Schaakmat

(1500 woorden)

Ondanks alle politieke-en gezondheidsheisa in de BV Nederland en daarbuiten volgt hier een zuchtje Zuiderwind over de stand van zaken met betrekking tot het politieke conflict in Spanje over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië.

Alhoewel het politieke conflict in Spanje geen gewelddadige oorlog betreft, dat kan zij zich als Europese lidstaat nu eenmaal niet permitteren, trekt de Spaanse Staat alles uit de kast wat mogelijk is om het conflict tegen Catalonië te winnen. Zij is er zich terdege van bewust dat dit ook haar eigen reputatie schaadt en zelfs haar eigen ondergang als gevestigde democratische rechtstaat kan betekenen. Het voornaamste middel dat Spanje hiervoor gebruikt zijn de gerechtelijke macht, de uitvoerende macht, de hogere ambtenarij zoals inlichtingendienst en ambassades (de ‘deep state’) en natuurlijk de politieke krachten. Ik zal mij voornamelijk beperken tot de gerechtelijke macht.

De rechtzaak tegen de Catalaanse politietop
Op 30 Oktober 2017 diende de openbaar hoofdaanklager Maza een aanklacht in waarin de Catalaanse politici en de politie beschuldigd werden van gewelddadige oproer omdat zij op 1 Oktober een referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid hadden georganiseerd. Het Spaans Hooggerechtshof trok de rechtzaak tegen de politici naar zich toe en de speciale rechtbank Audiencia Nacional (deze valt niet onder het juridisch regiem van het Hooggerechtshof) behield de rechtzaak tegen de Catalaanse politie (Mossos d’Esquadra) en haar leider Trapero. Dit is op zichzelf al vreemd daar het één en dezelfde zaak betrof en daardoor tot de bizarre situatie leidde dat Trapero verplicht was om als getuige de vragen van de aanklagers te beantwoorden die later in de rechtzaak bij het Audiencia Nacional tegen hemzelf gebruikt konden worden. In principe zouden beide rechtzaken zelfs door het Hoge Gerechtshof in Catalonië hebben moeten plaatsvinden. Maar men achtte de zaak te belangrijk en van nationaal belang. Deze beslissing zou voor Spanje echter verregaande en nadelige gevolgen hebben. Daarover later meer.

Zoals algemeen bekend werden de Catalaanse politici veroordeeld tussen de 9 en 13 jaar gevangenisstraf voor het organiseren van een gewelddadige opstand en misbruik van openbaar geld. De Mossos d’Esquadre dienden daarbij als gewapende arm van de Catalaanse regering, aldus het OM. Omdat niet aangetoond kon worden dat er door de Catalanen gewapend geweld werd gebruikt, herdefinieerde het Hooggerechtshof wat zij onder het begrip ‘geweld’ verstaat. Als kroongetuige diende het hoofd van de Guardia Civil, Pérez de los Cobos. Deze beweerde dat de Mossos, bij name van Trapero, niet mee wilden werken in het tegenhouden van het referendum, zoals een lokale rechter bevolen had. De gewelddadige beelden hoe de Guardia Civil en de Policia Nacional het stemmen trachtte tegen te houden zijn de gehele wereld overgegaan. In zijn getuigenis verklaarde Trapero dat hij altijd gehoor had gegeven aan de rechter maar dat hij ook proportioneel had opgetreden om de samenleving niet te verbreken. Ook verklaarde hij toen dat hij alles voorbereid had om president Puigdemont en zijn ministers te arresteren indien de gerechtelijke macht daarom zou vragen. Op deze manier ontdeed hij zich van iedere verdenking van medewerking met de Catalaanse regering om de onafhankelijkheid van Spanje te realiseren.

In de rechtzaak bij het Audiencia Nacional tegen de Catalaanse politietop, deze begon nadat de politici reeds veroordeeld waren, ondervroeg de advocate van Trapero, altijd op zeer vriendelijke toon, opnieuw Pérez de los Cobos als getuige. Deze was inmiddels in ongenade gevallen bij de minister van BiZa omdat hij een politieonderzoek tegen de Spaanse PSOE politici verzwegen had. De los Cobos beweerde, net zoals tegenover het Hooggerechtshof, dat Trapero niet meewerkte en dat deze het referendum wilde toe te laten. Toen de advocate hem vroeg om concrete feiten of dat zijn beweringen slechts op persoonlijke perceptie waren gebaseerd, moest De los Cobos het antwoord schuldig blijven. De kroongetuige in de rechtzaak tegen de Catalaanse politici viel door de mand. Het Audiencia Nacional oordeelde daarom dat de Catalaanse politie proportioneel had opgetreden om het referendum tegen te houden, zoals het een democratische politie het betaamd. Trapero en zijn collega’s werden dus niet alleen vrijgesproken, maar het oordeel van het Audiencia Nacional staat bovendien lijnrecht tegenover dat van het Hooggerechtshof. Als gevolg hiervan zouden de veroordelingen van de Catalaanse politici, met name die van de Catalaanse minister van BiZa en politieke leider van de Mossos d’Esquadra, Quim Forn, ongedaan moeten worden gemaakt. Hier is echter geen enkele sprake van en Forn zit nog steeds gevangen.

België weigert uitlevering
Ondertussen liep er nog een Europese aanvraag van Spanje bij België om minister Lluís Puig uit te leveren. De rechtbank van Gent oordeelde dat Puig niet kan worden uitgeleverd omdat het Spaanse Hooggerechtshof niet gemachtigd is om zijn uitlevering aan te vragen. Puig zou door de ‘natuurlijke’ rechtbank in de jurisdictie Catalonië moeten worden berecht daar de veronderstelde misdaad daar heeft plaats gevonden. Omdat het Hooggerechtshof de zaak naar zich toegetrokken heeft, wordt Puig het internationale recht ontnomen om in hoger beroep te kunnen gaan indien hij in Spanje berecht zou worden. De openbaar aanklager in België, welke het Spaanse Hooggerechtshof in de uitleveringsaanvraag vertegenwoordigd, ging daartegen in beroep bij het Hof van Beroep in Brussel. Deze oordeelt dat Puig niet alleen kan worden uitgeleverd wegens het ontnemen van zijn beroepsrecht, maar stelt tevens vast dat zij twijfelt aan een eerlijke rechtsgang in Spanje. Zij baseert haar uitspraak op het rapport van de Work Group of Arbitrary Detention (WGAD) van het Hoog Commissariaat voor de Mensrechten. Deze eist directe vrijlating van de politici en burgerleiders. Spanje heeft daar geen gehoor aan gegeven. Hoewel er nog beroep tegen de uitlevering bij het Hof van Cassatiemogelijk was, heeft het Belgische OM besloten daar vanaf te zien. Minister Puig wordt definitief niet door België aan Spanje uitgeleverd.

De Belgische justitie weigert dus niet alleen om Puig uit te leveren, maar zij velt indirect ook een oordeel over de Spaanse rechtsgang en de veroordelingen tegen de Catalaanse politici en burgerleiders. Het vertrouwen van justitie tussen de Europese lidstaten, de ruggengraat van de Unie, is daarmee ondermijnt.

Opheffing immuniteit
Daar de Catalaanse president Puigdemont en twee van zijn ministers, Comín en Ponsatí, lid zijn van het Europese Parlement (EP), genieten zij juridische onschendbaarheid. (Ook vicepresident Junqueras werd verkozen tot het EP, maar op dat moment zat hij in voorarrest. Het Hooggerechtshof weigerde om hem plaats te laten nemen, ondanks dat het Europese Hof (EH) van Justitie oordeelde dat hij gekozen was en daarom lid van het EP is. Een jaar na haar uitspraak herinnerde het EH Spanje daar nogmaals aan, echter zonder enig resultaat.)

Het Hooggerechtshof heeft daarom aan het EP gevraagd om de juridische immuniteit van Puigdemont en zijn ministers op te heffen. Dit is een politiek proces waar een zogenoemde ‘Juridische commissie’ haar aanbevelingen doet welke vervolgens in het parlement in stemming worden gebracht. Het spreekt voor zich dat deze commissie neutraal en onpartijdig moet zijn en zich houdt aan de te volgen procedures. Deze commissie dient er voor te zorgen dat er aan een aantal condities al dan niet wordt voldaan. Zo kan de juridische onschendbaarheid niet worden opgeheven indien het politieke vervolgingen van een parlementslid betreft. De voorzitter van deze commissie is echter lid van de uitgesproken anti-Catalaanse partij Ciutadans. Daarnaast bestaat het merendeel van deze commissie uit politici van de Spaanse unionistische partijen Partido Popular en PSOE. Onlangs moesten Puigdemont en zijn ministers voor deze commissie verschijnen. Hoewel de commissieleden en de aangeklaagde parlementsleden verplicht zijn tot geheimhouding, klapte de voorzitter voorafgaand aan de hoorzitting reeds zijn partijdigheid naar buiten en gaven de commissieleden van de PP en PSOE commentaar over de zitting nog voordat deze was beëindigd. Het is niet ondenkbaar dat er binnen het EP een meerderheid gevonden kan worden om de juridische onschendbaarheid van Puigdemont en zijn ministers op te heffen. Daarmee blijven zij wel lid van het parlement, maar kan Spanje nieuwe Europese aanvragen doen voor hun uitlevering. Ook daar zal België, waar Puigdemont verblijft, zich dan weer over moeten buigen. Het is te verwachten dat zij, net als het geval van minister Puig en om dezelfde redenen, ook zal weigeren om Puigdemont uit te leveren.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens
De uitspraken van de WGAD, de Belgische en Duitse justitie (welke weigerde om Puigdemont uit te leveren wegens oproer) zullen zwaar wegen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bij haar overwegingen met betrekking tot de Catalaanse politieke gevangenen. In het geval van een uitspraak in het voordeel van de politieke gevangenen zal de reputatie van Spanje als democratische rechtstaat zware schade oplopen en zij zal gehoor moeten geven aan dit Hof wil zij niet vervallen tot een pariastaat binnen de internationale gemeenschap. Na de uitspraak van het Belgische Beroepshof over de uitlevering van minister Puig zei advocaat Gonzale Boye daarom: ‘Schaakmat’. De Europese justitie is echter bijzonder traag en vereist geduld van Catalaanse zijde.

Hoewel verre van onvolledig en met een ‘wordt vervolgd’, is de lezer met dit zuchtje Zuiderwind inmiddels beter op de hoogte dan de gemiddelde Spaanse inwoner. De juridische fiasco’s van Spanje zijn in de media doorgaans als een speld in een hooiberg te vinden.

Please follow and like us:
error