Getuigen met een dubieus verleden

(1807 woorden)

Dit en dit verslag van Josep Casulleras Nualart over het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders vormen de basis van dit artikel.

In het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders heeft men deze week de laatste politieagenten als getuigen gehoord. Het is interessant om hier (nogmaals) het profiel van de personages te beschrijven die aan het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional staan.

Diego Pérez de los Cobos
Het landelijk hoofd van de Policia Nacional en van de Guardia Civil is kolonel Diego Pérez de los Cobos. Zijn verklaring werd verspreid over twee opeenvolgende dagen. De eerste dag vergat Marchena hem te vragen of hij ooit in aanraking met justitie was geweest. De volgende ochtend vroeg hij dit wel en de los Cobos antwoordde dat hij vervolgt is geweest maar werd vrijgesproken. Maar Marchena vroeg hem niet waarvoor hij vervolgt werd, in tegenstelling tot bij de andere getuigen. In feite werd de los Cobos gerechtelijk vervolgd omdat hij, samen met vijf andere Guardia Civil agenten, het Baskische ETA lid Kepa Urra in 1992 had mishandeld. In de nacht van 29 Januari 1992 werd deze thuis gearresteerd, ontvoerd naar een onbekend open veld en geheel ontkleed. Daar werd hij toen met een niet geïdentificeerd voorwerp geslagen en over de grond gesleept. Daarna werd hij naar het ziekenhuis gebracht met blauwe plekken, inwendige bloedingen, gescheurde spiervezels, verlamming en geheugenverlies. Drie agenten van de Guardia Civil werden veroordeeld. De los Cobos en twee anderen werden uit hun functie ontheven. Kort daarna werden de straffen van de veroordeelde agenten door het Hooggerechtshof verlaagd en weer later kregen zij amnestie van president Aznar.

Ook ging de Los Cobos tijdens de staatsgreep in 1981 van Guardia Civil luitenant Tejero gekleed in de blauwe blouse van de Falange (de regerende partij tijdens het Franco regiem en voorganger van de Partido Popular) naar diens kazerne om hem steun te betuigen.

Sebastián Trapote
Het ex-hoofd in Catalonië van de Policia Nacional, Sebastián Trapote, getuigde ook deze dagen in de rechtbank. Marchena vroeg hem of er ooit een aanklacht tegen hem was ingediend. Trapote antwoordde ontkennend. Desalniettemin is zijn reputatie twijfelachtig. In Juni 1974 arresteerde Trapote José Luís Herrero Ruiz in Badalona na een achtervolging. Nadat deze was geboeid werd hij in de rug neergeschoten waarna hij overleed. De agenten verklaarden dat hij een mes uit zijn zak haalde en hen wilde steken. Uit de autopsie bleek echter dat de kogel op borsthoogte recht van achteren binnen kwam, het hart doorboorde en aan de borst weer uittrad. Zou Herrero Ruiz zich hebben omgedraaid om te steken, dan zou de kogel onder een hoek door het lichaam zijn gegaan. Door de algemene amnestiewet kwam het niet tot een veroordeling. De vrouw van Herrero Ruiz en zijn zeven kinderen kregen in 1983 een schadevergoeding. Maar Trapote heeft nooit verantwoording voor zijn moord af hoeven te leggen en geniet nu van zijn pensioen.

César López Hernández
De tweede man van de Guardia Civil in Catalonië noemde in de rechtszaal alleen zijn identificatie nummer N29100C, maar niet zijn naam. Deze zei wel dat hij vervolgd is geweest wegens marteling, maar werd vrijgesproken. Het gaat om de mishandelingen van Igor Portu en van Mattin Sarasola in 2008. Zij waren veroordeeld wegens de terroristische aanslag in Madrid in 2004. Twee rechters die López Hernández vrijspraken waren Juan Ramón Berdugo en Andrés Martínez Arrieta. Dezelfde rechters zitten nu ook in dit tribunaal tegen de Catalaanse leiders. Na zijn arrestatie werd Portu in een ziekenhuis opgenomen met blauwe plekken over het gehele lichaam, een open bloedende wond, een gebroken rib en een geperforeerde long. Sarasola lag vijf dagen buiten kennis in het ziekenhuis. Hernández was de verantwoordelijke commandant voor het vervoer van de gevangenen. Alle betrokken agenten werden uiteindelijk door het Hooggerechtshof vrijgesproken, inclusief Hernández zelf. Dat zei hij dan ook aan het begin van zijn getuigenis zonder dat hij er om loog. Maar hij zei er niet bij dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) op haar beurt de Spaanse staat in 2018 heeft veroordeeld wegens onmenselijke en degraderende behandeling van de gevangenen. Het EHRM veroordeelde het Spaanse Hooggerechtshof omdat zij de mishandelingen (drie leden van het EHRM spreken direct over martelingen) onvoldoende had onderzocht.

José Antonio Nieto
Veel gevallen van martelingen komen niet aan het licht of blijven ongestraft omdat de Spaanse staat deze afdekt. Dat is juist waar het EHRM op wijst in haar oordeel over de zaak van Portu en Sarasola. De keten van bescherming wordt gevormd door rechters die veroordelingen terug draaien en door politici die aangiftes van martelingen relativeren. Één van hen is de staatssecretaris van BiZa, José Antonio Nieto. Deze beschermde, onder andere, Sánchez Corbí welke was veroordeeld voor marteling in dezelfde zaak van de los Cobos. Toen de parlementariër van de Baskische partij EH Bildu, Jon Inarritu, in de Senaat aan Nieto vroeg of hij deze crimineel kent (daarbij een foto van Corbí tonende), antwoordde Nieto dat Corbí een onberispelijke staat van dienst heeft als kolonel bij de Centrale Operationele Dienst van het ministerie en vroeg Inarritu om zijn woorden van misdadiger in te trekken. Nieto hield Corbí aan. Pas toen de regering van Pedro Sánchez aantrad, werd Corbí ontslagen. De Baskische volksvertegenwoordiger Inarritu noemde ook de naam van de José María de las Cuevas Carretero. Deze was voor dezelfde zaak veroordeeld wegens marteling en is momenteel aangesteld als de vertegenwoordiger van Spanje in het internationale comité ter voorkoming van martelingen (Committee for the Prevention of Torture).

Ángel Gozalo
Op het moment van het referendum in Catalonië was Ángel Gozalo het hoofd van de Guardia Civil. Hij heeft geen strafblad. In 2013 werd hij gedecoreerd met een diploma van de broederschap van strijders van de blauwe divisie. Deze divisie streed aan de kant van nazi Duitsland aan het oostfront tegen de Russen. Op de foto ‘s is Gozalo hier samen te zien met de trotse strijders in het uniform van het leger van Franco.

Daniel Baena
Het huidige hoofd van de Guardia Civil gaf aan het begin van zijn getuigenis toe dat hij veroordeeld is geweest wegens het ‘schenden van de morele integriteit’ in een persoonlijk conflict. Wat meer bekend van hem is dat hij er de Twitter account Tácito op na houdt waarin hij politici en anderen die voor de Catalaanse onafhankelijkheid zijn, aanvalt en beledigd. Baena ontkende stellig dat deze account van hem is, maar in een eerder radiointerview gaf hij dit toe. De politiefunctionaris Baena liegt dus tegenover het Hooggerechtshof terwijl hij onder ede staat .

De ondervragingen
Daar de leden van de Guardia Civil en Policia Nacional doorgaans door de aanklagers werden opgeroepen, mogen deze als eerste de vragen stellen. Deze vragen bestonden doorgaans uit: ‘Wat heeft u gezien?’ ‘Was u bang?’ ‘Werd u uitgescholden of bedreigd?’ ‘Werd er met voorwerpen gegooid?’ De antwoorden waren doorgaans zeer uitgebreid en, zeer opvallend, vaak met dezelfde woorden en uitdrukkingen. Dit duidt er op dat de antwoorden in samenwerking met de aanklagers vooraf waren ingestudeerd. De getuigen spraken vaak over een muur van mensenmassa ‘s waarin kleine kinderen en ouderen van dagen vooraan stonden om te dienen als menselijk schild. Soms had een politieagent zich ook zeer gedaan. Een agent kreeg bijvoorbeeld erge pijn in zijn voet, wat bij verder doorvragen door de advocaten een gevolg bleek te zijn van een trap die hij tegen een demonstrant gegeven had. Veel agenten zeiden dat zij doodsbenauwd waren van de schreeuwende, tumultueuze mensenmassa ‘s die ieder moment gewelddadig kon worden. Deze angst leek echter verre van afwezig toen zij de kiezers op het referendum van 1 Oktober met knuppels, laarzen en geweren met rubberen kogels te lijf gingen terwijl zij zelf beschermende kleding en helmen droegen. Ook werden zij bekogeld door een regen van projectielen, wat bij verder doorvragen door de advocaten neerkwam op vijf plastic flesjes van 0,3 liter water. Hun verhalen zijn zonder uitzondering overdreven van aard en zeer vaak verdraaien zij deze of vertellen slechts een gedeelte van wat er is gebeurd. De advocaten daarentegen worden in hun ondervragingen zeer beperkt door de rechter. Om te beginnen mogen de honderden video ‘s niet in de rechtszaal worden getoond om de getuige te ondervragen over wat zij beweren en wat de video ‘s laten zien. ‘De video ‘s worden door het gerechtshof later na de verhoren bestudeerd. Deze nu tonen is enkel tijdverlies’, is doorgaans het argument van de de voorzitter van de rechtbank, Marchena. De advocaten worden constant door Marchena onderbroken wanneer zij dieper op de gebeurtenissen van 20 September en 1 Oktober 2017 willen ingaan. Marchena: ‘Vraagt u de getuige wat hij heeft gezien’. Advocaat: ‘Heeft u gezien dat uw collega ‘s boven op de mensen gingen staan en misschien daarom begonnen te schreeuwen?’ Marchena: ‘Nee, dit is niet de weg die men gaan moet. Deze vraag is juridisch irrelevant. De getuige zit niet in de beklaagdenbank, dus de rechtbank is daar niet in geïnteresseerd. Stelt u een andere vraag’. Hetzelfde geldt voor de politierapporten die in het gerechtelijk vooronderzoek zijn opgenomen. Wanneer een advocaat een verklaring van een politiegetuige hoort die tegenstrijdig lijkt met wat hij in zijn rapport geschreven heeft, mag hij van de rechtbank daar niet verder over doorvragen. De advocaten staan met hun rug tegen de muur en kunnen hun cliënten, de Catalaanse leiders die voor gewelddadige oproer terecht staan en daar 25 jaar gevangenisstraf voor kunnen krijgen, amper verdedigen. Ook het team van internationale waarnemers rapporteert naar de UN commissie van de mensenrechten in Geneve dat de verdediging geen eerlijke kans krijgt om de onschuld van de Catalaanse leiders aan te tonen.

Duidelijke partijdigheid
Bij een van de ondervragingen vraagt advocate Marina Roig of de collega van de getuige niet direct op de mensen sprong in plaats van dat de mensen hem tegen hielden, zoals de getuige beweert. De advocate vergelijkt de videobeelden op haar laptop om te zien wat er daadwerkelijk gebeurde op 1 Oktober bij het betreffende stemlokaal. Marchena onderbreekt haar nadat de openbaar aanklager protest aantekent dat niet de getuige hier terecht staat. Marchena verbied Roig de videobeelden te gebruiken omdat deze niet op echtheid zijn getest, ondanks dat deze afkomstig zijn van politie camera ‘s en door het hof zijn geaccepteerd als bewijsmateriaal. In tegenstelling tot de beweringen van de getuige welke wel op echtheid zijn getest, want deze ‘feiten’ worden door een politieagent verteld die onder ede staat.

Het Hooggerechtshof, het hof waar geen hoger beroep meer mogelijk is en dat daarom moet bestaan uit de allerbeste rechters van het land met een onberispelijke staat van dienst, heeft tot nogtoe nooit zó duidelijk haar partijdigheid en samenwerking met de openbaar aanklager getoond. Daarnaast geeft zij de voorkeur aan de getuigenissen van politieagenten, topambtenaren met een vaak zeer dubieus verleden, boven de onomstotelijk vaststaande videobeelden van het politiegeweld dat de gehele wereld heeft kunnen zien. Dit criterium van het Hooggerechtshof zal, indien zij hierbij blijft, desastreuze gevolgen hebben voor de Catalaanse leiders die hier terecht staan.

Please follow and like us:
error

De aanklacht tegen de Catalaanse leiders

(1931 woorden)

Het is najaar en er valt van alles
Herfst, wintertijd, regen en blaadjes die van de bomen vallen. Vandaag 2 November, de dag dat Spanje een jaar geleden haar laatste gram gevoel voor rechtvaardigheid verloor toen zij Quim Forn en Oriol Junqueras zonder pardon de cel in gooiden. Twee mensen die zich hadden ingezet om op vreedzame manier te doen wat een volk aan hen had gevraagd. Vandaag zitten zij daar een jaar. Driehondervijfenzestig dagen opgesloten in een kerker zonder dat zij iets verkeerds hebben gedaan en nog steeds zonder dat zij voor wat dan ook veroordeeld zijn. Vandaag worden zij officieel aangeklaagd voor rebellie, iets waar de Belgische, Duitse, Zwitserse en Schotse justitie geen brood van lustten en weigerden om hun leider en de andere politci voor dit misdrijf uit te leveren. Omdat in Spanje de scheiding van de machten zo ‘n gewaardeerd goed is, kondigde minister van justitie tevoren aan wanneer de openbaar aanklager haar definitieve aanklacht bekend zou maken. Vandaag, op de trieste verjaardag dat zij gevangen werden gezet, maakt het OM de aanklacht tegen hen en de andere gevangen politieke leiders bekend. Het OM hoefde dit niet te doen. Zij had de tijd tot aanstaande Maandag. Bovendien hebben veel mensen enkele dagen vrijaf in verband met Allerheiligen. Maar de openbaar hoofdaanklager werkt graag door als het om de zaak tegen de Catalanen gaat. Het kwam haar zo zelfs nog beter uit zodat er minder ophef over zou komen en om de overwinning op de Catalaanse politici kracht bij te zetten, uit sarcasme en uit wraak. En zo zijn ook de aanklachten. De volledige lijst van aangeklaagden is hier te vinden. Hieronder bevinden zich de voornaamste leiders.

– De openbaar aanklager klaagt Parlementsvoorzitter Carme Forcadell aan voor rebellie en eist 17 jaar gevangenisstraf en mag 17 jaar geen openbare functie bekleden. Ze ziet haar als sleutelfiguur in de organisatie voor het houden van het referendum. De leden van het bestuur van het Parlement worden beschuldigd van wettelijke ongehoorzaamheid. Tegen hen wordt een boete geëist en zij mogen gedurende 1 jaar en 8 maanden geen publieke functie uitoefenen. Dat geld ook voor het parlementslid Mireia Boya van de La CUP partij.

– Tegen de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart, wordt ook 17 jaar gevangenisstraf geëist. Zij worden aangeklaagd voor rebellie en worden beschouwd als de aanstichters van de protestbijeenkomst voor het ministerie van Economische zaken op 20 September 2017 waarbij de Guardia Civil verhinderd werd om huiszoeking te doen.

– Majoor Trapero, het hoofd van de Catalaanse politie Mossos d’Esquadra, en de top van het politiecorps worden aangeklaagd voor rebellie en de openbaar aanklager eist 11 jaar gevangenisstraf. De aanklacht is dus zwaarder dan waar de rechter van het Audiencia Nacional, Lamela, hem wilde beschuldigen. Dit is nooit eerder vertoond. Spanje vergeeft nooit zijn voorbeeldige en efficiënte actie bij het opsporen en uitschakelen van de terroristische bende na de aanslagen van vorig jaar zomer. Catalonië liet toen zien dat zij perfect als onafhankelijke staat kan functioneren, ook als het gaat om veiligheid en nationale rampen.

– Tegen vicepresident Oriol Junqueras wordt 25 jaar gevangenisstraf geëist wegens rebellie. Voor de ministers vraagt het OM 16 jaar. Zij mogen nooit meer een openbare functie bekleden.

De Catalaanse leiders worden beschuldigd van rebellie terwijl het OM vind dat zij geen militair gewapend geweld hebben gebruikt, wat de wet voorschrijft om daarvoor te worden aangeklaagd. Ze worden dus aangeklaagd voor een misdaad die volgens de Spaanse wetgeving niet eens bestaat, maar kunnen er wel 11 tot 25 jaar gevangenisstraf voor krijgen. In totaal gaat het om 20 personen die worden aangeklaagd waarbij meer dan 200 jaar gevangenisstraf wordt geëist. De aanklacht bevat beschuldigingen zonder dat bewijsmateriaal wordt aangevoerd. Zo wordt beweerd dat de politici overheidsgeld zouden hebben misbruikt voor het referendum. Maar de onderzoeksrechter Llarena heeft na een jaar spitten niets kunnen vinden. Zelfs de Spaanse regering van Rajoy ontkent geldmisbruik, want de Catalaanse overheid stond onder streng financieel toezicht. De beschuldigingen en de eisen van de openbaar hoofdaanklager zijn dus ongefundeerd.

De aanklacht van de staatsadvocaat werd gisteren, 1 November, bekend gemaakt. Hij beschuldigd de Catalaanse leiders van opruiing en van misbruik van overheidsgeld. Weliswaar is de aanklacht van opruiing lichter dan rebellie, maar er staat nog steeds maximaal vijftien jaar gevangenisstraf voor en de aanklacht is zwaarder dan zij in eerste instantie had aangegeven. De staatsadvocaat staat meer onder directe invloed van de Spaanse regering dan de openbaar hoofdaanklager. Waarschijnlijk zijn lichtere aanklachten ten opzichte van de openbaar aanklager een gevolg van de invloed van de Spaanse president Pedro Sánchez om de Catalanen ‘tegemoet te komen’. Daarover hieronder meer.

Beide aanklachten hebben allesbehalve te maken met justitie, maar alles met wraak, met `A por ellos’ (`Tegen hen’), de strijdkreet die men in de burgeroorlog gebruikte en de politie toen zij het referendum neerknuppelden. Het gevoel van onwaardigheid om valselijk aangeklaagd te worden voor deze zware misdrijven is onbeschrijfelijk. In eerste plaats natuurlijk voor de betrokken gevangenen en hun families. Maar ook voor de Catalanen die op hen gestemd hebben en op de dag van het referendum de stembussen met eigen lijf hebben verdedigd. Dit is niet alleen een aanklacht tegen een klein groepje politici, die voor het gemak door de Spaanse justitie een `criminele organisatie’ wordt genoemd. Dit is een aanklacht tegen het gehele Catalaanse volk dat deze mensen gekozen heeft. En zo wordt dat ook gevoeld.

Een verkeken kans
De Catalaanse politieke partijen hadden de PSOE socialist Pedro Sánchez een kans gegeven. Zij hadden zijn motie van wantrouwen tegen de PP president Rajoy gesteund. In ruil daarvoor vroegen zij hem dat hij een verzoeningsgebaar zou maken naar de politieke gevangenen en het politieke conflict zou helpen op te lossen door met onderhandelingen te beginnen. Het heeft niet geholpen. Sánchez maakte geen gebaar en stelde zich niet open voor bilaterale onderhandelingen met Catalonië. In woorden lijkt de PSOE minister verschillend op zijn voorganger. Na zijn aanstelling als president was hij duidelijk redelijker in zijn taalgebruik, meer tegemoetkomend en meer open voor overleg. Maar in zijn daden is hij niet van Rajoy te onderscheiden. Hij weigerde ieder overleg over een nieuw referendum voor de zelfbeschikking van de Catalanen. Hij kon aan de Openbaar hoofdaanklager, welke onder direct toezicht van het ministerie van justitie staat, vragen om de aanklacht van oproer tegen de politieke gevangenen, waarvan iedereen weet dat die totaal nergens op slaat, in te trekken. Maar hij heeft dat niet gedaan. De aanklacht van de staatsadvocaat voor opruiing is blijkbaar het maximale bod wat Pedro Sánchez wilde doen. Hij bereikte zelfs het morele dieptepunt om zijn coalitiepartner naar de gevangenis te sturen en te onderhandelen met de gevangen politici over de jaarbegroting. Vragen aan de politici die hij zelf gevangen houdt voor een gunst in ruil voor niks. Sánchez heeft iedere mogelijkheid van overleg getorpedeerd. De Catalaanse partijen zullen nu voet bij stuk houden. Hij mag elders steun voor zijn begroting zoeken. Lukt dat niet, dan zal dit met grote waarschijnlijkheid, maar niet noodzakelijk, tot vervroegde verkiezingen leiden. We wensen buurland Spanje veel succes met haar politieke chaos. Want mentaal voelt men zich hier in Catalonië allang niet meer bij dit land horen dat de titel democratische rechtsstaat onwaardig is.

De gang van het gerechtelijk proces
De advocaten hebben vanaf volgende week Maandag veertien dagen de tijd om aan-en opmerkingen over de aanklacht te maken. Daarna maakt het Hooggerechtshof bekend dat de hoorzittingen kunnen beginnen *. Met alle waarschijnlijkheid zal dat ergens in Januari zijn. Men verwacht dat deze hoorzittingen twee à drie maanden zullen duren. Aangezien men het proces zo kort mogelijk wil houden, zullen de zittingen zowel ‘s-morgens als ‘s-middags gedurende de volle werkweek plaats vinden. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is waar alleen ‘s-morgens gedurende vier dagen per week de hoorzittingen plaats vinden. De middagen en de Vrijdag worden gewoonlijk door de advocaten gebruikt om met hun cliënten te overleggen over de te volgen strategie. Deze mogelijkheid is in de zaak tegen de politieke gevangenen uitgesloten. De uitspraak zal rond Mei vallen. Het Hooggerechtshof heeft reeds te kennen gegeven dat de uitspraak in ieder geval na de Spaanse gemeenteraadsverkiezingen zal vallen om deze niet te beïnvloeden. Maar het is geen politiek proces, dat niet.

De condities van de gevangenen
De vooruitzichten voor de politici en de burgerleiders gedurende de hoorzittingen zien er weinig rooskleurig uit. Zij zullen eerst worden verplaatst van de gevangenissen in Catalonië naar de gevangenissen nabij Madrid. Dit is een reis van ruim 500 kilometer in een geblindeerd busje. Waarschijnlijk zal een tussenstop in een gevangenis halverwege worden gemaakt, daar zo ‘n reis zeer uitputtend voor de gevangenen is. Zij zitten geboeid met de handen voor zich (hoewel Junqueras ook met de handen op de rug en zonder veiligheidsriemen om werd vervoerd), en hebben geen uitzicht naar buiten over de veelal kronkelige wegen en bochten. Eenmaal in de gevangenis bij Madrid, zullen zij gedurende de hoorzittingen ‘s-morgens vroeg rond vijf uur gewekt worden om op tijd in de rechtbank te kunnen zijn en worden vervolgens in eenzelfde busje naar de rechtbank vervoerd. Deze rit duurt ruim een uur. Aangezien het gerechtshof geen eigen cellen heeft, zullen zij er in de buurt gescheiden van elkaar ieder in een kleine cel, waar alleen een toilet aanwezig is, moeten wachten totdat zij met eenzelfde busje worden opgehaald om voorgeleid te worden. Zij zullen dus in de meest slechte condities voor de rechter verschijnen: vermoeid door het slaaptekort, gedesoriënteerd, nog wagenziek van de autorit en zonder dat zij hebben kunnen praten met hun advocaten. Alles wat zij op dat moment zullen zeggen zal bepalend zijn voor de komende dertig jaar van hen zelf en hun families. Één van de gevangen politici vergeleek dit met een mondeling examen dat alles bepalen zal voor zijn toekomst. Tussen de middag zullen zij in hun cel een sandwich te eten krijgen krijgen, terwijl hun advocaten ergens in de stad vlakbij het gerechtsgebouw hun maaltijd in alle haast moeten genieten om op tijd weer bij de middagsessies te kunnen zijn. Na de rechtszittingen zullen de gevangen politici en burgerleiders naar de gevangenissen nabij Madrid worden teruggebracht en zullen daar rond tien uur ‘s-avonds arriveren, ruim nadat het avondeten in de gevangenis is opgediend. Dit zal zo twee maanden lang duren, dag in dag uit met enkel de weekenden als moment van rust, voor overleg met de advocaten en voor familiebezoek. Zo ziet de nabije toekomst van de politieke gevangenen er uit omdat Sánchez geen enkele wil heeft getoond om de Catalaanse politici tegemoet te komen. Hij kon de openbaar hoofdaanklager vragen om hun voorlopige hechtenis op te heffen. In dat geval zouden de condities waarin zij voor de rechter moeten verschijnen totaal anders zijn geweest.

Tot slot
Deze zaak zal voor de toekomstige generaties juristen tot leerstof dienen hoe een rechtszaak juist niet moet worden uitgevoerd. Gezien het gerechtelijk vooronderzoek en de aanklacht, vol met verdraaiingen van de realiteit, regelrechte onwaarheden en veronderstellingen in plaats van voldongen feiten, samen met een gerechtelijke procedure vol met fouten en ongeregeldheden die de Belgische aanklager zelfs weigerde in behandeling te nemen, heeft deze zaak weinig of niets meer met een rechtszaak van doen, maar alles met de Spaanse inquisitie. Het maakt niet uit welke tegenbewijzen de advocaten zullen aanvoeren of wat de aangeklaagde politici en burgerleiders zullen zeggen. Hoewel het vonnis nog niet is opgeschreven, het is reeds geveld.

* Hoogleraar en grondwetdeskundige Javier Pérez Royo en een honderdtal andere juristen vragen zich af of de rechtszaak sowieso wel kan plaats vinden zonder dat de hoofdverantwoordelijke, president Carles Puigdemont, aanwezig is. Deze werd door de Duitse justitie niet aan Spanje uitgeleverd omdat hij geen geweld gebruikt had. Indien de leider werd vrijgesproken van oproer of opruiing, is het onmogelijk dat zijn ministers, die hiërarchisch onder de president staan, wel hiervoor worden berecht. Het Hooggerechtshof heeft hiervoor reeds een oplossing gevonden: vicepresident Junqueras zou zich hiërarchisch op hetzelfde niveau in de criminele organizatie bevinden als president Puigdemont. Een zoveelste verdraaiing van de realiteit die gewoonweg onhoudbaar is.

Please follow and like us:
error

Een jaar geleden: De staatsgreep van 20 September

1. Inleiding

Op 1 Oktober is het een jaar geleden dat de Catalanen stemden over een onafhankelijke Republiek Catalonië. De Spaanse regering had het referendum niet toegestaan en het Catalaans Hooggerechtshof had de politie opdracht gegeven om het stemmen tegen te houden. De gehele wereld heeft toen de TV beelden kunnen zien van het gewelddadig politieoptreden tegen de mensen die in de rij stonden om hun stem uit te brengen.

In een vorig artikel schreef ik reeds dat het politieke conflict tussen Catalonië en Spanje begon op zes en zeven September: de dagen dat de referendumwet en de voorlopige grondwet (de juridische overgangswet) voor de Republiek in het Catalaanse Parlement behandeling werd genomen.

 

2. Huiszoekingen bij Catalaanse ministeries

De Guardia Civil en Policia Nacional hadden reeds huiszoekingen en invallen (dat zijn huiszoekingen zonder gerechtelijke toestemming) gedaan bij Catalaanse overheidsinstanties en privé bedrijven (waaronder drukkerijen en postbedrijven) op zoek naar informatie over het te houden referendum, stembriefjes, stembussen, propaganda materiaal en geadresseerde post van de Generalitat aan de stemgerechtigden. De spanning steeg pas echt goed toen de Guardia Civil huiszoekingen begon bij de ministeries van de Generalitat. In princiepe heeft alleen de Mossos d’Esquadra (de Catalaanse politie) toegang tot de Catalaanse overheidsgebouwen. Dit gebeurde in de vroege ochtend van 20 September 2017. Dezelfde dag werden ook alle bankrekeningen van de Catalaanse overheden door de Spaanse centrale overheid in beslag genomen. Zodoende kon er geen enkele Euro zonder de explicite toestemming van het Spaanse ministerie van financien worden uitgegeven, tot en met de ambulances die door de betaalpoortjes van de tolwegen moesten rijden. De facto was dit de opheffing van de Catalaanse autonomie. Deze dag wordt door veel Catalanen daarom als een staatsgreep beschouwd. Of tenminste het begin er van. Zij zou uitmonden in de gevangenneming en ballingschap van de Catalaanse politici, het ontslag van de regering van Puigdemont, de ontbinding van het Catalaanse Parlement en de opheffing van de autonomie onder het mom van grondwetsartikel 155. Dit alles geheel tegen de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut in.

In de loop van de ochtend ontstonden spontane protesten voor de deuren van de Catalaanse ministeries die door de Guardia Civil werden doorzocht. De protestmanifestaties concentreerden zich uiteindelijk voor het ministerie van Economische Zaken, waar vicepresident Oriol Junqueres de dienst uitmaakte. Deze was op het moment van de inval niet aanwezig. Wel werden enkele hoge ambtenaren van dit departement en vertrouwelingen van hem gearressteerd. De protestmanifestatie zorgde er voor dat de Guardia Civil die binnen in het gebouw aanwezig waren, niet meer naar buiten konden. De dicht opeengepakte mensenmenigte verhinderde dit. De Guardia Civil had twee patrouille busjes voor de deuren van het ministerie geparkeerd. Iets wat zeer ongebruikelijk is bij een huiszoeking. Normaal wordt gebruik gemaakt van burgerauto’s of worden de politieauto’s uit het directe zicht geparkeerd om discreet te kunnen werken. Nog vreemder was het dat in de busjes geweren waren achtergelaten. Het onbeheerd achterlaten van vuurwapens is zelfs strafbaar. Toen dit werd ontdekt, hadden de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie), samen met vrijwilligers van het Assemblea Nacional Catalana (ANC), de gehele dag hun handen er vol aan om te voorkomen dat de wapens niet in verkeerde handen zouden vallen, terwijl journalisten en manifestanten op het dak van de busjes klommen.

Gedurende de gehele dag probeerden de leiders van de burgerbewegingen het ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart, met de Guardia Civil te onderhandelen. Aan het einde van de dag klommen ook zij, in overleg met de Mosssos d’Esquadra, op de politiebusjes om het einde van de manifestatie aan te kondigen. Door een megafoon zeiden zij dat de manifestatie was afgelopen en zij vroegen de mensen om rustig uit elkaar te gaan. Na 22 uur konden de Guardia Civil, onder begeleiding van de Mossos d’Esquadra, bij het aanbreken van 21 September het gebouw verlaten.

Sànchez en Cuixart, samen met de manifestanten, lieten zich niet in de val lokken tot enige vorm van geweld en de politiewapens in de patrouille-autos bleven ongemoeid. Met grote zekerheid kan worden gesteld dat de wapens met opzet in de politiebusjes werden achtergelaten. Indien iemand deze wapens zou hebben opgepakt, zou dit een excuus zijn geweest om met militair ingrijpen het referendum tegen te houden. Als gevolg van het vreedzame protest voor de deuren van Economische Zaken werden de beide Jordi’s op 10 November 2017 voorwaardelijk gevangen gezet op verdenking van oproer, waarbij zij gewapend geweld zouden hebben gebruikt. Zij zitten nog steeds in voorarrest in afwachting van hun proces. De werkelijke reden is dat zij de Spaanse staat hebben uitgedaagd met hun streven naar de Catalaanse onafhankelijkheid. Het publiekatiebedrijf MediaPro maakte een documentaire van deze dag en laat zien dat de burgerleiders enkel probeerden om met de Guardia Civil te onderhandelen voor hun vrije uitgeleide.

 

3. Poging tot een inval bij La CUP

Diezelfde dag probeerde de Policia Nacional een inval te doen bij de politieke groepering La CUP. Leden en sympathisanten verschaarden zich voor de deuren van het kantoor en belemmerden de politie om binnen te komen. Het werd een ware belegering die negen uur zou duren. Uiteindelijk dropen ze af toen een gerechtelijk bevel uitbleef. Een politiecorps is in het algemeen een strak georganiseerde organisatie met een duidelijke, hiërarchische structuur. Een corps handelt nooit en te nimmer op eigen initiatief, maar altijd in opdracht van een meerdere, iemand met een hogere rang binnen het corps, een rechter of de politiek verantwoordelijke van het corps, meestal de minister van Binnenlandse Zaken. De Policia Nacional is hierop geen uitzondering. De inval bij La CUP werd dus in opdracht van de politieleiding of de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Jorge Fernandez Diaz van de Partido Polular, uitgevoerd. In ieder geval handelde de politie niet in opdracht van een rechter, want zij konden geen gerechtelijk bevel tonen. Onvoorstelbaar in een democratie: een minister die, direct of indirect, zijn politie opdracht geeft om het hoofdkantoor van haar politieke tegenstander binnen te vallen!

 

4. Arrestaties

In totaal werden deze dag veertien hoge ambtenaren door de Guardia Civil gearresteerd. Één van hen werd ‘s-morgens vroeg thuis, in het bijzijn van zijn vrouw en kleine kinderen, zonder enige uitleg hardhandig en onder bedreiging van lange vuurwapens uit zijn huis gehaald. Lluís Salvadó en Josep Maria Jové, beiden nabije medewerkers van vicepresident Oriol Junqueras, vertellen dat de Guardia Civil hen op onmenselijke manier behandelden en er duidelijk op uit was om hen te vernederen. Toen zij hun beklag bij de rechter deden, werd hun gezegd dat zij op correcte wijze waren behandeld. De meeste gearresteerden werden binnen de wettelijke termijn van 78 uur weer vrijgelaten. Anderen moesten nog een tijdje langer in de kazerne van de Guardia Civil aan de Travessera de Gràcia vast blijven zitten. Vandaag de dag, een jaar na hun arrestatie, weten slechts twee van hen waarvoor zij worden aangeklaagd.

 

5. Extra politie

Dezelfde dag werden duizenden politiemanschappen (het preciese aantal werd nooit bekend gemaakt) vanuit geheel Spanje naar Catalonië overgebracht. Bij hun afscheid werden ze door het publiek toegeroepen ‘A por ellos’ (‘Tegen hen’), alsof ze ten strijde gingen tegen een vijand die de Spaanse soevereiniteit met geweld omver wilde werpen. De meesten zouden op drie cruise schepen verblijven in de havens van Barcelona en Tarragona. Met hun komst werd de spanning in Catalonië voelbaar en zichtbaar. Men begon zich serieus zorgen te maken.

 

6 De geleerde les

Vanaf die dag begon men te vermoeden waar Spanje toe in staat is om het referendum te voorkomen. Namelijk alles, van machtsmisbruik door partijdige rechters, spionagepraktijken tegen gekozen leiders tot en met het gebruik van militair geweld tegen de bevolking . Maar het is de Staat, met al haar machtsmiddelen die zij tot haar beschikking heeft, niet gelukt. Het referendum zou gewoon doorgaan. Wel brachten de Catalaanse politici enkele belangrijke veranderingen in de organisatie aan om represailles te ontwijken. Maar dat bleef tot op het laatste moment strikt geheim.

Please follow and like us:
error