Wordt vervolgd

Afgelopen 4 Juli werd in het Catalaanse parlement het wetsvoorstel ingediend voor het houden van een referendum over de onafhankelijkheid van Catalonië. Dit referendum is gepland op 1 Oktober 2017. De parlementaire groep voor onafhankelijkheid Junts per Sí (JxSí, Samen voor ja), die ook de Catalaanse regering vormt onder leiding van president Carles Puigdemont, presenteerde dezelfde avond dit wetsvoorstel in het Catalaans Nationaal Theater (TNC), in Barcelona, aan het brede publiek. Hier konden burgerorganisaties en individuen die geïnteresseerd waren horen hoe het referendum in zijn werk zal gaan, wie stemgerechtigd is, hoeveel stemlokalen en stembussen er zullen zijn, et cetera. De belangstelling was dermate groot dat een flink gedeelte van het publiek buiten het teater de presentaties moesten volgen via TV schermen. De leden van JxSí, de Catalaanse president en vicepresident gaven in gewone bewoordingen weer wat deze wet in zal houden. De stemming in het Catalaanse parlement van deze wet zal naar verwachting in de tweede helft van Augustus plaats vinden. Tot zover niets ongewoons. Echter, afgelopen week presenteerde de Guardia Civil, een Spaans nationale politie, een gerechtelijk bevel aan het TNC waarin werd geëist dat binnen 5 dagen alle informatie over deze meeting, zoals het contract voor de verhuur van de zaal, moet worden overgedragen aan de rechter. Er loopt bij de rechtbank een onderzoek tegen het referendum. De informatie van deze meeting zal worden toegevoegd aan dit onderzoek.

Het betrof een gewone, legale, politieke bijeenkomst zoals er reeds 73 in het TNC dit jaar hebben plaats gevonden. De verbazing en het ongenoegen over deze gerechtelijke vervolging onder de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging laat zich raden. De protestzanger en parlementslid Lluis Llach noemde deze actie een herinnering aan andere, donkere tijden van het Franco regiem. Met dit verschil dat onder het Franco regiem de daders zelf direct werden vervolgd en nu de intermediair, zoals het TNC of, zoals bij de aankoop van stembussen, de bedrijven en leveranciers die het contract met de Catalaanse overheid hebben gesloten. Andere leiders van JxSí noemden deze vervolging een aanslag op de vrijheid van politieke vergadering en vrijheid van meningsuiting.

Zelfs de burgemeesteres van Barcelona, niet bepaald een groot voorstander van het referendum, noemde de actie van de Guardia Civil barbaars.

De secretaris van de Partido Popular (regeringspartij in Spanje onder leiding van president Rajoy) in Catalonië, Xavier García Albiol, was op zijn beurt weer verbaasd over de boosheid van de JxSí. Hij zei dat een dergelijk gerechtelijk onderzoek normaal is in een democratische rechtsstaat waar een politieke groepering een staatsgreep wil plegen.

De gerechtelijke vervolging door de Spaanse staat om het referendum te stoppen kent geen grenzen. Wordt vervolgd.

Meer informatie (in het engels):
http://www.vilaweb.cat/noticies/civil-guard-demands-referendum-event-documents-from-national-theater-of-catalonia-october-puigdemont-erc-pdecat-independence/

http://www.collectiuemma.cat/article/2698/full-story-on-spanish-guardia-civil-demanding-referendum-event-documents-from-tnc

Een regeringscrisis

De Spaanse regering is niet in staat om een beweging van ruim twee miljoen mensen tegen te houden. Dus wat zij zal doen is de pijn privatiseren: het dreigen met en juridisch vervolgen van haar leiders. Dit zei onlangs Carles Boix, politicoloog aan de universiteit van Princeton (New York) en medeoprichter van het Wilson Collectief. Hij had gelijk en het leek er op dat dit plan van de Spaanse regering, onder leiding van president Rajoy, zou gaan lukken. Bij de openbare aanbesteding voor de aankoop van stembussen was er onder de Catalaanse ministers onenigheid wie er verantwoordelijk voor zou zijn. Uiteindelijk tekende de secretaris van de regering de aankoop. Als gevolg daarvan heeft zij nu een gerechtelijke aanklacht tegen zich lopen voor deze ‘illegale geldverspilling’. Op maandag 3 Juli uitte de minister van industrie, Jordi Baiget, zijn twijfels. Niet dat hij het niet eens was met het beleid van de Catalaanse president Carles Puigdemont met betrekking tot het referendum, of dat hij bang was om de gevangenis in te moeten. Maar hij wilde zijn gezin en familie niet aan de gevolgen blootstellen en niet het gevaar lopen dat zijn eigendommen in beslag zouden worden genomen door de Spaanse overheid. Dezelfde dag onthief Puigdemont de minister van zijn taak en werd hij vervangen door de toenmalige minister van cultuur. In het algemeen begreep men de situatie van de ontslagen minister en vond men dat hij het recht had om angst te hebben. Ook de reactie van de president werd begrepen, daar hij in deze moeilijke tijd een team van vastberaden ministers nodig heeft. Hoewel het in eerste instantie ook enige onvrede binnen de partij van Puigdemont en binnen zijn regering gaf. Naar aanleiding van deze gebeurtenis riep de president afgelopen donderdag en vrijdag al zijn ministers één voor één bij zich om te peilen tot hoever zij in staat waren de risico’s van gerechtelijke vervolgingen te aanvaarden. Het resultaat was dat drie ministers en een staatssecretaris van de Catalaanse regering vrijdag zijn vervangen door anderen die wél bereid en in staat zijn deze risico’s te nemen.

Het volgende kan hierover worden opgemerkt:

De regering van Puigdemont is sterker en meer vastberaden uit deze ‘crisis’ gekomen. Er bestaat geen twijfel meer dat deze regering er voor gaat om op 1 Otober 2017 een bindend referendum te houden. De nieuwe ministers hebben op de een of andere manier de afgelopen jaren reeds met represailles van Spaanse zijde te maken gehad vanwege hun politieke voorkeur voor een onafhankelijk Catalonië. Zij weten dus waar het om gaat en zijn bereid de nodige risico’s te nemen.

De tactiek van Rajoy en zijn regering is mislukt: de Catalaanse regering valt niet uiteen door twijfels of onderlinge onenigheid van de Catalaanse leiders. Rajoy zal dus veel meer drastische maatregelen moeten nemen om het referendum van 1 Oktober tegen te houden, met het risico van nationaal en, bovenal, internationaal imagoverlies.

Als laatste wil ik opmerken dat het me niet normaal lijkt dat in een moderne Europese democratie, zoals Spanje pretendeert te zijn, een democratisch gekozen regering haar ministers moet selecteren op het criterium of zij bereid zijn hun eigen familie en eigendommen in de waagschaal te stellen omdat zij gewoon doen waarvoor zij gekozen zijn. Het betreft hier pure politieke vervolging, daar de
Catalaanse regering van politiek inzicht verschilt met die van de Spaanse regering en dit conflict, nota bene, op democratische wijze wil oplossen door middel van een referendum. In tegenstelling tot de Spaanse regering, die van geen referendum wil weten en per direct overgaat tot rechtsvervolging. Het is een grove schande.

De drie-eenheid

Gister kwamen de ‘grote drie van Spanje’ bijelkaar om ‘het probleem Catalunya’ te bespreken en, bovenal, om de Spaanse eenheid tegen de afscheidingsbeweging te tonen. Het betreft de nog in leven zijnde ex-presidenten die Spanje heeft gehad na het Franco regiem. Deze periode wordt de ‘democratische overgangsperiode’ genoemd. Gedurende deze 40-jarige periode waren de politieke partijen van deze ex-ministers eeuwige rivalen. Blijkbaar hebben zij in het probleem Catalonië hun gezamenlijke vijand gevonden en hun rivaliteit opzij kunnen zetten.

 

Gonzales van de Spaans socialistische partij PSOE: Deze was verantwoordelijk voor het opzetten en ondersteunen van de operatie GAL: een buitenwettelijke politie eenheid die zestien moorden op haar geweten heeft van vermeende ETA leden. Uiteindelijk moest Gonzales hierom in 1995 aftreden.

Gonzales vergelijkt Catalonië, geheel volgens de huidige mode, met Venezuela en president Puigdemont met Maduro. Hij zij dat Spanje zonder Catalonië geen Spanje meer zou zijn (dit klopt) en dat daarom afscheiding onmogelijk is en met alle middelen moet worden tegengehouden. Volgens hem is de eenheid van Spanje verheven boven alles, zelfs boven de Catalaans democratische wil om van Spanje af te scheiden.

 

Aznar van de huidige regeringspartij PP: Deze is, samen met Bush jr. en Blair verantwoordelijk voor de oorlog in Irak en alle gevolgen van dien, zoals de Daesh (Islamitische staat) en het daaruit voortkomend terrorisme. Uit electoraal belang loog hij over de aanslag in Madrid, met 192 slachtoffers, die vlak voor de verkiezingen in 2004 plaats vond. Hij en zijn ministers beweerden dat de ETA verantwoordelijk was voor die aanslag en hielden dit vol totdat vijf jaar later gerechtelijk werd bewezen dat het een islamitische aanslag betrof. Tijdens zijn bestuur en daarna, middels zijn denktank FAES, spoorde hij aan tot het Spaans nationalisme en centralisme en de afgunst tegen Catalanen. Dit laatste schijnt in Spanje electoraal lucratief te zijn.

Volgens Aznar zal Catalonië eerder in stukken opbreken dan Spanje. Iets wat hij reeds jaren eerder heeft beweerd, maar waar totnogtoe niet veel van is terecht gekomen. Schoorvoetend gaf hij toe dat een verandering in de grondwet misschien wel nodig is, maar slechts dan wanneer goed over die verandering is nagedacht en de benodigde meerderheid van 75% in het parlement er voor is, maar zeker niet op de korte termijn. Er zou moeten worden gedacht in de loop van drie a vier jaar. Volgens Aznar dient de grondwet, met name artikel 155, momenteel vooral om de Catalaanse autonomie op te kunnen schorten om het referendum te stoppen.

 

Zapatero, ook van de PSOE: Hij beloofde in zijn verkiezingscampagne en programma om een nieuw statuut voor Catalonië te steunen die het Catalaans parlement hem zou overhandigen. Met instemming van 92% in het Catalaans parlement werd een concept aan Zapatero overhandigd. Deze heeft met zijn regering het statuut dusdanig gestript dat ex-vicepresident van Gonzales vol trots vermelde dat ze het statuut kaalgeschoren hadden. Zapatero ontkende lange tijd de economische crisis, greep daarom niet in en ging stevig door met de overheidsuitgaven, met alle gevolgen van dien in de jaren daarna. Hij heeft ook nagelaten om enkele leden van het constitutioneel hof te vervangen van wie hun termijn reeds lang was verlopen. (Dit vergemakkelijkte de PP om aangifte te doen tegen het nieuwe statuut, inmiddels alsnog goedgekeurd door de Catalaanse bevolking in een referendum, bij het verouderde en gepolitiseerde constitutioneel hof. Dit hof verklaarde vervolgens in 2010 de belangrijkste facetten van het statuut onwettig, waaronder het voorwoord. In dit voorwoord werd gesteld dat Catalonië een natie is en dus het Catalaans de hoofdvoertaal moet zijn in het onderwijs en bij de overheid. Deze uitspraak van het constitutioneel hof was de definitieve start van het onafhankelijkheidsproces in Catalonië: daar de natie zelf buiten de grondwet werd verklaard voelden veel mensen zich niet meer bij Spanje horen.)

Zapatero vond dat het confronterende referendum, opgelegd door een dictatoriale regering en waar iedereen in Catalonië zich aan moet onderwerpen, alleen maar negatieve gevolgen zal hebben. Hij sloot zich bij de vorige sprekers aan niet veel te verwachten van een verandering in de grondwet. Hij ziet meer iets in ‘de politieke wil voor verandering’, notabene momenteel totaal afwezig bij de Spaanse politici.

 

Deze drie ex-presidenten zijn in meer of mindere mate hoofdverantwoordelijken voor ‘het probleem Catalonië’. Twee daarvan, Gonzalez en Aznar, zouden eigenlijk moeten worden berecht voor hun (mogelijk) crimineel handelen tijdens hun bewind. Tijdens hun presidentschap waren zij alle drie blind voor de belangen van Catalonië en hebben daardoor fout op fout (op fout) gestapeld. Zij hoopten waarschijnlijk dat door middel van deze meeting de Catalanen zich weer tot Spanje voelen aangetrokken. De indruk wordt echter gewekt dat het samenkomen van deze drie eerder heeft geleid tot het tegengestelde effect: uit veel reacties is te vernemen dat de verschijning van deze drie ‘politieke mummies’ zonder enige morele autoriteit, juist de wens bij de Catalanen versterkt om van Spanje te scheiden. De steun voor de drie ex-presidenten in de rest van Spanje is echter onvoorwaardelijk. De meeting zou dus ook kunnen worden gezien als een Spaanse aangelegenheid van unionisten die voor ‘nee’ willen stemmen en voor ‘minder democraten’ die het referendum verbieden.

 

Hoewel niet aanwezig op de meeting zelf, deed ook de huidige president van Spanje, Rajoy, via de pers een duit in het zakje als reactie op het wetsvoorstel voor het referendum. Hij zei dat het autoritair onafhankelijkheidsproces een delirium is die het nooit van de staat kan winnen. Dit leek een voorbode en aanmaning richting het constitutioneel hof. Nog dezelfde dag verklaarde dit hof de jaarbegroting van de Catalaanse regering ongrondwettelijk op de onderdelen voor de financiering van het referendum.

 

De Spaanse staat lijkt te werken als een goed geoliede machine: wetgevende, controlerende en uitvoerende staatsinstellingen werken in volle harmonie samen om het referendum tegen te houden. Enige blijk van scheiding van de drie staatsmachten, zoals het behoord in een democratie, lijkt in dit geval afwezig.

Presentatie referendumwet

De wet voor het houden van het referendum op 1 Oktober is vandaag gepresenteerd in het Catalaanse parlement. Hiermee wordt duidelijk hoe men het referendum zal organiseren en uitvoeren. Deze wet houdt het volgende in:

De wet voor het referendum bevat een uitgebreid voorwoord met de VN verdragen van de mensenrechten en juridische uitspraken van het Internationale gerechtshof in Den Haag om de eenzijdigheid van het referendum (zonder instemming van de Spaanse staat) te verklaren en te verdedigen.

Er wordt een kiescommissie opgericht die het functioneren en alle procedures van referendum zal moeten regelen. Deze commissie zal uit vijf juristen bestaan welke door het Catalaanse parlement worden gekozen. De commissie bepaald definitief de lijst van kiesgerechtigden, welke de regering zal voorleggen.

De partij voor onafhankelijkheid zal worden gewonnen indien de helft plus één van alle uitgebrachte stemmen ‘ja’ heeft gestemd op de vraag: ‘Wilt u dat Catalonië een onafhankelijke Staat zal zijn in de vorm van een republiek?’ Indien ‘ja’ wint, zal de Catalaanse Republiek onmiddellijk worden uitgeroepen nadat het resultaat officeel bekend is. Dit zou enkele dagen na het referendum kunnen duren indien een partij niet met het resultaat akkoord gaat en, bijvoorbeeld, een hertelling nodig is. De kiescommissie moet echter binnen veertien dagen haar resultaat aan het Catalaanse parlement bekend maken. Het parlement zal dan binnen maximaal twee dagen een bijzondere zitting houden waarin de onafhankelijkheid van Catalonië wordt uitgeroepen. Dat wil zeggen uiterlijk 17 Oktober 2017 zal Catalonië een onafhankelijke staat zijn; een nieuw land in Europa. Indien ‘nee’ wint, zal de juridische status van het Spaans autonome gebied onveranderd blijven en zullen er direct verkiezingen worden uitgeschreven.

De wet voor het referendum heeft de hoogste legale prioriteit en creëert een uitzonderlijk juridisch regiem welke geldig zal zijn tot en met 1 Oktober. Hiermee wordt voorkomen dat de wet zal worden geanuleerd of opgeschort, bijvoorbeeld door het constitutioneel hof .

De referendumwet beschermd de regeringsleiders, fysieke en juridische personen die meewerken aan het referendum. Dit is mogelijk omdat de huidig geldige wetgeving reeds zorgd voor deze bescherming. Er werd in eerste instantie gedacht om een tijdelijk juridische overgangswet te creëren, welke een gedeelte van de Spaanse wetgeving buiten werking zou moeten stellen. Uiteindelijk hebben de politieke partijen besloten dat dit niet nodig is. Spanje heeft de VN verdragen van de rechten van de mens en van volkeren, waaronder het zelfbeschikkingsrecht, ondertekend en daarmee vormen deze verdragen onderdeel  van de Spaanse wetgeving.

De regering stelt de middelen (zoals kiesbriefjes, stembussen en lokalen) en mankracht ter beschikking aan de kiescommissie.

De stemcomissies, behorende bij iedere stembus, bestaan uit een president en twee leden. Dezen worden geloot uit de lijst van stemgerechtigden.

De lijst van stemgerechtigden bestaat uit Catalanen die het recht hebben om te stemmen voor het Catalaanse parlement, zowel wonend in Catalonië als in het buitenland. Dit houdt in alle inwoners in Catalonië, of in het buitenland met als laatste woonplaats in Catalonië, en ouder dan 18 jaar met een Spaans paspoort.

Er wordt een decreet uitgeschreven voor de oproep tot stemmen waarin de datum officieel wordt vastgelegd.

Indien een gemeenteraad geen medewerking verleend, zorgt de Catalaanse regering voor het stemlokaal. Dit is van belang voor die gemeenten waar een unionistische partij (zoals de PP in één plaats, de socialisten in meerdere) de overmacht heeft en enige vorm van samenwerking weigeren daar zij het referendum illegaal vinden.

Het referendum zal één enkele vraag bevatten, in tegenstelling tot de volksraadpleging van 14 November 2014 wel een dubbele, getrapte, vraag bevatte (indien ja dan .., indien niet, dan..).

Er is geen minimale opkomst vereist om het referendum bindend te verklaren. Dit wordt ook aanbevolen door de EU commissie van Venetië om een boycot van het referendum door één van de partijen te voorkomen. Het politieke succes van het referendum houdt echter wel af van de opkomst. Er zal daarom campagne door voor-en tegenstanders van een onafhankelijk Catalonië worden gehouden.

De campagne periode duurt twee weken, tot twee dagen vooraf aan het referendum, zoals gewoonlijk is bij Spaanse verkiezingen. De dag voor het referendum is een dag van bezinning.

Met de presentatie van deze wet wordt het referendum steeds concreter. Voorop staat dat het referendum democratisch en op eerlijke manier zal plaatsvinden. Er zal daarom ook internationale toezicht zijn.

Ondertussen begint het in Madrid ook door te dringen dat het de Catalanen menens is. Zes jaren lang, vijf manifestaties met honderdduizenden betogers, twee verkiezingen en een volksraadpleging, minstens achttien maal formeel gevraagd om een referendum, werden genegeerd, gekleineerd, met termen als ‘een soufflee die wel weer inzakt na economisch herstel’ of ‘een gevolg van de zomerwarmte’ of zelfs direct beledigd (als nazis, erger dan jihadisten, een dictator als president etc). De presentatie van de referendumwet zal politieke spanningen daarom verder doen oplopen. Vooralsnog hebben de Spaanse regeringsleiders gezegd dat zij pas tot (juridische?) stappen zullen overgaan wanneer een decreet of wet voor het referendum is ondertekend. De openbaar hoofdaanklager zit ondertussen echter niet stil en werkt aan vervolging van Catalaanse regeringsleiders, topambtenaren en toeleveranciers van stembussen, papiertjes etc.

 

Naschrift. De reacties uit Madrid hebben niet lang op zich laten wachten. De vice-presidente van Spanje heeft gezegd dat het referendum gewoonweg niet zal plaats vinden: de referendumwet zal binnen 24 uur na te zijn aangenomen door het Catalaanse parlement,  worden aangegeven bij het constitutioneel hof en daarmee worden opgeschort. De minister van justitie zei dat deze wet nooit rechtsgeldigheid zal krijgen. Het wetsvoorstel is volgens hem ondemocratisch en hij waarschuwt dat de openbaar hoofdaanklager de wet zal toetsen en of de verantwoordelijken er van strafbaar zijn. (De minister van justitie schaamt zich er blijkbaar niet voor om er voor uit te komen dat er geen scheiding is tussen wetgevende en uitvoerende macht, indien dat zo uitkomt.) Hij noemt de Catalaanse regering autoritair omdat zij verplicht dat ambtenaren en burgemeesters zich aan deze wet moeten houden. De minister van defensie heeft de Catalanen er voor de zoveelste maal aan herinnerd dat het leger garant staat voor de eenheid van Spanje.

Aftreden Catalaanse minister

De Catalaanse minister voor handel en kennis, Jordi Baiget, uitte afgelopen Maandag in een interview in de krant d’Avui zijn twijfels over het te houden referendum. Hij denkt dat het referendum niet bindend zal zijn door de druk van Spaanse zijde en dat het eenzelfde karakter zal hebben als de door vrijwilligers uitgevoerde, niet bindende, volksraadpleging van 9 November 2014. (Deze volksraadpleging kreeg toendertijd het uiteindelijk niet-bindend karakter in plaats van een referendum, ten gevolge van de juridische druk van het constitutioneel hof. Het leidde toen tot veroordelingen van ex-president Mas en drie van zijn ministers.) Ook liet hij weten bezorgd te zijn voor de juridische dreigementen van Spaanse zijde. Niet voor hem zelf (‘Ik ben niet bang om de gevangenis in te moeten’), maar eerder voor zijn gezin, familie en bezittingen. Hoewel dit zeer begrijpelijk is in de huidige situatie, had president Puigdemont een aantal weken geleden aan zijn ministers gevraagd om plaats te maken indien zij de spanningen niet kunnen opbrengen. Gistermiddag heeft Puigdemont de minister ontslagen omdat hij vond dat deze houding recht tegen het politieke beleid van zijn
regering ingaat: de overtuiging van en oprechte medewerking dat op 1 Oktober een bindend referendum wordt gehouden, georganiseerd en uitgevoerd door de regering die een democratisch mandaat van de bevolking heeft.

De rol van de burgemeesters

De onafhankelijkheidsbeweging in Catalonië wordt gedragen door zeer verschillende politieke bewegingen. De verkiezingslijst Junts per Si (Samen voor Ja) die 62 zetels van de 135 in het Catalaanse parlement heeft, bestaat uit liberalen (PDECAT, voorheen CiU), de links-socialistische en onafhankelijkheidspartij Esquerra Republicana en niet-politici zoals de zanger Lluis Llach, Carme Forcadell (voormalig presidente van de burgerbeweging Assemblea Nacional Catalana). Ook ex-trainer van FC Barcelona, Pep Guardiola, staat op deze lijst, maar op een niet verkiesbare plaats. Omdat deze lijst geen meerderheid heeft, werkt zij samen met de zeer linkse groep CUP. Buiten deze brede scala van idealismes, wordt de onafhankelijkheidswens ook gedragen door een overgroot territoriaal gebied van Catalonië. Dit werd afgelopen Zaterdag, 1 Juli, nog eens bewezen toen ruim 500 burgemeesters hun steun en medewerking toezegden aan de regering van Puigdemont voor het houden van het referendum. Zij zullen ruimte afstaan waar het referendum gehouden kan worden als de Generalitat (Catalaanse regering) in desbetreffende gemeente geen eigen ruimte, zoals openbare scholen, heeft. Deze medewerking is dus van groot logistiek belang voor het referendum. De gemeenten van deze burgemeesters zijn, met instemming van de gemeenteraden en dus van haar bevolking, lid  van de vereniging van gemeenten voor onafhankelijkheid (AMI). Van de in totaal 948 gemeenten in Catalonië zijn er 787 bij deze vereniging aangesloten en dekt daarmee 43% van de Catalaanse bevolking.

In het bijzonder moet worden opgemerkt dat er ook enkele burgemeesters van de socialistische partij hun steun en medewerking hebben toegezegd. Zij geven er de voorkeur aan om te luisteren naar de lokale bevolking in hun gemeenten dan de officiële lijn van hun partij te volgen. De socialistische partij is namelijk fel gekant tegen en geeft daarom geen enkele medewerking aan het ‘illegaal’ te houden referendum. Pedro Sanchèz, secretaris van de Spaans socialistische partij, zei deze week zelfs dat betreffende burgemeesters door de partij zullen worden beboet. Er zijn twee grote steden met een socialistische burgemeester die geen enkele medewerking geven, namelijk Tarragona en Lleida. De burgemeesteres van Barcelona is lid van een politieke beweging die zich (nog steeds) niet heeft uitgesproken over wat zij van het referendum vind. Deze beweging is intern sterk verdeeld over dit onderwerp en prefereerd eerst alle details en ‘democratische garanties’ te kennen voordat zij haar steun geeft. (Alsof het blijven bij Spanje enige democratische, juridische, financiële, pensioen en infrastructurele garantie geeft. De enige garantie die men in dat geval hebben zal is dat Catalonië als autonoom gebied en, erger nog, als natie zal verdwijnen.)

De minister president van Spanje, Rajoy, heeft bijvoorbaat reeds medegedeeld dat hij er niet voor terug zal deinzen om de burgemeesters die zich buiten de wet begeven (lees: medewerking verlenen aan het referendum), voor het gerecht te slepen.

Ambtenarenverschrikkers

Deze week is de Guardia Civil begonnen met het ondervragen van topambtenaren van de Catalaanse overheid over hoe de Catalaanse regering aan de lijst van kiesgerechtigde Catalanen die in het buitenland wonen, denkt te komen. De officiële lijst is in bezit van de Spaanse staat en deze verleend, natuurlijk, niet haar medewerking. De lijst met deze kiesgerechtigden, zo’n 200.000, moeten dus op andere wijze worden verkregen. Dit is één van de logistieke problemen die de
Catalaanse regering heeft. Officieel zijn de ondervragingen, zonder gerechtelijk bevel, om te onderzoeken of persoonlijke informatie niet op illegale wijze door de Generalitat (Catalaanse regering) wordt verkregen. Van Catalaanse zijde worden de ondervragingen gezien als bangmakerij van het ambtenarenapparaat om het referendum te frustreren. De Catalaanse president, Puigdemont, noemde deze actie in het plenaire debat van het parlement daarom ook ‘ambtenarenverschrikkers’.

Veertig jaar democratie

Deze week was het veertig jaar geleden dat voor het eerst na het Franco regiem ‘vrije’ verkiezingen werden gehouden. Dit werd met een ceremonie in het Spaanse congres gevierd met een toespraak van koning Felipe VI. In deze toespraak sprak hij sporadisch over het Franco regiem en uitgebreid dat er buiten de wet geen vrijheid is en geen democratie, verwijzend naar het ‘illegaal’ te houden referendum in Catalonië. De Catalaanse partij Esquerra Republicana was niet aanwezig bij deze ceremonie omdat zij niet mee mocht doen bij die eerste verkiezingen. De ander grote afwezige was voormalig koning Juan Carlos I, welke een bepalende rol heeft gespeeld bij de oprichting van de Spaanse democratie. Hoogst waarschijnlijk was zijn afwezigheid te danken aan de schandalen die hij de laatste jaren heeft veroorzaakt en daarmee het koningshuis in diskrediet heeft gebracht.

De schrijfster Empar Moliner schrijft in haar kolom van de krant ARA een gedeeltelijk humoristisch, maar bovenal kritisch, artikel dat een goed beeld weergeeft van hoe deze viering door veel Catalanen werd ervaren.

Gratis Buffet

Empar Moliner

De koning van Spanje, samen met een coherente en zeer elegante echtgenote die enkel dient voor de vorm, heeft woensdag een lintje uitgereikt aan Rodolfo Martín Villa, ex-minister onder de dictatuur van Franco. Tegen deze man loopt een bevel van arrestatie van de Argentijnse justitie wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dit arrestatiebevel loopt omdat hij hoofdverantwoordelijke was van de slachting van Vitória in 1976, toen onder zijn leiding veiligheidstroepen het vuur openden op een groep stakende arbeiders. Vijf doden en meer dan honderd gewonden. Hun families hebben de plechtigheid van de uitreiking van de medaille op televisie moeten zien.

De plechtigheid diende om de grondwet van 1978 en de eerste ‘democratische’ verkiezingen te vieren, waarin, dat is duidelijk, een partij als Esquerra Republicana (ERC: huidige Catalaanse regeringspartij, vert.) zich niet konden presenteren omdat zij illegaal waren verklaard. Het is het concept wat zij hebben van een ‘gratis buffet’. Ze zeggen tegen je: ‘jawel, het is gratis. Maar het toetje is verboden.’ En als je niet naar het buffet gaat want er is geen toetje, komen ze tot de conclusie dat je tegen gratis buffetten bent en laten ze je helemaal zonder eten.

Wij vragen om de naamborden van franco bestuurders van de gevels in de straten te verwijderen, om de Valle de los Caidos te heroverwegen en om eindelijk een eind te maken aan de erfenis van Franco. Maar de meest belangrijke erfenis van Franco is de koning van Spanje. Joan Carlos is de grote erfenis van de dictator. Het is als wanneer Hitler door ouderdom zou zijn overleden en vlak voor zijn dood, om alles ‘orderlijk en onder controle te laten verlopen’, een volgeling van hem en verre afstammeling van Willem II zou hebben aangewezen. Degene die vandaag de Franco minister heeft gedecoreerd met een medaille, is de zoon van deze koning, die de troon heeft geërfd van zijn vader, welke erfde van Franco. Misschien dat er op een dag geen naamplaten van Franco in de straten meer zijn, maar de koning blijft voortduren in zijn paleis, lintjes uitreikend aan ministers van de dictatuur, als bewijs dat deze de deuren heeft geopend naar het enige gratis buffet, zonder toetje en vol met kevers, waarvan ze denken dat wij daar tevreden mee zijn.

Weigering voorstel president Puigdemont in Spaanse Congres

De brief van de Catalaanse president Puigdemont aan de presidente van het Spaanse congres om uitleg te geven over het te houden referendum, is eindelijk gearriveerd en na twee weken beantwoord. De presidente van het congres, Anne Pastor (ex-minister van het vorige kabinet van Rajoy), geeft geen toestemming aan Puigdemont om alleen uitleg te geven aan het congres in Madrid over het referendum, zonder dat toestemming voor het referendum aan het congres wordt gevraagd, en dus zonder dat er over het referendum wordt gestemd. Zij geeft als argument dat in het congres alleen wetsvoorstellen in plenaire vergaderingen kunnen worden behandeld. De regeringspartij PP, en dus ook de presidente van het congres, vind dat toestemming van (de vertegenwoordiging van) geheel Spanje nodig is om een referenum in Catalonië te kunnen houden. De brief was een antwoord op het voorstel van de president van Spanje, Rajoy, zelf. Toen Puigdemont in zijn  brief toegaf in te willen gaan op het voorstel van Rajoy, stelde deze echter meer eisen, onder andere dat het voorstel zou moeten worden onderworpen aan een stemming in het congres. Puigdemont lijkt niet niet zinvol, omdat de afgelopen jaren meerdere voorstellen van Catalaanse zijde resoluut zijn verworpen of in het geheel niet beantwoord.  Bovendien heeft het Catalaanse parlement verklaard dat het Catalaanse volk soeverein is en zelf kan beslissen over een referendum, hoewel zij dat liever in overeenstemming met de Spaanse regering had willen doen om democratische garanties te kunnen geven voor het houden van het referendum en het resultaat er van in overleg te kunnen realiseren.

Uiteindelijk moeten de vertegenwoordigers van de Spaanse bevolking dus uit de pers vernemen over hoe en waarom Catalonië een referendum wil houden in plaats van uit eerste hand. Gezien het feit dat de Spaans nationale pers sterk gepolitiseerd en verre van objectief is, krijgen de Spaanse volksvertegenwoordigers een eenzijdige versie van het verhaal te horen.

Annulering van de gerechtelijke uitspraken gedurende het Franco regiem

Het Catalaanse parlement heeft met volledige instemming alle gerechtelijke uitspraken ten tijde van het Franco regiem ongeldig verklaard. Het gaat in totaal om 63.961 veroordelingen, waaronder gevangenisstraffen, martelingen en executies, waaronder die van de toenmalige Catalaanse president Lluís Companys. Veel geëxecuteerden liggen nog in onontgonnen massagraven ergens in Catalonië of ergens anders in Spanje. Vaak is hun graf onbekend. Spanje weigert deze graven te openen en te onderzoeken, zelfs na herhaalde en dringende verzoeken van de Verenigde Naties. Veertig jaar na het Franco regiem is het de ‘Vereniging van slachtoffers en nabestaanden van het Franco regiem’ eindelijk gelukt een meerderheid in het Catalaanse parlement te krijgen voor hun zaak. Gedurende veertig jaar van Spaanse ‘democratie’ hebben de slachtoffers en hun nabestaanden geprobeerd hun gelijk te halen bij de Spaanse justitie, maar hun zaak werd systematisch geweigerd of geminacht. Zowel het hooggerechtshof als het constitutioneel hof weigerden hun gelijk te geven vanwege zogenaamde juridische garanties. Het behoeft geen betoog dat het illegaal verklaren van de veroordelingen, en daarmee het eerherstel van de slachtoffers, een emotioneel moment was en voor velen van onschatbare waarde. Veel slachtoffers en nabestaanden, met de foto’s van hun vermoorde broer, vader, grootvader, oom of ander familielid waren daarom aanwezig op de publieke tribune van het Catalaanse parlement tijdens het debat en het stemmen.

Het betreft ook een historische gebeurtenis. Er wordt met deze politieke beslissing verklaard dat het Franco regiem zelf illegaal was. Voor het eerst in de Spaanse geschiedenis na haar dictatoriaal verleden. De amnestiewet voor de oorlogsmisdadigers van dit regiem, zoals vastgelegd in de grondwet, evenals de eenheid van Spanje waar het leger garant voor staat, zijn echter nog steeds geldig.