De zesde week van het proces tegen de Catalaanse leiders

(770 woorden)

Het hoofd van de Guardia Civil in Catalonië
Deze dagen leerden we van het hoofd van de Guardia Civil in Catalonië, Daniel Baena, dat hij al in 2015 op eigen initiatief politieonderzoek deed tegen Catalaanse politici zonder dat er aanwijzingen waren van crimineel gedrag. Op dat moment was er nog geen Catalaanse regering en president Puigdemont was burgermeester van Girona, ver weg van de Catalaanse nationale politiek. Aanleiding voor dit onderzoek was de motie die in het Catalaanse Parlement werd aangenomen over de Catalaanse politieke situatie. De openbaar aanklager in Catalonië, Zaragossa, gaf hem vervolgens opdracht om al het doen van de Catalaanse politici na te gaan. Zelfs normale politieke activiteiten werden door hem gerapporteerd als pogingen om Spanje op te breken. Om een voorbeeld te noemen: de Catalaanse regering nam in die periode meer mensen in dienst om de belastingdienst te versterken en te verbeteren. Baena volgde dit op de voet omdat dit duidelijk een belangrijke stap kon zijn in de richting van de Catalaanse onafhankelijkheid. In 2012 was dit echter reeds door de Catalaanse regering en het Parlement overeengekomen. Het was dus een gewone politieke invulling van een besluit dat werd genomen lang voordat de Catalaanse onafhankelijkheid in de politiek ter sprake was. Bij herhaling beweert Baena als getuige van het Hooggerechtshof dat hij alleen mogelijke misdadige feiten onderzocht en geen politieke ideeën. In dezelfde periode sprak Baena reeds over ‘opstand'(‘sedicio’) in zijn politierapporten. Dit werd door de rechtbank nummer 13 in Barcelona overgenomen en later bij de arrestatie van de leiders van de burgerbeweging in Oktober 2017 ook door het Audiencia Nacional, en vervolgens door het Hooggerechtshof bij monde van onderzoeksrechter Llarena en de openbaar aanklager. De aanklacht van opstand en oproer begon dus allemaal bij Baena en vervolgde haar weg via de openbaar aanklager en de verschillende rechtbanken. Deze politieonderzoeken, lang voordat de zogenaamde misdaad werd begaan, toen de hoofdrolspeler van de zogenaamde rebelse opstand (president Carles Puigdemont) nog niet op het toneel van de nationale politiek aanwezig was, en daarom illegaal waren, maakt al het bewijsmateriaal van deze rechtszaak onbruikbaar. Advocaat Ana Bernaola mocht Baena daarover niet verder ondervragen en rechter Marchena verzekerde dat deze politieonderzoeken niet zullen worden gebruikt voor de veroordeling. Logisch, want illegaal verkregen bewijsmateriaal zou de gehele rechtszaak tenniet doen. Maar het gerechtelijk onderzoek en de aanklacht van het OM is wel op deze politierapporten gebaseerd

Baena noemt de periode vanaf 20 September tot 27 Oktober (toen de Catalaanse autonomie onder curatele van de Spaanse regering kwam te staan) een periode van opstand en rebellie. Maar er is in al die tijd niemand gearresteerd geweest anders dan de politici voor ondervraging, welke daarna weer werden vrijgelaten.

De verdediging vroeg hem ook of het Twitter account Tácito van hem afkomstig was. Deze Twitter gebruiker beledigde doorgaans de leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Baena zegt van niet. Uit een geluidsfragment van een interview met de krant Público is echter te horen waarin hij toegeeft de eigenaar van dit account te zijn. Baena is dus fervent tegenstander van de Catalaanse onafhankelijkheid en liegt daarover tegen de rechtbank.

Andere getuigen
Andere leden van de Guardia Civil spreken zonder uitzondering over de opstandige sfeer en de gewelddadige mensenmenigte die hen belegerden en ‘de haat in de ogenvan de mensen die hen angst aanjoegen zoals ze nog nooit gehad hadden’. Een Guardia Civil zegt dat hij op 1 Oktober gewond raakte bij de protesten. Bij doorvragen van verdediging blijkt dat hij zich aan zijn voet pijn had gedaan toen hij tegen de mensenmenigte aanduwde.

Een internationale waarnemer van het referendum, de Duitse oud-parlementariër Bernhard von Grünberg, zegt dat hij alleen geweld van de Spaanse politie heeft gezien. Ze gebruikten knuppels en rubberen kogels. Hij zag verscheidene gewonden onder de bevolking, maar geen enkele onder de politieambtenaren. Hij zegt een groot respect te hebben dat de mensen rustig bleven en de vreedzaamheid bewaarden, ondanks de grote consternatie door het geweld van de politie.

Het OM is naarstig op zoek naar misbruik van overheidsgeld door de Catalaanse politici. Tot nog toe heeft men geen enkele Euro gevonden die de Catalaanse overheid aan het referendum heeft besteed. De aanklager vroeg daarom of zijn komst en verblijf in Catalonië door de Catalaanse regering was betaald. ‘Om mijn onafhankelijkheid als waarnemer en andere activiteiten voor de VN te garanderen, betaal ik dit soort activiteiten altijd zelf.’ antwoordde hij. Zijn getuigenis voelde als een frisse wind door de muffe rechtszaal waarin doorgaans met verdraaiingen en overdreven verklaringen het geweld en een opstand in de schoenen van de kiezers wordt geschoven. Voor het eerst hoorden we in deze rechtszaal een getuige onomwonden de waarheid vertellen zoals wij die hier in Catalonië ervaren.

 

Please follow and like us:

De macht van de hatende blik van de Catalanen

Na iedere hoorzitting in het Spaans Hooggerechtshof tegen de Catalaanse leiders houdt Josep Casulleras Nualart een dagboek bij van wat er zich in de rechtszaal die dag heeft afgespeeld. Hier volgt een vertaling van de hoorzittingen waarin agenten van de Guardia Civil (GC) worden gehoord als getuigen.

(1600 woorden)

‘Agenten van de Guardia Civil verklaren als getuigen en creëren een angstwekkend verhaal over 1 Oktober en 20 September die de advocaten ontkrachten met feiten en bewijzen’

Eerste sergeant van de Guardia Civil G37772B is al een tijdje bezig met het vertellen van zijn getuigenis voor het Hooggerechtshof in de rechtszaak tegen het onafhankelijkheidsproces. Het is vijf uur in de middag. Hij beantwoord de vragen die de openbaar aanklager Jaime Moreno hem stelt over de interventie van het college Sant Adrià de Besòs op 1 Oktober. Hij houdt een gepassioneerd verhaal dat hem diep raakt, zo erg dat hij soms even moet slikken. Hij verteld dat toen ze bij het college aankwamen een groep mensen op hem afkwam en begonnen te schelden. ‘Maar wat me het meeste pijn deed waren die blikken die ze me toewierpen’, zei hij. Hij vertelde dat er driehonderd personen waren die trachten te verhinderen dat de GC naar binnen kon gaan. Maar uiteindelijk is dat toch gelukt. Er waren mensen die de deur blokkeerden, maar we hebben deze toch kunnen openen. En toen we binnen kwamen, ‘een andere verrassing’. Doodse stilte. ‘Er waren zo ‘n 300 personen, van alle leeftijden, ook oude mensen; het was een onneembare muur, ze zaten of lagen op de grond. En iedereen was stil en maande om stilte. We liepen over hen heen, voorzichtig om niet boven op hen te stappen. En toen we voorbij waren, waren er geen stembussen’. De eerste sergeant zijn stem begint te haperen. ‘Toen we teruggingen, begonnen ze opnieuw te beledigen en noemden ons moordenaars. We moeste verbaal geweld incasseren. Ik heb daardoor morele schade opgelopen.’ Op dit moment slaat zijn stem helemaal over. ‘Ik ging daar heen om een opdracht van de rechtbank uit te voeren. De blik zal me altijd bijblijven, zoals ze me vol minachting en haat aankeken.’ Aanklager Morena trekt een ernstig gezicht, zoals een televisie presentator die iets ernstigs meedeelt. En de sergeant sluit zijn getuigenis af met de vernietigende zin: ‘Ik begrijp niet waarom deze personen, mensen van het volk, zich als misdadigers gedroegen.’

In Sant Martí Sesgueioles, een dorp van 371 inwoners van Anoia, was er ook een ‘Walking Dead’. Dit vertelde een agent van de GC die naar het college ging om deze te sluiten. Hij trof er een ‘massa van mensen aan’. De inwoners van het dorp. Ze beschermden de stembus. De reis er heen vertelde hij op langzame, trillend prozaïsche manier. Ze zagen auto ‘s op de weg die die gebaren met de hand en een vinger maakten en dat ‘ieder respect jegens de autoriteiten in enkele uren in rook was opgelost’. Hij verteld, eenmaal daar aangekomen, moesten ze duwen om binnen te komen want de mensen boden weerstand. Ze kwamen een vrouw van middelbare leeftijd tegen die zich tegenover hen opstelde terwijl zij met haar armen zwaaide. Ze zei tegen hen: ‘Wat moeten jullie hier?’. Volgens de agent was haar houding uitdagend. Later ontdekte hij via Facebook dat zij de burgermeester was. Hij eindigt zijn betoog dat toen zij naar binnen gingen, vonden zij alleen een stembus van karton van de volksraadpleging van 9 November 2014. De aanklager en de getuigen vonden dit zeer ernstig want de GC had hiermee veel tijd verloren. Ze hadden hen misleid, en ondertussen hadden de mensen kunnen stemmen in een garage. Ze hadden hen voor de gek gehouden. De mensenmassa van Sant Martí Sesgueioles waren vijandig gestemd en agressief. Dat de rechtbank deze boodschap bijblijft.

‘We zullen ze prikken’
Het probleem met deze getuigenissen is dat wanneer de advocaten de overdreven en emotionele verhalen met gebeurde feiten en bewijsmateriaal willen weerleggen, rechter Marchena dat niet toelaat. In dit geval tekende advocaat Andreu Van den Eynde officieel protest aan omdat hij de beweringen van deze agent niet mag weerleggen met de opgenomen beelden door de camera ‘s van de GC zelf gedurende de interventie van die dag. De ondervraging van Van den Eynde aan de getuige was vernietigend: de getuige herinnerde zich niets over wat de advocaat vroeg, zoals of er drankjes op de tafeltjes stonden waarvan zij gezegd had dat deze als barricades werden gebruikt, of dat ze wist dat de enige persoon in de mensenmassa die een capuchon droeg (om niet herkent te worden, vert.) een infiltrant van de GC was, of ze wist wat het betekent als men van een ME agent hoort zeggen ‘We zullen ze prikken’, of ze wist dat een van de ME-ers zei dat ‘gebruik de knuppel op een manier alsof er geen volgende dag is’, of een andere: ‘Het is een wonder dat we geen botten hebben gebroken, maar het scheelde weinig’. Nee, daar wist ze helemaal niets van. Maar de boodschap van de advocaat was overduidelijk. En als je de video nog niet hebt gezien, het tribunaal staat niet toe om deze te laten tonen in de rechtszaal, dan kun je hem hier zien. (De eerste video in het originele artikel, vert)

Daarna gaan we terug naar Bigues i Riells, de bedrijfsruimte waar de GC miljoenen stembriefjes van het 1-Oktober in beslag nam. Ze deden deze in bestelbusjes en namen ze mee. Een groep mensen, een dertigtal, protesteerden buiten. Dit zijn, zoals ze worden genoemd, ‘de massa’ die zich concentreerden. Één van de agenten die meewerkte bij deze huiszoeking getuigde deze ochtend. Hij sprak over de protesterenden en zei dat ze beledigden en bedreigden. Hij bevestigde dat er mannen van 65 a 70 waren die op de grond voor de bestelbusjes gingen liggen zodat deze niet vooruit konden rijden. Het was allemaal erg vijandig. De mensen, zittend op de grond met de armen ineen. Agent S17971T verklaarde: ‘Het was om er bang van te worden. Want de mensen waren erg opgewonden.’ En uiteindelijk, op de twintigste dag van de hoorzittingen van het gerechtelijk proces, kwam de vergelijking tevoorschijn met Baskenland: ‘Ikzelf heb het conflict in Baskenland niet meegemaakt. Maar mijn oudere collega ‘s vertelden me dat het daar in het begin op precies dezelfde manier toeging, met mensen vol van haat.’ Dit is de vijandigheid waarover hij praat: een video die evenzo niet door Marchena in de rechtszaal getoond mag worden. Dit zegt al alles. Het betreft beelden van de GC zelf. (De tweede video in het originele artikel, vert)

En daarna een andere agent met nummer H12669K die deelnam bij de huiszoeking bij Unipost in Terrassa waar men brieven van de Generalitat geadresseerd aan de kiezers voor de deelname voor het referendum, in beslag nam. Toen hij na de huiszoeking naar buiten ging, trof hij er mensen aan die protesteerden. Hij verteld er dit over: ‘Voor de eerste keer geconfronteerd zag ik de haat op de gezichten van deze mensen.’ Advocaat Jordi Pina vroeg hem of hij als gevolg van deze traumatische ervaring psychologische hulp heeft gevraagd en hij antwoordde van niet. Of men schade aan de auto ‘s of aan agenten heeft toegebracht. Ook niet. Advocaat Marina Roig vroeg hem of de mensen gedurende de huiszoeking op de grond zaten. De agent antwoord bevestigend en voegt er aan toe dat ze een stembus van karton op de grond hadden neergezet.

Blikken van haat en minachting, zeggen ze. Er zijn bewijzen van beelden die aantonen dat de haat en minachting van de andere kant kwam. Deze getuigenissen lijken enorme overdrijvingen en ongeloofwaardig die niet gebruikt zouden kunnen worden als bewijsvoering. Maar in Madrid worden ze geaccepteerd. En het tribunaal zou het ook perfect kunnen accepteren. Men hecht er grote waarde aan de percepties van de secretaris van de rechtbank en van de agenten, dusdanig dat ze als bewijs zal kunnen worden gebruikt. Gedurende de fase van het gerechtelijk vooronderzoek gebruikte rechter Llarena precies dezelfde getuigenissen die we hier zien. Met dit verschil dat de advocaten de getuigenissen nu kunnen ontkrachten. En iedereen die het wil, kan dit aanschouwen. Het probleem is de scheidsrechter en het scheve perspectief waarmee hij er naar kijkt.

Daarom vinden ze het ideologisch vooroordeel van de rechtbanksecretaris en de agenten onbelangrijk. Zij spreken recht, niet wij. Wij staan terecht. Zoals advocaat Boye er ons aan herinnert: de juridische waarheid komt niet noodzakelijk overeen met de realiteit en de feiten. In Madrid, en in Barcelona, is er een pers die functioneert als een thermometer. Er zijn er die hyperbolisch overdrijven. Maar er zijn er ook die de toon aangeven, zoals La Vanguardia of El País. De eerste dagen waren zij zeer kritisch over de openbaar aanklager dat zijn ondervragingen een belachelijke vertoning waren en dat hij anticipeerde op het criterium van Marchena met betrekking tot de waarschuwing over valse getuigenissen. Nu staan deze kranten achter de aanklager en versterken de thesis van de beschuldigingen die door de agenten wordt verteld waarin zij ontkennen dat de protestbijeenkomsten vreedzaam en democratisch waren. Volgens deze pers, die de getuigende agenten ondersteunt door hen als wanhopig te beschrijven door de ‘blikken van haat’, komen we dichterbij de realiteit van tumult en algemene vijandigheid. En hoe zal het gerechtshof dit zien? Meer dan de helft van de leden van dit tribunaal maken ook deel uit van de rechtkamer die de aanklacht accepteerde voor het houden van dit proces. En daarmee is alles gezegd.

Nawoord van de vertaler:
Zowel de secretaris van de rechtbank die de huiszoeking op 20 September 2017 deed in het ministerie van EZ als de politie getuigen werden niet gefilmd tijdens hun ondervraging in de rechtszaal. Marchena gebruikte de directe uitzending van het proces als argument om geen internationale waarnemers toe te laten.

Please follow and like us:

Heksenjacht op gele linten

(980 woorden)

De commissie
Als gevolg van de val van de Spaanse regering staan in Spanje de verkiezingen weer voor de deur. Deze zal op 28 April gehouden worden. Op het moment dat er verkiezingen worden uitgeschreven, treedt het regiem van de kieswet in werking. De zogenaamde Kiescommissie kijkt er op toe dat deze wet wordt nageleefd. Haar principiële taak is om er op toe te zien dat het verkiezingsproces op transparante en eerlijke manier wordt gehouden en zij controleert het Kiesbureau bij de uitvoering van haar taak. De commissie bestaat uit acht rechters van het Hooggerechtshof (twee daarvan vormen deel van de rechtzaal die de Catalaanse leiders moeten veroordelen), vijf hoogleraren in het recht, een secretaris en een directeur. De directeur heeft geen stemrecht in de commissie.

De jacht
Als protest tegen de politieke gevangenen die momenteel terecht staan, hangt het in Catalonië vol met gele linten en strikken. Op de balkons van de huizen, op relingen van wegen, bruggen en viaducten en ook aan de gebouwen van overheidsinstellingen. De kieswet bepaald echter dat gedurende de periode van de verkiezingscampagne de overheidsgebouwen een ‘neutrale’ sfeer moeten uitstralen en dat er daarom geen symbolen van een bepaalde politieke partij of voorkeur aanwezig mogen zijn. De grote vraag is dus nu of het protest tegen de politieke gevangenen een bepaalde politieke voorkeur uitstraalt of niet. De kiescommissie vindt van wel. Nogmaals: twee leden van deze commissie zitten in het tribunaal tegen de Catalaanse leiders. Hetzelfde tribunaal dat vind dat de deelname van de ultrarechtse partij Vox als volksaanklager in dit proces  de neutraliteit van de verkiezingen niet beïnvloedt. De kiescommissie droeg de Catalaanse president Quim Torra daarom vorige week op om alle gele linten van de Catalaanse overheidsgebouwen weg te halen, en wel binnen vierentwintig uur. Nu hing er een spandoek aan de balkonreling van het Paleis van de Generalitat waarop staat: ‘Vrijheid voor de politieke gevangenen’, samen met de afbeelding van het gele lint. President Torra schreef een protest aan omdat de gele linten geen politieke voorkeur van een bepaalde partij vertegenwoordigen. De linten zijn een protest en worden door een brede laag van de bevolking, en daardoor ook door verschillende politieke partijen van allerlei ideologiën, ondersteund. Torra zegt daarom dat de gele linten onder het recht van vrije meningsuiting vallen. De kiescommissie hield voet bij stuk en Torra vroeg om juridische raad aan de Catalaanse Ombudsman. Deze raadde aan om de gele linten tijdens de verkiezingsperiode weg te halen. Als reactie hier op liet de Catalaanse president het spandoek op het balkon aan de Plaça Sant Jaume vervangen door een ander met dezelfde tekst maar met een kleurloos lint met rode streep er doorheen. Ondertussen werd hij door de kiescommissie aangeklaagd wegens wettelijke ongehoorzaamheid omdat hij niet binnen het tweede ultimatum van vierentwintig uur aan de eis van de kiescommissie had voldaan. Hiervoor loopt Torra zelfs het risico dat hij uit zijn functie als president wordt gezet. Dat zou dan een nieuwe, dramatische, stap betekenen in de onderdrukking van de democratische keuze van de Catalanen. Op last van de rechter moest ook het spandoek met het kleurloze lint worden verwijderd. De Mossos d’Esquadra werd opgedragen hierop toe te zien. De Catalaanse politie en de ambtenaren op het Paleis van de Generalitat moeten gehoor te geven aan de Spaanse wetgeving en justitie. Zoals altijd heeft de Catalaanse regering nooit haar ambtenaren tot wettelijke ongehoorzaamheid willen dwingen.

Politie controleert op scholen
De heksenjacht op gele linten gaat zelfs zo ver dat de Mossos d’Esquadra ook openbare scholen bezoekt op zoek naar gele linten. Kasten en laden van leraren worden doorzocht op zoek naar geel materiaal. Zelfs een muurtekening met het thema ‘Vrede’ dat gemaakt werd door de leerlingen, moet worden afgedekt omdat het een geel lintje bevat.

Het derde spandoek
En aan het balkon van het Paleis van de Generalitat hangt wederom een nieuw spandoek, de derde binnen een week tijd. Deze werd dit keer opgehangen door de politici van het bureau van de president zelf in plaats van door beambten. Het spandoek bevat geen tekening van een geel of kleurloos lint, maar alleen de tekst ‘Recht op vrijheid van meningsuiting, artikel 19 van de rechten van de mens’. Want het gaat hier niet om een symbooltje, een stom geel lintje zoals we hier op onze jas dragen. Waar het om gaat is de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van protest. En wanneer deze worden aangetast, dan komen alle vrijheden op losse schroeven te staan en betekent dat het einde van de democratische rechtsstaat.

Een jaar gevangen, maar gen spoor van een misdaad
Vandaag, 23 Maart 2019, is het een jaar geleden dat Parlementsvoorzitster Carme Forcadell, presidentskandidaat Jordi Turull en de politici Dolors Bassa, Josep Rull en Raul Romeva gevangen genomen werden nadat zij zich vrijwillig bij het Hooggerechtshof voor verhoor hadden gemeld. De foto waarop zij van hun familie afscheid nemen voor de deur van het gerechtsgebouw, toont de bezorgdheid op  hun gezichten. Rull en Turull herinneren er aan dat onderzoeksrechter Llarena met hun gevangenneming de samenstelling van het Parlement wijzigde en de instelling van Rull als president van Catalonië voorkwam. Want de dag daarvoor had hij zich in het Parlement daarvoor gepresenteerd en op 24 Maart zou de tweede stemming daarover plaats vinden. Romeva toont het menselijk leed achter dit drama. Deze dag herinnert hem eerder aan de verjaardag van zijn dochtertje dan aan zijn gevangenneming. De fractievoorzitster van ERC, Marta Rovira, week die dag uit naar Zwitserland waar zij als politieke vluchteling wordt erkent. De Catalaanse leiders worden gevangen gehouden omdat zij gewelddadige rebellie tegen de overheid zouden hebben gepleegd. Na vijf weken van hoorzittingen in het Hooggerechtshof is daar nog steeds geen enkel spoor van te vinden.

Het is natuurlijk onmogelijk dat onder deze omstandigheden normale verkiezingen kunnen worden gehouden. Hoewel grondwetsartikel 155 (de opschorting van de Catalaanse autonomie) niet meer actief is, de facto verkeert Catalonië in staat van beleg.

Please follow and like us:

Majoor Trapero haalt de aanklacht van rebellie onderuit

(1200 woorden)

De aanklacht van rebellie
Als gevolg van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid heeft het Openbaar Ministerie een aanklacht opgetuigd tegen de Catalaanse politici en burgerleiders. De aanklacht zegt dat zij rebellie, een gecoordineerde en gewelddadige opstand, tegen de gevestigde orde hebben gepleegd. Om het gewelddadige aspect van deze zogenaamde opstand te onderbouwen, beweert het OM dat de Catalaanse politie, de Mossos d’Esquadra, de gewapende arm vormde van de Catalaanse regering van president Puigdemont.

Het OM onderbouwt deze stelling omdat de Mossos zich passsief zouden hebben opgesteld tijdens de dag van het referendum en niets deden om het stemmen tegen te houden. Het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero, welbekend vanwege zijn efficiënt optreden tegen de terroristen na de aanslagen in Barcelona en Cambrills in de zomer van 2017, wordt daarom ook voor rebellie aangeklaagd. Het OM eist daarvoor elf jaar gevangenisstraf tegen hem. Deze aanklacht is echter in behandeling bij een andere rechtbank, het Audiencia Nacional. In de rechtszaak tegen de Catalaanse leiders bij het Hooggerechtshof werd hij op initiatief door de volksaanklager, de extreem rechtse politieke partij VOX, opgeroepen om te getuigen. Omdat er echter een andere aanklacht tegen hem loopt, is hij niet verplicht om daar gehoor aan te geven. Gezien de belangrijke rol die de Catalaanse politie in de gewelddadige rebellie zou hebben gehad, zag men hem, evenals het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional, als een sleutelgetuige. Hoewel dus niet verplicht, verscheen Trapero afgelopen Donderdag in de gehoorzaal van het Hooggerechtshof.

De getuige verteld
De ondervraging duurde in totaal zes uren. Trapero gaf op precieze manier antwoord op alle vragen die hem werden gesteld. Vooral het OM ondervroeg hem op grondige en soms zelfs agressieve manier: ‘Waarom zijn de scholen niet op de Zaterdag voor het referendum ontruimd?’ Trapero antwoordde doorgaans op koele en zakelijke toon: ‘De mensen hielden er allerlei activiteiten die niet verboden waren. Bovendien was er geen opdracht van de openbaar aanklager of van de rechter daarvoor.’

In zijn getuigenis verteld hij dat hij zich tussen twee vuren in voelde zitten. Aan de ene kant was er de druk van de politici, met name zijn politiek hoofd, minister van Binnenlandse Zaken Quim Forn. Hij noemde het optreden van de politici op een gegeven moment zelfs onverantwoordelijk en vertelde dat hij hen had voorgesteld om het referendum af te gelasten. Want met twee miljoen mensen die willen gaan stemmen en een politiemacht van 15.000 man was het risico op confrontatie erg hoog. Aan de andere kant moest hij gehoor blijven geven aan de Spaanse wet, zo zei hij. Trapero heeft aan de Catalaanse politici toen duidelijk gezegd dat hij altijd aan de Spaanse wet, de openbaar aanklager en de rechter gehoor zou blijven geven. President Puigdemont heeft hem toen gezegd dat hij moest blijven doen wat zijn werk van hem vroeg. Wat Trapero verteld, komt overeen met wat Puigdemont zelf ook altijd heeft gezegd: hij wilde niet dat de Catalaanse Republiek uit bloed geboren zou worden en dat de ambtenaren gedwongen zouden worden om tegen de wet in te handelen.

De samenwerking tussen de politiecorpsen
De openbaar aanklager in Catalonië had bevolen het referendum tegen te houden. De Mossos hadden daarvoor een gedetailleerd plan gemaakt. Voor het ontruimen, verzegelen en bewaken van alle stemlokalen zou men 70.000 man politie nodig hebben gehad; een onmogelijke opgave. Volgens Trapero kwam de Guardia Civil met een vaag plan om het referendum tegen te houden, terwijl de Policia Nacional geen enkel plan indiende. Op een gegeven moment werd het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional, Perez de los Cobos, door de openbaar aanklager aangewezen als coördinator van de drie politiecorpsen, zonder dat het hoofd van de Catalaanse politie daarover vooraf werd geïnformeerd, laat staan geraadpleegd. Het toezicht van de Catalaanse politie werd de facto dus zomaar bij de Catalaanse regering weggehaald en ondergebracht bij het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Trapero was het daar niet mee eens, maar accepteerde de beslissing van de openbaar aanklager.

Alleen proportioneel geweld
Vlak voor het referendum, op 27 September, kwam echter het bevel van rechter Mercedes de Armas dat men ten allen tijde de vrede en de samenhang onder de bevolking moest bewaren. Dit was voor Trapero de reden dat hij alleen proportioneel geweld tegen de bevolking zou gebruiken om het referendum te stoppen. Men kwam overeen dat de Mossos d’Esquadra in groepen van twee agenten langs de stemlokalen zou gaan om deze te ontruimen en te verzegelen en dat de Guardia Civil en Policia Nacional voor de openbare orde zouden zorgen. In de vroege ochtend trof men echter grote menigten voor de stemlokalen aan, wat het verzegelen van de stemlokalen onmogelijk maakte. In totaal heeft de Catalaanse politie een honderdtal lokalen kunnen verzegelen. Ondertussen vielen de Guardia Civil en Policia Nacional op brute manier de mensen aan die voor de stemlokalen stonden opgesteld. Trapero voelde zich als hoofd van het politiecorps door de los Cobos professioneel aangevallen omdat deze hem in een kwaad daglicht had gezet voor zijn uitspraak om voorzichtig te zijn met het gebruik van geweld. Hij spreekt de los Cobos dus lijnrecht tegen in diens bewering dat de Mossos zich inactief opstelden. Zijn verhaal geeft een totaal ander beeld dan in de aanklacht wordt beschreven, namelijk dat de Guardia Civil en de Policia Nacional het initiatief namen om gewelddadig op te treden tegen de stemmers van het referendum.

Bereid om Puigdemont te arresteren
De klap op de vuurpeil van deze getuigenis is dat Trapero verteld dat hij op 25 Oktober, twee dagen voordat de motie over de Catalaanse onafhankelijkheid in het Parlement op 27 Oktober zou worden gestemd, aan de openbaar aanklager had meegedeeld dat er een politieteam klaar stond om Puigdemont en zijn ministers te arresteren indien daar opdracht voor wordt gegeven. Trapero geeft dus duidelijk aan dat het Catalaanse politiecorps altijd gehoorzaam is gebleven aan de Spaanse wet. Ook zei hij dat hijzelf niet voor de Catalaanse onafhankelijkheid is, maar dat zijn persoonlijke mening hem niet belette zijn werk op professionele manier uit te voeren. De stelling van het OM van rebellie door de Catalanen wordt met de getuigenis van Trapero volledig onderuit gehaald. Of het Hooggerechtshof Trapero geloofd, moet nog maar worden bezien. De ironie wil dat de Spaanse justitie met de aanklacht tegen Trapero één van haar eigen mensen, iemand die tegen de Catalaanse onafhankelijkheid is en altijd trouw aan de Spaanse wet is gebleven, vervolgt voor het zwaarste delict dat er in de wetgeving bestaat.

De rechter ondervraagt de getuige
Opvallend in deze hoorzitting was dat de openbaar aanklager Trapero niet mocht ondervragen over een vergadering met de Catalaanse politici voorafgaand aan het referendum. Het OM protesteerde hier heftig tegen, maar Marchena hield voet bij stuk, omdat de volksaanklager VOX Trapero daarover al had ondervraagd. Aan het einde van de hoorzitting stelde Marchena echter zelf de vraag die het OM had willen stellen en vroeg hem waarom hij tot tweemaal toe een onderhoud met de Catalaanse politici had aangevraagd. Trapero antwoordde dat hij aan de politici wilde vragen om het referendum af te gelasten en zei hen dat hijzelf niet voor de Catalaanse onafhankelijkheid is. Met de ondervraging door de voorzitter van de rechtbank breekt Marchena de juridische regels en roept bovendien de verdenking op dat het Hof partijdig is.

Please follow and like us:

De kroongetuige

(900 woorden)

De kroongetuige in de rechtzaak tegen de Catalaanse leiders is waarschijnlijk wel het hoofd van de Policia Nacional en de Guardia Civil, kolonel Diego Perez de los Cobos. Van hem moet duidelijk worden wie opdracht heeft gegeven voor het politiegeweld tegen het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid, welke criteria er daarvoor golden, waarom de Spaanse politie corpsen op eigen houtje opereerden en niet met de Mossos d’Esquadra overlegden en waarom dit geweld in de loop van de middag opeens ophield.

Aan het begin van de ondervraging vraagt Marchena naar de naam, beroep en burgerlijke staat van de los Cobos. Maar hij vraagt hem niet of hij ooit in aanraking met justitie is geweest, wat de president van de rechtbank wettelijk verplicht is. De los Cobos is vervolgt geweest voor marteling van de Baskische activist Kepa Urra in 1992, maar werd nooit veroordeeld. Momenteel lopen er gerechtelijke onderzoeken bij de rechtbanken van Barcelona, Sant Carles de la Ràpita, Girona en Lleida tegen de Spaanse politie eenheden en tegen hem wegens het politiegeweld tijdens het referendum. Hij komt er zelf voor uit dat hij als vrijwilliger bij de Guardia Civil meehielp bij de staatsgreep van 1981, maar is daarvoor nooit beschuldigd.

Bij herhaling beweert de los Cobos de passieve houding van de Mossos d’Esquadra en zegt dat deze de neiging hadden om het referendum toe te laten. Net als de minister van binnenlandse zaken, Zoido, en de staatssecretaris van binnenlandse veiligheid, Nieto, legt de los Cobos met regelmaat de schuld van de passieve houding tijdens het referendum bij het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero. Zijn naam laat hij vele malen vallen tijdens de uitgebreide antwoorden aan de openbaar aanklager als iemand waarmee moeilijk valt samen te werken. Het is opmerkelijk dat rechter Marchena hem geen stro in de weg legt bij deze beschuldigingen. Trapero kan zich namelijk niet verdedigen, want er is geen advocaat van hem in de rechtszaal. Daarnaast loopt er wel een aanklacht tegen hem bij het Audiencia Nacional voor rebellie waar hij elf jaar gevangenisstraf voor kan krijgen. De verklaringen van de Los Cobos kunnen Trapero grote schade toepbrengen in die rechtszaak. Het is algemeen bekend dat het succes van de Mossos d’Esquadra bij het oplossen van de terroristische aanvallen op 17 Augustus 2017 in Barcelona en Cambrills kwaad bloed heeft gezet bij de Guardi Civil. Deze laatste speelde een marginale rol daarin en voelde zich duidelijk gepasseerd. De Los Cobos en de minister zoeken nu wraak daarvoor. Waarom Trapero en andere politiefunctionarissen bij het Audiencia Nacional worden aangeklaagd en niet hier bij het Hooggerechtshof, is onduidelijk en bovendien tegen het internationale recht dat een misdaad moet worden berecht in de jurisdictie waar deze heeft plaatsgevonden. Het maakt de verdediging van de aangeklaagde Catalanen en politiefunctionarissen er in ieder geval niet gemakkelijker op. Maar dat is misschien wel juist de bedoeling.

De los Cobos vindt dat het politiegeweld op 1 Oktober met ‘grote zorgvuldigheid’ (‘exquisiet’) en proportioneel werd gebruikt. Hij beweert dat de Policia Nacional en Guardia Civil nooit geweld gebruiken tegen vreedzame burgers. Met ‘Voor de stemlokalen stond een muur van vijandige en gewelddadige mensen’ gebruikt hij exact hetzelfde woordgebruik als in de aanklacht van het OM wordt beschreven. De los Cobos beweert daarnaast dat ouden van dagen en kinderen als schild werden gebruikt, want deze stonden vooraan in de menigten. ‘Een Guardia Civil moest er zelfs een kind verwijderen om het te beschermen.’ Ook zegt hij dat de politie direct tot actie van ontruiming over ging toen zij bij de stemlokalen arriveerden, want ‘er viel niet met deze mensen te praten’. Technisch gesproken konden dit echter geen politiecharges worden genoemd. Het ‘exquisiet proportioneel’ politieoptreden op de dag van het referendum  kan in deze 722 video ‘s worden bekeken.

Advocaat Jordi Pina wilde bij de ondervraging van de los Cobos dieper ingaan op het begrip ‘politiecharge’ omdat deze bij hoog en laag beweert dat deze niet waren uitgevoerd. De los Cobos definieert een charge als ‘Het eventueel met geweld leegruimen van een ruimte of het verwijderen van een groep mensen die de toegang van de politie belemmeren of weerstand bieden bij het uitoefenen van hun functie’. Toen Pina hem vroeg of hij daaronder ook verstaat het slaan van mensen met politieknuppels die met de handen omhoog op de grond zitten, greep rechter Marchena in dat deze vraag irrelevant is en verhinderde dat de los Cobos moest antwoorden. Marchena zei dat hiermee de schuldvraag bij de politie wordt neergelegd in plaats dat de onschuld van de aangeklaagden wordt aangetoond. Maar ja, het is het één of het ander. Indien de Catalaanse leiders worden beschuldigd van rebellie met geweld, op straffe van 25 jaar gevangenis, omdat zij het politiegeweld zouden hebben uitgelokt, moet de verdediging de mogelijkheid krijgen om aan te tonen dat dit niet zo is. En in het geval dat zij dit kunnen bewijzen, ligt de oorzaak en de schuld van het politiegeweld dus bij de politie, haar leiding (de los Cobos) en de Spaanse politici. Het Hooggerechtshof werpt bij dit proces allerlei beperkingen voor de verdediging op om dat te voorkomen *. Want met dit proces staat de reputatie van Spanje als een democratische rechtsstaat ter discussie. Rechter Marchena, het Spaans Hooggerechtshof, vormt een cruciaal onderdeel van de Spaanse staat en vertegenwoordigt in dit proces dus haar belangen. Het Hooggerechtshof is daarom per definitie partijdig.

De kroongetuige leverde uiteindelijk weinig duidelijkheid over de gewelddadige rebellie van de aangeklaagde Catalanen. Daarentegen drukt hij zich in algemeenheden uit, ontkent het gewelddadig politieoptreden en spreekt zichzelf vaak tegen. Na drie weken rechtszaak is er nog geen enkel concreet feit genoemd dat op geweld door de Catalanen wijst. Logisch, want de rebellie van de Catalanen bestaat alleen maar in het hoofd van onderzoeksrechter Llarena, zo oordeelde de Duitse rechtbank over de uitlevering van president Puigdemont.

 

* Getuigen die door de verdediging werden voorgesteld, zoals Scotland Yard, VN commissie leden van de mensenrechten en de hoofrolspelers in deze zaak, koning Felipe VI en president Puigdemont, worden geweigert. Videos van het politiegeweld kunnen niet in de rechtzaal worden getoond en bepaalde vragen mogen door de advocaten niet worden gesteld. Daarnaast hebben de aangeklaagden door hun gevangenschap nihil contact met hun advocaten en kunnen  daardoor niet of weinig hun verdediging voorbereiden. De families mogen gedurende de wekenlang durende de hoorzittingen alleen tijdens de lunchpauzes voor slechts10 minuten contact hebben. Zij vermelden dat de lange dagen van de zittingen (soms duren deze 10 uur), de korte nachtrust en de dagelijkse reis van en naar de gevangenis de aangeklaagden fysiek uitputten.

Please follow and like us:

Dreft en Ajax

(750 woorden)

Als er één vakgebied is dat bekend staat om het verdraaien van de waarheid, dan is dat wel de politiek. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen doen politici de dingen vaak mooier voor en beloven zij meer dan zij kunnen waarmaken. De aankomende verkiezingen (op 28 April de vervroegde Spaans nationale verkiezingen en op 26 Mei de Europese-en gemeenteverkiezingen), hebben zeker hun invloed op het juridisch proces tegen de Catalaanse leiders. Des te meer omdat de fascistische partij VOX als aanklager in dit proces een prominente rol krijgt.

In 2017 en 2018 was de PP politicus Enric Millo vertegenwoordiger van de Spaanse regering in Catalonië. Nadat de Catalaanse autonomie tijdelijk werd opgeheven, onder het excuus van grondwetsartikel 155, en haar regering ontslagen werd, nam Millo, letterlijk, plaats op de stoel van de legitieme president Carles Puigdemont. Gisteren, 5 Maart, getuigde hij in de rechtszaak tegen de Catalaanse regeringsleiders, de presidente van het Parlement en de twee leiders van de burgerbewegingen. Hij mocht uitgebreid zijn verhaal doen toen hij door de aanklagers (de openbaar aanklager, de landsadvocaat en VOX) werd ondervraagd.

Zijn verhaal:

  • Voordat het referendum op 1 Oktober 2017 plaats vond, waren er al kleine opstanden en spanningen in de Catalaanse samenleving waarin hij zich grote zorgen om maakte. Als concreet voorbeeld, de enige, noemde hij een muurbekladdering met: ‘dood aan Millo’. Zijn dochter had zelfs geholpen de muur schoon te maken. Wie de tekst had geschreven is onbekend.
  • Daarnaast werd de politie belaagd en uitgescholden. Millo refereert hier naar de protesten voor de gebouwen waar de politie huiszoekingen deed op zoek naar stembriefjes en stembussen. De mensen zongen daar uit protest liedjes en zwaaiden met zelf uitgeprinte stembriefjes voor het referendum met daarop ‘Ja’ en ‘Neen’.
  • Volgens Millo werden er brandende voorwerpen naar de kazernes van de Guardia Civil gegooid. In werkelijkheid werd er één brandende trui richting een kazerne geworpen.
  • Millo beschuldigt de CDR groeperingen dat zij op het protest van 20 September de oorzaak waren van de agressieve sfeer. Het CDR werd echter pas vlak voor het referendum van 1 Oktober opgericht.
  • Er waren vele gewonden onder de politie toen zij hun taak uitvoerden bij het tegenhouden van het referendum. Hij zegt dat hij agenten had bezocht met gebroken extremiteiten. Geen enkele politie agent had zich de dag na het referendum echter ziek gemeld. De staatssecretaris van veiligheid, Nieto, had de vorige dag verklaard dat er geen agenten gewond waren geraakt.
  • Millo beweert stellig dat er geen enkele charge door de Spaanse politie en Guardia civiel op de dag van het referendum was uitgevoerd. De gehele wereld die de beelden van het politiegeweld heeft gezien, kan dit tegenspreken.
  • Volgens zijn zeggen stonden bij de stemlokalen een muur van mensen die de politie in hun werk verhinderde. Millo gebruikt hier exact hetzelfde woordgebruik als de openbaar aanklager in zijn aanklacht.
  • Daarnaast werd volgens hem Fairy (het Spaanse merk van Dreft) op de vloeren van de stemlokalen uitgegoten zodat de politie zou uitglijden. Er is echter geen enkel politierapport dat melding van maakt van een ‘Fairy aanval’.

De verklaring van Millo bestaat uit overdrijvingen, verdraaiingen van de realiteit en directe onwaarheden die een sfeer van sociale spanning, tumult en oproer  opwekken zonder dat hij concrete feiten noemt. Wanneer door de advocaten daarom wordt gevraagd, is het antwoord: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Ik was daar niet bij’. Het is ontstellend hoe Millo liegt over de ontkenning van het politiegeweld tijdens het referendum. Hij schoffeert daarmee de mensen die direct onder het politiegeweld hebben geleden en de  kiezers die zich erdoor bedreigt voelden toen zij in de rij stonden om te gaan stemmen. Ex-minister van gezondheidszorg in ballingschap, Toni Comín, zegt dat de 1066 burgergewonden door het politiegeweld nauwkeurig zijn gedocumenteerd en de informatie er van op het Internet publiekelijk toegankelijk is. President Quim Torra zegt in een Tweet: ‘Je hebt leugens, je hebt onwaarheden en daarna heb je de verklaringen van de heer Millo’.

Het contrast tussen de vrijheid van ondervraging door de aanklagers en die van de verdediging is overduidelijk. Marchena beperkt op onbeschaamde manier de advocaten over het type vragen, de onderwerpen van hun vraag en onderbreekt hen regelmatig daarvoor. De advocaten mogen bijvoorbeeld niet verwijzen naar een interview van Millo in een krant. In zijn weerwoord zegt de betreffende advocaat dat de aanklager uitgebreid naar Tweets refereerde bij de ondervraging van de aangeklaagden. Marchena: ‘Een Tweet is iets geheel anders dan een interview’. (Trouwens, de aanklager verwees bij de ondervraging van Turull ook naar een interview en trok diens uitspraken toen volledig uit het verband.)

De ‘Fairy aanval’ werd bijzonder populair op de sociale media. De eliminatie van Real Madrid (sinds het Franco regiem hét symbool van Spanje) uit de Champions League door Ajax, maakt de schoonmaak van de Spaanse reputatie compleet.

Please follow and like us:

Een taal zonder rechten, een onderworpen land

(960 woorden)

(El testimoni del representant d’ERC Joan Tardà caracteritza la causa d’aquest judici i la voluntat d’independència a Catalunya. Tardà va comencar el seu testimoni parlant en Català. Judge Marchena li va prohibir abruptament perqué la llei Española només permet parlar en l’idioma matern pels acusats. El Jordi Badia descriu aquesta episodi a la seva manera original.)

De getuigenis in de rechtszaak van de ERC afgevaardigde Joan Tardà is kenmerkend voor de oorzaak van deze rechtszaak en de onafhankelijkheidswil van Catalonië. Als getuige begon hij in zijn eigen taal, het Catalaans, te spreken. Rechter Marchena verbood hem dit abrupt omdat volgens de Spaanse wet alleen de aangeklaagden in hun eigen taal mogen getuigen. Jordi Badia beschreef deze episode op onnavolgbare wijze.

De getuigenis in de rechtszaak van de ERC afgevaardigde Joan Tardà is kenmerkend voor de oorzaak van deze rechtszaak en de onafhankelijkheidswil van Catalonië. Als getuige begon hij in zijn eigen taal, het Catalaans, te spreken. Rechter Marchena verbood hem dit abrupt omdat volgens de Spaanse wet alleen de aangeklaagden in hun eigen taal mogen getuigen. Jordi Badia beschreef deze episode op onnavolgbare wijze.

Woensdag 27 Februari, ‘s-ochtends in de rechtszaal van het Hooggerechtshof, ondervraging van Joan Tardà. De landsadvocaat vraagt hem naar de heer ‘Iobé’. ‘Wie? Llobet?’ antwoord hij. De verwarring is logisch: het Castilliaans heeft de toon van ‘ll’ (wordt uitgesproken als ‘lj’, vert.) verloren, evenals de ‘t’ aan het eind. Omdat het bovendien niet de Catalaanse ‘j’ heeft (net zoals het engels, frans, occitaans, italiaans, …) ‘Iobé’ zou perfect ‘Llobet’ kunnen zijn. Tardà faalt dus in zijn moeite om het woord correct te interpreteren, een inspanning die de catalaans sprekenden iedere dag moeten doen wanneer ze woorden horen zoals ‘deu’ (‘moet’) of ‘déu’ (‘god’)?, ‘juny’ (‘Juni’) of ‘lluny’ (‘ver weg’)?

Kort nadat de landsadvocaat duidelijk had gemaakt dat hij de heer Jové bedoelt, bekomenteerd Tardà door te zeggen dat men zich een klein beetje meer zou moeten inspannen, zoals het hoort: ‘Zoveel kost dat nou ook weer niet, met een klein beetje interesse…’ Natuurlijk, kost zoiets niets. In dit geval, indien de landsadvocaat correct de ‘j’ had uitgesproken, had iedereen haar direct begrepen. Maar nee: de sprekers van de eerste taal interesseren zich niet om te spreken naar iemand van de tweede taal.

Het volgende legt duidelijk een detail bloot. Vlak voordat dat Tardà zegt ‘Zoveel moeite kost dat nou ook weer niet’, laat de landsadvocaat zien hoe de vork in de steel steekt: ‘Ik kan ook ‘Khove’ (spreek uit als ‘Gove’) zeggen’, waarin hij duidelijk de Spaanse beginklank ‘j’ liet horen. Oftewel: ‘Als ik er zin in heb, dan doe ik geen enkele moeite om mijn best te doen’. Om het met andere woorden te zeggen: ‘Ik verneder me om te proberen dat je me begrijpt, en nog lever je kritiek..’ En altijd op dezelfde bedreigende toon..

Het is duidelijk dat in deze dialoog twee tegengestelde houdingen zijn waar te nemen: die van iemand die een minimum respect opeist en die van iemand die vind dat de ander alleen maar dankbaar zou moeten zijn, want hij vind dat hijzelf al genoeg moeite doet. In plaats dat de spreker zijn best doet om te worden begrepen, of te accepteren dat hij zich misschien niet duidelijk geformuleerd heeft, dreigt hij om zich nog meer af te sluiten, om nog meer obstakels op te werpen zodat zijn toehoorder zich nog meer moet inspannen. Dit is de houding van de landsadvocaat en, in het verlengde hiervan, een ieder in deze zaal die de macht heeft, oftwel alle vertegenwoordigers van de Spaanse staat.

Om te beginnen met de voorzitter, rechter Marchena. Enkele minuten daarvoor, direct nadat de volksafgevaardigde plaats had genomen, vond er een zeer illustratieve conversatie plaats. Tardà zei: ‘Ik zal in het Catalaans spreken’ en Marchena, de zeer fijnzinnige rechter Marchena, interrumpeerde hem onmiddelijk om hem duidelijk te maken dat er geen haar op zijn hoofd is die daar aan denkt. ‘Dit is een slechte start’, werpt hij hem toe alsof hij een klein kind is.

En opgelet hoe de fijnzinnige Marchena zijn verbod onderbouwt: ‘Één ding is dat de rechtszaal het recht aan iedere aangeklaagde heeft toegekent om zich in zijn of haar eigen taal te kunnen uitdrukken, zonder uitzondering, maar welke door de manier waarop de vertaling werd aangeboden is geweigerd. Een geheel ander iets is echter dat de getuigen zich niet in de officiële taal uitdrukken, etc.’

Om aan te tonen en zodat iedereen, de gehele wereld, het kan zien en horen, vroeg de afgevaardigde Tardà zonder omwegen: ‘Heb ik het recht om in het Catalaans te antwoorden?’ En rechter Marchena antwoorde hem fijnzinnig: ‘Nee’. Punt uit. ‘Nee, Tardà, ik heb het je al eerder gezegd: in deze zaal hebben de mensen geen rechten als het de rechtszaal haar niet uitkomt.’

In het originele artikel kan de video worden bekeken (en vergeleken worden met de behandeling die de fijnzinnige aan, bijvoorbeeld, Rajoy, Sáenz en Zoido verleende).

Het is niet nodig om er lang over na te denken. De essentie van deze gebeurtenissen is de minachting die de Spaanse staat toont tegenover het prinsdom Catalonië, deze ‘oncontroleerbare regio’ die wil stemmen en voor eigen rekening de dingen wil gaan doen. De enige relatie die de Spaanse staat verstaat is die van de onderwerping. Waar men denkt dat we alleen de rechten hebben zij aan ons verleend. Als gevolg daarvan is het ook logisch dat men denkt dat we daar alleen maar dankbaar voor moeten zijn.

Tardà sprak over wraak: ‘Deze rechtszaak wordt uit wraak gehouden’, zei hij voordat de fijnzinnige hem opnieuw interrumpeerde. Het is wraak, ja. Maar het is vooral dat men niet in staat is om op een andere manier een relatie te onderhouden dan deze, waar men nooit van afgeweken is. Een omgangsvorm, eenmaal onderworpen, reeds sinds 1714.

Please follow and like us:

Operatie Copernicus: de Spaanse regering weet van niets

(1900 woorden)

Vicepresidente Sáenz de Santamaría in het nauw
Bij de derde fase in dit gerechtelijk proces is het woord aan de getuigen. Er zijn een 500 getuigen opgeroepen. De eerste die verhoord werd was de Spaanse ex-vicepresidente Sáenz de Santamaría. Zij wist niets af van ‘Operatie Copernicus’, waarmee 6000 man van de Policia Nacional en Guardia Civil vanuit geheel Spanje naar Catalonië werden overgebracht om het referendum tegen te houden. Deze gehele operatie, waaronder de drie cruise schepen waar de Policia Nacional logeerden, kostte de Spaanse belastingbetaler 87 miljoen Euro. Sáenz de Santamaría voelde zich duidelijk op haar gemak bij de ondervragingen van het OM, de landsadvocaat en de volksaanklager VOX. Zij ging er prat op in dat zij nooit heeft toegegeven aan enige onderhandeling over een datum en de voorwaarden voor een referendum in Catalonië. In algemene termen beschuldigde zij de Catalanen van het gepleegde politiegeweld: ‘Iedere Spanjaard heeft dit gezien. Er was een belegering van mensenmassa ‘s onder aandrang van gemeenteraadsleden en gekozen bestuurders’. Haar bravoure verminderde echter bij de vragen door de verdediging. De advocaten vroegen naar specifieke feiten waar zij weinig of geen antwoord op kon geven. Wat was de intentie van Operatie Copernicus? Om de Catalaanse politie bij te staan of om hen te vervangen? Waarom verbrak men op 1 Oktober plotseling de coördinatie met de Mossos d’Esquadra? Waarom gaf men geen gehoor aan het gerechtelijk bevel van het Catalaanse Gerechtshof om proportioneel op te treden en de cohesie van de burgersamenleving intact te laten bij het tegenhouden van het referendum? Waarom is men in de loop van de middag met het politiegeweld gestopt? Waarom heeft de Spaanse regering geen pardon gevraagd aan de bevolking die onder het politiegeweld heeft geleden? Voldeed de politie aan de aanbevelingen van het OCDE (zoals het alleen onder de gordel slaan met de stok)? Ze wist niets van deze operatie en wie verantwoordelijk was om haar en de president te informeren. Vicepresidente Sáenz de Santamaría ontweek de antwoorden en sprak zichzelf op een aantal punten tegen, zoals het aantal gewonden onder de politie en dat de Catalaanse autonomie werd geïntervenieerd vanwege de onafhankelijkheidsverklaring. Later tijdens de ondervraging beweerde zij namelijk dat zij niet wist of de onafhankelijkheidsverklaring in de staatscourant was gepubliceerd en dus juridische gevolgen had. (1) Als vicepresidente was zij hoofd van de Spaanse geheime dienst CNI. Op de vraag van een advocaat of zij vindt dat het CNI niet loyaal is omdat deze geen stembriefjes en stembussen heeft gevonden, antwoordde zij kortaf ‘Nee’. (2)

President Rajoy haalt zijn informatie uit de krant
Na Sáenz de Santamaría was het de beurt van de Spaanse ex-president Rajoy. Bij de ondervragingen door de aanklagers gaf de voorzitter van de rechtzaak, rechter Marchena, hem ruimschoots de gelegenheid om zijn politieke visie uit de doeken te doen, net zoals hij bij de aangeklaagde Catalaanse leiders had gedaan. Ook Rajoy was er trots op dat hij de grondwet en de soevereiniteit van het gehele Spaanse volk had verdedigd tegen een kleine groep ‘opstandelingen’ die een referendum over hun onafhankelijkheid wilden houden. In één van zijn antwoorden verwees hij naar de getuigenis van Sáenz de Santamaría. Deze had hij zojuist had gelezen via een Internetkrant, zo beweerde hij. Het is namelijk tegen de wet dat getuigen met elkaar communiceren over wat er gezegd is in de rechtszaal. Rajoy kan zich geen enkele ontmoeting met de Baskische president Iñigo Urkullu herinneren waarin hij gesproken had over het Catalaanse conflict. Hij zegt dat hij als president vele mensen gezien en gesproken heeft en zich daarom de ontmoetingen met Urkullu niet meer herinnert. Ook wist hij niets met betrekking tot Operatie Copernicus. Hij bemoeide zich nooit met de uitvoering van het politie optreden, ook niet in zijn periode als minister van binnenlandse zaken onder Aznar, maar alleen met de politiek kant. Rajoy vernam het politieoptreden via de Spaanse televisie en zei dat hij die dag alleen met vicepresidente Sáenz de Santamaría, die ook op het presidentiele paleis Moncloa verbleef, telefonisch contact heeft gehad. Bij het zien van de videobeelden in de rechtszaal betreurde hij het politiegeweld en zei dat als het illegale referendum niet had plaats gevonden, dit geweld ook niet was gebeurd. De Spaanse president en vicepresidente kwamen naar het Hooggerechtshof als getuige. Maar gedurende de ondervragingen door de advocaten moesten zij zich steeds meer verdedigen. Marchena onderbrak regelmatig de ondervragingen toen zij door de advocaten onder druk werden gezet. Door de coulante houding van Marchena in het voordeel van Rajoy en door zijn getuigenis, samen met die van de vicepresidente, veranderde hij en zijn regering in de de facto aangeklaagden van deze rechtszaak.

Minister van binnenlandse zaken weet niets van de politieoperatie
Evenals de president en de vicepresidente wist ook de verantwoordelijke minister van binnenlandse zaken, Zoido, weinig of niets af van de politieoperatie Copernicus en het gewelddadig politieoptreden op 1 Oktober. Minister Zoido antwoordde de advocaten doorgaans met: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Ik ben me daar niet van bewust’. De verantwoording van de gehele politieoperatie en het gewelddadig optreden wordt daarmee in de schoenen van de staatssecretaris en het hoofd van de Guardia Civil, de los Cobos, geschoven. De Spaanse regering houdt zich blijkbaar niet met dergelijke technische details bezig die twee miljoen Catalanen en de gehele wereld op 1 Oktober 2017 tot consternatie brachten. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de Spaanse politici tegenover het Hooggerechtshof liegen of dat zij totaal onverantwoordelijk en ongeschikt zijn om een land te leiden. Achteraf gezien wordt Zoido er op betrapt dat hij in zijn getuigenis gelogen heeft. De openbaar aanklager vroeg hem of hij iets wist over aankoop van wapens door de Catalaanse politie. Zoido antwoordde dat de Mossos eind 2016 een aanvraag hadden ingediend om oorlogswapens te kopen met ‘heel veel’ munitie. De Guardia Civil adviseerde hem toen dat de aankoop van dit soort wapens en de hoeveelheid er van niet nodig was voor de Mossos d’Esquadra. Zoido keurde de aanvraag daarom af. Of er ook granaatwerpers bij waren wist Zoido zich niet meer te herinneren. De huidige Catalaanse minister van binnenlandse zaken en politiek verantwoordelijke voor de Mossos d’Esquadra, Miquel Buch, doet aangifte dat Zoido hiaten in zijn geheugen heeft en de realiteit verdraaid. De Mossos d’Esquadra hadden hun aanvraag onderbouwd dat zij de geweren nodig hadden in hun strijd tegen het terrorisme.

La CUP weigert verhoort te worden door VOX
Na de verhoren van de Spaanse regering was het de beurt van twee ex-parlementsleden van de Catalaanse politieke partij La CUP. Zij weigerden om de vragen van de volksaanklager, de fascistische partij VOX, te beantwoorden. ‘Uit respect voor de democratie, de vreemdelingen en de gelijke rechten van de vrouw weiger ik de vragen van VOX te beantwoorden’, zei Antonio Banyes. Ook Eulàlia Reguant liet zich in vergelijkbare bewoordingen uit. De voorzitter van de rechtbank, Marchena, legde uit dat zij als getuigen wettelijk verplicht zijn om de vragen van alle aanklagers te beantwoorden. Banyes en Reguant hielden voet bij stuk. Zij krijgen daarom een boete van 2500 Euro en lopen het risico op gevangenisstraf. Het is niet te rijmen dat een extreem rechtse politieke partij als VOX de functie als aanklager krijgt in deze politieke rechtszaak. Notabene tijdens een verkiezingscampagne.

Baskische president Urkullu verteld over zijn rol als bemiddelaar
De dag daarna, 28 Februari, werd de president van Baskenland, Urkullu, verhoord. In dit verhoor verklaarde hij dat hij als intermediair (beter gezegd: boodschapper) had opgetreden tussen de toenmalig Spaanse president Rajoy en de Catalaanse president Puigdemont. De laatste had hem hierom gevraagd. Hij vertelde dat hij meerdere ontmoetingen met Rajoy heeft gehad en dat deze iedere onderhandeling voor het houden van een referendum weigerde. Ook weigerde Rajoy op 26 Oktober garantie te geven om de Catalaanse autonomie niet te interveniëren door middel van grondwetsartikel 155 indien Puigdemont vervroegde verkiezingen zou uitschrijven. Urkullu toont aan dat Rajoy halsstarrig ieder overleg weigerde en bovendien zijn overeenkomst met de socialisten al klaar had liggen om de Catalaanse autonomie sowieso te interveniëren.

Partijdigheid van Marchena
In de derde week van de rechtszaak drukt de voorzitter, Marchena, steeds meer zijn stempel. Hield hij in het begin van het proces nog de schijn van onpartijdigheid op, nu wordt zijn partijdigheid steeds meer zichtbaar. De advocaat van Jordi Cuixart, Benet Salellas, wilde bij het verhoor van de verantwoordelijke minister van de Spaanse politie, Zoido, de video ‘s projecteren van het politiegeweld op 1 Oktober in Sant Julià de Ramis, het stemlokaal waar Puigdemont zou gaan stemmen. Maar Marchena liet dit niet toe. Ook de getuigenis van Puigdemont, één van de centrale figuren in deze zaak waar de verdediging om had gevraagd, verbied hij. Terwijl zijn politieke tegenstander, president Rajoy, uitgebreid zijn politieke betoog in de rechtszaal kon houden.

Het imago van Spanje
Aan de hand van verschillende signalen is te merken dat het imago van Spanje als democratische rechtsstaat wegzakt in het moeras.

De Spaanse regering ontkent dat zij op de hoogte was van de politieoperatie Copernicus. Laat staan dat zij er de verantwoordelijkheid voor neemt. Voor zover zij het politiegeweld niet afdoet als fake news van de Catalanen, deze stelling is nauwelijks vol te houden, schuift zij, net zoals de aanklager, de schult op de Catalaanse regering die het referendum had georganiseerd.

Ook het vertrek van de Spaanse minister van buitenlandse zaken naar de EU zou een signaal kunnen zijn dat de propaganda campagne van Global Spain om het imago van Spanje als democratie op te krikken en het politiegeeld als ‘fake news’ van de Catalanen te verkopen, mislukt is.

Ada Colau, de burgermeesteres van Barcelona, heeft zich met haar politieke beweging Barcelona En Comú altijd afzijdig van de Catalaanse afscheidingsbeweging gehouden. Uit politiek winstbejag heeft zij nooit duidelijkheid willen geven over het maatschappelijk debat dat iedere Catalaan bezighoudt en dat tot een diep politiek conflict met de Spaanse staat heeft geleid. Nu verklaarde zij voor het Hooggerechtshof dat er niet elf Catalaanse leiders terecht staan, maar twee miljoen Catalaanse stemmers. Ook vertelde zij dat de materiele schade nihil was vergeleken met een gewone protestbijeenkomst of een algemene staking. Colau kiest na lange tijd schoorvoetend de kant van de winnende partij en is, hoe ironisch, daarmee een goede politieke graadmeter hoe Spanje er voor staat.

Alleen koning Felipe VI deed bij de opening van het World Mobile Congres in Barcelona nog een wanhopige poging. In zijn openingstoespraak verkondigde hij afgelopen week dat Spanje een moderne democratie is met een eerlijke justitie. Maar wie interesseert zich op een telefoon beurs dat nou? Wanneer de koning, net als Borell, zal worden weggestuurd is nog onbekend. Maar ook in Spanje gaan geluiden op dat men het koningshuis steeds minder ziet zitten als het legitiem hoofd van het land.

 

(1) De onafhankelijkheidsverklaring door het Parlement op 27 Oktober 2017 is tot heden toe niet in de Catalaanse staatscourant gepubliceerd en drukt dus alleen een politieke intentie uit, maar heeft geen juridische waarde. Desalniettemin voerde de Spaanse regering de opschorting van de Catalaanse autonomie in onder het mom van grondwetsartikel 155, ontsloeg de Catalaanse regering, ontbond het Parlement en legde nieuwe verkiezingen op, dit alles geheel illegaal tegen dezelfde grondwet in, welke opnieuw door de onafhankelijkheidsbeweging werden gewonnen.

(2) Als vicepresidente van de Spaanse regering beschuldigde zij de Mossos d’Esquadra dat zij niet loyaal aan de grondwet waren omdat zij niets hadden gedaan om het referendum tegen te houden. Zij gebruikte dit argument als reden voor het gewelddadig politieoptreden van de Guardia Civil en Policia Nacional. De Mossos hadden echter zonder gebruik van geweld meer stembussen in beslag genomen dan de Guardia Civil en Policia Nacional samen.

Please follow and like us:

Catalaanse burgerleider Jordi Cuixart beschuldigt de Spaanse staat

(720 woorden)

Een vreedzaam protest als basis voor de aanklacht
De verhoren van de aangeklaagde Catalaanse politici en burgerleiders in het gerechtelijk proces is afgesloten met de ondervraging van Jordi Cuixart, voorzitter van de culturele vereniging Omnium Cultural. Sinds 16 Oktober 2017 zit hij in voorlopige hechtenis wegens de beschuldiging van oproer. De aanleiding hiervoor is de protestmanifestatie op 20 September voor het gebouw van de Catalaanse ministerie van Economische Zaken. Daar hield de Guardia Civil toen een huiszoeking. Een spontane mensenmenigte verhinderde dat zij het gebouw de gehele dag konden verlaten. Beter gezegd: zij wilden en durfden dat niet. Het protest werd vervolgens gedirigeerd door het ANC en Omnium. Voor de deur had de Guardia Civil twee auto ‘s geparkeerd. Gedurende de gehele dag klom het publiek en journalisten op deze auto ‘s, waardoor ze zwaar beschadigd werden. Ook bleek dat de auto ‘s onafgesloten waren met geweren er in. De verdenking is daarom dat de Guardia Civil een gewelddadige actie door het publiek wilde uitlokken om de aanklacht van oproer of rebellie te onderbouwen. De wapens bleven echter onaangeroerd. Alleen de munitie werd uit de auto gehaald en later ergens in Barcelona terug gevonden. Aan het einde van de dag klommen Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, voorzitter van het ANC, met toestemming van de politie op de auto om het publiek te zeggen dat de protestbijeenkomst afgelopen was en dat zij zich nu vreedzaam moest verspreiden. Het beeld van Cuixart en Sànchez op de politieauto is de directe aanleiding van de aanklacht wegens oproer.

Het betoog van Cuixart
Cuixart hield bij zijn verhoor een vurig betoog dat hij als voorzitter van Omnium Cultural vreedzame, democratische en culturele beginselen aanhoudt. Nooit en te nimmer heeft hij opgeroepen tot geweld bij welke protestdemonstratie dan ook. In zijn verklaring zegt hij: ‘De verklaringen die ik voor onderzoeksrechter Llarena aflegde waren om uit de gevangenis te komen. Dit is nu niet meer mijn prioriteit. Ik ben een politieke gevangene. Na vijfhonderd dagen gevangen te zijn is mijn prioriteit niet meer om uit de gevangenis te komen, maar om aangifte te doen van de schendingen van de fundamentele rechten.’  Voor het hoofdkantoor van Omnium in Barcelona volgden de mensen de directe uitzending van de ondervraging op een projectiescherm. Op slag kreeg de vereniging ter bescherming van de Catalaanse taal, welke in 1961 tijdens de onderdrukking van het Franco regiem werd opgericht, er 4000 leden bij. Omnium Cultural is met haar 140.000 leden daarmee de grootste vereniging in Catalonië geworden, groter nog dan de ‘més que un club’ (‘meer dan een club’) FC Barcelona.

Het verhoor
Bij de ondervraging suggereert de openbaar aanklager door zijn woordkeuze continu een sfeer van geweld. ‘U LANCEERDE een tweet voor een MASSAAL protest?’ Cuixart: ‘Iedere organisator van een protestbetoging roept op tot een zo ‘n groot mogelijke deelname. Dit is de meest normale gang van zaken en een fundamenteel recht in een democratie.’ De aanklager beschuldigt Cuixart dat hij de Guardia Civil en de secretaris van de rechtbank die met de huiszoeking belast was, verhinderde om het ministerie te kunnen verlaten omdat het publiek een ‘gewelddadige menselijke muur’ vormde die ‘No passaran’ (‘Ze komen er niet langs’) scandeerde. Cuixart citeerde het gedicht waarin deze uitspraak voorkomt. Het stamt uit de slag van Verdun in 1916. Het werd ook in de burgeroorlog gebruikt en later door Joan Manuel Serrat tot een lied gemaakt. Kan iemand die een gedicht citeert als rebel worden gekenmerkt? De protestbijeenkomst was dusdanig vreedzaam dat de bar naast het ministerie gewoon open bleef en haar klanten kon blijven ontvangen.

Geen lijk, geen rechtszaak
Hoewel de aanklager geweld suggereerde, heeft hij geen enkele specifieke vraag gesteld, niet aan Cuixart en niet aan de andere aangeklaagde Catalaanse leiders, naar de misdaad die zij zouden hebben gepleegd. Zij worden beschuldigd van oproer of rebellie en zouden daarom geprobeerd hebben om de gevestigde macht van de Spaanse Staat op georganiseerde en gewelddadige manier omver te werpen. Geen enkele vraag daarover van de aanklagers, niet over de organisatie, niet over het door hen gevoerde geweld. Niets, want de misdaad van georganiseerd geweld is er gewoonweg niet. De perverse Spaanse justitie heeft om niets Cuixart 15 maanden van zijn leven beroofd. Dit gerechtelijk proces zou onmiddellijk gestopt moeten worden en de gevangenen vrij moeten laten. Zoniet, dan toont dit aan dat dit een politiek proces is, een farce.

Please follow and like us:

Licht aan het eind van een lange tunnel

(970 woorden)

Afgelopen Zaterdag 16 Februari riepen de burgerorganisaties ANC en Omnium Cultural de Catalanen op om te protesteren tegen het politiek gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders. In mijn dorp besloten we als afdeling van het ANC om een bus te huren, zoals we wel vaker doen, zodat de mensen tegen een aannemelijke prijs naar de protestdemonstratie kunnen gaan. Het bleek echter al gauw dat er ook een tweede bus gereserveerd moest worden. Dat was een goed signaal en daar zou het niet bij blijven.

Zaterdagmiddag togen we dus met twee bussen van 50 personen vol naar Barcelona. De ‘mani’ (manifestatie = protestdemonstratie) zou op Gran Via de les Corts Catalanes worden gehouden. Er zou gelopen worden vanaf Plaça Espanya tot aan Plaça Universitat, ruim twee kilometer verderop. Van lopen bleek echter weinig sprake te zijn. De deelname was dermate massaal dat het gehele traject, en daarbuiten, overvol met mensen stond. De organisatie van het protest schatte het aantal deelnemers op een half miljoen. De gemeentepolitie van Barcelona hield het op 200.000. Duidelijk zijn in ieder geval de foto ‘s die de bomvolle Gran Via laten zien. Wat een contrast met het protest vorige week in Madrid! Daar organiseerden de Partido Popular, Ciutadans en de fascistische partij VOX een protest tegen president Sánchez omdat hij een coördinator, niet eens een onderhandelaar!, voorstelde om met de Catalanen te praten over het politieke conflict. Een protest tegen besprekingen om tot een oplossing van een politiek probleem te komen. Hoe ondemocratisch kun je zijn! De PP stelde toen vanuit geheel Spanje gratis bussen ter beschikking. De Plaça Colon, met de immense Spaanse vlag die president Aznar indertijd in een opwelling van nationalisme had geplant, vulde zich echter met een schamele 45.000 personen. Dat was alles. Op een bevolking van 45 miljoen mensen wist men niet meer enthousiastelingen op te trommelen om een middag te gaan protesteren tegen de ‘Catalaanse coupplegers’ zoals zij deze doorgaans noemen. Desalniettemin had het zijn effect. Onder druk van dit protest en van leden van zijn PSOE partij brak president Sánchez ieder plan om met de Catalanen te gaan praten abrupt af.

Het massale protest in Barcelona draaide uit op een feestelijke bijeenkomst. De neerslachtige, bedrukte stemming door de onderdrukking, de opheffing van de Catalaanse autonomie, rechtsvervolgingen en de aanhoudende beledigingen door de Spaanse politici en de media had plaats gemaakt voor lichtjes in de ogen van de demonstranten en een glimlach op het gezicht. De hoop op een goede afloop is weer terug.

Daar hebben de eerste hoorzittingen van de Catalaanse leiders in het Hooggerechtshof zeker aan bijgedragen. De aangeklaagden waren zeer stellig in hun betoog dat dit een politiek probleem is en geen juridisch, en dat deze rechtszaak daarom nooit had mogen plaats vinden. Zij klaagden de aanklagers en het gerechtshof aan en dienden de vragen van hun advocaten en van het OM van degelijke repliek. Ook in de hoorzittingen van de tweede week blijkt hoe slecht de aanklagers hun werk hadden voorbereid en hoe zij de realiteit verdraaien. Fouten in de vertalingen van Catalaanse documenten en uitspraken die uit hun verband worden gerukt waardoor deze een geheel andere betekenis krijgen zijn aan de orde van de dag. Documenten die worden aangevoerd door de aanklager, maar de aangeklaagden en hun verdediging nog nooit hebben gezien. Tot en met spelfouten in de naam van een woonplaats. Josep Rull (minister van territoriale zaken): Ik zou het OM en de rechtbank vriendelijk willen vragen om mijn woonplaats correct te spellen. Men schrijft: ‘Terrassa’, en niet: ‘Terassa’. De aanklager herhaalde ‘TER-RAS-SA’ lettergreep voor lettergreep als een kleuter die op school een nieuw woordje leert. Het Spaanse imperium kent en begrijpt haar kolonie eigenlijk maar amper. Met chirurgische precisie halen de Catalaanse leiders de argumenten van hun aanklagers stukje bij beetje onderuit, totdat er niets meer van de argumenten en het bewijs tegen hen over blijft. De Openbaar aanklager, de landsadvocaat, Spanje in het algemeen, worden zenuwachtig. Zelfs koning Felipe VI wordt uit de kast gehaald om de zaak te redden. Deze verwees deze week op indirecte wijze naar de lopende rechtszaak tijdens de internationale juristen conferentie, een adviesorgaan van de VN, in Madrid. Hij zei dat ‘het onaanvaardbaar is om zich te beroepen op een zogenaamde democratie die boven de wet staat. Want zonder respect voor de wet is er geen samenleving en democratie mogelijk.‘ Advocaat Alonso Cuevilles (@JaumeAlonsoCuev) antwoord hem hierop in een tweet:
‘Niet de wet staat boven democratie
Noch de kalender voor de verkiezingen staat boven het recht van verdediging
Noch de eenheid van Spanje staat boven  het principe van de strafwet’

De verdediging wilde Felipe VI als getuige horen. Met als excuus dat de koning onaantastbaar is liet het Hooggerechtshof dit niet toe. Nu heeft hij zichzelf, evenals in zijn toespraak op 3 Oktober 2017, blootgesteld en partij gekozen. Indien het vonnis reeds geschreven is, wordt zij bij deze bekrachtigd door de koning. Het licht aan het eind van de tunnel is reeds zichtbaar. Maar we hebben nog een stukje te gaan voordat we er uit zijn en van onze vrijheid kunnen genieten.

Voorlopig zitten de Catalaanse leiders, en met hen de gehele Catalaanse gemeenschap, nog in de beklaagdenbank. De boosheid onder de Catalaanse bevolking vanwege deze rechtzaak, het onrecht van anderhalf jaar onvoorwaardelijke gevangenis en de onwaardige behandeling door Spanje blijkt ook uit het succes van de algemene staking die afgelopen donderdag 21 Februari, gehouden werd. Op de staking van 3 Oktober 2017 na was dit de grootste van de afgelopen decennia. Desnoods zullen er nog meer komen om de Catalaanse politici te bewegen de onafhankelijke Republiek waar te maken en om Spanje tot onderhandelen te dwingen. Maar dit keer over de te verdelen activa en passiva. Want een referendum is de revue gepasseerd. Alle Spaanse politieke partijen, inclusief de socialistische PSOE van Sánchez, hebben aangetoond dat ze niet willen praten over de zelfbeschikking van de Catalanen.

Enkele artikelen over het gerechtelijk proces in de Catalaanse krant ARA:

Former president of the Catalan National Assembly refutes the prosecutor’s narrative of tumultuous demonstrations

Catalan Ex-Minister Bassa in court: “Independence was proposed as something to be negotiated”

Former Catalan minister Rull in court: “a referendum is possible under the Spanish Constitution”

The former Catalan minister Turull’s harsh replies to the Spanish public prosecutor

Former MEP Romeva, on trial in Spain: “I consider myself a political prisoner”

Dominique Nogueres: “It seems as if the outcome of the trial has already been decided”

Please follow and like us: