De markiezin en de zoon van de terrorist

(850 woorden)

Een scherp parlementair debat
Vorige week vond er een heftig debat in het Spaanse Congres plaats tussen de vicepresident van de regering, Pablo Iglesias, en de woordvoerdster van de ultra rechtse Partido Popular, Cayetana Álvarez de Toledo y Peralta-Ramos.

Hij noemde haar licht spottend ‘markiezin’, hetgeen ze ook daadwerkelijk is, en zei haar dat ze blij mocht zijn dat, in tegenstelling tot in Frankrijk, in Spanje de guillotine nooit is gebruikt. (Daarentegen werd in Spanje tot voor kort, echter niet tegen de adel, de meer barbaarse wurgpaal toegepast. In 1974 werd de Catalaanse vrijheidsstrijder Salvador Puig Antich als laatste daartoe veroordeeld.)

Als reactie daarop noemde zij hem ‘zoon van een terrorist’. De vader van Iglesias was lid van het Front Revolucionari Antifeixista i Patriòtic (FRAP) in het Nederlands vertaald als ‘het Revolutionaire Antifascistische en Patriottische Front’. Dit was een gewapende communistische groep die tot 1978 tegen het francisme streed. Natuurlijk benoemde het toenmalig regiem hun tegenstanders ‘terroristen’. Pablo’s vader had echter nooit geweld gebruikt, maar werd opgepakt bij het uitdelen van propaganda pamfletten en vervolgens veroordeeld als terrorist.

Onafgesloten hoofdstuk
Er zijn talrijke voorbeelden te noemen waarin mensen die tegen een dictatoriaal of onjuist regiem streden en door de desbetreffende overheid als ‘terroristen’ werden bestempeld. Nelson Mandela was bijvoorbeeld oprichter en voorzitter van Umkhonto We Sizwe (‘De speer van de natie’) die streed tegen het Apartheidsregiem in Zuid-Afrika. Zijn organisatie leidde als gevolg van gewapende acties officieel tot de dood van 130 mensen, 30 politieagenten en de rest burgers waarvan het merendeel zwarten. Maar hij werd na zijn vrijlating en als president van Zuid-Afrika allerminst, zowel door de internationale samenleving als in Zuid-Afrika zelf, als terrorist beschouwd. De verklaring hiervoor is dat Zuid-Afrika haar donkere periode van de Apartheid heeft afgesloten.

Gezien het feit dat een afgevaardigde in het Congres, een markiezin, een bestrijder van het Franco regiem als terrorist bestempeld, is dat in Spanje dus blijkbaar niet het geval. Generaal Francisco Franco wees prins Juan Carlos I aan als zijn opvolger. De Spaanse adel, met het koninklijk huis voorop, hebben het Franco regiem altijd gesteund en vormde zelfs een wezenlijk onderdeel er van. Zonder hun steun zou het Franco regiem misschien nooit hebben kunnen bestaan.

In de tweede helft van de zeventiger jaren en na de dood van Franco kwamen de politici met het militaire regiem overeen dat men het land zou gaan democratiseren. Met het geweer op tafel eisten de militairen dat de misdadigers van het Franco regiem amnestie zou worden verleend. Het alternatief was de voortzetting van militaire onderdrukking en dat Spanje de paria van de internationale gemeenschap zou blijven. En zo gebeurde het dat in Spanje criminelen die schuldig zijn aan het leed en de dood van velen, zoals de onlangs overleden martelaar Billy el Niño of Carlos Rey González die het vonnis van de dubieuze rechtzaak tegen Salvador Puig Antich ondertekende, heden ten dage vrij hun gang kunnen gaan. De laatste leidt nu een advocatenkantoor en is hoogleraar aan de privé universiteit UIC in Catalonië.

De adel in Europa
Na de eerste wereldoorlog kwam een einde aan de Duitse monarchie. Keizer Wilhelm II werd verbannen naar Doorn en in Duitsland en Oostenrijk werd de adel opgeheven of op zijn minst politiek gemarginaliseerd. Ook in andere delen van Europa was dit het geval, ondanks dat enkele westerse democratieën zoals Nederland nog een zogenaamde parlementaire monarchie hebben. In Frankrijk was reeds met de revolutie rond 1790 een einde aan de adel gemaakt. Dit proces ging echter geheel voorbij aan het Iberische schiereiland. De adel bestaat op dag van vandaag nog steeds en heeft er, met het koninklijk huis aan het hoofd, aanzienlijke macht en aanzien. Dat bleek deze dagen onder andere weer eens uit de belofte van koning Felipe VI naar aanleiding van de corona crisis. Hij beloofde dat ‘hij melk en olie aan de allerarmsten zal schenken’. Dat roept niet bepaald de indruk van een moderne democratie van de eenentwintigste eeuw op, maar geeft eerder het gevoel dat sommigen zich nog steeds in de feodale middeleeuwen wanen.

In onze westerse wereld bestaat de algemene visie dat niemand schuldig kan worden bevonden voor de misdaden die zijn of haar voorouders hebben begaan. Ook kunnen ouders niet worden veroordeeld indien hun kinderen misdadig gedrag vertonen. Hierop zou echter een uitzondering moeten worden gemaakt voor degenen die hun rijkdom en privileges hebben geërfd, en geaccepteerd!, van hun ouders. En dat is precies het geval van de adellijke stand waaronder markiezin Cayetana Álvarez de Toledo y Peralta-Ramos. De titels, haar rijkdom en privileges heeft zij enkel en alleen te danken aan de daden (en de misdaden) die haar voorvaderen in het verleden hebben begaan. Hieronder vallen onder andere ook de goudroof uit Zuid-Amerika met de onderdrukkingen en mensenslachtingen onder de Indiaanse volksstammen. De stamboom van Cayetana Álvarez de Toledo is terug te leiden tot aan de hertog van Alba, Fadrique Álvarez de Toledo, welbekend uit de geschiedenisboeken vanwege zijn strafexpeditie tegen de Nederlandse Gewesten van de zestiende eeuw. Er is sindsdien weinig veranderd in het gedrag van de Spaanse adel, met de uitzondering dat het in de twintigste eeuw een naam heeft gekregen: fascisme.

Please follow and like us:
error