EU verkiezingen in gevaar

(915 woorden)

Toen een aantal weken geleden de Catalaanse president Puigdemont aankondigde dat hij zich kandidaat stelde voor de Europese verkiezingen, zei men in Spanje dat hij nooit Europarlementariër kan worden. Hij moet daarvoor namelijk zijn geloofsbrief in Madrid ophalen en zou daarbij direct gearresteerd worden. De discussie spitste zich toe wanneer hij parlementaire onschendbaarheid zou genieten: bij het bekendmaken van het kiesresultaat of na het ophalen van zijn geloofspapieren in Madrid. Voor de advocaten van Puigdemont is het duidelijk dat hij al onschendbaar zal zijn wanneer de kiesresultaten bekend gemaakt worden. Onlangs verscheen er een niet-ondertekend juridisch rapport van het EU parlement dat hij pas juridisch onschendbaar zou zijn na het verkrijgen van zijn papieren in Madrid. Het rapport geeft de Spaanse regeringspartij en andere partijen tegen de afscheiding van Catalonië dus gelijk. Maar de bewering bleek juridisch onhoudbaar, zoals de advocaten van Puigdemont aantoonden. Blijkbaar zat de president van het EU parlement, Antonio Tajani, achter dit rapport om Puigdemont dwingen afstand te doen van zijn kandidaatschap. Tajani misbruikte de openbare EU instituten dus voor zijn eigen, en die van de Spaanse overheid, politieke belang. Maar Puigdemont liet zich niet afhouden van zijn kandidaatschap.

Vanmiddag, een dag na de Spaans nationale verkiezingen en enkele uren voor het sluiten van de kandidaatslijsten voor de EU verkiezingen, maakte de Spaanse Centrale Kiescommissie (Junta Electoral Central of JEC) bekend dat zij de aanklacht van de Partido Popular en van Ciutadans heeft geaccepteerd om Puigdemont en twee van zijn minister uit te sluiten van het kandidaatschap voor de Europese verkiezingen. Later in de middag zou zij haar beslissing verduidelijken met het publiceren van de uitspraak, zo zei zij. Daar men de argumenten van het besluit niet kende, was het voor die tijd ook niet mogelijk om tegen het besluit in beroep te gaan. De partij van Puigdemont, JxCat, had echter tot zes uur ‘s-avonds de tijd om een lijst van nieuwe kandidaten in te dienen. De JEC maakte pas om 18:40 haar vonnis bekend en JxCat kreeg tot 20:00 uur de gelegenheid om in beroep te gaan. Slechts anderhalf uur de tijd voor het aantekenen van beroep, iets wat dagen werk kost, en na het verlopen van de termijn voor het indienen van de namenlijst van kandidaten: dit zijn eerder de praktijken van een bananenrepubliek dan die van een westerse democratie.

Het argument van de JEC is dat Puigdemont en zijn twee ministers in ballingschap duurzaam in het buitenland verblijven en hun verblijfplaats niet officieel hebben doorgegeven. Zij hebben daarom geen stemrecht en kunnen zich dus ook niet kandidaat stellen. Om zich in te schrijven voor de plaats waar zij in ballingschap verkeren, moeten zij naar een ambassade gaan en zouden dan direct gearresteerd worden. Hoewel Puigdemont door de Duitse justitie is vrijgesproken van het plegen van militair geweld (wat nodig is voor de aanklacht van rebellie of oproer), loopt in Spanje nog steeds deze aanklacht tegen hem. Dit is sowieso al een anomalie binnen de Europese Unie en is in feiten de oorzaak van deze problematiek.

Dat de uitsluiting door de JEC arbitrair is blijkt uit de volgende gebeurtenissen. Toen Puigdemont eind Oktober 2017 naar België uitweek en Catalonië haar autonomie werd ontnomen, werd hij door de PP regering van Rajoy uitgenodigd om met de opgelegde verkiezingen van 21 December 2017 mee te doen. Rajoy c.s. waren er van overtuigd dat hij de verkiezingen zou verliezen. Dat bleek echter niet het geval. Hij werd echter niet als president van Catalonië geïnstalleerd omdat onderzoeksrechter Llarena zijn betoog in het Catalaanse Parlement en zijn installatie als president door middel van een videoconferentie verbood. Er bestond toendertijd echter geen enkel bezwaar van de JEC om Puigdemont als kandidaat met de verkiezingen mee te laten doen.

Gister vonden de Spaans nationale verkiezingen plaats. De Catalaanse onafhankelijkheidspartij ERC maakte grote winst en JxCat verloor slechts, geheel boven verwachting, een enkele zetel. Puigdemont kon gewoon (per post) meedoen met stemmen. Één van de ministers van Puigdemont in ballingschap was zelfs kandidaat voor JxCat en werd verkozen als Congreslid. Ook daar had de JEC geen enkel bezwaar tegen.

De JEC heeft haar partijdigheid gedurende de laatste verkiezingscampagne duidelijk aangetoond door het opleggen van censuur. Alles wat leek op een gele strik, of een ander protest tegen de gevangen Catalaanse leiders, op of aan een overheidsgebouw moest worden verwijderd. De politie bezocht zelfs de scholen om kindertekeningen te verwijderen. De zendtijd van het verslag van de Catalaanse TV van een protestdemonstratie van de onafhankelijkheidsbeweging moest worden gecompenseerd door zendtijd voor de PP en Ciutadans partijen. Maar de gratis zendtijd die de ultra rechtse partij Vox in het gerechtelijk proces als volksaanklager krijgt, is geen enkel bezwaar voor de JEC. Ook verbood zij de Catalaanse TV de termen ‘Politieke gevangenen’ en ‘Ballingen’ in haar nieuwsberichten te gebruiken omdat dit de ‘neutraliteit van de berichtgeving’ zou aantasten.

Deze Kiescommissie heeft, geheel tegen de internationale verdragen, het nationaal en internationaal recht en de jurisprudentie in, verboden dat de Catalaanse president Puigdemont mee mag doen met de Europese verkiezingen. Hiermee worden niet alleen zijn burgerrechten geschonden, maar ook die van de kiezers. De advocaten zullen binnen Spanje, maar ook internationaal zoals bij het Europese Hof in Luxemburg en het Europese Hof voor de Mensenrechten, een aanklacht indienen. Er bestaat grote kans dat Puigdemont in het gelijk zal worden gesteld en dat als gevolg daarvan de Europese verkiezingen van 26 Mei aanstaande ongeldig zullen worden verklaard. Het ‘interne Spaanse conflict’, zoals de EU Commissie van Juncker c.s. bij hoog en laag blijft volhouden, is een heus Europees probleem geworden.

Please follow and like us:
error

Getuigen met een dubieus verleden

(1807 woorden)

Dit en dit verslag van Josep Casulleras Nualart over het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders vormen de basis van dit artikel.

In het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders heeft men deze week de laatste politieagenten als getuigen gehoord. Het is interessant om hier (nogmaals) het profiel van de personages te beschrijven die aan het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional staan.

Diego Pérez de los Cobos
Het landelijk hoofd van de Policia Nacional en van de Guardia Civil is kolonel Diego Pérez de los Cobos. Zijn verklaring werd verspreid over twee opeenvolgende dagen. De eerste dag vergat Marchena hem te vragen of hij ooit in aanraking met justitie was geweest. De volgende ochtend vroeg hij dit wel en de los Cobos antwoordde dat hij vervolgt is geweest maar werd vrijgesproken. Maar Marchena vroeg hem niet waarvoor hij vervolgt werd, in tegenstelling tot bij de andere getuigen. In feite werd de los Cobos gerechtelijk vervolgd omdat hij, samen met vijf andere Guardia Civil agenten, het Baskische ETA lid Kepa Urra in 1992 had mishandeld. In de nacht van 29 Januari 1992 werd deze thuis gearresteerd, ontvoerd naar een onbekend open veld en geheel ontkleed. Daar werd hij toen met een niet geïdentificeerd voorwerp geslagen en over de grond gesleept. Daarna werd hij naar het ziekenhuis gebracht met blauwe plekken, inwendige bloedingen, gescheurde spiervezels, verlamming en geheugenverlies. Drie agenten van de Guardia Civil werden veroordeeld. De los Cobos en twee anderen werden uit hun functie ontheven. Kort daarna werden de straffen van de veroordeelde agenten door het Hooggerechtshof verlaagd en weer later kregen zij amnestie van president Aznar.

Ook ging de Los Cobos tijdens de staatsgreep in 1981 van Guardia Civil luitenant Tejero gekleed in de blauwe blouse van de Falange (de regerende partij tijdens het Franco regiem en voorganger van de Partido Popular) naar diens kazerne om hem steun te betuigen.

Sebastián Trapote
Het ex-hoofd in Catalonië van de Policia Nacional, Sebastián Trapote, getuigde ook deze dagen in de rechtbank. Marchena vroeg hem of er ooit een aanklacht tegen hem was ingediend. Trapote antwoordde ontkennend. Desalniettemin is zijn reputatie twijfelachtig. In Juni 1974 arresteerde Trapote José Luís Herrero Ruiz in Badalona na een achtervolging. Nadat deze was geboeid werd hij in de rug neergeschoten waarna hij overleed. De agenten verklaarden dat hij een mes uit zijn zak haalde en hen wilde steken. Uit de autopsie bleek echter dat de kogel op borsthoogte recht van achteren binnen kwam, het hart doorboorde en aan de borst weer uittrad. Zou Herrero Ruiz zich hebben omgedraaid om te steken, dan zou de kogel onder een hoek door het lichaam zijn gegaan. Door de algemene amnestiewet kwam het niet tot een veroordeling. De vrouw van Herrero Ruiz en zijn zeven kinderen kregen in 1983 een schadevergoeding. Maar Trapote heeft nooit verantwoording voor zijn moord af hoeven te leggen en geniet nu van zijn pensioen.

César López Hernández
De tweede man van de Guardia Civil in Catalonië noemde in de rechtszaal alleen zijn identificatie nummer N29100C, maar niet zijn naam. Deze zei wel dat hij vervolgd is geweest wegens marteling, maar werd vrijgesproken. Het gaat om de mishandelingen van Igor Portu en van Mattin Sarasola in 2008. Zij waren veroordeeld wegens de terroristische aanslag in Madrid in 2004. Twee rechters die López Hernández vrijspraken waren Juan Ramón Berdugo en Andrés Martínez Arrieta. Dezelfde rechters zitten nu ook in dit tribunaal tegen de Catalaanse leiders. Na zijn arrestatie werd Portu in een ziekenhuis opgenomen met blauwe plekken over het gehele lichaam, een open bloedende wond, een gebroken rib en een geperforeerde long. Sarasola lag vijf dagen buiten kennis in het ziekenhuis. Hernández was de verantwoordelijke commandant voor het vervoer van de gevangenen. Alle betrokken agenten werden uiteindelijk door het Hooggerechtshof vrijgesproken, inclusief Hernández zelf. Dat zei hij dan ook aan het begin van zijn getuigenis zonder dat hij er om loog. Maar hij zei er niet bij dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) op haar beurt de Spaanse staat in 2018 heeft veroordeeld wegens onmenselijke en degraderende behandeling van de gevangenen. Het EHRM veroordeelde het Spaanse Hooggerechtshof omdat zij de mishandelingen (drie leden van het EHRM spreken direct over martelingen) onvoldoende had onderzocht.

José Antonio Nieto
Veel gevallen van martelingen komen niet aan het licht of blijven ongestraft omdat de Spaanse staat deze afdekt. Dat is juist waar het EHRM op wijst in haar oordeel over de zaak van Portu en Sarasola. De keten van bescherming wordt gevormd door rechters die veroordelingen terug draaien en door politici die aangiftes van martelingen relativeren. Één van hen is de staatssecretaris van BiZa, José Antonio Nieto. Deze beschermde, onder andere, Sánchez Corbí welke was veroordeeld voor marteling in dezelfde zaak van de los Cobos. Toen de parlementariër van de Baskische partij EH Bildu, Jon Inarritu, in de Senaat aan Nieto vroeg of hij deze crimineel kent (daarbij een foto van Corbí tonende), antwoordde Nieto dat Corbí een onberispelijke staat van dienst heeft als kolonel bij de Centrale Operationele Dienst van het ministerie en vroeg Inarritu om zijn woorden van misdadiger in te trekken. Nieto hield Corbí aan. Pas toen de regering van Pedro Sánchez aantrad, werd Corbí ontslagen. De Baskische volksvertegenwoordiger Inarritu noemde ook de naam van de José María de las Cuevas Carretero. Deze was voor dezelfde zaak veroordeeld wegens marteling en is momenteel aangesteld als de vertegenwoordiger van Spanje in het internationale comité ter voorkoming van martelingen (Committee for the Prevention of Torture).

Ángel Gozalo
Op het moment van het referendum in Catalonië was Ángel Gozalo het hoofd van de Guardia Civil. Hij heeft geen strafblad. In 2013 werd hij gedecoreerd met een diploma van de broederschap van strijders van de blauwe divisie. Deze divisie streed aan de kant van nazi Duitsland aan het oostfront tegen de Russen. Op de foto ‘s is Gozalo hier samen te zien met de trotse strijders in het uniform van het leger van Franco.

Daniel Baena
Het huidige hoofd van de Guardia Civil gaf aan het begin van zijn getuigenis toe dat hij veroordeeld is geweest wegens het ‘schenden van de morele integriteit’ in een persoonlijk conflict. Wat meer bekend van hem is dat hij er de Twitter account Tácito op na houdt waarin hij politici en anderen die voor de Catalaanse onafhankelijkheid zijn, aanvalt en beledigd. Baena ontkende stellig dat deze account van hem is, maar in een eerder radiointerview gaf hij dit toe. De politiefunctionaris Baena liegt dus tegenover het Hooggerechtshof terwijl hij onder ede staat .

De ondervragingen
Daar de leden van de Guardia Civil en Policia Nacional doorgaans door de aanklagers werden opgeroepen, mogen deze als eerste de vragen stellen. Deze vragen bestonden doorgaans uit: ‘Wat heeft u gezien?’ ‘Was u bang?’ ‘Werd u uitgescholden of bedreigd?’ ‘Werd er met voorwerpen gegooid?’ De antwoorden waren doorgaans zeer uitgebreid en, zeer opvallend, vaak met dezelfde woorden en uitdrukkingen. Dit duidt er op dat de antwoorden in samenwerking met de aanklagers vooraf waren ingestudeerd. De getuigen spraken vaak over een muur van mensenmassa ‘s waarin kleine kinderen en ouderen van dagen vooraan stonden om te dienen als menselijk schild. Soms had een politieagent zich ook zeer gedaan. Een agent kreeg bijvoorbeeld erge pijn in zijn voet, wat bij verder doorvragen door de advocaten een gevolg bleek te zijn van een trap die hij tegen een demonstrant gegeven had. Veel agenten zeiden dat zij doodsbenauwd waren van de schreeuwende, tumultueuze mensenmassa ‘s die ieder moment gewelddadig kon worden. Deze angst leek echter verre van afwezig toen zij de kiezers op het referendum van 1 Oktober met knuppels, laarzen en geweren met rubberen kogels te lijf gingen terwijl zij zelf beschermende kleding en helmen droegen. Ook werden zij bekogeld door een regen van projectielen, wat bij verder doorvragen door de advocaten neerkwam op vijf plastic flesjes van 0,3 liter water. Hun verhalen zijn zonder uitzondering overdreven van aard en zeer vaak verdraaien zij deze of vertellen slechts een gedeelte van wat er is gebeurd. De advocaten daarentegen worden in hun ondervragingen zeer beperkt door de rechter. Om te beginnen mogen de honderden video ‘s niet in de rechtszaal worden getoond om de getuige te ondervragen over wat zij beweren en wat de video ‘s laten zien. ‘De video ‘s worden door het gerechtshof later na de verhoren bestudeerd. Deze nu tonen is enkel tijdverlies’, is doorgaans het argument van de de voorzitter van de rechtbank, Marchena. De advocaten worden constant door Marchena onderbroken wanneer zij dieper op de gebeurtenissen van 20 September en 1 Oktober 2017 willen ingaan. Marchena: ‘Vraagt u de getuige wat hij heeft gezien’. Advocaat: ‘Heeft u gezien dat uw collega ‘s boven op de mensen gingen staan en misschien daarom begonnen te schreeuwen?’ Marchena: ‘Nee, dit is niet de weg die men gaan moet. Deze vraag is juridisch irrelevant. De getuige zit niet in de beklaagdenbank, dus de rechtbank is daar niet in geïnteresseerd. Stelt u een andere vraag’. Hetzelfde geldt voor de politierapporten die in het gerechtelijk vooronderzoek zijn opgenomen. Wanneer een advocaat een verklaring van een politiegetuige hoort die tegenstrijdig lijkt met wat hij in zijn rapport geschreven heeft, mag hij van de rechtbank daar niet verder over doorvragen. De advocaten staan met hun rug tegen de muur en kunnen hun cliënten, de Catalaanse leiders die voor gewelddadige oproer terecht staan en daar 25 jaar gevangenisstraf voor kunnen krijgen, amper verdedigen. Ook het team van internationale waarnemers rapporteert naar de UN commissie van de mensenrechten in Geneve dat de verdediging geen eerlijke kans krijgt om de onschuld van de Catalaanse leiders aan te tonen.

Duidelijke partijdigheid
Bij een van de ondervragingen vraagt advocate Marina Roig of de collega van de getuige niet direct op de mensen sprong in plaats van dat de mensen hem tegen hielden, zoals de getuige beweert. De advocate vergelijkt de videobeelden op haar laptop om te zien wat er daadwerkelijk gebeurde op 1 Oktober bij het betreffende stemlokaal. Marchena onderbreekt haar nadat de openbaar aanklager protest aantekent dat niet de getuige hier terecht staat. Marchena verbied Roig de videobeelden te gebruiken omdat deze niet op echtheid zijn getest, ondanks dat deze afkomstig zijn van politie camera ‘s en door het hof zijn geaccepteerd als bewijsmateriaal. In tegenstelling tot de beweringen van de getuige welke wel op echtheid zijn getest, want deze ‘feiten’ worden door een politieagent verteld die onder ede staat.

Het Hooggerechtshof, het hof waar geen hoger beroep meer mogelijk is en dat daarom moet bestaan uit de allerbeste rechters van het land met een onberispelijke staat van dienst, heeft tot nogtoe nooit zó duidelijk haar partijdigheid en samenwerking met de openbaar aanklager getoond. Daarnaast geeft zij de voorkeur aan de getuigenissen van politieagenten, topambtenaren met een vaak zeer dubieus verleden, boven de onomstotelijk vaststaande videobeelden van het politiegeweld dat de gehele wereld heeft kunnen zien. Dit criterium van het Hooggerechtshof zal, indien zij hierbij blijft, desastreuze gevolgen hebben voor de Catalaanse leiders die hier terecht staan.

Please follow and like us:
error

Op 1 April… gevangen en ontwapend

(250 woorden)

Vicenç Villatoro, krant Ara

In de Verklaring van de (Spaanse burger)oorlog van 1 April 1939 begint met ‘Op de dag van vandaag…’ die mijn generatie uit het hoofd kent, zijn de woorden ‘gevangen’ en ‘ontwapend’, nog belangrijker dan de tekst aan het eind er van: ‘de oorlog is afgelopen’. Want de oorlog had veel eerder afgelopen kunnen zijn als deze zou zijn beëindigd op een andere manier. Er zijn vele oorlogen die zijn beëindigd met een overeenkomst, een vredesbestand, een compromis of een wapenstilstand. Maar Franco wilde dat de oorlog eindigde met een totale overwinning op het rode leger, ‘gevangen en ontwapend’. Oftewel met de totale ontmanteling van de vijand, zonder een enkele concessie zodat hij zijn handen vrij had om zijn eigen regiem te kunnen creëren. Hij had niet genoeg aan slechts een overwinning, die militair gezien reeds maanden tevoren was gewonnen. Hij verlengde de oorlog zolang als nodig was om de vijand ‘te vangen en te ontwapenen’. Dat was de enige manier wat hij de onder een overwinning verstond. Aan de andere kant was dit ook het instrument om voor oneindig lange tijd de toekomst naar zijn hand te kunnen zetten. Dat daar geen enkele twijfel over zou bestaan. De lange duur van het francisme is te begrijpen aan de hand van het ‘gevangen en ontwapend’, inclusief de capaciteit om de condities op te kunnen leggen gedurende de Overgangsperiode, veertig jaar daarna. De impact van deze Verklaring van tachtig jaar geleden duurt nog voort tot aan de dag van vandaag. Zonder dit is onze hedendaagse situatie niet te verklaren.

Please follow and like us:
error