De aanklacht tegen de Catalaanse leiders

(1931 woorden)

Het is najaar en er valt van alles
Herfst, wintertijd, regen en blaadjes die van de bomen vallen. Vandaag 2 November, de dag dat Spanje een jaar geleden haar laatste gram gevoel voor rechtvaardigheid verloor toen zij Quim Forn en Oriol Junqueras zonder pardon de cel in gooiden. Twee mensen die zich hadden ingezet om op vreedzame manier te doen wat een volk aan hen had gevraagd. Vandaag zitten zij daar een jaar. Driehondervijfenzestig dagen opgesloten in een kerker zonder dat zij iets verkeerds hebben gedaan en nog steeds zonder dat zij voor wat dan ook veroordeeld zijn. Vandaag worden zij officieel aangeklaagd voor rebellie, iets waar de Belgische, Duitse, Zwitserse en Schotse justitie geen brood van lustten en weigerden om hun leider en de andere politci voor dit misdrijf uit te leveren. Omdat in Spanje de scheiding van de machten zo ‘n gewaardeerd goed is, kondigde minister van justitie tevoren aan wanneer de openbaar aanklager haar definitieve aanklacht bekend zou maken. Vandaag, op de trieste verjaardag dat zij gevangen werden gezet, maakt het OM de aanklacht tegen hen en de andere gevangen politieke leiders bekend. Het OM hoefde dit niet te doen. Zij had de tijd tot aanstaande Maandag. Bovendien hebben veel mensen enkele dagen vrijaf in verband met Allerheiligen. Maar de openbaar hoofdaanklager werkt graag door als het om de zaak tegen de Catalanen gaat. Het kwam haar zo zelfs nog beter uit zodat er minder ophef over zou komen en om de overwinning op de Catalaanse politici kracht bij te zetten, uit sarcasme en uit wraak. En zo zijn ook de aanklachten. De volledige lijst van aangeklaagden is hier te vinden. Hieronder bevinden zich de voornaamste leiders.

– De openbaar aanklager klaagt Parlementsvoorzitter Carme Forcadell aan voor rebellie en eist 17 jaar gevangenisstraf en mag 17 jaar geen openbare functie bekleden. Ze ziet haar als sleutelfiguur in de organisatie voor het houden van het referendum. De leden van het bestuur van het Parlement worden beschuldigd van wettelijke ongehoorzaamheid. Tegen hen wordt een boete geëist en zij mogen gedurende 1 jaar en 8 maanden geen publieke functie uitoefenen. Dat geld ook voor het parlementslid Mireia Boya van de La CUP partij.

– Tegen de leiders van de burgerbewegingen ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart, wordt ook 17 jaar gevangenisstraf geëist. Zij worden aangeklaagd voor rebellie en worden beschouwd als de aanstichters van de protestbijeenkomst voor het ministerie van Economische zaken op 20 September 2017 waarbij de Guardia Civil verhinderd werd om huiszoeking te doen.

– Majoor Trapero, het hoofd van de Catalaanse politie Mossos d’Esquadra, en de top van het politiecorps worden aangeklaagd voor rebellie en de openbaar aanklager eist 11 jaar gevangenisstraf. De aanklacht is dus zwaarder dan waar de rechter van het Audiencia Nacional, Lamela, hem wilde beschuldigen. Dit is nooit eerder vertoond. Spanje vergeeft nooit zijn voorbeeldige en efficiënte actie bij het opsporen en uitschakelen van de terroristische bende na de aanslagen van vorig jaar zomer. Catalonië liet toen zien dat zij perfect als onafhankelijke staat kan functioneren, ook als het gaat om veiligheid en nationale rampen.

– Tegen vicepresident Oriol Junqueras wordt 25 jaar gevangenisstraf geëist wegens rebellie. Voor de ministers vraagt het OM 16 jaar. Zij mogen nooit meer een openbare functie bekleden.

De Catalaanse leiders worden beschuldigd van rebellie terwijl het OM vind dat zij geen militair gewapend geweld hebben gebruikt, wat de wet voorschrijft om daarvoor te worden aangeklaagd. Ze worden dus aangeklaagd voor een misdaad die volgens de Spaanse wetgeving niet eens bestaat, maar kunnen er wel 11 tot 25 jaar gevangenisstraf voor krijgen. In totaal gaat het om 20 personen die worden aangeklaagd waarbij meer dan 200 jaar gevangenisstraf wordt geëist. De aanklacht bevat beschuldigingen zonder dat bewijsmateriaal wordt aangevoerd. Zo wordt beweerd dat de politici overheidsgeld zouden hebben misbruikt voor het referendum. Maar de onderzoeksrechter Llarena heeft na een jaar spitten niets kunnen vinden. Zelfs de Spaanse regering van Rajoy ontkent geldmisbruik, want de Catalaanse overheid stond onder streng financieel toezicht. De beschuldigingen en de eisen van de openbaar hoofdaanklager zijn dus ongefundeerd.

De aanklacht van de staatsadvocaat werd gisteren, 1 November, bekend gemaakt. Hij beschuldigd de Catalaanse leiders van opruiing en van misbruik van overheidsgeld. Weliswaar is de aanklacht van opruiing lichter dan rebellie, maar er staat nog steeds maximaal vijftien jaar gevangenisstraf voor en de aanklacht is zwaarder dan zij in eerste instantie had aangegeven. De staatsadvocaat staat meer onder directe invloed van de Spaanse regering dan de openbaar hoofdaanklager. Waarschijnlijk zijn lichtere aanklachten ten opzichte van de openbaar aanklager een gevolg van de invloed van de Spaanse president Pedro Sánchez om de Catalanen ‘tegemoet te komen’. Daarover hieronder meer.

Beide aanklachten hebben allesbehalve te maken met justitie, maar alles met wraak, met `A por ellos’ (`Tegen hen’), de strijdkreet die men in de burgeroorlog gebruikte en de politie toen zij het referendum neerknuppelden. Het gevoel van onwaardigheid om valselijk aangeklaagd te worden voor deze zware misdrijven is onbeschrijfelijk. In eerste plaats natuurlijk voor de betrokken gevangenen en hun families. Maar ook voor de Catalanen die op hen gestemd hebben en op de dag van het referendum de stembussen met eigen lijf hebben verdedigd. Dit is niet alleen een aanklacht tegen een klein groepje politici, die voor het gemak door de Spaanse justitie een `criminele organisatie’ wordt genoemd. Dit is een aanklacht tegen het gehele Catalaanse volk dat deze mensen gekozen heeft. En zo wordt dat ook gevoeld.

Een verkeken kans
De Catalaanse politieke partijen hadden de PSOE socialist Pedro Sánchez een kans gegeven. Zij hadden zijn motie van wantrouwen tegen de PP president Rajoy gesteund. In ruil daarvoor vroegen zij hem dat hij een verzoeningsgebaar zou maken naar de politieke gevangenen en het politieke conflict zou helpen op te lossen door met onderhandelingen te beginnen. Het heeft niet geholpen. Sánchez maakte geen gebaar en stelde zich niet open voor bilaterale onderhandelingen met Catalonië. In woorden lijkt de PSOE minister verschillend op zijn voorganger. Na zijn aanstelling als president was hij duidelijk redelijker in zijn taalgebruik, meer tegemoetkomend en meer open voor overleg. Maar in zijn daden is hij niet van Rajoy te onderscheiden. Hij weigerde ieder overleg over een nieuw referendum voor de zelfbeschikking van de Catalanen. Hij kon aan de Openbaar hoofdaanklager, welke onder direct toezicht van het ministerie van justitie staat, vragen om de aanklacht van oproer tegen de politieke gevangenen, waarvan iedereen weet dat die totaal nergens op slaat, in te trekken. Maar hij heeft dat niet gedaan. De aanklacht van de staatsadvocaat voor opruiing is blijkbaar het maximale bod wat Pedro Sánchez wilde doen. Hij bereikte zelfs het morele dieptepunt om zijn coalitiepartner naar de gevangenis te sturen en te onderhandelen met de gevangen politici over de jaarbegroting. Vragen aan de politici die hij zelf gevangen houdt voor een gunst in ruil voor niks. Sánchez heeft iedere mogelijkheid van overleg getorpedeerd. De Catalaanse partijen zullen nu voet bij stuk houden. Hij mag elders steun voor zijn begroting zoeken. Lukt dat niet, dan zal dit met grote waarschijnlijkheid, maar niet noodzakelijk, tot vervroegde verkiezingen leiden. We wensen buurland Spanje veel succes met haar politieke chaos. Want mentaal voelt men zich hier in Catalonië allang niet meer bij dit land horen dat de titel democratische rechtsstaat onwaardig is.

De gang van het gerechtelijk proces
De advocaten hebben vanaf volgende week Maandag veertien dagen de tijd om aan-en opmerkingen over de aanklacht te maken. Daarna maakt het Hooggerechtshof bekend dat de hoorzittingen kunnen beginnen *. Met alle waarschijnlijkheid zal dat ergens in Januari zijn. Men verwacht dat deze hoorzittingen twee à drie maanden zullen duren. Aangezien men het proces zo kort mogelijk wil houden, zullen de zittingen zowel ‘s-morgens als ‘s-middags gedurende de volle werkweek plaats vinden. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is waar alleen ‘s-morgens gedurende vier dagen per week de hoorzittingen plaats vinden. De middagen en de Vrijdag worden gewoonlijk door de advocaten gebruikt om met hun cliënten te overleggen over de te volgen strategie. Deze mogelijkheid is in de zaak tegen de politieke gevangenen uitgesloten. De uitspraak zal rond Mei vallen. Het Hooggerechtshof heeft reeds te kennen gegeven dat de uitspraak in ieder geval na de Spaanse gemeenteraadsverkiezingen zal vallen om deze niet te beïnvloeden. Maar het is geen politiek proces, dat niet.

De condities van de gevangenen
De vooruitzichten voor de politici en de burgerleiders gedurende de hoorzittingen zien er weinig rooskleurig uit. Zij zullen eerst worden verplaatst van de gevangenissen in Catalonië naar de gevangenissen nabij Madrid. Dit is een reis van ruim 500 kilometer in een geblindeerd busje. Waarschijnlijk zal een tussenstop in een gevangenis halverwege worden gemaakt, daar zo ‘n reis zeer uitputtend voor de gevangenen is. Zij zitten geboeid met de handen voor zich (hoewel Junqueras ook met de handen op de rug en zonder veiligheidsriemen om werd vervoerd), en hebben geen uitzicht naar buiten over de veelal kronkelige wegen en bochten. Eenmaal in de gevangenis bij Madrid, zullen zij gedurende de hoorzittingen ‘s-morgens vroeg rond vijf uur gewekt worden om op tijd in de rechtbank te kunnen zijn en worden vervolgens in eenzelfde busje naar de rechtbank vervoerd. Deze rit duurt ruim een uur. Aangezien het gerechtshof geen eigen cellen heeft, zullen zij er in de buurt gescheiden van elkaar ieder in een kleine cel, waar alleen een toilet aanwezig is, moeten wachten totdat zij met eenzelfde busje worden opgehaald om voorgeleid te worden. Zij zullen dus in de meest slechte condities voor de rechter verschijnen: vermoeid door het slaaptekort, gedesoriënteerd, nog wagenziek van de autorit en zonder dat zij hebben kunnen praten met hun advocaten. Alles wat zij op dat moment zullen zeggen zal bepalend zijn voor de komende dertig jaar van hen zelf en hun families. Één van de gevangen politici vergeleek dit met een mondeling examen dat alles bepalen zal voor zijn toekomst. Tussen de middag zullen zij in hun cel een sandwich te eten krijgen krijgen, terwijl hun advocaten ergens in de stad vlakbij het gerechtsgebouw hun maaltijd in alle haast moeten genieten om op tijd weer bij de middagsessies te kunnen zijn. Na de rechtszittingen zullen de gevangen politici en burgerleiders naar de gevangenissen nabij Madrid worden teruggebracht en zullen daar rond tien uur ‘s-avonds arriveren, ruim nadat het avondeten in de gevangenis is opgediend. Dit zal zo twee maanden lang duren, dag in dag uit met enkel de weekenden als moment van rust, voor overleg met de advocaten en voor familiebezoek. Zo ziet de nabije toekomst van de politieke gevangenen er uit omdat Sánchez geen enkele wil heeft getoond om de Catalaanse politici tegemoet te komen. Hij kon de openbaar hoofdaanklager vragen om hun voorlopige hechtenis op te heffen. In dat geval zouden de condities waarin zij voor de rechter moeten verschijnen totaal anders zijn geweest.

Tot slot
Deze zaak zal voor de toekomstige generaties juristen tot leerstof dienen hoe een rechtszaak juist niet moet worden uitgevoerd. Gezien het gerechtelijk vooronderzoek en de aanklacht, vol met verdraaiingen van de realiteit, regelrechte onwaarheden en veronderstellingen in plaats van voldongen feiten, samen met een gerechtelijke procedure vol met fouten en ongeregeldheden die de Belgische aanklager zelfs weigerde in behandeling te nemen, heeft deze zaak weinig of niets meer met een rechtszaak van doen, maar alles met de Spaanse inquisitie. Het maakt niet uit welke tegenbewijzen de advocaten zullen aanvoeren of wat de aangeklaagde politici en burgerleiders zullen zeggen. Hoewel het vonnis nog niet is opgeschreven, het is reeds geveld.

* Hoogleraar en grondwetdeskundige Javier Pérez Royo en een honderdtal andere juristen vragen zich af of de rechtszaak sowieso wel kan plaats vinden zonder dat de hoofdverantwoordelijke, president Carles Puigdemont, aanwezig is. Deze werd door de Duitse justitie niet aan Spanje uitgeleverd omdat hij geen geweld gebruikt had. Indien de leider werd vrijgesproken van oproer of opruiing, is het onmogelijk dat zijn ministers, die hiërarchisch onder de president staan, wel hiervoor worden berecht. Het Hooggerechtshof heeft hiervoor reeds een oplossing gevonden: vicepresident Junqueras zou zich hiërarchisch op hetzelfde niveau in de criminele organizatie bevinden als president Puigdemont. Een zoveelste verdraaiing van de realiteit die gewoonweg onhoudbaar is.

Please follow and like us:

Een jaar geleden: Spanje bracht Catalaanse banken tot aan de rand van de afgrond

(723 woorden)

RECTIFICATIE: Het aantal bedrijven dat verhuist is wordt geschat tussen de 3500 en 4500, en niet 350.000 en 450.00 zoals voorheen stond gechreven.

Voor het referendum in Catalonië op 1 Oktober 2017 waarschuwde de Spaanse regering dat een eventuele meerderheid voor onafhankelijkheid, en een daaropvolgende onafhankelijkheidsverklaring, zou leiden tot een vlucht van bedrijven. Ze kregen gelijk: gedurende de weken na het referendum besloten veel bedrijven hun hoofdkantoor naar buiten Catalonië te verplaatsen. Ook de twee grootste Catalaanse banken, CaixaBanc en Banc Sabadell, verplaatsten hun hoofkantoren respectievelijk naar Valencia en Alicante. Het overgrote deel van de bedrijven die verhuisden waren Spaanse of Catalaanse bedrijven, waaronder alle beursgenoteerde IBEX-35 bedrijven. Echter, geen enkel multinationaal bedrijf van buitenlandse afkomst besloot om te verhuizen. De Catalaanse krant ARA deed een onderzoek hierna en publiceerde afgelopen weekend haar bevindingen. Hieronder volgt een samenvatting er van.

Op twee Oktober, de dag na het referendum, haalden alle Spaanse overheidsbedrijven hun geld weg bij CaixaBanc en Bank Sabadell. Het ging bij Sabadell om een bedrag van 2 miljard Euro die werden weggehaald door Renfe, Adif, Ports de l’Estat (havenbedrijf), RTVE (nationale omroep) en anderen. Het precieze bedrag dat bij CaixaBanc werd weggehaald is onbekend. Omdat deze bank drie maal groter is dan Banc Sabadell, wordt dit geschat op een zes a acht miljard Euro. Toen de banken de directies van de betrokken staatsbedrijven belden om te vragen waarom zij hun rekeningen opzegden, zei men dat dit in opdracht was van bovenaf. De actie was dus duidelijk georganiseerd door de Spaanse regering van Rajoy onder leiding van de minister van financien, Luis de Guindos. Het weghalen van dit geld door de staatsbedrijven, in totaal zo’n 10 miljard Euro’s, was ruimschoots voldoende om de banken te laten omvallen. Deze leegloop had, zoals te verwachten was, bovendien een sneeuwbaleffect. In totaal betrof het een bedrag van 35 miljard Euro’s. Toen de banken contact opnamen met minister de Guindos, vertelde deze hen dat wanneer zij hun hoofdkantoor naar buiten Catalonië zouden verplaatsen, het geld weer zou worden teruggestort. Beide banken konden kiezen: of een direct faillissement, of hun hoofdkantoor verhuizen. Beiden kozen voor de laatste optie. Banc Sabadell eerst en CaixaBanc later, daar deze in princiepe eerst overleg met haar aandeelhouders zou moeten plegen. Door het uitvaardigen van een decreet door de Spaanse regering, kon CaixaBanc zonder toestemming van haar aandeelhouders verhuizen. Daarna werd 80% van hun verloren geld weer teruggestort.

Vele particuliere bedrijven waren door het vertrek van deze banken ook gedwongen om te verhuizen. Ook was de druk van andere Spaanse bedrijven erg groot. Bekend is het verhaal van het toeleveringsbedrijf aan het warenhuis Corte Ingles. Een directeur van Corte Ingles vroeg een toeleverancier van haar om uit Catalonië te vertrekken, ‘anders zul je wel zien wat er gebeurd’. De ministers kunnen echter geen directe invloed op particuliere bedrijven, met name buitenlandse multinationals, uitoefenen. De krant ARA zegt zeer sterke aanwijzingen te hebben dat koning Felipe VI persoonlijk de grootste bedrijven belde om deze er toe te bewegen hun hoofdkantoor te verplaatsen. De autofabrikant Seat besloot om politiek neutraal te blijven en solidair met haar werknemers in Barcelona te zijn. Seat meldde als enige dat de Spaanse koning contact met haar directie had gezocht om te verhuizen. Wel moesten zij door de politieke situatie de presentatie van hun nieuwe model met Catalaanse naam, Tarraco, uitstellen.

 

Samenvattend
Intotaal zijn er na het referendum, afhankelijk aan wie men het vraagt, tussen de 3500 en 4500 bedrijven uit Catalonië naar andere delen in Spanje vertrokken.

Door de directe inmenging van koning Felipe VI in een politieke aangelegenheid, in het nadeel van een deel van zijn eigen bevolking, heeft de Spaanse koning zijn rol als hoofd van de Spaanse staat en zijn neutraliteit verloren. Daarmee heeft hij direct tegen artikel 56 van de grondwet in gehandeld.

De Spaanse regering van Rajoy provoceerde zelf de economische onzekerheid in Catalonië. Haar voorspelling bleek dus in werkelijkheid een bedreiging te zijn geweest. Zij misbruikte daarbij publiek geld, dat bedoeld is om lonen, pensioenen uitkeringen en toeleveranciers te betalen, voor haar eigen politieke doeleinden. De regering zette het voorbestaan van de twee grootste banken in Catalonië op het spel. Daarmee speelde zij met de financiële zekerheid van de spaarders en de financiële stabiliteit van Spanje. De bedenker van deze operatie, ex-minister van financien Luis de Guindos, is momenteel vicepresident bij de Europese Centrale Bank (ECB). Gezien deze geschiedenis, is dit een zeer zorgelijke situatie. Alsof men de vos op de kippen laat passen.

 

Nawoord

Misschien dat de artikelen op dit blog de Nederlandstalige lezer geen zier kunnen schelen omdat men zelf niet door de misstanden in Spanje benadeeld wordt. Maar ik zou hier toch een kleine uitzondering op maken. Spanje werd niet lang geleden met Europees geld van haar ondergang gered. Nu zet ditzelfde land haar financiële stabilitieit op het spel op de kosten van…

U raad het al.

Please follow and like us:

Een jaar geleden: Het referendum en gerechtelijke vervolgingen

(607 woorden)

Vooraf aan het referendum van 1 Oktober over de onafhankelijkheid van Catalonië was een internationale waarnemerscommissie uitgenodigd. Deze stond onder de leiding van de Nederlandse diplomaat Daan Everts. Ondanks dat van Catalaanse zijde aan alle normen werd voldaan, concludeerde de commissie dat door het politiegeweld niet van een vrij, democratisch referendum kon worden gesproken. De Catalaanse regering van Puigdemont zei dezelfde avond dat het Catalaanse volk door haar vreedzame weerstand met het verdedigen van hun stemrecht haar onafhankelijkheid had verdiend. Met een opkomst van 43% van de stemgerechtigden, in totaal 2,23 miljoen stemmen, koos 92% voor de onafhankelijkheid van Catalonië. Zoals in het Catalaanse Parlement was overeengekomen, werd als gevolg van de uitslag op 10 Oktober de Catalaanse Republiek uitgeroepen. De definitieve verklaring van de Republiek trok Puigdemont echter direct weer in op aandringen van Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad. Deze beloofde om te zorgen voor bemiddeling in het conflict. Daarna bleef het echter ijzig stil en Europa. Op 27 Oktober werd de verklaring van de Catalaanse Republiek door het Parlement bekrachtigd. De tijdelijke grondwet voor de Republiek (de juridische overgangswet) kon echter niet in werking worden gesteld. President Puigdemont en zijn regering moesten naar het buitenland uitwijken.

Later verklaarde Puigdemont dat hij de Republiek niet in werking had gesteld en was uitgeweken naar Brussel omdat er sterke aanwijzingen waren dat Spanje militair wilde ingrijpen. Puigdemont wilde geen dodelijke slachtoffers voor het verkrijgen van de Catalaanse onafhankelijkheid. De verhoogde militaire activiteiten in de kazernes in Catalonië en nabij Zaragosa droegen bij aan dit vermoeden. Achteraf gezien hadden de Catalaanse politici zich onvoldoende voorbereid voor het oprichten van een nieuwe staat. Zij hadden de Spaanse tirannie schromelijk overschat. Niemand trouwens had verwacht dat de Spaanse staat haar eenheid zou verkiezen boven de democratische waarden. Daarnaast had de Catalaanse overheid niet de volledige controle over haar territorium en had zij het Catalaanse volk niet de gelegenheid gegeven om zich voor de zaak in te zetten en, indien nodig, op te offeren. Een constatering die de politici nogal wat kritiek heeft opgeleverd en zeker zal dienen voor de nabije toekomst.

Toen de politici werden opgeroepen voor gerechtelijk verhoor, besloot een deel van de ministers terug te keren en meldden zich vrijwillig bij de rechter. Sommigen kwamen er speciaal voor terug uit Brussel, waar zij bij president Puigdemont verbleven. Zij kregen de oproep slechts vierentwintig uur van tevoren. zodat hun advocaten geen tijd hadden om zich voor te bereiden op de verdediging. Daarna werden zij gevangen gezet of moesten een hoge borg betalen omdat zij vluchtgevaarlijk zouden zijn. Tegen president Puigdemont en de ministers die besloten om in Brussel, Schotland of Zwitserland te blijven, werd een Europees uitleveringsbevel uitgevaardigd. De politici en ook de leiders van de burgerbewegingen worden beschuldigd van lidmaatschap van een criminele organisatie en van oproer en opruiing tegen de Spaanse Staat. De aangeklaagden kunnen hiervoor alleen worden beschuldigd indien zij militair geweld of explosieven zouden hebben gebruikt. De redenering van de onderzoeksrechter van het Spaans Hooggerechtshof, Pablo Llarena, is dat de politici schuldig zijn voor het gebruik van geweld omdat zij het politiegeweld op 1 Oktober hebben uitgelokt door het houden van een referendum. Het gerechtshof van Sleeswijk-Holstein, waar Puigdemont werd aangehouden, weigerde hem echter voor deze beschuldiging uit te leveren. Deze rechtbank vind namelijk dat de Catalaanse president geen enkel gebruik van geweld heeft gemaakt of aanzet daarvoor heeft gegeven. Op dat moment trok de onderzoeksrechter, voor de tweede maal, zijn uitleveringsverzoeken in. Want nu kon hij Puigdemont alleen berechten wegens mogelijk misbruik van overheidsgeld. De beschuldiging en het aanhoudingsbevel voor Puigdemont en zijn ministers in ballingschap blijft in Spanje echter van kracht.

Please follow and like us:

Een jaar geleden: Het referendum, een persoonlijk relaas

2703 woorden

1. Opstaan!
De wekker stond op het punt om af te gaan, maar ik was al wakker. Het was 1 Oktober, half vijf in de ochtend en dus nog donker. Ondanks de spanningen van de afgelopen dagen, had ik toch redelijk rustig geslapen deze nacht, zij het kort. Nog voordat hij af ging, schakelde ik hem uit om mijn eega niet wakker te maken. Zachtjes ging ik naar de badkamer om me daar aan te kleden. Toen ik de trap af naar beneden ging hoorde ik toch nog een ‘Succes’ vanuit onze slaapkamer. Twee sneden brood en een koffie, zoals altijd anders houd mijn gestel het niet vol. Lopend ging ik naar het gebouw dat vandaag als stemlokaal in mijn dorp zou dienen. Het was druilerig weer, maar een paraplu was vooralsnog niet nodig. Voor mij liepen twee jongens. Gingen zij ook naar het stemlokaal? Maar aan het einde van de straat bogen zij af, al pratend een andere richting op.

2. Bij het stemlokaal
Het gebouw, ‘Polivalent’ genaamd en eigendom is van de gemeente, zal vandaag als stemlokaal functioneren, zoals dit het geval is bij alle stemmingen sinds de bouw er van zo’n vijf jaar geleden. Het is een grote zaal, vaak gebruikt voor concerten, meetings, feesten et cetera. Het heeft een grote glazen voorpui met een toegangsdeur dat grenst aan een pleintje. De ingang geeft toegang tot de hal. De zaal zelf wordt van de hal gescheiden door metalen rolluiken.

Op weg naar het pleintje vond ik grote rollen hooi opgesteld. Zij moesten de eventuele toegang van politiebusjes tot dichtbij het gebouw verhinderen. Aangekomen bij het de Polivalent stond er al een flinke groep mensen op het plein. Ik schat een stuk of vijftig. Men had er een grote tent opgezet met daarin een bar, wat tafeltjes en stoelen. Enkele dagen voor het referendum hadden we dit in de actiegroep van het CDR (de Commissie ter Verdediging van het Referendum; een overkoepelende organisatie van burgerbewegingen en politieke partijen) besproken. Er werd toen voorgesteld om ‘s-ochtends koffie, drinken, en sandwiches met braadworsten te verkopen. voor het middageten zou een grote paella worden gemaakt. Samen met een ander lid was ik er op tegen. We vonden dat het referendum, een serieuze aangelegenheid waar we jaren voor gestreden hadden, niet moest ontaarden in een ordinaire picknick. De meerderheid vond dat er wel voor drinken en eten gezorgd moest worden, want we zouden de gehele dag mensen nodig hebben om de stembussen te verdedigen. Achteraf gezien ben ik blij dat men er voor gekozen had.

3. Voordat de deuren opengaan
Rond vijf uur gingen de lichten in het lokaal aan. Er was al enige beweging te horen, maar nu zag men de slaapzakken en de jongeren die binnen in het lokaal de nacht hadden doorgebracht, waaronder mijn dochter. Ook de nacht en de dag er voor hadden de jongeren in het gebouw gebivakkeerd, evenals in andere stemlokalen overal in het gehele land. Bij de scholen gingen leden van de CDR’s, vaak de ouders van de leerlingen, direct naar binnen toen de leerlingen op Vrijdagmiddag de scholen verlieten. Hiermee voorkwam men dat de gebouwen door de politie zouden worden afgesloten en verzegeld. De jongeren moesten om zes uur uit de Polivalent zijn om de de zaal gereed te maken voor het stemmen.

Ons werd verteld dat, wanneer er politie zou arriveren, we dicht opeengepakt voor de toegangsdeur van het gebouw moeten gaan staan. Iemand liet me een video zien hoe een oproerpolitie werd tegengehouden en weggedreven door een grote groep mensen die zich goed aan elkaar vasthielden en geen hen ruimte gaven. Dat was dus de theorie. De praktijk zou vandaag uitwijzen dat dit niet functioneert wanneer een politie buitenproportioneel geweld gebruikt. Bij wijze van oefening gingen we met een groep van inmiddels ongeveer tweehonderd mensen voor de deur staan. Een advocaat die toezicht zou houden, vertelde dat het bieden van vreedzame, passieve weerstand volkomen legaal is. ‘Wanneer je te bang wordt door de dreiging met de politie vlak voor je, schaam je dan niet en verlaat dan gerust de groep’, zei de leider van het CDR.

Rond half zeven verschenen vijf Mossos d’Esquadra in gewoon uniform. Vanaf de vroege ochtend hadden ze al vanaf enige afstand op een heuveltje toe staan kijken. We werden opnieuw gesommeerd voor de deur te gaan staan. Dit keer was het menens. Het hoofd van de agenten vroeg of zij er door mochten om het gebouw te kunnen verzegelen. Toen men zei men weigerde om ze doorgang te verlenen, trokken ze zich terug. Wanneer het gebouw eenmaal verzegeld is, kan men er niet meer in. Het stemmen zou dan onmogelijk zijn, want het verbreken van een zegel is wél illegaal en kan leiden tot gerechtelijke vervolging. Vooralsnog bleven we bij de voordeur staan om verassingen van de kant van de politie te voorkomen. Gedurende de gehele dag bleven ze bij het stemlokaal aanwezig en zo nu en dan maakten ze een praatje met de burgermeester of het publiek. De relatie met de Catalaanse politie was ontspannen. Nu de slapers ook buiten waren, begon het meer te leven in het gebouw. De tafeltjes met stoelen en de verwijsborden werd op hun plaats gezet. Op een gegeven moment klonk er een groot gejuich. Enkele mensen, waaronder brandweerlieden, droegen witte plastic dozen boven hun hoofd en liepen achter elkaar tussen de menigte door het gebouw binnen. Het waren de stembussen die de Spaanse politie en Guardia Civil de afgelopen weken overal hadden gezocht.

4. De rol van de brandweer
De brandweer had deze dag de taak op zich genomen om de mensen ook bescherming te bieden tegen eventuele aanvallen van de politie, als was het een natuurramp die ons allen te wachten stond. Met hun brandweerbare pakken aan en helmen op waren zij beter beschermd tegen eventuele agressie van de kant van de politie. Bovendien zijn het potige kerels die met hun ‘uniformen’ respect afdwingen, inclusief bij de politiecorpsen die vaak met hen moeten samenwerken. Zij verdienen voor het werk dat ze gedaan hebben een medaille. Ze stonden vooraan in de mensenmenigte en waren de eersten die de klappen ontvingen. Echte burgerbeschermers.

5. Het democratische feest kan beginnen
Voordat om negen uur het stemlokaal open ging, werd er omgeroepen dat iedereen kon gaan stemmen in een willekeurig stemlokaal in Catalonië. Dit was fantastisch nieuws! Zou een lokaal door een politie worden belaagd of worden afgesloten, dan kon men uitwijken naar een ander stemlokaal. Om het referendum volkomen tegen te houden, zou de politie dus iedere stad, dorp of gehucht in geheel Catalonië de stemlokalen moeten sluiten; een onbegonnen werk, zelfs voor de 6000 man extra politie die enkele dagen tevoren waren gearriveerd uit andere delen van Spanje. Later werd bekend dat het Centrum voor Informatica en Telecommunicatie (CTTI) van de Generalitat onder leiding van staatssecretaris Jordi Puignero dit mogelijk had gemaakt met behulp van de BlockChain technologie: dezelfde techniek die gebruikt wordt voor BitCoin en andere digitale valuta. Op deze manier werd voorkomen dat men tweemaal zijn stem kon uitbrengen.

Het stemlokaal ging open. Om logistieke redenen werden de mensen in groepjes van tien personen naar binnen toegelaten. Door te controleren wie er naar binnen ging, wilde het CDR bovendien voorkomen dat er ongemerkt leden van de politie naar binnen zouden glippen en de stembussen in beslag zou nemen. Na ongeveer een half uur werd er omgeroepen dat men bericht had ontvangen dat de Policia Nacional en Guardia Civil elders met zeer harde hand de mensen voor de stemlokalen uit elkaar sloegen. De spanning steeg en we waren gewaarschuwd voor het ergste. De feestelijke stemming die er in eerste instantie was maakte plaats voor bezorgde blikken.

6. Vertraging
Kort nadat het stemmen begonnen was, werd omgeroepen dat het Internet van het stemlokaal overbelast was en men vroeg de Wifi van de mobiele telefoons uit te schakelen. Het probleem bleek echter van andere aard te zijn. De computerservers om het stemmen mogelijk te maken bleken niet te werken en men moest inloggen op andere servers die buiten Spanje stonden opgesteld. De servers van het CTTI hadden last van een DDOS aanval wat een overbelasting veroorzaakte. Het vermoeden was dat de Guardia Civil hier achter zat. Na ruim een uur was het probleem verholpen en kon er worden gestemd.

7. Bezoek van de vertegenwoordigers van de Spaanse democratie
In de loop van de middag werd iedereen die in het stemlokaal aanwezig was, plotsklaps naar buiten gestuurd. De metalen rolluiken tussen de hal en de zaal werden gesloten en de glazen puien naar buiten werden opengezet. Met had bericht ontvangen dat de Policia Nacional met ME busjes op weg naar ons dorp was. Het publiek werd gevraagd in de hal voor de rolluiken te gaan zitten. Anderen, waaronder ikzelf, stelden zich rechtop voor de ‘zitbrigade’. Ondanks de serieuze situatie, reageerde men in het algemeen redelijk ontspannen. Een kennis die voor het rolluik zat, vroeg me een foto van hem en zijn vrouw te maken. Ook hoorde ik ergens ‘pappa’ roepen. Het was mijn dochter die daar met haar clubje vrienden achterin zat. Op dat moment schrok ik erg en werd zeer ongerust. ‘Stel je voor als ze komen en ze slaan of schoppen mijn dochter! Een klap op haar handen en ze zal misschien geen meer piano kunnen spelen. Of erger nog: op haar hoofd’, ging door mijn hoofd. Achteraf gezien waren we allemaal verschrikkelijk naïef. We hadden nog nauwelijks de beelden van het gewelddadig politie optreden gezien. Na verloop van tijd kreeg men het bericht dat het vals alarm was en ging iedereen naar buiten. De rolluiken gingen open en het stemmen werd weer opgevat.

8. Bezoek van de internationale waarnemers
In de middag kregen we bezoek van enkele leden van de commissie van internationale waarnemers. Er klonk applaus van de aanwezigen. Ze informeerden bij de verantwoordelijken hoe het stemmen verliep en vonden dat alles technisch goed georganiseerd was. Daarna gingen ze eten in het Japans restaurant dat ons dorp rijk is. Iemand moet gedacht hebben dat je genodigde gasten altijd goed moet behandelen.

9. Een telefoontje
Tegen het einde van de middag werd ik gebeld. Het was mijn broer die in Nederland woont. ‘Hoe gaat het bij jullie?’ Klonk zijn stem bezorgt. Blijkbaar had hij de eerste beelden van het politiegeweld op TV gezien. ‘Redelijk goed. Gelukkig is de Spaanse politie niet hiernaartoe gekomen, maar het zag er wel even naar uit.’ Ik vertelde nog dat dit voor Spanje zeer grote gevolgen zou hebben want zij had haar eigen burgers met een militaire eenheid, de Guardia Civil, aangevallen. En dat is een doodzonde binnen de EU, zo had ik gelezen. ‘Ik ben er stelling van overtuigd dat men artikel 7 op Spanje zal toepassen.’ Hoe naïef kon ik toch zijn. Van Europa en de Unie hebben we nooit iets vernomen behalve dat het een intern conflict van de lidstaat Spanje is, dat iedereen zich ook daar aan de (grond)wet dient te houden en de valse belofte van de voorzitter van e Europese Raad, Donald Tusk, voor bemiddeling indien Puigdemont de Republiek niet zou doorzetten. Ook de president had toen nog het volste vertrouwen in de EU.

10. Voortijdige sluiting van het stemlokaal
Het stemlokaal zou tot acht uur ‘s-avonds open blijven. Rond vier uur kwam er af en toe nog iemand binnen: de meesten die wilden stemmen hadden dit in de ochtend al gedaan. In overleg tussen de burgermeester, de verantwoordelijken van het stembureau en het CDR werd besloten om het lokaal te sluiten en de stemmen te gaan tellen. Men wilde het risico voorkomen dat de politie alsnog de stembriefjes in beslag zou komen nemen. Het resultaat zou door de burgermeester om negen uur die avond op het grote plein bekend worden gemaakt.

We begonnen met het opruimen van de bar en het afbreken van de tent. Nadat het tellen van de stemmen was gedaan, kregen we een stembus in handen. Velen wilden op de foto samen met de veelgezochte plastic dozen. Het gebouw dat had gediend als stemlokaal werd afgesloten en ieder ging zijn weg. Het plein was al verlaten toen een groepje Mossos d’Esquadra een zegel plakte op de toegangsdeur van het gebouw.

Ook mijn eega en ik verlieten nu het plein. We spraken met de groep van de lokale ANC af om bij één van hen thuis nog wat na te praten in afwachting totdat de resultaten bekend zouden worden gemaakt. Toen we daar zaten, vroeg een iemand om stilte want ze had een voicemail binnengekregen van een vriendin van haar. Met een huilende stem hoorden we: ‘Het zijn echt schoften, die politie. Ik was in het stemlokaal. Één zo’n monster pakte mijn hand en brak al mijn vingers. Ik ben nu in het ziekenhuis’. We wisten al dat de politie erg hard op de menigte had ingeslagen. Maar nu begon het bij ons door te dringen hoe beestachtig de Spaanse politie en de Guardia Civil tekeer waren gegaan. De beelden zouden we later op de avond en in de komende dagen uitgebreid zien. Ook die van de geüniformeerde crimineel die de vingers van een jonge vrouw breekt, één voor één en in alle rust terwijl zij het uitschreeuwt van de pijn. Zo te zien zonder dat daar enige noodzaak voor was, want ze vormde geen enkele bedreiging. In een interview later las ik dat zij in het stemlokaal als vrijwilligster assisteerde om bejaarden te helpen met het stemmen.

11. De uitslag
Om negen uur gingen we gezamenlijk naar het plein waar het resultaat van de verkiezing bekend zou worden gemaakt. Hoewel het plein behoorlijk groot is, was het er bomvol. ‘Er hebben 3002 mensen gestemd, daarvan stemden er 71 tegen de onafhankelijkheid van Catalonië, 2893 voor en 38 stemden blanco. Dat betekend dat 96,4% van de stemmers gekozen hebben voor de Catalaanse onafhankelijke Republiek.’ Na deze aankondiging klonk er een luid gejuich. Wij van het ANC feliciteerden elkaar. Alle inspanningen van de afgelopen acht jaren concentreerden zich in dit moment. Hiervoor hadden we dit allemaal gedaan, dit was ons doel en het was ons gelukt! Emoties kregen nu even de vrije loop. Als afsluiting werd het Catalaanse volkslied ‘Els segadors’ (De maaiers) gezongen. Daarna namen mijn vrouw en ik afscheid van het groepje ANC activisten en gingen na een lange dag huiswaards.

Thuisgekomen wilden we nog zien en horen hoe het elders was gegaan. In een persconferentie op TV sprak president Carles Puigdemont het volk toe. Hij zei dat vandaag het Catalaanse volk door het verdedigen van de stembussen haar onafhankelijkheid heeft verdiend en beloofde de onafhankelijke Republiek Catalunya in de komende dagen uit te roepen. Een nieuw land was geboren. We konden rustig gaan slapen.

12. Nabeschouwing
Een jaar later, bij het herdenken van het referendum en het terug zien van de beelden van het politiegeweld, dezelfden die we al zo vaak gezien hebben of nieuwe die door de politie zelf werden gefilmd en de afgelopen dagen zijn gepubliceerd, kan ik mijn emoties nog steeds moeilijk bedwingen. Deze gruwelijke beelden van vreedzame mensen bij de stemlokalen die mishandeld werden veroorzaken nog steeds een immens gevoel van woede en onmacht. Nog steeds veroorzaken ze een brok in mijn keel en kost het me moeite een traan te onderdrukken. En ik weet dat ik niet de enige ben. De Catalanen voelen zich geschoffeerd, in hun waardigheid aangetast en hebben het trauma van deze gebeurtenissen nog steeds niet verwerkt. Velen werden geslagen, getrapt, aan hun armen en hun haren getrokken, en nog heel veel meer, of zagen dit met eigen ogen gebeuren. Die dag werden er in eerste instantie 890 gewonden onder de bevolking geregistreerd. later werd dit gecorrigeerd tot 1066 gewonden, waarvan twee ernstig. Een jonge man verloor zijn oog door een rubberen kogel van de politie; een wapen dat in Catalonië verboden is om te worden gebruikt. Een ander kreeg een hartinfarct en werd door de omstanders gereanimeerd terwijl de politie gewoon doorging met het uit elkaar halen van de demonstranten en de hulpverleners hun werk bemoeilijkten.

Dit alles omdat de mensen in Catalonië slechts één ding wilden: stemmen, stemmen om vreedzaam tot een overeenstemming te komen over een politieke kwestie, stemmen over hun eigen toekomst. Welke democraat ziet daar nu een misdaad in?

Please follow and like us:

Een jaar geleden: De staatsgreep van 20 September

1. Inleiding

Op 1 Oktober is het een jaar geleden dat de Catalanen stemden over een onafhankelijke Republiek Catalonië. De Spaanse regering had het referendum niet toegestaan en het Catalaans Hooggerechtshof had de politie opdracht gegeven om het stemmen tegen te houden. De gehele wereld heeft toen de TV beelden kunnen zien van het gewelddadig politieoptreden tegen de mensen die in de rij stonden om hun stem uit te brengen.

In een vorig artikel schreef ik reeds dat het politieke conflict tussen Catalonië en Spanje begon op zes en zeven September: de dagen dat de referendumwet en de voorlopige grondwet (de juridische overgangswet) voor de Republiek in het Catalaanse Parlement behandeling werd genomen.

 

2. Huiszoekingen bij Catalaanse ministeries

De Guardia Civil en Policia Nacional hadden reeds huiszoekingen en invallen (dat zijn huiszoekingen zonder gerechtelijke toestemming) gedaan bij Catalaanse overheidsinstanties en privé bedrijven (waaronder drukkerijen en postbedrijven) op zoek naar informatie over het te houden referendum, stembriefjes, stembussen, propaganda materiaal en geadresseerde post van de Generalitat aan de stemgerechtigden. De spanning steeg pas echt goed toen de Guardia Civil huiszoekingen begon bij de ministeries van de Generalitat. In princiepe heeft alleen de Mossos d’Esquadra (de Catalaanse politie) toegang tot de Catalaanse overheidsgebouwen. Dit gebeurde in de vroege ochtend van 20 September 2017. Dezelfde dag werden ook alle bankrekeningen van de Catalaanse overheden door de Spaanse centrale overheid in beslag genomen. Zodoende kon er geen enkele Euro zonder de explicite toestemming van het Spaanse ministerie van financien worden uitgegeven, tot en met de ambulances die door de betaalpoortjes van de tolwegen moesten rijden. De facto was dit de opheffing van de Catalaanse autonomie. Deze dag wordt door veel Catalanen daarom als een staatsgreep beschouwd. Of tenminste het begin er van. Zij zou uitmonden in de gevangenneming en ballingschap van de Catalaanse politici, het ontslag van de regering van Puigdemont, de ontbinding van het Catalaanse Parlement en de opheffing van de autonomie onder het mom van grondwetsartikel 155. Dit alles geheel tegen de Spaanse grondwet en het Catalaanse Statuut in.

In de loop van de ochtend ontstonden spontane protesten voor de deuren van de Catalaanse ministeries die door de Guardia Civil werden doorzocht. De protestmanifestaties concentreerden zich uiteindelijk voor het ministerie van Economische Zaken, waar vicepresident Oriol Junqueres de dienst uitmaakte. Deze was op het moment van de inval niet aanwezig. Wel werden enkele hoge ambtenaren van dit departement en vertrouwelingen van hem gearressteerd. De protestmanifestatie zorgde er voor dat de Guardia Civil die binnen in het gebouw aanwezig waren, niet meer naar buiten konden. De dicht opeengepakte mensenmenigte verhinderde dit. De Guardia Civil had twee patrouille busjes voor de deuren van het ministerie geparkeerd. Iets wat zeer ongebruikelijk is bij een huiszoeking. Normaal wordt gebruik gemaakt van burgerauto’s of worden de politieauto’s uit het directe zicht geparkeerd om discreet te kunnen werken. Nog vreemder was het dat in de busjes geweren waren achtergelaten. Het onbeheerd achterlaten van vuurwapens is zelfs strafbaar. Toen dit werd ontdekt, hadden de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie), samen met vrijwilligers van het Assemblea Nacional Catalana (ANC), de gehele dag hun handen er vol aan om te voorkomen dat de wapens niet in verkeerde handen zouden vallen, terwijl journalisten en manifestanten op het dak van de busjes klommen.

Gedurende de gehele dag probeerden de leiders van de burgerbewegingen het ANC en Omnium Cultural, Jordi Sànchez en Jordi Cuixart, met de Guardia Civil te onderhandelen. Aan het einde van de dag klommen ook zij, in overleg met de Mosssos d’Esquadra, op de politiebusjes om het einde van de manifestatie aan te kondigen. Door een megafoon zeiden zij dat de manifestatie was afgelopen en zij vroegen de mensen om rustig uit elkaar te gaan. Na 22 uur konden de Guardia Civil, onder begeleiding van de Mossos d’Esquadra, bij het aanbreken van 21 September het gebouw verlaten.

Sànchez en Cuixart, samen met de manifestanten, lieten zich niet in de val lokken tot enige vorm van geweld en de politiewapens in de patrouille-autos bleven ongemoeid. Met grote zekerheid kan worden gesteld dat de wapens met opzet in de politiebusjes werden achtergelaten. Indien iemand deze wapens zou hebben opgepakt, zou dit een excuus zijn geweest om met militair ingrijpen het referendum tegen te houden. Als gevolg van het vreedzame protest voor de deuren van Economische Zaken werden de beide Jordi’s op 10 November 2017 voorwaardelijk gevangen gezet op verdenking van oproer, waarbij zij gewapend geweld zouden hebben gebruikt. Zij zitten nog steeds in voorarrest in afwachting van hun proces. De werkelijke reden is dat zij de Spaanse staat hebben uitgedaagd met hun streven naar de Catalaanse onafhankelijkheid. Het publiekatiebedrijf MediaPro maakte een documentaire van deze dag en laat zien dat de burgerleiders enkel probeerden om met de Guardia Civil te onderhandelen voor hun vrije uitgeleide.

 

3. Poging tot een inval bij La CUP

Diezelfde dag probeerde de Policia Nacional een inval te doen bij de politieke groepering La CUP. Leden en sympathisanten verschaarden zich voor de deuren van het kantoor en belemmerden de politie om binnen te komen. Het werd een ware belegering die negen uur zou duren. Uiteindelijk dropen ze af toen een gerechtelijk bevel uitbleef. Een politiecorps is in het algemeen een strak georganiseerde organisatie met een duidelijke, hiërarchische structuur. Een corps handelt nooit en te nimmer op eigen initiatief, maar altijd in opdracht van een meerdere, iemand met een hogere rang binnen het corps, een rechter of de politiek verantwoordelijke van het corps, meestal de minister van Binnenlandse Zaken. De Policia Nacional is hierop geen uitzondering. De inval bij La CUP werd dus in opdracht van de politieleiding of de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Jorge Fernandez Diaz van de Partido Polular, uitgevoerd. In ieder geval handelde de politie niet in opdracht van een rechter, want zij konden geen gerechtelijk bevel tonen. Onvoorstelbaar in een democratie: een minister die, direct of indirect, zijn politie opdracht geeft om het hoofdkantoor van haar politieke tegenstander binnen te vallen!

 

4. Arrestaties

In totaal werden deze dag veertien hoge ambtenaren door de Guardia Civil gearresteerd. Één van hen werd ‘s-morgens vroeg thuis, in het bijzijn van zijn vrouw en kleine kinderen, zonder enige uitleg hardhandig en onder bedreiging van lange vuurwapens uit zijn huis gehaald. Lluís Salvadó en Josep Maria Jové, beiden nabije medewerkers van vicepresident Oriol Junqueras, vertellen dat de Guardia Civil hen op onmenselijke manier behandelden en er duidelijk op uit was om hen te vernederen. Toen zij hun beklag bij de rechter deden, werd hun gezegd dat zij op correcte wijze waren behandeld. De meeste gearresteerden werden binnen de wettelijke termijn van 78 uur weer vrijgelaten. Anderen moesten nog een tijdje langer in de kazerne van de Guardia Civil aan de Travessera de Gràcia vast blijven zitten. Vandaag de dag, een jaar na hun arrestatie, weten slechts twee van hen waarvoor zij worden aangeklaagd.

 

5. Extra politie

Dezelfde dag werden duizenden politiemanschappen (het preciese aantal werd nooit bekend gemaakt) vanuit geheel Spanje naar Catalonië overgebracht. Bij hun afscheid werden ze door het publiek toegeroepen ‘A por ellos’ (‘Tegen hen’), alsof ze ten strijde gingen tegen een vijand die de Spaanse soevereiniteit met geweld omver wilde werpen. De meesten zouden op drie cruise schepen verblijven in de havens van Barcelona en Tarragona. Met hun komst werd de spanning in Catalonië voelbaar en zichtbaar. Men begon zich serieus zorgen te maken.

 

6 De geleerde les

Vanaf die dag begon men te vermoeden waar Spanje toe in staat is om het referendum te voorkomen. Namelijk alles, van machtsmisbruik door partijdige rechters, spionagepraktijken tegen gekozen leiders tot en met het gebruik van militair geweld tegen de bevolking . Maar het is de Staat, met al haar machtsmiddelen die zij tot haar beschikking heeft, niet gelukt. Het referendum zou gewoon doorgaan. Wel brachten de Catalaanse politici enkele belangrijke veranderingen in de organisatie aan om represailles te ontwijken. Maar dat bleef tot op het laatste moment strikt geheim.

Please follow and like us:

Twee documentaires over het Catalaanse referendum

De uitgever Mediapro heeft recent twee documentaires uitgebracht over het Catalaanse onafhankelijkheidsproces die bijzonder de moeite waard zijn om te zien.

De video “20-S” (engelstalig), gaat over de gebeurtenissen van 20 September 2017, de aanloop naar het referendum van 1 Oktober, waar de Guardia Civil huiszoeking deed bij het Catalaanse ministerie van Economie en waar de Policia Nacional zonder gerechtelijk bevel probeerde binnen te komen in het hoofdkantoor van de politieke partij La CUP. De video laat het contrast zien tussen wat werkelijk die dag gebeurde en wat de aanklacht tegen de twee burgerleiders Jordi Cuixart en Jordi Sanchez, van respectievelijk Omnium Cultural en het Asemblea Nacional Catalana, beschrijft. De video laat zien dat de beide Jordi’s gedurende de gehele dag contact met de Catalaanse politie hadden en probeerden te overleggen met de Guardia Civil in het gebouw van Economische Zaken, wat uiteindelijk lukte. Aan het einde van de dag klommen zij met toestemming op de geparkeerde auto van de Guardia Civil om de mensenmenigte aan te sporen vreedzaam uit elkaar te gaan. Beide Jordi’s worden aangeklaagd voor oproer met geweld en zitten daarvoor reeds meer dan acht maanden in voorarrest.

De andere video, “1-O” (1 Oktober, engelstalig) gaat over het verloop van de dag van het referendum zelf. Deze video is ook te vinden met Franse en Duitse ondertiteling. De video begint met het moment dat de stembussen tevoorschijn komen (deze waren via Frankrijk in China aangekocht en de dagen voor het referendum door vrijwilligers Catalonië binnengesmokkeld) en vervolgt met de mensen die in de stemlokalen overnachten om deze te bewaken, de mensenmenigte die ‘s-morgens om vijf uur om dezelfde reden voor de deuren staan, de opening van de stemlokalen, de blokkades van Internet sites door de Guardia Civil en het gewelddadig optreden van de Policia Nacional en de Guardia Civil. De video eindigt met het tellen van de stemmen en het bekendmaken van de resultaten.

Please follow and like us: