Regionale Catalaanse verkiezingen als Staatsoperatie

(1070 woorden

Gedwongen tot vervroegde verkiezingen
In Catalonië staat de campagne voor de vervroegde verkiezingen voor de deur. Aanleiding hiertoe was de afzetting van president Quim Torra uit zijn ambt. De Catalaanse president Torra had tijdens de Spaans nationale verkiezingen een spandoek aan het balkon van het regeringspaleis hangen met de tekst: ‘Vrijheid voor politieke gevangenen en terugkeer van ballingen’. De Spaanse kieswet schrijft voor dat tijdens een verkiezingscampagne de openbare gebouwen vrij moeten zijn van partijpolitieke propaganda. Dit is om te voorkomen dat de regerende partij haar invloed kan gebruiken om politiek voordeel te behalen bij de verkiezingen. De Centrale Kiescommissie gebood Torra het spandoek binnen 48 uur weg te halen. De Catalaanse president was het niet eens dat het reclame voor zijn partij was en dat het bovendien geen Catalaanse verkiezingen waren. Uiteindelijk haalde hij het spandoek weg, maar pas nadat het ultimatum verlopen was en verving het spandoek met een ander waarop stond: ‘Recht op vrijheid van meningsuiting, artikel 19 van de Verklaring van de Fundamentele Mensenrechten’. Hij werd door de Kiescommissie aangeklaagd wegens wettelijke ongehoorzaamheid, waarvoor hij uit zijn ambt zou kunnen worden gezet. Torra verdedigde zich voor de rechter dat de Kiescommissie een administratief orgaan is dat niet tot de gerechtelijke macht behoort. Hij vindt daarom dat hij niet wettelijk ongehoorzaam is geweest. Bovendien argumenteerde hij dat de tekst door een brede laag van de bevolking, vertegenwoordigd door de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen en de unionistische Comu/Podem, wordt gedragen. Desondanks werd president Torra eerst door het Catalaanse Gerechtshof en in hoger beroep door het Spaanse Hooggerechtshof veroordeeld en uit zijn ambt gezet. Hij mag gedurende achttien maanden geen openbare functie bekleden. Een poging tot wraking van de rechters wegens partijdigheid (dezelfde rechters hadden de Catalaanse politici en burgerleiders veroordeeld en konden daarom niet objectief oordelen over het protest tegen de politieke gevangenen) mocht niet baten. Het Constitutioneel Hof stelde hem in het ongelijk dat zijn fundamentele rechten geschonden waren. Achteraf blijkt dat het lid van de Kiescommissie Andrés Betancor tegelijkertijd bestuurslid was van de Ciutadans partij en dat Carlos Vidal kort voordat hij zijn functie bij de Commissie betrok ingeschreven stond bij de Partido Popular. Beide partijen zijn fel tegenstander van het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven.

De vicepresident en coalitiegenoot van de Catalaanse regering, Pere Aragonès, neemt de taken van Torra over. Omdat er binnen de termijn van twee maanden geen nieuwe president uit het Parlement gekozen werd, moesten vervolgens binnen 54 dagen verkiezingen worden gehouden. Deze zouden daarom in eerste instantie op 14 Februari aanstaande plaats vinden.

Minister als presidentskandidaat
De Spaanse minister van gezondheidszorg Salvador Illa, internationaal welbekend vanwege zijn, letterlijk, fatale optreden tegen de Covid-19 crisis, diende zich aan als presidentskandidaat voor de socialistische PSOE/PSC partij. Het lijkt er naar dat de socialisten een hogere prioriteit stellen aan partijpolitiek belang dan het bestrijden van de gezondheidscrisis welke momenteel het land in alle hevigheid teistert. Of de partij wil de minister lozen om nog meer humanitair leed (of electoraal verlies) te voorkomen. De werkelijk reden is vooralsnog onbekend. De voormalige fractielijder en presidentskandidaat van de Catalaanse socialisten, Iceta, krijgt een ministerspost in Madrid toebedeeld ter compensatie van zijn aftreden. De ultrarechts fascistische Vox partij heeft bekend gemaakt dat zij Illa zal steunen. Zij willen ten koste van alles voorkomen dat de Catalaanse ‘separatisten’ opnieuw aan de macht zullen komen. Illa heeft vooralsnog geen afstand gedaan van de fascistische steun.

Rechter verbiedt uitstel wegens Covid
Gezien de ernst van de Covid-19 gezondheidscrisis, de ziekenhuizen kunnen de druk nauwelijks meer aan terwijl het aantal besmettingen blijft toenemen, werd in overeenstemming met de politieke partijen in het Catalaanse Parlement, dat reeds ontbonden was, besloten om de verkiezingen uit te stellen tot 30 Mei. De socialistische partij PSOE ging daar als enige niet mee akkoord en overwoog om naar de rechter te stappen. Opnieuw vecht zij, geheel volgens traditie sinds het Catalaanse referendum, een democratisch genomen beslissing bij justitie aan. De PSOE partij probeert ook nu weer politiek voordeel uit de gezondheidscrisis te halen, zoals zij reeds sinds het begin van de Covid pandemie heeft gedaan. Door zijn nagenoeg dagelijkse verschijningen op de Televisie geniet Illa alom bekendheid. Nu de vaccinaties begonnen zijn en dus het het einde van de crisis in zicht lijkt te komen, probeert hij het succes daarvan naar zich toe te trekken. In geval van uitstel van de verkiezingen tot 30 Mei zal dit electoraal voordeel zijn weggesmolten en zou een eventuele nieuwe Covid-19 golf (de Engelse variant zit er aan te komen) de reputatie van de voormalige minister van volksgezondheid kunnen omslaan.

Enkele burgerorganisaties, waaronder Lliga Democràtica en een particulier, welke niet in het Parlement vertegenwoordigd zijn noch met de verkiezingen mee zullen doen, dienden een aanklacht tegen het uitstel in bij het Catalaanse Gerechtshof. Deze stelt de aanklagers voorlopig in het gelijk totdat zij een definitief oordeel zal vellen. De rechtbank argumenteert dat er ‘een sterke sociale drang’ is om de verkiezingen op 14 Februari te houden. Het uiteindelijke oordeel zal uiterlijk 8 Februari, een week voor de verkiezingen, bekend worden gemaakt. Chaos en onzekerheid is troef. Zo kunnen de Catalanen die in het buitenland wonen, doorgaans voorstanders van de onafhankelijkheid, door de gehele affaire niet meer op tijd hun stem uitbrengen.

Op hetzelfde moment dat dit gerechtshof het uitstel van de verkiezingen tegenhoudt ontzet zij de Catalaanse minister van BuZa, Bernat Solé, uit zijn ambt omdat hij op 1 Oktober 2017, inmiddels drie jaar geleden, als burgermeester aan het referendum in zijn woonplaats zou hebben meegewerkt. Het oordeel is gebaseerd op een artikel over de gebeurtenissen van die dag in een lokale krant en heeft dus geen enkel juridisch fundament. Bernat Solé is tevens belast met, oh toeval!, de voorbereidingen van de aanstaande verkiezingen.

Geheel Spanje samen tegen de Catalanen
Er is duidelijk een Staatsoperatie gaande waarin de gerechtelijke macht (waarvan haar kwaliteiten nu ook op internationaal niveau beginnen door te dringen) samen met een partijdige Kiescommissie en de Spaans nationalistische partijen, ondanks hun ideologische tegenstellingen van fascisme tot socialisme, proberen om Catalaanse afscheidingsbeweging politiek uit te schakelen. De gerechtelijke vervolgingen die tot verdeeldheid onder de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen leiden, vormen daar een onmiskenbaar onderdeel van. Daarbij maken zij bovendien dankbaar gebruik van de Covid-19 pandemie. Artsen en virologen roepen in koor dat het recht op gezondheid en leven belangrijker is dan het democratische recht om juist nu te gaan stemmen. Zij vinden geen gehoor. Onder de bevolking, met name de burgers die opgeroepen worden om, wettelijk verplicht, achter de stemtafels plaats te nemen, heerst angst voor besmetting. Hun geluid mag niet baten. Staatsprioriteiten gaan nu eenmaal voor en boven alles.

Please follow and like us:
error

Schaakmat

(1500 woorden)

Ondanks alle politieke-en gezondheidsheisa in de BV Nederland en daarbuiten volgt hier een zuchtje Zuiderwind over de stand van zaken met betrekking tot het politieke conflict in Spanje over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië.

Alhoewel het politieke conflict in Spanje geen gewelddadige oorlog betreft, dat kan zij zich als Europese lidstaat nu eenmaal niet permitteren, trekt de Spaanse Staat alles uit de kast wat mogelijk is om het conflict tegen Catalonië te winnen. Zij is er zich terdege van bewust dat dit ook haar eigen reputatie schaadt en zelfs haar eigen ondergang als gevestigde democratische rechtstaat kan betekenen. Het voornaamste middel dat Spanje hiervoor gebruikt zijn de gerechtelijke macht, de uitvoerende macht, de hogere ambtenarij zoals inlichtingendienst en ambassades (de ‘deep state’) en natuurlijk de politieke krachten. Ik zal mij voornamelijk beperken tot de gerechtelijke macht.

De rechtzaak tegen de Catalaanse politietop
Op 30 Oktober 2017 diende de openbaar hoofdaanklager Maza een aanklacht in waarin de Catalaanse politici en de politie beschuldigd werden van gewelddadige oproer omdat zij op 1 Oktober een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid hadden georganiseerd. Het Spaans Hooggerechtshof trok de rechtzaak tegen de politici naar zich toe en de speciale rechtbank Audiencia Nacional (deze valt niet onder het juridisch regiem van het Hooggerechtshof) behield de rechtzaak tegen de Catalaanse politie (Mossos d’Esquadra) en haar leider Trapero. Dit is op zichzelf al vreemd daar het één en dezelfde zaak betrof en daardoor tot de bizarre situatie leidde dat Trapero verplicht was om als getuige de vragen van de aanklagers te beantwoorden die later in de rechtzaak bij het Audiencia Nacional tegen hemzelf gebruikt konden worden. In principe zouden beide rechtzaken zelfs door het Hoge Gerechtshof in Catalonië hebben moeten plaatsvinden. Maar men achtte de zaak te belangrijk en van nationaal belang. Deze beslissing zou voor Spanje echter verregaande en nadelige gevolgen hebben. Daarover later meer.

Zoals algemeen bekend werden de Catalaanse politici veroordeeld tussen de 9 en 13 jaar gevangenisstraf voor het organiseren van een gewelddadige opstand en misbruik van openbaar geld. De Mossos d’Esquadre dienden daarbij als gewapende arm van de Catalaanse regering, aldus het OM. Omdat niet aangetoond kon worden dat er door de Catalanen gewapend geweld werd gebruikt, herdefinieerde het Hooggerechtshof wat zij onder het begrip ‘geweld’ verstaat. Als kroongetuige diende het hoofd van de Guardia Civil, Pérez de los Cobos. Deze beweerde dat de Mossos, bij name van Trapero, niet mee wilden werken in het tegenhouden van het referendum, zoals een lokale rechter bevolen had. De gewelddadige beelden hoe de Guardia Civil en de Policia Nacional het stemmen trachtte tegen te houden zijn de gehele wereld overgegaan. In zijn getuigenis verklaarde Trapero dat hij altijd gehoor had gegeven aan de rechter maar dat hij ook proportioneel had opgetreden om de samenleving niet te verbreken. Ook verklaarde hij toen dat hij alles voorbereid had om president Puigdemont en zijn ministers te arresteren indien de gerechtelijke macht daarom zou vragen. Op deze manier ontdeed hij zich van iedere verdenking van medewerking met de Catalaanse regering om de onafhankelijkheid van Spanje te realiseren.

In de rechtzaak bij het Audiencia Nacional tegen de Catalaanse politietop, deze begon nadat de politici reeds veroordeeld waren, ondervroeg de advocate van Trapero, altijd op zeer vriendelijke toon, opnieuw Pérez de los Cobos als getuige. Deze was inmiddels in ongenade gevallen bij de minister van BiZa omdat hij een politieonderzoek tegen de Spaanse PSOE politici verzwegen had. De los Cobos beweerde, net zoals tegenover het Hooggerechtshof, dat Trapero niet meewerkte en dat deze het referendum wilde toe te laten. Toen de advocate hem vroeg om concrete feiten of dat zijn beweringen slechts op persoonlijke perceptie waren gebaseerd, moest De los Cobos het antwoord schuldig blijven. De kroongetuige in de rechtzaak tegen de Catalaanse politici viel door de mand. Het Audiencia Nacional oordeelde daarom dat de Catalaanse politie proportioneel had opgetreden om het referendum tegen te houden, zoals het een democratische politie het betaamd. Trapero en zijn collega’s werden dus niet alleen vrijgesproken, maar het oordeel van het Audiencia Nacional staat bovendien lijnrecht tegenover dat van het Hooggerechtshof. Als gevolg hiervan zouden de veroordelingen van de Catalaanse politici, met name die van de Catalaanse minister van BiZa en politieke leider van de Mossos d’Esquadra, Quim Forn, ongedaan moeten worden gemaakt. Hier is echter geen enkele sprake van en Forn zit nog steeds gevangen.

België weigert uitlevering
Ondertussen liep er nog een Europese aanvraag van Spanje bij België om minister Lluís Puig uit te leveren. De rechtbank van Gent oordeelde dat Puig niet kan worden uitgeleverd omdat het Spaanse Hooggerechtshof niet gemachtigd is om zijn uitlevering aan te vragen. Puig zou door de ‘natuurlijke’ rechtbank in de jurisdictie Catalonië moeten worden berecht daar de veronderstelde misdaad daar heeft plaats gevonden. Omdat het Hooggerechtshof de zaak naar zich toegetrokken heeft, wordt Puig het internationale recht ontnomen om in hoger beroep te kunnen gaan indien hij in Spanje berecht zou worden. De openbaar aanklager in België, welke het Spaanse Hooggerechtshof in de uitleveringsaanvraag vertegenwoordigd, ging daartegen in beroep bij het Hof van Beroep in Brussel. Deze oordeelt dat Puig niet alleen kan worden uitgeleverd wegens het ontnemen van zijn beroepsrecht, maar stelt tevens vast dat zij twijfelt aan een eerlijke rechtsgang in Spanje. Zij baseert haar uitspraak op het rapport van de Work Group of Arbitrary Detention (WGAD) van het Hoog Commissariaat voor de Mensrechten. Deze eist directe vrijlating van de politici en burgerleiders. Spanje heeft daar geen gehoor aan gegeven. Hoewel er nog beroep tegen de uitlevering bij het Hof van Cassatiemogelijk was, heeft het Belgische OM besloten daar vanaf te zien. Minister Puig wordt definitief niet door België aan Spanje uitgeleverd.

De Belgische justitie weigert dus niet alleen om Puig uit te leveren, maar zij velt indirect ook een oordeel over de Spaanse rechtsgang en de veroordelingen tegen de Catalaanse politici en burgerleiders. Het vertrouwen van justitie tussen de Europese lidstaten, de ruggengraat van de Unie, is daarmee ondermijnt.

Opheffing immuniteit
Daar de Catalaanse president Puigdemont en twee van zijn ministers, Comín en Ponsatí, lid zijn van het Europese Parlement (EP), genieten zij juridische onschendbaarheid. (Ook vicepresident Junqueras werd verkozen tot het EP, maar op dat moment zat hij in voorarrest. Het Hooggerechtshof weigerde om hem plaats te laten nemen, ondanks dat het Europese Hof (EH) van Justitie oordeelde dat hij gekozen was en daarom lid van het EP is. Een jaar na haar uitspraak herinnerde het EH Spanje daar nogmaals aan, echter zonder enig resultaat.)

Het Hooggerechtshof heeft daarom aan het EP gevraagd om de juridische immuniteit van Puigdemont en zijn ministers op te heffen. Dit is een politiek proces waar een zogenoemde ‘Juridische commissie’ haar aanbevelingen doet welke vervolgens in het parlement in stemming worden gebracht. Het spreekt voor zich dat deze commissie neutraal en onpartijdig moet zijn en zich houdt aan de te volgen procedures. Deze commissie dient er voor te zorgen dat er aan een aantal condities al dan niet wordt voldaan. Zo kan de juridische onschendbaarheid niet worden opgeheven indien het politieke vervolgingen van een parlementslid betreft. De voorzitter van deze commissie is echter lid van de uitgesproken anti-Catalaanse partij Ciutadans. Daarnaast bestaat het merendeel van deze commissie uit politici van de Spaanse unionistische partijen Partido Popular en PSOE. Onlangs moesten Puigdemont en zijn ministers voor deze commissie verschijnen. Hoewel de commissieleden en de aangeklaagde parlementsleden verplicht zijn tot geheimhouding, klapte de voorzitter voorafgaand aan de hoorzitting reeds zijn partijdigheid naar buiten en gaven de commissieleden van de PP en PSOE commentaar over de zitting nog voordat deze was beëindigd. Het is niet ondenkbaar dat er binnen het EP een meerderheid gevonden kan worden om de juridische onschendbaarheid van Puigdemont en zijn ministers op te heffen. Daarmee blijven zij wel lid van het parlement, maar kan Spanje nieuwe Europese aanvragen doen voor hun uitlevering. Ook daar zal België, waar Puigdemont verblijft, zich dan weer over moeten buigen. Het is te verwachten dat zij, net als het geval van minister Puig en om dezelfde redenen, ook zal weigeren om Puigdemont uit te leveren.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens
De uitspraken van de WGAD, de Belgische en Duitse justitie (welke weigerde om Puigdemont uit te leveren wegens oproer) zullen zwaar wegen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bij haar overwegingen met betrekking tot de Catalaanse politieke gevangenen. In het geval van een uitspraak in het voordeel van de politieke gevangenen zal de reputatie van Spanje als democratische rechtstaat zware schade oplopen en zij zal gehoor moeten geven aan dit Hof wil zij niet vervallen tot een pariastaat binnen de internationale gemeenschap. Na de uitspraak van het Belgische Beroepshof over de uitlevering van minister Puig zei advocaat Gonzale Boye daarom: ‘Schaakmat’. De Europese justitie is echter bijzonder traag en vereist geduld van Catalaanse zijde.

Hoewel verre van onvolledig en met een ‘wordt vervolgd’, is de lezer met dit zuchtje Zuiderwind inmiddels beter op de hoogte dan de gemiddelde Spaanse inwoner. De juridische fiasco’s van Spanje zijn in de media doorgaans als een speld in een hooiberg te vinden.

Please follow and like us:
error