Catalanen naar het Europese parlement

(650 woorden)

Dat de situatie met de politieke gevangenen in Spanje met de dag meer onacceptabel wordt, blijkt ook uit de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de Europese verkiezingen. Kan het Hooggerechtshof binnen Spanje de wetten naar wens verdraaien en zelfs de misdaad van wettelijke obstructie plegen om de gekozen Catalaanse leiders zonder omzien uit het Spaanse Congres van Afgevaardigden en uit de Senaat te verwijderen, op Europees niveau ligt dit allemaal iets moeilijker.

De Catalaanse president Carles Puigdemont en zijn minister Toni Comín, beiden in ballingschap in België, werden afgelopen Mei verkozen tot Europarlementariërs. In eerste instantie trachtte de Spaanse Centrale Kiescommissie hen te verbieden om zich verkiesbaar te stellen. Dit lukte de Kiescommissie echter niet. Puigdemont klaagde twee leden van deze commissie aan wegens belemmering van het recht, waarop de Kiescommissie hem nu bestraft met een boete wegens smaad. De commissie, die is samengesteld uit politici en rechters van het Hooggerechtshof, eist nu dat alle gekozen leden van het EU parlement trouw moeten zweren aan de Spaanse grondwet alvorens zij lid van het Europese parlement kunnen worden en vervolgens parlementaire onschendbaarheid genieten. Puigdemont moet daarvoor dus persoonlijk naar Madrid afreizen en zal bij aankomst worden gearresteerd wegens de aanklacht van rebellie die in Spanje tegen hem loopt. In Duitsland werd hij daarvoor vrijgesproken en is daarom geheel vrij mens in de rest van Europa.

Ook Oriol Junqueras stelde zich verkiesbaar voor de Europese verkiezingen. Hij zit echter sinds 4 November 2017 in voorlopige hechtenis omdat hij als vicepresident van de Generalitat op 1 Oktober van datzelfde jaar het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid heeft georganiseerd. Ook Junqueras moet volgens de Kiescommissie trouw zweren aan de Spaanse grondwet. Maar in zijn geval verbied het Hooggerechtshof hem vrij te laten om aan deze, nieuw ingestelde, ‘plicht’ te kunnen voldoen. Het Hooggerechtshof argumenteert dat het maanden tevergeefs werk zou zijn geweest als Junqueras zich buiten de jurisdictie van de Spaanse justitie zou kunnen begeven en vind daarom dat hij zijn oordeel maar moet afwachten. Wordt hij vrijgesproken, dan kan hij alsnog lid van het EU parlement worden.

De rechtbank schendt het recht van veronderstelde onschuld, want Junqueras zit in voorlopige hechtenis, is nog niet veroordeeld en geniet daarom al zijn burgerrechten. Bovendien verandert het Hooggerechtshof van criterium, want Junqueras kon zich wel naar het Spaanse Congres begeven. Daarnaast gelden binnen de EU dezelfde juridische criteria, anders zou het geen Unie meer zijn. Het argument dat Junqueras zich volgens het Hooggerechtshof buiten de Spaanse jurisdictie zou begeven gaat dus niet op, maar geeft wel aan dat Spanje zichzelf reeds buiten de Europese Unie heeft geplaatst. Volgens de Europese verdragen moet het Hooggerechtshof het EU parlement toestemming vragen om hem gevangen te mogen houden zolang hij niet is veroordeeld. Wanneer het Hof zich daar niet aan houdt, schend zij opnieuw de politieke rechten van Junqueras, net zoals zij gedaan heeft bij de opheffing van zijn status als parlementariër van het Spaanse Congres. Het heeft er dus alle schijn van dat Junqueras niet als verdachte van een misdaad gevangen wordt gehouden, maar dat hij als politieke gijzelaar dient om de afscheiding van Catalonië tegen te houden.

Puigdemont heeft reeds een aanklacht ingediend bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Junqueras zal met grote waarschijnlijkheid snel volgen*. Bij de opening van het Europese parlement op 2 Juli aanstaande moet het Europese Hof duidelijkheid geven of de politieke rechten van Puigdemont, Comín en Junqueras, samen met die van hun twee miljoen kiezers, wordt geschaad door de Spaanse Staat. Zou de Europese Unie toestaan dat één van haar lidstaten naar believe de samenstelling van het parlement kan wijzigen door politieke dissidenten uit te sluiten, dan zou dit precedent een vernietigend effect hebben op haar democratische geloofwaardigheid.

*Kort na het schrijven van dit artikel werd bekend gemaakt dat Junqueras een aanklacht bij het Europese Hof van Justitie heeft ingediend die met spoed zal moeten worden behandeld.

Please follow and like us:
error

De nieuwe burgemeester van Barcelona

(900 woorden)

Afgelopen 15 juni werden de gemeenteraadsleden van alle dorpen in Valencia, de Baleaarse eilanden en Catalonië geïnstalleerd. Deze kozen vervolgens uit de lijsttrekkers een burgemeester. In de kleine dorpen kiest men geen politieke partijen of kieslijsten, maar direct de personen die in de gemeenteraad komen. De kleine en middelgrote steden wordt weliswaar gestemd aan de hand van kieslijsten, maar de persoonlijke voorkeuren spelen er doorgaans een grote rol. In de middelgrote en grote steden spelen de politieke partijen en ook de landspolitiek een overheersende rol.

Door het politieke conflict over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië, met als gevolg de politieke gevangen, zijn er drie verschillende groeperingen te onderscheiden: de onafhankelijkheidspartijen (met name JxCat, ERC en La CUP), de unionistische partijen ( de Catalaanse socialistische partij PSC, Partido Popular, Ciutadans en Vox), en dan is er daarnaast nog de linkse partij Barcelona en Comú – Podem, de Catalaanse tak van het Spaanse Podemos. Deze partij is ontstaan als gevolg van de financiële crisis en is sterk gericht tegen de gevestigde politieke partijen, het bankwezen en het grote, beursgenoteerde bedrijfsleven (IBEX35). Deze stroming heeft zich nooit voor of tegen de Catalaanse afscheiding willen uitspreken en ziet de politieke wereld enkel verdeeld in links en rechts. Bij de gemeenteraadsverkiezingen vier jaar geleden boekten zij grote winst en in vele steden werd een burgermeester van deze partij aangesteld. In Barcelona werd Ada Colau burgemeester. Daarvoor was zij voorzitter van de burgerbeweging PAH, die er voor strijdt dat huiseigenaren niet uit hun woning worden gezet indien zij drie maanden hun hypotheek niet betalen kunnen. De Spaanse bankenwet is zeer verouderd en sterk in het voordeel van het bankwezen. Gedurende de verkiezingen afgelopen Mei behaalde de anti-bank en anti-IBEX35 burgermeester Colau evenveel zetels voor de gemeenteraad van Barcelona als ERC. Zij kreeg echter 5000 stemmen minder. Het leek er dus op dat de leider van ERC, Ernest Maragall, burgermeester zou worden. De dagen na de verkiezingen begon dit beeld echter te veranderen. Colau weigerde als grootste oppositiepartij en zelfs als coalitiegenoot van ERC mee te regeren. Er kwam een grote Staatsoperatie op gang, aangestuurd vanuit de unionistische, gevestigde en (ultra) rechtse partijen PSOE, PP en Ciutadans om mevrouw Colau in het zadel zouden helpen om maar te voorkomen dat een burgermeester van de onafhankelijkheidsbeweging in Barcelona aan de macht zou komen. De operatie heeft tot gevolg dat de altijd afstandelijke ‘Barcelona en Comú’ / Podem kleur heeft bekend als tegenstander van de onafhankelijkheidsbeweging. Veel stemmers van deze partij zijn diep teleurgesteld omdat Colau de stemmen van de extreem rechtse partij Ciutadans, onder leiding van Manuel Valls en bij uitstek de vertegenwoordiger van de IBEX35 bedrijven is, heeft geaccepteerd om burgermeester te kunnen blijven. Voor de onafhankelijkheidsbeweging is nu heel veel meer duidelijk. Na jarenlang het belangrijkste maatschappelijke debat in Catalonië ontweken te hebben, zelfs toen dit uitliep op een politiek conflict met politiegeweld, rechtsvervolging en politieke gevangenen, blijkt dat ‘Barcelona en Comú’ / Podem kiest voor de unionistische kant.

De politieke partijen voor onafhankelijkheid gingen de afgelopen verkiezingen zeer versnipperd tegemoet. Met name ERC wilde zich als zelfstandige partij presenteren om meer stemmen te kunnen winnen. Zij weigerde daarom om bij de Europese verkiezingen samen op de kieslijst van Puigdemont, JxCAT, te gaan ondanks dat deze had aangeboden om zich als tweede op de kieslijst te presenteren. Daarnaast presenteerden in totaal vijf Catalaanse politieke lijsten en partijen zich voor de gemeenteraadsverkiezingen in Barcelona. Deze versnippering is dus op niets uitgelopen en heeft veel stemmen van de onafhankelijkheidspartijen verloren doen gaan. Het is te hopen dat de Catalaanse politici uit deze gebeurtenissen nu eindelijk eens een les hebben getrokken, want met de veroordelingen van de politieke gevangenen in het zicht is het meer dan noodzakelijk dat zij eensgezind een strategie ontwikkelen.

De aanwezigheid gisteren van de lijsttrekker van JxCAT in Barcelona, Quim Forn, liet nog eens duidelijk de ernst van de situatie zien waarin Catalonië verkeert. Forn werd afgelopen Donderdag vanuit de gevangenis Soto de Reial, nabij Madrid, overgebracht naar de gevangenis Brians in Catalonië. Sinds 4 November 2017 zit hij gevangen en wordt berecht voor het organiseren van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid op 1 Oktober van dat jaar. Forn was op dat moment minister van BiZA en hoofd van de Catalaanse politie. Afgelopen Vrijdag werd hij onder strenge politiebewaking naar het stadhuis van Barcelona gebracht, waar hij de nodige papieren kon ondertekenen en trouw aan de wet moest beloven om lid te worden van de gemeenteraad. De politiebewaking in en rondom het stadhuis was van dusdanige omvang alsof hij een levensgevaarlijke terrorist is. Gisteren, Zaterdag, herhaalde zich het tafereel. Om zijn voordracht als lijsttrekker op het spreekgestoelte in de vergaderzaal van het gemeentehuis te houden, werden hem de handboeien voor een uurtje afgedaan. Direct na de plenaire vergadering werd hij weer afgevoerd naar de gevangenis. Hij kreeg niet, zoals de andere gemeenteraadsleden, de gelegenheid om zich als nieuw gemeenteraadslid van Barcelona te presenteren bij president Quim Torra. Deze presentatie vond plaats in het Paleis van de Generalitat, op 50 meter afstand aan de andere kant van het plein Sant Jaume. Maar Quim Forn werd de oversteek geweigerd. Het plein stond stampvol met Catalanen om hem te steunen. Vandaag wordt hij weer terug gebracht naar de gevangenis in Madrid in afwachting van de uitspraak van het Hooggerechtshof. De situatie met de politieke gevangenen wordt met de dag meer onacceptabel. De spanningen hierdoor waren met de instellingen van de gemeenteraden en burgermeesters in geheel Catalonië weer eens duidelijk te voelen.

Please follow and like us:
error

De laatste rechtszittingen met video ‘s

(1150 woorden)

De getuigenverklaringen in de rechtszaak tegen de Catalaanse politici en burgerleiders zijn afgelopen. In totaal waren er meer dan 400 getuigen gedurende de 45 zittingen in de afgelopen drie maanden. Onder de getuigen waren 200 van de Policia Nacional en Guardia Civil. Bij hun ondervraging door de advocaten van de verdediging verbood rechter Marchena om de video’s te tonen zodat de beweringen van de politieagenten over ‘blikken vol van haat’, ‘een muur van een gewelddadige mensenmenigte’ niet konden worden weerlegt. De laatste dagen van het gerechtelijk proces worden de video’s na elkaar getoond. Marchena gebood dat er geen enkel commentaar op de video’s mocht worden gemaakt in de rechtszaal. Hij snoert de verdediging daarmee opnieuw de mond om de politie getuigenissen te kunnen weerleggen.

Eerst was het de beurt van de aanklagers om hun video’s te tonen. In iedere rechtszaak heeft het beeldmateriaal dat door de aanklager wordt voorgedragen een grote impact waar de beschuldigde het ergste voor vreest. In dit geval toonde het OM echter video’s die net zo goed door de verdediging zelf hadden kunnen worden getoond. Men zag het publiek voor de stemlokalen staan, rustig en met de handen boven hun hoofden, totdat politie agenten met hun gummiknuppels op de mensen sloegen, bloedende hoofden en gescheurde T-shirts te zien zijn en de mensen schreeuwen uit verontwaardiging, boosheid en angst. Dat was het zogenaamde proportioneel gewelddadig optreden van de Spaanse politie en de Guardia Civil. Vaak klopten de data en de locaties van de video ‘s niet die de aanklager noemde voordat zij werden getoond of wist hij deze zelfs niet eens. Advocaat Salelles moest de rechtbank er tot drie keer toe op attenderen dat de video elders of op een andere dag was gemaakt. Ook waren er grote tijdsprongen naar voren en naar achteren in de volgorde van de getoonde video’s. De aanklager toonde zelfs een video die op 3 Oktober zou zijn gemaakt, waarop de mensen roepen: ‘Vrijheid voor de politieke gevangenen’, terwijl er op die datum nog geen enkele politieke gevangene te bespeuren viel. In werkelijkheid was de video gemaakt op 8 November bij een protest tegen de opschorting van de Catalaanse autonomie en de gevangenneming van de burgerleiders en politici. Video’s van de protestdemonstratie op 20 September voor het ministerie van EZ, waar de burgerleiders Cuixart en Sanchez voor worden aangeklaagd wegens rebellie, zijn sterk ingekort zodat deze uit hun verband worden gehaald of zijn zelfs gemanipuleerd. Zo is er een video te zien die volgens het Openbaar Ministerie voor het gebouw van EZ op 20 September 2017 is gemaakt. Voor een gedeelte daar van klopt dat. Maar dezelfde video laat ook een joelende mensenmenigte zien tegen de Policia Nacional met een colonne busjes die zich terugtrekken, terwijl er geen Policia Nacional met busjes aanwezig zijn geweest bij het protest voor EZ. Het betreft de gebeurtenissen bij het hoofdkantoor van de politieke groepering La CUP. De Policia Nacional probeerde daar op eigen houtje, zonder huiszoekingsbevel van de rechter, binnen te komen. Leden van de partij en sympathisanten blokkeerden hen de toegang. Na een beleg dat ruim tien uur duurde en het huiszoekingsbevel uitbleef, droop de Spaanse politie af onder luid gejuich van het publiek. Openbaar aanklager Jaime Moreno laat weten dat de data en de locaties niet relevant zijn, daar hij alleen de ‘gewelddadige sfeer van het Catalaanse publiek die bij alle stemlokalen aanwezig was’ wil aantonen. Maar met een sfeer die door de advocaten van de verdediging doorgaans als feestelijk wordt gekenmerkt totdat de politie arriveerde, is een aanklacht van oproer of rebellie, waarbij volgens de Spaanse wet georganiseerd militair geweld moet zijn gebruikt met als doel de gevestigde orde omver te werpen, niet te onderbouwen. We zullen zien of het Spaans Hooggerechtshof daar ook zo over denkt. De laksheid van het OM, dat een jaar de tijd had om zich voor te bereiden op de belangrijkste rechtszaak in Spanje sinds decennia, lijkt er echter op te duiden dat ze het gevoel heeft de zaak reeds gewonnen te hebben.

Dezelfde video’s stuurde onderzoeksrechter Pablo Llarena op naar de rechtbank van Sleeswijk-Holstein om president Puigdemont uitgeleverd te krijgen. De Duitse rechtbank oordeelde toen dat Puigdemont geen geweld had gepleegd of daar aanzet voor had gegeven en wilde hem daarom niet uitleveren wegens oproer of rebellie.

De daaropvolgende dag was het de beurt van de verdediging om hun video’s te tonen. Afgezien van de beelden waar iemand een plastic stoel naar een ME-er gooit die vervolgens struikelt, zag de rest van Spanje voor het eerst wat de politie in de herfst van 2017 tegen haar eigen bevolking had uitgericht. De sterk gemanipuleerde en gepolitiseerde Spaanse pers heeft op de dag van het referendum en de dagen daarna amper de beelden van het politiegeweld aan de Spaanse bevolking getoond. Met de livestream video in de rechtszaal kon men daarom nu voor het eerst zien wat er werkelijk gebeurd is. Ook kan men in de rechtszaal er niet omheen dat de getuigenissen van de politie niet kloppen met de videobeelden. Iedereen herinnert zich nog wel de getuigenis van de politieofficier die beweerde dat het publiek altijd eerst het gerechtelijk bevel werd getoond en hen werd gevraagd om zich te verwijderen zodat de stembussen in beslag konden worden genomen. De video in de plaats Sant Iscle de Vallalta laat zien dat de ME met plexiglas schilden voor zich aan komen marcheren en de laatste meters hard rennen om het publiek, dat met hun handen omhoog staat, met hun schilden hardhandig omver te duwen. Er is niets te zien van het tonen van een gerechtelijk bevel of een waarschuwing vooraf.

Een andere video, gemaakt door een camera die een politie draagt, laat de opmerkingen horen die zij maken. De camera valt op een gegeven moment op de grond, maar blijft doorgaan met filmen. ‘Als we geen ribben gebroken hebben, dan scheelde het niet veel.’ Of: ‘We staken met de gummiknuppel er in alsof er geen volgende dag meer was.’ Een andere video laat de klap in het gezicht met een gummiknuppel zien die Alejandra Rayas kreeg zonder dat daar enige aanleiding voor was. De beelden van de politie in de bus vanuit een ander deel van Spanje op weg naar Catalonië zingend ‘A por ellos’ (‘Op tegen hen’, een strijdkreet uit de burgeroorlog) toont dat de politie weinig professioneel en proportioneel zou gaan optreden.

De video’s laten zien dat niet de Catalaanse bevolking gewelddadig was, maar de Spaanse politie, gesteund door de openbaar aanklager, de landsadvocaat en de volksaanklager VOX, de ultrarechts en fascistische partij die rechter Marchena ondanks de protesten van de verdediging in de rechtszaal toeliet als aanklagende partij. Op 15 Juni loopt het documentatie gedeelte van de rechtszittingen af en breekt het moment aan waarop de rechtbank het ‘Vist per a sentencia’ (De rechtbank heeft alles gezien om een oordeel te kunnen vellen) verklaart. De uitspraak wordt pas na de zomer verwacht. Al was het alleen maar om de schijn op te houden dat de veroordeling nog volledig geschreven moet worden, aldus advocaat van den Eynde.

Please follow and like us:
error

Getuigen met een dubieus verleden

(1807 woorden)

Dit en dit verslag van Josep Casulleras Nualart over het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders vormen de basis van dit artikel.

In het gerechtelijk proces tegen de Catalaanse leiders heeft men deze week de laatste politieagenten als getuigen gehoord. Het is interessant om hier (nogmaals) het profiel van de personages te beschrijven die aan het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional staan.

Diego Pérez de los Cobos
Het landelijk hoofd van de Policia Nacional en van de Guardia Civil is kolonel Diego Pérez de los Cobos. Zijn verklaring werd verspreid over twee opeenvolgende dagen. De eerste dag vergat Marchena hem te vragen of hij ooit in aanraking met justitie was geweest. De volgende ochtend vroeg hij dit wel en de los Cobos antwoordde dat hij vervolgt is geweest maar werd vrijgesproken. Maar Marchena vroeg hem niet waarvoor hij vervolgt werd, in tegenstelling tot bij de andere getuigen. In feite werd de los Cobos gerechtelijk vervolgd omdat hij, samen met vijf andere Guardia Civil agenten, het Baskische ETA lid Kepa Urra in 1992 had mishandeld. In de nacht van 29 Januari 1992 werd deze thuis gearresteerd, ontvoerd naar een onbekend open veld en geheel ontkleed. Daar werd hij toen met een niet geïdentificeerd voorwerp geslagen en over de grond gesleept. Daarna werd hij naar het ziekenhuis gebracht met blauwe plekken, inwendige bloedingen, gescheurde spiervezels, verlamming en geheugenverlies. Drie agenten van de Guardia Civil werden veroordeeld. De los Cobos en twee anderen werden uit hun functie ontheven. Kort daarna werden de straffen van de veroordeelde agenten door het Hooggerechtshof verlaagd en weer later kregen zij amnestie van president Aznar.

Ook ging de Los Cobos tijdens de staatsgreep in 1981 van Guardia Civil luitenant Tejero gekleed in de blauwe blouse van de Falange (de regerende partij tijdens het Franco regiem en voorganger van de Partido Popular) naar diens kazerne om hem steun te betuigen.

Sebastián Trapote
Het ex-hoofd in Catalonië van de Policia Nacional, Sebastián Trapote, getuigde ook deze dagen in de rechtbank. Marchena vroeg hem of er ooit een aanklacht tegen hem was ingediend. Trapote antwoordde ontkennend. Desalniettemin is zijn reputatie twijfelachtig. In Juni 1974 arresteerde Trapote José Luís Herrero Ruiz in Badalona na een achtervolging. Nadat deze was geboeid werd hij in de rug neergeschoten waarna hij overleed. De agenten verklaarden dat hij een mes uit zijn zak haalde en hen wilde steken. Uit de autopsie bleek echter dat de kogel op borsthoogte recht van achteren binnen kwam, het hart doorboorde en aan de borst weer uittrad. Zou Herrero Ruiz zich hebben omgedraaid om te steken, dan zou de kogel onder een hoek door het lichaam zijn gegaan. Door de algemene amnestiewet kwam het niet tot een veroordeling. De vrouw van Herrero Ruiz en zijn zeven kinderen kregen in 1983 een schadevergoeding. Maar Trapote heeft nooit verantwoording voor zijn moord af hoeven te leggen en geniet nu van zijn pensioen.

César López Hernández
De tweede man van de Guardia Civil in Catalonië noemde in de rechtszaal alleen zijn identificatie nummer N29100C, maar niet zijn naam. Deze zei wel dat hij vervolgd is geweest wegens marteling, maar werd vrijgesproken. Het gaat om de mishandelingen van Igor Portu en van Mattin Sarasola in 2008. Zij waren veroordeeld wegens de terroristische aanslag in Madrid in 2004. Twee rechters die López Hernández vrijspraken waren Juan Ramón Berdugo en Andrés Martínez Arrieta. Dezelfde rechters zitten nu ook in dit tribunaal tegen de Catalaanse leiders. Na zijn arrestatie werd Portu in een ziekenhuis opgenomen met blauwe plekken over het gehele lichaam, een open bloedende wond, een gebroken rib en een geperforeerde long. Sarasola lag vijf dagen buiten kennis in het ziekenhuis. Hernández was de verantwoordelijke commandant voor het vervoer van de gevangenen. Alle betrokken agenten werden uiteindelijk door het Hooggerechtshof vrijgesproken, inclusief Hernández zelf. Dat zei hij dan ook aan het begin van zijn getuigenis zonder dat hij er om loog. Maar hij zei er niet bij dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) op haar beurt de Spaanse staat in 2018 heeft veroordeeld wegens onmenselijke en degraderende behandeling van de gevangenen. Het EHRM veroordeelde het Spaanse Hooggerechtshof omdat zij de mishandelingen (drie leden van het EHRM spreken direct over martelingen) onvoldoende had onderzocht.

José Antonio Nieto
Veel gevallen van martelingen komen niet aan het licht of blijven ongestraft omdat de Spaanse staat deze afdekt. Dat is juist waar het EHRM op wijst in haar oordeel over de zaak van Portu en Sarasola. De keten van bescherming wordt gevormd door rechters die veroordelingen terug draaien en door politici die aangiftes van martelingen relativeren. Één van hen is de staatssecretaris van BiZa, José Antonio Nieto. Deze beschermde, onder andere, Sánchez Corbí welke was veroordeeld voor marteling in dezelfde zaak van de los Cobos. Toen de parlementariër van de Baskische partij EH Bildu, Jon Inarritu, in de Senaat aan Nieto vroeg of hij deze crimineel kent (daarbij een foto van Corbí tonende), antwoordde Nieto dat Corbí een onberispelijke staat van dienst heeft als kolonel bij de Centrale Operationele Dienst van het ministerie en vroeg Inarritu om zijn woorden van misdadiger in te trekken. Nieto hield Corbí aan. Pas toen de regering van Pedro Sánchez aantrad, werd Corbí ontslagen. De Baskische volksvertegenwoordiger Inarritu noemde ook de naam van de José María de las Cuevas Carretero. Deze was voor dezelfde zaak veroordeeld wegens marteling en is momenteel aangesteld als de vertegenwoordiger van Spanje in het internationale comité ter voorkoming van martelingen (Committee for the Prevention of Torture).

Ángel Gozalo
Op het moment van het referendum in Catalonië was Ángel Gozalo het hoofd van de Guardia Civil. Hij heeft geen strafblad. In 2013 werd hij gedecoreerd met een diploma van de broederschap van strijders van de blauwe divisie. Deze divisie streed aan de kant van nazi Duitsland aan het oostfront tegen de Russen. Op de foto ‘s is Gozalo hier samen te zien met de trotse strijders in het uniform van het leger van Franco.

Daniel Baena
Het huidige hoofd van de Guardia Civil gaf aan het begin van zijn getuigenis toe dat hij veroordeeld is geweest wegens het ‘schenden van de morele integriteit’ in een persoonlijk conflict. Wat meer bekend van hem is dat hij er de Twitter account Tácito op na houdt waarin hij politici en anderen die voor de Catalaanse onafhankelijkheid zijn, aanvalt en beledigd. Baena ontkende stellig dat deze account van hem is, maar in een eerder radiointerview gaf hij dit toe. De politiefunctionaris Baena liegt dus tegenover het Hooggerechtshof terwijl hij onder ede staat .

De ondervragingen
Daar de leden van de Guardia Civil en Policia Nacional doorgaans door de aanklagers werden opgeroepen, mogen deze als eerste de vragen stellen. Deze vragen bestonden doorgaans uit: ‘Wat heeft u gezien?’ ‘Was u bang?’ ‘Werd u uitgescholden of bedreigd?’ ‘Werd er met voorwerpen gegooid?’ De antwoorden waren doorgaans zeer uitgebreid en, zeer opvallend, vaak met dezelfde woorden en uitdrukkingen. Dit duidt er op dat de antwoorden in samenwerking met de aanklagers vooraf waren ingestudeerd. De getuigen spraken vaak over een muur van mensenmassa ‘s waarin kleine kinderen en ouderen van dagen vooraan stonden om te dienen als menselijk schild. Soms had een politieagent zich ook zeer gedaan. Een agent kreeg bijvoorbeeld erge pijn in zijn voet, wat bij verder doorvragen door de advocaten een gevolg bleek te zijn van een trap die hij tegen een demonstrant gegeven had. Veel agenten zeiden dat zij doodsbenauwd waren van de schreeuwende, tumultueuze mensenmassa ‘s die ieder moment gewelddadig kon worden. Deze angst leek echter verre van afwezig toen zij de kiezers op het referendum van 1 Oktober met knuppels, laarzen en geweren met rubberen kogels te lijf gingen terwijl zij zelf beschermende kleding en helmen droegen. Ook werden zij bekogeld door een regen van projectielen, wat bij verder doorvragen door de advocaten neerkwam op vijf plastic flesjes van 0,3 liter water. Hun verhalen zijn zonder uitzondering overdreven van aard en zeer vaak verdraaien zij deze of vertellen slechts een gedeelte van wat er is gebeurd. De advocaten daarentegen worden in hun ondervragingen zeer beperkt door de rechter. Om te beginnen mogen de honderden video ‘s niet in de rechtszaal worden getoond om de getuige te ondervragen over wat zij beweren en wat de video ‘s laten zien. ‘De video ‘s worden door het gerechtshof later na de verhoren bestudeerd. Deze nu tonen is enkel tijdverlies’, is doorgaans het argument van de de voorzitter van de rechtbank, Marchena. De advocaten worden constant door Marchena onderbroken wanneer zij dieper op de gebeurtenissen van 20 September en 1 Oktober 2017 willen ingaan. Marchena: ‘Vraagt u de getuige wat hij heeft gezien’. Advocaat: ‘Heeft u gezien dat uw collega ‘s boven op de mensen gingen staan en misschien daarom begonnen te schreeuwen?’ Marchena: ‘Nee, dit is niet de weg die men gaan moet. Deze vraag is juridisch irrelevant. De getuige zit niet in de beklaagdenbank, dus de rechtbank is daar niet in geïnteresseerd. Stelt u een andere vraag’. Hetzelfde geldt voor de politierapporten die in het gerechtelijk vooronderzoek zijn opgenomen. Wanneer een advocaat een verklaring van een politiegetuige hoort die tegenstrijdig lijkt met wat hij in zijn rapport geschreven heeft, mag hij van de rechtbank daar niet verder over doorvragen. De advocaten staan met hun rug tegen de muur en kunnen hun cliënten, de Catalaanse leiders die voor gewelddadige oproer terecht staan en daar 25 jaar gevangenisstraf voor kunnen krijgen, amper verdedigen. Ook het team van internationale waarnemers rapporteert naar de UN commissie van de mensenrechten in Geneve dat de verdediging geen eerlijke kans krijgt om de onschuld van de Catalaanse leiders aan te tonen.

Duidelijke partijdigheid
Bij een van de ondervragingen vraagt advocate Marina Roig of de collega van de getuige niet direct op de mensen sprong in plaats van dat de mensen hem tegen hielden, zoals de getuige beweert. De advocate vergelijkt de videobeelden op haar laptop om te zien wat er daadwerkelijk gebeurde op 1 Oktober bij het betreffende stemlokaal. Marchena onderbreekt haar nadat de openbaar aanklager protest aantekent dat niet de getuige hier terecht staat. Marchena verbied Roig de videobeelden te gebruiken omdat deze niet op echtheid zijn getest, ondanks dat deze afkomstig zijn van politie camera ‘s en door het hof zijn geaccepteerd als bewijsmateriaal. In tegenstelling tot de beweringen van de getuige welke wel op echtheid zijn getest, want deze ‘feiten’ worden door een politieagent verteld die onder ede staat.

Het Hooggerechtshof, het hof waar geen hoger beroep meer mogelijk is en dat daarom moet bestaan uit de allerbeste rechters van het land met een onberispelijke staat van dienst, heeft tot nogtoe nooit zó duidelijk haar partijdigheid en samenwerking met de openbaar aanklager getoond. Daarnaast geeft zij de voorkeur aan de getuigenissen van politieagenten, topambtenaren met een vaak zeer dubieus verleden, boven de onomstotelijk vaststaande videobeelden van het politiegeweld dat de gehele wereld heeft kunnen zien. Dit criterium van het Hooggerechtshof zal, indien zij hierbij blijft, desastreuze gevolgen hebben voor de Catalaanse leiders die hier terecht staan.

Please follow and like us:
error

Majoor Trapero haalt de aanklacht van rebellie onderuit

(1200 woorden)

De aanklacht van rebellie
Als gevolg van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid heeft het Openbaar Ministerie een aanklacht opgetuigd tegen de Catalaanse politici en burgerleiders. De aanklacht zegt dat zij rebellie, een gecoordineerde en gewelddadige opstand, tegen de gevestigde orde hebben gepleegd. Om het gewelddadige aspect van deze zogenaamde opstand te onderbouwen, beweert het OM dat de Catalaanse politie, de Mossos d’Esquadra, de gewapende arm vormde van de Catalaanse regering van president Puigdemont.

Het OM onderbouwt deze stelling omdat de Mossos zich passsief zouden hebben opgesteld tijdens de dag van het referendum en niets deden om het stemmen tegen te houden. Het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero, welbekend vanwege zijn efficiënt optreden tegen de terroristen na de aanslagen in Barcelona en Cambrills in de zomer van 2017, wordt daarom ook voor rebellie aangeklaagd. Het OM eist daarvoor elf jaar gevangenisstraf tegen hem. Deze aanklacht is echter in behandeling bij een andere rechtbank, het Audiencia Nacional. In de rechtszaak tegen de Catalaanse leiders bij het Hooggerechtshof werd hij op initiatief door de volksaanklager, de extreem rechtse politieke partij VOX, opgeroepen om te getuigen. Omdat er echter een andere aanklacht tegen hem loopt, is hij niet verplicht om daar gehoor aan te geven. Gezien de belangrijke rol die de Catalaanse politie in de gewelddadige rebellie zou hebben gehad, zag men hem, evenals het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional, als een sleutelgetuige. Hoewel dus niet verplicht, verscheen Trapero afgelopen Donderdag in de gehoorzaal van het Hooggerechtshof.

De getuige verteld
De ondervraging duurde in totaal zes uren. Trapero gaf op precieze manier antwoord op alle vragen die hem werden gesteld. Vooral het OM ondervroeg hem op grondige en soms zelfs agressieve manier: ‘Waarom zijn de scholen niet op de Zaterdag voor het referendum ontruimd?’ Trapero antwoordde doorgaans op koele en zakelijke toon: ‘De mensen hielden er allerlei activiteiten die niet verboden waren. Bovendien was er geen opdracht van de openbaar aanklager of van de rechter daarvoor.’

In zijn getuigenis verteld hij dat hij zich tussen twee vuren in voelde zitten. Aan de ene kant was er de druk van de politici, met name zijn politiek hoofd, minister van Binnenlandse Zaken Quim Forn. Hij noemde het optreden van de politici op een gegeven moment zelfs onverantwoordelijk en vertelde dat hij hen had voorgesteld om het referendum af te gelasten. Want met twee miljoen mensen die willen gaan stemmen en een politiemacht van 15.000 man was het risico op confrontatie erg hoog. Aan de andere kant moest hij gehoor blijven geven aan de Spaanse wet, zo zei hij. Trapero heeft aan de Catalaanse politici toen duidelijk gezegd dat hij altijd aan de Spaanse wet, de openbaar aanklager en de rechter gehoor zou blijven geven. President Puigdemont heeft hem toen gezegd dat hij moest blijven doen wat zijn werk van hem vroeg. Wat Trapero verteld, komt overeen met wat Puigdemont zelf ook altijd heeft gezegd: hij wilde niet dat de Catalaanse Republiek uit bloed geboren zou worden en dat de ambtenaren gedwongen zouden worden om tegen de wet in te handelen.

De samenwerking tussen de politiecorpsen
De openbaar aanklager in Catalonië had bevolen het referendum tegen te houden. De Mossos hadden daarvoor een gedetailleerd plan gemaakt. Voor het ontruimen, verzegelen en bewaken van alle stemlokalen zou men 70.000 man politie nodig hebben gehad; een onmogelijke opgave. Volgens Trapero kwam de Guardia Civil met een vaag plan om het referendum tegen te houden, terwijl de Policia Nacional geen enkel plan indiende. Op een gegeven moment werd het hoofd van de Guardia Civil en Policia Nacional, Perez de los Cobos, door de openbaar aanklager aangewezen als coördinator van de drie politiecorpsen, zonder dat het hoofd van de Catalaanse politie daarover vooraf werd geïnformeerd, laat staan geraadpleegd. Het toezicht van de Catalaanse politie werd de facto dus zomaar bij de Catalaanse regering weggehaald en ondergebracht bij het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Trapero was het daar niet mee eens, maar accepteerde de beslissing van de openbaar aanklager.

Alleen proportioneel geweld
Vlak voor het referendum, op 27 September, kwam echter het bevel van rechter Mercedes de Armas dat men ten allen tijde de vrede en de samenhang onder de bevolking moest bewaren. Dit was voor Trapero de reden dat hij alleen proportioneel geweld tegen de bevolking zou gebruiken om het referendum te stoppen. Men kwam overeen dat de Mossos d’Esquadra in groepen van twee agenten langs de stemlokalen zou gaan om deze te ontruimen en te verzegelen en dat de Guardia Civil en Policia Nacional voor de openbare orde zouden zorgen. In de vroege ochtend trof men echter grote menigten voor de stemlokalen aan, wat het verzegelen van de stemlokalen onmogelijk maakte. In totaal heeft de Catalaanse politie een honderdtal lokalen kunnen verzegelen. Ondertussen vielen de Guardia Civil en Policia Nacional op brute manier de mensen aan die voor de stemlokalen stonden opgesteld. Trapero voelde zich als hoofd van het politiecorps door de los Cobos professioneel aangevallen omdat deze hem in een kwaad daglicht had gezet voor zijn uitspraak om voorzichtig te zijn met het gebruik van geweld. Hij spreekt de los Cobos dus lijnrecht tegen in diens bewering dat de Mossos zich inactief opstelden. Zijn verhaal geeft een totaal ander beeld dan in de aanklacht wordt beschreven, namelijk dat de Guardia Civil en de Policia Nacional het initiatief namen om gewelddadig op te treden tegen de stemmers van het referendum.

Bereid om Puigdemont te arresteren
De klap op de vuurpeil van deze getuigenis is dat Trapero verteld dat hij op 25 Oktober, twee dagen voordat de motie over de Catalaanse onafhankelijkheid in het Parlement op 27 Oktober zou worden gestemd, aan de openbaar aanklager had meegedeeld dat er een politieteam klaar stond om Puigdemont en zijn ministers te arresteren indien daar opdracht voor wordt gegeven. Trapero geeft dus duidelijk aan dat het Catalaanse politiecorps altijd gehoorzaam is gebleven aan de Spaanse wet. Ook zei hij dat hijzelf niet voor de Catalaanse onafhankelijkheid is, maar dat zijn persoonlijke mening hem niet belette zijn werk op professionele manier uit te voeren. De stelling van het OM van rebellie door de Catalanen wordt met de getuigenis van Trapero volledig onderuit gehaald. Of het Hooggerechtshof Trapero geloofd, moet nog maar worden bezien. De ironie wil dat de Spaanse justitie met de aanklacht tegen Trapero één van haar eigen mensen, iemand die tegen de Catalaanse onafhankelijkheid is en altijd trouw aan de Spaanse wet is gebleven, vervolgt voor het zwaarste delict dat er in de wetgeving bestaat.

De rechter ondervraagt de getuige
Opvallend in deze hoorzitting was dat de openbaar aanklager Trapero niet mocht ondervragen over een vergadering met de Catalaanse politici voorafgaand aan het referendum. Het OM protesteerde hier heftig tegen, maar Marchena hield voet bij stuk, omdat de volksaanklager VOX Trapero daarover al had ondervraagd. Aan het einde van de hoorzitting stelde Marchena echter zelf de vraag die het OM had willen stellen en vroeg hem waarom hij tot tweemaal toe een onderhoud met de Catalaanse politici had aangevraagd. Trapero antwoordde dat hij aan de politici wilde vragen om het referendum af te gelasten en zei hen dat hijzelf niet voor de Catalaanse onafhankelijkheid is. Met de ondervraging door de voorzitter van de rechtbank breekt Marchena de juridische regels en roept bovendien de verdenking op dat het Hof partijdig is.

Please follow and like us:
error

De kroongetuige

(900 woorden)

De kroongetuige in de rechtzaak tegen de Catalaanse leiders is waarschijnlijk wel het hoofd van de Policia Nacional en de Guardia Civil, kolonel Diego Perez de los Cobos. Van hem moet duidelijk worden wie opdracht heeft gegeven voor het politiegeweld tegen het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid, welke criteria er daarvoor golden, waarom de Spaanse politie corpsen op eigen houtje opereerden en niet met de Mossos d’Esquadra overlegden en waarom dit geweld in de loop van de middag opeens ophield.

Aan het begin van de ondervraging vraagt Marchena naar de naam, beroep en burgerlijke staat van de los Cobos. Maar hij vraagt hem niet of hij ooit in aanraking met justitie is geweest, wat de president van de rechtbank wettelijk verplicht is. De los Cobos is vervolgt geweest voor marteling van de Baskische activist Kepa Urra in 1992, maar werd nooit veroordeeld. Momenteel lopen er gerechtelijke onderzoeken bij de rechtbanken van Barcelona, Sant Carles de la Ràpita, Girona en Lleida tegen de Spaanse politie eenheden en tegen hem wegens het politiegeweld tijdens het referendum. Hij komt er zelf voor uit dat hij als vrijwilliger bij de Guardia Civil meehielp bij de staatsgreep van 1981, maar is daarvoor nooit beschuldigd.

Bij herhaling beweert de los Cobos de passieve houding van de Mossos d’Esquadra en zegt dat deze de neiging hadden om het referendum toe te laten. Net als de minister van binnenlandse zaken, Zoido, en de staatssecretaris van binnenlandse veiligheid, Nieto, legt de los Cobos met regelmaat de schuld van de passieve houding tijdens het referendum bij het hoofd van de Mossos d’Esquadra, majoor Trapero. Zijn naam laat hij vele malen vallen tijdens de uitgebreide antwoorden aan de openbaar aanklager als iemand waarmee moeilijk valt samen te werken. Het is opmerkelijk dat rechter Marchena hem geen stro in de weg legt bij deze beschuldigingen. Trapero kan zich namelijk niet verdedigen, want er is geen advocaat van hem in de rechtszaal. Daarnaast loopt er wel een aanklacht tegen hem bij het Audiencia Nacional voor rebellie waar hij elf jaar gevangenisstraf voor kan krijgen. De verklaringen van de Los Cobos kunnen Trapero grote schade toepbrengen in die rechtszaak. Het is algemeen bekend dat het succes van de Mossos d’Esquadra bij het oplossen van de terroristische aanvallen op 17 Augustus 2017 in Barcelona en Cambrills kwaad bloed heeft gezet bij de Guardi Civil. Deze laatste speelde een marginale rol daarin en voelde zich duidelijk gepasseerd. De Los Cobos en de minister zoeken nu wraak daarvoor. Waarom Trapero en andere politiefunctionarissen bij het Audiencia Nacional worden aangeklaagd en niet hier bij het Hooggerechtshof, is onduidelijk en bovendien tegen het internationale recht dat een misdaad moet worden berecht in de jurisdictie waar deze heeft plaatsgevonden. Het maakt de verdediging van de aangeklaagde Catalanen en politiefunctionarissen er in ieder geval niet gemakkelijker op. Maar dat is misschien wel juist de bedoeling.

De los Cobos vindt dat het politiegeweld op 1 Oktober met ‘grote zorgvuldigheid’ (‘exquisiet’) en proportioneel werd gebruikt. Hij beweert dat de Policia Nacional en Guardia Civil nooit geweld gebruiken tegen vreedzame burgers. Met ‘Voor de stemlokalen stond een muur van vijandige en gewelddadige mensen’ gebruikt hij exact hetzelfde woordgebruik als in de aanklacht van het OM wordt beschreven. De los Cobos beweert daarnaast dat ouden van dagen en kinderen als schild werden gebruikt, want deze stonden vooraan in de menigten. ‘Een Guardia Civil moest er zelfs een kind verwijderen om het te beschermen.’ Ook zegt hij dat de politie direct tot actie van ontruiming over ging toen zij bij de stemlokalen arriveerden, want ‘er viel niet met deze mensen te praten’. Technisch gesproken konden dit echter geen politiecharges worden genoemd. Het ‘exquisiet proportioneel’ politieoptreden op de dag van het referendum  kan in deze 722 video ‘s worden bekeken.

Advocaat Jordi Pina wilde bij de ondervraging van de los Cobos dieper ingaan op het begrip ‘politiecharge’ omdat deze bij hoog en laag beweert dat deze niet waren uitgevoerd. De los Cobos definieert een charge als ‘Het eventueel met geweld leegruimen van een ruimte of het verwijderen van een groep mensen die de toegang van de politie belemmeren of weerstand bieden bij het uitoefenen van hun functie’. Toen Pina hem vroeg of hij daaronder ook verstaat het slaan van mensen met politieknuppels die met de handen omhoog op de grond zitten, greep rechter Marchena in dat deze vraag irrelevant is en verhinderde dat de los Cobos moest antwoorden. Marchena zei dat hiermee de schuldvraag bij de politie wordt neergelegd in plaats dat de onschuld van de aangeklaagden wordt aangetoond. Maar ja, het is het één of het ander. Indien de Catalaanse leiders worden beschuldigd van rebellie met geweld, op straffe van 25 jaar gevangenis, omdat zij het politiegeweld zouden hebben uitgelokt, moet de verdediging de mogelijkheid krijgen om aan te tonen dat dit niet zo is. En in het geval dat zij dit kunnen bewijzen, ligt de oorzaak en de schuld van het politiegeweld dus bij de politie, haar leiding (de los Cobos) en de Spaanse politici. Het Hooggerechtshof werpt bij dit proces allerlei beperkingen voor de verdediging op om dat te voorkomen *. Want met dit proces staat de reputatie van Spanje als een democratische rechtsstaat ter discussie. Rechter Marchena, het Spaans Hooggerechtshof, vormt een cruciaal onderdeel van de Spaanse staat en vertegenwoordigt in dit proces dus haar belangen. Het Hooggerechtshof is daarom per definitie partijdig.

De kroongetuige leverde uiteindelijk weinig duidelijkheid over de gewelddadige rebellie van de aangeklaagde Catalanen. Daarentegen drukt hij zich in algemeenheden uit, ontkent het gewelddadig politieoptreden en spreekt zichzelf vaak tegen. Na drie weken rechtszaak is er nog geen enkel concreet feit genoemd dat op geweld door de Catalanen wijst. Logisch, want de rebellie van de Catalanen bestaat alleen maar in het hoofd van onderzoeksrechter Llarena, zo oordeelde de Duitse rechtbank over de uitlevering van president Puigdemont.

 

* Getuigen die door de verdediging werden voorgesteld, zoals Scotland Yard, VN commissie leden van de mensenrechten en de hoofrolspelers in deze zaak, koning Felipe VI en president Puigdemont, worden geweigert. Videos van het politiegeweld kunnen niet in de rechtzaal worden getoond en bepaalde vragen mogen door de advocaten niet worden gesteld. Daarnaast hebben de aangeklaagden door hun gevangenschap nihil contact met hun advocaten en kunnen  daardoor niet of weinig hun verdediging voorbereiden. De families mogen gedurende de wekenlang durende de hoorzittingen alleen tijdens de lunchpauzes voor slechts10 minuten contact hebben. Zij vermelden dat de lange dagen van de zittingen (soms duren deze 10 uur), de korte nachtrust en de dagelijkse reis van en naar de gevangenis de aangeklaagden fysiek uitputten.

Please follow and like us:
error

Dreft en Ajax

(750 woorden)

Als er één vakgebied is dat bekend staat om het verdraaien van de waarheid, dan is dat wel de politiek. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen doen politici de dingen vaak mooier voor en beloven zij meer dan zij kunnen waarmaken. De aankomende verkiezingen (op 28 April de vervroegde Spaans nationale verkiezingen en op 26 Mei de Europese-en gemeenteverkiezingen), hebben zeker hun invloed op het juridisch proces tegen de Catalaanse leiders. Des te meer omdat de fascistische partij VOX als aanklager in dit proces een prominente rol krijgt.

In 2017 en 2018 was de PP politicus Enric Millo vertegenwoordiger van de Spaanse regering in Catalonië. Nadat de Catalaanse autonomie tijdelijk werd opgeheven, onder het excuus van grondwetsartikel 155, en haar regering ontslagen werd, nam Millo, letterlijk, plaats op de stoel van de legitieme president Carles Puigdemont. Gisteren, 5 Maart, getuigde hij in de rechtszaak tegen de Catalaanse regeringsleiders, de presidente van het Parlement en de twee leiders van de burgerbewegingen. Hij mocht uitgebreid zijn verhaal doen toen hij door de aanklagers (de openbaar aanklager, de landsadvocaat en VOX) werd ondervraagd.

Zijn verhaal:

  • Voordat het referendum op 1 Oktober 2017 plaats vond, waren er al kleine opstanden en spanningen in de Catalaanse samenleving waarin hij zich grote zorgen om maakte. Als concreet voorbeeld, de enige, noemde hij een muurbekladdering met: ‘dood aan Millo’. Zijn dochter had zelfs geholpen de muur schoon te maken. Wie de tekst had geschreven is onbekend.
  • Daarnaast werd de politie belaagd en uitgescholden. Millo refereert hier naar de protesten voor de gebouwen waar de politie huiszoekingen deed op zoek naar stembriefjes en stembussen. De mensen zongen daar uit protest liedjes en zwaaiden met zelf uitgeprinte stembriefjes voor het referendum met daarop ‘Ja’ en ‘Neen’.
  • Volgens Millo werden er brandende voorwerpen naar de kazernes van de Guardia Civil gegooid. In werkelijkheid werd er één brandende trui richting een kazerne geworpen.
  • Millo beschuldigt de CDR groeperingen dat zij op het protest van 20 September de oorzaak waren van de agressieve sfeer. Het CDR werd echter pas vlak voor het referendum van 1 Oktober opgericht.
  • Er waren vele gewonden onder de politie toen zij hun taak uitvoerden bij het tegenhouden van het referendum. Hij zegt dat hij agenten had bezocht met gebroken extremiteiten. Geen enkele politie agent had zich de dag na het referendum echter ziek gemeld. De staatssecretaris van veiligheid, Nieto, had de vorige dag verklaard dat er geen agenten gewond waren geraakt.
  • Millo beweert stellig dat er geen enkele charge door de Spaanse politie en Guardia civiel op de dag van het referendum was uitgevoerd. De gehele wereld die de beelden van het politiegeweld heeft gezien, kan dit tegenspreken.
  • Volgens zijn zeggen stonden bij de stemlokalen een muur van mensen die de politie in hun werk verhinderde. Millo gebruikt hier exact hetzelfde woordgebruik als de openbaar aanklager in zijn aanklacht.
  • Daarnaast werd volgens hem Fairy (het Spaanse merk van Dreft) op de vloeren van de stemlokalen uitgegoten zodat de politie zou uitglijden. Er is echter geen enkel politierapport dat melding van maakt van een ‘Fairy aanval’.

De verklaring van Millo bestaat uit overdrijvingen, verdraaiingen van de realiteit en directe onwaarheden die een sfeer van sociale spanning, tumult en oproer  opwekken zonder dat hij concrete feiten noemt. Wanneer door de advocaten daarom wordt gevraagd, is het antwoord: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Ik was daar niet bij’. Het is ontstellend hoe Millo liegt over de ontkenning van het politiegeweld tijdens het referendum. Hij schoffeert daarmee de mensen die direct onder het politiegeweld hebben geleden en de  kiezers die zich erdoor bedreigt voelden toen zij in de rij stonden om te gaan stemmen. Ex-minister van gezondheidszorg in ballingschap, Toni Comín, zegt dat de 1066 burgergewonden door het politiegeweld nauwkeurig zijn gedocumenteerd en de informatie er van op het Internet publiekelijk toegankelijk is. President Quim Torra zegt in een Tweet: ‘Je hebt leugens, je hebt onwaarheden en daarna heb je de verklaringen van de heer Millo’.

Het contrast tussen de vrijheid van ondervraging door de aanklagers en die van de verdediging is overduidelijk. Marchena beperkt op onbeschaamde manier de advocaten over het type vragen, de onderwerpen van hun vraag en onderbreekt hen regelmatig daarvoor. De advocaten mogen bijvoorbeeld niet verwijzen naar een interview van Millo in een krant. In zijn weerwoord zegt de betreffende advocaat dat de aanklager uitgebreid naar Tweets refereerde bij de ondervraging van de aangeklaagden. Marchena: ‘Een Tweet is iets geheel anders dan een interview’. (Trouwens, de aanklager verwees bij de ondervraging van Turull ook naar een interview en trok diens uitspraken toen volledig uit het verband.)

De ‘Fairy aanval’ werd bijzonder populair op de sociale media. De eliminatie van Real Madrid (sinds het Franco regiem hét symbool van Spanje) uit de Champions League door Ajax, maakt de schoonmaak van de Spaanse reputatie compleet.

Please follow and like us:
error

Een taal zonder rechten, een onderworpen land

(960 woorden)

(El testimoni del representant d’ERC Joan Tardà caracteritza la causa d’aquest judici i la voluntat d’independència a Catalunya. Tardà va comencar el seu testimoni parlant en Català. Judge Marchena li va prohibir abruptament perqué la llei Española només permet parlar en l’idioma matern pels acusats. El Jordi Badia descriu aquesta episodi a la seva manera original.)

De getuigenis in de rechtszaak van de ERC afgevaardigde Joan Tardà is kenmerkend voor de oorzaak van deze rechtszaak en de onafhankelijkheidswil van Catalonië. Als getuige begon hij in zijn eigen taal, het Catalaans, te spreken. Rechter Marchena verbood hem dit abrupt omdat volgens de Spaanse wet alleen de aangeklaagden in hun eigen taal mogen getuigen. Jordi Badia beschreef deze episode op onnavolgbare wijze.

De getuigenis in de rechtszaak van de ERC afgevaardigde Joan Tardà is kenmerkend voor de oorzaak van deze rechtszaak en de onafhankelijkheidswil van Catalonië. Als getuige begon hij in zijn eigen taal, het Catalaans, te spreken. Rechter Marchena verbood hem dit abrupt omdat volgens de Spaanse wet alleen de aangeklaagden in hun eigen taal mogen getuigen. Jordi Badia beschreef deze episode op onnavolgbare wijze.

Woensdag 27 Februari, ‘s-ochtends in de rechtszaal van het Hooggerechtshof, ondervraging van Joan Tardà. De landsadvocaat vraagt hem naar de heer ‘Iobé’. ‘Wie? Llobet?’ antwoord hij. De verwarring is logisch: het Castilliaans heeft de toon van ‘ll’ (wordt uitgesproken als ‘lj’, vert.) verloren, evenals de ‘t’ aan het eind. Omdat het bovendien niet de Catalaanse ‘j’ heeft (net zoals het engels, frans, occitaans, italiaans, …) ‘Iobé’ zou perfect ‘Llobet’ kunnen zijn. Tardà faalt dus in zijn moeite om het woord correct te interpreteren, een inspanning die de catalaans sprekenden iedere dag moeten doen wanneer ze woorden horen zoals ‘deu’ (‘moet’) of ‘déu’ (‘god’)?, ‘juny’ (‘Juni’) of ‘lluny’ (‘ver weg’)?

Kort nadat de landsadvocaat duidelijk had gemaakt dat hij de heer Jové bedoelt, bekomenteerd Tardà door te zeggen dat men zich een klein beetje meer zou moeten inspannen, zoals het hoort: ‘Zoveel kost dat nou ook weer niet, met een klein beetje interesse…’ Natuurlijk, kost zoiets niets. In dit geval, indien de landsadvocaat correct de ‘j’ had uitgesproken, had iedereen haar direct begrepen. Maar nee: de sprekers van de eerste taal interesseren zich niet om te spreken naar iemand van de tweede taal.

Het volgende legt duidelijk een detail bloot. Vlak voordat dat Tardà zegt ‘Zoveel moeite kost dat nou ook weer niet’, laat de landsadvocaat zien hoe de vork in de steel steekt: ‘Ik kan ook ‘Khove’ (spreek uit als ‘Gove’) zeggen’, waarin hij duidelijk de Spaanse beginklank ‘j’ liet horen. Oftewel: ‘Als ik er zin in heb, dan doe ik geen enkele moeite om mijn best te doen’. Om het met andere woorden te zeggen: ‘Ik verneder me om te proberen dat je me begrijpt, en nog lever je kritiek..’ En altijd op dezelfde bedreigende toon..

Het is duidelijk dat in deze dialoog twee tegengestelde houdingen zijn waar te nemen: die van iemand die een minimum respect opeist en die van iemand die vind dat de ander alleen maar dankbaar zou moeten zijn, want hij vind dat hijzelf al genoeg moeite doet. In plaats dat de spreker zijn best doet om te worden begrepen, of te accepteren dat hij zich misschien niet duidelijk geformuleerd heeft, dreigt hij om zich nog meer af te sluiten, om nog meer obstakels op te werpen zodat zijn toehoorder zich nog meer moet inspannen. Dit is de houding van de landsadvocaat en, in het verlengde hiervan, een ieder in deze zaal die de macht heeft, oftwel alle vertegenwoordigers van de Spaanse staat.

Om te beginnen met de voorzitter, rechter Marchena. Enkele minuten daarvoor, direct nadat de volksafgevaardigde plaats had genomen, vond er een zeer illustratieve conversatie plaats. Tardà zei: ‘Ik zal in het Catalaans spreken’ en Marchena, de zeer fijnzinnige rechter Marchena, interrumpeerde hem onmiddelijk om hem duidelijk te maken dat er geen haar op zijn hoofd is die daar aan denkt. ‘Dit is een slechte start’, werpt hij hem toe alsof hij een klein kind is.

En opgelet hoe de fijnzinnige Marchena zijn verbod onderbouwt: ‘Één ding is dat de rechtszaal het recht aan iedere aangeklaagde heeft toegekent om zich in zijn of haar eigen taal te kunnen uitdrukken, zonder uitzondering, maar welke door de manier waarop de vertaling werd aangeboden is geweigerd. Een geheel ander iets is echter dat de getuigen zich niet in de officiële taal uitdrukken, etc.’

Om aan te tonen en zodat iedereen, de gehele wereld, het kan zien en horen, vroeg de afgevaardigde Tardà zonder omwegen: ‘Heb ik het recht om in het Catalaans te antwoorden?’ En rechter Marchena antwoorde hem fijnzinnig: ‘Nee’. Punt uit. ‘Nee, Tardà, ik heb het je al eerder gezegd: in deze zaal hebben de mensen geen rechten als het de rechtszaal haar niet uitkomt.’

In het originele artikel kan de video worden bekeken (en vergeleken worden met de behandeling die de fijnzinnige aan, bijvoorbeeld, Rajoy, Sáenz en Zoido verleende).

Het is niet nodig om er lang over na te denken. De essentie van deze gebeurtenissen is de minachting die de Spaanse staat toont tegenover het prinsdom Catalonië, deze ‘oncontroleerbare regio’ die wil stemmen en voor eigen rekening de dingen wil gaan doen. De enige relatie die de Spaanse staat verstaat is die van de onderwerping. Waar men denkt dat we alleen de rechten hebben zij aan ons verleend. Als gevolg daarvan is het ook logisch dat men denkt dat we daar alleen maar dankbaar voor moeten zijn.

Tardà sprak over wraak: ‘Deze rechtszaak wordt uit wraak gehouden’, zei hij voordat de fijnzinnige hem opnieuw interrumpeerde. Het is wraak, ja. Maar het is vooral dat men niet in staat is om op een andere manier een relatie te onderhouden dan deze, waar men nooit van afgeweken is. Een omgangsvorm, eenmaal onderworpen, reeds sinds 1714.

Please follow and like us:
error

Operatie Copernicus: de Spaanse regering weet van niets

(1900 woorden)

Vicepresidente Sáenz de Santamaría in het nauw
Bij de derde fase in dit gerechtelijk proces is het woord aan de getuigen. Er zijn een 500 getuigen opgeroepen. De eerste die verhoord werd was de Spaanse ex-vicepresidente Sáenz de Santamaría. Zij wist niets af van ‘Operatie Copernicus’, waarmee 6000 man van de Policia Nacional en Guardia Civil vanuit geheel Spanje naar Catalonië werden overgebracht om het referendum tegen te houden. Deze gehele operatie, waaronder de drie cruise schepen waar de Policia Nacional logeerden, kostte de Spaanse belastingbetaler 87 miljoen Euro. Sáenz de Santamaría voelde zich duidelijk op haar gemak bij de ondervragingen van het OM, de landsadvocaat en de volksaanklager VOX. Zij ging er prat op in dat zij nooit heeft toegegeven aan enige onderhandeling over een datum en de voorwaarden voor een referendum in Catalonië. In algemene termen beschuldigde zij de Catalanen van het gepleegde politiegeweld: ‘Iedere Spanjaard heeft dit gezien. Er was een belegering van mensenmassa ‘s onder aandrang van gemeenteraadsleden en gekozen bestuurders’. Haar bravoure verminderde echter bij de vragen door de verdediging. De advocaten vroegen naar specifieke feiten waar zij weinig of geen antwoord op kon geven. Wat was de intentie van Operatie Copernicus? Om de Catalaanse politie bij te staan of om hen te vervangen? Waarom verbrak men op 1 Oktober plotseling de coördinatie met de Mossos d’Esquadra? Waarom gaf men geen gehoor aan het gerechtelijk bevel van het Catalaanse Gerechtshof om proportioneel op te treden en de cohesie van de burgersamenleving intact te laten bij het tegenhouden van het referendum? Waarom is men in de loop van de middag met het politiegeweld gestopt? Waarom heeft de Spaanse regering geen pardon gevraagd aan de bevolking die onder het politiegeweld heeft geleden? Voldeed de politie aan de aanbevelingen van het OCDE (zoals het alleen onder de gordel slaan met de stok)? Ze wist niets van deze operatie en wie verantwoordelijk was om haar en de president te informeren. Vicepresidente Sáenz de Santamaría ontweek de antwoorden en sprak zichzelf op een aantal punten tegen, zoals het aantal gewonden onder de politie en dat de Catalaanse autonomie werd geïntervenieerd vanwege de onafhankelijkheidsverklaring. Later tijdens de ondervraging beweerde zij namelijk dat zij niet wist of de onafhankelijkheidsverklaring in de staatscourant was gepubliceerd en dus juridische gevolgen had. (1) Als vicepresidente was zij hoofd van de Spaanse geheime dienst CNI. Op de vraag van een advocaat of zij vindt dat het CNI niet loyaal is omdat deze geen stembriefjes en stembussen heeft gevonden, antwoordde zij kortaf ‘Nee’. (2)

President Rajoy haalt zijn informatie uit de krant
Na Sáenz de Santamaría was het de beurt van de Spaanse ex-president Rajoy. Bij de ondervragingen door de aanklagers gaf de voorzitter van de rechtzaak, rechter Marchena, hem ruimschoots de gelegenheid om zijn politieke visie uit de doeken te doen, net zoals hij bij de aangeklaagde Catalaanse leiders had gedaan. Ook Rajoy was er trots op dat hij de grondwet en de soevereiniteit van het gehele Spaanse volk had verdedigd tegen een kleine groep ‘opstandelingen’ die een referendum over hun onafhankelijkheid wilden houden. In één van zijn antwoorden verwees hij naar de getuigenis van Sáenz de Santamaría. Deze had hij zojuist had gelezen via een Internetkrant, zo beweerde hij. Het is namelijk tegen de wet dat getuigen met elkaar communiceren over wat er gezegd is in de rechtszaal. Rajoy kan zich geen enkele ontmoeting met de Baskische president Iñigo Urkullu herinneren waarin hij gesproken had over het Catalaanse conflict. Hij zegt dat hij als president vele mensen gezien en gesproken heeft en zich daarom de ontmoetingen met Urkullu niet meer herinnert. Ook wist hij niets met betrekking tot Operatie Copernicus. Hij bemoeide zich nooit met de uitvoering van het politie optreden, ook niet in zijn periode als minister van binnenlandse zaken onder Aznar, maar alleen met de politiek kant. Rajoy vernam het politieoptreden via de Spaanse televisie en zei dat hij die dag alleen met vicepresidente Sáenz de Santamaría, die ook op het presidentiele paleis Moncloa verbleef, telefonisch contact heeft gehad. Bij het zien van de videobeelden in de rechtszaal betreurde hij het politiegeweld en zei dat als het illegale referendum niet had plaats gevonden, dit geweld ook niet was gebeurd. De Spaanse president en vicepresidente kwamen naar het Hooggerechtshof als getuige. Maar gedurende de ondervragingen door de advocaten moesten zij zich steeds meer verdedigen. Marchena onderbrak regelmatig de ondervragingen toen zij door de advocaten onder druk werden gezet. Door de coulante houding van Marchena in het voordeel van Rajoy en door zijn getuigenis, samen met die van de vicepresidente, veranderde hij en zijn regering in de de facto aangeklaagden van deze rechtszaak.

Minister van binnenlandse zaken weet niets van de politieoperatie
Evenals de president en de vicepresidente wist ook de verantwoordelijke minister van binnenlandse zaken, Zoido, weinig of niets af van de politieoperatie Copernicus en het gewelddadig politieoptreden op 1 Oktober. Minister Zoido antwoordde de advocaten doorgaans met: ‘Dat weet ik niet’ of: ‘Ik ben me daar niet van bewust’. De verantwoording van de gehele politieoperatie en het gewelddadig optreden wordt daarmee in de schoenen van de staatssecretaris en het hoofd van de Guardia Civil, de los Cobos, geschoven. De Spaanse regering houdt zich blijkbaar niet met dergelijke technische details bezig die twee miljoen Catalanen en de gehele wereld op 1 Oktober 2017 tot consternatie brachten. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de Spaanse politici tegenover het Hooggerechtshof liegen of dat zij totaal onverantwoordelijk en ongeschikt zijn om een land te leiden. Achteraf gezien wordt Zoido er op betrapt dat hij in zijn getuigenis gelogen heeft. De openbaar aanklager vroeg hem of hij iets wist over aankoop van wapens door de Catalaanse politie. Zoido antwoordde dat de Mossos eind 2016 een aanvraag hadden ingediend om oorlogswapens te kopen met ‘heel veel’ munitie. De Guardia Civil adviseerde hem toen dat de aankoop van dit soort wapens en de hoeveelheid er van niet nodig was voor de Mossos d’Esquadra. Zoido keurde de aanvraag daarom af. Of er ook granaatwerpers bij waren wist Zoido zich niet meer te herinneren. De huidige Catalaanse minister van binnenlandse zaken en politiek verantwoordelijke voor de Mossos d’Esquadra, Miquel Buch, doet aangifte dat Zoido hiaten in zijn geheugen heeft en de realiteit verdraaid. De Mossos d’Esquadra hadden hun aanvraag onderbouwd dat zij de geweren nodig hadden in hun strijd tegen het terrorisme.

La CUP weigert verhoort te worden door VOX
Na de verhoren van de Spaanse regering was het de beurt van twee ex-parlementsleden van de Catalaanse politieke partij La CUP. Zij weigerden om de vragen van de volksaanklager, de fascistische partij VOX, te beantwoorden. ‘Uit respect voor de democratie, de vreemdelingen en de gelijke rechten van de vrouw weiger ik de vragen van VOX te beantwoorden’, zei Antonio Banyes. Ook Eulàlia Reguant liet zich in vergelijkbare bewoordingen uit. De voorzitter van de rechtbank, Marchena, legde uit dat zij als getuigen wettelijk verplicht zijn om de vragen van alle aanklagers te beantwoorden. Banyes en Reguant hielden voet bij stuk. Zij krijgen daarom een boete van 2500 Euro en lopen het risico op gevangenisstraf. Het is niet te rijmen dat een extreem rechtse politieke partij als VOX de functie als aanklager krijgt in deze politieke rechtszaak. Notabene tijdens een verkiezingscampagne.

Baskische president Urkullu verteld over zijn rol als bemiddelaar
De dag daarna, 28 Februari, werd de president van Baskenland, Urkullu, verhoord. In dit verhoor verklaarde hij dat hij als intermediair (beter gezegd: boodschapper) had opgetreden tussen de toenmalig Spaanse president Rajoy en de Catalaanse president Puigdemont. De laatste had hem hierom gevraagd. Hij vertelde dat hij meerdere ontmoetingen met Rajoy heeft gehad en dat deze iedere onderhandeling voor het houden van een referendum weigerde. Ook weigerde Rajoy op 26 Oktober garantie te geven om de Catalaanse autonomie niet te interveniëren door middel van grondwetsartikel 155 indien Puigdemont vervroegde verkiezingen zou uitschrijven. Urkullu toont aan dat Rajoy halsstarrig ieder overleg weigerde en bovendien zijn overeenkomst met de socialisten al klaar had liggen om de Catalaanse autonomie sowieso te interveniëren.

Partijdigheid van Marchena
In de derde week van de rechtszaak drukt de voorzitter, Marchena, steeds meer zijn stempel. Hield hij in het begin van het proces nog de schijn van onpartijdigheid op, nu wordt zijn partijdigheid steeds meer zichtbaar. De advocaat van Jordi Cuixart, Benet Salellas, wilde bij het verhoor van de verantwoordelijke minister van de Spaanse politie, Zoido, de video ‘s projecteren van het politiegeweld op 1 Oktober in Sant Julià de Ramis, het stemlokaal waar Puigdemont zou gaan stemmen. Maar Marchena liet dit niet toe. Ook de getuigenis van Puigdemont, één van de centrale figuren in deze zaak waar de verdediging om had gevraagd, verbied hij. Terwijl zijn politieke tegenstander, president Rajoy, uitgebreid zijn politieke betoog in de rechtszaal kon houden.

Het imago van Spanje
Aan de hand van verschillende signalen is te merken dat het imago van Spanje als democratische rechtsstaat wegzakt in het moeras.

De Spaanse regering ontkent dat zij op de hoogte was van de politieoperatie Copernicus. Laat staan dat zij er de verantwoordelijkheid voor neemt. Voor zover zij het politiegeweld niet afdoet als fake news van de Catalanen, deze stelling is nauwelijks vol te houden, schuift zij, net zoals de aanklager, de schult op de Catalaanse regering die het referendum had georganiseerd.

Ook het vertrek van de Spaanse minister van buitenlandse zaken naar de EU zou een signaal kunnen zijn dat de propaganda campagne van Global Spain om het imago van Spanje als democratie op te krikken en het politiegeeld als ‘fake news’ van de Catalanen te verkopen, mislukt is.

Ada Colau, de burgermeesteres van Barcelona, heeft zich met haar politieke beweging Barcelona En Comú altijd afzijdig van de Catalaanse afscheidingsbeweging gehouden. Uit politiek winstbejag heeft zij nooit duidelijkheid willen geven over het maatschappelijk debat dat iedere Catalaan bezighoudt en dat tot een diep politiek conflict met de Spaanse staat heeft geleid. Nu verklaarde zij voor het Hooggerechtshof dat er niet elf Catalaanse leiders terecht staan, maar twee miljoen Catalaanse stemmers. Ook vertelde zij dat de materiele schade nihil was vergeleken met een gewone protestbijeenkomst of een algemene staking. Colau kiest na lange tijd schoorvoetend de kant van de winnende partij en is, hoe ironisch, daarmee een goede politieke graadmeter hoe Spanje er voor staat.

Alleen koning Felipe VI deed bij de opening van het World Mobile Congres in Barcelona nog een wanhopige poging. In zijn openingstoespraak verkondigde hij afgelopen week dat Spanje een moderne democratie is met een eerlijke justitie. Maar wie interesseert zich op een telefoon beurs dat nou? Wanneer de koning, net als Borell, zal worden weggestuurd is nog onbekend. Maar ook in Spanje gaan geluiden op dat men het koningshuis steeds minder ziet zitten als het legitiem hoofd van het land.

 

(1) De onafhankelijkheidsverklaring door het Parlement op 27 Oktober 2017 is tot heden toe niet in de Catalaanse staatscourant gepubliceerd en drukt dus alleen een politieke intentie uit, maar heeft geen juridische waarde. Desalniettemin voerde de Spaanse regering de opschorting van de Catalaanse autonomie in onder het mom van grondwetsartikel 155, ontsloeg de Catalaanse regering, ontbond het Parlement en legde nieuwe verkiezingen op, dit alles geheel illegaal tegen dezelfde grondwet in, welke opnieuw door de onafhankelijkheidsbeweging werden gewonnen.

(2) Als vicepresidente van de Spaanse regering beschuldigde zij de Mossos d’Esquadra dat zij niet loyaal aan de grondwet waren omdat zij niets hadden gedaan om het referendum tegen te houden. Zij gebruikte dit argument als reden voor het gewelddadig politieoptreden van de Guardia Civil en Policia Nacional. De Mossos hadden echter zonder gebruik van geweld meer stembussen in beslag genomen dan de Guardia Civil en Policia Nacional samen.

Please follow and like us:
error

Catalaanse burgerleider Jordi Cuixart beschuldigt de Spaanse staat

(720 woorden)

Een vreedzaam protest als basis voor de aanklacht
De verhoren van de aangeklaagde Catalaanse politici en burgerleiders in het gerechtelijk proces is afgesloten met de ondervraging van Jordi Cuixart, voorzitter van de culturele vereniging Omnium Cultural. Sinds 16 Oktober 2017 zit hij in voorlopige hechtenis wegens de beschuldiging van oproer. De aanleiding hiervoor is de protestmanifestatie op 20 September voor het gebouw van de Catalaanse ministerie van Economische Zaken. Daar hield de Guardia Civil toen een huiszoeking. Een spontane mensenmenigte verhinderde dat zij het gebouw de gehele dag konden verlaten. Beter gezegd: zij wilden en durfden dat niet. Het protest werd vervolgens gedirigeerd door het ANC en Omnium. Voor de deur had de Guardia Civil twee auto ‘s geparkeerd. Gedurende de gehele dag klom het publiek en journalisten op deze auto ‘s, waardoor ze zwaar beschadigd werden. Ook bleek dat de auto ‘s onafgesloten waren met geweren er in. De verdenking is daarom dat de Guardia Civil een gewelddadige actie door het publiek wilde uitlokken om de aanklacht van oproer of rebellie te onderbouwen. De wapens bleven echter onaangeroerd. Alleen de munitie werd uit de auto gehaald en later ergens in Barcelona terug gevonden. Aan het einde van de dag klommen Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, voorzitter van het ANC, met toestemming van de politie op de auto om het publiek te zeggen dat de protestbijeenkomst afgelopen was en dat zij zich nu vreedzaam moest verspreiden. Het beeld van Cuixart en Sànchez op de politieauto is de directe aanleiding van de aanklacht wegens oproer.

Het betoog van Cuixart
Cuixart hield bij zijn verhoor een vurig betoog dat hij als voorzitter van Omnium Cultural vreedzame, democratische en culturele beginselen aanhoudt. Nooit en te nimmer heeft hij opgeroepen tot geweld bij welke protestdemonstratie dan ook. In zijn verklaring zegt hij: ‘De verklaringen die ik voor onderzoeksrechter Llarena aflegde waren om uit de gevangenis te komen. Dit is nu niet meer mijn prioriteit. Ik ben een politieke gevangene. Na vijfhonderd dagen gevangen te zijn is mijn prioriteit niet meer om uit de gevangenis te komen, maar om aangifte te doen van de schendingen van de fundamentele rechten.’  Voor het hoofdkantoor van Omnium in Barcelona volgden de mensen de directe uitzending van de ondervraging op een projectiescherm. Op slag kreeg de vereniging ter bescherming van de Catalaanse taal, welke in 1961 tijdens de onderdrukking van het Franco regiem werd opgericht, er 4000 leden bij. Omnium Cultural is met haar 140.000 leden daarmee de grootste vereniging in Catalonië geworden, groter nog dan de ‘més que un club’ (‘meer dan een club’) FC Barcelona.

Het verhoor
Bij de ondervraging suggereert de openbaar aanklager door zijn woordkeuze continu een sfeer van geweld. ‘U LANCEERDE een tweet voor een MASSAAL protest?’ Cuixart: ‘Iedere organisator van een protestbetoging roept op tot een zo ‘n groot mogelijke deelname. Dit is de meest normale gang van zaken en een fundamenteel recht in een democratie.’ De aanklager beschuldigt Cuixart dat hij de Guardia Civil en de secretaris van de rechtbank die met de huiszoeking belast was, verhinderde om het ministerie te kunnen verlaten omdat het publiek een ‘gewelddadige menselijke muur’ vormde die ‘No passaran’ (‘Ze komen er niet langs’) scandeerde. Cuixart citeerde het gedicht waarin deze uitspraak voorkomt. Het stamt uit de slag van Verdun in 1916. Het werd ook in de burgeroorlog gebruikt en later door Joan Manuel Serrat tot een lied gemaakt. Kan iemand die een gedicht citeert als rebel worden gekenmerkt? De protestbijeenkomst was dusdanig vreedzaam dat de bar naast het ministerie gewoon open bleef en haar klanten kon blijven ontvangen.

Geen lijk, geen rechtszaak
Hoewel de aanklager geweld suggereerde, heeft hij geen enkele specifieke vraag gesteld, niet aan Cuixart en niet aan de andere aangeklaagde Catalaanse leiders, naar de misdaad die zij zouden hebben gepleegd. Zij worden beschuldigd van oproer of rebellie en zouden daarom geprobeerd hebben om de gevestigde macht van de Spaanse Staat op georganiseerde en gewelddadige manier omver te werpen. Geen enkele vraag daarover van de aanklagers, niet over de organisatie, niet over het door hen gevoerde geweld. Niets, want de misdaad van georganiseerd geweld is er gewoonweg niet. De perverse Spaanse justitie heeft om niets Cuixart 15 maanden van zijn leven beroofd. Dit gerechtelijk proces zou onmiddellijk gestopt moeten worden en de gevangenen vrij moeten laten. Zoniet, dan toont dit aan dat dit een politiek proces is, een farce.

Please follow and like us:
error