reëel dat Torra binnenkort wordt veroordeeld en uit zijn functie wordt gezet.

Indien de gevangen leiders schuldig worden bevonden bestaat daarnaast de mogelijkheid dat de Catalaanse politieke partijen illegaal zullen worden verklaard en zodoende niet met de Spaanse verkiezingen mee kunnen doen. De Spaanse Staat (haar politici, de media, justitie en de sociaal economische machten), zal er alles aan doen om het huidige regiem onder leiding van de opvolger van Franco, koning Felipe VI, te behouden. De kring van Spaanse politici die geneigd zijn om ‘artikel 155’ toe te passen is wijdverbreid van Vox, Ciutadans, PP, PSOE tot aan Podemos die zich recent bij de club heeft gevoegd. Afgezien van een enkele regionale partij uit Baskenland is daarmee nu iedere Spaanse politieke partij in het Congres voorstander voor het opheffen van de Catalaanse autonomie.

Met de aanstaande uitspraken van het Hooggerechtshof tegen de Catalaanse gevangenen en de te verwachten reacties daarop vanuit de Catalaanse gemeenschap is het zelfs niet ondenkbaar dat de Catalaanse autonomie reeds voor de verkiezingen zal worden opgeheven. Al was het maar uit electoraal winstbejag van de regeringspartij PSOE. Een nieuwe confronatie tussen Catalonië en Spanje is in aantocht.

Please follow and like us:
error

Catalonië dag

(980 woorden)

De nationale dag van Catalonië valt op 11 September. Het is geen feestdag, maar een herdenkingsdag omdat zij op 11 September 1714 haar zelfstandigheid verloor. Op die dag viel de stad Barcelona na een lange belegering door Filips V van Bourbon. Het massagraf van de gevallen soldaten (Fossar de les Moreres) is nog te vinden in de Gotische wijk. Er bevindt zich een ijzeren boog van zo ‘n drie meter hoog als monument met daar bovenop een eeuwige vlam.

Na de val van Barcelona bezette het leger van Filips V op buitensporig bloedige wijze Barcelona. Als strafmaatregel werd de Catalaanse generaal Moragues, die het verzet leidde, aan de wurgpaal geëxecuteerd, zijn lichaam gevierendeeld en zijn hoofd in een ijzeren kooi bij de toegangspoort van Barcelona gedurende twaalf jaren opgehangen. De executie moest als voorbeeld dienen zodat het volk zich aan de tirannie van Bourbon zou onderwerpen.

In deze zogenaamde opvolgingsoorlog werden dorpen en steden in geheel Catalonië platgebrand en inwoners vermoord. Ook in Valencia en op de Baleaar eilanden plunderden en moorden de legers van de koning van Bourbon er lustig op los. De Catalaanse taal werd verboden en de Castiliaanse overheerser trachtte de Catalaanse cultuur en identiteit te vernietigen. Sindsdien zijn Catalonië, Valencia en de Baleaar eilanden ingelijfd bij het Spaanse koninkrijk.

Momenteel is de nakomeling van Filips V van Bourbon, Filips VI, koning van Spanje. Zijn vader, Juan Carlos, werd door dictator Franco aangewezen als zijn opvolger. Na Franco ‘s dood werd tussen de Spaanse, Catalaanse en Baskische politici en onder toezicht van het leger, een nieuwe grondwet opgesteld. Het leger eiste dat de eenheid van Spanje in de grondwet zou worden gegarandeerd. Deze periode wordt de ‘democratische overgang’ genoemd. En iedereen geloofde dat Spanje, met een koning die door een dictator werd aangewezen, op wonderbaarlijke wijze van de ene op de andere dag was omgetoverd tot een democratie. Spanje trad toe tot de NAVO en de EU en zij gedroeg zich, met name naar buiten toe, zo democratisch mogelijk als zij kon. De socioloog Cardús beschrijft  (in het Catalaans) dat de garantie van de Spaanse eenheid een vrije democratie in de weg staat. Het opleggen van een enkele culturele en taalkundige identiteit onderdrukt de pluraliteit van de Spaanse multiculturele samenleving en leidt er uiteindelijk toe dat haar naties geen recht op zelfbeschikking hebben.

De politieke ontwikkelingen in Catalonië van de afgelopen tien jaren, waarin de democratisch gekozen leiders herhaaldelijk vroegen om een referendum te mogen houden over de Catalaanse onafhankelijkheid, bewijzen dit. Vooral het gewelddadig politieoptreden tegen de stemmers van het referendum, dat uiteindelijk zonder toestemming van de Spaanse autoriteiten werd gehouden, staat nog op ieders netvlies gebrand. De Catalaanse president Carles Puigdemont, enkele van zijn ministers en andere politici weken uit naar België, Schotland en Zwitserland. Duitsland weigert de Catalaanse president uit te leveren voor de absurde aanklacht van gewelddadige oproer. Zijn vicepresident Junqueras, enkele van zijn ministers, de voorzitster van het Catalaanse Parlement en de leiders van burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural zitten nu bijna twee jaar in voorarrest gevangen. Het juridisch proces tegen hen is volgens internationale waarnemers een farce. De werkcommissie voor willekeurige gevangenneming (WGAD) van het Hoge Commissariaat Mensenrechten van de VN eist onmiddellijke vrijlating. Maar de Spaanse justitie trekt zich er niets van aan, terwijl de Spaanse regering de leden van deze commissie probeert te besmeuren vanwege partijdigheid.

We staan nu aan de vooravond van de uitspraak van deze juridische farce. Deze zal in de eerste helft van Oktober plaats vinden. Want het Spaanse Hooggerechtshof wil voorkomen dat het Europese Hof van Justitie een uitspraak doet dat Junqueras, als juridisch beschermt lid van het Europese Parlement, moet worden vrijgelaten terwijl hij nog niet is veroordeeld. Daarnaast zitten de leiders van de burgerbewegingen, de Jordi ‘s, op 16 Oktober twee jaar in voorarrest en zouden dan volgens de Spaanse wet moeten worden vrijgelaten. Gezien de toespraken van de voorzitter van het Hooggerechtshof en van de Hoge Juridische Raad, Carlos Lesmes, bij de opening van het nieuwe juridisch seizoen vorige week, traditiegetrouw in het bijzijn van de koning, verwacht men zware straffen die als voorbeeld moeten dienen als waarschuwing tegen de huidige Catalaanse politieke leiders en haar bevolking. Het zal niet de eerste keer zijn dat Spanje voorbeeldstraffen uitdeelt.

Ondertussen kunnen de politieke leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging het met elkaar maar niet eens worden over een gezamelijke strategie als antwoord op de uitspraak. Terwijl de één herverkiezingen wil omdat zijn partij deze zou winnen (ERC), wil de ander acties van burgerlijke en institutionele ongehoorzaamheid (JxCAT, CUP). Als gevolg van de juridische vervolgingen is er duidelijk sprake van verwarring, angst en een groot gebrek aan politieke leiding. Daar komt bij dat enkele politieke partijen nauw naar hun leiders luisteren die in de gevangenis zitten. Een cruciale fout, zoals Sun Tzu (De kunst van het oorlogvoeren, 544 – 496 v.C.) reeds opmerkte: ‘Soldaten mogen nooit bevelen opvolgen van een generaal die door de vijand gevangen genomen is.’

Onder deze omstandigheden kwamen we afgelopen Woensdag weer bijeen om te protesteren tegen de schendingen van de mensenrechten en de ondemocratische praktijken van Spanje. Volgens de politie van Barcelona kwamen er 600.000 manifestanten, een dubieus lage schatting met zeer waarschijnlijk politieke bijbedoelingen van het socialistische hoofd van de gemeentepolitie. Weliswaar kwamen dit keer minder mensen dan in vorige jaren, maar het was nog steeds een protestdemonstratie die in Europa qua omvang en persistentie haar weerga niet kent. Ook de glimlach en de feestelijke sfeer was voor een deel verdwenen. Na tien jaar van protesteren en waar de eigen politieke leiders het af laten weten, is dit niet verwonderlijk. De onvrede onder de Catalaanse bevolking over haar politici is groot. Maar wie denkt of wil doen geloven, zoals de Spaanse media, dat de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging een eendagsvlieg is, vergist zich lelijk en zou eens bedrogen uit kunnen komen. De Catalanen zullen blijven volhouden totdat zij hun doel van onafhankelijkheid, vrijheid en democratie hebben bereikt.

Please follow and like us:
error

Het kasteel van Moncloa

door Vicenç Villatoro, krant Ara

(280 woorden)

Een grote deugd van Jordi Cuixart (voorzitter van de Catalaanse burgerbeweging Omnium Cultural welke bijna twee jaar gevangen zit in afwachting op de gerechtelijke uitspraak, vert.) is zijn capaciteit om gewone, logische en redelijke voorstellen te doen. Maar binnen de kromme situatie van de Spaanse politiek lijken deze voorstellen op onvoorstelbare grappen. Het probleem is niet het voorstel, het is de situatie. Wetend dat (demissionair president, vert.) Sánchez een gespreksronde heeft geopend met de sociale entiteiten van de samenleving, heeft Cuixart in naam van Omnium een ontmoeting met hem aangevraagd. Omnium is één van de grootste en sterkste verenigingen op het Iberische schiereiland zowel met betrekking tot het aantal leden als haar sociale invloed. De burgerbeweging heeft erg veel dingen te vertellen en om naar te luisteren. Omdat zij geen politieke entiteit is, is zij niet iemand voor politieke onderhandelingen. Zij is een entiteit om naar te luisteren en te begrijpen. Maar de aanvraag van Cuixart wordt geweigerd alsof het een buitensporigheid is. Want Pedro Sánchez wil niet luisteren en wil niet begrijpen. Hij zit daar in zijn Moncloa kasteel (het presidentieel verblijf, vert.) met zijn eigen logica, in een wereld vol gebogen spiegels waar niet iedere realiteit welkom is. Je kunt er alleen binnenkomen als je je vooraf uitspreekt als de heilige en verstandige onderworpene die afziet van zijn doelstellingen. Zoals iedereen die in dit kasteel woont, is Sánchez er van overtuigd dat wat je niet hoort ook niet bestaat. Half Catalonië bestaat niet. Zij is buitengesloten. Vanuit het kasteel ziet men alleen wat er binnen in het kasteel bestaat. En het kasteel van Moncloa lijkt iedere dag sterker op het kasteel van Kafka.

Please follow and like us:
error

Het Catalaanse conflict, een overzicht

Gevolgen zwaarder dan Brexit
Nu het zomerreces is aangebroken is er, afgezien van de nieuwe informatierondes die demissionair president Pedro Sánchez onderhoudt voor een nieuwe regering, ook enige politieke rust in Spanje. Hoewel de internationale media af en toe slechts over concrete gebeurtenissen berichten, wil dat niet zeggen dat het Catalaanse conflict achter de rug is. Integendeel; wachtend op de gerechtelijke uitspraak tegen de Catalaanse burgerleiders en politici, broeit er wel degelijk iets onder de bevolking en in politieke kringen. De impact hiervan zou wel eens groter kunnen zijn dan de uittreding van Groot Brittannië uit de EU zonder een overeenkomst. Meer eerst even een overzicht van de gebeurtenissen die hiertoe hebben geleid.

(3000 woorden)

Het referendum
Op 1 Oktober 2017 vond het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid plaats. Al sinds 2012 hadden de Catalanen en hun politieke leiders de Spaanse overheid op allerlei manieren en via verschillende wegen gevraagd om een referendum over zelfbeschikking te mogen houden. Ieder jaar werd op de Catalaans nationale feestdag een protestbijeenkomst gehouden waar ruim een miljoen mensen, oftewel één op de zeven inwoners van Catalonië, aan deelnamen. Maar het was altijd een resoluut ‘Nee’. Zowel volgens het internationaal recht als de Spaanse wetgeving stonden de Catalanen met hun vraag over zelfbeschikking volledig in hun recht. In de politiek geldt het recht net zoals in het verkeer: wanneer je voorrang hebt omdat je op een kruising van rechts komt, ga je niet net zo lang stoppen en wachten totdat links stopt en je die voorrang verleent. Uiteindelijk koos de Catalaanse regering, onder dwang van de oppositie partij La CUP welke dreigde met een motie van wantrouwen, om eenzijdig het referendum te organiseren. Er werd in het Parlement een referendumwet overeengekomen dat indien voor de Catalaanse onafhankelijkheid gekozen zou worden, binnen tien dagen de juridische overgangswet, een voorlopige grondwet, in werking zou treden en de Catalaanse Republiek zou worden uitgeroepen. Op 1 Oktober werd het referendum gehouden. De Spaanse overheid probeerde met buitenproportioneel politiegeweld het referendum te ontaarden in een rel. De stemmers boden echter vreedzame weerstand en lieten zich niet verleiden tot geweld. Wel verkeerde het overgrote deel van de Catalaanse bevolking in een totale shock van verontwaardiging en vernedering. Nooit had men verwacht dat de Spaanse staat op een dergelijke brute wijze tegen haar eigen bevolking zou optreden. En zeker niet voor het uitoefenen van een vreedzame, democratische actie zoals het uitbrengen van een stem. En nooit had men verwacht dat een Europese Unie dit allemaal zo lamlendig zou toestaan en de onderdrukker zelfs zou steunen. De emotionele shock door de beleefde gebeurtenissen van die dag en de gerechtelijke vervolgingen die daarop volgden, duurt voort tot aan de dag van vandaag. Maar uiteindelijk vond er een heus legaal en legitiem referendum plaats en koos 92% van de stemmers voor de Catalaanse onafhankelijkheid. Van de stemgerechtigden nam in totaal 43% deel. De rest had geen interesse, geloofde de regering van Rajoy dat het referendum illegaal zou zijn, wilde het referendum boycotten of liet zich door het politiegeweld afschrikken. Maar zoals in iedere democratie geldt ook hier dat wie niet gaat stemmen, ook niet wordt meegerekend in de uitslag. De Spaanse politie, de Guardia Civil en de CNI (inlichtingendienst) waren niet in staat geweest het referendum tegen te houden. Het stond 1-0 voor de Catalanen tegen de Spaanse staat.

De politieke nasleep
Nadat het resultaat van het referendum officieel bekend en goedgekeurd werd door de Catalaanse Kiescommissie, verkondigde president Carles Puigdemont op 10 Oktober de onafhankelijkheid van de Republiek. Hij schortte deze onafhankelijkheidsverklaring echter per direct weer op om overleg met ‘Spanje’ mogelijk te maken, zoals hem was beloofd door de voorzitter van de Europese raad, Donald Tusk. Na deze opschorting van de Catalaanse Republiek liet Tusk echter niets meer van zich horen om als intermediair tussen de Spaanse en Catalaanse overheden op te treden. Op 26 Oktober eiste de president van Spanje, Rajoy, dat Puigdemont herverkiezingen zou uitschrijven. Zoniet, dan zou hij de Catalaanse autonomie opschorten aan de hand van grondwetsartikel 155. Dit artikel zegt dat ‘de centrale regering haar wil aan een ongehoorzame autonome regering mag opleggen’. Puigdemont kreeg echter geen garantie van Rajoy dat hij af zou zien van ‘artikel 155’, en weigerde daarom herverkiezingen uit te schrijven. Op 27 Oktober nam het Catalaanse Parlement een motie aan waarin alsnog de Catalaanse Republiek werd verklaard. De unionistische partijen hadden voor het stemmen de vergaderzaal verlaten. De motie werd echter niet in de Catalaanse Staatscourant gepubliceerd en is daarom (nog steeds) niet rechtsgeldig.

Politici uitgeweken
Puigdemont en zijn volledige regering weken in de daaropvolgende dagen uit naar België(1). Later verklaarden Puigdemont en enkele andere politici dat de Spaanse overheid met militair geweld wilde ingrijpen. Hoewel deze stoute bewering nooit helemaal zal kunnen worden geverifieerd, werd zij ondersteund door de verhoogde activiteit rond de kazernes in en nabij Catalonië en op de militaire afdelingen van het vliegveld El Prat van Barcelona. Voor Puigdemont was dit de reden om uit te wijken naar het buitenland. Want, zo zei hij, ‘De onafhankelijkheid van Catalonië is geen enkel mensenleven waard’.

Opschorting autonomie en opgelegde verkiezingen
Met de steun van de socialistische partij PSOE in de Spaanse Senaat voerde Rajoy grondwetsartikel 155 in, ontsloeg de regering van Puigdemont, ontbond het Catalaanse Parlement en schreef binnen de kortst mogelijke termijn herverkiezingen uit in de hoop dat de Catalaanse ‘opstandelingen’ deze zouden verliezen (2). In Catalonië is alleen haar president gemachtigd tot het uitschrijven van herverkiezingen. Indien deze ziek zou worden of zou overlijden, dan moet het Catalaanse Parlement een nieuwe president kiezen alvorens zij kan worden ontbonden. Rajoy ging met het ontslaan van de Catalaanse regering ver zijn boekje, de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut te buiten. De gerechtelijke macht, waaronder het Constitutioneel Hof, steunde Rajoy echter met deze ‘interne staatsgreep’. Pas wanneer een nieuwe Catalaanse regering zou zijn ingesteld, zou de autonomie weer worden teruggegeven. De verkiezingen werden op 21 December 2017 gehouden en werden, ondanks allerlei tegenwerkingen van de Spaanse Centrale Kiescommissie, opnieuw door de onafhankelijkheidsbeweging gewonnen. De gehele ‘operatie 155’ van de Spaanse overheid was daarmee uitgelopen op een groot fiasco. Het stond 2-0 voor de Catalanen. Het was aan de Spaanse gerechtelijke macht, bij monde van onderzoeksrechter Llarena, om deze mislukking recht te zetten. Puigdemont werd verboden om zich als presidentskandidaat in het Catalaanse Parlement te presenteren door middel van een video conferentie. (De grenzen en de omgeving van het Parlement werden zwaar bewaakt om Puigdemont te arresteren indien hij het zou wagen voet op Spaanse bodem te zetten.) Later ontnam Llarena hem het lidmaatschap van dit Parlement. Het zou niet bij deze ene keer blijven dat de gerechtelijke macht direct haar invloed op de politiek uitoefent. Pas nadat drie presidentskandidaten de revue hadden gepasseerd, accepteerde de Spaanse justitie de nieuwe president van Catalonië. Weliswaar werd na de nieuwe regering artikel 155 opgeschort, maar Catalonië staat nog steeds onder financiële controle en iedere politieke beweging wordt nauwkeurig in de gaten gehouden. Men kan gerust stellen dat Catalonië zich momenteel onder de noodtoestand of staat van beleg verkeert. Daar dit in bedekte vorm plaats vindt, heeft de Spaanse regering daarvoor geen toestemming aan het Congres hoeven te vragen.

Vervolging van de politici: gevangen en in ballingschap
Nadat Puigdemont, vicepresident Oriol Junqueras en de ministers door de Audiencia Nacional werden opgeroepen voor verhoor, keerden een aantal van hen terug naar Spanje en meldden zich vrijwillig bij de rechter. Ook de presidente van het Catalaanse Parlement, Carme Forcadell, meldde zich vrijwillig nadat zij was opgeroepen voor verhoor. Allen werden toen gevangen gezet met als reden dat zij vluchtgevaarlijk zouden zijn. Met uitzondering van Junqueras en de minister van binnenlandse zaken, Joaquim Forn, werden zij na het betalen van hoge borgsommen vrijgelaten. Dit geld werd voornamelijk door de burgerbewegingen bijeengebracht (3). Junqueras en Forn zitten sinds 4 November 2017 voorwaardelijk gevangen. De eersten die gevangen genomen werden waren echter de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart (4). In Mei 2018 werden de presidente van het Catalaanse Parlement en de ministers van de regering Puigdemont die zich in Spanje bevonden, opnieuw opgeroepen voor verhoor wegens ‘nieuw opgedoken feiten’. Zij werden toen opnieuw gevangen gezet en zijn sindsdien niet meer vrijgelaten wegens ‘vluchtgevaar’ en ‘wegens het gevaar om terug te vallen in criminele activiteiten’ omdat zij zich verkiesbaar hadden gesteld en opnieuw lid waren geworden van het Catalaanse Parlement. Één van de hen, Jordi Turull, had zich de dag er voor als president van Catalonië in het Parlement gepresenteerd, maar de eerste stemming verloren. De dag na zijn gevangenneming zou de tweede stemming hebben moeten plaats vinden.

De gevangenen werden aangeklaagd wegens oproer. Voor deze aanklacht moet echter gebruik zijn gemaakt van georganiseerd en militair geweld. De enige die echter geweld hadden gepleegd, waren de Spaanse politie en de Guardia Civil tegen de stemmers op de dag van het referendum. Afgelopen Februari begonnen de hoorzittingen. Deze duurden drie maanden en er werden rond de 450 getuigen en onafhankelijke specialisten gehoord. In Juni liepen de hoorzittingen af en het is nu wachten op de veroordelingen. Deze worden rond Oktober verwacht. Gedurende de rechtszittingen werden er geen internationale waarnemers tot de zaal toegelaten. Zij moesten daarom zelf een plaatsje op de publieke tribune zien te veroveren.

De waarnemers zijn doorgaans van mening dat er geen eerlijke rechtszaak heeft plaats gevonden en dat er vele rechten van de aangeklaagden en hun verdediging zijn geschonden. Een enkele waarnemer spreekt in zijn rapporten van een farce.

De zaak van de Catalaanse gevangenen werd ook aangeklaagd bij het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN, gezeteld in Geneve. De VN Werkroep voor willekeurige gevangenneming (Workgroup of Arbitrary Detention, WGAD) van dit Commissariaat oordeelde dat de Catalaanse leiders onterecht gevangen zitten en per direct moeten worden vrijgelaten. In tegenstelling tot Turkije en Egypte geeft Spanje geen gehoor aan de VN werkgroep. De Spaanse regering probeerde daarentegen de leden van de werkgroep achteraf in diskrediet te brengen wegens partijdigheid en belangenverstrengelingen.

Vervolging Puigdemont
De politici in ballingschap die op 21 December 2017 opnieuw werden gekozen, waaronder president Puigdemont, werden het lidmaatschap van het Catalaanse Parlement door onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof, Llarena, ontnomen. Tegen Puigdemont en drie van zijn ministers die in het buitenland bleven werd een Europees opsporings-en uitleveringsbevel uitgevaardigd. Zij meldden zich toen vrijwillig bij de justitie in België en Schotland (5). Het uitleveringsbevel werd later door Llarena ingetrokken daar deze voorzag dat het uitleveringsverzoek door België zou worden geweigerd wegens de vele ‘procedure fouten’ en rechtenschendingen en hij een negatief oordeel wilde voorkomen om niet het imago van de Spaanse justitie te schaden. Later voerde Llarena opnieuw een uitleveringsbevel tegen Puigdemont uit. Deze werd toen door de Duitse justitie aangehouden en gedurende twee weken in bewaring gesteld. Na drie maanden oordeelde de rechtbank van Sleeswijk Holstein dat Puigdemont niet gewelddadig was geweest en daarom niet wegens rebellie of oproer kon worden uitgeleverd. Llarena trok het uitleveringsbevel daarop opnieuw in, want hij wilde Puigdemont niet enkel berechten wegens misbruik van overheidsgeld. De weigering van de Duitse justitie om Puigdemont uit te leveren was een zware nederlaag voor Llarena en de Spaanse gerechtelijke macht in het algemeen. Als leider van de ‘criminele organisatie’, zoals de politici door de Openbare Aanklager worden genoemd, koos het OM vicepresident Oriol Junqueras uit om geen juridische tegenstrijdigheden op te werpen. Puigdemont zou volgens de aanklagers geen rol van betekenis in de rebellie hebben gespeeld en wordt in de processtukken niet bij naam genoemd.

Onenigheid tussen Catalaanse partijen
Tijdens de politieke ontwikkelingen in Oktober 2017 bleek al dat er grote meningsverschillen tussen de twee coalitiepartijen ERC en PDECat, welke de lijst JxCat (Samen voor Catalonië) vormden, bestonden. Het fijne van wat er die dagen zich precies heeft afgespeeld is nog steeds onduidelijk. Maar Puigdemont wil geen volledige openbaarheid geven omdat dit de gerechtelijke uitspraak van de politieke gevangenen zou kunnen beïnvloeden. Hoe het ook zij, er bestaat een diepe verdeeldheid tussen de twee grote Catalaanse politieke groeperingen. Het lijkt er op dat Puigdemont vanuit Brussel aan de ene kant en Junqueras vanuit de gevangenis aan de andere kant, grote invloed hebben op de dagelijkse beslissingen van hun politieke groeperingen. Dit leidde er toe dat de partijen niet samen wilden gaan in de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen 28 April. ERC meent dat het beter is om gescheiden de verkiezingen in te gaan om daarmee meer stemmers voor de Catalaanse onafhankelijkheid te verkrijgen. Zij lonkt daarmee met name naar de linkse groepering Podem die zich nooit voor of tegen de Catalaanse onafhankelijkheid heeft willen uitspreken. Als gevolg van het ontbreken van een duidelijk beleid met betrekking tot het Catalaanse conflict, werden in veel grote steden in Catalonië coalities tussen onafhankelijkheidspartijen en unionistische partijen gesloten. ERC gaf bijvoorbeeld zonder enig voorbehoud steun aan Podem in de gemeenteraad van Barcelona. Deze vormde vervolgens een coalitie met de unionistisch socialistische partij PSC, de Catalaanse afdeling van PSOE, en kreeg bovendien de steun van de extreem rechtse en unionistische partij Ciutadans. JxCat-PdeCat gaf op haar beurt direct steun aan PSC in het provinciaal bestuur van Barcelona. Als klap op de vuurpeil onthield ERC zich van stem in het Spaanse Congres waardoor zij een regering van de PSOE socialist Pedro Sánchez niet in de weg zou staan. Sánchez haalde het echter niet, daar de socialisten de onderhandelingen met Podemos lieten vastlopen. ERC geeft blijkbaar de voorkeur aan een Spaanse linkse regering die medeverantwoordelijk is voor de opschorting van de Catalaanse autonomie en haar voorzitter en andere partijleden gevangen houdt, dan herverkiezing met de mogelijkheid dat de extreem rechtse partij PP, de ultrarechtse Ciutadans en de fascistische Vox zullen winnen. Het mag duidelijk zijn dat de verdeeldheid onder de Catalaanse politieke partijen tot grote ergenis van hun stemmers leidt en de woorden ‘kiezersbedrog’ en ‘verraad’ al vaak is gevallen. Voor het merendeel is deze verdeeldheid te danken aan het feit dat Spanje de Catalaanse burgerleiders en politici gevangen houdt en hen als gijzelaars gebruikt. Het is te hopen dat de politieke groeperingen langzaamaan beginnen te begrijpen dat ze hun aanhang zullen verliezen indien men onderling zo verdeeld blijft. Ook binnen de burgerorganisaties was de eenheid soms behoorlijk zoek. Na de gevangenneming van hun leiders vond er nagenoeg geen overleg meer plaats.

De nabije toekomst
Momenteel wacht men op de gerechtelijke uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof tegen de Catalaanse gevangenen. Deze wordt komend najaar verwacht en men denkt dat er zware gevangenisstraffen zullen worden opgelegd.

In de aanloop naar de jaarlijkse protestdemonstratie van 11 September en met de vonnissen in het vooruitzicht beginnen Omnium Cultural en het ANC echter weer enige toenadering tot elkaar te zoeken. Het onafhankelijkheidsstreven van de Catalaanse bevolking blijft echter onveranderd. Langzaam maar zeker kruipt de samenleving uit haar shocktoestand van de gebeurtenissen rond het referendum en begint men te zoeken naar een gemeenschappelijke strategie als reactie op de veroordelingen tegen hun leiders. Velen vinden dat er harde, maar altijd vreedzame, acties moeten worden gehouden zoals een algemene staking voor onbepaalde duur, blokkeringen van de infrastructuren en acties van wettelijke ongehoorzaamheid. Of de Catalaanse politiek zich achter haar bevolking zal scharen is vooralsnog onduidelijk, maar er is ook op dit vlak enige beweging waar te nemen. Afgelopen week meldde dat de Catalaanse president Quim Torra dat hij in gesprek gaat met de La CUP groepering over de jaarbegroting. De regering zal deze oppositiepartij tegemoet moeten komen in de vorm van een duidelijke strategie die uiteindelijk moet leiden tot de Catalaanse onafhankelijkheid.

De Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging en hun politici hebben inmiddels geleerd dat zij een immens groot fascistisch monster tegenover zich hebben staan die er niet voor schuwt de democratie aan de kant te zetten en de mensenrechten te schenden indien dit nodig is om haar eenheid te bewaren. De voormalig leider van de socialistische partij PSOE, Rubalcaba, zei reeds enkele jaren geleden dat Spanje daar ‘alles’ voor zal hebben. En hij behoorde niet eens tot een extreem rechtse partij, om maar een indruk te geven hoe diep het Spaans post-francisme in de samenleving zit ingebakken. Als gevolg van de passieve houding van de Europese leiders, zoals Donald Tusk, of de directe steun aan de EU lidstaat dat de mensenrechten schendt, zoals Juncker en Timmermans die blijven volhouden dat het een interne kwestie van Spanje betreft, is ook het vertrouwen in de Europese Unie gedaald tot een absoluut minimum. De Catalanen weten nu dat ze het helemaal alleen moeten doen en van niemand steun hoeven te verwachten indien de EU daar zelf geen belang bij heeft. De vraag is alleen wanneer de ommezwaai zal plaats vinden van de onvoorwaardelijke steun aan de gevestigde Spaanse staat naar steun aan de nieuwe Catalaanse Republiek. Er is maar één reden te verzinnen: wanneer de portemonnee van Europa in het geding komt. Oftewel het eigenbelang is het enige wat het immorele Europa drijft.

De Spaanse politiek kijkt in ieder geval met grote zorgen het komende najaar tegemoet. Pedro Sánchez zei in zijn betoog als presidentskandidaat dat Spanje geen demissionaire regering kan hebben op het moment dat de gerechtelijke uitspraken tegen de Catalaanse leiders bekend worden gemaakt. De ultrarechtse partijen PP, Ciutadans en Vox, zouden het liefst vandaag nog de Catalaanse autonomie weer willen opschorten. Maar dan voor eeuwig.

  1. Puigdemont en zijn ministers vluchtten niet voor justitie, zoals zo vaak door unionisten wordt beweerd. Want er was op dat moment nog geen opsprings-en arrestatiebevel tegen hen uitgevaardigd.
  2. De Spaanse politiek was, en is nog steeds, er van overtuigd dat een kleine groep politici een gehele bevolking heeft misleid. Na zeven jaren van protesten waar ruim een miljoen mensen aan deelnamen die vroegen om een referendum voor de Catalaanse onafhankelijkheid, heeft men nog steeds niet willen begrijpen dat de onafhankelijkheidsbeweging vanuit de bevolking komt.
  3. In totaal hebben de burgerbewegingen tot nu toe een bedrag in de orde van 10 miljoen Euro aan borg betaald. Dit geld wordt met giften collectes onder de Catalaanse bevolking bijelkaar gehaald.
  4. Cuixart en Sánchez werden op 16 Oktober 2017 gevangen gezet wegens ‘gewelddadige oproer’ op 20 September. Het betrof toen een spontane protestbijeenkomst voor de deur van het Catalaanse ministerie van Economische Zaken waar door de Guardia Civil huiszoeking werd gehouden. Cuixart en Sánchez klommen toen, met instemming, op het dak van een patrouille auto van de Guardia Civil om de protestbijeenkomst af te sluiten en te ontbinden.
  5. De Catalaanse minister van onderwijs, Clara Ponsatí, week uit naar Schotland daar zij voor haar ministerschap een betrekking had op de universiteit St Andrews en daar weer naar terug ging. Zij wordt vervolgd omdat zij de openbare scholen ter beschikking had gesteld als stemlokalen voor het referendum.
Please follow and like us:
error

Nee tegen Spaanse president?

Deze week wordt in Spanje gekenmerkt door de presentatie van Pedro Sánchez, van de socialistische PSOE partij, in het Congres van Afgevaardigden als nieuwe president. In Mei 2018 diende Sánchez een motie van wantrouwen in tegen de toenmalige regering van Mariano Rajoy (Partido Popular, PP) als gevolg van de corruptieschandalen. De Catalaanse onafhankelijkheidspartijen ERC en JxCat steunden de PSOE daarin zonder enige tegenprestatie, in de hoop dat Sánchez open zou staan voor onderhandelingen over een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid. Deze gedachte bleek echter een illusie. Want wat betreft dit thema bleek Sánchez en zijn PSOE partij, die de opschorting van de Catalaanse autonomie onder het mom van grondwetsartikel 155 had medeondertekent, net als de PP onverbiddelijk. Toen Sánchez zijn jaarbegroting in het Congres aan een stemming onderwierp, stemden de Catalaanse partijen tegen uit onvrede daarover. Dit betekende het einde van de gratis ondersteuning aan de socialistische regering en leidde tot de vervroegde verkiezingen op 28 April jongstleden. De derde regering in vier jaar tijd was gevallen als een direct of indirect gevolg van het Catalaanse conflict. Als gevolg van de teleurstellende houding van Sánchez was de verkiezingsbelofte van de Catalaanse onafhankelijkheidsartijen JxCat en ERC dat men een nieuwe Spaanse regering pas zou steunen indien deze bereid zou zijn om te onderhandelen over een Catalaans referendum.

Voor het eerst sinds het Franco regiem verkreeg een ultrarechtse, fascistische partij (Vox) weer zetels in het Spaanse Congres. Een coalitie tussen PP, Ciutadans en Vox haalden echter geen meerderheid om te kunnen regeren. Er vonden informatierondes met koning Felipe VI plaats (deze heeft hierin een politieke rol) en gespreksronden tussen Sánchez, de leider van de meest gekozen partij, en enkele politieke partijen. De meest voor de hand liggende regering zou een coalitie zijn tussen de PSOE en Podemos, beide partijen van linkse signatuur, en met ondersteuning van enkele kleine partijen, zoals de Baskische en de Catalaanse. Volgens de Spaanse wet moet de leider van de grootste partij, of een andere presidentskandidaat, zich binnen drie maanden na de verkiezing in het Congres presenteren met een regeringsvoorstel. Op dat moment zouden de onderhandelingen dan dus moeten zijn afgerond om een coalitie vormen. Sánchez begon pas in de week voor zijn presentatie op 22 Juli met serieuze onderhandelingen met Podem. Gedurende de afgelopen drie maanden heeft hij niets gedaan, behalve het negeren van de Catalaanse partijen welke hij zelfs niet eens uitnodigde voor een informatiegesprek. De formatiegesprekken tussen Sánchez en de leider van Podem, Pablo Iglesias, verliepen echter zeer stroef. Sánchez wil geen ministers van Podem in zijn regering. Zijn excuus was dat Iglesias over politieke gevangenen en zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen spreekt. Dit is voor Sánchez onacceptabel. Volgens hem zijn zij gevangen politici die een misdaad hebben begaan en daarvoor worden berecht. Uiteindelijk deed Iglesias een stap opzij en zou zelf geen minister worden. Zijn leef-en partijgenoot kreeg aangeboden om vicepresidente te worden. Het bleek echter om een symbolische post te gaan zonder enige verantwoordelijkheid. Andere leden van Podem zouden andere, weinig betekenende sociale ministeries krijgen. De belangrijke staatsministeries zoals Buitenlandse Zaken, Financien, Binnenlandse Zaken en Defensie houdt Sánchez voor zijn eigen partij. De onderhandelingen tussen de politieke partijen PSOE en Podem vonden tijdens de presentatie van Sánchez als president in het Congres nog steeds plaats. Maar het leek er sterk op dat ze zouden mislukken.

Dat bleek ook uit de toespraak van Sánchez en zijn antwoorden op de vragen van de verschillende politieke groeperingen in het Congres. Hij presenteerde zich op uitzonderlijk hooghartige manier en beledigde direct zijn aanstaande coalitie partner door aan de PP te vragen om zich van stem te onthouden zodat hij Podem niet nodig zou hebben. In zijn anderhalf uur durende toespraak noemde hij niet eenmaal het Catalaanse politieke conflict en hoe hij dacht dit op te gaan lossen. Toen de leider van de PP hem hierop aansprak, zei Sánchez dat hij het heeft gehad over gezondheidszorg, onderwijs, armoedebestrijding, investeringen in infrastructuur et cetera. En dat heeft betrekking op alle autonome gebieden van Spanje, inclusief Catalonië. Het heeft geen zin om Catalonië, of welk autonoom gebied dan ook, apart te benoemen. Het probleem van Catalonië is de verdeeldheid binnen haar samenleving. Het is geen politiek conflict met de Spaanse staat, zo zei hij. Sánchez ontkent Catalonië dus als een politiek onderwerp en negeert daarmee het grootste probleem dat Spanje momenteel heeft en direct zou kunnen leiden tot het einde van de Spaanse staat zoals we die nu kennen.

Ook de Catalaanse onafhankelijkheidspartij ERC, geleid door Gabriel Rufián, kreeg een veeg uit de pan van Sánchez. Deze partij wilde zich van stem onthouden om de coalitie van de linkse partijen PSOE en Podem niet in de weg te staan. Hiermee bood de partij hem dus opnieuw, net als in Mei 2018, haar onvoorwaardelijk steunen, Als een ouder tegen een klein kind zei Sánchez: ‘Hebben jullie nog steeds niet geleerd dat jullie geen aspiraties kunnen maken op de Catalaanse onafhankelijkheid?’ Sánchez refereerde hier naar het politiegeweld tijdens het referendum, de gerechtelijke vervolgingen, de ballingen, de politieke gevangenen en de opschorting van de Catalaanse autonomie. Dit is natuurlijk een zware belediging tegen de Catalanen die door het politiegeweld werden mishandeld en tegen de onafhankelijkheidspartijen waarvan hun leiders in de gevangenis en in ballingschap zitten, waaronder vier Congresleden wiens lidmaatschap er van is ontzegd en geen stemrecht hebben. Sánchez wil dus, net als de rechtse, ultrarechtse en fascistische partijen, geen onderhandelingen met Catalonië maar totale onderwerping en vernedering. De enige manier om aan deze culturele genocide te ontkomen is de onafhankelijkheid van een Catalaanse Republiek.

Eerder had de Catalaanse partij JxCat nog twijfels om zich van stem te onthouden. Voor deze partij was het na de toespraak van Sánchez reeds duidelijk dat zij tegen hem zouden stemmen. “We hebben 155 redenen om ‘Nee’ te stemmen” en “Indien de eenheid van Spanje moet worden verdedigd met geweld en onderdrukking, dan is dit streven niet meer legitiem” zei Laura Borràs in haar betoog. Na de schoffering van Sánchez tegen ERC was deze ook om en stemde ‘Nee’ tegen de aspirant president. Hij verloor hiermee de eerste stemming in het Congres voor zijn presidentschap. Hij had daar een absolute meerderheid (176 stemmen) voor nodig en brak daarmee zijn eigen record met het het hoogste aantal stemmen tegen (170) die een aspirant president ooit had gekregen. Op donderdag vind een tweede stemming plaats waarbij hij een gewone meerderheid nodig heeft.

Indien de onderhandelingen met Podem tot een coalitie leiden, is de kans reëel dat ERC zich alsnog van stem zal onthouden en daarmee passief de coalitie zal steunen. Met deze totale ommekeer van ERC voelen de Catalaanse kiezers zich sterk bedrogen. Het partijmechanisme in Spanje, en ook in Catalonië, is zeer star en sterk gericht op de korte termijn en directe stemmenwinst. Het lijkt er op dat de Catalaanse politieke partijen zich niet gezamelijk achter haar bevolking kan scharen voor de onafhankelijkheid van Catalonië. Uiteindelijk zal dit conflict door de bevolking zelf vanuit de straat, door het bieden van vreedzame weerstand en wettelijke ongehoorzaamheid, moeten worden beslecht. De plannen daarvoor zijn al in de maak.

Please follow and like us:
error

Het Catalaanse conflict middenin Europa

(1200 woorden)

Duitsland, nabij de grens met Frankrijk. Drie mannen en een vrouw twijfelen of zij verder zullen reizen, de grens over. Hun veiligheid loopt gevaar als zij dat zullen doen. Twee van hen kunnen gevangen worden genomen wanneer zij de rivier, welke de grens tussen de twee landen vormt, over zullen steken. Nee, het is geen 1917 toen het grensstadje Straatsburg een dispuut was tussen Frankrijk en Duitsland en de oversteek levensgevaarlijk was. Het is 2019, een eeuw later, met een Europese Unie en een verdrag dat in het Luxemburgse plaatsje Schengen werd gesloten en dat er voor zorgen moet dat binnen deze Unie het vrije transport van goederen en van personen gegarandeerd is. Binnen deze Unie gelden dezelfde normen en waarden voor vrijheid en gerechtigheid. Maar niet voor hen.

Op de brug ‘Europa’ (de naam kon niet beter gekozen worden), die de oevers van de Rijn nabij Straatsburg verbind, staat een geblindeerde auto van de Spaanse politie. Jawel: de Spaanse politie mag in Frankrijk zomaar een verdachte van terrorisme arresteren die zich op haar grondgebied bevindt. Sinds 2002 bestaat er een afspraak tussen Frankrijk en Spanje dat daar geen Europees uitleveringsbevel, met de tussenkomst van een rechter, voor nodig is. Deze overeenkomst kwam tot stand voor het vervolgen van ETA terroristen die in de loop van haar geschiedenis honderden mensenlevens op haar geweten heeft.

Maar dit keer wacht de Spaanse politie geen moordenaars of terroristen op. Zij kijkt uit naar de gekozen Europarlementariërs Carles Puigdemont en Toni Comín. Twee mensen die een voorbeeld zijn van vreedzaamheid en democratie. Nooit en te nimmer hebben zij een wapen opgepakt. Hun enige misdaad is het organiseren van een referendum waarin burgers hun mening konden geven over een politiek debat.

Het is niet de eerste keer dat Spanje Puigdemont gevangen wil nemen en hem politiek monddood wil maken. De eerste keer was dit met de opgelegde verkiezingen van 21 December 2017, na het door Spanje verboden referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid en de opheffing van de Catalaanse autonomie. Ondanks dat hij naar België uitweek en de partijdige kiescommissie die tijdens de verkiezingscampagne allerlei obstakels opwierp, won Puigdemont deze verkiezingen. Vervolgens voorkwam onderzoeksrechter van het Spaans Hooggerechtshof Llarena dat hij zich als president kon installeren. In Februari 2018 werd Puigdemont in Schleswijk Holstein door de Duitse politie aangehouden en gevangen gezet in opdracht van Llarena die opnieuw een Europees uitleveringsbevel had uitgevaardigd. De duitse rechtbank weigerde Puigdemont echter uit te leveren voor de verdenking van oproer, want men vond dat hij geen geweld had gebruikt. Daarna presenteerde hij zich voor de Europese verkiezingen. De Spaanse kiescommissie probeerde hem dit te verbieden, maar de tussenkomst van het Hooggerechtshof voorkwam dit uiteindelijk na de dreiging dat hij naar het Europese Hof van Justitie zou stappen. Puigdemont werd opnieuw verkozen, dit keer als lid van het Europese parlement. Maar de kiescommissie vind dat men pas lid daarvan is, en juridische onschendbaarheid geniet, wanneer de gekozen leden trouw aan de Spaanse grondwet hebben gezworen. Puigdemont kon niet persoonlijk naar Madrid komen, anders zou hij gearresteerd worden. De Catalaanse vicepresident Oriol Junqueras, die ook tot Europarlementariër is verkozen, mocht deze keer niet de gevangenis verlaten om de belofte af te leggen. Integendeel tot drie weken daarvoor toen hij dit wel mocht doen om lid te worden van het Spaanse Congres van afgevaardigden. ‘Junqueras zou eens op de gedachte kunnen komen om niet meer naar de gevangenis terug te keren wanneer hij zich buiten Spanje zou begeven’, schrijft het Hooggerechtshof. Nu probeert de Spaanse politie Puigdemont dus op te pakken zonder Europees uitleveringsbevel bij de opening van de nieuwe regeringsperiode van het Europese parlement waarvoor hij gekozen is. Het roept ongewild herinneringen op aan de uitlevering van de Catalaanse president Lluís Companys door de Duitse Gestapo die toen Frankrijk bezette. Companys werd vervolgens in een snelrechtprocedure veroordeeld en in het fort op Montjuic van Barcelona gefusilleerd. Een open wond in de Catalaanse geschiedenis die nooit is recht gezet. Geen enkele Spaanse regering heeft ooit haar excuses aangeboden of de militaire rechtszaak tegen Companys heropent.

Vooralsnog heeft Spanje door haar manipulaties het lidmaatschap van de gekozen Catalanen tegen kunnen houden totdat het Europese Hof van Justitie, gezeten in Luxemburg, daar een uitspraak over doet. Tienduizend Catalanen, nooit eerder vertoond in het kleine plaatsje Straatsburg, kwamen met bussen, chartervluchten, treinen en eigen vervoer om tegen de Spaanse inmenging van het Europese parlement te protesteren. Want de in totaal 2,3 miljoen Catalanen, worden vandaag niet vertegenwoordigd in het hoogste Europese democratische orgaan.

De demonstranten hadden zich voor de ingang van het Europese parlement opgesteld. Ook in de grote vergaderzaal bleef de afwezigheid van de drie gekozen leden niet onopgemerkt. De eerste die een betoog daarover hield was de Ier Matt Carthy van de Sinn Fein partij. Hij onderbrak parlementsvoorzitter Tajani die Puigdemont de toegang tot het parlementsgebouw in Brussel had geweigerd op aanvraag van de Spaanse kiescommissie. Deze voelde de bui reeds hangen en zei Matt Carthy dat hij alleen commentaar mocht geven over de stemprocedure voor een nieuwe parlementsvoorzitter. Maar Matt Carthy liet zich niet tegenhouden door Tajani en hield eenvurig betoog ter verdediging van Puigdemont, Junqueras en Comín. Hij kreeg daarin bijval van zijn groep GUE/NGL die foto ‘s van de Catalanen voor zich hielden. In de middagpauze bezocht hij de betogers voor het parlementsgebouw en vroeg zich af dat als Spanje kan bepalen wie Euroafgevaardigde wordt, waarom andere landen dit dan ook niet zouden kunnen doen. Andere Europarlementariërs die de buitengesloten Catalanen verdedigden waren de Portugese Maria Matias, de Sloveen Ivo Vajgl en Gérard Onesta van de franse Groenen partij. Matias zei in haar betoog dat historisch gezien Portugal haar onafhankelijkheid aan Catalonië te danken heeft. Nu is het moment om hen daarvoor terug te betalen door hen te steunen. Vajgl beweert dat nagenoeg geheel Slovenië achter de Catalanen staat in hun streven naar onafhankelijkheid. Onesta betoogde dat de Berlijnse muur is opgeschoven tot aan de grens bij Straatsburg, want Puigdemont kan Frankrijk niet binnen komen. Deze spreekbeurten waren tot voor kort ondenkbaar in en rondom het Europese parlement. Het is duidelijk dat de Catalaanse zaak een Europees gehalte heeft gekregen, ondanks dat Spanje dit ten koste van alles heeft willen voorkomen.

Puigdemont en Comín bleven op advies van hun advocaat Gonzale Boye veilig achter de Duitse grens, op twee kilometer afstand van het parlementsgebouw, om niet te worden gearresteerd door agenten van een EU lidstaat met fascistische trekjes. Och Europa! Waar is uw Unie nu? Waar zijn uw normen van menselijkheid en gerechtigheid? Waar is uw vrijheid? Daar waar tussen Brussel en Straatsburg honderd jaar geleden miljoenen doden vielen door een oorlog, ontstaat nu een nieuw conflict dat uit kan lopen op het einde van een Europese Unie die juist gebouwd werd om dit soort catastrofes te voorkomen. Om te beginnen met het einde van haar geloofwaardigheid. Want het Catalaans politieke conflict om onafhankelijk te worden is geen intern Spaanse aangelegenheid meer. Het is verworden tot een Europees probleem over fundamentele waarden van vrijheid en democratie. En dat probleem zal niet zomaar verdwijnen zolang er een volk is dat daarvoor blijft strijden.

Please follow and like us:
error