Veroordelingen bestuur Catalaans Parlement

(300 woorden)

Het Gerechtshof in Catalonië maakte gisteren haar besluit bekend over de rechtzaak tegen het bestuur van het Catalaanse Parlement. Op zes en zeven September 2017 besloot dit bestuur om een motie in behandeling te nemen over de referendumwet en de wet van juridische overgang naar een onafhankelijk Catalonië indien een meerderheid van het referendum daarvoor op 1 Oktober zou stemmen. Ook de parlementariër Mireia Boya van de CUP partij werd aangeklaagd omdat zij de motie had ingediend.

De vier leden van het Parlementsbestuur die het debat hadden toegestaan worden veroordeeld wegens wettelijke ongehoorzaamheid omdat zij geen gehoor gegeven hadden aan het schriftelijk bevel van het Constitutioneel Hof om het debat en het stemmen tegen te houden. Zij worden daarom verboden om gedurende achttien maanden een openbare functie te bekleden en moeten een geldboete van 30.000 Euro ‘s betalen.

Boya wordt vrijgesproken omdat zij, in tegenstelling tot de bestuursleden, geen persoonlijk schrijven met een waarschuwing van het Constitutioneel Hof had ontvangen en daarom niet de misdaad van wettelijke ongehoorzaamheid had begaan. De genomen beslissingen door het Parlementsbestuur worden, zoals altijd en overal, gezamelijk gedragen en kunnen niet op de individuele bestuursleden worden afgewenteld. De politici van de unionistische partijen die in het Parlementsbestuur zitten werden echter niet eens door het OM aangeklaagd.

De voorzitster van het Catalaanse Parlement, Carme Forcadell, werd een jaar geleden voor ditzelfde feit door het Spaans Hooggerechtshof veroordeeld tot elf jaar gevangenis wegens opruiing. Het behoeft weinig betoog dat hier geen sprake van justitie is. In een interview (in Catalaans) noemt de advocaat van de sociale leider Jordi Cuixart, Benet Salellas, de rechtzaak tegen zijn cliënt en de andere Catalaanse politieke gevangenen een oorlogsproces waarin het Hooggerechtshof geen gerechtigheid zoekt maar uit is op wraak en vergelding en haar politieke tegenstanders daarom met de gevangenisstraffen gijzelt.

Please follow and like us:
error

Catalaanse president afgezet

(1140 woorden)

Spandoek
Een ieder die ooit een bezoek aan Barcelona heeft afgelegd, kent het centrum met haar Gotische wijk. Daar bevind zich ook het plein Plaça Sant Jaume met het stadhuis aan de ene en het regeringspaleis van de Generalitat (Catalaanse regering) aan de andere kant. Sinds 2018 hangen aan deze gebouwen gele strikken en spandoeken uit protest tegen de Catalaanse gevangenen vanwege het houden van een referendum over de onafhankelijkheid van Spanje. Aan het regeringspaleis van de Generalitat hangt bovendien een spandoek ‘Vrijheid voor de politieke gevangenen en de ballingen’. De Spaanse wet schrijft voor dat iedere propaganda van de politieke partijen aan de openbare gebouwen gedurende verkiezingscampagnes verboden zijn. Dat is logisch om te voorkomen dat de partij die op dat moment regeert in het voordeel zou zijn tijdens een verkiezingsstrijd.

Kiescommissie en gerechtelijke vervolging
Tijdens de Spaans nationale verkiezingen gebood de Centrale Kiescommissie dat de Catalaanse president, Quim Torra, het genoemde spandoek moest verwijderen. Torra beriep zich op het feit dat het geen partijpropaganda betrof, want de vrijheid van de Catalaanse gevangenen en van de in ballingschap verkerende politici wordt ook door oppositiepartijen en een brede laag van de bevolking gedragen. De Kiescommissie, bestaande uit rechters en juristen uit de academische wereld, gaf Torra 48 uur de tijd om het spandoek te verwijderen. De Catalaanse president liet het ultimatum verlopen en verving het spandoek uiteindelijk met de leuze: ‘Vrijheid van mening en opinie, artikel 19 van de universele verklaring van de mensenrechten’. Omdat het ultimatum verlopen was, diende de Kiescommissie een aanklacht in. Tijdens het gerechtelijk proces verdedigde Torra zich dat hij geen gehoor had gegeven omdat hij als president van een autoom gebied niet aan de Kiescommissie ondergeschikt is en het bevel daarom niet legaal was. De commissie is namelijk een administratieve eenheid die zorg draagt voor het verloop van de verkiezingen, maar vormt geen onderdeel van justitie. (Later bleek dat één van de academische leden van de Kiescommissie tegelijkertijd een bestuurstaak had bij de extreem rechtse, anti-Catalaanse en unionistische partij Ciutadans. De commissie was daarom verre van neutraal.) Bovendien betrof het Spaans nationale verkiezingen en geen verkiezingen die betrekking hadden op de vorming van de Catalaanse regering. Voordat het proces begon, heeft Torra getracht om de rechtbank te wreken omdat haar voorzitter zich publiekelijk had uitgesproken tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Hij kon daarom niet onpartijdig zijn met betrekking tot de tekst van het spandoek. Deze poging had echter geen succes en hij werd veroordeeld tot uitzetting uit zijn ambt en een geldboete. Nog nooit eerder in de Spaanse geschiedenis is een zittende president uit zijn ambt gezet. Wel is hij de derde president op rij die door justitie wordt vervolgt. Puigdemont, die het referendum organiseerde, en Artur Mas die in 2014 een volksraadpleging liet houden, gingen hem daarin voor. Torra kon echter nog in beroep gaan bij het Spaanse Hooggerechtshof. Ook dit hof heeft hij getracht te wreken daar drie van de vijf rechters van deze rechtkamer ook de Catalanen veroordeeld hebben. Zij kunnen daarom niet neutraal zijn vanwege een spandoek die ageert tegen de politeke gevangenen. Zoals verwacht, leverde ook deze wraking geen resultaat op. De partijdigheid van het Hooggerechtshof blijkt onder andere omdat zij deze zaak voorrang heeft gegeven boven de vele andere beroepszaken die er lopen. In haar oordeel heeft zij nu het oordeel van de rechtbank in Catalonië bevestigd, waardoor zijn afzetting van president Torra uit zijn ambt een feit geworden is. Zelfs de bekendmaking van de uitspraak gebeurd op onregelmatige manier omdat deze reeds naar de pers is uitgelekt nog voordat Torra officieel op de hoogte wordt gesteld. De president kan nog slechts opheldering aan de rechtbank vragen over zijn veroordeling waardoor zijn feitelijke afzetting maximaal zes maanden kan worden uitgesteld. Na de afzetting uit zijn ambt kan hij weliswaar aan het Constitutioneel Hof vragen om bescherming van zijn fundamentele rechten, maar dit hof kan haar oordeel lange tijd uitstellen terwijl zijn afzetting, met alle politieke gevolgen, reeds een voldongen feit is. Gezien het verleden van het Constitutioneel Hof met betrekking tot de Catalaanse gevangenen is dit ook te verwachten om te voorkomen zodat de president geen aanklacht bij het Europese Hof voor de Mensenrechten kan indienen.

Nog een rechtzaak
Bij de Spaanse nationale verkiezingen in het najaar van 2019 vond hetzelfde kat en muis spel over het spandoek plaats waardoor Torra zich vorige week opnieuw voor de rechtbank in Catalonië moest verantwoorden. Toen weigerde hij echter een verklaring af te leggen en zei dat de rechtbank niet neutraal is en het vonnis reeds vast ligt. ‘Ik ben voor de Catalaanse onafhankelijkheid en de rechtbank legt zich toe op de vervolging van de voorstanders daarvan.’ Net zoals in de beroepszaak bij het Hooggerechtshof, wees de president de rechtbank er op dat de Spaanse staat systematisch en op gecoördineerde manier de Catalaanse nationale minderheid gerechtelijke vervolgt. Momenteel lopen er 2850 rechtzaken tegen Catalaanse politici en burgers vanwege het onafhankelijkheidsproces. Discriminatie en vervolgingen van nationale minderheden ligt zeer gevoelig bij de internationale gemeenschap, waaronder de EU en de VN.

Reactie vanuit de politiek
De Catalaanse politieke partijen zijn diep verdeeld over de te volgen strategie. Angst heerst alom vanwege gerechtelijke vervolgingen, met name onder de voorzitter van het Catalaanse Parlement, Roger Torrent van de ERC partij, wiens voorgangster voor 13 jaar gevangen zit voor het houden van het debat over de referendumwet. Onder juridische druk ontzegde Torrent het lidmaatschap van de Catalaanse president van het Parlement waardoor deze zijn stemrecht verloor. De kiesgroep JxCat (Samen voor Catalonië) van Puigdemont heeft zich afgescheiden van de moederpartij PdeCat en onder dezelfde naam een eigen politieke partij opgericht. De partijen zijn met ruzie uit elkaar gegaan en de onenigheid over de rechten van de merknaam wordt via de rechtbanken uitgevochten. De coalitiegenoot ERC is reeds lange tijd niet meer loyaal aan Torra, waardoor de Catalaanse president afgelopen Februari verklaarde dat effectief regeren niet meer mogelijk is en vervroegde verkiezingen zullen worden uitgeschreven. De COVID-19 crisis heeft deze verkiezingen echter op de lange baan geschoven. Het ziet er dus naar uit dat er in Catalonië, al dan niet gedwongen door de wetgeving, vervroegde verkiezingen zullen plaats vinden. De christelijke partij ‘Democraten’ en JxCat zijn de enige voorstanders van wettelijke ongehoorzaamheid tegen de afzetting van president Torra.

Reactie vanuit de bevolking
Veel Catalanen zijn diep gefrustreerd omdat het Parlement en de regering zich niet aan hun verkiezingsbelofte en politieke mandaat hebben gehouden. Zij zouden werken om de onafhankelijke Republiek te verwezenlijken, zoals in het referendum was besloten. De gerechtelijke vervolgingen, het verbod van het Hooggerechtshof om Puigdemont via een videoconferentie als president te installeren en het verbod van de Spaanse justitie om de twee daaropvolgende presidentskandidaten aan te stellen, verhinderde dat de uiteindelijke regering van Torra op effectieve manier haar werk kon doen. Het is te verwachten dat er protesten zullen losbreken, maar in welke mate en voor hoe lang is vooralsnog onzeker. De burgerbeweging ANC houdt momenteel een enquête onder haar leden welke acties zij zullen ondernemen. Het staat in ieder geval vast dat we een bewogen herfst tegemoet zien.

Please follow and like us:
error

Koninklijk conflict

(440 woorden)

Afgelopen week hield de Spaanse Hoge Juridische Raad haar jaarlijkse bijeenkomst aan Juridische school van Barcelona. Op deze ceremonie worden de pas afgestudeerde rechters aangesteld en anderen gepromoveerd. Gewoonlijk zit koning Felipe VI deze vergadering voor, maar vanwege het politieke conflict in Catalonië en zijn tot het nulpunt gedaalde populariteit, was hij ditmaal bij de viering absent met als excuus vanwege veiligheidsredenenen. De voorzitter van de Raad, Carlos Lesmes wiens voorzitterschap reeds twee jaar geleden verlopen is maar vanwege onenigheid tussen de Partido Popular (PP) en PSOE partijen nog steeds niet is vervangen, bekritiseerde de afwezigheid van Felipe VI hevig. Later die dag werd bekend dat de Spaanse koning hem gebeld had om te melden dat de Spaanse regering, bij monde van haar minister van justitie, hem verhinderd had om naar Barcelona af te reizen.

En hiermee beging het koningshuis een fundamentele en ernstige fout. Zij handelde zonder medeweten, laat staan instemming, van de regering zoals zij volgens de grondwet verplicht is. Het hoofd van de Spaanse staat koos partij voor de Hoge Raad en tegen de PSOE regering. De minister van justitie en de vicepresident Pablo Iglesias van de Podemos partij lieten hun onvrede over het partijdig optreden van Felipe VI duidelijk blijken en een institutionele crisis was daarmee een feit. Het optreden van Felipe VI tegen de Spaanse regering, welke notabene onlangs zijn vader en voormalig koning JuanCarlos I heeft helpen vluchten voor de Zwitserse justitie en ieder parlementair onderzoek naar zijn geldwitwas praktijken geblokkeert, is op zijn minst ondankbaar te noemen. Bovendien is zijn optreden een duidelijke schending van de grondwet en mag daarom gerust als een staatsgreep tegen de parlementaire monarchie worden beschouwd.

Op 3 Oktober 2017 hield Felipe VI een toespraak tegen de Catalanen omdat deze een referendum over hun onafhankelijkheid van Spanje hadden gehouden. De Spaanse politiek stemde daar toen volledig mee in en als gevolg daarvan paste de toenmalige PP regering van Rajoy op ongehoorde manier grondwetsartikel 155 toe in de vorm van het ontslag van de Catalaanse regering, de ontbinding van het Parlement en het opschorten van de Catalaanse autonomie. De partijdigheid van het staatshoofd was ook de directe aanleiding tot de gerechtelijke vervolgingen tegen de Catalaanse leiders. Wie gedacht had dat het koningshuis zich in haar partijdigheid zou beperken tot het politieke conflict met Catalonië, komt nu dus bedrogen uit. Maar het lag allemaal duidelijk in het verschiet. Het is nog onduidelijk wat de gevolgen van deze crisis zullen zijn. Maar het doet de populariteit van koning Felipe VI bepaald geen goed. Voor het eerst durven Spaanse politici en de pers openlijk te specularen over het einde van de monarchie, terwijl dit begin vorige week nog een streng taboe was. Zo weigerde het Nationaal Bureau voor Statistiek (CIS) toen nog een vraag over de monarchie in haar enquestes op te nemen omdat volgens haar directeur ‘dit in het geheel niet onder de bevolking leeft’.

Please follow and like us:
error

Zomaar een zomerweekje in Spanje

(1425 woorden)

Vakantie?
Nu ook in Spanje de vakanties en het zomerreces zijn aangebroken, hadden we gehoopt, ook in politieke zin, even van onze rust te kunnen genieten. Dat blijkt echter niet helemaal zo te zijn.

Financiële redding
De economische statistieken van Spanje van het tweede kwartaal werden onlangs bekend gemaakt. Daaruit blijkt dat het Spaanse BNP met 18,5% is ingezakt ten opzichte van het eerste kwartaal, dat al een verlies van 5,2% liet zien. Spanje heeft daarmee de grootste economische terugval in Europa (met een gemiddeld verlies van 12,1% van het BNP) als gevolg van de coronacrisis.

Als gevolg daarvan is de Spaanse regering wanhopig op zoek naar financiële middelen. Ondanks de Europese steun van 140 miljard Euro ‘s, waarvan 73 miljard Euro ‘s aan subsidie en de rest aan leningen, vroeg zij afgelopen Maandag een extra lening van 20 miljard. Dat de regering radeloos is blijkt wel dat zij zelfs de spaartegoeden van de Spaanse gemeenten, een bedrag van tussen de 5 en 14 miljard Euro ‘s, tijdelijk wil vorderen. Ze belooft dat 30% daarvan na 2021 weer worden teruggegeven, zij het in de vorm van specifieke projecten en onder strenge voorwaarden. De rest zal na 2037 weer met rente worden uitgekeerd. Hoewel het overkoepelende orgaan van de vereniging van gemeentes in Spanje hiermee instemde, zijn veel burgermeesters het er niet mee eens dat hun spaargeld zomaar en op korte termijn, nog voordat het Congres zich hierover kan uitspreken, in beslag wordt genomen. De gemeentes worden zo de mogelijkheid ontnomen om de hoge sociale nood te verhelpen die door de coronacrisis is ontstaan. De plaats Deià, Mallorca, was de eerste die hiertegen in opstand kwam en weigert haar met moeite gespaarde geld af te dragen. Tot nu toe zijn er een tiental dorpen en steden die tegen deze maatregel rebelleren.

Vlucht van Juan Carlos I
De aanvraag van de regering om door de Europese Unie financieel gered te worden werd overschaduwd door de vlucht van de voormalig Spaanse koning Juan Carlos I naar het buitenland . De nationale en internationale media vermeldden uitgebreid over het uitwijken van Juan Carlos wegens de vele en grote corruptieschandalen. Juan Carlos schreef in zijn brief aan zijn zoon, koning Felipe VI, dat hij hem niet wilde hinderen in zijn werk als gevolg van ‘enkele misstappen in zijn privé sfeer’.

Met zijn vertrek probeert het Spaanse koningshuis zich van de ondergang te redden. Daarnaast lijkt de vlucht van Juan Carlos een poging om niet aan de Zwitserse justitie uitgeleverd te worden, waar een gerechtelijk onderzoek tegen hem loopt. Zijn verblijf bleef enkele dagen onbekend, maar uiteindelijk wist een Spaanse krant te melden dat hij in één van de duurste hotels wereldwijd, zo ‘n 12.000 Euro ‘s per nacht, in Abu Darib verblijft. Wie dat betaald is onzeker, maar vast staat dat de hotelsuite niet met zijn eigen geld wordt gefinancierd.

Het is politiek gezien onbegrijpelijk dat Juan Carlos I niet formeel uit het koningshuis is gezet, net zoals zijn dochter Infanta Cristina en schoonzoon Urdangarin als gevolg van het Noos fraude schandaal. Hij heeft daarom nog steeds zijn verplichtingen en werpt met zijn vlucht bovendien een smet op het Spaanse koningshuis. De ex-koning van Spanje kreeg met zijn vlucht de hulp van de Spaanse PSOE – Podem/Comu regering. President Pedro Sanchez wilde echter geen uitleg geven over de precieze gang van zaken en beweert dat het een ‘persoonlijke aangelegenheid’ van Juan Carlos I is. Sánchez spreekt de feiten dus tegen want een lid van een koningshuis is een publiek figuur en heeft daarom geen ‘persoonlijke aangelegenheden’. Zeker niet wanneer het zaken betreft die hij enkel en alleen als koning kon doen, zoals het bemiddelen van een Hogesnelheidslijn met het staatshoofd van Saudi Arabië. Hoewel coalitiegenoot Podem niet bij de vluchtoperatie werd betrokken en zelfs niet op de hoogte was, leidt het vooralsnog niet tot een regeringscrisis tussen de coalitiepartners. Zowel de socialistische PSOE als de radicale antimonarchistische partij Podemos-Comu houden het koningshuis de hand boven het hoofd. De spanningen zijn echter nog lang niet uit de lucht en kunnen leiden tot een heuse institutionele crisis dat de staatsfundamenten, het neo-francistische regiem dat in Spanje nog altijd de scepter zwaait, op haar grondvesten kan doen schudden.

Catalaans Parlementair debat
Naar aanleiding van de crisis van de monarchie liet de Catalaanse president Quim Torra het Parlement bijeenroepen voor een plenair debat. Deze vond afgelopen Vrijdag plaats. De Catalaanse onafhankelijkheidspartijen die daar de meerderheid hebben, stemden daarin dat Catalonië geen koning heeft. De Spaanse koning werd reeds in een voormalig debat ter discussie gesteld en door de Catalaanse meerderheid veroordeeld. Deze motie werd later door het Constitutionele Hof ongrondwettelijk werd verklaard. Het secretariaat van het Parlement, bestaande uit juristen die zorg moeten dragen voor de juridische zekerheid over haar functioneren, weigert nu echter om de motie van afgelopen Vrijdag in de Catalaanse Staatscourant te publiceren. Het secretariaat is dus in feite verworden tot de waakhond van de Spaanse justitie binnen het Catalaanse Parlement in plaats dat zij ten dienste staat van dit Parlement en het recht van de kiezers en haar vertegenwoordigers verdedigt. Het editoriaal van de Vilaweb krant ‘Agents d’altri’ (‘Agenten van de ander’, in Catalaans) wordt uitgelegd dat hier de scheiding van de machten duidelijk ontbreekt en daarom de fundamenten van de democratie, zoals deze zijn beschreven door Montesquieu, worden geschonden. De vicevoorzitter van het Catalaanse Parlement heeft te kennen gegeven dat het Parlement soeverein is en dat de motie daarom moet worden gepubliceerd. Desnoods zal hij de aangenomen motie zelf doen publiceren. Het fenomeen is niet nieuw. Momenteel zit de voormalige Parlementsvoorzitster Carme Forcadell voor elf jaar gevangen omdat zij ditzelfde had gedaan met de moties over de referendumwet voor de Catalaanse onafhankelijkheid op 6 en 7 Spetember 2017.

Uitlevering Catalaanse minister cultuur
Vrijdag deed de Belgische rechtbank uitspraak over de uitlevering van de Catalaanse minister van Cultuur tijdens het referendum, Lluís Puig. Hij is net als president Carles Puigdemont en drie andere ministers na het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober 2017 naar België uitgeweken. Spanje wil hem uitgeleverd hebben wegens misbruik van belastinggeld als gevolg van dit referendum. In haar uitspraak van afgelopen Vrijdag zegt de Belgische rechtbank dat zij weigert om  hem uit te leveren omdat zij vindt dat het Spaanse Hooggerechtshof niet bevoegd is om de aanvraag voor uitlevering te doen. Zoals zijn advocaat altijd heeft beweerd en de VN Work Group of Arbitrary Detention (WGAD) commissie bevestigde, zou het gerechtelijk proces in Spanje en de aanvraag voor uitlevering door een gewone rechtbank moeten worden gedaan en niet door het Hooggerechtshof. Omdat de rechtzaak door het Hooggerechtshof wordt behandeld, wordt Puig de mogelijkheid ontnomen om in hoger beroep in Spanje te kunnen gaan, wat tot een fundamenteel recht behoort. De uitspraak heeft grote gevolgen voor de andere Catalaanse politici in ballingschap en de veroordeelde Catalaanse leiders. De Belgische justitie impliceert met haar uitspraak dat deze niet door het Spaanse Hooggerechtshof vervolgt en veroordeeld hadden mogen worden. Eerder weigerde de Duitse justitie om Puigdemont aan Spanje uit te leveren omdat zij vond dat Puigdemont geen oproer had gepleegd. De uitspraken van de Duitse en Belgische justitie zijn een grote blamage voor de Spaanse en zullen als argument dienen in het beroep bij het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg. Spanje heeft nu tot vier maal toe getracht om de Catalanen uitgeleverd te krijgen. Er lopen nog aanvragen voor uitlevering tegen Puigdemont en twee van zijn ministers. Zij zijn echter allen lid van het Europese parlement en daarom juridisch onschendbaar totdat dit parlement besluit hun onschendbaarheid op te heffen.

Overlijden bisschop van de armen
De kapelaan van Catalaanse afkomst Pere Casaldaliga, bisschop en vrijheidstheoloog, streed voor de rechten van de Indiaanse bevolking in het Amazonegebied van Brazilië. Tot drie mal toe hebben de rijke grootgrondbezitters hem geprobeerd te vermoorden. Hij moest de vrijheidstheologie en zijn handelen, dat niets meer inhoudt dan wat  Jezus in het Evangelie opdraagt, namelijk het zoeken van rechtvaardigheid en de kant van de zwakken en armen te kiezen, verantwoorden tegenover paus Ratzinger. Hij wilde het land niet verlaten om vaarwel te zeggen tegen zijn moeder omdat hij anders bij zijn terugreis niet meer in Brazilië zou worden toegelaten. Uiteindelijk is hij, dankzij het belabberde zoniet criminele beleid van president Jair Bolsonaro, deze week op 92 jaar het slachtoffer geworden van de coronavirus. De Catalaanse TV3 veranderde haar programma voor de Zaterdagavond en toonde de documentaire ‘Descalç sobre la terra vermella’ (‘Op blote voeten over de rode grond’). Dit verslag laat zien hoe deze zoon van Catalonië in het diepe oerwoud van het Amazone gebied naast het evangelie liet zien dat met vreedzame strijd en volharding de machtigste grootgrondbezitters op de knieën worden gedwongen.

Please follow and like us:
error

Derdegraads regiem van Catalaanse gevangenen opgeheven

420 woorden)

De Spaanse justitie maakt bekend dat de derde gevangenisgraad van de Catalaanse politieke gevangenen wordt opgeheven. Na 1/4 deel van de straf in de gevangenis doorgebracht te hebben, heeft iedere veroordeelde gevangene in Spanje daar recht op. De politieke gevangenen mochten daarom sinds de afgelopen twee weken de weekenden thuis doorbrengen. Het argument van het Openbaar Ministerie (OM) is dat zij geen spijt hebben van hun misdaden (het leiden van een vreedzaam protest, het houden van een parlementair debat of het organiseren van een referendum) en een gevaar voor de samenleving vormen. Voor sommigen van hen stelt hij ‘een speciale behandeling’ (lees: heropvoeding) voor om hen tot andere (politieke) gedachten te brengen. Sinds een week geleden het Hooggerechtshof ad hoc (speciaal voor deze gevangenen) zich tegen de precedenten (voorafgaande uitspraken) van ditzelfde hof in uitsprak, wordt de vrijheidsgraad van de Catalaanse gevangenen per directe ingang opgeheven wanneer de openbaar aanklager daar om vraagt.

Het OM is een strak hiërarchische organisatie. Aan het hoofd staat de de Spaanse openbaar hoofdaanklager. Deze handelt in naam van de regering en overheid. Momenteel bekleed de minister van justitie van de vorige regering van president Pedro Sánchez, Dolores Delgado, deze functie. Dit betekent dat óf de Spaanse regering staat achter het beleid van het OM om de Catalaanse gevangenen weer op te sluiten, notabene tegen de huidige wetgeving en interpretatie daarvan door de gerechtelijke macht in. Óf de openbaar hoofdaanklager heeft geen controle over het OM. In het eerste geval moet worden geconcludeerd dat het geen zin heeft dat de Catalaanse regering probeert te onderhandelen over een referendum voor zelfbeschikking met de Spaanse regering die tegelijkertijd de onafhankelijkheidsbeweging onderdrukt. In het tweede geval heeft het geen zin om met de Spaanse regering te onderhandelen omdat zij geen controle heeft over haar eigen overheidsinstellingen.

Een ad hoc uitspraak die een andere interpretatie aan een wet tot dan toe geeft en met het oog op een specifiek geval is in een rechtstaat ongehoord. De uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof ondermijnt daarmee de juridische zekerheid en grond waarop de wetgeving is gebaseerd.

Het snelle besluit van de plaatselijke rechter van Manresa om gehoor te geven aan het OM doet schade aan de partijdigheid van de rechtbank. Indien zij inderdaad onpartijdig zou zijn, dan zou de zaak worden afgehandeld in volgorde van binnenkomst, zonder dat aan deze zaak prioriteit wordt gegeven.

Hieruit kan alleen maar geconcludeerd worden dat Spanje, opnieuw, geen gerechtigheid zoekt maar haar politieke tegenstanders wil wreken en onderdrukken.

Please follow and like us:
error

Spaanse krooncrisis

(1485 woorden)

Ook in de internationale pers, waaronder de Nederlandse, wordt melding gemaakt van de crisis van het Spaanse koninklijk huis. De corruptieschandalen werden zelfs eerder in de internationale pers vermeld dan in de Spaanse. Wel was het in Spanje reeds algemeen bekend dat voormalig koning Juan Carlos I er buitenechtelijke relaties op nahield. De Spaanse pers verzweeg dit of sprak dit doorgaans goed. Zijn laatste ‘amant’ was Corinna zu Sayn-Wittgenstein et cetera, een adellijke hertogin van Duits-Deense afkomst. Sommige kritische journalisten en specialisten in het koningshuis hadden al reeds lange tijd hun twijfels over het functioneren van het Spaanse staatshoofd. Om te beginnen werd Juan Carlos I door dictator Francisco Franco met de vinger aangewezen als zijn opvolger om de eenheid van Spanje te behouden zoals de fascistische generaal dat wilde. Het is dus niet verwonderlijk dat Spanje geen zuivere overgang maakte naar een democratisch bestel zoals in Portugal en Griekenland in diezelfde periode van de jaren zeventig. De zogenaamde militaire coup op 23 Februari 1981 waarin kolonel Tejero van de Guardia Civil het Spaanse Congres binnendrong en daar enkele schoten loste werd door Juan Carlos I sterk veroordeeld. In zijn TV toespraak, waarin hij een militair uniform droeg, verklaarde hij dat Spanje zich als een democratie moest gedragen en dat een militaire staatsgreep onacceptabel was. Tejero werd tot gevangenisstraf veroordeeld en de rol van Juan Carlos I werd als staatshoofd versterkt. Later bleek uit verschillende onderzoeken dat Juan Carlos mogelijk zelf achter de staatsgreep zat om zijn positie op deze manier te verstevigen. Deze onderzoeken werden door de politiek en de Spaanse pers, altijd sterk afhankelijk van de overheid en de IBEX35 bedrijven die hun bestaan aan het Franco regiem te danken hebben, doodgezwegen.

De crisis van het koningshuis ontstond in 2012 toen de koning zijn heup brak tijdens een olifantenjacht in Botswana. Hij was daar met zijn toenmalige geliefde Corrina. Toen kwam pas goed het immorele gedrag van de koning aan het licht. Midden in een economische crisis waar een groot deel van de Spaanse bevolking niet het einde van de maand kan halen, maakte hij dure reisjes om ter vermaak dieren af te maken. Gedurende de weken dat hij in een Madrileens ziekenhuis lag bezocht koningin Sofia hem slechts eenmaal. Bij het verlaten van het ziekenhuis bood hij de Spaanse bevolking zijn excuses aan met de welbekende uitspraak: ‘Sorry, het zal niet weer gebeuren’. De affaire leidde uiteindelijk tot zijn aftreden en zoonlief Felipe VI volgde hem in 2014 op.

Sindsdien heeft de Spaanse koning zich niet meer aan dergelijke uitspattingsreisjes gewaagd, maar hij en het koningshuis bleven gewoon doorgaan met immoreel en corrupt gedrag als ‘business as usual’. Alleen zijn schoonzoon Urdangarin kon de dans niet ontsnappen en werd voor het Noos schandaal tot enkele jaren gevangenisstraf veroordeeld. Hij en zijn vrouw Infanta Christina werden uit het koningshuis gezet en verhuisden naar Geneve. Wat iedereen weliswaar vermoedde maar wat niet bewezen kon worden en in de Spaanse pers werd doodgezwegen was dat het corruptieschandaal van Urdangarin slechts het puntje van de ijsberg was en dat de corruptie binnen het Spaanse koningshuis structureel schering en inslag is. Verscheidene malen hebben Spaanse oppositiepartijen binnen het Congres geprobeerd om een parlementair onderzoek in te stellen naar het doen en laten van het koningshuis. Dit liep echter altijd stuk op de weerstand van de ultrarechtse partijen Partido Popular, Ciutadans en Vox en de socialistische (!) partij PSOE met als excuus dat de koning juridisch onschendbaar is. Totdat de Zwitserse krant ‘La Tribune de Geneve’ (oh ironie: de woonplaats van dochterlief) en de The Telegraph aan het begin van de coronavirus crisis meldden dat Juan Carlos I zo ‘n 100 miljoen US Dollars op een Zwitserse bankrekening bezit. Koning Felipe VI meldde direct dat hij van niets wist en dat hij afstand zou doen van deze erfenis. Hij kan echter pas afstand doen van een eventuele erfenis wanneer zijn vader komt te overleiden. Zijn uitspraak had dus geen enkele juridische betekenis, maar ondertussen gaf hij gewild of ongewild indirect toe dat de berichtgevingen over het schandaal kloppen. Gedurende de daaropvolgende weken sijpelden bijna dagelijks nieuwe berichtgevingen over dit koningsschandaal door. Daaruit blijkt dat Felipe VI medeeigenaar is van de Panamese Lucum Foundation, via welke de geldwitwaspraktijken plaats vinden. Hij wist dus wel degelijk van de corruptieschandalen van zijn vader en werkt zelfs actief aan de witwaspraktijken mee. Ook blijkt dat Juan Carlos in hoogst eigen persoon een koffer met 1,7 miljoen Euro ‘s aan biljetten op zijn Zwitsers Mirabaud bankrekening in Geneve heeft gestort. Het betrof een gift van de sultan van Bahrein. Een vertrouwenspersoon van Juan Carlos haalde tussen 2008 en 2012 maandelijks een bedrag van deze rekening voor ‘persoonlijk gebruik’. Het ging doorgaans om bedragen van boven de EU 100.000. Op zijn vliegreizen terug naar Madrid werd de vertrouwenspersoon nooit op het vliegveld gecontroleeerd. Het geld werd vervolgens in het koninklijk paleis met een elektronische biljettenmachine geteld.

De relatie met Corrina von Witgenstein is inmiddels verleden tijd. Bij hun afscheid schonk de voormalig Spaanse koning haar nog 65 miljoen Euro ‘s ‘uit liefde en voor de bewezen diensten’. In wezen betrof het een stalling van een gedeelte van het bedrag dat hij van Saudi Arabie had gekregen voor zijn bemiddeling bij de aanleg van de Hoge Snelheidstrein van Riad naar Mekka. Mevrouw Corrina is echter niet van zins om het bedrag aan hem terug te storten en zij treedt momenteel als getuige op in de rechtzaak die in Zwitserland tegen Juan Carlos I loopt. Deze laatste stelt alle Spaanse overheidsinstellingen, waaronder het CNI (Spaanse inlichtingendienst) en de Londense ambassade, in werking om haar en haar familie te bedreigen. Er is zelfs een schot door een raam van haar woning gelost. Of dit met hetzelfde wapen is gedaan waarmee olifanten om het leven worden gebracht is vooralsnog onbekend.

Na de eerste wereldoorlog en het verlies van de Duitse keizer Wilhelm II, welke in ballingschap in Doorn, Nederland, overleed en daar ligt opgebaard, werd de adellijke macht in West Europa grotendeels ontmanteld. Zij behield doorgaans wel haar titels, maar verloor haar politieke invloed en vaak ook haar rijkdommen. Een uitzondering hiervan was Spanje dat tijdens deze oorlog buiten schot bleef. De Spaanse adel heeft vandaag de dag nog al haar rijkdom, waaronder veel grondbezit, macht en invloed. En dat geldt ook voor Spaanse koning. Bij zijn aantreden had de konklijke familie weliswaar nagenoeg geen bezittingen, maar vandaag de dag wordt hun kapitaal ruim boven de 1 miljard Euro geschat. Boze tongen beweren dat Juan Carlos sinds 1973 (al voor zijn aantreden), commissies ontving voor vanuit Saudia Arabië geïmporteerde olie. Daarnaast is hij het hoofd van leger en justitie en heeft grote politieke invloed. Met de boze toespraak van Felipe VI tegen de Catalanen op 3 Oktober 2017, na het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid, verloor het staatshoofd zijn neutraliteit en de mogelijkheid om te bemiddelen in het politieke conflict. Zijn toespraak was de aanzet voor de opheffing van de Catalaanse autonomie en de talrijke gerechtelijke vervolgingen die vandaag de dag nog steeds in alle hevigheid plaats vinden.

De corruptieaffaire van het koninklijk huis heeft haar populariteit bepaald geen goed gedaan. Als gevolg van de toespraak van Felipe VI was deze in Catalonië reeds tot het minimum niveau gezakt. Nadat voornamelijk via de internationale pers bekend werd dat de voormalige koning meer dan EU 100 miljoen aan zwart geld bezit, klonken te midden van de quarantainemaatregelen vanwege de coronavirus er in geheel Spanje protesten vanaf de balkons van de huizen. Na de quarantaine besloot Felipe VI een zomertoernee door Spanje te houden om zijn populariteit wat op te veizelen. Het effect daarvan is echter zeer twijfelachtig. Toen hij besloot op 17 Juli Catalonië te bezoeken organiseerden de burgerorganisaties ANC en Omnium Cultural een protest tegen hem. De Catalaanse president Torra vroeg het koningshuis geen onnodige bezoeken te brengen in verband met de coronacrisis. Felipe stelde zijn bezoek uit tot de daaropvolgende Maandag waar hij toen in een geblindeerde auto slechts een klooster bezocht waar voormalige koningen begraven liggen. Opnieuw bleek dat de koning geen kleren aan heeft en zijn regiem, gestoeld op het fascistische francisme, in Catalonië niet meer de volledige controle heeft over het grondgebied.

Er gaan in Spaanse regeringskringen en de pers steeds meer stemmen op dat Juan Carlos I als kop van jut zal moeten dienen om het Spaanse koningshuis nog enigszins te kunnen redden. Men wil hem daarom uit het koningshuis zetten en is op zoek naar een geschikt land dat geen uitleveringsverdrag met Spanje heeft waar de voormalige koning in ballingschap kan leven. In tegenstelling tot de Catalaanse president Carles Puigdemont die zich vrijwillig meldde bij de Belgische rechtbank, wil de voormalig Spaanse koning wél op de vlucht gaan voor justitie voordat zijn juridische immuniteit wordt opgeheven.

Er bestaat dus een reële mogelijkheid dat Spanje vroeg of laat (opnieuw) een republiek zal worden. Of de val van het Spaanse koningshuis ook een einde van het post-francistisch regiem, gestoeld op het fascisme, zal betekenen is nog maar de vraag. Maar Spanje zal dan gedurende enige tijd rondlopen als een kip zonder staatshoofd. En een dodelijk gewond beest, of een failliete staat met militaire macht, is het gevaarlijkste wat men zich kan bedenken.

P.S. In de laatste uren heeft de Spaanse justitie, met de koning aan het hoofd, bekend gemaakt dat de Catalaanse politieke gevangenen hun derde graad van vrijheid wordt ontnomen. Na 1/3 deel van hun straf in de gevangenis doorgebracht te hebben, hebben zij daar recht op en mochten zij de weekenden thuis doorbrengen. Het argument van het OM, waardoor de vrijheidsgraad volgens een nieuw en tegenstrijdig precedent van het Hooggerechtshof per direct wordt opgeheven, is dat zij geen spijt hebben van hun misdaden en een gevaar voor de samenleving vormen.

Please follow and like us:
error

De markiezin en de zoon van de terrorist

(850 woorden)

Een scherp parlementair debat
Vorige week vond er een heftig debat in het Spaanse Congres plaats tussen de vicepresident van de regering, Pablo Iglesias, en de woordvoerdster van de ultra rechtse Partido Popular, Cayetana Álvarez de Toledo y Peralta-Ramos.

Hij noemde haar licht spottend ‘markiezin’, hetgeen ze ook daadwerkelijk is, en zei haar dat ze blij mocht zijn dat, in tegenstelling tot in Frankrijk, in Spanje de guillotine nooit is gebruikt. (Daarentegen werd in Spanje tot voor kort, echter niet tegen de adel, de meer barbaarse wurgpaal toegepast. In 1974 werd de Catalaanse vrijheidsstrijder Salvador Puig Antich als laatste daartoe veroordeeld.)

Als reactie daarop noemde zij hem ‘zoon van een terrorist’. De vader van Iglesias was lid van het Front Revolucionari Antifeixista i Patriòtic (FRAP) in het Nederlands vertaald als ‘het Revolutionaire Antifascistische en Patriottische Front’. Dit was een gewapende communistische groep die tot 1978 tegen het francisme streed. Natuurlijk benoemde het toenmalig regiem hun tegenstanders ‘terroristen’. Pablo’s vader had echter nooit geweld gebruikt, maar werd opgepakt bij het uitdelen van propaganda pamfletten en vervolgens veroordeeld als terrorist.

Onafgesloten hoofdstuk
Er zijn talrijke voorbeelden te noemen waarin mensen die tegen een dictatoriaal of onjuist regiem streden en door de desbetreffende overheid als ‘terroristen’ werden bestempeld. Nelson Mandela was bijvoorbeeld oprichter en voorzitter van Umkhonto We Sizwe (‘De speer van de natie’) die streed tegen het Apartheidsregiem in Zuid-Afrika. Zijn organisatie leidde als gevolg van gewapende acties officieel tot de dood van 130 mensen, 30 politieagenten en de rest burgers waarvan het merendeel zwarten. Maar hij werd na zijn vrijlating en als president van Zuid-Afrika allerminst, zowel door de internationale samenleving als in Zuid-Afrika zelf, als terrorist beschouwd. De verklaring hiervoor is dat Zuid-Afrika haar donkere periode van de Apartheid heeft afgesloten.

Gezien het feit dat een afgevaardigde in het Congres, een markiezin, een bestrijder van het Franco regiem als terrorist bestempeld, is dat in Spanje dus blijkbaar niet het geval. Generaal Francisco Franco wees prins Juan Carlos I aan als zijn opvolger. De Spaanse adel, met het koninklijk huis voorop, hebben het Franco regiem altijd gesteund en vormde zelfs een wezenlijk onderdeel er van. Zonder hun steun zou het Franco regiem misschien nooit hebben kunnen bestaan.

In de tweede helft van de zeventiger jaren en na de dood van Franco kwamen de politici met het militaire regiem overeen dat men het land zou gaan democratiseren. Met het geweer op tafel eisten de militairen dat de misdadigers van het Franco regiem amnestie zou worden verleend. Het alternatief was de voortzetting van militaire onderdrukking en dat Spanje de paria van de internationale gemeenschap zou blijven. En zo gebeurde het dat in Spanje criminelen die schuldig zijn aan het leed en de dood van velen, zoals de onlangs overleden martelaar Billy el Niño of Carlos Rey González die het vonnis van de dubieuze rechtzaak tegen Salvador Puig Antich ondertekende, heden ten dage vrij hun gang kunnen gaan. De laatste leidt nu een advocatenkantoor en is hoogleraar aan de privé universiteit UIC in Catalonië.

De adel in Europa
Na de eerste wereldoorlog kwam een einde aan de Duitse monarchie. Keizer Wilhelm II werd verbannen naar Doorn en in Duitsland en Oostenrijk werd de adel opgeheven of op zijn minst politiek gemarginaliseerd. Ook in andere delen van Europa was dit het geval, ondanks dat enkele westerse democratieën zoals Nederland nog een zogenaamde parlementaire monarchie hebben. In Frankrijk was reeds met de revolutie rond 1790 een einde aan de adel gemaakt. Dit proces ging echter geheel voorbij aan het Iberische schiereiland. De adel bestaat op dag van vandaag nog steeds en heeft er, met het koninklijk huis aan het hoofd, aanzienlijke macht en aanzien. Dat bleek deze dagen onder andere weer eens uit de belofte van koning Felipe VI naar aanleiding van de corona crisis. Hij beloofde dat ‘hij melk en olie aan de allerarmsten zal schenken’. Dat roept niet bepaald de indruk van een moderne democratie van de eenentwintigste eeuw op, maar geeft eerder het gevoel dat sommigen zich nog steeds in de feodale middeleeuwen wanen.

In onze westerse wereld bestaat de algemene visie dat niemand schuldig kan worden bevonden voor de misdaden die zijn of haar voorouders hebben begaan. Ook kunnen ouders niet worden veroordeeld indien hun kinderen misdadig gedrag vertonen. Hierop zou echter een uitzondering moeten worden gemaakt voor degenen die hun rijkdom en privileges hebben geërfd, en geaccepteerd!, van hun ouders. En dat is precies het geval van de adellijke stand waaronder markiezin Cayetana Álvarez de Toledo y Peralta-Ramos. De titels, haar rijkdom en privileges heeft zij enkel en alleen te danken aan de daden (en de misdaden) die haar voorvaderen in het verleden hebben begaan. Hieronder vallen onder andere ook de goudroof uit Zuid-Amerika met de onderdrukkingen en mensenslachtingen onder de Indiaanse volksstammen. De stamboom van Cayetana Álvarez de Toledo is terug te leiden tot aan de hertog van Alba, Fadrique Álvarez de Toledo, welbekend uit de geschiedenisboeken vanwege zijn strafexpeditie tegen de Nederlandse Gewesten van de zestiende eeuw. Er is sindsdien weinig veranderd in het gedrag van de Spaanse adel, met de uitzondering dat het in de twintigste eeuw een naam heeft gekregen: fascisme.

Please follow and like us:
error

Open oorlog van de ‘deep state’ tegen de regering

(1050 woorden)

Eergisteren werd het hoofd van de Guardia Civil (GC), kolonel Diego Pérez de los Cobos, door de minister van BiZa, Fernando Grande-Marlaska (in het gewone leven rechter van het Audiencia Nacional), op staande voet ontslagen. Het ontslag kwam voor buitenstaanders als een donderslag bij heldere hemel.

De los Cobos, zoon van een generaal onder het Franco bewind en broer van een lid en ex-voorzitter van het Constitutioneel Hof, heeft een lange lijst van verdiensten. Voor enkele daarvan kreeg hij van dezelfde minister een medaille.

Op 23 Februari 1981 toog hij naar de kazerne van de GC in de blauwe kiel van de de fascistische Falange partij. Daarmee toonde hij zijn steun aan zijn meerdere, luitenant kolonel El Tejerazo, die op dat moment een staatsgreep pleegde in het Spaanse Congres en verklaarde dat hij klaar stond om ‘te doen wat nodig was’.

In 1992 werd de Baskische activist Kepa Urra door hem en enkele van zijn collega ‘s gemarteld. Spanje werd door de de VN Commissie Tegen Martelingen hiervoor veroordeeld en als gevolg daarvan werd de Los Cobos gedegradeerd. Zijn collega ‘s werden in 1997 door het gerechtshof in Bilbao tot vier jaar gevangenis veroordeeld, maar hun straf werd door het Hooggerechtshof verlaagd en zij kregen amnestie van de ministerraad van de PP regering onder Aznar. Hierdoor zijn zij nooit voor de martelingen in de gevangenis beland.

Later won De los Cobos weer het vertrouwen van het legercorps en de politici en werd hij in 2006 adviseur van de minister van BiZa onder de socialistische PSOE regering.

In 2017 stelde hij rapporten op over de aanloop naar en het verloop van het referendum in Catalonië. In wezen begon het hoofd van de GC in Catalonië na de volksraadpleging in November 2014 reeds met onderzoeken naar politici en burgers die voor de Catalaanse onafhankelijkheid zijn. Deze rapporten werden vervolgens door het OM overgenomen en verder verfijnd voordat ze in de rechtszaken tegen de Catalaanse leiders gebruikt werden. De Los Cobos pleegde meerdere malen meineed tegen de Catalaanse politici en de burgerleiders die het referendum hadden georganiseerd of deze hadden gesteund. Ook was hij hoofdverantwoordelijke voor het politiegeweld op de dag van het referendum zelf. Zo beweerde De Los Cobos voor het Spaanse Hooggerechtshof dat de Catalaanse politie het referendum oogluikend toestond en dat de GC daarom besloot om zelf in te grijpen. Volgens hem had de GC slechts enkele keren en altijd met proportioneel geweld ingegrepen tegen mensen die de GC verhinderden om de stemlokalen binnen te gaan. De GC heeft nooit tegen ouderen van dagen en kinderen gewelddadig opgetreden, zo zei hij voor de rechter. Het Hooggerechtshof stond echter niet toe dat er video ‘s door de verdediging werden getoond om zijn getuigenis en die van de tientallen andere GC agenten te ontmaskeren. De eerste gewelddadige charges vonden echter al in de vroege ochtend plaats, toen de stemlokalen amper waren geopend. De plannen voor de gewelddadige politiecharges en om zonder coördinatie met de Mossos d’Esquadra te werken, zoals de dagen voordat het referendum plaatsvond was afgesproken, lagen echter al wekenlang tevoren klaar. Mede dankzij zijn getuigenissen en het samenspannen met het OM zijn de Catalaanse politici en burgerleiders voor jarenlang tot gevangenisstraf veroordeeld.

Momenteel loopt er nog een rechtzaak tegen het hoofd van de Mossos d’Esquadra, Lluís Trapero. Zijn advocaat toonde tijdens de verhoren aan dat de getuigenissen van De los Cobos incoherent zijn. De GC heeft Trapero nooit kunnen vergeven dat hij de terroristische cel na de aanslagen in Augustus 2017 zelfstandig en op snelle en efficiënte wijze heeft kunnen ontmantelen.

De valse rapporten en de meineed tegenover het Hooggerechtshof en de Audiencia Nacional die de Los Cobos pleegde was geen enkele reden van bezwaar voor de socialistische PSOE partij. Integendeel, nadat de PSOE aan de regering kwam bleef hij het hoofd van de GC en kreeg van de huidige minister van BiZa er zelfs een medaille voor.

De reden voor het ontslag is het onderzoek dat de GC nu tegen de PSOE regering zelf doet in verband met de feministen demonstratie van 8 Maart jongstleden. Rechter Carme Rodríguez Medel, zelf dochter van een GC, gaf daar toestemming voor nadat een aanklacht daarover was ingediend. Ondanks dat het coronavirus al welig in Madrid tierde gaf Grande-Marlaska, die daar zelf ook aanwezig was, toestemming voor de protestdemonstratie. Zoals verwacht kwamen daar duizenden betogers op af waardoor Madrid de grootste haard van de pandemie in Spanje werd.

Uit solidariteit met De Los Cobos bood de tweede man binnen de GC, General Laurentino Ceña en bekend van de problematische persconferenties tijdens de coronacrisis, gisteren zijn ontslag aan. De algemene loonsverhoging die Marlaska de GC aanbood, welke de gemeenschap een kleine 500 miljoen Euro ‘s gaat kosten, was echter te laat om de brand nog te kunnen blussen. Met het ontslag van De Los Cobos is een open oorlog begonnen tussen de Guardia Civil, justitie en de ultrarechtse partijen Ciutadans, PP en Vox aan de ene kant, en de PSOE-Podem regering aan de andere kant. De Spaanse media schrijven nu met grote verbazing wat de Catalanen al lang wisten, namelijk dat de GC valse rapporten schrijft vanwege politieke motieven. De ultrarechtse en nationalistische protestdemonstraties die begonnen in de dure wijken van Madrid tegen hun ‘ontnomen rechten’ vanwege de coronacrisis, lijken een georganiseerde samenwerking van buitenparlementaire machten om de Spaanse regering te ontzetten. En een staatsgreep met al haar ins en outs is daarmee niet ondenkbaar.

Maar in feite vond de staatsgreep al plaats toen diezelfde PSOE partij de toenmalige Partido Popular regering steunde in haar politieke vervolgingen tegen de Catalanen. Men wilde toen, en nu nog steeds, niet luisteren en serieus overleggen over een referendum in Catalonië. Zowel de rechtse PP regering toendertijd als de meest linkse PSOE-Podem regering die Spanje ooit gehad heeft, blijven volharden in hun autoritaire en ondemocratische houding. Na het referendum in Catalonië lieten zij een politiek conflict over aan de justitiële en uitvoerende machten, waardoor de scheiding van de machten in het geding kwam. Zij vonden de vuile oorlog die gevoerd werd prima zodat de Catalaanse regering daardoor op illegale wijze (maar met toestemming van het Constitutioneel Hof onder voorzitterschap van GC broer Francisco Pérez de los Cobos) ontslagen werd, het Parlement werd ontbonden, de Catalaanse autonomie werd opgeschort, nieuwe verkiezingen door de PP regering (die daar totaal niets over te vertellen heeft) werden opgelegd, de opnieuw gekozen regering van Puigdemont niet door justitie werd toegelaten om te regeren en dat vreedzame en democratische politici en burgerleiders in ballingschap moesten of voor jaren lang gevangen zijn gezet. Spanje krijgt nu als een boemerang terug wat zij zelf begonnen was.

Please follow and like us:
error

Onvoorzien protest

(640 woorden)

Langzaamaan mogen we weer wat meer. Men heeft het langzaam opheffen van de quarantainemaatregelen in verschillende fasen ingedeeld. Wat wel en wat niet precies mag gedurende deze fasen is vooralsnog onduidelijk totdat de desbetreffende fase wordt ingevoerd. En dan vinden er alsnog veranderingen van de spelregels plaats.

Sinds een week geleden zitten we in Centraal Catalonië in ‘fase 1’. Daarmee mag binnen bepaalde uren worden gesport, terwijl in de tijden daarbuiten kinderen en ouderen naar buiten mogen om (in respectievelijke volgorde) te gaan spelen en wandelen. Omdat andere delen van Catalonië, zoals Barcelona, zich nog in ‘fase 0’ bevinden heeft men nu ook fase 1/2 in het leven geroepen zodat men daar toch enige vorm van vrijheid heeft. Om de verwarring volledig te maken zei het gemeenteraadslid met ‘veiligheid’ in zijn portefeuille dat men nu ook naar het strand mag. Toen het daar op Maandag mutje vol zat, werd er omgeroepen dat dit toch niet mocht en stuurde de politie de badgasten weer weg.

Ook, of beter gezegd met name, op nationaal niveau slaat het crisisbestuur de plank iedere dag weer mis. Aan het begin van een crisis is zoiets nog goed te praten, maar dat nu na ruim twee maanden de Spaanse regering nog steeds volledig blind vaart, geeft aan dat er iets meer aan de hand is.

Op Zaterdag houdt de Spaanse president Pedro Sanchez gewoonlijk ellenlange TV toespraken voor de bevolking waar hij nagenoeg niets concreets toezegt. Doet hij dit wel, dan is daar later in de Staatscourant niets van terug te vinden of in een geheel andere vorm. Of de gepubliceerde maatregelen zijn dusdanig onduidelijk, of zelfs intern tegenstrijdig, dat er geen levend wezen is te vinden die er nog iets van begrijpt. Vervolgens zijn er zogenaamde ‘rectificaties’ (verbeteringingen die het allemaal wat duidelijker moeten maken, of toch weer niet). En zo gaat het maar door, dag in dag uit.

De enige verbetering die we van deze regering hebben gezien is dat men uiteindelijk de militairen van het menu voor de persconferenties heeft geschrapt. Deze zorgden voor nog meer problemen die Sánchez reeds had nadat het hoofd van de Guardia Civil gezegd had dat er een speciale eenheid is die de sociale media op het Internet afspeurt op zoek naar valse informatie en naar tegenstanders van het beleid van de regering. Oftewel pure censuur en politieke vervolging. Dat wil niet zeggen dat deze eenheid, indertijd opgericht vanwege het referendum in Catalonië, is opgeheven. Integendeel, onlangs rapporteerde zij dat men na diepgaand onderzoek (een oxymoron voor een Spaanse militaire eenheid) tot de conclusie is gekomen dat er na de corona crisis een opleving van protesten zal plaatsvinden. ‘Met name onder de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweginging’, zo schrijven ze. Geen wonder; de Spaanse regering doet haar uiterste best daarvoor. Van het invoeren van de noodtoestand en het centraliseren van overheidstaken (wat zonder meer een verhulde staatsgreep genoemd mag worden), de weigering om Madrid gedurende twee weken lang te isoleren (wat 21.000 slachtoffers, 3/4 van het totaal over geheel Spanje, tot gevolg had), het misbruik van de noodtoestand voor politieke doeleinden, verlenging van diezelfde noodtoestand met de ultrarechtse partij Ciutadans (met de mondelinge toezegging om niet meer met de Catalanen over hun zelfbeschikkingsrecht te onderhandelen en waarmee zij bovendien de steun van andere, linkse, partijen in het Congres en de coalitiegenoot Podemos als een steen laat vallen) en nog heel veel meer.

Maar wat de Guardia Civil niet voorzien heeft dat zijn de protesten vanuit ultrarechtse, Spaans nationalistische hoek, compleet met uitbundig gezwaai van Spaanse vlaggen. Deze protesten begonnen in de luxe wijk van Madrid, Salamanca (notabene nog steeds in fase 0), worden geleid door de ultrarechtse Partido Popular en de fascistische Vox partijen en breiden zich als een olievlek over geheel Spanje uit. Maar gezien de coulante houding van de politie en Guardia Civil tegenover deze verboden protestdemonstraties is misschien omdat ze daar zelf in meelopen.

Please follow and like us:
error

Billy leeft

(475 woorden)

Billy het kind is dood. En dat mag gevierd worden. Gisteren werd bericht dat hij is bezweken aan het coronavirus.

Billy el Niño (het kind) is de bijnaam van Antonio González Pacheco, lid van de Spaanse Policia Nacional. Op het hoofdkantoor in Barcelona aan de Via Laietana, heeft hij duizenden martelingen uitgevoerd tegen politieke dissidenten van Franco en zijn regiem. Net als het fascistisch staatshoofd is hij op bed overleden zonder dat er ooit recht is gedaan aan zijn slachtoffers.

Billy was een specialist in het martelen die genoot van zijn werk. De video ‘s waarin Chato Galante, de vertegenwoordiger van slachtoffers van het franquisme, over zijn martelingen in het TV3 programma FAQS verteld (in het Spaans op 2:30) zijn zonder meer schokkend te noemen ondanks, of misschien juist dankzij, de serene manier waarop hij daar verslag van doet. Hij verteld onder andere over ‘waterboarding’ in een emmer totdat het slachtoffer op het punt stond te stikken. Dat konden ze perfect zien aan de verkleuring van je nagels, zo vertelt hij. Hem werd ook een pistool tegen het hoofd gehouden dat werd afgeschoten. ‘Dat het wapen ongeladen was, dat wist je natuurlijk niet.’

De martelingen door Billy hielden niet op na de dood van Franco en evenmin na de zogenaamde ‘democratische overgangsperiode’ die in 1978 begon. Zijn gedrag werd door de Spaanse justitie en politiek ook daarna getolereerd. Hij kreeg verschillende taken bij het politiecorps en werd zelfs tijdens de democratische periode tot twee maal toe officieel gehuldigd voor zijn bewezen diensten. Dit leverde hem, naast de huldiging die hij tijdens de Franco dictatuur kreeg, in totaal 50% extra pensioen op. Gedurende de 42 jaren dat Spanje zichzelf een democratie noemt, en wat door de internationale gemeenschap kritiekloos wordt overgenomen, is Billy nooit berecht voor zijn misdaden. Zelfs de zogenaamd links-socialistische PSOE regering, die gedurende deze periode in totaal 23 jaren lang heeft geregeerd, heeft nooit de minste moeite genomen. Toen hij in 2018 officieel werd uitgenodigd voor een bijeenkomst van de Policia Nacional en wat vele protesten uitlokte, zei de woordvoerder van de socialistische regering van Pedro Sánchez, Isabel Celáa: ‘hij is een vrij man en kan overal gaan waar hij uitgenodigd wordt.’ Dat de minister van BiZa, Grande Marlaska, nu bij zijn dood zegt dat men druk bezig is met het schrijven van een aanklacht tegen hem is weinig geloofwaardig. Temeer daar deze minister zelf door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is veroordeeld voor het toelaten van martelingen onder zijn toezicht toen hij rechter was bij het Audiencia Nacional.

Billy el Niño is geen uitzondering. Dankzij de amnestiewet van 1977 lopen er nog talrijke misdadigers van het Franco regiem vrij rond. Om deze amnestiewet te omzeilen vroeg Argentinië In 2014 aan Spanje om González Pacheco uit te leveren en hem daar te kunnen berechten voor veertien gevallen van martelpraktijken. Het Spaanse Hooggerechtshof weigerde echter om Billy uit te leveren omdat zijn misdaden waar hij voor wordt aangeklaagd verjaard zouden zijn. De persoon Billy el Niño is dood, maar hij is nog springlevend in alle gelederen (de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende machten) van de Spaanse staat.

Please follow and like us:
error