Een hardere toon

Vandaag is te merken dat de Spaans socialistische partij, PSOE, een hardere toon begint aan te slaan tegen de afscheidingspolitiek in Catalonië. Tot nu toe hield de PSOE het bij een discussie over een politieke oplossing met overleg tussen de verschillende partijen. Waarschijnlijk is de hardere toon een gevolg dat president Rajoy (PP) en oppositieleider Pedro Sanchez (PSOE) elkaar gister hebben gesproken om meer samen te werken aan ‘het Catalaans probleem’, nadat de Catalaanse politici de ‘juridische overgangswet’ bekend maakten. (Alhoewel Catalonië in de Spaanse visie eigenlijk altijd alleen maar een probleem is, afgezien van de financiële bijdragen die de Catalanen aan het koninkrijk Spanje leveren, meestal aangeduid als solidariteit, alsof het een authentieke kolonie betreft.) Bij monde van de PSOE woordvoerster in het Spaanse congres (en tevens rechter), Margarita Robles, is nu voor het eerst uit socialistische mond te horen dat de stembussen eventueel onder dwang zullen worden verwijderd op of voor de dag van het referendum op 1 Oktober. Zij beschuldigd de verantwoordelijke politici van wettelijke ongehoorzaamheid en van verkwisting van overheidsgeld voor de aankoop van stembussen. Voor het laatste kan gevangenisstraf worden opgelegd en bestaat de reële mogelijkheid dat de politici persoonlijk voor de kosten moeten opdraaien. De beschuldiging houdt echter weinig stand daar het autonome gebied Andalusië reeds in 2003 eigen stembussen heeft gekocht. Dit is nooit een probleem geweest. Nu is de aankoop van stembussen opeens ongrondwettelijk. Het licht er blijkbaar aan wie ze koopt en wat je met een stembus eventueel zoudt willen gaan doen. Vrouwe Justitia, in de vorm van Robles, is blijkbaar niet geheel onbeperkt in haar gezichtsvermogen en heeft haar oordeel reeds klaar alvorens de misdaad heeft plaats gevonden. Later in het radiointerview op kanaal Onda Cero, verzwakte zij haar uitspraak met: ‘We zullen wel zien of het zover komt dat er stembussen komen, hoe ze in de stemlokalen arriveren en of het wel stembussen kunnen worden genoemd’. Ze vergeet dat in andere democratieën zelfs een plastic vuilniscontainer met bovenin een opening erin op volkomen legitieme, legale en grondwettelijke wijze als stembus wordt gebruikt.

Gister dreigde de leider van de PP in Catalonië, Xavier Garcia ALbiol, voor de zoveelste keer met toepassing van artikel 155 van de grondwet: de opheffing van het autonome gebied Catalonië omdat enkele politici een staatsgreep willen plegen. Het lijkt er op dat Albiol niet heeft gehoord dat begin deze maand de PP woordvoerder in het congres, Rafael Hernando, deze maatregel al ter zijde had geschoven. De procedures voor het toepassen van artikel 155 duurt ongeveer 4 maanden. Daar is nu geen tijd meer voor om de stemming op 1 Oktober een halt toe te roepen. Vandaag suggereerde Alícia Sánchez-Camacho, ex-leider van de PP in Catalonië en momenteel volksvertegenwoordiger in het Spaanse congres, ook de toepassing van artikel 155. Men probeert misschien enkele onwetenden onder de onafhankelijkheidsbeweging de stuipen op het lijf te jagen. Deze kans is echter nihil daar men in het algemeen goed is geïnformeerd door een redelijk onafhankelijke pers, een fenomeen dat in de rest van Spanje nagenoeg onbekend is. Of de unionisten hebben geen maatregelen meer ter beschikking om het referendum tegen te houden, afgezien van het gebruik van geweld. Laat staan dat de unionisten een politiek aanbod zullen doen als argument dat het beter is om bij Spanje te blijven. Maar deze hebben ze nooit gehad.

De onsamenhangende bedreigingen, vaak tegenstrijdig en volkomen tegen juridische principes in, duidt er op dat er totale wanhoop en diepe verdeeldheid is bij de regeringspartij PP en de grootste oppositiepartij PSOE. Na de manifestatie ‘No tinc por’ hebben ze eindelijk gezien dat de Catalanen niet bang zijn. En tevens vastbesloten in hun streven naar onafhankelijkheid.

De juridische overgangswet

Vandaag hebben de twee parlementaire groepen voor onafhankelijkheid, de regeringspartij ‘Junts per Sí’ en de gedoogpartij ‘la CUP’, het ontwerp van de juridische overgangswet bekend gemaakt. De wet was tot nu toe het grote geheim van de twee groepen om (juridische) obstructie van Spaanse zijde te verkomen. De politici hebben toegezegd dat de wet vóór het houden van het referendum op 1 Oktober zal worden aangenomen in het Catalaanse parlement. Indien ‘ja’ wint in het referendum, zal de onafhankelijkheid van Catalonië binnen 24 uur door het parlement worden uitgeroepen en vervangt deze wet de Spaanse wetten automatisch. Dit, om geen kostbare tijd aan parlementaire debatten op een cruciaal moment te verliezen. De nieuwe wet dient dan als voorlopige juridische structuur van de Catalaanse republiek, voordat een definitieve grondwet wordt aangenomen. De wet beschrijft het territorium van de nieuwe republiek, de Catalaanse legaliteit, overheid, pensioenen, et cetera. Om een vloeiende overgang van Spaaans autonoom gebied naar een onafhankelijke republiek te bewerkstelligen, worden de Spaanse structuren, wetten en het statuut van Catalonië als uitgangspunt genomen. Er worden alleen veranderingen aangebracht daar waar nodig is om de juridische binding met Spanje te verbreken. Zo veranderd bijvoorbeeld het huidige Hooggerechtshof van Justitie in Catalonië in het Catalaans Hooggerechtshof. De Europese beginselen en internationale verdragen die Spanje ondertekend heeft, zoals die voor de mensenrechten, worden gerespecteerd. De Catalaanse grondwet moet tot stand komen door actieve deelname van de burgers. Uiteindelijk zal binnen een jaar in een referendum over de grondwet worden gestemd.

Het eerste slachtoffer in een oorlog is de waarheid

De vuile (media) oorlog van de Spaanse pers draaid op volle toeren. Reeds enkele uren na de terroristische aanslag gaf de Spaanse pers de schuld aan het onafhankelijkheidsstreven in Catalonië en dringt er sindsdien bij de Catalaanse regering op aan om het referendum op te geven. Daarna volgde een golf van artikelen in onder andere El Mundo, El Pais, l’Abc en La Razón welke fouten de Catalaanse politie, Mossos d’Esquadra, heeft gemaakt voor, tijdens en na de aanslagen. Vandaag zijn al deze aantijgingen door de woordvoerder van de Mossos d’Esquadra, Josep Lluís Trapero, in een radiointerview stuk voor stuk tegengesproken en ontkracht. Hier volgt een samenvatting.

El Periódico: De CIA heeft de Mossos twee maanden tevoren gewaarschuwd voor een aanslag.

Trapero: Dit is gelogen. Alhoewel we volgens het statuut de bevoegdheid hebben, hebben we geen internationale toegang tot terreur informatie. Bovendien, de geheime diensten van verschillende bevriende landen hebben alleen onderling contact, maar nooit met de politiecorpsen van bevriende landen.

ABC: Na de ontploffing in het huis in Alcanar waarschuwde de rechter dat het een voorbereiding voor een terroristische aanval was. De Mossos hielden vol dat het een drugslaboratorium was. Hierdoor ging kostbare tijd verloren. Indien de Mossos naar de rechter had geluisterd, had de aanslag voorkomen kunnen worden.

Trapero: Onjuist. De politie onderzoekt alleen wat de rechter opdraagt. Zelfs als de politie een andere mening heeft. De rechter heeft geen opdracht in terroristische richting gegeven. Gezien de 20-tal gasflessen die we in eerste instantie vonden, leek het volgens de brandweer, de wetenschappelijke politie en de Mossos op een gasexplosie. De Tedax (technische explosieven dienst) vond aceton en andere elementen en de Mossos vonden een auto die werd voorbereid met een dubbele bodem. Dit alles wees op een drugslaboratorium. Pas later werd een 100-tal gasflessen gevonden. Na de tweede explosie om 5:30 uur vond de Tedax waterstofperoxide. Toen pas wees het onderzoek in de richting op de productie van explosieven.

El País: De waarschuwing voor de terroristisch gevaarlijke imam door de Belgische politie wordt door de Mossos genegeerd. (De naam van de Catalaanse agent wordt, geheel tegen de wet van persoonsbescherming, met naam en toenaam genoemd)

Trapero: Een Belgische agent vroeg in een email aan een Catalaanse politie of hij informatie over de imam had om hem te checken op een eventueel justitieel verleden omdat de imam zich in België wilde vestigen. de Catalaanse agent vond niets in ons systeem. Het betrof een officieus consult van twee agenten die elkaar van een conferentie kennen, echter geen officieel consult. Het betrof dus geen waarschuwing van de Belgische politie naar de Mossos d’Esquadra. Of de Belgische politie verder bij andere Spaanse politieeenheden over de imam heeft gevraagd is ons onbekend.

De vakbonden van de nationale politie en van de Guardia Civil beschuldigen de Mossos d’Esquadra dat zij werden geïsoleerd van het onderzoek naar de ontploffing.

Trapero: We hebben niet besloten om de nationale politie en de Guardia Civil te betrekken bij het onderzoek omdat zij daar niet om hadden gevraagd. De Guardia Civil heeft geen hulp van hun Tedax aangeboden omdat de Mossos d’Esquadra hun eigen Tedax hebben.

En dan nu de laatste onwaarheid, maar met betrekking tot de protestmanifestatie van afgelopen zaterdag 26 Augustus ‘No tinc por’. La Razón met de foto op haar voorpagina: Puigdemont (president Catalonië) en Colau (burgemeesteres van Barcelona) stellen de onafhankelijkheidsbeweging strategisch in de mars op zodat zij de koning en Rajoy konden uitfluiten. In een aantal tweets legt de fotograaf echter uit dat hij de foto midden in de mars heeft gemaakt, met de kopgroep twee huizenblokken (ongeveer 200 meter) achter hem en dat de estelades (Catalaanse vlag met blauwe ster die de wens om onafhankelijkheid uitdrukt) over de gehele mars waren verdeeld, en niet geconcentreerd vlak achter de regeringsleiders, zoals de foto suggereert.

Aan de andere kant siert het de krant La Vanguardia dat zij één van haar problematische journalisten heeft ontslagen omdat deze de Catalaanse media, zoals de kranten Ara, El Punt Avui en het openbare TV kanaal TV3, in een artikel van Francisme beschuldigd en dat de onafhankelijkheidsbeweging op een gewelddadig conflict aanstuurt.

No tinc por (Ik ben niet bang)

De terroristische aanslagen laten ons het een en ander duidelijk zien.

Allereerst dat de Catalanen tonen een volk te zijn, onafhankelijk van afkomst, religie, ras of wat dan ook. Wij zijn niet bang en laten onze samenleving niet door terreur intimideren. Onze saamhorigheid en solidariteit is zeer groot. Dit blijkt onder andere aan het aantal bloeddonoren en vrijwilligers die hebben geholpen na de aanslag. Er is absoluut geen sprake van haatgevoel tegen de moslims onder de Catalanen. Onze multiculturele samenleving is een verrijking, geen gebrek of gevaar. De moslimgelovigen wonen en leven in goede harmonie met de rest van de bevolking. Ook de moslimsamenleving heeft haar verbazing, woede en afwijzing tegen de aanslagen duidelijk geuit. Dit wordt wel het duidelijkst getoond door de video  waarin de vader van het driejarig kind dat omkwam bij de aanslag in Barcelona, de imam van zijn dorp Rubi troost wanneer deze zijn emoties niet meer de baas is. Op de simultane protestmanifestaties tegen terrorisme in Ripoll en Barcelona die momenteel, 26 Augustus om 18:00 uur, gaande zijn met als lemma ‘No tinc por’ (Ik ben niet bang) komen vele betogers uit geheel het land. In Ripoll hield Safira Oukabir, de zus van één van de omgekomen terroristen, een indrukwekkende en emotionele toespraak (in het Catalaans) tegen het terrorisme en bedankte de Catalaanse politie voor hun inzet. Ook de protestmanifestaties tegen terrorisme gehouden in verschillend steden afgelopen dagen, waarvan sommigen georganiseerd door de moslimbeweging zelf, spreken boekdelen.

De Catalaanse politie, Mossos d’Esquadra, hebben tijdens en direct na de aanslagen adequaat gehandeld. Dankzij hun inzet en voortreffelijke organisatie zijn alle terroristen gearresteerd of doodgeschoten. De efficiëntie van de Mossos d’Esquadra wordt door de internationale pers en politie in vele landen geprezen. Ook de hulpverlening, burgerbescherming, ambulances, verplegend personeel en artsen hebben voortreffelijk werk verricht. Hoewel in de zomervakanties gedeelten van de ziekenhuizen en operatiekamers sluiten, waren deze in korte tijd weer geopend en waren de artsen, veel kwamen expres terug van vakantie, weer op hun post.

De Catalaanse overheid, Generalitat de Catalunya, leverden goed werk en communiseerden duidelijk en naar behoren om paniek en haatzaaien te voorkomen. De consulaten van de landen waar de slachtoffers vandaan komen (de meesten zijn toeristen) werden direct ingelicht. Dit had onder andere tot gevolg dat de ministers van buitenlandse zaken van Frankrijk en van Duitsland naar Barcelona kwamen en door de Catalaanse minister van buitenlandse zaken, Raul Romeva, op vliegveld Barcelona werden ontvangen en ingelicht.

De officiële drie dagen van rouw waren nog niet voorbij, of er verscheen een golf van artikelen in verschillende Spaanse kranten, met name El País, El Mundo, El Periódico, La Razón en l’Abc, dat de aanslagen een direct gevolg is van het onafhankelijkheidsstreven van ‘enkele politici’ in Catalonië en vooral door het slechte en inefficiënte werk van de Mossos d’Esquadra. Het editoriaal schrijven van de Internetkrant Vilaweb legt uit waarom de Spaanse pers op zo’n manier reageert. In de internationale diplomatie wordt namelijk gekeken wie de controle heeft over een bepaald gebied. Degene die deze controle heeft, wordt beschouwd als de autoriteit van dat gebied. De acceptatie van een staat is een logisch gevolg van dit feit. Tijdens en na de aanslagen is overduidelijk gebleken dat in Catalonië de Mossos d’Esquadra en de Generalitat degenen zijn die de controle over Catalonië hebben, en niet de Spaanse regering en haar politiecorpsen. Zelfs de Spaanse nationale politie schreef (beter gezegd: klaagde) dat de Mossos hun werk voortreffelijk hebben gedaan en dat dit te danken is geweest aan het trage en slechte reageren van de Spaanse politici direct na de aanslag. Hierdoor heeft Spanje internationaal aan kredietwaardigheid verloren. Kortom, er heerst paniek in Spanje en zij stelt nu alles in het werk om de controle over Catalonië weer terug te krijgen. Of in ieder geval de schijn er van. Dit is de reden waarom de Mossos d’Esquadra worden afgeschilderd als niet-competent en wordt beweerd dat zij reeds de beschikking had over de terrorisme gevaarlijke imam van Ripoll. Dit is ook de reden waarom de nationale politie de opdracht van de rechter heeft gekregen om het officiële onderzoek naar de aanslag uit te voeren. Ook de weigering van de Spaanse president, Mariano Rajoy, om de Mossos d’Esquadra toegang te geven tot het Europese politienetwerk Europol kan hier aan worden toegeschreven. Alhoewel toegezegd door zijn minister van binnenlandse zaken en door de regerings gedelegeerde in Catalonië dat de Mossos in September toegang tot Europol zullen krijgen, is deze belofte door Rajoy weer ingetrokken. Zijn argument is dat er nu geen overhaaste beslissingen moeten worden genomen en dat alleen de nationale politiecorpsen recht op toegang tot Europol hebben. Waarom de Baskische politie, Ertzaintza, en vele regionale autoriteiten elders in Europa, wel toegang hebben tot Europol is een raadsel en roept veel verontwaardiging op onder de Catalaanse bevolking. President Puigdemont beweerd in de Financial Times dat de Spaanse regering met de veiligheid van de Catalaanse burgers speelt om haar eigen politieke doeleinden te bereiken.

Het gerucht gaat dat de nationale politie belangrijke informatie ter bestrijding van terrorisme voor de Mossos heeft achtergehouden. Uit gerechtelijke administratie blijkt dat de nationale politie de imam van Ripoll, Abdelbaki Es Satty, gezien als de aanstichter van de aanslagen, reeds in 2005 in het vizier had en zij hem toender-tijd, met gerechtelijke toestemming, telefonisch heeft aflgeluisterd. De Catalaanse minister van binnenlandse zaken heeft aangekondigd dit verder te onderzoeken en, indien de geruchten worden bevestigd, dit gevolgen zal hebben.

Nawoord

De protestmanifestatie tegen de terreuraanslagen en voor vrede ‘No tinc por’ bracht naar officiële schatting zo’n 500.000 mensen op de been.

De protestmanifestatie bestond eigenlijk uit twee verschillende groepen, de officiële en de officieuze optocht. Zo’n 170 organisaties wilden niet dat de regering van Rajoy en koning Filip VI meededen met de optocht. Zij organiseerden daarom hun eigen optocht ‘Jullie politiek zijn onze doden. Vrede, solidariteit en voor een samenleving met diversiteit’. Deze mars begon om 16:00 uur en werd tegen het einde samengevoed bij de officiële manifestatie. De deelname van de regering van Rajoy en van koning Filip VI wordt gezien als het summum van cynisme. De PP regering van Rajoy heeft hechte banden met de Spaanse wapenhandel en promoot hiermee gewapende conflicten en oorlogen. Het begon al bij PP president Aznar, die mede-verantwoordelijk is voor de oorlog in Irak. Hiertegen werd toendertijd in Barcelona door ruim 1 miljoen mensen geprotesteerd.  Deze oorlog is de oorzaak is van de huidige chaos in het middenoosten en de Islamitische Staat (IS). Koning Filip VI en zijn gevolg verkocht onlangs voor zo’n 80 miljard Euro’s wapens aan Saudi Arabië, een dictatoriaal bewind dat haar burgers onderdrukt, oorlogen voert en de IS steunt. Op veel protestpamfletten was te lezen: ‘tegen wapenhandel, voor de vrede’ of iets van dien aard. De onvrede van hun deelname was ook de reden van de fluitconcerten.

De terroristische aanslagen

Afgelopen donderdag werden we opgeschrikt waar niemand op hoopte dat het ooit gebeuren zou: een terroristische aanslag in het hart van Barcelona en in andere toeristische steden. Allereerst wil ik mijn medeleven en respect tonen voor de slachtoffers van dit drama. De aanslag is een laffe daad, uitgevoerd door angsthazen die moord en verderf zaaien onder onschuldige slachtoffers. Deze fanatiekelingen staan geheel alleen en hebben niets van doen met de moslimsamenleving alhier in Catalonië. Zij verdienen geen enkel respect en hun gedrag is daarom door iedereen, inclusief de moslim gemeenschap en de families van de daders, scherp veroordeeld.

Aangezien de media in Nederland uitgebreid verslag doen van het gebeuren wil ik me beperken tot enkele dingen die misschien niet geheel aan het licht komen in de Nederlandse pers.

Het ziet er naar uit dat de Catalaanse politie, Mossos d’Esquadre, de medische hulpverlening en de ziekenhuizen zeer snel, adequaat en correct hebben gereageerd. Het lijkt er ook op dat de Catalaanse politie het onderzoek naar behoren uitvoert. De verbanden tussen de gebeurtenissen in de verschillende steden verspreid over geheel Catalonië: Alcanar, Barcelona, Cambrills, Vic en Ripoll, de berichtgevingen, of om goede redenen het nalaten er van, laten zien dat zij goed georganiseerd en voorbereid is op dergelijke calamiteiten. Ook de Catalaanse politici, met name de minister van binnenlandse zaken en tevens hoofd van de Mossos d’Esquadre en de president van Catalonië, Carles Puigdemont, hebben op correcte manier het initiatief genomen om verdere verwarring, paniek en eventueel haatzaaien naar de Moslimgemeenschap te voorkomen. Ook werken de gemeenteraden van alle betrokken steden en dorpen zij aan zij met de Catalaanse regering.

Helaas kan dit niet van de Spaanse regering worden gezegd. De minister president van Spanje, en dus ook van Catalonië, Manuel Rajoy, liet pas 7 (zeven) lange uren op zich wachten voor een eerste reactie. Hij kwam toen naar Catalonië en verborg zich in de delegatie van de Spaanse regering in Catalonië en overlegde alleen met de Spaans nationale politie en de Guardia Civil, welke op dat moment geen enkele rol speelden in de gehele affaire. Op zijn persconferentie hield hij een nietsluidend betoog over samenwerking en eenheid en duldde geen vragen van de journalisten. De Spaanse minister van binnenlandse zaken veroorzaakte voor nog meer verwarring door met onjuiste gegevens naar buiten te komen, zeggende dat de terroristische bende geheel was ontmanteld. Dit werd direct door de Mossos d’Esquadre ontkent. De Catalaanse politie zei dat zij de leiding over het onderzoek heeft en dat zij zelf zullen zeggen over hoe en wat. Kortom, de Spaanse overheid laat het grootscheeps afweten bij één van de grootste en belangrijkste calamiteiten in de recente geschiedenis van haar land. Voor de zoveelste keer.

Ik wil er op wijzen dat de Mossos d’Esquadre reeds drie jaar lang bij de Spaanse regering aandringt op een hoogst noodzakelijke uitbreiding van haar corps. Dit vanwege natuurlijk verloop binnen het corps en de hogere eisen die door de tijd heen aan het corps worden gesteld. Deze uitbreiding wordt door de Spaanse regering pertinent geweigerd. Uiteindelijk heeft de Catalaanse regering afgelopen Mei 600 plaatsen voor nieuwe politieagenten geopend, terwijl zij slechts toestemming kreeg voor 60 plaatsen. Erger nog: sinds 2011 vraagt de Catalaanse regering om het overleg tussen de verschillende politiecorpsen weer te hervatten. In dit overleg zou de coördinatie van georganiseerde misdaad en terrorisme moeten plaatsvinden. Hoewel dit overleg tussen Guardia Civil, nationale politie en de Baskische politie de afgelopen jaren regelmatig heeft plaats gevonden, werd dit overleg met de Catalaanse politie tot begin juli geweigerd met als reden dat het geen politie van de centrale overheid is. Hierdoor heeft de Catalaanse politie ook geen toegang tot de gegevens van Europol: de database van verdachten van terrorisme en andere misdaadorganisaties. Met als het ware: de Mossos d’Esquadre moeten het stellen zonder de bitter nodige informatie voor terrorismebestrijding. Zij krijgt enige informatie via de Amerikaanse inlichtingendienst, de CIA, maar niet via de Spaanse politiecorpsen of direct van Europol. Het is moeilijk om te bewijzen, maar de verdenking is sterk dat de weigering van samenwerking en toegang tot Europol om politieke redenen is en dat de Catalaanse politie in haar werk met betrekking tot terrorismebestrijding door de Spaanse staat wordt gedwarsboomd. Dit komt nu met deze aanslag duidelijk naar voren nu blijkt dat de imam van Ripoll, hoogst waarschijnlijk de aanstichter van de aanslag, reeds met de Spaanse justitie in aanraking is geweest en in Spanje gevangen heeft gezeten. De Catalaanse politie was hiervan blijkbaar niet op de hoogte gebracht.

Na de aanslag proberen Spaanse media de Catalaanse politie in diskrediet te brengen. El Periodico meldde direct na de aanslag dat de CIA de politie reeds een half jaar tevoren had gewaarschuwd. Dit bericht kon echter nergens worden geverifieerd. Het meest verdrietige is dat andere Spaanse media, met name El Mundo en El País, de aanslagen gebruiken om het politieke debat in de Catalaanse samenleving, het onafhankelijkheidsproces en het te houden referendum, proberen te beïnvloeden voor hun eigen doeleinden. In een interview werd Carles Puigdemont gevraagd of de aanslagen invloed zullen hebben op het laten doorgaan van het referendum. Hij zei dat de aandacht nu slechts enkel en alleen naar de slachtoffers en de nabestaanden uit gaat en dat de aanslag niets met de Catalaanse politiek te maken heeft. In scherpe bewoordingen noemde hij het miserabel om de aanslagen in verband te brengen met de huidige politieke situatie in het land. Zijn woorden werden in de Spaanse kranten als volg verdraaid: “Puigdemont laat het referendum doorgaan, ondanks de terroristische aanslagen.” Kortom, er is in Spanje een lage, vuile en smerige (media) oorlog gaande, zonder enig respect voor de onschuldige slachtoffers, slechts enkel en alleen uit politiek winstbejag. De schrijver, hoogleraar economie en parlementariër Germa Bell ziet hier zelfs de hand van de Spaanse regering van de PP in. In een aantal twitters zegt hij: het is algemeen bekend dat Aznar de kranten dicteerde wat zij na de aanslag van 11 Maart in Madrid 2004 moesten schrijven. Nu is het de beurt van vicepresidente, Soraya Saens de Santamaria, die precies hetzelfde doet om de mening van de Catalanen te beïnvloeden met betrekking tot het referendum voor onafhankelijkheid op 1 Oktober.

De vicepresidente drong er tevens op aan om het gevaarsniveau voor terrorisme te verhogen van 4 naar 5. Hiermee wilde zij bewerkstelligen dat het leger in de straten van Barcelona zou patrouilleren. Het is overduidelijk dat zij dit om politieke motieven wil om het onafhankelijkheidsproces te dwarsbomen. De socialistische partij en president Rajoy wilden hier echter niets van weten.

De aanslagen laten gelukkig ook zien hoe saamhorig en solidair de Catalaanse gemeenschap is in zulke moeilijke perioden. Mensen geven massaal bloed af bij de ziekenhuizen voor de slachtoffers, zodanig veel dat de ziekenhuizen binnen twee uur melden dat ze geen behoefte meer hadden aan donorbloed, vrijwilligers melden zich om te helpen bij de slachtoffers, zoals vertalers, anderen hielpen medeburgers die soms tot 8 uren lang in de files moesten staan vanwege de politiecontroles en boden hen onderdak. Mede dankzij de oplettendheid en de samenwerking van de Catalaanse gemeenschap is met grote waarschijnlijkheid nu ook de laatste dader van de aanslag opgespoord en ontmanteld.

In deze moeilijke uren heeft Catalonië laten zien dat zij op snelle, efficiënte en waardige manier haar eigen problemen te lijf kan, zoals het een onafhankelijke, democratisch land betaamd. Zij heeft aangetoond dat ze de Spaanse staat daar niet meer voor nodig heeft.

 

Wachtrijen op vliegveld Barcelona

Nu de zomervakanties aangebroken zijn, is er (weer) sprake van chaotische situaties op het vliegveld van Barcelona ‘El Prat’: lange wachtrijen van meer dan twee uur en een bomvolle terminal. Hierdoor hebben deze zomer in totaal al zo’n 10.000 passagiers hun vlucht gemist. De vliegbedrijven vergoeden de gemiste vluchten niet, daar de wachtrijen buiten hun verantwoordelijkheid om plaats vinden. Zij raden aan gemiste vluchten te claimen bij de toezichthouder van de Spaanse vliegvelden, AENA.

Eind April waren er reeds problemen. Toen waren er lange wachtrijen bij de paspoortcontroles. Dit was een gevolg van de nieuwe EU regels voor een aanpassing van het Schengen verdrag voor de bestrijding van terrorisme, waaronder strengere paspoortcontroles op de Europese vliegvelden. De nieuwe regeling was in Maart afgesproken en was dus reeds lang tevoren bekend. De Spaanse overheid had bovendien een marge van 6 maanden om de nieuwe regels toe te passen. Indien nodig, had Spanje uitstel van 18 maanden bij de EU kunnen aanvragen voor het toepassen van de nieuwe regels op paspoortcontroles. Dit heeft zij niet gedaan. Zij heeft de nieuwe regeling met directe ingang van 7 april laten ingaan. De vluchten die worden uitgevoerd zijn altijd twee dagen van tevoren bekend. De Spaanse overheid was dus reeds lang tevoren op de hoogte van de komende drukte met de paasvakantie, 1 Mei viering, de Formule 1 en de feestdag op 23 Juni. Op het moment dat deze wachtrijen op het vliegveld plaatsvonden, was er echter nog geen enkele maatregel genomen door de Spaanse overheid om meer politie eenheden in te zetten bij de controles. Er werd vermeld dat op een gegeven moment van de topdrukte slechts één van de drie loketten van de politie open was. De Spaanse overheid, middels haar vertegenwoordiger in Catalonië, Enric Millo, klaagde dat het moeilijk is om politiemensen uit andere delen van Spanje naar Barcelona te doen komen. Volgens de woordvoerder van de vakbond van de nationale politie is het onaantrekkelijk voor de Spaans nationale politie om in Catalonië te komen werken, daar het leven er veel duurder is dan in de rest van Spanje. De Spaanse overheid is echter voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de hogere levenskosten in Catalonië, zoals de tolwegen die voornamelijk in Catalonië liggen. Daar komt bij dat de extra vergoedingen voor het politie personeel per autonoom gebied verschillend zijn: voor Baskenland is dit EU 648, Madrid EU 180 en voor Catalonië is deze vergoeding slechts EU 54. Met de 1 Mei viering waren de problemen nog steeds niet opgelost omdat Millo vond dat het niet zijn taak was om een oplossing aan te dragen en dus de vergaderingen met de Catalaanse regering bij te wonen. Uiteindelijk zijn er toen elektronische scanners op het vliegveld neergezet en heeft Millo politie van andere politiebureaus uit Catalonië weggehaald. Met als gevolg dat nu daar de wachtrijen voor paspoortaanvragen en identiteitsbewijzen ongewenst lang werden: in Mei konden pas afspraken bij de nationale politie worden gemaakt voor in Oktober. Zonder afspraak moest op goed geluk worden gerekend of men geholpen kan worden. In Barcelona melden de eersten zich om 2:00 uur ‘s-ochtends in de wachtrij, maar konden soms niet worden geholpen.

De chaos op het vliegveld in Augustus heeft echter een andere oorzaak. Nu zijn het de medewerkers van de veiligheidcontroles die reeds meer dan twee weken stiptheidsacties houden en een staking vanaf 14 Augustus hebben aangekondigd. De toezichthouder van het vliegveld, AENA, had tot voor kort niets aan de chaos gedaan en is nu pas begonnen met onderhandelingen met de vakbonden. De Spaanse minister van industrie en haar regeringsvertegenwoordiger in Catalonië, Millo, (deze zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid op het vliegveld) glanzen door afwezigheid. De redenen voor de acties bij de werknemers zijn de lange werktijden zonder pauzes wegens personeelstekorten en de lage lonen voor het gespecialiseerde personeel. Deze medewerkers werken bij het particuliere bedrijf Eulen dat een contract heeft voor 18 vliegvelden in geheel Spanje, met als opdrachtgever de nationale beheerder van alle vliegvelden in Spanje, AENA. Gemelde problemen doen zich echter alleen in Barcelona voor.

De oorzaak van de problematiek is typisch een voorbeeld hoe het Spaans politiek-economisch systeem functioneert. De centralistische overheid wil de overheidstaak van het beheer van het vliegveld niet uit handen geven, zoals de Catalaanse regering reeds zo vaak heeft gevraagd. Dit leidt er toe dat AENA concurrerende vliegvelden beheerd, zoals Barcelona versus Madrid en dat het beleid er op gericht is om het ene vliegveld voorkeur te geven boven de andere. Met Madrid als thuishaven voor het semi-Spaanse overheidsbedrijf Iberia, die tot nu toe het monopolie in Spanje had voor intercontinentale vluchten, laat het zich raden waar AENA de voorkeur aan geeft. Een andere oorzaak zijn de economische structuren in Spanje. Bedrijven, met (ex-)politici, familie of vrienden van politici als bedrijfseigenaar of in de bestuurscommissies, zijn duidelijk in het voordeel voor het verkrijgen van openbare opdrachten bij de Spaanse overheid. Om te beginnen met AENA, met als directeur de almachtige en allesbezittende Florentino Pérez. Leider van diverse mega bedrijven met betrekking tot, onder andere, energie, bouw en vervoer. Daarnaast, of misschien beter gezegd: dit is een gevolg van het feit dat, hij onbetwist president is van de Spaans nationale trots Real Madrid, waar hij vrij toegang heeft tot de VIP loge van de club. Dit is de plek bij uitstek waar al sinds het Franco tijdperk dé deals worden gesloten. Eulen is een bedrijf dat gespecialiseerd is in alles: schoonmaak, bejaardenzorg, beveiliging, kinderopvang. Opgericht door David Álvarez en na zijn dood in bezit van zijn familie die hiernaast ook de wijnkelder Vega Sicilia bezit. Het bedrijf Eulen staat bekend om haar controversiële arbeidscontracten en, zoals te verwachten is, om haar goede contacten met de politiek. Eén van haar belangrijkste directeuren is Micaela Núñez Feijóo, zus van de huidige PP president van het autonome gebied Galicië. Momenteel loopt een onderzoek tegen haar wegens een corruptie schandaal van 2,3 miljoen Euro’s voor het verkrijgen van een opdracht in 2011 van de PP burgemeester van Corunya. Wanneer politieke partijbelangen voorop worden gesteld, en niet het algemeen belang van de burgers, is het niet vreemd dat dit leidt tot een dergelijk ongelooflijk onkundige bedrijfsvoering.

De chaos van de lange wachtrijen geeft niet bepaald een goed imago aan het vliegveld El Prat en aan Barcelona in het algemeen. Het stoot vliegbedrijven, zakenreizigers en touristen af als blijkt dat het vliegveld niet naar behoren functioneert en kan daardoor een nekslag geven aan de Catalaanse economie. De afwezigheid van de Spaanse overheid en de laksheid van de toezichthouder AENA voor het aandragen van oplossingen en verbeteringen geven de Catalaanse burger voor de zoveelste keer het gevoel dat zij door haar centralistische overheid in de steek wordt gelaten, of zelfs wordt geboycot, in plaats dat deze overheid de interesses van haar burgers verdedigd. Of er politieke motieven achter deze chaos zitten, kan niet worden aangetoond. Maar, gezien (het nalaten van) de handelingen gedurende de afgelopen maanden door de Spaanse regering, is de verdenking groot. Bovendien speelt zij met vuur door zulke grote wachtrijen toe te staan op één van de drukste vliegvelden in Europa en met een alarmniveau voor terrorisme van 4 op een schaal van 1 tot 5. Het moedwillig blootstellen van burgers aan zulk een gevaar door een overheid, of zelfs maar de verdenking daarvan, is onacceptabel. De recent Spaanse geschiedenis kennende, zijn dergelijke praktijken van de Spaanse regering, met name de PP, echter niet geheel vreemd.

Nawoord.

De burgerorganizatie Assemblea Nacional Catalana, de motor achter de onafhankelijkheidsbeweging, deelt op het moment van dit schrijven pamfletten uit aan de reizgers in de wachtrijen. Hierin wordt uitgelegd waarom Catalonië onafhankelijk wil worden. Duidelijker kan het niet: de wachtrijen zelf zijn een goed voorbeeld, eentje uit een heel lange lijst, van de oorzaak om een onafhankelijke staat te willen hebben.

Dreiging van het afsluiten van de geldkraan

De Catalaanse overheid staat reeds sinds na de verkiezingen van September 2015 om politieke reden onder strenge financiële controle van de Spaanse overheid: iedere maand moeten de Catalaanse ministeries alle gemaakte kosten verantwoorden. Dit bracht natuurlijk een grote bureaucratische last voor de Catalaanse ministeries met zich mee. Vrijdag 21 Juli maakte de Spaanse regering, bij monde van haar woordvoerder en minister van onderwijs, Vigo, tijdens haar wekelijkse persconferentie bekend dat de Catalaanse overheid van nu af aan iedere week alle rekeningen moet verantwoorden. Dit, om de werkdruk van de ambtenarij bij de ministeries dusdanig hoog te maken zodat het Catalaans overheidssysteem in zal storten, maar bovenal om de aankoop van stembussen onmogelijk te maken. De aanleiding was een rekening van EU 6150 (eenenzestighondervijftig Euro’s) bestemd voor ‘verkiezingsaangelegenheden’. ‘Indien iemand een referendum wil houden, dan moet hij deze maar uit eigen portemonnee betalen’, aldus Vigo. Indien politici of welke ambtenaar hier niet aan mee zal werken, zullen zij voor justitie worden gesleept. Indien wordt ontdekt dat er alsnog geld voor het referendum wordt gebruikt, zal ook het liquiditeitsfonds van de autonome gebieden (FLA) worden afgesloten. Dit fonds, notabene geld dat afkomstig is van de autonome gebieden, waaronder Catalonië zelf, verleend financiële steun, tegen rente, om de leveranciers aan de Catalaanse overheid en de ambtenarenlonen te kunnen betalen. In dat geval wordt dan niet een, volgens de Spaanse regering, rebellerende Catalaanse extremistische regering gestraft die een staatsgreep wil plegen, maar de gehele Catalaanse bevolking, ongeacht hun politieke voorkeur.

Aangezien de Spaanse staat voor een groot gedeelte de Catalaanse overheidsschuld op zich heeft genomen nadat de financiële markten voor Catalonië werden afgesloten, betekent dit dat op het moment wanneer de financiën van de FLA worden stopgezet, de Catalaanse overheid niet meer aan haar financiële veplichtingen kan voldoen en dus ook niet meer haar schuld aan de Spaanse staat kan inlossen. Daarmee komt de Spaanse overheidsschuld, momenteel rond de 100% van het Bruto Nationaal Inkomen, nog verder onder druk te staan, plus de geloofwaardigheid van de Spaanse regering dat zij haar leningen wil betalen. De maatregel werkt dus als een boemerang op geheel Spanje en het is daarom maar de vraag of de Spaanse regering haar dreigement zal waarmaken.

De coalitiegenoot van de PP, Ciutadanos, en de grootste oppositiepartij, PSOE (socialisten), protesteerden fel tegen deze maatregel vanwege het in gevaar brengen van de financiële stabiliteit van Spanje.

Ook de internationale pers heeft van deze bedreiging (kritisch) melding gemaakt, waaronder de Financial Times.

Als antwoord op de strengere financiële controles volgden zes
Twitters van de president van Catalonië, Carles Puigdemont:

1/6 Het overheidsgeld van de Catalanen dat heeft gediend voor de
vuile oorlog en die de valse rapporten over fraude hebben betaald,
kunt u ons die terugbetalen, minister (Vigo)? pic.twitter.com/rGkqWBfbuf
— Carles Puigdemont (@KRLS) July 22, 2017

2/6 Het overheidsgeld van de Catalanen dat heeft gediend voor het
redden van de snelwegen rondom Madrid, kunt u ons die
terugbetalen, minister (Vigo)? pic.twitter.com/6uQtLuqv1Y

— Carles Puigdemont (@KRLS) July 22, 2017

3/6 Het overheidsgeld van de Catalanen dat heeft gediend voor het
redden van de banken (60 miljard Euro’s) en die in het niets zijn
verdwenen, kunt u ons die terugbetalen, minister (Vigo)?
pic.twitter.com/W3KQ7prL2I

— Carles Puigdemont (@KRLS) July 22, 2017

4/6 Het overheidsgeld van de Catalanen dat heeft gediend voor de
schadevergoeding van Castor, kunt u ons die terugbetalen, minister (Vigo)?
pic.twitter.com/x3ySPnPB0f

— Carles Puigdemont (@KRLS) July 22, 2017

5/6 Het overheidsgeld van de Catalanen dat niet door Spanje in
Catalonië is geïnvesteerd, hoewel het wel daarvoor begroot was,
kunt u ons die terugbetalen, minister (Vigo)? pic.twitter.com/u51N3JmMCU

— Carles Puigdemont (@KRLS) July 22, 2017

6/6 De rente die we hebben betaald over ons eigen geld en hebben
moeten lenen omdat dit ons grootschalig wordt afgenomen, kunt u ons
die terugbetalen, minister (Vigo)? pic.twitter.com/eeX5QnBjNL

Deze dreiging komt boven op die van de mogelijk boetes die ex-president Artur Mas en drie van zijn ministers boven het hoofd hangen voor het organiseren van de volksraadpleging op 9 November 2014. Alhoewel zij gehoorzaam wilden blijven aan de Spaanse wet, en daarom de volksraadpleging uitgevoerd werd door vrijwilligers, werden zij veroordeeld voor wettelijke ongehoorzaamheid. Zij werden echter vrijgesproken van misbruik van overheidsgelden. Desalniettemin worden zij nu alsnog vervolgt door het Tribunal de Comtes (Rechtbank van de Rekeningen) en worden mogelijk beboet om de kosten van 5 miljoen Euro’s voor deze volksraadpleging te vergoeden. Zij lopen nu het directe risico dat al hun eigendommen op korte termijn worden confisqueert. De juridische basis voor deze boete en onteigeningen is zeer twijfelachtig. De dreiging van onteigening van persoonlijke eigendommen van de politici was ook de reden waarom Puigdemont enkelen van zijn ministers heeft vervangen. Dezen wilden of konden niet hun familie in de problemen brengen.

Operatie Catalonië 2

In het vorige artikel genaamd ‘operatie Catalonië‘ noemde ik de documentaire ‘de riolen van binnenlandse zaken’ (Las cloacas de Interior). Geen enkele Spaans TV kanaal heeft deze documentaire tot nu toe willen uitzenden. De producer, Mediapro, heeft de film daarom op het Internet (21.7.2017) gezet en is te zien met Engelse ondertiteling.

De Catalaanse minister van buitenlandse zaken, Raul Romeva, heeft een brief naar verschillende presidenten in het buitenland gestuurd met een link naar deze film om te laten zien hoe het werkelijke karakter van Spanje is.

Ook in het Spaanse congres vond een parlementaire enquête plaats over ‘Operatie Catalonië’. Na drie maanden onderzoek luidt de conclusie van de parlementaire commissie dat bewezen is dat er een ‘operatie Catalonië’ plaats heeft gevonden. Ondanks deze conclusies doet de parlementaire commissie echter niets met dit resultaat vanwege gebrek aan een meerderheid, zoals het doen van aangifte bij justitie vanwege het onwettig handelen door, onder andere, de minister van binnenlandse zaken en enkele topambtenaren van dit ministerie. De PP, haar coalitiegenoot Ciutadans en de PSOE hielden dit tegen.

De context van een vreemd schot in de borst

Redactioneel schrijven door Vicent Partal, Vilaweb, 20 Juli 2017

Gisteren werden we verrast door het nieuws dat men de ex-president van de bank Caja Madrid, Miquel Blesa, dood heeft gevonden. In theorie betreft het een zelfmoord door een schot van zijn jachtgeweer in de borst. Miquel Blesa werd afgelopen Februari veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf vanwege de ‘zwarte creditkaarten’ [1] van Caja Madrid. Hij was nog niet in de gevangenis opgenomen omdat hij nog in afwachting was van de definitieve uitspraak.

Het lag voor de hand dat zich een debat opende of Blesa zelfmoord heeft gepleegd of niet. De officiële lezing is dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Maar de omstandigheden zijn vreemd. En de verdachtmakingen groeien temeer als we een feit meerekenen die geen discussies of speculaties toelaat. Vanaf het moment dat men het corruptieschandaal van de PP (Partido Popular) begon te onderzoeken, in de zomer van 2009, zijn op vreemde manier tien personen overleden die als algemene noemer hadden dat ze te maken hadden met de financiering van de partij of de verrijking van haar leden. In het begin waren dit onbekende mensen. De laatste doden hadden echter een grote politieke en media impact: Rita Barbera en Miquel Blesa. En je zou daar aan toe kunnen voegen de ex-penningmeester van de PP, Alvaro Lapuerta. Deze lag sinds 2013 in coma na een val in zijn huis, kort nadat hij in staat van beschuldiging werd gesteld.

Maar laten we alles eens in een context plaatsen.

De Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging en de 15 Mei beweging [2] hebben een debat op gang gebracht van een kritische analyse hoe de huidige Spaanse staat functioneert. Een discussie die brak met waarden en die enkele sleutelfeiten naar boven haalden om te begrijpen wat er gaande is.

Het sprookje van de voorbeeldige overgang van dictatuur naar democratie, aangevoerd door Bourbon, is definitief ten gronde. En hoe meer informatie er boven komt over wat er toendertijd gebeurde en hoe meer informatie we tot onze beschikking hebben om welke redenen en hoe de staat heeft gehandeld, wordt het steeds duidelijker hoe al haar leiders zijn. De Spaanse staat is meer een economisch dan een politiek project. Meer concreet: een schandalig verrijkingsproject van enkele elitairen die het land naar de afgrond hebben gebracht, zonder enige schaamte of voorzichtigheid.

Enkele jaren geleden schreef Germa Bel (Catalaans econoom en parlementariër, vert.) een boek dat gelezen moet worden om alles te begrijpen. ‘Spanje met hoofdstad Parijs’ beschrijft de centralistische obsessie en de handelingen gedurende tientallen jaren om Madrid te veranderen in een economisch wereldcentrum, ten koste van de economische en investering rationaliteit. In het laatste nummer van het blad Eines, beschrijven diverse auteurs een beeld van de realiteit van de staat en gaan zelfs verder en zouden de titel kunnen geven: ‘Spanje met als hoofdstad Moskou’. De vergelijking die Oscar Pazus maakt tussen het Russische kapitalisme en het Spaanse zijn zowel afschrikwekkend als indrukwekkend. En daaruit kan ieder zijn conclusies trekken.

En dan nu de getallen op tafel. Als we alleen de Europese fondsen beschouwen, zonder de fiscale uitkleding (van o.a. Catalonië, vert.) vinden we dat Spanje tussen 1985 en 2010 een pakket van 230 miljard Euro’s schoon aan EU hulp heeft ontvangen. Als we van dit bedrag de Spaanse bijdragen aan de EU aftrekken, is de resulterende winst 80 miljard Euro in het voordeel van de Spaanse staat. Om een vergelijking te geven: het Marshall plan gaf aan Europa 58 miljard Euro’s. Dat wil zeggen: Spanje alleen heeft meer gekregen van de Europese Unie dan geheel West Europa van de Verenigde Staten van Amerika na de tweede wereldoorlog.

Van dit bedrag, dat vanaf 2010 wel bleef groeien maar niet meer in die mate als voorheen, ging 50% naar de financiering van grote openbare werken. In theorie om de staat te moderniseren. Maar veel van deze werken hebben economisch geen enkele waarde (bijvoorbeeld het absurde netwerk van de hogesnelheidstreinen) of dienen vooral om enkele particuliere bedrijven door een truc geld te laten verdienen met de uitvoer van deze werken (bijvoorbeeld het geval Castor [3]).

De bedrijven die hebben geprofiteerd van deze miljoenenregen zijn de grote emblemen van het Spaanse kapitalisme. Het zijn de grote bouwbedrijven (ACS, Acciona, Sacyr, OHL, Ferrovial en FCC) die met grote honger het publieke geld hebben opgebruikt. Er zijn de grote bedrijven die handelen met door de regering gereguleerde prijzen (Telefonica, Endesa, Repsol, Iberdola, en Gas Natural) en twee banken die daarachter opereren, of in er voor gaan (Santander en BBVA met CaixaBank op de hielen). Daarnaast zijn er de grote bedrijven die hotelketens vormen en een paar textielbedrijven. En dat is alles.

De draad tussen dit geheel en het Franco-ontwikkelingsmodel is overduidelijk, -bouw, toerisme en openbare regeling-. Tussen 1940 en 1960 waren projecten met betrekking tot de bouw en grote infrastructuren de meest directe manier om bedrijven te bevoordelen die pro-Franco waren. Op het moment van de democratische overgang (eind jaren zeventig, vert.) waren volgens de geschiedkundige Emmanuel Rodriguez zo’n twee honderd families de eenderde van de beursgenoteerde bedrijven bezaten. De liberalisatie die meekwam met het lidmaatschap van de EU vernieuwde dit beeld in die zin dat traditionele families en politieke partijen daar bijkwamen. Dit wordt aangetoond door het feit dat gedurende de democratische periode bijna 40% van de ministers werden opgenomen in de besturen van de grote bedrijven. Hiermee leidden deze ex-politici operaties om megabedrijven te creëren vanuit de politiek, zoals het geval is geweest met Caja Madrid.

Deze mix is de oorzaak van de situatie waarin wij ons vandaag de dag bevinden. Bij de Spaanse staat is sprake van vermenging tussen politiek en economie en deze is van dusdanige omvang zoals nergens in Europa wordt gevonden. In werkelijkheid gebruikt men de politiek om de economische privileges te onderhouden -dit is de enige verklaring waarom de PP gekozen blijft worden ondanks haar enorme corruptie-. En daar waar de politiek niet bij kan komen worden de bronnen van de staat toegepast, geprivatiseerd en ten dienste aan enkelen: justitie of politie. Alles kan en alles mag om het staatsmodel te beschermen dat, boven alles, een enorme goede handel is voor enkelen.

Daarom heeft de Spaanse staat ongelofelijke economische besluiten genomen die alleen in deze context kunnen worden begrepen. Zoals het cadeau geven van zestig miljard euro aan de noodlijdende banken om deze te redden. Vergelijk dit eens met wat er is gebeurd in Nederland waar de regering tien miljard euro in de ING bank heeft geïnjecteerd om haar te redden en dit geld met rente heeft terugverdiend. Op deze manier won de Nederlandse regering zes miljard Euro.

Maar de vreugde van het staatsmodel (Solchaga kwam tot de uitspaak dat de Spaanse staat dé plek op de wereld is waar je het meest gemakkelijk rijk kunt worden) verkeerd om verschillende redenen reeds geruime tijd in een crisis, waarvan de wereldwijde financiële crisis de meest belangrijke oorzaak is. Plotseling bevind de staat, en de volksstam die haar leidt, in een dramatische situatie, met een onbetaalbare overheidsschuld, daarbij opgeteld het bijna lege reservefonds en het centrum van de macht omsingelt met beschuldigingen van corruptie. Alles wat gedurende jaren het geld was dat vrolijk van de ene bank naar de andere bank vloog, is veranderd in directe en concrete bedreigingen waaruit blijkt hoe verrot de staat is, en hoe onherstelbaar. Binnen drie maanden, trouwens, van het belangrijkste afscheidingsproject waar deze mensen nooit iets aan hebben willen doen, namelijk de onafhankelijkheid van Catalonië.

Dit is de context die de zenuwachtigheid verklaard in die ook een verklaring zou kunnen zijn van wanhopige beslissingen. Het spijt me voor de lange tekst, maar gezien vanaf afstand verduidelijkt dit het beeld.

noten van de vertaler:

[1] De zwarte creditkaarten werden toebedeeld aan de bankdirectie en bevriende contacten ter compensatie omdat een grens aan bonussen was opgelegd als gevolg van de financiële crisis. De uitgaven gedaan met deze kaarten werden niet gedeclareerd, vandaar de naam. Het betreft banken die door overheidshulp zijn gered. Er volgde een rechtszaak over deze praktijk.

[2] Protesten tegen de bezuinigingen in Madrid op het plein Porta del Sol en in Barcelona op Plaça Catalunya. Uit deze protesten ontstond de politieke partij Podemos (Wij kunnen) onder leiding van Pablo Iglesias.

[3] De mislukte opslag van reserve gas in de zeebodem die aan de kust van Catalonië en Valencia grondtrillingen veroorzaakte. De noodzaak van deze opslag was dubieus. Het bedrijf kreeg toen de schade van 2,3 miljard Euro van de Spaanse staat per omgaande terug. Dit was geheel volgens het contract, dat een ontsnappingsclausule bevatte indien het project mocht mislukken. Geologische bureaus, waaronder Shell, hadden vooraf gewaarschuwd dat gasopslag daar niet mogelijk was. Daarom gaf de Catalaanse regering geen toestemming voor dit project voor haar kust, in tegenstelling tot de PP regering van Valencia.

Operatie Catalonië

Al geruime tijd bestaat de verdenking dat er een zogenaamde ‘operatie Catalonië’ bestaat. Deze bestaat uit ongereguleerde en buitenwettelijke politie acties tegen politieke tegenstanders, ondernomen door het ministerie van binnenlandse zaken, onder leiding van en met medeweten van de minister van dit ministerie en, met grote waarschijnlijkheid, met medeweten van de minister president en vicepresident. De acties worden uitgevoerd door een zogenaamde patriottische politie eenheid, in samenwerking met openbaar aanklagers en rechters. Enkele gevallen:

Eind September 2012 deed Artur Mas een laatste poging bij de president van Spanje, Rajoy, om betere financiële condities voor Catalonië te bewerkstelligen (pacte fiscal), geheel volgens zijn regeringsprogramma en verkiezingsbelofte. Toen dit uiteindelijk niet lukte, schreef hij nieuwe verkiezingen uit om een mandaat te krijgen voor het houden van een referendum over een onafhankelijk Catalonië. De eerste protestmars van de Catalanen over onafhankelijkheid had toen juist plaats gevonden. Daar deden ruim een miljoen mensen aan mee, tot grote verbazing van de organisatoren. Drie dagen voor de verkiezingen van het Catalaanse parlement in November 2012 verscheen een politierapport van de anti-corruptie eenheid (UDEF), zonder nadere identiteit van wie het rapport had opgesteld en zonder te zijn ondertekend, in de Spaanse krant El Mundo. Hierin werd beweerd dat Artur Mas miljoenen Euro’s op een Zwitserse bankrekening zou hebben staan. Dit schaadde de verkiezingsresultaten dusdanig, dat de partij van Mas nog wel de grootste was maar haar aantal zetels in het parlement slonk in plaats van dat het groeide, zoals was voorspelt in de enquête.

Kort voor het populair niet-bindende volksraadpleging van 9 November 2014 verscheen een vergelijkend rapport in de krant El Mundo dat de toenmalige burgermeester Xavier Trias, van dezelfde partij als president Artur Mas (CiU), 12 miljoen Euro op een Zwitserse bankrekening zou hebben staan. Trias verklaarde per direct dat dit een leugen was, verkreeg een schriftelijk bewijs van de bank hiervan en spande een gerechtelijke vervolging tegen El Mundo. Deze rechtszaak loopt nog steeds.

De Spaanse politie, in samenwerking met de ambassadeur van Spanje in Andorra, dwong op illegale wijze de Andorraanse bank BPA om het bankgeheim prijs te geven en financiële informatie van haar klanten te overhandigen, waaronder voormalig president Jordi Pujol. Alhoewel het bedrag veel kleiner was dan de Spaanse politie vermoedde, werd Pujol hierdoor gedwongen te bekennen dat hij geld in Andorra had. Ook eventuele illegale financiële relaties tussen de nieuw linkse Spaanse politieke partij Podemos, onder leiding van Pablo Iglesias, en het dictatoriale bewind van Nicolas Maduro in Venezuela werd met deze inbeslag genomen bankinformatie onder de loep genomen. Door zonder toestemming van het Andorraanse OM een bank in Andorra informatie van haar klanten ‘op te vragen’, trad de Spaanse politie op buiten haar jurisdictie en brak in op de Andorraanse soevereiniteit.

In de zomer 2016 werden gesprekken afgeluisterd en geregistreerd (door middel van een gehackte mobiele telefoon) tussen de voormalig minister van binnenlandse zaken, Jorge Fernandez Diaz, en toenmalig hoofd van het anti-corruptie bureau van Catalonië, Daniel de Alfonso. Deze gesprekken zijn toen (waarschijnlijk door een rebellerende politie) naar de pers doorgestuurd. In deze gesprekken is te horen dat Catalaanse politici die voor onafhankelijkheid zijn, en hun familie, actief worden vervolgd om te onderzoeken of zij ergens in het verleden iets onwettigs hebben gedaan. Dit gebeurd zonder dat enige aanleiding is voor een politieonderzoek, zoals wettelijk is vereist. De minister zegt in dit gesprek tegen het bureauhoofd: ‘Geef maar aan mij wat je hebt gevonden, dan geef ik het wel door aan de openbaar hoofdaanklager. Die maakt er wel wat van’. Of: ‘De minister president is op de hoogte. Maar, natuurlijk, het is beter dat zijn rechter hand niet weet wat de linker doet’. Ook is te horen dat de bevriende pers deze onderzoeken uitvoeren en soms met opzet laten lekken naar de krant. Van het bureauhoofd is te horen dat hij tegen de minister verklaard dat hij een Spaanse patriot is en dat voor hem de Spaanse eenheid boven alles staat (dus ook boven die van een democratische wens, zoals Catalaanse onafhankelijkheid) en dat ‘we het Catalaanse gezondheidssysteem hebben kunnen vernietigen’. Hij refereert hiermee naar de bezuinigingsmaatregelen van de Catalaanse regering die door de Spaanse overheid werd opgelegd. Het Catalaanse anti-corruptie bureau is ingesteld door en staat onder toezicht van het Catalaans parlement. Deze stelt ook het hoofd van dit bureau aan. Na publicatie van deze gesprekken werd Daniel de Alfonso door het Catalaans parlement daarom per direct uit zijn functie gezet. De ex-baas van het anti-corruptie bureau heeft nu zijn oude baan als rechter bij het Catalaans hooggerechtshof weer terug, geheel volgens de Spaanse rechten van een ambtenaar. Deze rechter, met aangetoonde anti-Catalaanse voorkeur, heeft hierdoor alsnog een goede positie om rebellerende politici te kunnen vervolgen. Fernandez Diaz bleef gewoon minister, ondanks dat zijn aftreden door de oppositie werd geëist.

Naar aanleiding van onderzoek door twee journalisten van de Madrileense Internetkrant El Publico is door het persagentschap Mediapro een documentaire gemaakt over, onder andere, ‘operatie Catalonië’ met als titel ‘Las cloacas de Interior’ (de riolen van het Binnenlandse zaken). Hierin worden enkele buitenwettelijke acties, uitgevoerd door de nationale politie, genoemd. Zoals het GAL schandaal onder de socialistische president Gonzalez begin jaren negentig, (waarbij ETA verdachten buitengerechtelijk werden geëxecuteerd), afluisterpraktijken binnen de partij PP wegens onderlinge rivaliteit, het afluisterschandaal tussen de Catalaanse PP leider en de ex-vrouw van de zoon van Jordi Pujol en bovengenoemde gevallen. Als getuigen treden op een ex-politiecommisaris, het hoofd van interne zaken bij de nationale politie, een sergeant van de Guardia Civil, de directeur van het detective bureau Método 3 (welke onlangs een boek over de corrupte praktijken publiceerde), de afgezette rechter Baltasar Garzón, een anonieme topambtenaar en enkele slachtoffers, zoals de ex-burgemeester van Barcelona en Pablo Iglesias van Podemos. De relaties tussen topambtenaren van de politie en de minister van binnenlandse zaken worden in deze documentaire in beeld gebracht. De strekking van de documentaire is dat belangrijke staatsonderdelen, zoals het ministerie van binnenlandse zaken, nooit zijn vernieuwd na het Franco regiem en zij hun illegale praktijken zijn blijven uitvoeren, met medeweten en onder leiding van haar ministers. Volgens één van de journalisten van El Publico die het onderzoek uitvoerden, Carlos E. Bayo: ‘In deze mafia werken rechters, openbaar aanklagers en de president van Spanje’. Er is in Spanje echter blijkbaar weinig interesse in de corrupte praktijken van haar overheid. Geen enkele publieke of privé omroep in Spanje heeft deze documentaire willen uitzenden. Alleen de Catalaanse televisie TV3 heeft de documentaire laten zien.

Momenteel wordt een parlementair onderzoek afgerond over ‘operatie Catalonië’. Vele getuigen die door de onderzoekscommissie bij herhaling zijn opgeroepen, zijn niet op komen dagen. Hieronder zijn de minister president van Spanje, Rajoy, de vice presidente, de voormalige en de huidige ministers van binnenlandse zaken, het hoofd van de nationale politie en de ambassadeur van Spanje in Andorra. Enkele Catalaanse partijen willen deze getuigen daarom nu voor de rechter slepen wegens minachting van het parlement.