Dreft en Ajax

(750 woorden)

Als er één vakgebied is dat bekend staat om het verdraaien van de waarheid, dan is dat wel de politiek. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen doen politici de dingen vaak mooier voor en beloven zij meer dan zij kunnen waarmaken. De aankomende verkiezingen (op 28 April de vervroegde Spaans nationale verkiezingen en op 26 Mei de Europese-en gemeenteverkiezingen), hebben zeker hun invloed op het juridisch proces tegen de Catalaanse leiders. Des te meer omdat de fascistische partij VOX als aanklager in dit proces een prominente rol krijgt.

In 2017 en 2018 was de PP politicus Enric Millo vertegenwoordiger van de Spaanse regering in Catalonië. Nadat de Catalaanse autonomie tijdelijk werd opgeheven, onder het excuus van grondwetsartikel 155, en haar regering ontslagen werd, nam Millo, letterlijk, plaats op de stoel van de legitieme president Carles Puigdemont. Gisteren, 5 Maart, getuigde hij in de rechtszaak tegen de Catalaanse regeringsleiders, de presidente van het Parlement en de twee leiders van de burgerbewegingen. Hij mocht uitgebreid zijn verhaal doen toen hij door de aanklagers (de openbaar aanklager, de landsadvocaat en VOX) werd ondervraagd.

Zijn verhaal:

  • Voordat het referendum op 1 Oktober 2017 plaats vond, waren er al kleine opstanden en spanningen in de Catalaanse samenleving waarin hij zich grote zorgen om maakte. Als concreet voorbeeld, de enige, noemde hij een muurbekladdering met: ‘dood aan Millo’. Zijn dochter had zelfs geholpen de muur schoon te maken. Wie de tekst had geschreven is onbekend.
  • Daarnaast werd de politie belaagd en uitgescholden. Millo refereert hier naar de protesten voor de gebouwen waar de politie huiszoekingen deed op zoek naar stembriefjes en stembussen. De mensen zongen daar uit protest liedjes en zwaaiden met zelf uitgeprinte stembriefjes voor het referendum met daarop ‘Ja’ en ‘Neen’.
  • Volgens Millo werden er brandende voorwerpen naar de kazernes van de Guardia Civil gegooid. In werkelijkheid werd er één brandende trui richting een kazerne geworpen.
  • Millo beschuldigt de CDR groeperingen dat zij op het protest van 20 September de oorzaak waren van de agressieve sfeer. Het CDR werd echter pas vlak voor het referendum van 1 Oktober opgericht.
  • Er waren vele gewonden onder de politie toen zij hun taak uitvoerden bij het tegenhouden van het referendum. Hij zegt dat hij agenten had bezocht met gebroken extremiteiten. Geen enkele politie agent had zich de dag na het referendum echter ziek gemeld. De staatssecretaris van veiligheid, Nieto, had de vorige dag verklaard dat er geen agenten gewond waren geraakt.
  • Millo beweert stellig dat er geen enkele charge door de Spaanse politie en Guardia civiel op de dag van het referendum was uitgevoerd. De gehele wereld die de beelden van het politiegeweld heeft gezien, kan dit tegenspreken.
  • Volgens zijn zeggen stonden bij de stemlokalen een muur van mensen die de politie in hun werk verhinderde. Millo gebruikt hier exact hetzelfde woordgebruik als de openbaar aanklager in zijn aanklacht.
  • Daarnaast werd volgens hem Fairy (het Spaanse merk van Dreft) op de vloeren van de stemlokalen uitgegoten zodat de politie zou uitglijden. Er is echter geen enkel politierapport dat melding van maakt van een ‘Fairy aanval’.

De verklaring van Millo bestaat uit overdrijvingen, verdraaiingen van de realiteit en directe onwaarheden die een sfeer van sociale spanning, tumult en oproer  opwekken zonder dat hij concrete feiten noemt. Wanneer door de advocaten daarom wordt gevraagd, is het antwoord: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Ik was daar niet bij’. Het is ontstellend hoe Millo liegt over de ontkenning van het politiegeweld tijdens het referendum. Hij schoffeert daarmee de mensen die direct onder het politiegeweld hebben geleden en de  kiezers die zich erdoor bedreigt voelden toen zij in de rij stonden om te gaan stemmen. Ex-minister van gezondheidszorg in ballingschap, Toni Comín, zegt dat de 1066 burgergewonden door het politiegeweld nauwkeurig zijn gedocumenteerd en de informatie er van op het Internet publiekelijk toegankelijk is. President Quim Torra zegt in een Tweet: ‘Je hebt leugens, je hebt onwaarheden en daarna heb je de verklaringen van de heer Millo’.

Het contrast tussen de vrijheid van ondervraging door de aanklagers en die van de verdediging is overduidelijk. Marchena beperkt op onbeschaamde manier de advocaten over het type vragen, de onderwerpen van hun vraag en onderbreekt hen regelmatig daarvoor. De advocaten mogen bijvoorbeeld niet verwijzen naar een interview van Millo in een krant. In zijn weerwoord zegt de betreffende advocaat dat de aanklager uitgebreid naar Tweets refereerde bij de ondervraging van de aangeklaagden. Marchena: ‘Een Tweet is iets geheel anders dan een interview’. (Trouwens, de aanklager verwees bij de ondervraging van Turull ook naar een interview en trok diens uitspraken toen volledig uit het verband.)

De ‘Fairy aanval’ werd bijzonder populair op de sociale media. De eliminatie van Real Madrid (sinds het Franco regiem hét symbool van Spanje) uit de Champions League door Ajax, maakt de schoonmaak van de Spaanse reputatie compleet.

Een taal zonder rechten, een onderworpen land

(960 woorden)

(El testimoni del representant d’ERC Joan Tardà caracteritza la causa d’aquest judici i la voluntat d’independència a Catalunya. Tardà va comencar el seu testimoni parlant en Català. Judge Marchena li va prohibir abruptament perqué la llei Española només permet parlar en l’idioma matern pels acusats. El Jordi Badia descriu aquesta episodi a la seva manera original.)

De getuigenis in de rechtszaak van de ERC afgevaardigde Joan Tardà is kenmerkend voor de oorzaak van deze rechtszaak en de onafhankelijkheidswil van Catalonië. Als getuige begon hij in zijn eigen taal, het Catalaans, te spreken. Rechter Marchena verbood hem dit abrupt omdat volgens de Spaanse wet alleen de aangeklaagden in hun eigen taal mogen getuigen. Jordi Badia beschreef deze episode op onnavolgbare wijze.

De getuigenis in de rechtszaak van de ERC afgevaardigde Joan Tardà is kenmerkend voor de oorzaak van deze rechtszaak en de onafhankelijkheidswil van Catalonië. Als getuige begon hij in zijn eigen taal, het Catalaans, te spreken. Rechter Marchena verbood hem dit abrupt omdat volgens de Spaanse wet alleen de aangeklaagden in hun eigen taal mogen getuigen. Jordi Badia beschreef deze episode op onnavolgbare wijze.

Woensdag 27 Februari, ‘s-ochtends in de rechtszaal van het Hooggerechtshof, ondervraging van Joan Tardà. De landsadvocaat vraagt hem naar de heer ‘Iobé’. ‘Wie? Llobet?’ antwoord hij. De verwarring is logisch: het Castilliaans heeft de toon van ‘ll’ (wordt uitgesproken als ‘lj’, vert.) verloren, evenals de ‘t’ aan het eind. Omdat het bovendien niet de Catalaanse ‘j’ heeft (net zoals het engels, frans, occitaans, italiaans, …) ‘Iobé’ zou perfect ‘Llobet’ kunnen zijn. Tardà faalt dus in zijn moeite om het woord correct te interpreteren, een inspanning die de catalaans sprekenden iedere dag moeten doen wanneer ze woorden horen zoals ‘deu’ (‘moet’) of ‘déu’ (‘god’)?, ‘juny’ (‘Juni’) of ‘lluny’ (‘ver weg’)?

Kort nadat de landsadvocaat duidelijk had gemaakt dat hij de heer Jové bedoelt, bekomenteerd Tardà door te zeggen dat men zich een klein beetje meer zou moeten inspannen, zoals het hoort: ‘Zoveel kost dat nou ook weer niet, met een klein beetje interesse…’ Natuurlijk, kost zoiets niets. In dit geval, indien de landsadvocaat correct de ‘j’ had uitgesproken, had iedereen haar direct begrepen. Maar nee: de sprekers van de eerste taal interesseren zich niet om te spreken naar iemand van de tweede taal.

Het volgende legt duidelijk een detail bloot. Vlak voordat dat Tardà zegt ‘Zoveel moeite kost dat nou ook weer niet’, laat de landsadvocaat zien hoe de vork in de steel steekt: ‘Ik kan ook ‘Khove’ (spreek uit als ‘Gove’) zeggen’, waarin hij duidelijk de Spaanse beginklank ‘j’ liet horen. Oftewel: ‘Als ik er zin in heb, dan doe ik geen enkele moeite om mijn best te doen’. Om het met andere woorden te zeggen: ‘Ik verneder me om te proberen dat je me begrijpt, en nog lever je kritiek..’ En altijd op dezelfde bedreigende toon..

Het is duidelijk dat in deze dialoog twee tegengestelde houdingen zijn waar te nemen: die van iemand die een minimum respect opeist en die van iemand die vind dat de ander alleen maar dankbaar zou moeten zijn, want hij vind dat hijzelf al genoeg moeite doet. In plaats dat de spreker zijn best doet om te worden begrepen, of te accepteren dat hij zich misschien niet duidelijk geformuleerd heeft, dreigt hij om zich nog meer af te sluiten, om nog meer obstakels op te werpen zodat zijn toehoorder zich nog meer moet inspannen. Dit is de houding van de landsadvocaat en, in het verlengde hiervan, een ieder in deze zaal die de macht heeft, oftwel alle vertegenwoordigers van de Spaanse staat.

Om te beginnen met de voorzitter, rechter Marchena. Enkele minuten daarvoor, direct nadat de volksafgevaardigde plaats had genomen, vond er een zeer illustratieve conversatie plaats. Tardà zei: ‘Ik zal in het Catalaans spreken’ en Marchena, de zeer fijnzinnige rechter Marchena, interrumpeerde hem onmiddelijk om hem duidelijk te maken dat er geen haar op zijn hoofd is die daar aan denkt. ‘Dit is een slechte start’, werpt hij hem toe alsof hij een klein kind is.

En opgelet hoe de fijnzinnige Marchena zijn verbod onderbouwt: ‘Één ding is dat de rechtszaal het recht aan iedere aangeklaagde heeft toegekent om zich in zijn of haar eigen taal te kunnen uitdrukken, zonder uitzondering, maar welke door de manier waarop de vertaling werd aangeboden is geweigerd. Een geheel ander iets is echter dat de getuigen zich niet in de officiële taal uitdrukken, etc.’

Om aan te tonen en zodat iedereen, de gehele wereld, het kan zien en horen, vroeg de afgevaardigde Tardà zonder omwegen: ‘Heb ik het recht om in het Catalaans te antwoorden?’ En rechter Marchena antwoorde hem fijnzinnig: ‘Nee’. Punt uit. ‘Nee, Tardà, ik heb het je al eerder gezegd: in deze zaal hebben de mensen geen rechten als het de rechtszaal haar niet uitkomt.’

In het originele artikel kan de video worden bekeken (en vergeleken worden met de behandeling die de fijnzinnige aan, bijvoorbeeld, Rajoy, Sáenz en Zoido verleende).

Het is niet nodig om er lang over na te denken. De essentie van deze gebeurtenissen is de minachting die de Spaanse staat toont tegenover het prinsdom Catalonië, deze ‘oncontroleerbare regio’ die wil stemmen en voor eigen rekening de dingen wil gaan doen. De enige relatie die de Spaanse staat verstaat is die van de onderwerping. Waar men denkt dat we alleen de rechten hebben zij aan ons verleend. Als gevolg daarvan is het ook logisch dat men denkt dat we daar alleen maar dankbaar voor moeten zijn.

Tardà sprak over wraak: ‘Deze rechtszaak wordt uit wraak gehouden’, zei hij voordat de fijnzinnige hem opnieuw interrumpeerde. Het is wraak, ja. Maar het is vooral dat men niet in staat is om op een andere manier een relatie te onderhouden dan deze, waar men nooit van afgeweken is. Een omgangsvorm, eenmaal onderworpen, reeds sinds 1714.

Operatie Copernicus: de Spaanse regering weet van niets

(1900 woorden)

Vicepresidente Sáenz de Santamaría in het nauw
Bij de derde fase in dit gerechtelijk proces is het woord aan de getuigen. Er zijn een 500 getuigen opgeroepen. De eerste die verhoord werd was de Spaanse ex-vicepresidente Sáenz de Santamaría. Zij wist niets af van ‘Operatie Copernicus’, waarmee 6000 man van de Policia Nacional en Guardia Civil vanuit geheel Spanje naar Catalonië werden overgebracht om het referendum tegen te houden. Deze gehele operatie, waaronder de drie cruise schepen waar de Policia Nacional logeerden, kostte de Spaanse belastingbetaler 87 miljoen Euro. Sáenz de Santamaría voelde zich duidelijk op haar gemak bij de ondervragingen van het OM, de landsadvocaat en de volksaanklager VOX. Zij ging er prat op in dat zij nooit heeft toegegeven aan enige onderhandeling over een datum en de voorwaarden voor een referendum in Catalonië. In algemene termen beschuldigde zij de Catalanen van het gepleegde politiegeweld: ‘Iedere Spanjaard heeft dit gezien. Er was een belegering van mensenmassa ‘s onder aandrang van gemeenteraadsleden en gekozen bestuurders’. Haar bravoure verminderde echter bij de vragen door de verdediging. De advocaten vroegen naar specifieke feiten waar zij weinig of geen antwoord op kon geven. Wat was de intentie van Operatie Copernicus? Om de Catalaanse politie bij te staan of om hen te vervangen? Waarom verbrak men op 1 Oktober plotseling de coördinatie met de Mossos d’Esquadra? Waarom gaf men geen gehoor aan het gerechtelijk bevel van het Catalaanse Gerechtshof om proportioneel op te treden en de cohesie van de burgersamenleving intact te laten bij het tegenhouden van het referendum? Waarom is men in de loop van de middag met het politiegeweld gestopt? Waarom heeft de Spaanse regering geen pardon gevraagd aan de bevolking die onder het politiegeweld heeft geleden? Voldeed de politie aan de aanbevelingen van het OCDE (zoals het alleen onder de gordel slaan met de stok)? Ze wist niets van deze operatie en wie verantwoordelijk was om haar en de president te informeren. Vicepresidente Sáenz de Santamaría ontweek de antwoorden en sprak zichzelf op een aantal punten tegen, zoals het aantal gewonden onder de politie en dat de Catalaanse autonomie werd geïntervenieerd vanwege de onafhankelijkheidsverklaring. Later tijdens de ondervraging beweerde zij namelijk dat zij niet wist of de onafhankelijkheidsverklaring in de staatscourant was gepubliceerd en dus juridische gevolgen had. (1) Als vicepresidente was zij hoofd van de Spaanse geheime dienst CNI. Op de vraag van een advocaat of zij vindt dat het CNI niet loyaal is omdat deze geen stembriefjes en stembussen heeft gevonden, antwoordde zij kortaf ‘Nee’. (2)

President Rajoy haalt zijn informatie uit de krant
Na Sáenz de Santamaría was het de beurt van de Spaanse ex-president Rajoy. Bij de ondervragingen door de aanklagers gaf de voorzitter van de rechtzaak, rechter Marchena, hem ruimschoots de gelegenheid om zijn politieke visie uit de doeken te doen, net zoals hij bij de aangeklaagde Catalaanse leiders had gedaan. Ook Rajoy was er trots op dat hij de grondwet en de soevereiniteit van het gehele Spaanse volk had verdedigd tegen een kleine groep ‘opstandelingen’ die een referendum over hun onafhankelijkheid wilden houden. In één van zijn antwoorden verwees hij naar de getuigenis van Sáenz de Santamaría. Deze had hij zojuist had gelezen via een Internetkrant, zo beweerde hij. Het is namelijk tegen de wet dat getuigen met elkaar communiceren over wat er gezegd is in de rechtszaal. Rajoy kan zich geen enkele ontmoeting met de Baskische president Iñigo Urkullu herinneren waarin hij gesproken had over het Catalaanse conflict. Hij zegt dat hij als president vele mensen gezien en gesproken heeft en zich daarom de ontmoetingen met Urkullu niet meer herinnert. Ook wist hij niets met betrekking tot Operatie Copernicus. Hij bemoeide zich nooit met de uitvoering van het politie optreden, ook niet in zijn periode als minister van binnenlandse zaken onder Aznar, maar alleen met de politiek kant. Rajoy vernam het politieoptreden via de Spaanse televisie en zei dat hij die dag alleen met vicepresidente Sáenz de Santamaría, die ook op het presidentiele paleis Moncloa verbleef, telefonisch contact heeft gehad. Bij het zien van de videobeelden in de rechtszaal betreurde hij het politiegeweld en zei dat als het illegale referendum niet had plaats gevonden, dit geweld ook niet was gebeurd. De Spaanse president en vicepresidente kwamen naar het Hooggerechtshof als getuige. Maar gedurende de ondervragingen door de advocaten moesten zij zich steeds meer verdedigen. Marchena onderbrak regelmatig de ondervragingen toen zij door de advocaten onder druk werden gezet. Door de coulante houding van Marchena in het voordeel van Rajoy en door zijn getuigenis, samen met die van de vicepresidente, veranderde hij en zijn regering in de de facto aangeklaagden van deze rechtszaak.

Minister van binnenlandse zaken weet niets van de politieoperatie
Evenals de president en de vicepresidente wist ook de verantwoordelijke minister van binnenlandse zaken, Zoido, weinig of niets af van de politieoperatie Copernicus en het gewelddadig politieoptreden op 1 Oktober. Minister Zoido antwoordde de advocaten doorgaans met: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Ik ben me daar niet van bewust’. De verantwoording van de gehele politieoperatie en het gewelddadig optreden wordt daarmee in de schoenen van de staatssecretaris en het hoofd van de Guardia Civil, de los Cobos, geschoven. De Spaanse regering houdt zich blijkbaar niet met dergelijke technische details bezig die twee miljoen Catalanen en de gehele wereld op 1 Oktober 2017 tot consternatie brachten. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de Spaanse politici tegenover het Hooggerechtshof liegen of dat zij totaal onverantwoordelijk en ongeschikt zijn om een land te leiden. Achteraf gezien wordt Zoido er op betrapt dat hij in zijn getuigenis gelogen heeft. De openbaar aanklager vroeg hem of hij iets wist over aankoop van wapens door de Catalaanse politie. Zoido antwoordde dat de Mossos eind 2016 een aanvraag hadden ingediend om oorlogswapens te kopen met ‘heel veel’ munitie. De Guardia Civil adviseerde hem toen dat de aankoop van dit soort wapens en de hoeveelheid er van niet nodig was voor de Mossos d’Esquadra. Zoido keurde de aanvraag daarom af. Of er ook granaatwerpers bij waren wist Zoido zich niet meer te herinneren. De huidige Catalaanse minister van binnenlandse zaken en politiek verantwoordelijke voor de Mossos d’Esquadra, Miquel Buch, doet aangifte dat Zoido hiaten in zijn geheugen heeft en de realiteit verdraaid. De Mossos d’Esquadra hadden hun aanvraag onderbouwd dat zij de geweren nodig hadden in hun strijd tegen het terrorisme.

La CUP weigert verhoort te worden door VOX
Na de verhoren van de Spaanse regering was het de beurt van twee ex-parlementsleden van de Catalaanse politieke partij La CUP. Zij weigerden om de vragen van de volksaanklager, de fascistische partij VOX, te beantwoorden. ‘Uit respect voor de democratie, de vreemdelingen en de gelijke rechten van de vrouw weiger ik de vragen van VOX te beantwoorden’, zei Antonio Banyes. Ook Eulàlia Reguant liet zich in vergelijkbare bewoordingen uit. De voorzitter van de rechtbank, Marchena, legde uit dat zij als getuigen wettelijk verplicht zijn om de vragen van alle aanklagers te beantwoorden. Banyes en Reguant hielden voet bij stuk. Zij krijgen daarom een boete van 2500 Euro en lopen het risico op gevangenisstraf. Het is niet te rijmen dat een extreem rechtse politieke partij als VOX de functie als aanklager krijgt in deze politieke rechtszaak. Notabene tijdens een verkiezingscampagne.

Baskische president Urkullu verteld over zijn rol als bemiddelaar
De dag daarna, 28 Februari, werd de president van Baskenland, Urkullu, verhoord. In dit verhoor verklaarde hij dat hij als intermediair (beter gezegd: boodschapper) had opgetreden tussen de toenmalig Spaanse president Rajoy en de Catalaanse president Puigdemont. De laatste had hem hierom gevraagd. Hij vertelde dat hij meerdere ontmoetingen met Rajoy heeft gehad en dat deze iedere onderhandeling voor het houden van een referendum weigerde. Ook weigerde Rajoy op 26 Oktober garantie te geven om de Catalaanse autonomie niet te interveniëren door middel van grondwetsartikel 155 indien Puigdemont vervroegde verkiezingen zou uitschrijven. Urkullu toont aan dat Rajoy halsstarrig ieder overleg weigerde en bovendien zijn overeenkomst met de socialisten al klaar had liggen om de Catalaanse autonomie sowieso te interveniëren.

Partijdigheid van Marchena
In de derde week van de rechtszaak drukt de voorzitter, Marchena, steeds meer zijn stempel. Hield hij in het begin van het proces nog de schijn van onpartijdigheid op, nu wordt zijn partijdigheid steeds meer zichtbaar. De advocaat van Jordi Cuixart, Benet Salellas, wilde bij het verhoor van de verantwoordelijke minister van de Spaanse politie, Zoido, de video ‘s projecteren van het politiegeweld op 1 Oktober in Sant Julià de Ramis, het stemlokaal waar Puigdemont zou gaan stemmen. Maar Marchena liet dit niet toe. Ook de getuigenis van Puigdemont, één van de centrale figuren in deze zaak waar de verdediging om had gevraagd, verbied hij. Terwijl zijn politieke tegenstander, president Rajoy, uitgebreid zijn politieke betoog in de rechtszaal kon houden.

Het imago van Spanje
Aan de hand van verschillende signalen is te merken dat het imago van Spanje als democratische rechtsstaat wegzakt in het moeras.

De Spaanse regering ontkent dat zij op de hoogte was van de politieoperatie Copernicus. Laat staan dat zij er de verantwoordelijkheid voor neemt. Voor zover zij het politiegeweld niet afdoet als fake news van de Catalanen, deze stelling is nauwelijks vol te houden, schuift zij, net zoals de aanklager, de schult op de Catalaanse regering die het referendum had georganiseerd.

Ook het vertrek van de Spaanse minister van buitenlandse zaken naar de EU zou een signaal kunnen zijn dat de propaganda campagne van Global Spain om het imago van Spanje als democratie op te krikken en het politiegeeld als ‘fake news’ van de Catalanen te verkopen, mislukt is.

Ada Colau, de burgermeesteres van Barcelona, heeft zich met haar politieke beweging Barcelona En Comú altijd afzijdig van de Catalaanse afscheidingsbeweging gehouden. Uit politiek winstbejag heeft zij nooit duidelijkheid willen geven over het maatschappelijk debat dat iedere Catalaan bezighoudt en dat tot een diep politiek conflict met de Spaanse staat heeft geleid. Nu verklaarde zij voor het Hooggerechtshof dat er niet elf Catalaanse leiders terecht staan, maar twee miljoen Catalaanse stemmers. Ook vertelde zij dat de materiele schade nihil was vergeleken met een gewone protestbijeenkomst of een algemene staking. Colau kiest na lange tijd schoorvoetend de kant van de winnende partij en is, hoe ironisch, daarmee een goede politieke graadmeter hoe Spanje er voor staat.

Alleen koning Felipe VI deed bij de opening van het World Mobile Congres in Barcelona nog een wanhopige poging. In zijn openingstoespraak verkondigde hij afgelopen week dat Spanje een moderne democratie is met een eerlijke justitie. Maar wie interesseert zich op een telefoon beurs dat nou? Wanneer de koning, net als Borell, zal worden weggestuurd is nog onbekend. Maar ook in Spanje gaan geluiden op dat men het koningshuis steeds minder ziet zitten als het legitiem hoofd van het land.

 

(1) De onafhankelijkheidsverklaring door het Parlement op 27 Oktober 2017 is tot heden toe niet in de Catalaanse staatscourant gepubliceerd en drukt dus alleen een politieke intentie uit, maar heeft geen juridische waarde. Desalniettemin voerde de Spaanse regering de opschorting van de Catalaanse autonomie in onder het mom van grondwetsartikel 155, ontsloeg de Catalaanse regering, ontbond het Parlement en legde nieuwe verkiezingen op, dit alles geheel illegaal tegen dezelfde grondwet in, welke opnieuw door de onafhankelijkheidsbeweging werden gewonnen.

(2) Als vicepresidente van de Spaanse regering beschuldigde zij de Mossos d’Esquadra dat zij niet loyaal aan de grondwet waren omdat zij niets hadden gedaan om het referendum tegen te houden. Zij gebruikte dit argument als reden voor het gewelddadig politieoptreden van de Guardia Civil en Policia Nacional. De Mossos hadden echter zonder gebruik van geweld meer stembussen in beslag genomen dan de Guardia Civil en Policia Nacional samen.

Catalaanse burgerleider Jordi Cuixart beschuldigt de Spaanse staat

(720 woorden)

Een vreedzaam protest als basis voor de aanklacht
De verhoren van de aangeklaagde Catalaanse politici en burgerleiders in het gerechtelijk proces is afgesloten met de ondervraging van Jordi Cuixart, voorzitter van de culturele vereniging Omnium Cultural. Sinds 16 Oktober 2017 zit hij in voorlopige hechtenis wegens de beschuldiging van oproer. De aanleiding hiervoor is de protestmanifestatie op 20 September voor het gebouw van de Catalaanse ministerie van Economische Zaken. Daar hield de Guardia Civil toen een huiszoeking. Een spontane mensenmenigte verhinderde dat zij het gebouw de gehele dag konden verlaten. Beter gezegd: zij wilden en durfden dat niet. Het protest werd vervolgens gedirigeerd door het ANC en Omnium. Voor de deur had de Guardia Civil twee auto ‘s geparkeerd. Gedurende de gehele dag klom het publiek en journalisten op deze auto ‘s, waardoor ze zwaar beschadigd werden. Ook bleek dat de auto ‘s onafgesloten waren met geweren er in. De verdenking is daarom dat de Guardia Civil een gewelddadige actie door het publiek wilde uitlokken om de aanklacht van oproer of rebellie te onderbouwen. De wapens bleven echter onaangeroerd. Alleen de munitie werd uit de auto gehaald en later ergens in Barcelona terug gevonden. Aan het einde van de dag klommen Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, voorzitter van het ANC, met toestemming van de politie op de auto om het publiek te zeggen dat de protestbijeenkomst afgelopen was en dat zij zich nu vreedzaam moest verspreiden. Het beeld van Cuixart en Sànchez op de politieauto is de directe aanleiding van de aanklacht wegens oproer.

Het betoog van Cuixart
Cuixart hield bij zijn verhoor een vurig betoog dat hij als voorzitter van Omnium Cultural vreedzame, democratische en culturele beginselen aanhoudt. Nooit en te nimmer heeft hij opgeroepen tot geweld bij welke protestdemonstratie dan ook. In zijn verklaring zegt hij: ‘De verklaringen die ik voor onderzoeksrechter Llarena aflegde waren om uit de gevangenis te komen. Dit is nu niet meer mijn prioriteit. Ik ben een politieke gevangene. Na vijfhonderd dagen gevangen te zijn is mijn prioriteit niet meer om uit de gevangenis te komen, maar om aangifte te doen van de schendingen van de fundamentele rechten.’  Voor het hoofdkantoor van Omnium in Barcelona volgden de mensen de directe uitzending van de ondervraging op een projectiescherm. Op slag kreeg de vereniging ter bescherming van de Catalaanse taal, welke in 1961 tijdens de onderdrukking van het Franco regiem werd opgericht, er 4000 leden bij. Omnium Cultural is met haar 140.000 leden daarmee de grootste vereniging in Catalonië geworden, groter nog dan de ‘més que un club’ (‘meer dan een club’) FC Barcelona.

Het verhoor
Bij de ondervraging suggereert de openbaar aanklager door zijn woordkeuze continu een sfeer van geweld. ‘U LANCEERDE een tweet voor een MASSAAL protest?’ Cuixart: ‘Iedere organisator van een protestbetoging roept op tot een zo ‘n groot mogelijke deelname. Dit is de meest normale gang van zaken en een fundamenteel recht in een democratie.’ De aanklager beschuldigt Cuixart dat hij de Guardia Civil en de secretaris van de rechtbank die met de huiszoeking belast was, verhinderde om het ministerie te kunnen verlaten omdat het publiek een ‘gewelddadige menselijke muur’ vormde die ‘No passaran’ (‘Ze komen er niet langs’) scandeerde. Cuixart citeerde het gedicht waarin deze uitspraak voorkomt. Het stamt uit de slag van Verdun in 1916. Het werd ook in de burgeroorlog gebruikt en later door Joan Manuel Serrat tot een lied gemaakt. Kan iemand die een gedicht citeert als rebel worden gekenmerkt? De protestbijeenkomst was dusdanig vreedzaam dat de bar naast het ministerie gewoon open bleef en haar klanten kon blijven ontvangen.

Geen lijk, geen rechtszaak
Hoewel de aanklager geweld suggereerde, heeft hij geen enkele specifieke vraag gesteld, niet aan Cuixart en niet aan de andere aangeklaagde Catalaanse leiders, naar de misdaad die zij zouden hebben gepleegd. Zij worden beschuldigd van oproer of rebellie en zouden daarom geprobeerd hebben om de gevestigde macht van de Spaanse Staat op georganiseerde en gewelddadige manier omver te werpen. Geen enkele vraag daarover van de aanklagers, niet over de organisatie, niet over het door hen gevoerde geweld. Niets, want de misdaad van georganiseerd geweld is er gewoonweg niet. De perverse Spaanse justitie heeft om niets Cuixart 15 maanden van zijn leven beroofd. Dit gerechtelijk proces zou onmiddellijk gestopt moeten worden en de gevangenen vrij moeten laten. Zoniet, dan toont dit aan dat dit een politiek proces is, een farce.

Licht aan het eind van een lange tunnel

(970 woorden)

Afgelopen Zaterdag 16 Februari riepen de burgerorganisaties ANC en Omnium Cultural de Catalanen op om te protesteren tegen het politiek gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders. In mijn dorp besloten we als afdeling van het ANC om een bus te huren, zoals we wel vaker doen, zodat de mensen tegen een aannemelijke prijs naar de protestdemonstratie kunnen gaan. Het bleek echter al gauw dat er ook een tweede bus gereserveerd moest worden. Dat was een goed signaal en daar zou het niet bij blijven.

Zaterdagmiddag togen we dus met twee bussen van 50 personen vol naar Barcelona. De ‘mani’ (manifestatie = protestdemonstratie) zou op Gran Via de les Corts Catalanes worden gehouden. Er zou gelopen worden vanaf Plaça Espanya tot aan Plaça Universitat, ruim twee kilometer verderop. Van lopen bleek echter weinig sprake te zijn. De deelname was dermate massaal dat het gehele traject, en daarbuiten, overvol met mensen stond. De organisatie van het protest schatte het aantal deelnemers op een half miljoen. De gemeentepolitie van Barcelona hield het op 200.000. Duidelijk zijn in ieder geval de foto ‘s die de bomvolle Gran Via laten zien. Wat een contrast met het protest vorige week in Madrid! Daar organiseerden de Partido Popular, Ciutadans en de fascistische partij VOX een protest tegen president Sánchez omdat hij een coördinator, niet eens een onderhandelaar!, voorstelde om met de Catalanen te praten over het politieke conflict. Een protest tegen besprekingen om tot een oplossing van een politiek probleem te komen. Hoe ondemocratisch kun je zijn! De PP stelde toen vanuit geheel Spanje gratis bussen ter beschikking. De Plaça Colon, met de immense Spaanse vlag die president Aznar indertijd in een opwelling van nationalisme had geplant, vulde zich echter met een schamele 45.000 personen. Dat was alles. Op een bevolking van 45 miljoen mensen wist men niet meer enthousiastelingen op te trommelen om een middag te gaan protesteren tegen de ‘Catalaanse coupplegers’ zoals zij deze doorgaans noemen. Desalniettemin had het zijn effect. Onder druk van dit protest en van leden van zijn PSOE partij brak president Sánchez ieder plan om met de Catalanen te gaan praten abrupt af.

Het massale protest in Barcelona draaide uit op een feestelijke bijeenkomst. De neerslachtige, bedrukte stemming door de onderdrukking, de opheffing van de Catalaanse autonomie, rechtsvervolgingen en de aanhoudende beledigingen door de Spaanse politici en de media had plaats gemaakt voor lichtjes in de ogen van de demonstranten en een glimlach op het gezicht. De hoop op een goede afloop is weer terug.

Daar hebben de eerste hoorzittingen van de Catalaanse leiders in het Hooggerechtshof zeker aan bijgedragen. De aangeklaagden waren zeer stellig in hun betoog dat dit een politiek probleem is en geen juridisch, en dat deze rechtszaak daarom nooit had mogen plaats vinden. Zij klaagden de aanklagers en het gerechtshof aan en dienden de vragen van hun advocaten en van het OM van degelijke repliek. Ook in de hoorzittingen van de tweede week blijkt hoe slecht de aanklagers hun werk hadden voorbereid en hoe zij de realiteit verdraaien. Fouten in de vertalingen van Catalaanse documenten en uitspraken die uit hun verband worden gerukt waardoor deze een geheel andere betekenis krijgen zijn aan de orde van de dag. Documenten die worden aangevoerd door de aanklager, maar de aangeklaagden en hun verdediging nog nooit hebben gezien. Tot en met spelfouten in de naam van een woonplaats. Josep Rull (minister van territoriale zaken): Ik zou het OM en de rechtbank vriendelijk willen vragen om mijn woonplaats correct te spellen. Men schrijft: ‘Terrassa’, en niet: ‘Terassa’. De aanklager herhaalde ‘TER-RAS-SA’ lettergreep voor lettergreep als een kleuter die op school een nieuw woordje leert. Het Spaanse imperium kent en begrijpt haar kolonie eigenlijk maar amper. Met chirurgische precisie halen de Catalaanse leiders de argumenten van hun aanklagers stukje bij beetje onderuit, totdat er niets meer van de argumenten en het bewijs tegen hen over blijft. De Openbaar aanklager, de landsadvocaat, Spanje in het algemeen, worden zenuwachtig. Zelfs koning Felipe VI wordt uit de kast gehaald om de zaak te redden. Deze verwees deze week op indirecte wijze naar de lopende rechtszaak tijdens de internationale juristen conferentie, een adviesorgaan van de VN, in Madrid. Hij zei dat ‘het onaanvaardbaar is om zich te beroepen op een zogenaamde democratie die boven de wet staat. Want zonder respect voor de wet is er geen samenleving en democratie mogelijk.‘ Advocaat Alonso Cuevilles (@JaumeAlonsoCuev) antwoord hem hierop in een tweet:
‘Niet de wet staat boven democratie
Noch de kalender voor de verkiezingen staat boven het recht van verdediging
Noch de eenheid van Spanje staat boven  het principe van de strafwet’

De verdediging wilde Felipe VI als getuige horen. Met als excuus dat de koning onaantastbaar is liet het Hooggerechtshof dit niet toe. Nu heeft hij zichzelf, evenals in zijn toespraak op 3 Oktober 2017, blootgesteld en partij gekozen. Indien het vonnis reeds geschreven is, wordt zij bij deze bekrachtigd door de koning. Het licht aan het eind van de tunnel is reeds zichtbaar. Maar we hebben nog een stukje te gaan voordat we er uit zijn en van onze vrijheid kunnen genieten.

Voorlopig zitten de Catalaanse leiders, en met hen de gehele Catalaanse gemeenschap, nog in de beklaagdenbank. De boosheid onder de Catalaanse bevolking vanwege deze rechtzaak, het onrecht van anderhalf jaar onvoorwaardelijke gevangenis en de onwaardige behandeling door Spanje blijkt ook uit het succes van de algemene staking die afgelopen donderdag 21 Februari, gehouden werd. Op de staking van 3 Oktober 2017 na was dit de grootste van de afgelopen decennia. Desnoods zullen er nog meer komen om de Catalaanse politici te bewegen de onafhankelijke Republiek waar te maken en om Spanje tot onderhandelen te dwingen. Maar dit keer over de te verdelen activa en passiva. Want een referendum is de revue gepasseerd. Alle Spaanse politieke partijen, inclusief de socialistische PSOE van Sánchez, hebben aangetoond dat ze niet willen praten over de zelfbeschikking van de Catalanen.

Enkele artikelen over het gerechtelijk proces in de Catalaanse krant ARA:

Former president of the Catalan National Assembly refutes the prosecutor’s narrative of tumultuous demonstrations

Catalan Ex-Minister Bassa in court: “Independence was proposed as something to be negotiated”

Former Catalan minister Rull in court: “a referendum is possible under the Spanish Constitution”

The former Catalan minister Turull’s harsh replies to the Spanish public prosecutor

Former MEP Romeva, on trial in Spain: “I consider myself a political prisoner”

Dominique Nogueres: “It seems as if the outcome of the trial has already been decided”

De publieke opinie over het gerechtelijk proces

(571 woorden)

Het Spaanse Hooggerechtshof laat geen internationale waarnemers toe bij het juridisch proces tegen de Catalaanse leiders omdat daar geen plaats voor zou zijn in de rechtszaal. Het gaat in totaal om vijf mensen georganiseerd door de voor deze rechtszaak opgerichte International Trial Watch. ‘Als de waarnemers het proces willen bijwonen, dan moeten ze maar plaats nemen op de publieke tribune’, aldus de president van de strafkamer, Marchena. De rechtbank voert als argument aan dat er geen waarnemers in de zaal nodig zijn want het proces wordt life op TV uitgezonden. ‘Op deze manier kan iedere Spanjaard het proces volgen.’

De Spanjaarden word echter de mogelijkheid om de uitzendingen te zien ontnomen, want de publieke Spaanse omroep TVE zendt het proces niet uit. De sterk politiek gemanipuleerd Spaanse pers is niet van plan om aan de Spaase burgers de realiteit van deze farce onder ogen te brengen. De nationale opinie zal daarom voor een groot gedeelte gevormt worden door wat de Spaanse media voorschotelt. Het proces is wel te volgen via de Catalaanse omroep en haar Web site.

Daar komt bij dat alleen de officiële Spaanse mediadienst EFE in de rechtszaal mag filmen. De camera zoomt doorgaans en gedurende zeer lange tijd in op de sprekers van het moment. Daarmee kan de kijker niet zien of een rechter aandachtig luistert, in slaap is gevallen of pokemon zit te spelen. En dit zijn kleine, doch niet geheel onbelangrijke details die een onafhankelijke waarnemer wel kan zien wanneer hij toegang tot de rechtszaal zou hebben. Per slot van rekening hangt niet alleen de Catalaanse ex-vicepresident al een gevangenisstraf tussen de 12 en 74 jaar boven het hoofd, maar staat bovendiende geloofwaardigheid van de Spaanse democratische rechtsstaat op het spel. En dit soort beperkingen dragen niet bepaald bij aan de geloofwaardigheid.

Tegen de internationale opinie met betrekking tot dit juridisch proces en het politieke conflict kan de Spaanse staat echter weinig beginnen. In een pogiging om het imago van Spanje als een democratische rechtsstaat op te krikken, had Borell, minister van BuZa, de propagandamachine Global Spain opgetuigd. Met een campagne probeert de minister de ‘valse berichten’ van de Catalanen over het politiegeweld te ontkrachten en beweert met klem dat Spanje wel degelijk groot, vrij en een moderne democratie is. Naast de moeilijk houdbare stelling over ‘fake news’, om het zo maar even zachtjes uit te drukken, vergeleek de staatssecretaris van Global Spain in een uitzending van Skynews deze week het referendum met seksuele verkrachting. Hierdoor heeft het imago van de ‘informatiecampagne’ natuurlijk een flinke deuk opgelopen.

Daarnaast zijn er zo ‘n tweehonderd journalisten van buiten de landsgrenzen die het proces in Madrid op de voet volgen. Deze informeren de wereld over wat ze er zien en te horen is zonder dat BuZa daar iets wat aan kan doen. Enkele invloedrijke kranten twijfelen aan de onpartijdigheid van de rechtbank en schrijven dat met dit proces zelfs de geloofwaardigheid van de Spaanse democratie terecht staat.

Een artikel in de Volkskrant haar twijfel uit over de aanstelling van de rechters.

De Tijd rapporteert over de Spaanse onregeerbaarheid als gevolg van de Catalaanse onafhankelijkheidswil.

Trouw kopt in een artikel met de tekst: “Spaans showproces is een schandvlek voor de hele Europese Unie”

Washington Post zegt dat de Spaanse democratie in het geding is met dit proces.

The Independent noemt de rechtszaak een grote fout.
https://www.independent.co.uk/voices/editorials/spain-catalan-independence-trial-madrid-mistake-a8775591.html

De Internationale Commissie van Juristen uit haar bezorgdheid dat de fundamentele rechten in dit proces worden geschonden.

Na anderhalf jaar eindelijk het woord

(1359 woorden, maar laat je niet afschrikken)

Gerechtelijk proces in de Spaanse taal
Op de derde dag van het gerechtelijk proces tegen de Catalanen komen de de aangeklaagden zelf aan het woord. De sessie begint met de mededeling van de voorzitter van de rechtzaal, Marchena, dat de aangeklaagden de vragen van de aanklagers en hun advocaat in hun moedertaal mogen beantwoorden. Er zal echter geen simultane vertaling plaats vinden, maar sequentieel met een tolk. De reden daarvoor is dat het hoogste gerechtshof van het multiculturele Spanje dat al haar etnische minderheden zo erg bemint, niet genoeg oortelefoontjes heeft voor de aanwezigen bij dit proces.

Sinds 1992 is er het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Hoewel de Catalaanse taal op Europees niveau met 11 miljoen sprekers bepaald geen minderheidstaal is, heeft Spanje deze aanbevelingen van de Europese Raad ondanks herhaaldelijke waarschuwingen al die jaren systematisch genegeerd. Dit culmineerde in de uitspraak van het Constitutionele Hof tegen het nieuwe Catalaanse Statuut in 2010. Deze uitspraak zegt dat het Catalaans niet als hoofdvoertaal in de eigen regio gebruikt kan worden, zoals in het Statuut beschreven staat en door de Catalaanse bevolking en Spanje was overeengekomen, omdat de Catalanen geen eigen volk vormen. Deze minachting voor de Catalaanse identiteit en cultuur was de directe aanleiding dat de Catalanen onafhankelijk van Spanje wilden worden. Zou Spanje deze Europese aanbevelingen wel hebben ogevolgd, dan zou dit gehele politieke conflict dus nooit hebben bestaan en had Marchena zich deze hele rechtszaak kunnen besparen.

Maar om niet nog meer verwarring te brengen in dit gerechtelijk proces, besluiten de Catalaanse leiders vandaag de vragen direct in het Spaans te beantwoorden. Vicepresident Oriol Junqueras, die tussen de 12 jaar (de eis van de landsadvocaat) en 74 jaar (de eis van VOX) gevangenisstraf boven het hoofd hangt, zegt dat hij dit erg graag doet want hij vind het Spaans een mooie taal en vind het ook blangrijk dat alle Spanjaarden zijn argumenten kunnen horen. Dat het gebruik van de Spaanse taal voor de Catalanen ook problemen geeft blijkt bij de ondervraging van Quim Forn, minister van BiZa en politiek hoofd van de Catalaanse politie de Mossos d’Esquadra. In tegenstelling tot Junqueras, accepteert Forn ook de vragen van de Openbaar aanklager en de landsadvocaat te beantwoorden. De eerste spreekt soms nogal onduidelijk zodat Forn herhaaldelijk moet vragen wat deze precies zegt. De boodschap is duidelijk: de aanklagers en rechters spelen een thuiswedstrijd. De beschuldigden moeten zich in alle aspecten maar zien te redden met hun uitwedstrijd.

Junqueras houdt zijn betoog (en geeft les aan de magistraten in democratie)
De ex-vicepresident wilde alleen vragen van zijn advocaat beantwoorden. Aangezien dit proces een politieke rechtszaak en een farce is, weigert hij de vragen van de Spaanse openbaar aanklager, de landsadvocaat en de volksaanklager, de fascistische politieke partij VOX, te beantwoorden. Hij hield een bijzonder goed betoog en was heel erg didactisch. Precies zoals hij gewend is in zijn lessen op de universiteit. ‘Wat is uw beroep?’ ‘Momenteel ben ik politiek gevangene.’ Bij het protest voor de deur van EZ: ‘Het was helemaal niet gewelddadig. De mensen zongen liedjes, zoals El Virolai (de psalm van Montserrat). Misschien dat u deze kent?’ Natuurlijk kent de Spaanse Openbaar aanklager geen Catalaanse liedjes. En helemaal geen religieuze. Hij wees er nogmaals met klem op dat stemmen niet illegaal kan en mag zijn in een democratie. ‘Bovendien is het verbod van een referendum in 2005 uit de strafwet gehaald’, argumenteerde hij. ‘Wat wel illegaal zou moeten zijn in een democratie, is het verbieden en tegenhouden van het stemmen met geweld.’ En: ‘Er staat nergens in geen enkele Spaanse wet dat het verwezenlijken van de Catalaanse onafhankelijkheid op een vreedzame, democratisch en geciviliseerde manier verboden is. Nergens staat dat.’ Verder zei hij: ‘Altijd hebben we open gestaan voor dialoog, maar de andere stoel aan de onderhandelingstafel (en wees naar de andere zijde van het tafeltje waar hij aan zat met de imaginaire, niet-bestaande lege stoel) was altijd leeg, altijd. In plaats daarvan bracht men het politieke probleem naar de rechtbank.’ Toen de voorzitter van de rechtbank een pauze inlaste zei hij: ‘Jammer, want na anderhalf jaar gedwongen zwijgen wil ik graag mijn visie vertellen en ben nu eindelijk goed op dreef’.

Quim Forn haalt de argumenten van de aanklager stuk voor stuk onderuit
Omdat Forn ook de vragen van de openbaar aanklager en van de landsadvocaat wilde beantwoorden, duurde deze sessie langer dan die van Junqueras. Het is indrukwekkend om hem voor het eerst sinds 15 maanden weer te zien en te horen. Forn verscheen ook op de Nederlandse TV na de terroristische aanslagen in Barcelona en Cambrills. Hij lijkt magerder en ziet er vermoeid uit. In zijn boek dat hij tijdens zijn gevangensschap schreef, zegt hij dat hij slecht tegen de autoritten in de geblindeerde politiebusjes kan. Iedere dag moeten zij van en naar de gevangenissen worden gebracht, een rit van ruim drie kwartier, dat hem ziek maakt. Het Spaans Hooggerechtshof heeft geen faciliteiten voor het in bewaring stellen van verdachten. (!) Bovendien hoest hij tijdens het beantwoorden van de vragen regelmatig. De onverwarmde gevangenis op de hoogvlakte van Madrid eist haar tol. Zoals gezegd, de aangeklaagden spelen hier een uitwedstrijd met alle nadelen van dien. De sessie van Forn was meer technisch van aard.

Bij de ondervraging van het OM maakte hij duidelijk dat hij voor de Catalaanse onafhankelijkheid is en als politicus daarom ook zijn werk deed volgens het democratisch mandaat dat hij als minister had. Daarentegen bestuurde hij de Mossos zonder dat deze politiek betrokken werden. Zij deden gewoon hun werk: het toepassen van de wet en deden alles binnen de heilige, onaantastbare Spaanse grondwet uit 1978 die met het pistool van de Franco militairen op tafel en met stemfraude in een referendum werd aangenomen. De aanklager vroeg Forn of hij lid is van de burgerbewegingen Assemblea Nacional Catalana (ANC) en Omnium Cultural. Op zijn bevestigende antwoord vroeg de magistraat door of hij wist wat deze burgerbewegingen nastreven. Quim antwoordde dat hij maandelijks zijn lidmaatschap betaald maar niet actief lid bij deze onafhankelijkheidsbewegingen is en dat politieke burgerbewegingen de meest normale zaak van de wereld is in de westerse democratieën. De vragen van het OM over de idealen van Forn en zijn lidmaatschappen toont voor de zoveelste maal aan dat dit proces politieke van aard is. Op een gegeven moment vroeg de aanklager over een bepaald rapport of politiedocument. Forn zei dat er een vertaalfout van het Catalaans naar het Spaans was gemaakt waardoor het document een totaal andere betekenis krijgt. Zijn advocaat interrumpeerde de ondervraging door de rechtbank er op te wijzen dat de verdediging verscheidene malen (!) op deze fout had gewezen. Één voor één wist de Catalaanse minister van BiZa de overdrijvingen en manipulaties van de openbaar aanklager onderuit te halen:

OM: ‘op 20 September vernielden de protesterende mensen 7 auto’s van de Spaanse Staat.’ Forn: ‘Volgens de informatie die ik heb stonden twee auto’s van de Guardia Civil voor de deur van het ministerie van EZ geparkeerd’

OM: ‘De auto ‘s bevatten vuurwapens die hadden kunnen leiden tot een gewelddadig gewapende opstand.’ Forn: ‘ Het onbeheerd achterlaten van wapens in een onafgesloten auto is de verantwoordelijkheid van de Guardia Civil.’

OM: De Policia Nacional en Guardia Civil werden op 1 Oktober aangevallen door een muur van mensen.’ Forn: ‘ De gehele wereld heeft de beelden van het politiegeweld tegen vreedzame mensen gezien die wilden gaan stemmen.’

Minister van BiZa Quim Forn toonde duidelijk aan dat de gehele rechtszaak geen juridische grond heeft, maar politiek gemotiveerd is. Maar wie had anders gedacht met een aanklacht die de titel draagd: ‘Des te groter zal hun nederlaag zijn’.

Verkiezingen tijdens het proces
Het proces duurt nu drie dagen. Het staat 0-3 voor de uitspeler, de Catalanen. En Pedro zal met grote waarschijnlijkheid morgen bekend maken dat hij vervroegde verkiezingen uitschrijft. Want de steun van de Catalanen is hij welverdient kwijt. Het gerechtelijk proces zal dan tijdens een verkiezingscampagne plaats vinden. Dit wilde het Hooggerechtshof, met de Europese-en gemeenteraadsverkiezingen voor de deur, ten koste van alles voorkomen om iedere politieke invloed op de rechtszaak te voorkomen. Een lastige taak trouwens, met de fascistische partij VOX als aanklager die met dit proces bovendien gratis zendtijd voor politieke partijen krijgt. Zoals het Catalaanse spreekwoord zegt: No vols caldo? dues tasses! (Wil je geen soep? dan twee kommen!)

 

Mannen en vrouwen van eer.

Proloog van het juridisch proces: de aanklagers aan het woord

(774 woorden)

Op de tweede dag van de proloog komen de aanklagers aan het woord. Zowel de Openbaar aanklager als de landsadvocaat zijn eensgezind dat het een eerlijk proces met garanties is en dat het vooronderzoek zonder enige procedurefouten of ongeregeldheden heeft plaatsgevonden. Zij bekritiseren de aanvallen van de advocaten, want de politieke wens voor zelfbeschikking staat niet ter discussie. De aangeklaagden worden alleen voor hun misdadige daden aangeklaagd. De belangrijkste daarvan is het geweld tijden het referendum.

De Openbaar aanklager baseert zich in zijn betoog eerder op wraak en vergelding dan op voldongen misdadige feiten die de Catalanen begaan zouden hebben. Maar oordeel zelf aan de hand hun uitspraken.

De Spaanse Openbaar aanklager Javier Zaragoza
‘Er waren slechts twee gewonden’ (Dat is er eentje minder dan de regering van Sánchez beweert en 1064 minder dan geverifieerd is aan de hand van de medische rapporten.

‘Ik denk dat de gewelddadige feiten niet toegerekend moeten worden aan de politiecorpsen van de Staat, maar aan hen die de mensen hebben opgeroepen (om te gaan stemmen).’

Fidel Cadena, Openbaar aanklager
‘Alles is van iedereen en enkele enkelingen kunnen niet beslissen over iedereen’ (De Catalanen kunnen niet voor zichzelf beslissen want het Spaanse volk vormt een soeverein, ondeelbaar volk waarvan een deel zich niet van af kan scheiden)

‘Het recht op de vrijheid van ideologie wordt niet geschaad.’

‘Men heeft de Mossos (Catalaanse politie) in het plan van rebellie betrokken.’

‘Deze rechtszaak is een triomf voor de democratie, deze rechtszaak is een triomf voor de rechtstaat, deze rechtszaak is een triomf omdat iedereen gelijk is voor de wet.’

En als klap op de vuurpeil:
‘De soevereiniteit voor het Catalaanse volk is onmogelijk.’
BINGO! Hij heeft het gezegd: ‘volk’. En wat heeft een volk volgens het internationaal recht? Precies: het recht op zelfbeschikking.

María Rosa Seoane, landsadvocaat
Over het interview van Irene Lozano (staatssecretaris van Global Spain) zegt de landsadvocaat dat zij niet het woord ‘convicted’ (veroordeeld) heeft gebruikt in een interview met de BBC. Zij herinnert de rechtbank er aan dat het Engels niet de moederteel is van deze politica. Daarmee wil de landsadvocaat aantonen dat de verdachten door de Spaanse regering en overheden niet bijvoorbaat schuldig worden bevonden. Indien de rechtbank dit argument accepteert, is zij incoherent, want de moedertaal van de verdachten is het Catalaans terwijl de rechtbank weigert de hoorzittingen in hun moedertaal te voeren, wat trouwens een schending van de Europese recht is. Daarnaast is gebleken dat de staatssecretaris van het Spaanse ministerie van propaganda zich uitmuntend in het Engels kan uitdrukken. In een interview met Skynews vergelijkt zij het stemmen met het bedrijven van de liefde. Indien dit met goedkeuring van beide partijen plaatsvindt, is het een genot. Zoniet, dan is het verkrachting. Zij doelde hiermee op het referendum over de onafhankelijkheid van Catalonië. Het gaat trouwens in het algemeen wat minder goed met de resultaten van het Spaanse propaganda ministerie. Ondanks alle pogingen om Spanje als een democratische rechtsstaat te verkopen, spreekt de internationale pers met betrekking tot deze rechtszaak over ‘een fout’, ‘een schande’ en ‘een degeneratie van de democratie’.

De aanklager van het volk, de ultra rechtse politieke partij VOX
vraagt de voorzitter van de rechtbank dat de beklaagde Jordi Sànchez zijn gele strik, het symbool van protest tegen de politieke gevangenen, moet afdoen. ‘Dit symbool is een belediging voor de Spaanse democratische rechtsstaat.’ Marchena antwoord dat het Europese Hof voor de Mensenrechten (ECHR) oordeelde dat religieuze of politieke symbolen in de rechtzaal moeten worden toegestaan. En aangezien het Hooggerechtshof het ECHR respecteert, mag Sánchez de strik blijven dragen.

De fascistische aanklager noemt de staatsgreep van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging nog steeds springlevend.

Deze rechtszaak is een electorale springplank voor de volksaanklager VOX. Samen met de PP en Ciutadans zijn zij er voorstander van om Catalonië opnieuw, zwaarder (interventie of opheffing van de Catalaanse omroep en het onderwijs) en definitief te interveniëren met grondwetsartikel 155. De begroting van de regering Sánchez werd gisteren in zijn geheel door het Congres verworpen. Door de weigering van de Catalaanse partijen heeft hij de meerderheid verloren. Zij doen dit omdat de Spaanse president geen enkele dialoog wilde over een referendum voor zelfbeschikking van de Catalanen en bovendien niets heeft gedaan om de situatie van de gevangenen te verbeteren. Ook een congreslid van de Catalaanse tak van Podemos stemde tegen omdat Sánchez alle Spaanse havens sluit voor bootvluchtelingen. Het schip van Open Arms mag al drie weken niet uitvaren om drenkelingen op de Middellandsezee te redden. Hoogst waarschijnlijk zullen er vervroegde verkiezingen worden gehouden. De chaos in Spanje is dan compleet; een onregeerbaar land en een imagoverlies door een rechtszaak die nooit in een rechtsstaat plaats had mogen vinden.

Proloog van het juridisch proces: de verdediging aan het woord

(585 woorden)

De eerste en tweede dag van de gerechtelijke verhoren tegen de Catalaanse leiders bestaat uit het proloog. Op dit moment kunnen de advocaten en aanklagers zich uiten over de gang van het proces in het algemeen, de aangevoerde bewijsstukken en geaccepteerde en geweigerde getuigen.

Op de eerste dag was het de beurt van de verdediging om te spreken. Zij gingen direct in de aanval over tegen het gerechtelijk vooronderzoek, de talrijke procedurefouten, de schendingen van de burgerrechten en politieke rechten van de Catalaanse leiders, de twijfel van objectiviteit van de rechtbank, de korte termijn om alle documenten te kunnen bestuderen of dat de verdediging sommige stukken zelfs niet ontvangen heeft en de haast die het Hooggerechtshof wil maken om klaar te zijn met de verhoren voordat de Europese verkiezingen plaats zullen vinden. Hieronder volgen enkele uitspraken.

Andreu van den Eynde, advocaat van Junqueras en Romeva:
Over het onafhankelijkheidsstreven: ‘Er is geen enkele internationale wet, en geen Europese, die de substantiële afscheiding van een eenheid verbiedt. Zelfbeschikking is synoniem voor vrede en niet voor oorlog.’

Over de gevangenneming van de Catalaanse leiders: ‘De beschuldigden is hun het recht ontnomen van veronderstelde onschuld en door hun uitzetting als volksvertegenwoordigers uit het Parlement of het tegenhouden om als president worden geïnstalleerd, ondanks dat zij gekozen zijn, worden zij geassocieerd met terroristen.’

Over fundamentele rechten: ‘Junqueras (vicepresident Catalaanse regering) heeft men uit de politieke arena verwijdert. Deze zaak valt politieke dissidentie aan en gaat tegen het recht van protest in. Alle rechten van de Spaanse grondwet zijn hem beperkt in dit proces. Tot en met het recht van uitoefening van cultuur, want mijn cliënt Junqueras kon in de gevangenis niet naar de kerkdienst gaan.’

Jordi Pina, advocaat van Sánchez, Rull en Turull
Over koning Felip VI: ‘Ik denk dat de rechtbank een fout begaat door de koning te verbieden om te getuigen. Een ding is verbieden, iets anders is dat hij er niet toe verplicht is. Indien de aanklacht is gebaseerd op de rede van 3 Oktober, is het logisch om de koning als getuige te ondervragen.

Kritiek tegen de rechters: ‘Mijn vraag aan u is dat u zult handelen als rechters, en niet als nationale helden. Ik heb de indruk dat wat men hier tracht te doen is zich als rechters van dit tribunaal voor te doen maar in werkelijkheid beschermers zijn van de Spaanse eenheid. Wat ik u vraag is om als rechters te oordelen, niet als redders van de patria. Want daar gaat dit gerechtelijk proces niet over.’

Over de haast van het tribunaal om de hoorzittingen voor de verkiezingen te beëindigen: ‘We zouden ons geen zorgen moeten maken of er op 26 Mei Europese-en gemeenteraadsverkiezingen zijn of de finale van de Champions League.’

Benet Salelles, advocaat van Cuixart
Over het recht op protest:’ De aanklager schrijft vijftig pagina ‘s die alleen maar gaan over de beschuldiging vanwege vreedzame protestdemonstraties. Het past niet in een democratische staat van de eenentwintigste eeuw om dit als misdadig gedrag te beschouwen.’

Over het referendum: ‘Deze rechtzaak kan uitlopen op een proces tegen de fundamentele rechten. De boodschap die het uitdraagt is dat het gevaarlijk is voor hen die de democratie uitoefenen. In een democratisch systeem kan een referendum nooit een misdaad zijn.’

Over democratie: ‘Deze gehele strafzaak gaat tegen het wezen in van een democratische staat. Het is een collectieve ondergang van de Spaanse democratie en had nooit mogen beginnen. Als men het toch uitvoert, dan beland het systeem in een universum van niet te herstellen gevaren.

Ik beschuldig (Jo acuso)

(660 woorden)

Vandaag is de rechtszaak tegen EU lidstaat Spanje begonnen. Onder toeziend oog van de internationale pers beschuldigen de Catalaanse politici en burgerleiders de regeringen van Spanje, de PP regering van Mariano Rajoy en de PSOE regering van Pedro Sánchez, dat zij van een politieke onenigheid een juridische zaak hebben gemaakt. In plaats dat zij de wens van de Catalanen om onafhankelijk van Spanje te worden oplossen door te praten, te overleggen en er over te stemmen, heeft Spanje de organisatoren van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid voor het gerecht gesleept.

De Audiencia Nacional en het Hooggerechtshof hebben de politici en de burgerleiders vervolgens onder valse voorwendselen van hun vrijheid beroofd en hen in het schavot gestopt. Het Openbaar Ministerie van Spanje heeft toen, samen met de onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof, de Audiencia Nacional en andere rechtbanken een politieke proza tegen de politici en burgerleiders opgesteld wegens rebellie en aanzet tot tumulteuze opstand. Het Spaanse OM baseert haar aanklacht op geen enkel feit, want die zijn er gewoonweg niet.

Het gerechtelijk vooronderzoek zit dusdanig vol met juridische ongeregeldheden dat zij bij de Europese aanvragen voor uitlevering van de Catalaanse politici de justitie elders in Europa tot wanhoop bracht. Maar het resulteerde niet tot uitlevering. De Duitse justitie van Sleeswijk-Holstein weigerde de leider van de zogenaamde ‘tumulteuze opstand’, de Catalaanse president Carles Puigdemont, aan Spanje uit te leveren.

Het Hooggerechtshof laat de Catalaanse gevangenen, die zich bij herhaling vrijwillig bij de rechtbank hebben gemeld toen ze voor verhoor werden opgeroepen, tijdens het proces niet vrij. Want ‘het gevaar voor vluchten voor de Spaanse justitie zou extreem hoog zijn’. Hierdoor kunnen de Catalanen zich niet samen met hun advocaten voorbereiden op hun verdediging. Zij en hun advocaten krijgen bovendien pas op het allerlaatste moment toegang tot de benodigde documenten over het proces, of soms zelfs helemaal niet. Maar het Hooggerechtshof weigert ieder uitstel van het proces.

De rechtbank laat geen internationale waarnemers toe want, zo argumenteert zij, ‘dat is alleen de gewoonte in dictatoriale regimes, maar niet in een democratische rechtsstaat zoals Spanje. Bovendien is de rechtszaal te klein om ook nog tien internationale waarnemers toe te laten’.

De Catalaanse vicepresident, de ministers, de voorzitster van het Parlement en de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural  klagen het Spaanse Hooggerechtshof en het Audiencia Nacional daarom aan dat zij onrechtmatig van hun vrijheid worden berooft, dat hun burgerrechten en politieke rechten, en die van het Catalaanse volk dat hen gekozen heeft, worden geschonden en dat zij geen eerlijk proces krijgen. Zij klagen de Spaanse justitie aan dat haar normen niet overeenkomen met die van justitie elders in Europa. Waar de Belgische, Zwitserse, Schotse en Duitse justitie verdachten beoordelen op voldongen feiten, verdenkt en veroordeelt de Spaanse justitie haar burgers op basis van hun politieke overtuiging.

Zij klagen het Constitutioneel Hof aan omdat deze een oordeel over hun beroepszaken tegen hun onvoorwaardelijke gevangenneming onrechtmatig lang uitstelde. Alleen hongerstakingen van de Catalaanse gevangenen brachten dit Hof er toe dat zij pas na een jaar, in plaats van de wettelijk maximale termijn van een maand, haar oordeel gaf over hun onmiddelijke vrijating.  Dit oordeel luidde: ‘geweigerd’.

De Catalaanse leiders klagen de Spaanse justitie en de politie aan dat deze hen vernedert en mishandelt, tegen de grenzen van marteling aan.

De Catalaanse politieke gevangenen klagen Spaanse staat aan omdat de gerechtelijke macht zich direct bemoeit met de samenstelling van het democratisch gekozen Catalaanse Parlement. De onderzoeksrechter van het Hooggerechtshof  legt het Catalaanse Parlement op wie er wel en wie er niet mag stemmen en wie wel of niet als president van de regering mag worden aangesteld.

In de komende weken en maanden zullen de Catalaanse leiders, welke ironisch genoeg zelf in de beklaagdenbank zitten, aantonen dat Spanje een despotische, autoritaire en ondemocratische staat is die het onwaardig is om bij de westelijke democratische gemeenschap gerekend te worden.

‘Ik beschuldig’ (J’acuse) is een geschrift uit 1898 van schrijver Emile Zola tegen de politieke aanklacht van de Franse staat versus kapitein Dreyfus. Het lijkt er op dat we na 120 jaren niet erg zijn opgeschoten.