De nieuwe burgemeester van Barcelona

(900 woorden)

Afgelopen 15 juni werden de gemeenteraadsleden van alle dorpen in Valencia, de Baleaarse eilanden en Catalonië geïnstalleerd. Deze kozen vervolgens uit de lijsttrekkers een burgemeester. In de kleine dorpen kiest men geen politieke partijen of kieslijsten, maar direct de personen die in de gemeenteraad komen. De kleine en middelgrote steden wordt weliswaar gestemd aan de hand van kieslijsten, maar de persoonlijke voorkeuren spelen er doorgaans een grote rol. In de middelgrote en grote steden spelen de politieke partijen en ook de landspolitiek een overheersende rol.

Door het politieke conflict over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië, met als gevolg de politieke gevangen, zijn er drie verschillende groeperingen te onderscheiden: de onafhankelijkheidspartijen (met name JxCat, ERC en La CUP), de unionistische partijen ( de Catalaanse socialistische partij PSC, Partido Popular, Ciutadans en Vox), en dan is er daarnaast nog de linkse partij Barcelona en Comú – Podem, de Catalaanse tak van het Spaanse Podemos. Deze partij is ontstaan als gevolg van de financiële crisis en is sterk gericht tegen de gevestigde politieke partijen, het bankwezen en het grote, beursgenoteerde bedrijfsleven (IBEX35). Deze stroming heeft zich nooit voor of tegen de Catalaanse afscheiding willen uitspreken en ziet de politieke wereld enkel verdeeld in links en rechts. Bij de gemeenteraadsverkiezingen vier jaar geleden boekten zij grote winst en in vele steden werd een burgermeester van deze partij aangesteld. In Barcelona werd Ada Colau burgemeester. Daarvoor was zij voorzitter van de burgerbeweging PAH, die er voor strijdt dat huiseigenaren niet uit hun woning worden gezet indien zij drie maanden hun hypotheek niet betalen kunnen. De Spaanse bankenwet is zeer verouderd en sterk in het voordeel van het bankwezen. Gedurende de verkiezingen afgelopen Mei behaalde de anti-bank en anti-IBEX35 burgermeester Colau evenveel zetels voor de gemeenteraad van Barcelona als ERC. Zij kreeg echter 5000 stemmen minder. Het leek er dus op dat de leider van ERC, Ernest Maragall, burgermeester zou worden. De dagen na de verkiezingen begon dit beeld echter te veranderen. Colau weigerde als grootste oppositiepartij en zelfs als coalitiegenoot van ERC mee te regeren. Er kwam een grote Staatsoperatie op gang, aangestuurd vanuit de unionistische, gevestigde en (ultra) rechtse partijen PSOE, PP en Ciutadans om mevrouw Colau in het zadel zouden helpen om maar te voorkomen dat een burgermeester van de onafhankelijkheidsbeweging in Barcelona aan de macht zou komen. De operatie heeft tot gevolg dat de altijd afstandelijke ‘Barcelona en Comú’ / Podem kleur heeft bekend als tegenstander van de onafhankelijkheidsbeweging. Veel stemmers van deze partij zijn diep teleurgesteld omdat Colau de stemmen van de extreem rechtse partij Ciutadans, onder leiding van Manuel Valls en bij uitstek de vertegenwoordiger van de IBEX35 bedrijven is, heeft geaccepteerd om burgermeester te kunnen blijven. Voor de onafhankelijkheidsbeweging is nu heel veel meer duidelijk. Na jarenlang het belangrijkste maatschappelijke debat in Catalonië ontweken te hebben, zelfs toen dit uitliep op een politiek conflict met politiegeweld, rechtsvervolging en politieke gevangenen, blijkt dat ‘Barcelona en Comú’ / Podem kiest voor de unionistische kant.

De politieke partijen voor onafhankelijkheid gingen de afgelopen verkiezingen zeer versnipperd tegemoet. Met name ERC wilde zich als zelfstandige partij presenteren om meer stemmen te kunnen winnen. Zij weigerde daarom om bij de Europese verkiezingen samen op de kieslijst van Puigdemont, JxCAT, te gaan ondanks dat deze had aangeboden om zich als tweede op de kieslijst te presenteren. Daarnaast presenteerden in totaal vijf Catalaanse politieke lijsten en partijen zich voor de gemeenteraadsverkiezingen in Barcelona. Deze versnippering is dus op niets uitgelopen en heeft veel stemmen van de onafhankelijkheidspartijen verloren doen gaan. Het is te hopen dat de Catalaanse politici uit deze gebeurtenissen nu eindelijk eens een les hebben getrokken, want met de veroordelingen van de politieke gevangenen in het zicht is het meer dan noodzakelijk dat zij eensgezind een strategie ontwikkelen.

De aanwezigheid gisteren van de lijsttrekker van JxCAT in Barcelona, Quim Forn, liet nog eens duidelijk de ernst van de situatie zien waarin Catalonië verkeert. Forn werd afgelopen Donderdag vanuit de gevangenis Soto de Reial, nabij Madrid, overgebracht naar de gevangenis Brians in Catalonië. Sinds 4 November 2017 zit hij gevangen en wordt berecht voor het organiseren van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober van dat jaar. Forn was op dat moment minister van BiZA en hoofd van de Catalaanse politie. Afgelopen Vrijdag werd hij onder strenge politiebewaking naar het stadhuis van Barcelona gebracht, waar hij de nodige papieren kon ondertekenen en trouw aan de wet moest beloven om lid te worden van de gemeenteraad. De politiebewaking in en rondom het stadhuis was van dusdanige omvang alsof hij een levensgevaarlijke terrorist is. Gisteren, Zaterdag, herhaalde zich het tafereel. Om zijn voordracht als lijsttrekker op het spreekgestoelte in de vergaderzaal van het gemeentehuis te houden, werden hem de handboeien voor een uurtje afgedaan. Direct na de plenaire vergadering werd hij weer afgevoerd naar de gevangenis. Hij kreeg niet, zoals de andere gemeenteraadsleden, de gelegenheid om zich als nieuw gemeenteraadslid van Barcelona te presenteren bij president Quim Torra. Deze presentatie vond plaats in het Paleis van de Generalitat, op 50 meter afstand aan de andere kant van het plein Sant Jaume. Maar Quim Forn werd de oversteek geweigerd. Het plein stond stampvol met Catalanen om hem te steunen. Vandaag wordt hij weer terug gebracht naar de gevangenis in Madrid in afwachting van de uitspraak van het Hooggerechtshof. De situatie met de politieke gevangenen wordt met de dag meer onacceptabel. De spanningen hierdoor waren met de instellingen van de gemeenteraden en burgermeesters in geheel Catalonië weer eens duidelijk te voelen.

De laatste hoorzitting

(950 woorden)

Het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse presidente van het Parlement, de politici en de burgerleiders is ten einde. Als laatste mochten zij het woord doen tegen het tribunaal dat hen zal veroordelen of vrijspreken. Ondanks de dreiging van 74 jaar gevangenisstraf (door de volksaanklager VOX) is het duidelijk dat zij geen enkele schuld zien in hun wat ze gedaan hebben. Enkele uitspreken van hen zijn bijvoorbeeld:

Jordi Turull:

– De reputatie van Spanje staat op het spel. Zal het na een veroordeling ooit nog beschouwd worden als een democratie?

– Het is ongehoord dat alle wettelijk toegestane activiteiten en legale vergaderingen zich opstapelen tot een aanklacht van rebellie.

– Het referendum was niet gericht tegen Spanje. Er was geen plan om Spanje kapot te maken.

– Er waren geen muren van mensen, alleen bergen van waardigheid.

– Ik zit hier voor mijn ideeën en omdat ik me niet uit de politiek heb teruggetrokken. (Turull werd de dag na zijn presentatie in het Parlement als president van Catalonië gevangen gezet.)

– De aanklager is vastbesloten om ten koste van alles de onafhankelijkheidsbeweging kapot te maken. Het is ongehoord dat hij zegt dat het houden van een referendum over zelfbeschikking een misdaad is en dat ook zal blijven, zelfs wanneer deze uit het wetboek van strafwet is verwijderd.

– Ik zit hier niet voor wat ik gedaan heb. Ik zit in de beklaagdenbank voor mijn ideeën

– Geëmotioneerd zegt Turull: Ik heb altijd eerlijk gewerkt voor het verbeteren van mijn land, Catalunya.

Josep Rull:
– Ze beschuldigen mij met een gemanipuleerde interview. Dat is een serieuze aanklager onwaardig.

– Dit tribunaal heeft nu de kans om te laten zien wat de rechten en wat de beperkingen van de vrijheid zijn.

– Met mijn gevangenneming heeft u besloten dat ik mijn kinderen, Bernat en Roger, gedurende twee jaren niet heb kunnen zien opgroeien. Maar met dit kunt u niet voorkomen dat ik hen een nobele gedachte overdraag.

– Men eist 16 jaar gevangenisstraf tegen mij omdat ik een regeringsplan heb ondertekend, de basis van ieder willekeurig verkiezingsprogramma.

– Democratie verdedigt men met democratie

– De sterken sluiten overeenkomsten. De zwakken leggen op.

Jordi Sànchez:
– Hij begint met een citatie van Socrates: ‘Het is beter om onder een groot onrecht te moeten lijden, dan daar schuldig aan te zijn.’

– De gevangenis doet pijn aan de gevangen, maar ook aan de familie. Deze pijn wordt door de gehele Catalaanse samenleving gevoeld.

– Het referendum van 1 Oktober was zonder geweld. Men kan duizend keer beweren dat het gewelddadig was, maar dat zal de mensen die het hebben meegemaakt niet overtuigen.

– Het gaat hier om de veroordeling van fundamentele en politieke rechten en vrijheden. U heeft de verantwoordelijkheid om de politieke crisis niet te verergeren.

Carme Forcadell:
– Ik begrijp niet waarom ik voor rebellie wordt beschuldigd, terwijl mijn collega-‘s van het Parlementaire bestuur slechts voor wettelijke ongehoorzaamheid worden aangeklaagd. Mijn stem telt evenveel mee als die van hun, ik beging dezelfde feiten. Alle besluiten worden door het gehele bestuur of door de plenaire vergadering van het Parlement genomen. Het bestuur heeft zich altijd aan het Parlementaire reglement gehouden. Ik wordt vervolgt voor mijn carrière (zij was acht jaar voorzitster van de burgerbeweging ANC), voor wie ik ben, en niet voor mijn handelen.

Ik heb altijd het vrije woord in het Parlement verdedigd en zal dat blijven doen. Want dat is de basis van Democratie.

– De aanklager blijft volhouden bij valse tweets die niet bestaan en blijft volhouden dat ik opgeroepen heb om scholen te bezetten.

– In de afgelopen 3 maanden is niets van de aanklacht bewezen. De aanklager kon zijn aanklacht aanpassen, maar doet dat niet.

Dolors Bassa:
– De rechtszaak heeft me soms verontwaardigd, geschokt en doorgaans triest gemaakt.

– Ongehoorzaamheid is een politiek regeringsplan voorstellen en dat vervolgens niet uitvoeren.

– Ik vraag niet alleen de Vrijheid voor mezelf, maar ook die van de komende generaties.

Jordi Cuixart:
– Als we worden gestraft voor wat we gedaan hebben, kan men daar ook in de rest van Spanje voor worden gestraft.

– Ik riep op tot een permanent protest en zal dat blijven doen want dat is de motor om vooruit te gaan. Dit is burgerlijke ongehoorzaamheid. Men voerde op 1 Oktober een fundamenteel recht uit.

– Dit is een politieke rechtszaak.

– Catalonië is een veelzijdige samenleving. Zelden vraagt men in Catalonië waar men vandaan komt, maar wel waar men naar toe wilt gaan.

– Het hoofd van de Staat (koning Felipe VI van Bourbon) heeft de mogelijkheid voorbij laten gaan om het geweld door de Staat te veroordelen.

– De meest karakteristieke uitspraak van alle beschuldigden was waarschijnlijk wel deze van Cuixart: ‘We zullen weer precies hetzelfde doen.’

De aangeklaagden hadden soms moeite om hun emoties te bedwingen. Zelfs advocaat Jordi Piña moest op een gegeven moment zijn bril even afzetten om zijn ogen te drogen.

Het gehele gerechtelijke proces kon live worden gevolgd. Echter alleen in Catalonië en Baskenland werd het proces door de publieke omroep uitgezonden. In de rest van Spanje wordt nagenoeg geen interesse getoond voor het meest belangrijke proces sinds het Franco regiem en dat zelfs het einde zou kunnen betekenen van wat men de ‘democratische periode in Spanje’ noemt. Voor deze laatste zitting stelde de burgerorganisatie Omnium Cultural op verschillende plaatsen in het land grote TV projectieschermen op om deze gezamenlijk te kunnen volgen. ‘s-Avonds organiseerde het ANC voor de gemeentehuizen bijeenkomsten waarin men de gerechtelijke vervolgingen en het ondemocratische handelen van Spanje veroordeelt.

Op de Potkaars podcast is een interview van me te zien over de laatste ontwikkelingen hier in Catalonië. Ook ander interviews van Nederlanders die nauw bij dit onafhankelijkheidsstreven betrokken zijn en van Nederlands sprekende Catalanen zullen hier worden gepubliceerd.

Daarnaast is er meer informatie te vinden op spanje.cat, waar ook de artikelen van dit blog zijn te lezen.

De definitieve aanklacht

(1580 woorden)

Drie maanden duurde het gerechtelijke proces tegen de Catalaanse leiders in het Spaanse Hooggerechtshof omdat zij een referendum hadden georganiseerd over de onafhankelijkheid van Catalonië. Enkele weken daarna schreef de openbare hoofdaanklager van Spanje, Maza, zijn aanklacht ‘Zij zullen hard vallen’. Deze leek eerder op een revanche dan een juridisch, op feiten gebaseerde aanklacht en noemde het referendum een staatsgreep. De regering van Puigdemont werd aangeklaagd als een misdadige organisatie die oproer met gewapend geweld zou hebben gepleegd. Om dit gewapend geweld te onderbouwen hadden zij, volgens het OM, de steun van de Catalaanse politie. Tot dat moment had nog niemand het zo gezien, want niemand had, afgezien van het politiegeweld, geen militaire oproer van de Catalanen waargenomen. Maar de unionistische politieke partijen en de Spaanse pers haakten er gretig op in en publiekelijk werden de de Catalaanse leiders gedurende de afgelopen anderhalf jaar reeds veroordeeld.

Gebaseerd op de rapporten van de de Guardia Civil en Policia Nacional schreef onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof Llarena zijn bevindingen dat aanleiding gaf voor het gerechtelijk proces. De talrijke onregelmatigheden, ook wel bekend als ‘procedurefouten’, zijn welbekend, met name bij de justitie in Schotland, België en Duitsland. Deze laatste besloot om president Puigdemont vrij te laten en hem niet uit te leveren op basis van oproer, want het hof van Sleeswijk-Holstein zag geen geweld van zijn kant. Daar de Spaanse justitie hem niet uitgeleverd wilde hebben voor slechts wettelijke ongehoorzaamheid, liet Llarena het Europese uitleveringsbevel vallen. Alleen in Spanje wordt Puigdemont aangeklaagd voor oproer en zal worden gearresteerd indien hij voet op Spaanse bodem zet. Dit feit alleen al is een juridische barbariteit de de Europese eenheid en het Schengen verdrag tenniet doet.

Gedurende ruim 50 hoorzittingen van het gerechtelijk proces passeerden een 450 getuigen de revue, waaronder de aangeklaagde burgerleiders en de politici zelf, ex-president Rajoy, zijn vicepresidente en de ministers van BiZa en die van financien, leiders van de politiecorpsen Mossos d’Esquadra, Policia Nacional en Guardia Civil, en agenten die bij de protestdemonstraties en het referendum aanwezig waren, burgers die de stokslagen van de Spaanse politie te verwerken kregen en onafhankelijke specialisten die hun mening over verschillende thema’s gaven.

Ook gedurende de hoorzittingen vonden vele ‘procedurefouten’ plaats. Het meest opmerkelijke was dat internationale waarnemers geen plaats in de rechtszaal kregen, dat de verdediging vele vragen niet mochten stellen daar zij ‘niet relevant zijn voor het hof’, niet de video’s mochten tonen om de beweringen van de 200 Spaanse politieofficieren te weerleggen en het opvallende verschil in behandeling tussen de getuigen van de aanklagers en die van de verdediging door voorzittend rechter Marchena. De video’s werden in een aparte sessie na elkaar getoond, waardoor de effectiviteit van de verdediging voor een groot deel verloren ging.

Na dit proces van 50 hoorzittingen en welke 3 maanden in beslag nam, lijkt het of er niets is gebeurd. Het OM houdt voet bij stuk en heeft nagenoeg niets in haar voorlopige aanklacht (van voor het proces) veranderd. Afgezien van een enkel detail met betrekking tot misbruik van overheidsgeld en details met betrekking tot de getuigenis van majoor Trapero en commissaris Lopéz van de Mossos d’Esquadra. Deze vormen de sleutel in de aanklacht waarop de bewering is gebouwd dat de Catalaanse regering het politiecorps van 17.000 man als gewapende eenheid inzette voor het realiseren van de onafhankelijkheid. Met name drie vergaderingen van de Mossos met leden van de Catalaanse regering zijn erg belangrijk. Het was de enige keer in het proces dat Marchena zich direct naar een getuige richtte. Hij vroeg Trapero toen wat er in deze vergaderingen besproken was. Trapero antwoordde dat hij tegen de politici gezegd had dat hij zich aan de wet en aan het verbod van het referendum door het Constitutioneel Hof zou houden. Het OM ziet deze getuigenis dus als een belangrijk wapen om het tribunaal te overtuigen. Maar zij vermeld vooral een ander detail uit deze vergadering, namelijk dat de ‘geprocedeerde rebel’ (Puigdemont wordt nooit bij naam genoemd) aan het einde van de vergadering had meegedeeld dat hij direct de Catalaanse onafhankelijkheid zou uitroepen indien er bij het referendum (dodelijk) geweld gebruikt zou worden.

Ondanks de beweringen van de Catalaanse politietop dat zij de Spaanse wet zouden blijven respecteren, het oneens waren met de Catalaanse politici om het referendum door te laten gaan en zelfs overwogen om de Catalaanse politici in de dagen voor het referendum te arresteren, beweert het OM dat de Mossos d’Esquadra samenwerkten met de Catalaanse regering en de gewapende eenheid vormde die het geweld van oproer zou moeten onderbouwen.

Ondanks dat er geen enkel bonnetje, factuur of bankafschrift is getoond en de Spaanse minister van financien, samen met een stoet van ambtenaren, onder ede getuigt dat er geen enkele Euro door de Catalaanse regering aan het referendum is uitgegeven (Catalonië stond al enkele maanden vooraf aan het referendum onder streng financieel toezicht), eist het OM gevangenisstraffen wegens misbruik van 5 miljoen Euro overheidsgeld.

De aanklager stelt de Catalaanse politici en burgerleiders verantwoordelijk voor het politiegeweld op 1 Oktober 2017. De mensenmenigte lokte dit geweld uit toen zij als een menselijk schild de politie de toegang tot de kieslokalen versperdden. Dus niet de daders van het geweld zijn verantwoordelijk voor hun gedrag, maar degenen die het uitlokten.

De naam van president Puigdemont wordt gedurende het gehele proces angstvallig vermeden. De enige keer dat Puigdemont in zijn betoog voorkomt is wanneer Zaragoza beweert dat hij onterecht niet aan Spanje werd uitgeleverd door de rechtbank van Sleeswijk-Holstein. De aanklager betreurt dat de Duitse rechtbank geen geweld van Puigdemont zag, zonder dat dit in een proces met getuigen werd aangetoond. Het OM trekt de Duitse justitie dus in twijfel en legt tevens de bewijslast van onschuld bij Puigdemont.

Aanklager Jaime Moreno beweert dat Catalonië rond de dagen van het referendum een kruidvat was dat ieder moment kon ontploffen.

Aanklager Javier Zaragoza liet de meest opmerkelijke beweringen horen:

‘Het houden van een referendum blijft een misdaad, ondanks dat deze is gedecriminaliseerd.’ (Het referendum over zelfbeschikking werd in 2004 uit het wetboek van strafrecht is verwijderd.)

‘Het referendum van 1 Oktober 2017 was een gewelddadige staatsgreep.’ Zaragoza vergelijkt het referendum met de mislukte staatsgreep van 23 Februari 1981 door majoor Tejero van de Guardia Civil. Deze bezette toen het Congres met gewapende eenheden en gijzelde gedurende 24 uur de volksvertegenwoordigers. Tejero loste enkele pistoolschoten in de vergaderzaal van het Congres om de parlementariërs te intimideren en in Valencia reden tanks door straten. Maar Zaragoza beweert: ‘Het gewelddadig karakter van een opstand hoeft niet noodzakelijkerwijs van fysieke of van militaire aard te zijn.’ De ‘intimidatie door de mensenmassa tegenover de politie’ op de dag van het referendum en de ‘belegering’ van het Catalaanse ministerie van Economische Zaken op 20 September bestempelt hij als ernstiger dan de intimidatie door Tejero in 1981.

De straffen die het OM eist zijn dezelfde welke hij aan het begin van het gerechtelijk proces eiste. De hoofdschuldige in deze aanklacht is vicepresident Junqueras, want president Puigdemont is in Europa vrij man en kan daarom niet als de leider van een criminele organisatie worden aangemerkt. Rechtsgeleerde Javier Pérez Royo stelt dat dit grondwettelijk onmogelijk is, daar een president altijd eindverantwoordelijk is voor zijn regering. Maar een misdadige organisatie heeft nu eenmaal ook een leider nodig. Tegen vicepresident Junqueras wordt daarom 25 jaar gevangenisstraf geëist wegens oproer, wettelijke ongehoorzaamheid en verkwisting van overheidsgeld. Voor de meeste andere leiders wordt zeventien jaar gevangenisstraf geëist.

Alleen de landsadvocaat Rosa María Seoane heeft zich de intellectuele moeite getroost om haar aanklacht te veranderen van ‘gewelddadige oproer’ naar ‘aanzetten tot opruiing’ (sedicio). Voor dit laatste is geen militair geweld nodig om te worden beschuldigd. Zij vraagt daarom 12 jaar voor Junqueras en tussen de 7 en 11,5 jaar voor de andere politici en de burgerleiders terwijl, twee politici worden vrijgesproken van sedicio.

De advocaten zullen volgende week hun eindbetoog uitspreken. Zij zullen daarin om de onmiddellijke vrijlating van hun cliënten vragen. Zij voelen zich daarin gesteund door de uitspraak van de werkroep ‘Willekeurige gevangenneming’ van het Hoge Commissariaat Mensenrechten van de Verenigde Naties.

Een aantal deuren verder, in de vierde kamer van hetzelfde Spaanse Hooggerechtshof, besluiten rechters dat de overblijfselen van dictator generaal Francisco Franco niet kunnen worden verwijderd. De familie van Franco had daarom verzocht nadat president Pedro Sanchez belooft had deze weg te halen uit de tombe van de Vallei van de Gevallenen in ruil voor politieke steun. Het argument van het Hooggerechtshof is dat hij sinds 1 Oktober 1936 reeds staatshoofd van Spanje was en als zodanig moet worden geëerd. De genoemde datum is echter drie jaar voor de beëindiging van de gewelddadige en zeer bloedige burgeroorlog tegen de legitieme republikeinse regering. Deze oorlog begon met de staatsgreep door de militaire top op 18 Juli 1936. Op 1 Oktober 1936 werd Franco door hen als oppergeneraal aangesteld. Dat het Hooggerechtshof deze datum nu aanmerkt als het aantreden van Franco als staatshoofd, zou de burgeroorlog legitimeren als de verdediging van de gevestigde orde. Het Hooggerechtshof wast de staatsgreep van Franco en zijn dictatoriale regiem dat 40 jaren duurde dus wit. Historici zijn het er in het algemeen over eens dat Franco aan de macht kwam dankzij de oorlog die 1939 eindigde. De legitieme Spaanse en Catalaanse republikeinse regeringsleden werden in 1939 door ditzelfde tribunaal veroordeeld voor… gewelddadige oproer.

De geest van Franco waart nog in alle gelederen van de Spaanse staat, waaronder het Hooggerechtshof. Dit fenomeen, bekend als ‘sociologisch francoïsme’, wordt vaak toegeschreven aan de indoctrinatie in het onderwijs gedurende het dictatoriale regiem. Vandaag plukken we dus nog steeds de wrange vruchten dat de westerse geallieerden na de inval in Normandië, nu 75 jaar geleden, het fascistisch Spanje links hebben laten liggen.

Al is de leugen nog zo snel…

Editoriaal schrijven van Vicent Partal
(Letterlijke titel: ‘Men haalt eerder een leugenaar in dan een manke’

(520 woorden)

Gisteren kondigde de rechtbank van Updula (Zweden) aan dat ze niet om de uitlevering van Julian Assange naar haar land zal aanvragen. Zoals bekend, Assange werd voor een discutable verkrachting aangeklaagd waarvoor de Zweedse justitie hem vervolgt.

De advocaat van Assange, Per Samuelson, verteld dat het tribunaal geaccepteerd heeft dat de uitlevering met een Europees bevel niet nodig is, want men kan hem net zo goed ondervragen in de Britse gevangenis van Belmarsh, waar hij verblijft, of zelfs direct door middel van een videoconferentie. Dit zijn nogal voor de hand liggende redenen.

Met grote waarschijnlijkheid kunnen velen van ons zich nog precies hetzelfde geval herinneren toen men de leden van de Catalaanse regering in ballingschap in November 2017 wilde ondervragen. Advocaat Paul Bekaert gebruikte toen hetzelfde argument. Hij stelde de Audiencia Espanyola (rechtbank voor politieke dissidenten en terrorisme, vert.) voor dat ze op Belgisch grondgebied zouden worden ondervraagt. Maar de Spaanse justitie weigerde dit.

Toen de Spaanse justitie de Catalaanse president opriep om hem op 2 November 2017 te verhoren, antwoordde zij dat het onmogelijk was om dit op dezelfde manier te doen zoals Zweden nu met Assange doet. Zij zei dat er ‘geen enkel excuus’ was dat hij persoonlijk zou komen om zich te presenteren. De Audiencia bevestigde dat het verplicht was dat men persoonlijk bij de ondervraging aanwezig moest zijn. Een leugen die nu met het gerechtelijk besluit over Assange volkomen aan het licht komt.

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaald haar wel. En dat begint nu het grote probleem van de Spaanse justitie te worden. De lijst van de dingen waarvan de Spaanse rechtbanken zeiden dat deze verplicht waren en waarvan nu aangetoond wordt dat dit niet zo is, is immens. En deze zal nog langer worden wanneer blijkt dat men niet persoonlijk in Madrid trouw aan de Spaanse grondwet hoeft te zweren om Euroafgevaardigde te zijn.

Het spel van Spanje is overduidelijk. President Puigdemont heeft deze zo transcendentale juridische strijd gewonnen, want hij wist dat hij deze niet binnen de Spaanse staat moest voeren, waar geen justitie is, maar daar waar deze onafhankelijk en democratisch is, op Europees niveau.

De ballingen hebben de partij op deze manier gewonnen; door het duidelijk blootleggen van de schandalen van de dwalende rechtszaak door het Spaanse Hooggerechtshof. En als gevolg daarvan heeft Spanje zich in haarzelf opgesloten, liegend, door het verzinnen van regels en het vernietigen van de voorspelbaarheid van justitie. Met als gevolg dat zij volkomen los is komen te staan van het Europese systeem.

En onder deze omstandigheden is het duidelijk dat het enige wat zij kan doen, alsof  het Wilde Westen is zonder wet, in de marge van de Europese wetgeving, is proberen om Carles Puigdemont te onderwerpen door hem gevangen te nemen.

Maar zij kan daar alleen in slagen indien Puigdemont het hol van de leeuw in gaat, oftewel Spaans grondgebied zal betreden. Wat we nu zien gebeuren, en daar hoort ook het probleem bij van de zogenaamde geloofsbrief als Euroafgevaardigde, gaat slechts enkel en alleen hierom. Men is gewaarschuwd.

Reactie van Spanje op het VN Rapport

(630 woorden)

Als reactie op het rapport van de werkgroep Arbitraire Gevangenen (WGAD) van het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten, zegt de Spaanse president Pedro Sánchez dat de werkgroep zich heeft laten misleiden door de leugens van de Catalanen en de realiteit heeft verdraaid. Spanje is dus niet van zins om de Catalaanse politieke gevangenen per onmiddellijke ingang vrij telaten, zoals het rapport aanbeveelt.

In Spanje zelf is weinig of geen bekendheid gegeven aan de publicatie van het rapport van WGAD. Een aantal telefoontjes van het publiciteitsbureau Espanya Global, welke onder het ministerie van BuZa valt, naar de directeuren van de grootste media, was voldoende om dit te verhinderen. De directeur van Espanya Global, Ara Lozano, zei dat de communicatie middelen van haar bureau verbeterd moeten worden om dit soort vergiftigingen door de Catalanen bij de internationale instellingen te voorkomen. Toen Lozano in 2015 volksvertegenwoordigster in het Congres van UPyD was, zei zij vanaf het spreekgestoelte in het Congres dat iedere democratie de uitspraken van de VN moet respecteren. Zij sprak toen over de VN veroordelingen tegen de Venezuelaanse oppositie leider Leopoldo López en natuurlijk niet over de Catalaanse politieke gevangenen.

Daarnaast is de Spaanse regering een smeercampagne begonnen tegen de leden van de werkgroep. Zij vraagt bij de VN het ontslag van twee leden, de Mexicaan José Guevara en de Zuid-Koreaan Seong-Phil Hong, omdat zij in het verleden hebben samengewerkt met de advocaat van Puigdemont, Ben Emmerson. Dit zou de uitspraak door verstrengeling van belangen hebben beïnvloedt. De regering heeft nu na publicatie van het rapport echter geen argument meer om de leden van de werkgroep te wreken, want zij heeft afgelopen 8 November al haar klachten en aanbevelingen met betrekking tot dit onderzoek kunnen indienen.

Daarnaast beschuldigt Sánchez dat WGAD het rapport vooraf heeft laten uitlekken. De Spaanse overheid kreeg het rapport 48 uur voordat het publiekelijk bekend zou worden gemaakt. Emmerson laat weten dat de Spaanse regering zelf het rapport naar de krant el Pais heeft laten uitlekken. In een serie Tweets laat hij zijn mening hierover uit.

Het antwoord van de Spaanse regering op de WGAD uitspraak lijkt steeds wanhopiger. Nu klagen ze over een verondersteld belangenconflict en dat de beslissing naar mij vooraf zou zijn uitgelekt. Geen van deze klachten is waar.

Ik heb nooit de leden van WGAD ontmoet of gesproken. Twee van hen waren officiële VN Rapporteurs op hetzelfde moment toen ik dat was. Onze stafleden werkten samen met gezamelijke brieven, maar ik nooit direct zaken met hen gedaan. Er is geen belangenconflict.

Ook lekte niemand van WGAD, of haar Secretariaat, de uitspraak vooraf uit. De regering lekte die met opzet, zoals de envelop van de brief duidelijk maakt. Dit is een on-eerzame poging van de regering van Pedro Sánchez om WGAD te besmeuren.

Persoonlijke aanvallen zoals deze zijn de laatste redmiddelen van een wanhopige regering. De autoriteiten van de regering van Sánchez hebben met opzet tegen de VN gelogen toen zij beweerden dat de uitkomst vooraf naar mij was gelekt, terwijl zij volkomen wisten dat zijzelf naar El Pais hebben gelekt. Zij hebben dit opgezet.

Het zal allemaal duidelijk worden wanneer de VN deze valse aanklachten onderzoekt. Het niveau van opzettelijke oneerbaarheid van regeringsleden van een VN lid is zeldzaam. Spanje gedraagt zich als en schurkenstaat. Door het maken van deze aantijgingen, schiet Pedro Sánchez zichzelf in de voet.

Sánchez doet er beter aan om zich juridisch en politiek zich wat meer volwassen te gedragen. Hij zou de uitspraak van WGAD moeten accepteren en stoppen met de Stalinistisch show rechtszaak. En Pedro, bedenk waarom Barca zo goed in voetbal is: Speel met de bal, niet op de man.

De minachting van Spanje naar de VN en haar uitspraak is geen uitzondering. Er bestaat inmiddels lange lijst van internationale organisaties en instituten, waaronder International Trial Watch en Amnestie International.

De laatste rechtszittingen met video ‘s

(1150 woorden)

De getuigenverklaringen in de rechtszaak tegen de Catalaanse politici en burgerleiders zijn afgelopen. In totaal waren er meer dan 400 getuigen gedurende de 45 zittingen in de afgelopen drie maanden. Onder de getuigen waren 200 van de Policia Nacional en Guardia Civil. Bij hun ondervraging door de advocaten van de verdediging verbood rechter Marchena om de video’s te tonen zodat de beweringen van de politieagenten over ‘blikken vol van haat’, ‘een muur van een gewelddadige mensenmenigte’ niet konden worden weerlegt. De laatste dagen van het gerechtelijk proces worden de video’s na elkaar getoond. Marchena gebood dat er geen enkel commentaar op de video’s mocht worden gemaakt in de rechtszaal. Hij snoert de verdediging daarmee opnieuw de mond om de politie getuigenissen te kunnen weerleggen.

Eerst was het de beurt van de aanklagers om hun video’s te tonen. In iedere rechtszaak heeft het beeldmateriaal dat door de aanklager wordt voorgedragen een grote impact waar de beschuldigde het ergste voor vreest. In dit geval toonde het OM echter video’s die net zo goed door de verdediging zelf hadden kunnen worden getoond. Men zag het publiek voor de stemlokalen staan, rustig en met de handen boven hun hoofden, totdat politie agenten met hun gummiknuppels op de mensen sloegen, bloedende hoofden en gescheurde T-shirts te zien zijn en de mensen schreeuwen uit verontwaardiging, boosheid en angst. Dat was het zogenaamde proportioneel gewelddadig optreden van de Spaanse politie en de Guardia Civil. Vaak klopten de data en de locaties van de video ‘s niet die de aanklager noemde voordat zij werden getoond of wist hij deze zelfs niet eens. Advocaat Salelles moest de rechtbank er tot drie keer toe op attenderen dat de video elders of op een andere dag was gemaakt. Ook waren er grote tijdsprongen naar voren en naar achteren in de volgorde van de getoonde video’s. De aanklager toonde zelfs een video die op 3 Oktober zou zijn gemaakt, waarop de mensen roepen: ‘Vrijheid voor de politieke gevangenen’, terwijl er op die datum nog geen enkele politieke gevangene te bespeuren viel. In werkelijkheid was de video gemaakt op 8 November bij een protest tegen de opschorting van de Catalaanse autonomie en de gevangenneming van de burgerleiders en politici. Video’s van de protestdemonstratie op 20 September voor het ministerie van EZ, waar de burgerleiders Cuixart en Sanchez voor worden aangeklaagd wegens rebellie, zijn sterk ingekort zodat deze uit hun verband worden gehaald of zijn zelfs gemanipuleerd. Zo is er een video te zien die volgens het Openbaar Ministerie voor het gebouw van EZ op 20 September 2017 is gemaakt. Voor een gedeelte daar van klopt dat. Maar dezelfde video laat ook een joelende mensenmenigte zien tegen de Policia Nacional met een colonne busjes die zich terugtrekken, terwijl er geen Policia Nacional met busjes aanwezig zijn geweest bij het protest voor EZ. Het betreft de gebeurtenissen bij het hoofdkantoor van de politieke groepering La CUP. De Policia Nacional probeerde daar op eigen houtje, zonder huiszoekingsbevel van de rechter, binnen te komen. Leden van de partij en sympathisanten blokkeerden hen de toegang. Na een beleg dat ruim tien uur duurde en het huiszoekingsbevel uitbleef, droop de Spaanse politie af onder luid gejuich van het publiek. Openbaar aanklager Jaime Moreno laat weten dat de data en de locaties niet relevant zijn, daar hij alleen de ‘gewelddadige sfeer van het Catalaanse publiek die bij alle stemlokalen aanwezig was’ wil aantonen. Maar met een sfeer die door de advocaten van de verdediging doorgaans als feestelijk wordt gekenmerkt totdat de politie arriveerde, is een aanklacht van oproer of rebellie, waarbij volgens de Spaanse wet georganiseerd militair geweld moet zijn gebruikt met als doel de gevestigde orde omver te werpen, niet te onderbouwen. We zullen zien of het Spaans Hooggerechtshof daar ook zo over denkt. De laksheid van het OM, dat een jaar de tijd had om zich voor te bereiden op de belangrijkste rechtszaak in Spanje sinds decennia, lijkt er echter op te duiden dat ze het gevoel heeft de zaak reeds gewonnen te hebben.

Dezelfde video’s stuurde onderzoeksrechter Pablo Llarena op naar de rechtbank van Sleeswijk-Holstein om president Puigdemont uitgeleverd te krijgen. De Duitse rechtbank oordeelde toen dat Puigdemont geen geweld had gepleegd of daar aanzet voor had gegeven en wilde hem daarom niet uitleveren wegens oproer of rebellie.

De daaropvolgende dag was het de beurt van de verdediging om hun video’s te tonen. Afgezien van de beelden waar iemand een plastic stoel naar een ME-er gooit die vervolgens struikelt, zag de rest van Spanje voor het eerst wat de politie in de herfst van 2017 tegen haar eigen bevolking had uitgericht. De sterk gemanipuleerde en gepolitiseerde Spaanse pers heeft op de dag van het referendum en de dagen daarna amper de beelden van het politiegeweld aan de Spaanse bevolking getoond. Met de livestream video in de rechtszaal kon men daarom nu voor het eerst zien wat er werkelijk gebeurd is. Ook kan men in de rechtszaal er niet omheen dat de getuigenissen van de politie niet kloppen met de videobeelden. Iedereen herinnert zich nog wel de getuigenis van de politieofficier die beweerde dat het publiek altijd eerst het gerechtelijk bevel werd getoond en hen werd gevraagd om zich te verwijderen zodat de stembussen in beslag konden worden genomen. De video in de plaats Sant Iscle de Vallalta laat zien dat de ME met plexiglas schilden voor zich aan komen marcheren en de laatste meters hard rennen om het publiek, dat met hun handen omhoog staat, met hun schilden hardhandig omver te duwen. Er is niets te zien van het tonen van een gerechtelijk bevel of een waarschuwing vooraf.

Een andere video, gemaakt door een camera die een politie draagt, laat de opmerkingen horen die zij maken. De camera valt op een gegeven moment op de grond, maar blijft doorgaan met filmen. ‘Als we geen ribben gebroken hebben, dan scheelde het niet veel.’ Of: ‘We staken met de gummiknuppel er in alsof er geen volgende dag meer was.’ Een andere video laat de klap in het gezicht met een gummiknuppel zien die Alejandra Rayas kreeg zonder dat daar enige aanleiding voor was. De beelden van de politie in de bus vanuit een ander deel van Spanje op weg naar Catalonië zingend ‘A por ellos’ (‘Op tegen hen’, een strijdkreet uit de burgeroorlog) toont dat de politie weinig professioneel en proportioneel zou gaan optreden.

De video’s laten zien dat niet de Catalaanse bevolking gewelddadig was, maar de Spaanse politie, gesteund door de openbaar aanklager, de landsadvocaat en de volksaanklager VOX, de ultrarechts en fascistische partij die rechter Marchena ondanks de protesten van de verdediging in de rechtszaal toeliet als aanklagende partij. Op 15 Juni loopt het documentatie gedeelte van de rechtszittingen af en breekt het moment aan waarop de rechtbank het ‘Vist per a sentencia’ (De rechtbank heeft alles gezien om een oordeel te kunnen vellen) verklaart. De uitspraak wordt pas na de zomer verwacht. Al was het alleen maar om de schijn op te houden dat de veroordeling nog volledig geschreven moet worden, aldus advocaat van den Eynde.

Harde veroordeling tegen Spanje door de Mensenrechtencommissie van de VN

(1130 woorden)

Nadat de burgerleiders Jordi Cuixart, Jordi Sànchez op 16 Oktober 2018 en vicepresident Oriol Junqueras en minister van BiZa Quim Forn op 4 November van dat jaar gevangen werden genomen, dienden hun advocaten een aanklacht in bij de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. Deze Commissie stelde de ‘werkgroep tegen willekeurige gevangennemingen’ in werking om de zaak te onderzoeken. Aan het hoofd van deze werkgroep staat advocaat Ben Emmerson, die veel ervaring heeft met het leiden van rechtszaken met betrekking tot schendingen van mensenrechten.

Vandaag publiceerde de werkgroep haar conclusies. Alhoewel het geen bindend oordeel geeft waar Spanje verplicht is gehoor aan te geven, heeft dit rapport wel een zwaar gewicht in de gerechtelijke onderzoeken die door het Europese Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg zullen worden gedaan. Tot op heden heeft deze werkgroep tweemaal eerder Europese landen op haar vingers getikt. Het betroffen Frankrijk en Polen. Beiden gaven toen gehoor aan de ‘aanbevelingen’ van deze commissie en lieten hun gevangenen vrij.

Het rapport (in het Spaans) laat niets aan onduidelijkheid te wensen over en zij is zeer direct in haar oordeel. Emmerson verwoordde de conclusies op allesbehalve diplomatieke wijze, hetgeen gezien zijn positie zeer uitzonderlijk is.

Na diepgaand onderzoek van hoor en wederhoor concludeert de commissie dat de Catalaanse leiders om politieke redenen gevangen zitten en noemt de gevangennemingen daarom ‘arbitrair’. Het rapport vermeldt dat de Spaanse justitie samenwerkt met het OM en de politiek om de Catalaanse leiders in voorarrest te zetten en te veroordelen. Zij eist daarom dat Cuixart, Sànchez en Junqueras onmiddellijk vrijgelaten moeten worden. (Forn diende op dat moment geen aanklacht in bij deze commissie.) De staat moet hen schadevergoedingen betalen en andere acties ondernemen om de hun aangedane schade volgens internatonale normen te herstellen. Zij moet een diepgrondig, onafhankelijk onderzoek laten doen naar de tientallen schendingen van de fundamentele mensenrechten. De Catalaanse leiders werd onder andere het recht op vrije meningsuiting, het recht van protest en het recht van vrije vergadering ontzegt. De commissie concludeert dat de protestdemonstraties en het referendum volkomen vreedzaam waren. Bovendien schendt Spanje de veronderstelling van onschuldigheid en worden de Catalaanse leiders behandeld als misdadigers. Door hun preventieve gevangenneming hadden zij niet de mogelijkheid om zich op hun verdediging voor te bereiden, is er geen legitieme basis voor hun voorarrest en is deze maatregel buitenproportioneel. De Spaanse overheid moet binnen een termijn van zes maanden vermelden of zij de gevangenen heeft vrijgelaten en welke andere intitatieven zij heeft ondernomen die worden aanbevolen. De VN commissie zegt dat zij de ontwikkelingen op de voet zal blijven volgen.

Bij de presentatie in Londen zegt Emmerson dat Spanje de aanbevelingen kan negeren, maar uiteindelijk zal dat tot gerechtelijke veroordelingen door de internationale gemeenschap leiden en zal Spanje eindigen als een corrupte pariastaat binnen Europa. Ook zegt hij dat als de Spaanse president Sanchez wil tonen dat Spanje een democratie is die geregeerd wordt door de wet, hij per direct de politieke gevangenen moet vrijlaten. Zoniet, dan hebben de Europese instellingen geen andere keus dan tegen Spanje op te treden. Wanneer Sanchez eenmaal weer als president is aangesteld, zegt Emmerson, moet hij amnestie aan de gevangenen en de ballingen verlenen en samen met hen en een internationale bemiddelaar om de tafel gaan zitten om te onderhandelen.

Een tweede rapport van deze commissie is in aantocht over de Catalaanse politici, waaronder parlementsvoorzitster Carme Forcadell, die later (Mei 2018) gevangen werden gezet in afwachting van hun proces. Alles lijkt er op te duiden dat de conclusies daarvan in eenzelfde richting zullen wijzen.

Naar aanleiding van dit rapport vroeg de advocaat van Cuixart, Salelles, tijdens de rechtszitting aan rechter Marchena om de onmiddellijke vrijlating van zijn cliënt. Marchena zei hem dat een dergelijke aanvraag schriftelijk moet worden gedaan, wat Salelles direct na de zitting gedaan heeft. Verder ging deze farce gewoon door alsof er buiten de muren van het gerechtsgebouw, met name aan de andere kant van de Pyreneën, in Londen, niets gebeurd is. Nu de hoorzittingen zijn afgelopen, maken het OM, de landsadvocaat en de volksaanklager VOX hun definitieve eisen bekend. Zij blijven bij hun mening  die zij aan het begin van het proces hadden en klagen de Catalaanse leiders aan wegens oproer (waar volgens de wet militair en georganiseerd geweld voor nodig is) en geldmisbruik voor het houden van het referendum (wat door alle getuigen werd ontkent, inclusief de Spaanse regering). Ook blijft het OM, aangesteld door de socialistische minister Pedro Sanchez, bij dezelfde strafeisen, waarbij tegen Junqueras de hoogste straf van 25 jaar wordt gevraagd en de andere politici tussen de zeven en zeventien jaar.

De Spaanse politiek reageerde op het VN rapport dat de aanbevelingen van de VN commissie niet bindend zijn. Het lijkt er dus op dat zij er niet veel mee zal doen.

De Catalaanse president Quim Torra heeft officieel gereageerd op het rapport waarin hij alle internationale rechten die Spanje schendt nog eens opsomt. Ook heeft hij aangekondigd dat hij een gespreksronde zal houden onder de politieke partijen om eenheid te zoeken in een actie tegen het totalitaire optreden van de Spaanse staat.

Vandaag werd ook Raul Romeva uit zijn ambt als volksvertegenwoordiger in de Senaat gezet. Eenzelfde lot viel de drie Catalaanse leiders die gevangen zitten en voor het Congres gekozen waren vorige week te beurt. Zij werden allen op 28 April verkozen tot volksvertegenwoordiger en kregen toen de steun van ruim anderhalf miljoen Catalaanse kiezers. De Senaat en het Congres mogen hun leden slechts enkel en alleen uit hun ambt zetten indien het terroristen betreft die wapens en explosieven hebben gebruikt. Aangezien dit hier niet het geval is, is de uitzetting van de Catalaanse politici, zacht gezegd, van twijfelachtige aard.

Ook werd vandaag Carles Puigdemont, Catalaanse president in ballingschap, de toegang tot het gebouw van het Europese parlement in Brussel ontzegt met als excuus dat hij nog geen trouw aan de Spaanse grondwet heeft gezworden. Dit moet hij persoonlijk in Madrid doen, waarbij hij het risico loopt om direct gearresteerd te worden indien Spanje zijn juridische onschendbaarheid als EU parlementariër niet respecteert. Alleen parlementsvoorzitter Tajani en de parlementssecretaris Klaus Welle zijn gemachtigd om een EU parlementslid de toegang tot het gebouw te ontzeggen. Blijkbaar is dit gebeurd op aanvraag van de Ciutadans partij aan Tajani.

Het EU parlementslid Bauza van deze politieke groepering kon wel gewoon naar binnen om er zijn identiteitsbewijs als Europarlementariër op te halen.

Spanje probeert dus haar ondemocratische praktijken naar de Europese Unie uit te breiden om gekozen politieke tegenstanders uit te schakelen, net zoals zij in het Catalaanse Parlement, het Spaanse Congres en de Senaat heeft gedaan.

Gezien de recente ontwikkelingen heeft Spanje er blijkbaar niet veel moeite mee om als pariastaat te eindigen. Terug naar de armoede en de isolatie van het Franco tijdperk. En haar idealen, niet te vergeten.

Twee hoogleraren ontkrachten in een halve middag de strategie van 200 politieagenten voor het Hooggerechtshof

De verklaringen van de specialisten dr. John Paul Lederach en dr. Jesús Castañar verzwakken de aanklager en ondergraven de beschuldiging van rebellie

(1450 woorden)

Josep Casulleras Nualart

Een student, een advocaat, een brandweer, een gepensioneerde, een ingenieur informatica, een grafisch ontwerper… Mensen die in de rechtszaal van het Hooggerechtshof zijn geweest waar de rechtszaak loopt tegen het onafhankelijkheidsproces en die vertelden over hun persoonlijke ervaringen toen ze op 1 Oktober 2017 gingen stemmen. De aanklagers wilden hen belachelijk maken, maar voor ieder van hen was het duidelijk dat ze gingen stemmen, want ze wisten dat ze daar recht op hadden, hoewel dit door het Constitutioneel Hof verboden was en dat er duizenden politieagenten naar Catalonië waren gekomen om dit te verhinderen. En velen van hen, velen die niet van plan waren om te gaan stemmen, zijn gegaan omdat ze zagen dat de mensen, hun medeburgers, door de politie werden mishandeld. Het politiegeweld weerhield de mensen er niet van om te gaan stemmen op 1 Oktober, het moedigde hen juist aan. En datgene wat men gedurende de drie maanden durende rechtszaak heeft willen aantonen als gewelddadige rebellie, werd vandaag op overduidelijke academische wijze ontkracht. De 200 politiegetuigen, maar vooral de openbaar aanklager met zijn oppervlakkige, koppige en bijna infantiele zienswijze over een politiek conflikt, of welk conflict dan ook, werden daarmee afgeschilderd als absurd. Vandaag getuigden de twee sociologen John Paul Lederach en Jesús Castañar, die met hun verklaring als specialisten het vreedzame karakter van de opkomst van die herfst bevestigden. Daarmee hebben ze het argument van het tribunaal van het veronderstelde geweld dat nodig is voor de uitspraak van rebellie, bemoeilijkt.

Het argument dat de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie) ten dienste zouden hebben gestaan voor de gewelddadige rebellie werd al vroeg in deze rechtszaak ontkracht. Het ‘geweld van de mensenmassa’ had tot nogtoe een tweezijdig karakter, welke door de politie en de kiezers op tegengestelde manieren werd uitgelegd. En wie moet men nu geloven? Maar vandaag begonnen de getuigenissen van de specialisten. Deze zullen kort duren en men voorziet dat de rechtszaak half juni afgelopen zal zijn, waarna het wachten is op de uitspraak. De specialisten die door de advocaat van Jordi Cuixart werd voorgedragen, wezen Marchena er even fijntjes op dat er in de lade van het Hooggerechtshof een uitspraak uit 2009 ligt die zegt dat burgerlijke ongehoorzaamheid in een democratische staat beschermt moet worden.

De aanklager van FAES* komt er niet uit
Het interessantste moment van de verklaringen van deze experts, autoriteiten in hun vakgebied, was gedurende de ondervraging van aanklager Jaime Moreno. Aan de ene kant van de getuigentafel zat John Paul Lederach, geschiedkundige en doctor in sociologie van de universiteit van Columbia (VS), emeritus hoogleraar over de opbouw van vrede aan het Joan B. Kroc instituut voor Internationale Vredesstudies van de universiteit Notre Dame in Indiana (Colorado, VS), auteur van een twintigtal boeken over onderricht voor de vrede. Hij heeft meegewerkt aan verschillende internationale onderhandelingen voor vrede in Latijns Amerika, Afrika en Azië. Is onder andere onderscheiden met de Martin Luther King Vredesmedaille. Naast hem zat Jesús Castañar, co-auteur van de specialistenstudie over de strategische analyse van het Catalaanse onafhankelijkheidsproces met betrekking tot de acties van Jordi Cuixart en Omnium Cultural en de niet gewelddadige weerstand. Castañar is socioloog aan de universiteit Complutense van Madrid en behaalde zijn doctorstitel in de geschiedenis aan de universiteit Castella – la Manxa. Hij heeft enkele boeken gepubliceerd met betrekking tot geweldloosheid. Zij worden geconfronteerd met Jaime Moreno, nu aanklager bij het Hooggerechtshof, voorheen bij Madrid en Oviedo, gedurende een periode adviseur van Alberto Ruiz Gallardón en hij is verbonden aan FAES.

Deze twee namen botsten deze middag in het Hooggerechtshof gedurende een zowel provocerende als groteske ondervraging door aanklager Moreno, die aantoonde welke ouderwetse ideeën hij heeft over het recht van protest.

– Wanneer men het heeft over het taalgebruik van de heren Sànchez en Cuixart zegt u dat zij opriepen tot vreedzaamheid. Ik lees de verklaringen waarin zij zeggen ‘we hebben meer mensen nodig’, ‘standvastigheid’, ‘geen stap achteruit’, ‘de staat komt net zo ver als wij toelaten’, ‘houdt stand, moed’, ‘Zij hebben ons de oorlog verklaard. We staan een dergelijke aanval niet toe’. Is dat vreedzaamheid?

– Jawel, vanuit niet-gewelddadig gedrag spreekt men bijna altijd over de twee dingen die men moet doen. Deze bewering komt van Barbara Deming die spreekt over de twee handen van niet-gewelddadigheid: eentje is standvastig in overtuiging en principes. Standvastigheid betekent dat men vooraan staat met standvastigheid en men de mensen oproept om in beweging te komen, om op te komen. De andere hand, zachter, blijft open om uit te nodigen voor gesprek, van overreding, en vooral om de ander in zijn waardigheid te laten. Het is niet atypisch om op te roepen voor een protestbijeenkomst, maar ten alle tijde op een vreedzame en niet-gewelddadige manier.

De conclusie van Lederach en Castañar in hun rapportage is dat de onafhankelijkheidsbeweging altijd vreedzaam en niet-gewelddadig is geweest. Dat heeft men kunnen zien in de herfst van 2017. Maar er was geen sprake van een geplande strategie van geweldloze ongehoorzaamheid. In alle gevallen brak de niet-gewelddadige weerstand op 1 Oktober uit zoals men nog nooit in Catalonië had gezien. Er was een grote dosis van improvisatie en logischerwijs gebrek aan ervaring bij een overgroot deel van de mensen die ‘s-morgens vroeg voor de stemlokalen stonden of die er de nacht hadden doorgebracht. En na enkele uren zaten zij op de grond met de handen in de lucht tegenover de ME’ers die zonder onderscheid gewelddadig tegen hen optraden.

In een dergelijke situatie is het begrijpelijk, onderbouwen de experts, dat er enkele geisoleerde incidenten plaats vinden en dat enkele stemmers de agenten uitschelden of dat zij reageerden op de slagen die zij kregen. Er waren honderdduizenden personen die zich in een dergelijke niet-gewelddadige situatie bevonden zoals ze nooit hadden meegemaakt en zij reageerden zoals ze moesten en konden. Aan de hand van de vragen van advocaat Benet Salellas vertelde Lederach: 1 Oktober was een voorbeeld van niet-gewelddadige weerstand. door het niet verlenen van samenwerking en het zich onthouden van geweld. Dat is de manier van burgerlijke ongehoorzaamheid op bewuste manier toegepast. Maar dit hier was van een ander niveau: men behield de houding van geweldloosheid, maar hier ontbrak de voorbereiding voor de meest gespannen situaties wanneer de politie arriveerde. Daar is een ander niveau van voorbereiding voor nodig. Voor hem is dat heel duidelijk: ‘Niemand ontving de politie met fysieke agressie of geweld. De ontvangst was zonder geweld. Maar er was wel sprake van incidenteel geweld na de gewelddadige acties van de politie.’

Lederach en Castañar geven een academische analyse. Manuel Marchena heeft op geen enkel moment geïnterrumpeerd of geprotesteerd. Het leek dat hij in het algemeen rustiger was dan vorige week. Zij beschrijven de gebeurtenissen van 1 Oktober ‘menselijk blok, gezamenlijk zitten, menselijke muur, het gezamenlijk zingen, de permanente wil om te praten’ die kenmerkend zijn voor wat men verstaat onder niet-gewelddadige weerstand. Dat wat de student, de advocaat, de brandweerman, de gepensioneerde, de informatica ingenieur, de grafisch ontwerper en velen meer deden op die regenachtige zondag wordt beschreven in de 198 punten van de niet gewelddadige strijd zoals dat werd gedefinieerd door doctor Gene Sharp, wereldwijd bekend intellectueel op het gebied van geweldloze weerstand. Met name Jordi Cuixart en Jordi Sanchez zijn leiders in niet-gewelddadige context, de wil om gewelddadig gedrag te isoleren. ‘Cuixart is voor ons een voorbeeld van geweldloos leiderschap op zeer belangrijke sociale momenten’, zeiden ze.

Maar de FAES aanklager Jaime Moreno bleef het niet begrijpen. Hij stond op het punt om te vragen of het roepen om standvastigheid geen gewelddadige actie is. Het ligt nu in de handen van de rechters wie er gelijk krijgt en of ze waarde hechten aan de jurisprudentie van hun eigen rechtbank, aan de uitspraak van het Hooggerechtshof 480/2009 van 22 Mei die ze ergens in een lade hebben liggen en die zegt: “Burgerlijke ongehoorzaamheid kan worden beschouwd als een legitieme manier voor onenigheid met de staat. Een dergelijke actie maakt deel uit van een ideologie of denkwijze die niet door een democratische staat ter discussie kan worden gesteld.’

Nawoord
De dag na de verklaring van deze twee hoogleraren riep aanklager Javier Zaragoza luitenant van de Guardia Civil met nummer C57393S op als onafhankelijk deskundige. Deze had echter eerder getuigt op voorstel van de aanklager en toonde toen duidelijke partijdigheid en een minachting voor de aangeklaagde burgerleider Jordi Sànchez. Toch probeerde het OM hem opnieuw te ondervragen als onafhankelijk deskundige en het Hooggerechteshof stond dit toe. Pas na de protesten van de drie advocaten van de verdediging, Andreu van den Eynde, Marina Roig en Olga Arderiu, gaf rechter Marchena toe en stopte de verklaring waarna de Guardia Civil de rechtszaal moest verlaten.

*FAES is de denktank van Partido Popular, met als voorzitter ex-president Aznar

 

Gevangen politici in het Spaanse Congres en Senaat

(840 woorden)

Op 28 April vonden in Spanje vervroegd algemene verkiezingen plaats. De Catalaanse vicepresident en gevangene Oriol Junqueras, de gevangen ministers Jordi Turull en Jordi Rull en de voorzitter van de burgerbeweging ANC, Jordi Sànchez, werden verkozen tot leden van het Congreso de los Diputados. De eveneens gevangen Catalaanse minister van Buitenlandse Zaken Raul Romeva werd gekozen tot lid van Cámara de Senadores, de Spaanse Senaat.

Hoogleraar constitutioneel recht Javier Pérez Royo schrijft dat zij direct na de bekendmaking van het verkiezingsresultaat op de de avond van 28 April vrij hadden moeten worden gelaten en dat het gerechtelijk proces had moeten worden opgeschort. De wet schrijft voor dat vanaf het moment de senatoren en volksafgevaardigden gekozen zijn, zij zonder enige uitzondering juridische onschendbaarheid genieten. Alleen het Congres en de Senaat, of haar bestuur met voorzitter, kunnen deze onschendbaarheid opheffen. Het Hooggerechtshof, de enige die een gerechtelijk proces kan voeren tegen senatoren en congresleden, moet in zo ‘n geval toestemming vragen aan het Congres of de Senaat. Royo is erg duidelijk: Wanneer de wet zegt ‘zonder enige uitzondering’, dan kan er ook geen enkele uitzondering gemaakt worden. Ook niet dat het proces reeds begonnen is of dat de gekozen politici reeds in voorarrest zitten. Bovendien vind hij dat de Catalanen nooit in voorarrest hadden mogen worden gezet. Volgens hem zal het Europees Hof voor de Rechten van de Mens daar het Hooggerechtshof voor veroordelen. Met het excuus dat het proces reeds vergevorderd is en de beklaagden reeds voor hun verkiezing in voorarrest zaten, houd het Hooggerechtshof de gekozen Catalaanse leiders echter gevangen en gaat zij onverminderd door met het gerechtelijk proces tegen hen zondar dat daar zij toestemming aan het Congres en de Senaat heeft gevraagd. De hoogste rechtbank in Spanje begaat daarmee een illegaliteit, die door andere juristen als wetsfraude wordt bestempeld.

De rechtbank van het Spaanse koninkrijk waagt het echter niet om met haar beslissingen veranderingen aan te brengen in de gekozen geometrie van de Senaat en het Congres. Daarmee zou de invloed van de gerechtelijke macht op de politiek te duidelijk zijn. Iets wat Pablo Llarena, de onderzoeksrechter van dezelfde rechtbank, wel heeft bekokstooft bij het Catalaanse Parlement. Het Hooggerechtshof moest dus, tegen haar zin in, de politici tijdelijk vrij laten om hun geloofsbrieven op te halen en om aan de eerste zitting van de Senaat en het Congres deel te kunnen nemen. Dit levert ongehoorde beelden op die een democratie onwaardig is. De gevangen Catalanen werden geboeid in auto ‘s van de Guardia Civil, dit keer gewone personenauto ‘s en zonder het circus van sirenes, naar de gebouwen van het Congres en de Senaat gebracht. De auto ‘s doken de parkeergarages in waar de gevangenen van hun boeien werden ontdaan en overgedragen aan politie in burgerkleding. Eenmaal binnen in het Congresgebouw werd hen ieder contact met de pers geblokkeerd en konden zij niet met hun fractieleden vergaderen. Alleen tijdens de plenaire vergadering in de vergaderzaal van het Congres en de Senaat hadden zij de bewegingsvrijheid die het een volksvertegenwoordiger toehoort. Er vonden begroetingen en omhelzingen plaats met partijgenoten en leden van andere partijen. Maar er zijn ook blikken te zien van diepe haat en afgunst door leden van de unionistische partijen. De blik van de leider van Ciutadans, Albert Rivera, spreekt boekdelen. Ook ontmoeten de gevangenen hier de parlementsleden van de ultra rechtse en fascistische partij VOX. Dit keer niet als hun aanklagers van de rechtbank, maar als collega ‘s van het Congres van Afgevaardigden.

Bij de oprichtingsvergadering moeten de parlementsleden en senatoren worden ingezworen. Het viel Raul Romeva als eerste de beurt om dit te doen in de Senaat. Op de vraag: ‘Zweert of belooft u trouw aan de Spaanse grondwet?’ Was zijn antwoord: “Tot aan de uitroeping van de Catalaanse Republiek en altijd trouw aan vrijheid, gelijkheid en broederschap. Als politieke gevangene en me door de wet verplicht, beloof ik dat.” Zijn collega gevangenen en de andere leden van de Catalaanse onafhankelijkheidspartijen ERC en JxCAT deden hun beloften met vergelijkbare woorden. Na de eerste belofte schreeuwden de leden van de unionistische partijen en maakten kabaal om de uitspraken onhoorbaar te maken. Maar het is gezegd en nu voor iedereen in Spanje duidelijk: er is een politiek conflict dat niet vanzelf zal verdwijnen. Zelfs na meer dan anderhalf jaar voorarrest en de dreiging van 25 jaar gevangenisstraf helpen niet om de politieke ambities te onderdrukken. De Catalanen blijven stemmen voor hun onafhankelijkheid. De Europese verkiezingen zullen dit bevestigen indien Junqueras en president in ballingschap Carles Puigdemont voor het Europese Parlement worden gekozen. Er is dan geen Spaans Hooggerechtshof die de vrijheid en de rechten van de gevangenen en ballingen kan weerhouden. Spanje heeft een probleem dat haar bestaan in gevaar brengt. Maar ze heeft dat zelf, helemaal alleen, veroorzaakt en gevoed door het te negeren, met haar politiegeweld, onderdrukkingen en rechtsvervolgingen. Als de Catalaanse politieke partijen dezelfde eenheid behouden zoals zij in de Senaat en het Spaanse Congres deze dagen toonden, dan is er niemand binnen en buiten dit koninkrijk die de geboorte van een nieuwe onafhankelijke Republiek kan tegenhouden.

Criminele organisatie

Spanje is geen Turkije

Empar Moliner

(460 woorden)

Het delict van ‘criminele organisatie’ is bedacht voor drugssmokkel en terrorisme. In Spanje was er een dergelijke criminele organisatie, opgezet door de Staat: de GAL (1). Nu worden de directeuren en het bestuur van de Catalaanse radio en TV3 beschuldigd van een criminele organisatie, op eenzelfde manier waarop de politici en burgerleiders worden beschuldigd van oproer en opruiing. “Spanje is niet zoals Turkije” blijft men ondanks alles op de televisies van het koninkrijk zeggen. Het is in ieder geval zeker dat het niet is zoals Groot Brittanië.

In Spanje heersen een handvol rechters (of zij worden beheerst). Dat de Openbare aanklager ‘beslist’ om deze personen aan te klagen als een criminele organisatie, kan leiden tot wat er gebeurde met Sandro Rosell (2) of wat er momenteel met de politieke gevangenen gebeurd. Ze zetten een llarena (3) voor je op en ze beschuldigen je van wat er in hun hoofd op komt, gebaseerd op politierapporten die, ik weet niet in Turkije maar in Groot Brittanië zeker, nooit als bewijs op zich zouden worden toegelaten. Op zijn hoogst zouden deze aanleiding zijn voor verder onderzoek. Eenmaal aangeklaagd voor wat het hen lijkt, kunnen ze in voorlopige hechtenis worden gezet. In werkelijkheid, dient dit systeem om wie dan ook voor twee jaar op te sluiten indien ze daar zin in hebben. Al dit soort weinig Europese willekeur gebeurt alleen aan de zijde van de onafhankelijkheidsbeweging. Geen enkele nazizoon die luchtdrukkogels afschiet tegen een raam zal ooit worden opgesloten in zijn dorp, zoals dat gebeurt met de activiste Tamara Carrasco omdat zij een maskertje van Jordi Cuixart droeg (4). Wanneer degenen die op de onafhankelijkheidsbeweging schieten van deze beweging zelf waren geweest, dan zouden zij nu allang voor terrorisme zijn opgesloten. Het gaat er om om de onafhankelijkheidsbeweging in al haar gelederen, die breed wordt gedragen, bang te maken. Sociale leiders, politici, directeuren van de media, activisten,… Misschien ontbreekt er nog een leraar of een acteur. Een gevarieerd menu die je alle lust doet verliezen om nog iets te proberen. Het probleem is dat we verkiezingen blijven winnen. Maar daar kan ook nog wel iets aan geregeld worden. Door middel van het verlenen van toestemmingen. (5)

1 De GAL was een politie eenheid gedurende de jaren ’80 onder de socialistische regering van Felipe Gonzales. Deze executeerden 27 verdachten van de ETA.

2 Rosell, Ex-voorzitter van FC Barcelona, zat bijna twee jaar lang in voorlopige hechtenis op verdenking van belastingfraude. Uiteindelijk was er geen enkel bewijs daarvoor en werd hij vrij gelaten.

3 Vernoemd naar de onderzoeksrechter Llarena die de Catalaanse leiders gevangen zette

4 Voorzitter van Omnium Cultral en sinds 16 Oktober 2017 in voorlopige hechtenis.

5 De Centrale Kiescommissie verbiedt dat de gevangen en in ballingschap verkerende politici mee kunnen doen met de TV debatten voor de Europese- en gemeenteraadsverkiezingen.